Over vuilnis en een steengroeve.

Vuilnis.

Sinds we in Sicilië zijn, worstelen we met vuilnis, ondanks de “mooi schoon” internet-site van Marsala. In principe wordt hier selectief opgehaald, MAAR

  1. Er moet gesorteerd worden, maar de vuilniszakken voor groen-afval zijn de zakjes waarin in de winkel je groenten of fruit wordt verpakt, dus klein! Hoewel, je zou ook speciale zakken kunnen kopen?
  2. Idem ditto voor papier en karton.
  3. <Wat met drank- en blikverpakkingen moet gebeuren snappen we niet maar je moet ze wel sorteren.
  4. Het is redelijk onduidelijk wat, wanneer wordt opgehaald ondanks de online kalender.
  5. En ten slotte slingert afval overal langs de weg. In de buurt van Mazara en Selinunte zie je zelfs regelmatig drie, vier afvalcontainers bedolven onder de vuilzakken. En die bergen groeien dagelijks in de lengte en de hoogte aan!

Resultaat: bijna elke dag zetten we vuilnis buiten om het ‘s avonds weer binnen te halen. Maar erger: we krijgen sterk de indruk dat Sicilië – of althans deze streek – gewoon vuil is, met één belangrijke uitzondering: de toeristische sites en het oude centrum van stadjes!

Steengroeve.

In het verlengde van ons bezoek aan Selinunte gisteren, willen we nu zien waar al die bouwstenen voor tempels, steden en Acropolis vandaan komen. Van de Cave di Cusa, een steengroeve op zo’n kleine 20 km van Selinunte!

Om 9 uur zijn we er de eerste en voorlopig enige toeristen. We parkeren naast een afvalberg op de officiële parkeerplaats. Toegangsprijs is 2 € per persoon … tenzij je eerder Selinunte hebt bezocht en je ticket kan tonen. Dat kunnen we helaas niet: onze tickets van gisteren liggen in de vuilnisbak in villa Rita. Maar de vriendelijke mevrouw aan de ingang is tolerant: als we een foto van Selinunte kunnen tonen is het OK. En dat kunnen we! Bedankt, vriendelijke Siciliaanse mevrouw.

Grote bewerkte rotsblokken.

Rechtopstaande blokken in groeve.

De steengroeve is in 409 voor Christus al even plots verlaten als Selinunte zelf. Resultaat: je ziet er nog waarmee en hoe arbeiders en slaven toen bezig waren. Grote ronde rotsblokken liggen her en der verspreid. Van een paar zie je duidelijk hoe ze uit de rots zouden zijn gehaald. Bovendien is de 1,8 km lange steengroeve ook grotendeels ingenomen door de natuur. Gelegenheid tot een leuke natuurwandeling in de eeuwenoude steengroeve met opnieuw veel foto-opportuniteiten.

Stuk rots, deels rond uitgehouwen.

Droog landschap met rotsblokken.

Castelvetrano.

Volgens onze acht jaar oude reisgids, is het historisch centrum van Castelvetrano in de buurt van Selinunte de moeite waard. Maar om er te geraken, trotseer je eerst de drukke toegangswegen met bergen afval langs de straat. Is hier een staking gaande of zo? Daarna rij je door al even hectische smalle straatjes op zoek naar een parkeerplaats. Bijna niet te vinden! We ontdekken een zo goed als lege parking, vlak bij het centrum. Betalend, en dat betalen kan alleen via een smarphone-app. Downloaden, gegevens invullen en nog meer gegevens invullen … we geven het op. Dan maar risico nemen en niet-betalend parkeren? Gelukkig ontdekken we even verder een kleine parking waar je een uur gratis kan parkeren. En dat uur is ruimschoots voldoende om het zakdoek-grote Centro Storico te bekijken. Het Umberto I plein met aanpalende Piazza Carlo D’Aragona is pittoresk en speciaal. Maar de enige bar met terras is gesloten. Ook geen drankgelegenheid in de omringende drukke straatjes. Auto’s overal. Dus houden we het hier voor bekeken. Weg zijn wij.

Centraal plein van Castelvetrano.

Salemi.

Salemi ligt dan weer een half uurtje verder, geplakt tegen een berghelling. Ook hier opnieuw parkeerproblemen. Dit stadje is – althans wat betreft het historisch centrum – heel wat rustiger en grotendeels verkeersvrij of -luw. De smalle straatjes doen hier wat Arabisch aan. Alles is statig en netjes. Maar er zijn geen toeristen en zelfs zo goed als geen lokale bevolking op straat. Helemaal bovenaan de berghelling, op het centrale plein, ligt de ruïne van de kerk – ingestort na de aardbeving van 1968 – tegenover de kasteelruïne. Het plein lijkt ons ruimer, opener en specialer zonder de kerk. De gestabiliseerde restanten geven het geheel een extra cachet. En de bar op dit plein is wel open! Ze serveren er echter alleen Belgisch bier, Grimbergen. Geen Italiaans bier met als verklaring “Italianen zijn geen bierdrinkers”. Dan maar een Corona, Mexicaans biertje gedronken, compleet met limoen in en zout aan de flessenhals.

Salemi : vierkante torens van kasteel.

Salemi: kerkruïne met vespa.

We dalen terug af door de oude stad. Nog een hongertje. Arancine in een volgende bar lossen dat probleem op. De terugrit naar “huis” loopt door een golvend landschap van wijngaarden en velden van olijfbomen, spijtig genoeg één keer ontsierd door … een grote officiële vuilnisbelt.

Vanavond blijken onze buitengezette vuilniszakken natuurlijk niet opgehaald EN bovendien opengescheurd door straathonden. Alles dus maar weer samen geraapt in nieuwe zakken en binnen gehaald.

Sicilië en vuilnis: een raadsel … wij geven het op!

Selinunte.

Het grootste archeologische park van Europa ligt in Sicilië: Selinunte! Naar goede gewoonte zijn we één van de eerste bezoekers van de dag. Tickets kopen, maar voor 6 € per persoon krijg je wel geen plannetje van de site. Zou dat er trouwens wel zijn? Net voorbij de ingang staat een bord met een QR-code. Even scannen met een smartphone en 3,49 € betalen voor de selinunte-app en je kan op stap. In zwaar geaccentueerd Engels krijg je degelijke uitleg maar de tekst in de app lijkt nergens op. Zoals bij voorbeeld de zin “Does it visit afoot”? (Je kan je ook laten rondrijden in een golfkar-treintje – “Does it visit with the shuttle?”). Wegwijzers zijn schaars in het park maar het te volgen circuit wijst zichzelf toch min of meer uit.

Na de ingang naar rechts voor de oostelijke en mooiste tempel van de site, de tempel van Hera heropgebouwd in 1957. Maar eigenlijk weten we niet meer aan welke god elke tempel was toegewijd. Daarom wordt iedere tempelruïne geïdentificeerd door een letter van het alfabet (“E” is de tempel van Hera, dorische stijl). Je kan niet alleen rond maar ook door de tempel wandelen, in tegenstelling tot de tempel van Segesta waar je alleen maar rond kon stappen.

Griekse tempel in Selinunte.

Tempel van Hera van binnenin gezien.

Van hieruit zie je in de verte op een plateau de Acropolis liggen met de zee als achtergrond.

Naast tempel “E” liggen de overblijfselen van nog twee andere tempels die parallel met de eerste moeten gestaan hebben. Tempel “G” was vermoedelijk toegewijd aan Zeus en bedoeld om de grootste van de drie te worden maar nooit afgeraakt want … vernietigd in 409 voor Christus tijdens de oorlog met Carthago. Dat kan je trouwens zien aan de kolommen die nog mooi rond zijn zonder enige groef-bewerking. Die werd pas aangebracht nadat de kolommen recht stonden en het dak kon gelegd worden.

Rechtopstaande en liggende zuilen.

Iets verderop is het museum. De ingang ervan wordt blijkbaar tijdelijk ingenomen door een congres van architecten. Een mevrouw van het museum maakt zich daarover behoorlijk druk: haar “turisti” aarzelen om het museum binnen te gaan en dat kan niet. Het museum is klein maar mooi en het is er koel!

Zuilenrij.

We wandelen nu een flink eind, eerst bergaf en dan weer bergop naar het plateau met de Acropolis en de oude stad. Een team archeologen is hier nog steeds bezig met de aarde om te woelen. Wij wandelen over en door de ruïnes, op de voet gevolgd door een straathond. En nemen volop foto’s.

De site is tegelijk natuurgebied: ‘t is leuk stappen langs acacia’s in bloei, mimosa; zelfs wilde artisjok en venkel zien we. Voor de Acropolis staat een karretje waar “granite” – een soort sorbet typisch voor Sicilië – verkocht wordt. Alhoewel “verkocht”? David en ik gaan ostentatief bij het karretje staan maar de verkoper is te druk bezig met een telefoongesprek. Even wachten? Nee! Ook na het gesprek eist de smartphone alle aandacht op! De verkoper negeert ons compleet. Dus helaas geen “granite” voor ons …

Verlaten ijskraampje.

Lou heeft een moeilijke dag, nog moe van gisteren? Dus houden we het hiermee voor bekeken en wandelen terug naar de uitgang. We hadden nog de ruïnes van heiligdommen kunnen bekijken, nog verder gelegen dan de Acropolis maar de 3,5 km die we nu hebben gewandeld volstaan ruimschoots.

Op weg terug naar villa Rita worden we op amper 100 meter van ons huis gestopt door een wegafsluiting en politie. Ongeluk gebeurd. Een vijftigtal meter verder liggen twee motorfietsen dwars over de weg. Jaja, het verkeer in Sicilië … Klein omwegje nodig om terug thuis te raken. Vanavond inktvis met feta, munt, paprika en couscous op het menu.

Mimosa (geel tussen groen).

Una giornata di riposo.

“Una giornata di riposo”, rustdag in Sicilië op deze 21 juni, de langste dag van het jaar. Een giornata di riposo voor ons althans, dat hebben we zo beslist. Geen rustdag voor de Sicilianen. We kiezen er voor om ‘s ochtends opnieuw Mazara del Vallo te bezoeken. Ligt maar op 17 km van ons vakantieverblijf.

Zeemonster.

Deze keer rijden we naar de haven en … belanden langs de verkeerde oever van de Fiumara Màzaro (de rivier die in Mazara in zee uitmondt), te midden van kranen, oude boten en een scheepswerf. Rechtsomkeer maken, een brug over. Nu zitten we goed: we parkeren op de grote parking bij het begin van de Lungomare Mazzini, naast een paar caravans die duidelijk niet van toeristen zijn. Roma?

Haven met boten in droogdok.

We wandelen vanaf de monding van de rivier langs de kade naar de stad toe. Vissersboten, de scheepswerven aan de overkant, scheepswrakken … we kijken onze ogen uit. Plots merken we beneden in het water van de riviermonding een zeemonster. Een gigantische opgezwollen kop, opengesperde muil met tanden en een reuze-oog. Een passerende gepensioneerde vertelt ons – een beetje smalend, “Die domme toeristen” zien we hem denken – dat het om de kop van een tonijn gaat. Daarmee kunnen vissers niets aanvangen. De kop van gevangen tonijn wordt er afgehakt en gewoon overboord gekieperd.

Kop van tonijn in haven.

Iets verder is een overdekte vismarkt, een mannen-aangelegenheid blijkbaar. Veel Noord-Afrikaans uitziende vissers en/of visverkopers. Ruim aanbod van grote garnalen, kleine haaien, dorade, rouget … Iets verder op de kade meert een klein visserssloepje aan. Onmiddellijk staan een tiental mannen klaar om de verse vis te kopen en in ontvangst te nemen. Wat een bedrijvigheid!

Glazen gebouw van de vismarkt.

Gekleurde tegels stellen leerlooiers-atelier voor.

Kasbah.

We zijn wel benieuwd of de Kasbah nog steeds zo verlaten is als op zondag. Jawel! Maar het is dan ook nog geen 10 uur ‘s ochtends! Toch is het leuk om opnieuw te flaneren in de smalle straatjes, de beschilderde rolluiken te bewonderen en/of de vele geglazuurde keramiek afbeeldingen op de gevels te bestuderen. Die beelden allerlei  ambachten uit: leerlooiers, kleermakers, wijnboeren …

Gekleurde muurtegels stellen oude kaart van Mazara voor.

Rolluiken beschilderd met middeleeuws tafereel.

Op de Piazza della Republica is het tijd voor cappuccino met een dolce. Plots komt een oude kerel met driewieler en daarop een geluidsinstallatie gemonteerd, het plein opgefietst. De lokale dorpsgek? Italiaanse liedjes schallen over het plein terwijl hij enthousiast rondjes draait en wuift naar zijn publiek. Raar, maar leuk! De muziek past bij het decor. En na 10 uur gaan geleidelijk aan toch wat meer rolluiken open om juwelierszaken, schoenwinkels of kleerwinkels te onthullen. Maar veel volk is er nog altijd niet … Hoe bedrijvig de haven, zo leeg blijft de kasbah.

Man op driewieler met geluidsinstallatie.

Rustdag, dus nu terug naar “huis” voor een namiddagje zwembad onder de stralende zon van Sicilië.
En omdat we tegen de avond uitgerust zijn, gaan we aperitieven in Marsala en pizza eten in “Baglio dei Mille”. Een baglio is overigens de naam voor een huis met binnenplein. Voor mij een Pizza Baglio dei Mille met – uiteraard – mozarella maar ook kerstomaatjes, garnalen, peterselie en “bottarga”. Dat laatste ingredient is visseneitjes, in de kuit van de vis gezouten, dan tussen twee planken geperst en ten slotte gedroogd. Hmmm …

Morgen op naar Selinunte.

Zout.

Sicilië, kustweg SP21 tussen Marsala en Trapani.

Windmolen met 1 halve wiek.

We rijden tussen wijnvelden langs de ene kant en riet, afgewisseld met “saline” – zoutpannen – langs de zeekant. Dit is de “Via del Sale”, de zoutweg. Foto-mogelijkheden zijn er te over:

1) schilderachtige windmolens, vroeger gebruikt om water van de ene pan naar de andere te pompen; nu vervangen door motorisch aangedreven schroeven van Archimedes;   

2) roze-kleurige vakken zout water van elkaar gescheiden door lage muurtjes/wandelpaadjes;   

3) grijze zoutbergen of zoutpiramides met dakpannen bedekt (eindstadium van zoutwinning) of half aangesproken zoutbergen waar de witte binnenkant contrasteert met de grijze buitenkant en de roze zoutpannen.

We passeren de aanlegsteiger waar we een paar dagen geleden de boot naar Mozia namen. Even verder zien we nieuwe zoutpannen met een zoutmuseum, café, restaurant, terras en mogelijkheid tot boottochtjes in de Stagnone di Marsala (baai van Marsala).

Zoutbergen bedekt met dakpannen.

We passeren verder langsheen een natuurreservaat. We zijn op weg naar de Salina Culcasi in Nubia. Hier is ook weer een zoutmuseum en je kan er tussen de zoutpannen wandelen, het  circuit van de zoutwerker – de “Percorso di Salinaio” – volgen. Wat we dan ook doen. De zon straalt maar er waait een verkoelend briesje vanuit de zee. Prachtig wandelingetje langsheen de verschillende stadia van zoutwinning, van het eerste bekken waar nieuw zeewater instroomt, tot het laatste waar de roze tinten van algen overheersen en de concentratie aan zout het hoogst is. De zoutbergen zijn steenhard: het zout is tot dikke kristallen aan elkaar gekoekt.

Zoutmuseum van Culcasi met windmolen.<

Twee windmolens aan zoutpannen.

Roze meertjes voor zoutwinning.

Eind van de voormiddag reeds. Plan is om het oude stadscentrum van Trapani te bezoeken. Maar dat valt tegen: druk stadsverkeer en geen vrije parkeerplaats te vinden, behalve dan op meer dan 2 km van het stadscentrum. Een andere keer dan maar als we hier een keer veel vroeger kunnen aankomen.

Terug naar Marsala. Lunch op het terras aan zee van het restaurant “Baglio dei Mille”, een meer dan behoorlijke pranzo! Betty en Evelien gaan voor het typische gerecht van Marsala: couscous di pesce. Blijkbaar een aanrader. David en ik nemen als enigen nog een dessert: tiramisu, eccelente!

Net zoals gisteren pakken donkere onweerswolken samen in het zuiden. Maar ‘t komt niet tot een hevig onweer boven onze hoofden. Alleen regent het zachtjes de hele namiddag. Sommigen slapen of proberen dat te doen … maar kleine Lou niet! 

Dan maar een visje halen (zeetong), inkopen doen, aardbeien kopen aan een straatkraampje. Morgen hopelijk een nieuwe stralende dag!

Zingaro.

Zingaro betekent zigeuner in het Italiaans. We trekken vandaag – 19 juni – naar de Riserva Naturale Orientata “Zingaro”. Iets later dan gewoonlijk gestart: pas om tien uur staan we aan de ingang van het natuurgebied. Daar betalen we 4 € per persoon, krijgen een A4-tje met wat uitleg over de enige wandelweg en hup … op stap.

Cosa Nostra.

Nog maar pas zijn we de ingang voorbij of we moeten door een straatbrede tunnel van een goede vijftigtal meter. Bedoeling was om hier effectief een straat aan te leggen en het gebied te ontsluiten en te “ontwikkelen” zoals dat heet in bouwpromotoren-taal. Dat is dus niet doorgegaan. Officieel omwille van het protest van natuurverenigingen en ecologisten. Maar … er wordt gefluisterd dat de Cosa Nostra, de Siciliaanse maffia, de zaak heeft geblokkeerd en er uiteindelijk heeft voor gezorgd dat het natuurgebied werd behouden. Reden: sommige van hun zaakjes breng je beter aan wal in – of laat je beter vertrekken vanuit – een verlaten gebied. En wil je iemand laten “verdwijnen” … dan is dit de aangewezen plek. “Fake news” of … we zullen het wel nooit weten want … omertà, zwijgplicht!

Donkere tunnel in rotswand.

Zingaro.

Hoe dan ook, het natuurgebied is er en is zelfs het eerste en oudste van Sicilië. Aan ons om er van te profiteren. Het wandelpad loopt enkele tientallen meters boven de zee. Aan de ene kant rotshelling en bergen, aan de andere kant het azuurblauw van de Middellandse Zee. Stralende zon en … tegen onze verwachting in veel wandelaars. Meestal Italiaanse “strandgangers”: deels of helemaal in badpak en gewapend met strandmatten, handdoeken, parasols, tot zelfs strandstoelen toe. Want af en toe is er een afslag van het wandelpad naar beneden, naar kreekjes en baaitjes met een klein strandje.

Blauwe zee, groene bergen, tropische planten.

Al die afslagen laten we voorlopig links liggen (eigenlijk liggen ze rechts van het pad). We genieten van de zon, de panorama’s met de zee en de rotsen, de bootjes … De begroeiing is uitzonderlijk en overvloedig. Spijtig genoeg zijn de meeste bloemen reeds uitgebloeid. Hun typische bloeiperiode is december/januari tot april. Moet speciaal zijn in de lente. Maar ook nu is het hier prachtig. We proberen ons niet te ergeren aan de vele toeristen en stappen door. Hier en daar kan je terecht in piepkleine musea verspreid langs het pad, “gratis”. Maar vandaag geven we de voorkeur aan wandelen.

Panorama over zee, bergen en strandje met baders.

Na ruim een uur (tot het eind van het pad is het dan nog een uur wandelen) dalen we ook af naar een strandje. ‘t Is een keienstrand en druk: hier zitten/liggen de strandtoeristen! In elk geval hebben ze al heel wat moeite gedaan om hier te geraken. Alhoewel, sommige van die baaitjes worden ook druk door bootjes aangedaan. Water drinken, Lou uit de draagzak en wat baders gadeslaan … Dan vatten we de terugtocht aan. Heel wat zwaarder nu doordat de zon al flink brandt. We hebben amper nog oog voor de speciale vegetatie van Europese dwergpalm, laurierboom, agaven … Bijna terug bij het beginpunt ten slotte, zoeken we verkoeling in de tunnel waar oorspronkelijk een snelweg moest komen. Aan het plafond hangt een nest wilde bijen.

Rotsen, kiezelstrand en heldere zee.

‘t Is al laat (13:00 uur) en de terugreis duurt meer dan een uur. Dus lunchen we onderweg in restaurant Quetzal in Catellammare del Golfo, buiten op het terras met zicht op de haven onder ons. Calamari met een Insalata Siciliana als contorno. Gek maar tijdens de wandeling waren we over verhit. Nu, hierboven, in de schaduw van pijnbomen, hebben we op de rand af te koud. En is het is ook bewolkt en vochtig.

Terug naar huis …

Donder en bliksem.

Naarmate we Marsala naderen zien we de lucht donkerder worden. Zware, zwarte wolken pakken zich samen. Bliksems aan de horizon. We zijn nog maar net “thuis” in villa Rita of het onweer barst los. Twee bliksemschichten met onmiddellijke oorverdovende donderslagen schrikken de buurt op en doen het alarm van de buren afgaan. Het regent niet, het giet, stortregent, valt met bakken uit de lucht. Krachtige windstoten doen de terraszetels en -stoelen om en wegwaaien. Een laag tafeltje met glazen tafelblad kiepert om, tafelblad nog net niet gebroken, alleen van twee hoeken zijn kleine stukjes af. De oprit naast het huis overstroomt zowaar. Betty waagt zich buiten in de hoop een grote parasol te kunnen vastsjorren. Na 30 seconden staat ze als een verregende hond weer binnen. Lou kraait het uit van opwinding.

Overstroomde oprit van huis.

Gelukkig is dit ontij wel hevig maar ook kort van duur. Algauw breekt de zon weer door de wolken en kunnen we opruimen. De schade valt gelukkig nog wel mee. Ik stap met blote voet in een glasscherf. Niet al te erg.

Vanavond een glaasje nodig om ons adrenaline-niveau te doen dalen!