Dolce Far Niente in Cambodja.

Alle taxi-chauffeurs in Cambodja hebben drie of meer mobiele telefoons waarop ze voortdurend worden gebeld. Er zijn verschillende telefoon-operatoren en de dekking is niet in elke streek even goed. Dus: meerdere SIM-kaarten en meerdere telefoons!

Kep National Park. 

Doorkijk op panorama van tussen bomen.

Vandaag is Betty jarig. In principe dus een luie dag. Maar we zijn wel al om 7 uur op pad: wandeling door het Kep National Park. Dit park neemt het grootste en centrale, bergachtige deel van het schiereiland in. Eekhoorns en apen zouden hier moeten leven maar … geen dieren te spotten deze ochtend, op een millipede, vlinders en een paar regenwormen na. Wel een plezante wandeling (ik vergeet de muggenbeten – heb niet “ge-deet” vanmorgen – en de zwoele temperatuur) met op de top – 140 meter hoog – vergezichten op de baai. We lokaliseren de zoutwinning, het vogelhuis, Knai Bang Chatt.

Goed aangeduide voetpaden doorkruisen het hele park. Alles aangelegd door één persoon: de Franse eigenaar van het Led Zep café, iets voorbij “checkpoint 1” van het park. Verschillende borden wijzen op de noodzaak om het park proper te houden: geen evidentie in Cambodja. Op het strandje voor Knai Ban Chatt alleen al worden dagelijks twee zakken afval opgehaald!

Dolce far niente. 

Zalig nietsdoen. Eerst ontbijt: Khmer noodle soep en eiwit-omelet. Daarna vanop het Knai Bang Chatt grasveld uitkijken over de zee in de schaduw van een boom. Twee vrouwelijke vissers verschijnen. Met kleren, pet, sjaal en al stappen ze het water in. Ze speuren de bodem af en lijken af en toe iets op te rapen. Krabben? Eerder zee-egels. Soms verdwijnen de vrouwen bijna helemaal onder water. Alleen hun hoofden lijken dan nog boven te dobberen. Heel af en toe moeten ze terug aan land om een gevulde zak af te zetten maar ze doen uren lang onverstoord verder. Een jongetje – zoontje van één van de twee? – wacht geduldig met zijn kleine broertje. Eens klaar, rijden ze druipnat met twee volle zakken en twee kinderen weg op een brommertje.

Twee vrouwen vissen, staand in de zee.

Close-up van Khmer vrouw vissend in de zee.

Twee dames in het wit zoeken klanten voor hun Khmer massage. Betty laat zich niet pramen en verdwijnt voor een uurtje in de “Spa” van Knai Bang Chatt. Ik kijk uit over de baai. In de verte langs links ligt het eiland Phu Quoc, Vietnam. Rechts aan de horizon de bergen van Bokor – 1.000 meter hoogte. Een vriendelijke Khmer – zijn er andere? – brengt een spiesje met exotisch fruit … Eventjes zwembad in duiken: dat brengt nauwelijks verkoeling. Betty is enthousiast over haar Khmer massage. Het blijkt vooral wringen, draaien, duwen, stompen en los kloppen te zijn geweest. Als ze er maar geen blauwe plekken aan overhoudt.

Lunch in de Sailing Club met uitzicht op zee. Verder meer van hetzelfde: zwemmen, lezen en bij valavond uitgebreid de oranjerode zonsondergang fotograferen.

Blote voeten voor zwembad in tropische tuin.

Vanavond romantisch dineetje met twee aan de rand van de zee, onder een sterrenhemel.

Er zijn al verjaardagen op een slechtere manier gevierd!

Zonsondergang over zee.

Kep le Zoute.

’s Morgens vroeg, vooraleer de toeristen opnieuw bezit nemen van Otres Beach, spelen lokale kinderen op het strand. Ook een paar volwassenen wagen zich in zee, met zwemvesten en goed gekleed: Cambodjanen willen absoluut niet bruin(er) worden.

Knai Bang Chatt. 

Deze keer voert een rustige chauffeur ons van Sihanoukville naar ons volgende en laatste verblijf: Knai Bang Chatt bij Kep, een rit van zo een 2 uur. Gisteravond zagen we een regenboog – eigenlijk had het droge seizoen al lang in volle gang moeten zijn, maar tja … klimaatsverandering … dus het blijft af en toe regenen. En Knai Bang Chatt betekent, vrij vertaald uit het Khmer: “regenboog rond de zon”. Of voor boeddhisten: de halo rond het hoofd van Boeddha. Hier moeten we kunnen uitrusten en relaxen … maar … nog niet vandaag!

Vóór de burgeroorlog was Kep zowat het Knokke van Cambodja. De Fransen noemden het “Kep sur mer”. Wij zouden het “Kep le Zoute” noemen. De elite van Cambodja had hier een strandvilla. Helaas, de burgeroorlog veranderde dat allemaal. Kep was het schouwtoneel van zware gevechten. Zwartgeblakerde, volledig gestripte en door kogelinslagen gemarkeerde villa’s zijn er nog altijd de getuigen van. Overigens bestaat Knai Bang Chatt uit een viertal van die volledig gerenoveerde villa’s. Op dus naar een “Kep Discovery Tour”, uiteraard per tuk-tuk.

Zwart geblakerde villa in het groen.

Kep, krab, krabbenmarkt. 

De naam Kep is een verbastering van het Franse “le cap”, de kaap. Kep ligt inderdaad op de uiterste tip van een schiereilandje in de Golf van Siam (of Golf van Thailand). Maar ’t is vooral bekend voor zijn grote aanbod aan krab en de bijhorende krabbenmarkt. Die bezoeken we eerst. Opnieuw een kleurrijke bedoening. Onze gids, Kim, legt uit dat – door overbevissing – de aangeboden krabben steeds kleiner worden. Een aparte soort – “rock crabs” – kunnen een week zonder water overleven, behalve wanneer de muggen er bij kunnen! Blijkbaar sterven ze dan snel. We kopen Kampot peper, zwart, rood, wit nadat Kim ons het verschil heeft uitgelegd tussen de verschillende kleuren en soorten.

Verder tuk-tukken langs brede, geasfalteerde wegen. Langs het strand van Kep met opnieuw een begin van statige villa’s. Een troep makaaken plundert vuilnisbakken langs de weg.

We passeren langs boulevards met zwart geblakerde, vervallen resten van wat eens luxe-villa’s waren voor de elite van Cambodja. Nu overwoekerd, compleet verlaten, ingenomen door koeien of door graffiti-spuiters. Maar de sfeer van grandeur van de jaren vijftig van de vorige eeuw is niet volledig weg. In sommige villa’s kan je nog altijd gewoon binnen wandelen. Alles, behalve de muren, is echter weg gehaald.

Vissers. 

Onze volgende stop is zo mogelijk nog confronterender: een “vissersdorp”. Dat wil zeggen: een tiental krotwoningen op palen in de modder en de drek aan de rand van de baai. Extreme armoede. Onvermijdelijk voel je je een beetje “voyeur”. Mensen, kinderen en kippen leven tezamen op het “gelijkvloerse” platform. Één van de kippen sneuvelt trouwens tijdens ons bezoek: bij één poot vast gepakt, onder luid gekakel binnen gesleurd … en plots verstomt het geluid!

Houten visserswoning op palen met drogende was.

Op een klein platformpje aan de rand van het water staat een tafel, gedekt met wit tafellaken, fruit en snacks! Voor ons! Er staat ook een kraampje wat rietsuiker perst tot sap (lekker en niet te zoet) en … een paar vissers en kinderen en een hond.

Houten platformpje met gedekte tafel aan de rand van de zee.

Kim legt uit dat deze mensen letterlijk van de zee leven. Ze vertrekken rond 16 uur – nu dus ongeveer – voor minstens 12 uur vissen op zee. Die gevangen vis en/of krabben verkopen ze dan op de Kep krabbenmarkt. Zo kunnen ze weer een dag verder. Probleem is dat hun netten alles vangen: grote vissen, kleine vissen en dat ze het klein grut voor een appel en een ei aan de vispasta-fabriek verkopen. Resultaat: overbevissing. Hun netten zijn eigenlijk illegaal maar als de politie ze wil beboeten, dan is met wat geld wel alles te regelen!

Twee kleurrijke vissersbootjes aan de rand van de zee.

Bird house

Langs de buitenwijken van Kep rijden we doorheen een zoutwinning. De productie is door het voorlopig nog altijd natte weer nog niet herop gestart. Dan komen we aan een eigaardige betonnen constructie. Een gebouw, drie verdiepingen hoog, naar schatting 30 meter lang, zonder vensters maar wel met gaten in de muren. EN omheind, EN er klinken vogelgeluiden EN er vliegen voortdurend zwaluwen af en aan. De vogelgeluiden blijken echter niet “natuurlijk” te zijn maar door een luidsprekersysteem te worden geproduceerd. Dat trekt veel zwaluwen aan die denken “Hier wonen veel zwaluwen; ’t is hier goed; we bouwen hier ook ons nest”. Het is de rijke – vermoedelijk Chinese – eigenaar om de zwaluwnestjes te doen: voor vogelnestjes-soep, 1.000 $ voor 1 kg! Financieel goede investering.

Betonnen gebouw zonder vensters.

Terug nu naar Knai Bang Chatt. We passeren nog de vroegere villa van de koninklijke familie, vervallen, getekend door kogelinslagen en toch … “A touch of class” straalt er nog altijd van af.

Tijd nu om de hitte en het zweet van de dag van ons af te spoelen in het zwembad!

Morgen dan maar relaxen?

Ream National Park.

Als je in de winter in West-Europa een warme kamer binnen komt, dampen je brilglazen aan. Als je in Cambodja van je airco-gekoelde hotelkamer naar buiten stapt, dampen je brilglazen ook aan!

Boottocht.

Om 8u15, of daaromtrent – dit is Cambodja – komt een busje ons oppikken. We hebben een bezoek aan het Ream National Park geboekt. Op de verzamelplaats, een strandbar zowat een kilometer verder, wachten nog een tiental andere toeristen voor dezelfde dagtocht. Ontbijt is inbegrepen maar dat was ook zo in Ren Resort, dus laten we het 2de ontbijt voor wat het is. Met dertienen vertrekken we uiteindelijk met het busje. De ingang van Ream National Park ligt dicht bij de luchthaven van Sihanoukville. Daar stappen we over op een bootje: harde houten banken, geen rugleuning, éénarmige schipper, motor die een hels lawaai zal maken en … nog vier extra toeristen melden zich aan.

Twee bootjes bij aanlegsteiger met houten paalwoningen.

Eenarmige schipper op voorplecht van klein rood bootje

We varen de Trek Soeuk Sap af naar de zee toe, langsheen mangrove bossen. Typisch om te zien hoe elk takje van een mangrove boom één geel blaadje heeft: daar voert de boom bewust alle zout uit het water naar toe. Dat ene blaadje zal afsterven maar de andere blijven fris groen! Ook de “couleur locale” langs het water is boeiend: vissers halen hun netten op terwijl vanop paalwoningen de rest van de familie toekijkt.

Jungle.

We meren aan bij een primitieve houten steiger. Twee paalwoningen en verder … de jungle.

Twee paalwoningen, jungle, water.

Het volgende uur stapt de zeventienkoppige groep, plus gids, doorheen de jungle. Te veel mensen om enige kans op “dieren spotten” te hebben. Bovendien lopen er ook twee luid babbelende Fransen mee. Gegarandeerd beesten weg! We blijven een vijftigtal meter achter de groep bengelen. Hier wordt je ten minste overweldigd door de geluiden van de jungle. Miljoenen mieren kruisen voortdurend het smalle junglepad.

Rood bospad in de jungle.

Plots een houten paalwoning in het midden van de brousse. Twee haveloze mannen staren de groep aan, de ene vanuit een hangmat, de andere vanop het terras. De gids legt uit dat dit twee “overlevers” zijn die proberen rond te komen met wat ze in het oerwoud vinden, stelen of jagen. Mag eigenlijk niet maar ja, armoede breekt wet! Ze hebben een ruime plek kaal gekapt en proberen maniok en zoete aardappelen te kweken.

Nog verder voert de weg over moerassig gebied: honderden meters lang lopen we over twee planken, geen balustrade, een meter boven het moeras. Opperste concentratie bij Betty! Dampend van het zweet komen we opnieuw bij een hut, annex aanlegsteiger bij de rivier. Lunch is hier voorzien: een sokkig broodje met rauwe groenten (als dat maar geen diarhee oplevert!) en gebakken barracuda (roofvis).

Reeks mensen in file indienne op vlonderpad in de jungle.

Smal vlonderpad over moeras.

Makaak. 

We varen verder naar een klein eilandje met als enige attractie de Ta Ben Mangrove View Tower, een beton- en houttoren van 12 meter hoog. Wiebelend als je er met 9 personen – het maximaal toegelaten aantal – bovenop staat. Maar je krijgt wel een mooie overzicht van de mangrove-bossen. Hier leeft ook een inheemse apensoort: de krabetende makaak, soms ook wel Java-aap genoemd. Met de overschot van de rauwe groenten van de lunch heeft de gids er één gelokt. Die zit nu rustig zijn lunchken te verorberen ongestoord door onze groep. Fotogeniek maar eigenlijk onverantwoord: dieren in natuurparken voeder je NIET.

Makaak eet van groentenmix.

We varen verder de open zee op in de hoop dolfijnen te zien maar die laten het afweten. Wel spotten we nog tientallen grote witte reigers en een paar visarenden. We meren opnieuw aan bij een houten aanlegsteiger. Daar wacht ons busje ons op om ons naar Koh Sompoch Beach te brengen voor een uurtje strandtoerisme. Onaangetast wit zand, glashelder water, verlaten … Dat vertelt een reisgids. Realiteit: 1) opnieuw een tropische plensbui als we er aan komen; 2) er staan een paar hotels en een strandbar en 3) bruin rioolwater loopt hier en daar ongehinderd de zee in. Iets minder idyllisch dan de promotionele beschrijving.

Terug naar huis. Het busje zet eerst alle andere toeristen af in Sihanoukville. Zo zien we de stad ook nog. Conclusie: hier is niets interessants te zien of te beleven.

De zonsondergang vanop het strand van Ren Resort maakt echter veel goed. Zo ook het koele witte wijntje.

Zonsondergang over zee met boot.

Wandelen in tropische regen.

Onderweg.

De chauffeur die ons naar Sihanoukville aan de zuidelijke kust (Golf van Thailand) brengt, is voor Cambodja atypisch, dat wil zeggen: aggressieve rijstijl! Herhaaldelijk rijdt hij claxonnerend op het linkse rijvak, over doorlopende gele lijnen en voegt pas op het laatste moment weer in als er een tegenligger opduikt.

Nochtans is het verkeer bij het buiten rijden van Phnom Penh erg druk. En de agglomeratie is uitgestrekt. Het ene dorpje volgt het andere in snel tempo op. Pas halverwege onze rit verdwijnen de huizen en is er alleen nog natuur. Geen rijstvelden meer. Ook geen vlaktes meer maar dicht begroeide bergen, een paar honderd meter hoog. Dreigend zwarte wolken aan de horizon. Hier en daar verdwijnt een berg in wat ongetwijfeld een flinke regenbui is. En inderdaad, een paar kilometer voor onze eindbestemming hebben we prijs. Alle hemelsluizen open! Regensluiers lijken de weg te versperren. In geen tijd zijn de zijkanten van de asfaltweg herschapen in gutsende rode riviertjes. Wat een spektakel! Het duurt niet lang. Bij aankomst vallen er nog een paar druppels.

Ren Resort. 

Ren Resort, een kleine 8 km van Sihanoukville, valt wat tegen. Geopend in 2015 lijkt het nu al wat afgeleefd en een beetje slordig. Bovendien is het al niet meer het laatste hotel van het strand vóór het oerwoud begint. Er ligt een bouwwerf met bouwafval en een grote partij rode bakstenen. Gelukkig lijkt de werf stil te liggen, dus geen lawaai. Niet zoals in Phnom Penh waar zeven dagen op zeven van zeven uur ’s morgens tot 9 uur ’s avonds wordt gewerkt. Maar behalve dat is het uitzicht vanuit onze kamer de moeite: de Golf van Thailand met een paar eilandjes voor de kust en hier en daar wat gammele vissersbootjes.

Hotel-tuin, zee en berg in de verte.

Na de lunch wandelen we het strand, “Otres Beach“, op en neer. Langs links botsen we na een kleine 500 meter op een vaargeul en een piepklein “haventje”. Maar dat is een te groot woord voor wat het is: een inham, of monding van een klein riviertje, waar een aantal oude bootjes aangemeerd liggen. En een paar krotwoningen er rond. Fotogeniek, maar wat een contrast: een glaasje wijn kost in Ren Resort “weinig”: 2,5 $. Maar iets verder moeten ze waarschijnlijk een ganse dag zien rond te komen met minder dan dat bedrag (2015 gemiddeld maandloon is 140 $).

Typische bootjes aan strand met krotwoningen.

Krotwoning met drogende was aan strand.

Cambodjaanse kat. 

De vaargeul kunnen we niet over. Dus maar terugkeren en onze wandeling “naar rechts” voort zetten. We passeren een opeenvolging van hotels en “strandjes” van hotels. Een poes schuimt de terrasjes af op zoek naar eten. Ze heeft een soort “gekraakte” of “gekrulde” staart. En de meeste katten hebben dat hier of … hebben zelfs bijna geen staart, alleen een gekruld stompje. Oorspronkelijk dachten we dat Cambodjanen jonge katjes de staart afknippen of dat ze de staart breken! Niets van dat alles: de meeste katten in Cambodja worden met zo’n staartafwijking geboren. Blijkt te liggen aan een dominant foutief gen. Vermoedelijk afkomstig van Siamese katten die af en toe ook wel zo’n korte, gekraakte staart hebben.

Kat met gekrulde staart.

Strand en riool.

Na de hotels, geen bebouwing meer. Nog altijd hangen donkere wolken boven de zee. Af en toe gedonder en … regen, tropische regen. Nat maar warm dus geen erg: voort wandelen langs de rand van het water. In de zwoele, tropische regen. De zee is helder en lang ondiep. Ideaal om te zwemmen, ware het niet dat …

We passeren een lange gebroken rioolbuis waaruit diepbruin water loopt. Recht de zee in. En wat verder nog een rioolbuis en nog één. Voorwaar dit strand heeft geen blauwe West-Europese wimpel! Beter in het hotel zwembad zwemmen.

Gebroken rioolbuis op strand.

Maar nu tijd voor de ondergaande zon, (nog) een wit wijntje en Pad Thai, gewokte rijstnoedels, kip en seizoensgroenten. Een plus voor de Cambodjaanse keuken!

Pier met eenzaam jongetje bij zonsondergang.

Zonsondergang met mensen in zee en sampan.

Phnom Penh.

Zo gaat dat met een stad: de eerste dag overweldigt ze je. De volgende dag verken je ze op de meest snelle en efficiënte manier, met tuk-tuk in het geval van Phnom Penh. En de derde dag trek je er zelfbewust op uit. We besluiten – uiteraard met tuk-tuk – naar het Koninklijk Paleis te rijden en vandaar te voet naar het Nationaal museum te trekken.

Koninklijk Paleis. 

De receptionist van het hotel roept een tuk-tuk chauffeur en geeft hem onze bestemming op. Dat is zonder Tom n° 6 gerekend. Die eist ons op als “zijn klant”, hopend op opnieuw een halve dag rondrijden. We brengen hem echter alleen maar 2 $ op, zoveel kost de rit naar het Koninklijk Paleis, en zeggen hem dan vaarwel. Het is broeierig warm. Gisteren ook, maar nu schijnt de zon volop. Dus nog heter! In geen tijd ben je drijfnat van het zweet. Bovendien zijn de verschillende gebouwen op het uitgestrekte terrein van het paleis vooral van buiten uit speciaal en dus … loop je onvermijdelijk in de zon. In de troonzaal  kan je alleen maar een kijkje nemen doorheen de vensteropeningen vanop het omringende bordes. Van een ruiterstandbeeld van Napoleon III is inmiddels het hoofd vervangen door dat van Norodom, koning van Cambodja. Snel, gemakkelijk en goedkoop!

Phnom Penh Koninklijk Paleis

Koninklijk Paleis, pagode met okergeel dak en witte muren.

Ten zuiden van de troonzaal leidt een toegangspoort naar het terrein van de Zilveren Pagode, zo genoemd omdat de vloer uit massief zilveren tegels bestaat. Resultaat: om beschadiging te vermijden is de vloer grotendeels met tapijten bedekt en dus onzichtbaar. Een klein stukje, hoogstens 1 m2 misschien, is zichtbaar. Nochtans – dit is een pagode – betreedt je deze plek alleen op blote voeten. Speciale Boeddha-beelden kijken je aan: een levensgrote, gouden, staande Boeddha en een kleine groene, zittende, jade Boeddha.

Stoepa in steiger van bamboe.

Een aantal stoepa’s, grafmonumenten van verschillende koningen, sieren de onmiddellijke omgeving van de zilveren pagode. Één daarvan staat op dit moment in de bamboesteigers. ’t Is werkelijk broeierig warm. Toeristen zoeken het kleinste plekje schaduw op. We trekken verder, een koffietje drinken op de eerste verdieping van Costa Cafe met zicht op de Tonlé Sap rivier. Hier is het al een stuk koeler!

Nationaal Museum. 

Niet ver van het Koninklijk Paleis ligt het Nationaal Museum waar we gisteravond een dansvoorstelling bijwoonden. Opvallend rood-bruin gebouw in traditionele Khmer-stijl: het lijkt alsof het dak gedeeltelijk bedekt is door nog een dak en nog een dak en daarop een centraal torentje. Vier karpervijvertjes sieren de binnenplaats; de tentoonstellingsruimte ligt er omheen. En hoewel het museum niet de standaard van West-Europeese musea haalt – muren dragen sporen van uitwerpselen van vleermuizen! – is de verzameling beelden de moeite waard. Koppen van verschillende hindoe-goden, Vishnu met de 4 armen, Shiva, Ganesh met de olifantenkop … wisselen af met bronzen beeldjes van de heilige stier, frontons, vechtende apen en demonen.

Nationaal museum, rode kleur, pagode vorm.

Je mag er niet fotograferen. Daar trekken toeristen zich natuurlijk niets van aan. Vooral ook niet omdat de zaalwachters geen enkele opmerking maken. Wij houden het enerzijds bescheiden maar anderzijds, als iedereen het doet? Dus foto’s nemen door de vensterloze ramen met telelens vanop de binnenplaats.

Soort fries met fijn gebeeldhouwde dansers die aan touwtrekken doen.

Binnenaanzicht museum met verschillende beelden.

Nog een laatste tempel bezoeken? OK, te voet naar de Wat Ounalom waar zo maar eventjes een echt wenkbrauwhaar van de Boeddha wordt bewaard!

FCC.

Lunchen doen we in FCC, de Foreign Correspondents Club, eerste verdieping. Precies een week geleden aten we ’s avonds in Siem Reap in een restaurant van dezelfde keten. Maar hier aan de kade in Phnom Penh waan je je terug in de Frans-koloniale tijd. Sommigen zouden zeggen: in een gedateerd interieur. Knappe, soms pakkende foto’s roepen de sfeer op van de burgeroorlog uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Bovendien loopt er een fototentoonstelling van de Duitse fotograaf Paul Hageman, de “Beauty of Age”: portretfoto’s van oude Cambodjanen.

Interieur met barmeubel van FCC, Phnom Penh.

We flaneren verder langs de brede Sisowath kaai en observeren het leven op en langs de rivier. Vanop gammele woonbootjes – maar sommige MET TV-antenne – werpen vissers hun netten uit. Zwaar beladen vrachtschepen varen stroomopwaarts. Toeristenboten drijven dan weer met de Tonlé Sap rivier mee, de Mekong op. Drie naakte jongens vissen met een net, een paar meter van de oever … Een dik wolkendek is voor de zon gaan liggen. Dat, en het water zorgt hier toch voor enige verkoeling. Het nodigt allemaal uit tot nog een terrasje en koffie.

Vissersboot op de Tonlé Sap rivier in Phnom Penh.

Close-up van kleurrijk vissersbootje met twee vrouwen.

Terug naar het hotel, dat moeten we even onderhandelen met een tuk-tuk chauffeur. Hij biedt ons de rit aan voor 3 $! Dat is niet de marktprijs. We maken aanstalten om verder te stappen: de prijs zakt onmiddellijk naar de normale 2 $. Netjes geregeld.

Nog even in het zwembad (ik) of een Khmer hoofdmassage (Betty) en onze dag in Phnom Penh zit er op.