Kololo Game Reserve.

7 april 2023.

In Kololo Game Reserve gaan we voor de “full treatment”: vanmorgen om 5u30 op staan voor een ochtendlijke “drive”. Louke loopt er nog wat verdwaasd bij; wij ook misschien.

Zebra in Kololo Game Reserve

Ranger Alex – ros haar, rosse baard – neemt ons mee op een drie uur durende tocht in een open safari-kar. We rijden Kololo uit, Welgevonden in.  Net zoals Kololo ligt Welgevonden in de door UNESCO erkende Waterberg biosfeer. Waterberg is een 1.400 meter hoog plateau ingesloten door bergen. Er zijn geen waterbronnen maar alle water wat er valt blijft lang in deze gigantische pan hangen. ‘t Kan maar op twee plaatsen weg door de bergen. Welgevonden is een “big five” park in tegenstelling tot Kololo.

Wat zien we allemaal op deze “game drive”? Te veel (en waarschijnlijk te saai) om op te lijsten. Laat mij volstaan met te zeggen dat ze hier aan witte neushoorns, wildebeest en warthog geen gebrek hebben. EN, we zien een metergrote, zonnebadende varaan! Alex analyseert sporen in het zand: van een luipaard! Een beetje verder van leeuwen! Maar we zien de grote katten niet, wel een jakhals (Grey-backed jackal).  Alex stopt voor meegebrachte koffie, thee en rusks op een strandje langs de Sterkstroom. Hij vertelt over de kwaliteit van het water, dat hij regelmatig in de rivier zwemt en … dat het zuivere water van Sterkstroom zo maar drinkbaar is. Koffie leeg slurpen, dan een flinke schep uit de rivier nemen en drinken. Smaakt inderdaad zuiver. Mijn reisgenoten kijken mij hoofdschuddend aan.  Van de Sterkstroom wordt je alleen maar sterker, denk ik dan. Lou trekt het zich niet aan en speelt in het water.

Welgevonden Game Reserve: gids zoekt sporen op weg.

Welgevonden Game Reserve: jakhals op de savanne.

Welgevonden Game Reserve: strand en riviertje met rechts berghelling.

Welgevonden Game Reserve: kindje gooit met water in beekje.

Terug in de lodge voor lunch en uitrusten. Hoewel, uitrusten is er niet veel bij: enerzijds door “wilde Lou” in het zwembad, anderzijds omdat er om 16:00 uur al een nieuwe “game drive” geprogrammeerd staat, deze keer met gids Eric. Die begint al met de verkeerde vraag te stellen: “What do you guys want to see?” Pangolin, aardvark, “wild dogs” en oh ja, we hebben ook nog een olifanten- of giraffenhaar nodig voor een kraaltjes-armband voor Lou. Hilariteit alom want pagolin is zeer zeldzaam, aardvark is een nachtdier dat zich zelden laat zien en voor “wild dogs” is het park, zelfs met inbegrip van Marakele veel te klein. Maar we zien wel leuke en interessante dingen: een mankende warthog met afgebroken slagtand en afgebeten oor, vannacht een leeuw ontmoet? Twee neushoorns die een modderbad nemen; heel in de verte een nijlpaard in het water; een leeuw, ook op grote afstand; één van de holen van een aardvark – als er vliegen voor de ingang cirkelen, zit het aardvark er in. Nog beter: Blue Crane! We zien inderdaad twee blauwe kraanvogels die rustig weg vliegen.

Welgevonden Game Reserve: wrattenzwijn tussen gras.

Welgevonden Game Reserve: meertje met wildebeest op de oever.

Welgevonden Game Reserve: schedel van rund of antilope met horens.

Welgevonden Game Reserve: hol van aardvark in rode aarde.

Dan is het tijd voor een “sundowner“, drankje in ‘t midden van de savanne bij ondergaande zon … en gebruik maken van het “bush-toilet”. Bij het terug rijden – met één hand, in de andere speurt Eric met een spotlight de omgeving af – stoppen we abrupt. Eric loopt naar een boom, 10 meter van de weg af. Hij plukt iets uit de takken … een 15 cm grote Flap-necked Chameleon, Flapnek-verkleurmannetjie in het Afrikaans, Klaphals Kameleon in het Nederlands. Leuk. 19:00 uur is het als we terug zijn in het restaurant van Kololo lodge.

Groene Flapnek Chameleon op handpalm.

Alsof de duivel ermee gemoeid is en ik weet dat ik in herhaling val, maar vanavond, terug van avondeten in de lodge, zit er andermaal een ongenode gast in ons huisje: een kikker deze keer. Maar weer een keer buiten zetten door de buitenzetter van dienst (=ik).

Frog in Kololo

SLANG in huis!

6 april 2023.

Slang. 

We hebben al heel wat dieren in huis gehad – van muizen tot grote spinnen, dito motten en bidsprinkhanen maar dit overtreft alles: een slang in huis! Nou ja, slang … eerder een slangetje, een exemplaar van ongeveer 25 cm lang. Zachtjes met vuilblik opgepakt en naast ons huis in het struikgewas gezet. Opgelost! Nu pakken maken en uitchecken. Op naar Kololo.

Slang op tegelvloer.

Die Boervrou Deli. 

We kiezen voor de korte maar “Scenic Route”, waarvan Kololo zelf zegt: “Please note: the gravel road directly between Thabazimbi and Kololo Game Reserve going past Marakele is in a very bad condition and should not be used.” Dat is de weg die we nemen!  Eerst naar Thabazimbi, een mijnstadje: platinum- en ijzerertsmijnen. Op de weg naar Thabazimbi passeren ons konvooien van 14- of zelfs 18-wieler. (34 banden, de trekker heeft als enige maar één band per wiel) met – vermoedelijk – ijzererts. De weg is goed, geasfalteerd en vlak tot Thabazimbi. En Thabazimbi zelf ziet er niet uit als een typische mijnstad, niet vuil, zwart, onder het stof. ‘t Is al middag als we hier passeren: we zoeken een plek om een koffie te drinken, want onze lunch hebben we bij. Het wordt “Die Boervou Deli”, een wel heel bijzondere plek. Alles in het roze, typisch Afrikaans, maar heel vriendelijke bediening … misschien spreken de foto’s voor zichzelf …

Die Boervouw Deli logo op roze muur.

Die Boervouw Deli: metalen roze doorkijk-hart met toeristen op achtergrond.

Die Boervouw Deli: roze tafel met roos bestek in tuin.

Thabazimbi => Kololo. 

Even voorbij Thabazimbi gaat de asfaltweg over in “gravel”. Slagbomen en een security gate. Formulier invullen en we kunnen verder. We rijden langs de majestueuze rotsen van de Kransberg, langsheen de ingang van het Marakele National Park (670 km2) en Hartbeestfontein. Al snel begrijpen we waarom Kololo deze weg afraadt: niet te doen met een “gewone auto”. De rotsachtige weg met vele bulten en diepe groeven slingert als een lange slang de hoogte in. De bonus is wel: ongelooflijk mooie vergezichten. Halfweg de Kransberg bereiken we een redelijk vlak plateau: de weg wordt beter (maar niet goed!). Oppassen voor de stukken met los zand want we hebben geen 4×4! In een diepte in de weg stroomt water, zeker een halve meter diep: doorrijden maar! Oh ja, GSM-bereik is hier zo goed als onbestaande … we zijn op onszelf aangewezen. Kip, gekookte eieren, brood en water als simpele lunch. Hoog boven de rand van de Kransberg cirkelen tientallen gieren.

Thabazimbi road to Kololo: 4x4 op grindweg.

Thabazimbi road to Kololo: grindweg met diepe putten.

Thabazimbi road to Kololo: berglandschap met grindweg en wolken.

Thabazimbi road to Kololo: grote plas in midden van grindweg.

In het tweede deel van de rit – veel dalen is er niet bij – spotten we voortdurend wild: zebra’s, warthogs (voor het eerst!), antilopen allerlei, giraffe, zelfs een olifant en een sabelantilope! Dit is de regio van de vele “Bush Camps”. ‘t Is 16u30 als we de toegangspoort van Kololo Game Reserve bereiken. Een ranger komt net aangereden en vraagt ons ongelovig: “Did you guys really take the Marakele-road?” Yep, we deden meer dan 2 uur over 40 km! Voor de volgende paar dagen is het relaxen en genieten van deze “all-in” lodge.

Morgen een “early morning game drive” (vertrek om 6 uur). We kruipen snel onder onze klamboe … om er een laatste ongenode en onbekende gast te ontdekken … een vervaarlijk uitziend insect waarvan ik de naam moet schuldig blijven. 😱

Close-up van huiskrekel.

Update mei 2023: achteraf blijkt dat dit een – weliswaar grote – maar toch “gewone huiskrekel” is! 🤣

Die plaas se gat.

5 april 2023.

Vergenoeg.

In Ukutla kan je niet zelfstandig wandelen of “game driven”. Dus besluiten we om toch niet te ver te rijden maar wel ver genoeg naar “Vergenoeg” aan de Magaliesberg. 🤣 We stappen er deze morgen de “oranje” wandeling: 5km en 160 hoogtemeters, zwaar genoeg voor kleine Lou en voor ons ook bij dit warme weer (+ 25° C). Gelukkig loopt het grootste deel van de tocht door een schaduwrijk bos. Af en toe is er een doorkijkje met panorama over de vallei van de Hartbeespoort Dam. De wandeling zigzagt de berg op tot aan Skull Gate, om dan weer af te dalen naar het startpunt. Prachtige “krieket” (krekel) gezien en het afgeworpen, te klein geworden pantser van een kever.

Vergenoeg, Magaliesberg: roestige ijzeren wielen op een rij in Afrikaans berglandschap.

Vergenoeg, Magaliesberg: berghelling met dode bomm en toeristen op wandelpad rechts.

Vergenoeg, Hartbeespoort dam

IJzeren toegangshek tot natuurwandeling met schedel van antilope.

Vergenoeg, Magaliesberg: close-up van leeg kever-pantser op boom.

Die plaas se gat. 

Te laat om zonder lunch – of minstens een koffie – terug te keren naar Ukutula, vindt Evelien. Waarop David prompt een leuke lunch plek vindt: “Die plaas se gat”. Dat blijkt een typisch Afrikaner restaurant te zijn, waar we op een ruim terras, onder de schaduw van bomen kunnen zitten met zicht op de speeltuin van Die plaas se gat. David gaat voor “Hoender Avo & Spek Slaai”, ik kies een “Bulletjie Burger” en Lou gaat voor “Hoender strips”. De dames gaan voor iets minder exotisch (focaccia). Na een tijdje komt de baas van Die plaas se gat een praatje maken. Blijkt dat de naam van dit restaurant zijn oorsprong vindt in een in Zuid-Afrika wel bekend kinder-rijmpje om het geheugen te trainen.

Die plaas se gat

Die plaas se gat

Die gat in die Grond; groene affiche met de tekst van het kinderliedje.

Terug rijdend naar “ons huisje” in Ukutula, spotten we een zeldzame zwarte impala.

Om 17:00 uur joggen Evelien en ik naar de toegangspoort van Ukutula (3,75 km) en terug, niet zonder eerst aan de receptie gevraagd te hebben of de kust veilig is, d.w.z. dat er niet meer met leeuwen wordt gewandeld. We zien wildebeest, struisvogel, een troep “blauapen” (vervet monkey, officieel groene meerkat in het Nederlands) en giraffe, naast de overal aanwezige impala natuurlijk. Betty, David en Lou bezoeken ondertussen de curio-shop … dit is onze laatste dag in Ukutula.

Ukutula Conservation Center.

4 april 2023.

Ukutula Lion Lodge: een typisch Afrikaanse lodge-omgeving met zowat overal binnen de afsluiting metalen dierenbeelden.

Ukutula Lodge: bruin-metalen giraf voor huis met rieten dak.

Deze morgen staat de “Predator Tour” voor ons geprogrammeerd. Ukutula Lion Lodge is niet alleen een lodge maar ook een centrum van onderzoek: naar een vaccin tegen de leeuwen ziekte (waarmee 80 % van alle leeuwen in Kruger besmet zijn), naar de vruchtbaarheid van o.a. leeuwen en met name de witte leeuw, naar hoe het genetisch materiaal van o.a. leeuwen bewaard kan worden voor de toekomst. Want zou het niet één van de grootste rampen van Afrika zijn dat leeuwen en andere roofdieren uitsterven? Het hele eco-systeem zou instorten … toeristen zouden uit Afrika wegblijven. Aldus George, onze gids voor vandaag.

We wandelen met George de met hoge hekken afgesloten “Predator Enclosure” binnen. Links en rechts van ons opnieuw hoge afsluitingen met elektriciteitsdraden. Voelt een beetje als Jurassic Park. Daarbinnen leeuwen die uit hun sluimer ontwaken zodra ze Lou opmerken. Onmiddellijk is er bij deze roofdieren scherpe focus en ze komen (of stormen) tot vlak bij de draad. Hun instinct zegt: jong, klein dier = gemakkelijke prooi. Lou zelf, die al een panische angst heeft voor honden, heeft het moeilijk: stokstijf, alle spieren gespannen, plakt ze tegen haar mama.

Ukutula lodge: witte leeuwin met welpje achter afsluiting.

Er is ook een witte leeuw. Een albino? Nee, dat is een grote menselijke fout en vergissing. Witte leeuwen leven o.a. in het Kruger park in een gebied waar de grond zeer wit is. Met het felle licht daarop heeft een witte leeuw een jachtvoordeel. Lange tijd probeerde men witte leeuwen met witte leeuwen te laten paren: teleurstellend resultaat! Tot Willie Jacobs, eigenaar en manager van Ukutula er achter kwam dat gezonde, witte leeuwen alleen maar door kruising van witte met “gewone “ leeuwen worden verkregen (kans van één op vijf). Overigens kan een witte leeuw ook wel albino zijn, maar dat is een genen-defect: dergelijke dieren overleven maximaal vijf jaar. Allemaal van George geleerd.

Nog een interessant dier waarover George alles weet is de hyena. Vrouwtjes hebben ook een penis – zelfs langer dan die van de mannetjes – en domineren de troep. Hyena’s zijn enorm sterk en worden tot 70 jaar oud. ‘t Zijn de opruimers of stofzuigers van de natuur. Ze drinken van een poel waarin ze ook geürineerd hebben. Ukutula Conservation Center onderzoekt hoe – op basis van het supersterke afweersysteem van hyena’s – een vaccin tegen leeuwen ziekte kan ontwikkeld worden.

Ukutula lodge: hyena achter afsluiting.

t Is tijd voor “interaction with lions”, d.w.z. een verblijf met drie leeuwenwelpen binnengaan en de welpjes strelen. George doet het voor, dan is het aan ons. Behalve Lou natuurlijk, die met haar mama dicht bij het hek blijft staan. De twee zusjes en het broertje leeuw kijken trouwens voortdurend indringend naar Lou: instinct! Ik streel de welpjes, te goed denk ik want binnen de kortste keren hangt er één aan mijn broek. George haalt hem er met een tik op zijn neus af. 🦁<

Ukutula lodge: close-up van leeuwenwelpje.

Ukutula lodge: toeriste aai tleeuwenwelpje.

Ukutula lodge: twee leeuwenwelpjes.

Zelfde scenario (zonder broek-gebijt) herhaalt zich bij een volwassen cheetah die tevreden ligt te spinnen in de zon. Inmiddels ook nog een andere katachtige gezien: een caracal, klein, max. 12 kg, maar zeer efficiënte jager die zelfs niet aarzelt om een veel grotere impala aan te pakken. Ten slotte: nummer 2 van de “big five”, de luipaard. Een sluipende doder die met één beet de nek van zijn prooi breekt … en bij een zeldzame val uit een boom altijd op zijn poten terecht komt (flexibele ruggengraat) in tegenstelling tot, bij voorbeeld een leeuw.

Ukutula lodge: close-up van jachtluipaard.

Ukutula lodge: toerist aait jachtluipaard.

Twee leeuwenwelpjes.

Ukutula lodge: luipaard achter afsluiting.

Als afsluiter bekijken we het professionele onderzoekslaboratorium van Ukutula Conservation Center. Dit centrum is het enige privé dierenbloed-analyse centrum van de zuidelijke hemisfeer. Leerrijke tour maar zeer stresserend voor Lou.

‘s Namiddags relaxen aan het zwembad. David en Evelien gaan nog joggen om 17u15. Ze hebben eerst aan de receptie het OK gevraagd. Je kan hier immers ook begeleid met leeuwen wandelen (wat we niet gaan doen). Af en toe stuift er zo een “wandelende” leeuw achter een dier aan en loopt dan vrij rond in Ukutula.

‘s Avonds maken we een kampvuur met “braai-hout”; moeilijk in brand te krijgen maar mits een kaarsje onder de houtblokken lukt het ons wel. We eten spaghetti met champignons en kip: super lekker. Maar met dat vuur en de rook voel ik me net een gerookte paling. Nog een laatste ongenode bezoeker: een 10 cm grote bidsprinkhaan! Nog even naar buiten in het felle licht van de maan en we kunnen gaan slapen …

Ukutula lodge: drie menselijke schaduwen bij maanlicht.

Van Dynasty Red Mountain Ranch naar Ukutula Lodge.

3 april 2023.

Blijkbaar heeft het deze nacht geregend, gedonderd en gebliksemd. Niets gehoord of gezien. Er hangt mist in de vallei achter Dynasty Red Mountain Ranch. Mooi … maar we verlaten deze prachtige streek. Op naar nieuwe horizonten en de langste rit van deze reis (+/- 430 km)!

Dynasty Red Mountain Ranch: mistsluier in vallei tussen bergen.

Even buiten Clarens op de weg naar Bethlehem verandert het landschap al: ‘t wordt vlakker, de koppies, tafelbergen en rotsachtige pieken verdwijnen. We blijven gestaag maar traag dalen. Voorbij Bethlehem ligt de “broodmand” van Zuid-Afrika: kilometerslange maïsvelden, afgewisseld met al even grote weiden of zonnebloem-velden met langs de randen de vertrouwde roze en witte bloemenzeeën. En ‘t wordt zo goed als volledig vlak. Na 2 uurtjes “bollen” stoppen we in Petrus Steyn- wat een naam voor een dorp – om te tanken (Riemland: enige tankstation – en zeer modern – voor honderden kilometers) en koffie met cheese cake te eten. Leuke stop.

Petrus Steyn: dreigende luchten boven grasland.

Tot ver voorbij Heilbron verandert het landschap omzeggens niet: vlak, landbouwgebied, geen dorpjes. Na ruim 200 km naderen we Sasolburg. Deze stad is in 1954 gebouwd door Sasol, de energie-maatschappij van Zuid-Afrika (Sasol = Suid Afrika steenkool en olie?), om de vele duizenden werknemers van zijn steenkoolmijnen te huisvesten. Zware industriestreek want 50 km verder ligt Vanderbijlpark met de staalfabrieken van ArcelorMittal. Net zoals rond Sasol liggen hier een aantal townships, waaronder ook Sharpeville, berucht omwille van de Sharpeville massacre en de Sharpeville six. Overigens zien de townships er al veel beter uit dan tien of twintig jaar geleden: de meeste (maar niet alle) golfplaten huisjes zijn vervangen door kleine betonnen woon-units. Sommige hebben zelfs al een moestuintje. En over townships gesproken: we passeren langs de Zuidwest rand van Jo’burg, rakelings langs Soweto.

Sasolburg: industriële installatie onder dreigende lucht.

Sasolburg: eenzame man voor grasveld met armoedige wijk op achtergrond.

Sasolburg: sloppenwijk.

Een kleine 45 km voor onze eindbestemming stopen we in het stadje “Brits” – nee … ik moet nu Madibeng zeggen – voor inkopen. Dan een lange en vreselijk bobbelige weg van aangestampte rode aarde volgen tot onze eindbestemming: Ukutuka lodge. We worden er “begroet” door struisvogels.

‘t Is nog tijd voor een duikje in het zwembad. Daarna avondeten op onze veranda. Een vogel nestelt in ons strooien dak, vleermuizen vliegen rakelings boven ons hoofd en de leeuw brult in de Afrikaanse avond … tot de load shedding begint en een luid draaiende stroomgenerator overneemt. Ha, die Bush-geluiden!

Ukutula lodge: struisvogels tussen struiken.

Ukutula lodge: vogelnest van klein met uitstekend vogelhoofdje onder strooien dak.