De Maya-wereld van Mérida.

4 november 2023.

Vanmorgen, op weg naar ontbijt doorheen de tuin, worden we begroet door een koppeltje lawaaierige bijeneters, waarschijnlijk de Bootsnaveltiran, maar het zou ook de Grote Kiskadee kunnen zijn. 😀

Gran Museo del Mundo Maya.

Om alles te weten te komen over de Maya‘s, hun leefwereld, gewoontes en gebruiken, religie, astronomie en wereldbeeld moeten we naar het Gran Museo del Mundo Maya in Mérida. Ligt in de buitenwijken, ten noorden van de stad.

Wat een wereldklasse-museum! Gratis grote parking onder een plateau, met deels daarop een modern, cirkelvormig gebouw. Extreem vriendelijk en behulpzaam personeel. Uitleg in drie talen: Maya, Spaans en Engels. Soms interactief (Maya-cijfers en getallen leren!), soms audio-visueel en natuurlijk ook tentoon gestelde kunstvoorwerpen. Miniatuur klei-figuurtjes beelden het Maya-leven uit. Dit museum is een absolute aanrader: je bent hier gemakkelijk twee uur of meer kwijt.

Mérida.

Het Mexicaanse Mérida is vele malen grote dan haar Spaanse naamgenoot: bijna een miljoen inwoners. Dat merken we als we van het Maya-museum naar het historisch centrum rijden: druk, file … maar er wordt wel correct gereden, helemaal niet agressief. Politie-controle door drie zwaar bewapende agenten met kogelvrije vesten maar ze wuiven ons nonchalant door. Parkeren? Op een “Estacionamiente”, in Merida meestal een privé-parking aangeduid door een grote E, dat wil zeggen: binnenplein, met veel meer auto’s dan er plaatsen zijn. Je geeft je sleutel dan ook af omdat er dubbel of driedubbel wordt geparkeerd. Wij hebben geluk, op de estacionamiente naast de kathedraal vinden we nog een plaatsje vrij (=sleutel niet afgeven).

Druk, druk, druk is het op en langs de Plaza Grande voor de kathedraal: veel bezoekers, buitenlanders zowel als Mexicanen. En veel duiven die de Mexicanen lustig voederen! Langs de ene kant boorden kraampjes met prullaria de Plaza af. Langs de andere kant ligt het Palacio del Gobierno, paleis van de gouverneur van Yucatán (Mérida is de hoofdstad van de staat). De binnen-patio is te bezoeken. Daarna even de Paseo de Montejo in om de “koloniale” architectuur te bekijken.

Een Maya(?) beveelt ons restaurant Coyote Maya aan. Hij heeft van België gehoord: Stella Artois, cerveza Belgica … muy bien. Hij wijst ons ook op een blauw gebouw: een Maya ambachten-markt waar ze sisal-hoeden verkopen. Sisal is een vezel van agaves, vergelijkbaar met hennequén. Kijkje nemen: een verkoper past ons twee hoeden aan, ambachtswerk met een natuurlijk product! De sisal-vezel zou bovendien muggen weg houden. Maar de prijs … omgerekend 100 € per hoed, die weliswaar snel daalt tot 55 €, maar dan nog … sombrero: niet aan ons besteed.

Late lunch in Coyote Maya (gisteren zagen we een kleine coyote de weg oversteken): pasta voor mij (zonder pikante habanero saus), salade met vuistgrote champignons voor Betty.

Dan terug naar “huis” (=Galopina). Onderweg nog even een foto nemen van een “Casera de Policía”, een verlaten en vervallen politiehok zoals je er bij het binnen rijden van elk dorp één ziet … altijd verlaten … altijd vervallen.

Driemaal gebouwde Uxmal.

3 november 2023.

Galopina.

Kan je Unesco immaterieel werelderfgoed eten? Jawel, want de Mexicaanse keuken heeft dat Unesco-label. Voorlopig zijn we niet echt fan: wat we tot nu toe gegeten hebben, is weliswaar nooit te pikant maar toch met sterke, uitgesproken smaken en dikwijls verdronken in salsa of “mole”. Niet zo in Galopina. Elisa, die niet alleen de boel runt maar ook kookt, zette ons gisteravond een drie gangen maaltijd voor: fris slaatje, zeebaars in witte wijn saus, Belle Hélène peer = top! Galopina is trouwens meer een B&B dan een hotel: vijf kamers en … wij zijn hier de enige gasten! Van rust gesproken.

Vandaag bezoeken we voor het eerst een “grote” archeologische site: Uxmal, wat in Maya-taal “de driemaal gebouwde” betekent. Anderhalf uur rijden, langs lange, rechte en groene wegen, door oude dorpjes, waar een koe langs de straatkant toekijkt hoe stukken van haar zus op de grill liggen te roosteren. In sommige van die dorpjes liggen zelfs een Maya-piramide en een kerk zij aan zij (Palacio de los Estucos in Acanceh).

Naast topes zijn straathonden (“perros callejeros”) het grootste probleem: ze maken er een sport van om op het laatste moment weg te springen of zelfs doodleuk te blijven liggen midden van de straat. Bovendien valt er af en toe een miezerige motregen bij 24 -26° C. Bij een vuilhoop zitten gieren op de weg.

Uxmal.

Hoe efficiënt is dit georganiseerd: parking betalen, slagboom open. Ticket betalen (met credit card) en belasting apart (in cash). Tickets scannen en … binnen. Heel wat anders dan in Ek’Balam. Al onmiddellijk onder de indruk: de toegangsweg brengt ons aan de achterkant van de imposante “Piramide van de Tovenaar”, 35 meter hoog. Het “Nonnenklooster” daar net achter heeft niets met klooster of nonnen te maken: een geheel van vier gebouwen rond een vierkant plein deed de Spaanse veroveraars denken aan een klooster, vandaar. “Gewapend” met het boek “Archeologische Maya Sites in Yucatán” van Sergio Vazquez (2021) op e-reader wandelen we door de 1 km brede en 6 km lange site. Wat een prachtig gerestaureerde en goed onderhouden plek. Ook het aantal bezoekers valt mee: door de uitgestrektheid van de “stad” zijn er nooit te veel mensen op één plek. We kunnen zelfs foto’s zonder menselijke aanwezigheid schieten! Meer dan twee uur dwalen we rond … een vervellende leguaan zonnebaadt op de oude stenen: die kan het allemaal niets schelen.

Na een snelle snack – Rollos de Pollo – terug naar Galopina. Daar hebben we nog tijd voor een kleine wandeling in de brousse, geëscorteerd door de twee honden van Galopina. Natuurlijk ook voor een aperitief achteraf: witte wijn met “crema de alcachofa” (artisjok). De geneugtes van “slow travel” …

P.S. Onze eerste week in Mexico zijn we zonder kleerscheuren door gekomen … of toch niet: Betty heeft vandaag haar broek gescheurd. Ik heb even getwijfeld maar “Met de billen bloot in Uxmal” zou toch geen gepaste titel zijn voor een serieuze blog. 😂

Izamal in het okergeel.

2 november 2023.

Cementerio.

Espita verlaten zonder het kerkhof (cementerio) bezocht te hebben zou onvergeeflijk zijn. Vandaar … we kuieren tussen de grafzerken. Iemand geeft een graf nog een extra likje blauwe verf. Een ander verft liggend het plafond van een kleine grafkapel: alleen zijn voeten steken nog buiten. Hier en daar mijmeren mensen bij een graf …

Izamal.

We hebben ooit een roze stad gezien (Jaipur in India) en een blauwe stad (Jodhpur, ook in India), deze keer wordt het een gele stad: Izamal, halfweg tussen Espita en Galopina, onze volgende verblijfplaats. Deze rit is “tope-arm” – we passeren weinig dorpjes – maar moeten wel uitkijken voor laaghangende takken, die tegen het dak van de auto schrapen. Af en toe schrikken we zwarte gieren op bij hun “road kill” festijn.

In Izamal laten we de auto achter langs de kant van calle 33, net achter de “Convento de San Antonio de Padua”. Wat een indrukwekkend klooster. Alles in geel geverfd, behalve dan de achterkant. Het rechthoekige binnenplein is het op één na grootste ter wereld na het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. En wat een zuilengalerij! Maar behalve een verguld, barok altaarstuk is er binnenin de kerk weinig te zien. De hele constructie is gebouwd op een half afgebroken Maya-tempel. Van hieruit kan je de 1 km verder in de stad gelegen Maya-piramide Kinich Kakmó zien.

Wandelen door de straten met okergele huizen (gelukkig heb ik een short in dezelfde kleur aan 🤣). Eens je echter de centrum-straten verlaat, wordt de gele kleur schaarser en worden de huizen armoediger. Op het centrale plein naast de Convento, op een bankje in de schaduw verorberen we onze meegebrachte lunch en observeren de toeristische drukte. Nog een dubbele espresso en een frappé classico en we rijden verder.

Galopina.

Galopina is een tot klein hotel verbouwde oude henequén-hacienda. Hennequén is een plantaardige vezel, afkomstig van een bepaalde agave-soort. ‘t Was reeds voor de Maya’s en Azteken een belangrijke textielvezel en wordt gebruikt voor kleding en vloerbedekking. We passeerden onderweg zo’n agave aanplant.

Galopina ligt nu midden in het oerwoud. Onze kamer op de eerste verdieping kijkt uit over het bladerdak. Nu pas beseffen we hoe lawaaierig Espita was, en ook Valladolid, en Izamal. Hier horen we om 4 uur ‘s namiddags alleen de wind in de bomen ruisen. Misschien bij valavond vogel- en andere geluiden? Tijd voor een wit Argentijns wijntje, rustig op ons terras … en kijken hoe de avond valt.

Off the beaten track: San Felipe, Yucatán.

1 November 2032.

Chichen Itzá.

Chichén Itzá prijst zich aan als één van de zeven “moderne” wereldwonderen! Desondanks … na veel internet-gesurf beslissen we om de site letterlijk en figuurlijk links te laten liggen! Want:

• toeristenval met honderden kraampjes en verkopers;

• druk: tot 3.000 bezoekers per dag; een gids vertelde ons dat je er ten laatste bij opening om 8 uur moet zijn anders is het echt veel te druk;

• duur: 32 € per persoon, 60 € per persoon voor een op voorhand te boeken en te betalen “skip the line ticket” om niet aan de kassa bij de ingang te moeten aanschuiven;

• er zijn mooiere, grotere en niet-drukke sites, sommige zelfs met hogere piramides dan de tempel van Kukulcán (“El Castillo”) in Chichén Itzá;

• overigens is niet Chichén Itzá maar alleen de tempel van Kukulcán een zogezegd “wereldwonder”. De reisblog Flitter Fever legt het allemaal prefect uit.

Wat doen we dan wel? Terug naar de kust: San Felipe aan de Golf van Mexico, een uurtje rijden van Espita.

San Felipe.

Dit is echt “off the beaten track”. In tegenstelling tot in Rio Lagartos worden we al niet aan de ingang van het dorpje gestopt door verkopers van boottochtjes. Onmiddellijk vallen de kleurrijke houten huisjes op. Op de strandboulevard (malécon) geen toeristen te zien, alleen “locals” en een paar geparkeerde auto’s. Er staat een stevige zwoele wind. Vele tientallen vissersbootjes deinen op en neer. Aan de overkant van de Ría Lagartos-lagune zien we opnieuw flamingo’s (met verrekijker), en langs de malécon allerlei soorten steltlopers, pelikanen en fregatvogels. We wandelen tot het uiterste westerse puntje van San Felipe en … ontdekken daar een vlonderpad op de rand van mangrove en zee.

Mangrove.

Het pad ziet er “redelijk” uit, dat wil zeggen: hier en daar een plank los en af en toe één of twee ontbrekende planken, sommige schots en scheef, maar toch alles bijeen stevig. We zijn op de “Sendero Punta Morena” beland. Na een paar tientallen meters slingert het pad zich de mangrove in. Betoverende ervaring, te meer daar we plots een soort wasbeer met ringstaart spotten en – van dichtbij – allerlei water- en wadvogels. Midden in het mangrove-slijk verzamelen twee mannen slakken … Het pad eindigt in een andere wijk van San Felipe, maar met plezier maken wij rechtsomkeer, nog een keer door de mangrove.

Malécon.

Een vissersbootje gaat een paar tientallen meter voor de malécon-kade voor anker. De vissers beginnen allerlei visafval overboord te gooien en dan ontvouwt zich een spektakel: tientallen meeuwen, tientallen fregatvogels en een klein aantal pelikanen storten zich op wat er overboord gaat.

Nog wat rond kuieren in oostelijke richting op de Malécon. De hele tijd geen enkele toerist gezien! Dan is het nu het moment voor “filete a la plancha” in vis-restaurant Vaselina.

We keren terug naar Espita via Tizimin. Niet zo interessante plek: uiteraard een versterkte-burcht-kerk en een botanische tuin met annex dierentuin. Maar dit is wel interessant: net voor Tizimin wandelt een armadillo, gordeldier, rustig over de verlaten weg. Stoppen, kijken, foto? Nee, hij (of zij?) verdwijnt in het struikgewas.

Terug in Casona los Cedros: vandaag zo’n 150 km gereden en 64 topes (verkeersdrempels) “ontmoet”!

Om in de sfeer te blijven eet Betty vanavond sashimi van barracuda van San Felipe. 😋

Speciale kerken, choco en regen: naar Valladolid.

31 oktober 2023.

De kortste weg is zelden de interessantste. We rijden via een omweg langs Dzitás en Uayma naar Valladolid en hebben de baan zo goed als voor ons alleen. Zoals gewoonlijk: kaarsrecht, tussen groene muren en tunnels, opgepast voor topes!

Dzitás.

Dzitás ligt ver van de gebaande paden, zeer landelijk. Hier komt geen toerist, behalve een verdwaalde en wij. Natuurlijk wordt Hanal Pixán, de “día de muertos” hier ook gevierd. Altaartjes op het centrale plein, toeloop van mensen in traditionele klederdracht, kinderen krijgen drankjes. En dat alles voor een dorpskerk als een versterkte burcht.

Uayma.

Uayma is van een ander kaliber: al veel stedelijker door zijn ligging, dicht bij Valladolid en hier zijn ook weer enkele toeristen. Die komen af op de kloosterkerk, een wel heel speciaal gebouw, zowel binnen als buiten. Hier zeggen foto’s meer dan duizend woorden. Alleen nog dit: het rood symboliseert het bloed van Christus; het blauw van de bloemen (of sterren?) staat voor de moeder van God en de tweekoppige adelaar in het midden boven de ingang is het wapenschild van de Habsburgers. Die heersten over Mexico tijdens de bouw van de kerk. Toegang tot kerk en bijhorend, verlaten klooster is gratis!

Valladolid.

Wat onmiddellijk opvalt in Valladolid, één van de grootste steden van Yucatán, is de drukte en het totaal ontbreken van de driewiel-moto-taxi’s van Espita. Auto’s en luidruchtige moto’s regeren de stad, vooral in de brede lanen met kleurrijke koloniale huizen. Zodra je van de grote straten afwijkt, zijn de huizen kleiner, armoediger. Vele Casona’s zijn gebouwd met stenen van Maya-tempels maar als teken van respect zijn de hoekstenen soms bloot gelaten, niet geschilderd of gepleisterd. Het Parque Principal Francisco Canton Rosado is het hart van de stad, gedomineerd door de kerk die als twee druppels water op die van Espita lijkt: ook twee torens, ook net een dreigend-versterkte burcht.

Choco-story.

Al tweeduizend jaar geleden dronken de Maya’s cacao. Niet toevallig dat er in Valladolid een museum over cacao en chocolade is. Een heel interessant museum: we leren heel wat bij over de relatie tussen de Maya’s en cacao, over de evolutie van de cacao-drank naar chocolade zoals we die nu kennen.

Interessant weetje: als er suikerriet is in Mexico, dan komt dat onrechtstreeks door cacao. Omdat de Europeanen hun cacao-drank met suiker verkozen, werd suikerriet vanuit China geïmporteerd om in Mexico te verbouwen. Een lading chinezen kwam mee om te garanderen dat de oogst een succes zou worden. En nog een weetje: met 11.540 kilo per persoon zijn wij Belgen de grootste chocolade-eters ter wereld, nipt voor de Zwitsers.

Het museum toont – naast een paar leuke voorwerpen, zoals “moustache cups” waaruit ook mannen met een snor hete cacao kunnen drinken – een aantal eeuwenoude kunstvoorwerpen. Prachtig jade dodenmasker bij voorbeeld. En uit de schil van de Jicara-vrucht werden drinkbekers voor hete choco-drank gemaakt.

Tot slot wordt het hele productieproces van cacao-boon tot chocolade uitgelegd (in ‘t Spaans) en … kan je proeven, zowel van de boon als van het eindproduct.

Choco-story, Valladolid = absolute aanrader.

Regen.

Op de terugweg pakken zich donkere wolken samen in het noordwesten, de richting die we uit moeten. Op zo’n 15 km van Espita is het zover: met bakken valt de regen neer. De temperatuur daalt van 33 naar 23° C. In geen tijd staan straten blank, vooral aan de topes. Meestal zijn er geen riolen langs de wegen. Gieten, gieten, gieten! Aan een tankstation vraag ik of dit normaal is (Ja) en hoelang het gaat duren (2 uur, min of meer). Ook de straat aan Casona los Cedros is herschapen in een halve rivier. Gelukkig komt personeel aangesneld met twee paraplu’s, hoewel … de Mexicanen lijken zich weinig of niets aan te trekken van de regen … en eigenlijk vinden wij het ook wel leuk!

Vanavond dineren we opnieuw in Casa Kacaya. Achteraf zoals gewoonlijk nog even naar het centrale plein van Espita stappen. Maar op Halloween wordt er niet gefeest, geen feria, geen fiesta, nada, niets! Raar …

P.S. De regen stopte inderdaad na ongeveer 2 uur.