25 juni 2026.
Veldleeuwerik, vink, geelgors … ze zingen allemaal snel hun ochtendlied vooraleer de aangekondigde loden hitte ze het zwijgen zal opleggen.
De combinatie van extreme hitte en een rustdag maakt dat er over vandaag niet zoveel te vertellen is. We bezoeken een stadje – eerder dorpje – in de onmiddellijke omgeving.
Puddletown.
Puddletown ligt aan de Piddle rivier. Tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw, heette het Piddletown. Alleen … “to piddle” betekent pissen. Geeft toe “pisstad” is geen naam voor een dorp. Puddletown beter? “A puddle” is een poel, een plas, zodat de naam nu eigenlijk “plasstad” is. De naam doet het dorpje oneer aan!
Het is een klein, pittoresk dorp met een mengeling van traditionele huizen met typische strooien daken en huizen met leisteen daken. We ontdekken een leuk steegje dat naar de kerk voert, officieel “St. Mary’s church”.






De kerktoren is een robuste vierkante toren die op een verdedigingstoren lijkt. Binnenin de kerk liggen een drietal praalgraven, vermoedelijk van de Martyn-familie, rijke grootgrondbezitters uit de streek. Uiteraard ligt het kerkhof met eeuwenoude zerken rond de kerk.
Tea & cake.
Voor een soort gemeenschapscentrum staat een uitnodigend bord: “Come in for tea and cake, every Thursday from 10 to 12 pm.” Zullen we een kijkje nemen? Het is donderdag en hier is verder geen café of pub. Binnenin kijken een aantal oudere dames maar een beetje raar op als ze ons zien. Maar natuurlijk kunnen we thee of koffie en cake krijgen. Maar … ze aanvaarden alleen cash. Dat hebben we niet! Ik zie de dames aarzelen. Komaan, we krijgen het gratis! Maar wacht, in de kerk kun je online een donatie doen. Zullen we dat in ruil doen? De dames zijn in de wolken.
De cake is lekker, de thee ook – nee, dank u: geen melk in de thee, we zijn nog niet “ver-engelst”. De dames zijn zeer geïnteresseerd in wat we allemaal hebben bezocht in Dorset. Ėén mevrouw lijkt hier duidelijk de organisator. Zij heeft lang in Napels gewoond, gewerkt in de “International School”, maar spreekt geen Italiaans – Engelsen spreken geen talen. Hun kerk noemen ze de “Thomas Hardy kerk” omdat ze voorkomt in sommige van zijn romans.

De dames raden ons een wandeling aan in het nabije, schaduwrijke Puddleton Forest. Oké, nog even. We stappen langs smalle bospaadjes en spotten een eekhoorn, rhododendrons en wilde framboos.
De rest van de dag spenderen we aan en in onze Cool Tub. Morgen, helaas terug naar huis.
26 juni 2026.
Kingston Lacy.
Op weg naar Heathrow maken we een kleine omweg naar Kingston Lacy, een kasteel met tuinen, nog steeds in Dorset. Wat een prachtige verrassing! Een 165 ha. groot domein; een amalgaam van bosland met hier en daar open plekken, uitgestrekte, gemanicuurde gazons, honderden jaren oude cipressen, een kruidentuin, wilde tuinen; zelfs een mini Japanse tuin. Veel schaduw = aangenaam kuieren bij subtropische temperatuur.




Behalve het kasteel zelf, zijn ook de stallen fotogeniek. Het binnenplein ervan is terras van het café. Lekkere espresso … maar on-Engels sterk!

Het kasteel zelf besluiten we niet te bezoeken – tijdsgebrek. Alleen even een kijkje nemen in de ingang. Dat is zonder een vriendelijke gids gerekend die ons uitnodigt om dan toch “snel” even door de gangen en zalen te lopen. Wat een verrassing – opnieuw! Marmeren traphal, grote kamers / zalen, een oude bibliotheek en schilderijen. Als een gids hoort dat we van België zijn, troont hij ons prompt mee naar … vier schilderijen – de vier elementen: vuur, aarde, water en lucht. – van Jan Breugel, kleinzoon van de oude Pieter Breugel; op koperplaat geschilderd. Plus nog twee schilderijen van Rubens ook: uit 1606 Marchesa Pallavicino en uit 1607 Marchesa Grimaldi en haar dwerg. Spijtig, maar hier hadden we veel meer tijd kunnen / moeten besteden.

Nog een snelle “zuurdesem brood met gerookte zalm picknick”, onder een parasol “on the green” en we vatten de terugweg aan …. Bye, bye Dorset.



















































