Erice.

Sospeta tra cielo è terra
Erice è tempio incorrotto
di età pietrificate.
Dino d’Erice

(Hangend tussen hemel en aarde
is Erice een onvergankelijke tempel
van een versteende leeftijd)

Deze morgen op ons terras: een invasie van mieren. Evelien en ik gaan ze met water en detergent te lijf. 

Een eindje verder in “onze” straat is er een klein kruidenierswinkeltje waar je vooral basis groenten en fruit kan kopen. Je wordt er hartelijk verwelkomd en bediend! Aan vriendelijkheid trouwens geen gebrek in Sicilië. David, Evelien en Lou staan iets na zevenen in het winkeltje op de aanvoer van vers brood te wachten. Behalve brood brengen ze ook nog ciambelle – donuts – mee. Zoete zonde …

Erice ligt op een goed uurtje rijden van Marsala. Of beter gezegd, dat is in tijd zowat de afstand tot het basisstation van de funivia – kabelbaan – naar Erice. Want Erice ligt op de top van de Monte Giuliano, 750 meter hoog. En je vertrekt zowat van zeeniveau, in Trapani. Een kabelbaanrit van 15 minuten. Maar daarvoor krijg je waar voor je 9 € geld (heen en terug): ongelooflijk uitzicht over de havenstad Trapani en de Middellandse zee. We staan dus even voor 10 uur op de top, in Erice en – zoals gewoonlijk op zo’n uur – weinig toeristen. Hier boven is het ongeveer 5° C koeler dan beneden maar dat is nog altijd een aangename 22° C.

Zicht op een deel van Erice in het groen.

We kiezen voor een wandeling van 4 km rondom het stadje. Erice is in de vorm van een gelijkzijdige driehoek op de rots gebouwd. Ongelooflijke panorama’s op de omgeving! We zitten zelfs boven de wolken: het wit ervan contrasteert scherp met de blauwe zee beneden en de vele velden en dorpjes die je van hieruit kan zien. Af en toe voert het traject ons dwars door Erice, langs super-smalle eeuwenoude straatjes, sommige de breedte van slechts één persoon. Kleine, uniform grijze huisjes. Veel leegstand en “vendesí” – te koop – maar zeker geen verloedering of verwaarlozing.

Straatje met trappen en bloemen in Erice.Plots botsen we op de Sant’Antonio kerk: van binnen prachtig in haar sobere eenvoud. We wandelen verder op en langsheen de buitenmuren van Erice. Dan de ruïnes van het kasteel bezoeken (eigenlijk de 4 € per persoon niet waard: dezelfde spectaculaire vista’s heb je ook vanaf de rest van het stadje). Een leuke accordeon-speler speelt éénzaam op een groot plein een vrolijk deuntje. Zo veel gelegenheid om speciale foto’s te nemen, zonder toeristen! Dank zij het “vroege uur”.

Smalste straatje van Erica.

Stenen boog en voetpad met trappen.

Kasteeltoren van Erice.

Naarmate de tijd vordert en we in het echte centrum van Erice verdwalen zien we de toeristische drukte toenemen. Hoewel, echt overvol is het er nog niet. Tijd nu voor een cafè doppio en wat “mensje kijken” vanop een terrasje. David kiest voor een arancino al spinaci (zie ook de blogpost van 29 mei 2016, wat hem duidelijk heel erg bevalt. Tijd ook om discreet wat foto’s te nemen van de inwoners van Erice. 

De wolken komen aanwaaien wanneer we naar de funivia terugkeren. En tijdens de afdaling zitten we helemaal in de mist/wolken. Geruime tijd hebben we geen zicht meer op Tapani tot bijna beneden. En dan breekt de zon weer helemaal door de wolken.

Meneer met wandelstok op bankje voor restaurant.

Oude dame met wandelstok aan tafeltje.

Erice: een absoluut hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk van (dit deel van) Sicilië!

Na een namiddagje zwembadplezier, gaan we aperitieven in Marsale. De sfeer op de Piazza della Republica is heel uitgelaten: veel mensen van alle leeftijden en origines. Het pretentieloze witte wijntje smaakt.

La vita è bella!

Mazara del Vallo.

Vandaag onze bezoeker voor een week – David – gaan afhalen aan de luchthaven van Palermo. Ritje van een uur en een kwart enkel, grotendeels doorheen een zonnig en bergachtig landschap. Een caleidoscoop van velden: bruine gran duro tarwe, groene wijnstruiken, olijfbomen, percelen met gele bloemen (lijnzaad?). En een snelweg die op deze luie zondag nog leger is dan in de week. Dus helemaal geen vervelend ritje!

Verkeer. 

Overigens wordt er hier toch behoorlijk agressief gereden, meer dan dat we ons herinneren van twee jaar geleden in het oosten van Sicilië. Op zijn italiaans of siciliaans dus. Bij een rood licht aan een overweg glipt een auto nog over, net voordat de slagbomen naar beneden gaan. En de trein is nog maar pas weg, slagbomen juist weer in beweging, of een vespa snort al over de sporen.

Borden met snelheidsbeperkingen – en er zijn er veel – dienen vermoedelijk alleen om de weg wat op te smukken: geen weldenkende Siciliaan die er op let. Af en toe rijdt er ook iemand door het “net rood geworden licht”, en wel degelijk niet “net oranje geworden”! Aan een kruispunt geldt het recht van de grootste lefgozer. Maar al bij al valt het mee, vooral doordat het verkeer helemaal niet druk is.

Mazara del Vallo.

‘s Namiddags bezoeken we Mazara del Vallo, de grootste vissershaven van Sicilië en bij uitbreiding van Italië. Maar het speciale aan Mazara is het “centro storico”, het oude stadscentrum: heel smalle steegjes die je doen denken aan de kasbahs uit Noord-Afrika. Er woont trouwens een grote tunesische gemeenschap in Mazara: werknemers in, op en rond de vissershaven. Alleen … het is zondag … de kasbah lijkt wel uitgestorven.

Kathedraal van Mara del Vallo.

Straatje met Vespa in Mara del Vallo.

Vele rolluiken zijn naar beneden, maar … ze zijn ook met graffiti beschilderd. Speciaal! En bovendien blijkt dit de dag van de jogging van Mazara te zijn: op en rond de Piazza della Republica loopt het vol met oude, jonge, grote, kleine, amateur-atleten. We moeten hier zeker nog een keer op een weekdag terugkeren als de kasbah-winkeltjes open zijn en de stad niet soest in een zondagse zon.

Graffiti in straatjes van Mazara.

Ijskraam coupe met fruit en slagroom.Laten we nu doen wat alle toeristen in Italië/Sicilië doen: een gelateria opzoeken en een “coppa”  gelato bestellen: twee coppa primavera met fruit en twee coppa soja. Schandalig grote porties!

Nog even langs de Lungomare Mazzini – de kade – flaneren en we kunnen terug naar huis …

Segesta.

Reizen met een zestien maanden oude peuter heeft het nadeel – of voordeel – dat je vroeg opstaat. Bij het krieken van de dag kraait hier niet de haan maar wordt je wakker gekraaid door Lou! Om zeven uur ten laatste is iedereen uit bed. Voordeel is dan weer dat we reeds bij openingsuur (9 uur) in Segesta zijn … als één van de allereerste toeristen van de dag. 

Tempio di Segesta.

Een grote parking ligt op ongeveer anderhalve kilometer van de archeologische site van Segesta. Vanaf die parking – kost 5 €, maar je staat er een hele dag als je wil – brengt de “gratis” shuttle bus je naar de eigenlijke ingang. Vanaf hier wandel je – na 6 € per persoon te hebben betaald – te voet naar de bezienswaardigheid van deze streek: de tempel van Segesta, drie sterren en “de reis waard”.

In een prachtig bergachtig landschap, maar verder in het “midden van niets”, ligt deze “tempio di Segesta”, een dorische tempel (geen krul bovenaan de zuil) op een bergtop.

Zo maar eventjes 2.500 jaar oud maar toch heel goed en volledig bewaard gebleven. En je kan er helemaal rond het bouwwerk met zijn imposante 36 zuilen wandelen. Ik voel me wat nietig tegenover zo’n statig monument. Bovendien … zo goed als geen toeristen op dit vroege uur. We krijgen de tempel op de foto zonder enige toerist!

Dorische tempel van Segesta.

Zuilengalerij van de tempel van Segesta.

Maar ook het landschap op zich verdient minstens een paar sterren. We wandelen – of beter gezegd “klimmen” – naar het amfitheater, 1.200 meter verder op een andere berg. De tocht voert doorheen weelderige, kleurrijke en voor ons exotische begroeiing. Stralende zon, maar de wind brengt verkoeling. 
Je zou ook een bus naar het amfitheater kunnen nemen; apart te betalen: 1,5 € per persoon. Niets voor ons … We genieten van de panorama’s over de bergen, de tempel in de verte tegenover ons, de gele, groene en bruine kleurvlakken in het landschap, witte wolken op blauwe achtergrond, de vlinders … Beneden komen de eerste busladingen toeristen nu volop toe.

Ruïnes met exotische begroeiing.

Openluchttheater van Segesta.

Vanaf het amfitheater hebben we zicht op zee. Er zijn nog ruïnes van een middeleeuwse kerk en een kasteel, zelfs van een moskee, getuigen van het turbulente verleden van Sicilië. En ook hier weer heel weinig mensen. Maar na ruim twee uur sightseeing wordt het stilaan tijd om terug af te dalen naar de ingang. Daar hebben we onze “caffè” ruim verdiend! Zelfs met iets typisch siciliaans erbij: een genovese al pistacchio voor Evelien, een cannolo siciliano voor mij – beide best genietbaar en tegen alle verwachting in niet mierezoet! – en een simpele fruitbeker voor Betty.

Lido Pakeka.

‘s Avonds wandelen we nog even naar het strand. Dichtstbijzijnd, op ongeveer 300 meter: de “Lido Pakeka”. ‘t Is weekend en dus zijn de stranden en strandbars open en zijn de strookjes zand aan de bars een beetje opgekuist: zeewier en algen weg, zand opgerakeld. Maar veel volk is er nog altijd niet. En als er dan iemand zit, dan is het met kinderen op niet-betalende delen van het strand. Het geheel blijft voorlopig een wat troosteloze en vuile aanblik bieden. 

We aperitieven dus vanavond liever in “onze” villa Rita!

Mozia.

De Feniciërs stonden hier bijna drie millenia voor ons. Daarna kwam Carthago, dan de Grieken, dan de Romeinen … Maar vandaag, 15 juni 2018, zetten we zelf voet aan wal op het eiland Mozia. Of Mothia, of Motya of San Pantaleo zoals het eilandje nog genoemd wordt… kies maar. Mozia is 1.600 meter lang en ligt op 7 km voor de kust ten noorden van Marsala. Verschillende  “shuttle-bootjes”, groot en klein, varen voortdurend heen en weer tussen de “Imbarcadero Storico Mothia” van Marsala en Mozia. De Feniciërs hadden weliswaar een weg naar het vasteland aangelegd maar die ligt nu onder de zeespiegel …

Saline.

Die imbarcadero ligt middenin de zoutpannen – saline – die de kust tussen Marsala en Trapani kenmerken. Grote ommuurde rechthoekige vlakken, bergen vuilgrijs zout, pittoreske windmolens waarmee vroeger water in de saline werd gepompt. Maar alle zoutpannen staan hier nu nog onder water: vanaf augustus begint de “oogst” van het nieuwe zout, wanneer het zeewater grotendeels is verdampt. Aan een prullaria-kraampje kan je zout kopen: 50 eurocent voor een halve kilo, een euro voor een kilo. Maar als de middellandse zee vervuild is – en het stinkt hier inderdaad opnieuw behoorlijk aan de kade – is dan het zout wel OK? Wij passen in elk geval …

Windmolens en zoutpannen.

Een pracht van een eilandje net voor de westkust van Sicilië! Onbewoond; doorspekt met opgravingen en ruïnes van millenia geleden; speciale mediterrane begroeiing; rustig en stil (ondanks de drukte aan de ontschepingsplaats met cafeetje – de “caffè” is er trouwens excellent); prachtige vergezichten op de blauwe zee met verschillende Egadische eilanden op de achtergrond. In anderhalf uur wandelen we op een gezapig tempo het hele eiland rond.

Wandelweg naast de zee op Mozia.

Ruïnes op Mozia.

Wit marmeren standbeeld van jongeling.Dan nog een bezoek aan het museumpje waarvan het pronkstuk een wit marmeren beeld van een jongeling in een lange plooien-tunica is.

Inmiddels houdt Lou niet op met de Italianen – op zich al gek op “bambini” – te charmeren: de “bellissimo”-kreten zijn niet van de lucht!

Maar kom, tijd nu om de imbarcadero terug te nemen.

Mozia is een leuke uitstap voor een lange halve dag (of een hele). Maar goedkoop is het niet: 5 € per persoon voor de overtocht per boot en 9 € om op het eilandje rond te struinen. 

Wij spenderen de rest van de dag aan het zwembad! En ‘s avonds nog een visje (pesce spada) halen in de pescheria! Met een grillo-wijntje d’er bij, typisch voor Sicilië. 

Marsala.

Even ongerustheid gisteren. Bij aankomst op de luchthaven van Palermo schuift een tiental mensen aan bij de “bagagli smarriti” (verloren bagage). Dat belooft! Maar geen probleem: valies van Betty, Evelien en mezelf plus buggy van kleine Lou (14 maanden) rollen netjes van de band.

Wat eerst opvalt wanneer we met onze Fiat Tipo naar het zuiden rijden, is het landschap: totaal anders dan het vlakke zuid-oosten waar alleen de Etna het landschap domineert. Hier liggen vele hoge rotsklompen verspreid over de vlakte, elk honderden meters hoog. Op één ervan, de ruïne van een kompleet verlaten dorpje.

Veel tijd voor sightseeing rest er ons echter vandaag niet: aankomst in Villagio Montalto, tegen Marsala, huis (Villa Rita – Marsala) “in bezit nemen”, inkopen doen en … tijd voor het avondeten, buiten op het terras! En om alvast in de sfeer komen: met een Siciliaans rood wijntje, een Nerello Mascalese !

Marsala.

Vroeg op vandaag! Amper 10 uur en we slurpen reeds een cappucino en espresso in het oude centrum van Marsala. Daarbij een cornetto al pistacchio, een soort croissant gevuld met een pistache-crème. Blijkbaar een lokale specialiteit – zelfs typisch ontbijt op Sicilië – maar echt enthousiast … hmm, dat nu ook weer niet. Als je langs de ene kant bijt, loopt de pistache er langs de andere kant uit. Maar het kleine centrum van Marsala is best een bezoek waard: kleurrijke lokale vismarkt, charmante piazza della Republica met grote maar binnenin saaie duomo, pittoreske straatjes. Veel Afrikaanse invloeden, zoals de reisgidsen beweren, zien we er toch niet.

Uitgestalde vissen in overdekte markt van Marsala.

Piazza della Republica in Marsala.

We wandelen verder een langwerpig parkje in – Lou profiteert van de kleine speeltuin (schuifaf!) – en we keren dan terug naar het Museo Archeologico di Baglio Anselmo en de romeinse opgravingen. Het museum zelf is top met als hoogtepunt de restanten van een Carthaags schip gezonken tijdens de eerste oorlog tussen Rome en Carthago (241 v. Chr.) en nu tentoon gesteld in een prachtige zaal van een oud wijnhuis. De opgravingen zelf zijn een stuk minder: veel rest er niet meer van de romeinse baden, versterkte torens en dies meer. Het geheel ligt zeer  verspreid over een grote vlakte. Maar de zon schijnt, de wind waait aan 40 km per uur vanover de zee (koel!) en de wandeling is leuk.
Ruïne van Romeins schip in Marsala.

Zwaardvis en tonijn in viswinkel.

We keren terug naar “huis” langs de strandweg en stoppen bij pescheria Euroittica voor dorade, pesto en … een flesje Marsala-wijn. Een secco, aan 8 € … kan je niet voor sukkelen. Overigens is de “strandweg” niet veel zaaks: strand is er niet tussen Marsala en Villagio Montalto. Bovendien stinkt het er uren in het rond naar ??? Rottend zeewier en algen? Of is dat nu de geur van de middellandse zee?

Na de lunch joggen Evelien en ik opnieuw naar het “strand” en lopen dan naar het oosten, de richting van Mazara del Vallo uit. Hier lijkt er wel een soort strand te zijn: een tiental meter breed, bruin ruw zand doorspekt met wier. Geen toeristen. Wel strandbars met stoeltjes en parasols maar … die zijn nu allemaal nog dicht en verlaten. Te vroeg op het seizoen zeker.

‘s Avonds nog even terug naar Marsala voor bezoekje aan het recent (2016) opgerichte monument ter ere van Garribaldi en zijn “I Mille”. Op 11 maart 1860 stapte Garibaldi hier aan wal met 1.000 manschappen (zijn “roodhemden”) met de bedoeling de Fransen uit Sicilië te verdrijven. Dat lukte zo snel en zo goed dat het uiteindelijk leidde tot de eenmaking van Italië. De 1.000 namen met hun geboortedatum zijn hier in muren van cortenstaal vereeuwigd.

Wit monument voor Garribaldi.

Maar genoeg geschiedenis voor vandaag. Tijd voor een aperitiefje in een vinoteca in het oude centrum van Marsala. Salute!