Klassiekers van Angkor Wat.

Hangmatten.

Het “nationale meubelstuk” van Cambodja is ongetwijfeld de hangmat. Elke hutje, elke paalwoning, elk huis, heeft meerdere hangmatten. Zelfs tuk-tuks hebben er één (alleen maar voor de chauffeur). In sommige restaurants geeft een lunch recht op één uur gratis hangmat-gebruik. En zoals we aan zee, strandstoelen installeren, worden hier hangmatten geplaatst aan de vijvers van Angkor.

Over Angkor gesproken, vandaag doen we de klassiekers aan: Angkor Wat, Angkor Thom en Ta Prohm.Mister Krie is stipt op tijd, 9 uur. Met de wind in ons haar, of toch in dat van Betty, tuk-tukken we naar Angkor.

Verkeer.

Het wegverkeer in Cambodja verloopt wanordelijk maar niet erg gevaarlijk en zeker hoffelijk. Wanordelijk want er wordt met twee, drie of meer brommers, tuk-tuks en/of auto’s naast elkaar gereden. Maar alvast allemaal in dezelfde richting. Er lijken weinig verkeersregels te zijn of … andere dan in West-Europa? Zo ziet het er naar uit dat op een rotonde rechts voorrang heeft. Er wordt rustig gereden en chauffeurs blijven in alle omstandigheden beleefd en vriendelijk! Kunnen we in de lage landen nog iets van leren!

Alle reisgidsen beschrijven de drie meest bekende klassieke monumenten van Angkor in redelijk wat detail. Hier moet een summiere typering met foto-collage verder volstaan.

Angkor Wat.

Het paradepaard je! Gekend van de drie torens op de vlag van Cambodja (eigenlijk zijn er vijf, maar in vooraanzicht verbergt perfecte symmetrie de twee achterste torens). Heeeeel veel toeristen maar toch vind je er nog relatief rustige plekjes.

Water, gras, palmbomen en tempel op achtergrond.

Monnik in oranje gewaad.

De vier torens van Angkor Wat.

Angkor Thom. 

Betekent “grote stad”. Hier woonden in de twaalfde eeuw honderdduizenden mensen. Groter dan welke stad ook uit die tijd. Centraal staat de Bayon-tempel, de tempel met de minzaam mysterieus lachende reusachtige gezichten die je vanuit elke hoek aanstaren.

Ingang van tempel van Angkor Tom.

Angkor Tom tempel.

Close-up van groot lachend hoofd in Angkor Tom.

Ta Prohm. 

Wereldwijd bekend sinds de film “Tomb Raider”, hier ter plaatse opgenomen. De tempel is nog gedeeltelijk overwoekerd door het oerwoud. Indische kapok-bomen zijn door en over de daken en de muren gekropen. Ze lijken de gebouwen in hun greep te houden of … te willen vermorzelen? Bevreemdende oerwoud-sfeer.

Ta Prohm tempel.

Overgroeide ruïnes.

Tempelruïne van Ta Prohm.

Toerist tussen wortels van kapok-boom.

P.S. Vandaag tijdens de lunch bijna gezondigd tegen onze “blijf-hier-gezond” of “vermijd diarree” regels. Betty bestelt een “lemon juice”. Vers geperst? Geen idee, maar het glas zit wel boordevol grote ijsblokken! Getwijfeld, maar … uiteindelijk het glas leeg gekwakt in de bloementuin naast mijn stoel. Geen onnodige risico’s!

Nog P.S. Vanavond “Onvergetelijk aromatische kip” (Unforgettable fragrant chicken) gegeten in Angkor Rural Boutique: stukjes kip met Coca-Cola, citroengras, teebladeren, groenten, Cambodjaanse saus en rijst. Lekker!

De bruiloft van Cambodja.

Naar Kompong Pleuk.

Krie (fonetisch geschreven) heet onze stilaan vaste taxi / tuk-tuk chauffeur. Vandaag brengt hij ons, met de auto, naar Kompong Pleuk. Of beter gezegd, naar de rand van het Tonlé Sap meer. Daar moeten we een boot nemen naar het paaldorp Kompong Pleuk.

De rit naar de oevers van het meer is op zich al een belevenis wanneer de Lexus de hoofdweg afdraait en een rode aardeweg vol putten, bulten en kuilen op rijdt. Het oerwoud dringt op langs beide kanten van de weg. Maar toch liggen er overal houten woningen op betonnen palen, verscholen in het groen. Koeien en kippen lopen los over en door alles heen. Opnieuw veel brommertjes, eigenlijk bijna geen auto’s meer te zien. We passeren een kleurrijke en overvolle markt. Een groot assortiment aan exotisch fruit ligt uitgestald. Gezellige drukte. ’t Zou interessant zijn om hier uit te stappen, maar … we moeten verder.

Aankomst bij de vertrekplaats van de boten. Tickets nemen en … we krijgen een hele boot voor ons alleen. “Hele boot”, dat wil zeggen: een houten schuit met acht stoeltjes, een afgrijselijk luidruchtig motor die je start door contact te maken tussen twee blootliggende electriciteitsdraden! Op blote voeten in een mogelijk natte boot! D’er is ook een roeispaan waarmee de schipper en tevens enige bemanningslid, de boot van de modderige kant afduwt, botst tegen andere gelijkaardige platbodems en dan uiteindelijk in de juiste richting op een modderig, ondiep kanaal is gemanoeuvreerd.

Zicht vanuit houten boot op schipper en meer.

Vooral in het begin moet de schroef redelijk hoog in het water worden geplaatst waardoor het stampende geluid van de motor nog verdubbeld lijkt. Eens de waterweg breder wordt – en zeer breed wordt hij – valt het lawaai nogal mee. Maar wat een landschap onder een stralende zon! Struiken en waterplanten zoomen de vaarwegen af. Vissers in kleine bootje worstelen met hun netten. Tientallen toeristenbootjes, grotere en kleinere maar altijd vollere, dan die van ons dobberen in de verte voor en achter.

Gevangen klanten.

De eerste paalwoningen duiken op. Dan komen we in de “hoofdstraat” van Kompong Pleuk. Een extra paar ogen zou hier nuttig zijn: er is zoveel te zien. Kinderen plonsen in het water. Kleine bootjes volgestouwd met groenten en fruit brengen hun waar aan huis. Visnetten worden gemaakt/hersteld. Een brommertje hangt aan touwen tussen de eerste bewoonde verdieping van een huis en het water. D’er zijn paalwinkeltjes en paalateliers en paal-van-alles.

Boeddhistische tempel op hoge huten palen in meer.

Twee houten paalwoningen in het meer.

Paalwoningen met bootjes ervoor.

Woningen op hoge palen met bootjes ervoor.

We leggen aan bij een “ticket office” annex restaurant. Overstappen op een nog kleiner en nog platter bootje met één roeister, een oudere vrouw. Ze biedt Betty een kitscherige parasol aan. De zon brandt wel maar we komen al snel in een schaduwrijk mangrove bos. Echter niet zonder langs een toeristische winkelstraat te zijn gepasseerd waar elk schuitje aanmeert. Van “gevangen klanten” gesproken! We weerstaan de koopdruk en varen verder tussen de bomen. Onze bootsvrouw, Lee Huang is haar naam, zingt Cambodjaanse liederen. Speciaal! Maar ze vraagt, nee “eist” bijna, een fooi en – bij gebrek aan 1$ briefjes – overtippen we! Maar ach, Cambodja is een arm land. Dus … “Who cares?”.

Vele bootjes aangemeerd in kleine kreek.

Moeras en meer met bomen in het water.

We worden gedropt aan het restaurant. Bootje vaart leeg weg. Of nee, niet aan “het” restaurant maar aan een andere drijvende eetgelegenheid. Hier dan maar iets drinken. En plots duikt vanuit het niets onze “vertrouwde” schipper op, met zijn platbodem.
Op de terugweg wordt nog een Cambodjaan met een jerrycan benzine opgeladen. Maar daarbij raakt de schroef verstrengeld in touw en waterplanten. Dat wordt even trekken en duwen voor de twee mannen. Toch raken we zonder veel problemen opnieuw aan onze inscheepplaats.

Bruiloft.

’t Is middag. Terug naar huis? Krie stelt voor – in moeilijk te verstaan Engels – om naar de bruiloft van een nichtje van hem te gaan. Ooit gelezen dat – als je in Cambodja wordt uitgenodigd – een weigering gelijk staat met een zware belediging! Op dus naar een trouwfeest. Onderweg kijken we opnieuw onze ogen uit op de “couleur locale”. Het lijkt alsof we minstens honderd jaar terug in de tijd worden gekatapulteerd.

Waar een paar huizen samen staan, gaat de bruiloft door. Je kan het niet missen want van ver blèrt de Khmer-muziek je tegemoet. Jonge mannen en vrouwen, een tiental, in ’t zelfde blauw uitgedost staan op een rij. Aan de ingang, net zoals in België de vermoedelijke ouders en naaste familie die je niet met een handdruk begroet maar met gevouwen handen voor de borst. We moeten op de foto met de bruid en haar blauwe bruidsmeisjes en -jongens. Daarna de “zaal” binnen; eigenlijk in open lucht maar onder tentzeil. Honderden mensen zitten aan ronde tafeltjes. We krijgen een plastic bloem, tevens pen, bij onze “intrede”. Naturlijk vallen we op en worden we aangestaard en nagekeken. Een dame begeleidt ons naar een tafel, “bij de jeugd”, één jongen, vier meisjes. Helaas geen van allen spreekt Frans of Engels … Moeilijke communicatie.

Vier meisjes en vier jongens in blauwe kledij met twee toeristen.

D’er is frisdrank en bier uit blik. Hele zakken ijs worden op de tafel gedeponeerd en voortdurend ververst. Het is broeierig warm onder de tentzeilen maar de Cambodjanen lijken er geen last van te hebben. Ze zweten niet eens. Eten wordt in schotels in het midden van de tafel gezet. We hebben een klein kommetje en twee stokjes als eetgerei. Kijken wat de “locals” doen. Kommetje en stokjes nog eens extra afkuisen met papieren servetje. En dan eten … Met de stokjes van de centrale schotel eten in je eigen kommetje deponeren. Een kunst! Overigens is het eten lekker: perfecte gebakken kleine stukjes rundvlees met veel gewokte groeten, twee grote forel-achtige vissen met een makreel-achtige smaak, vegetarische schotel met paddestoelen, wortelen, courgettes, kleine maïskolfjes … Uitstekend! En van een gastvrijheid waar wij, verwende westerlingen, ons ongemakkelijk bij voelen.

Maar het is niet onze bedoeling om een ganse dag van die gastvrijheid te profiteren. Na een uurtje voert Krie ons terug naar “huis”. ’t Is bijna drie uur als we opnieuw een verfrissende duik in het zwembad kunnen nemen.

Bonn Om Toeuk.

Het waterfestival. De Tonlé Sap rivier is de enige rivier ter wereld die de ene helft van het jaar in de ene richting stroomt en de andere helft in de andere richting. Tijdens het natte seizoen stroomt er zoveel water door de Mekong dat de Tonlé Sap rivier, die bij Phnom Penh in de Mekong uitmondt, het overtollige water afvoert naar het Tonlé Sap meer. In het droge seizoen loopt het meer dan weer gedeeltelijk leeg naar de Mekong toe. Die kering van het water wordt uitbundig gevierd, in Phnom Penh, maar ook in Siem Reap.

We beslissen om deze avond in de stad te dineren. Met tuk-tuk erheen. Maar niet met Mister Krie want die moet op zijn bruiloftsfeest zijn. Andere tuk-tuk dus en een andere, jongere chauffeur. Betty heeft restaurant Grill & Wine uitgekozen. Probleem is dat tuk-tuk chauffeurs in Cambodja alleen maar speciale plaatsen of grote straten kennen, geen adressen. Dus wordt het zoeken. We raken alvast in de juiste straat maar er heerst een ongelooflijke drukte. Honderden brommertjes en tuk-tuks vullen de straten en versperren de kruispunten. Rode lichten lijken alleen maar als straatversiering te dienen: niemand respecteert ze. Vragen, straten afspeuren maar … restaurant is onvindbaar.

Verlichte praalboot ‘s nachts op de rivier.

Gelukkig heeft Betty een tweede restaurant genoteerd wat onze chauffeur wel kent. Inmiddels is het donker. Volle maan en overvolle straten. Het waterfestival is in volle gang. Vuurwerk wordt afgestoken. Op de Siem Reap rivier liggen kleurrijk verlichte boten. Straten idem ditto verlicht. We worden dicht bij het FCC restaurant gedeponeerd. Waar we heerlijk dineren … met koele Australische wijn. Voor mij een jong gefrituurd krabje wat je met “pantser” (zacht!) en al eet. En een echte espresso aan het eind.

Dan ons nog even in de massa wagen. Tienduizenden mensen slenteren langs de rivier en de honderden kraampjes. Verlichte pagodes, tempels, sterren, molentjes. Veel lawaai, licht, drukte, vuurwerk. Gekkenboel! Een uur afspreken geldt in Cambodja als “bij benadering, ongeveer”. Op een half uurtje min of meer komt het niet aan. Gelukkig vinden we om acht uur stipt onze tuk-tukker op de afgesproken plek terug. Nu nog even door het hectische verkeer worstelen en de dag zit er op.

De politie van Cambodja, uw vriend?!

Siem Reap remorque.

Iedereen noemt ze tuk-tuk maar de officiële naam is “remorque”, van het Frans. Neem een brommertje met daar achteraan een kar op twee wielen en je hebt een Cambodjaanse tuk-tuk. Die remorque kan je zo luxueus of zo spartaans aankleden als je wil. Er zijn er om toeristen te vervoeren (de meeste), of om vracht te versleuren, of zelfs om een waterbuffel te transporteren, kortom het nationale vervoermiddel van Cambodja! Wij nemen dus de toeristische remorque, met dak, maar verder open langs alle zijden. Dat garandeert een ideale airco bij tropische temperaturen. Zelfde chauffeur als onze taximan van gisteren. Op weg naar de Angkor Wat site.

Tempels.

Eerst toegangskaartjes kopen aan het Angkor Wat museum: een driedaags ticket kost 40 Amerikaanse dollar per persoon, cash, geen creditcard en compleet met identiteitsfoto. We besluiten – ietwat tegendraads – NIET te beginnen met de grootste en spectaculairste tempels maar het “grote circuit” in tegenwijzerzin te volgen.

Pre-Rup.

Redelijk goede asfaltwegen, slechts hier en daar wat putten, leiden door het oerwoud naar de eerste tempel: Banteay Kdei. Zwaar vervallen maar toch met mooie afbeeldingen van “apsaras”, Cambodjaanse danseressen, op de overblijvende zuilen. Tegenover Banteay Kdei, aan de andere kant van de weg, ligt een kunstmatig meer: privé rituele badplaats van vroegere Khmer koningen. De volgende tempel is Pre Rup, monumentaal, vierkant bouwsel met vijf torens vanop een hoog terras. De trappen zijn steil met 30 cm hoge treden = ZWAAR onder de tropenzon. Gelukkig verschijnen er af en toe wolken. Niet zo heel veel toeristen: we kunnen zelfs af en toe foto’s nemen zonder die onvermijdelijke toerist in beeld. In het binnenste van de tempel staat een boeddhabeeld. Een oud vrouwtje reikt ons een brandend wierookstokje aan: voor goed karma en een fooi.

Een paar kilometer verder ligt de oostelijke Mebon gekenmerkt door zandstenen olifanten op de vier hoeken. Oorspronkelijk lag deze constructie uit de 9de eeuw in een kunstmatig meer, maar daar is niets meer van te merken. Na Mebon rijden we verder naar Ta Som, een kleine boeddhistische tempel. Langs de achterkant houden de wortels van een reusachtige boom een toegangspoort in een ware wurggreep. Het oerwoud neemt weer over! Her en der aan de tempels proberen Cambodjanen reisgidsen te verkopen (die hebben we al) of sjaals of prullen. Vooral kinderen proberen pennen, prentkaarten en dergelijke te verpatsen voor “only one dollaaaar”. Terug bij onze tuk-tuk blijkt de chauffeur een hangmat te hebben geïnstalleerd. Overlangs aan het dak van onze “remorque” gespannen. En in die hangmat ligt hij rustig en diep te slapen. ’t Kost enige moeite om hem wakker te krijgen.

Slapende tuk-tuk chauffeur in hangmat in tuk-tuk.

Tijd voor lunch: aan eetgelegenheden bij de tempels geen gebrek. Onze tuk-tuk chauffeur brengt ons naar een “restaurant” tegenover Neak Pean. Eigenlijk is het meer een hangar met golfplaten, maar waaronder rieten matten zijn bevestigd. ’t Ziet er proper uit en … ook nog lekker eten: een soort zeer fijne pasta (mihoen?) met  scampi’s voor mij en hetzelfde maar vegetarisch voor Betty. Aan geen prijs: 16,50 $ met nog een Angkor biertje en een tonic er bij.

Neak Pean is speciaal en weer anders dan de andere … Op een eiland in het midden van een meer met dode bomen ligt ook nog eens een vierkante vijver. Een lang vlonderpaadje verbindt de oever met het eiland. Op een klein houten podium langs de rand van dat pad speelt een orkestje traditionele Khmer muziek. Een muzikant heeft een houten been … landmijn! In het midden van het eilandje staat een toren die in elkaar verstrengelde slangen moet voorstellen. Allerlei beelden lijken als het ware uit het donkere water op te duiken. Een pas getrouwd koppeltje met fotograaf – bruid kitscherig in ’t wit, bruidegom in donker kostuum – loopt te poseren.

Muzikanten op houten steiger.

Open moeras landschap met dode bomen.

Politie in Preah Khan.

De laatste tempel op ons menu, weer kilometers verder: Preah Khan, één van de grootste tempels, in oppervlakte althans. Betty laat zich verleiden tot de aankoop van een sjaal. Oorspronkelijk geprijsd aan 3 $ maar na blijk van desinteresse daalt de prijs tot 2 $! “Cambodia 100 % silk” vermeldt een piepklein etiket.

Toeristen voor tempel met grote kapok-boom op dat van tempel.

Het tempelcomplex zelf is een doolhof van gangen, binnenplaatsjes en tempeltjes in een tempel. Ook hier weer hebben een paar bomen stukken van de tempel in hun wortelgreep. De wortels lijken als gestolde lava doorheen de muren, daken en funderingen te zijn gebroken.

Twee toeristen in smalle tempel-doorgang.

Een politieagent begeleidt een koppel doorheen het labyrint. Hij toont ze zowaar fotogenieke plekjes en … begint zelf met het fototoestel van het paar foto’s te nemen. We volgen hem. Inderdaad, hij lijkt de mooiste en interessantste locaties te kennen. Interessant, ook voor ons: geen toeristen op onze foto’s. Maar wel gek. Uiteindelijk wandelen we verder tot aan het westelijke uiteinde. Maar zou onze tuk-tuk niet aan de oostelijke kant op ons wachten?

Overgroeide tempel in oerwoud.

Terug dus, doorheen het gangenstelsel. En … daar komen we onze politieagent weer tegen. Hij wijst ons een speciale plek aan: voor mooie foto’s. Dan wijst hij op ons fototoestel en stelt voor een foto van ons twee te nemen. En nog één. En hier: speciale pose met handen als lotusbloem gevouwen en daardoor een lichtstraal. En één aan een fotogenieke nauwe doorgang! ‘k Heb het al lang begrepen: dat gaat ons hier zeker geld kosten. Inderdaad, de kat komt op de koord: politieman geeft camera terug en vraagt – vriendelijk glimlachend – een “kleine” fooi. Ik heb alleen maar een briefje van 1 $ of anders … 10 $ als hij kan terug geven? Tarief blijkt eigenlijk 2,50 $ per persoon te zijn en JA, hij kan terug geven. Zijn alle agenten in Cambodja zo vriendelijk. “Sure”, zegt hij en hij voegt er nog een toeristische tip aan toe: morgen is ’t waterfeest in Siem Reap! Misschien moet Cambodja de politie wat meer gaan betalen?

Onze tuk-tuk blijkt toch niet aan de oostelijke ingang te staan. Voor een derde keer dan maar terug door de tempel gewandeld … naar de westelijke ingang. Onze politieman is niet meer te bespeuren, onze tuk-tuk chauffeur gelukkig wel. ’t Was een leuke dag maar nu hebben we even genoeg tempels gezien. Morgen naar het Tonlé Sap meer?

P.S. Dit zou het droge seizoen moeten zijn maar vanavond barsten toch een paar serieuze tropische buien los.

Chrey scènes.

De reis.

Brussel – Bangkok, vertrek 13u10. Aperitiefje na het opstijgen. Vliegtuiglunch met een wijntje. Voor je het weet ben je een paar uur verder en is het pikdonker. Naar het oosten vliegen heeft het nadeel dat de uren lijken te “versnellen”: we landen om 6 uur ’s morgens in Bangkok, Thailand maar onze interne klok staat nog op middernacht. We hebben “de nacht door gedaan”, zonder noemenswaardig te slapen. Koereigers wandelen al statig in de vroege en zwoele morgen, langs de brede kanalen tussen de verschillende landingsbanen van Suvarnabhumi airport.

De aansluitende vlucht naar Siem Reap (speek uit: Siejem Reejèp), om 7u30, is eigenlijk een soort “city hopper”: amper een uur vliegen. Opstijgen, ontbijt, landen. Snel het landschap onder ons opnemen: vlak, groen, verlaten, nat, riviertjes met langs hun bochtige oevers duidelijke sporen van overstromingen, meertjes, rijstvelden, moerassen. Hier en daar paalwoningen in lintbebouwing langs waterloopjes.

Siem Reap International Airport: grote naam voor kleine maar verzorgde luchthaven. Raken we het land binnen? We hebben, naast onze reispas, een e-visum, een ingevuld aankomstformulier, een vertrekformulier, een douane document. ’t Wordt lang aanschuiven vooraleer dat uitvoerig kan gecontroleerd worden EN foto genomen EN vingerafdrukken. Alles OK. Enig spoor van corruptie – zoals reisgidsen beweren – is er helemaal niet.

Een taxi-chauffeur staat ons buiten op te wachten, met een fout naambord in de hand: “Petty” in plaats van “Betty, Angkor Rural Boutique”. Hij wandelt op flip-flops, het nationale schoeisel van Cambodja. “Where are you from?” stelt hij de klassieke vraag. “From Belgium.” Hij hoort het in Keulen donderen (maar dat zal hij ook wel niet weten liggen). We kijken onderweg onze ogen uit. Vanaf de luchthaven rijden we al snel door een dicht tropisch woud, komen dan uit bij de ingang van het Angkor-park en zien in de verte één van de torens van Angkor Wat. Veel primitieve fruit- en groentenstalletjes langs de weg. Een marktje ook met veel drukte. Boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ontelbare brommertjes op straat.

Sokun Ang verwelkomt ons in Angkor Rural Boutique Resort met een passievruchtendrankje. Daarna: bezit nemen van ons houten huisje, één van vier, dicht bij het zwembad maar toch volledig omringd door tropische planten, struiken en bananenbomen. Een 7cm grote zwart-gele vlinder verwelkomt ons. Het is drukkend heet: het water van het zwembad brengt amper verkoeling (uitgetest!).

Zwembad, tropische begroeiing, huisjes.

Dorpsleven.

Angkor Rural Boutique Resort ligt in het midden van het platteland, in Chrey, een paar kilometer van Siem Reap en Angkor Wat. Rijstvelden omringen het domein. Na de lunch en een half uurtje platte rust (die “nacht door doen”, hee!) verkennen we het dorpje. Veel meer dan een paar rode aardewegen en huizen is het niet. Cambodja op zijn armst ook. Veel houten huizen staan op betonpalen: aanpassing aan zware moessonregens en overstromingen. Aan de straatkant pronken de meeste huizen ook met een eigen boeddhistisch tempeltje.

Houten huis op betonnen palen en palmbomen.

Goudkleurig boeddhistisch tempeltje voor huis.

Dorpelingen kijken ons nieuwsgierig aan. Wat doen die twee “barangs” – vreemdelingen – te voet in ons dorp? Of ze lachen ons vriendelijk toe. Of ze bieden ons een lift aan, achterop een brommertje. En honden! Niet te tellen. Meestal lopen ze luid blaffend achter je aan om met de staart tussen de poten af te druipen wanneer je een steen of stok neemt. Scharminkels van koeien grazen de straatkanten af. Een opmerkelijk groot en kitscherig gebouw, wit met rood dak en vier spuuglelijke spitse torens, blijkt de ingang van het stadium van Siem Reap te zijn … op dit moment verlaten, maar goed onderhouden.

Huis van stro tussen rijstvelden.

Terug naar ons huisje voor nog een verkoelende zwembadduik.

Inmiddels is een soort pikdorser op rupsbanden opgedoken. Die oogst het rijstveld achter Angkor Rural. Blijkbaar toch een uitzonderlijke gebeurtenis in Chrey: tientallen dorpelingen staan het spektakel te bekijken.

Pikdorser met rupsbanden in rijstveld en toeschouwers.

Tijd nu voor een dineetje met twee want … we blijken helemaal alleen te zijn in Angkor Rural Boutique.
Goed verzorgd door acht personeelsleden, dat wel!

“En hoe is ’t van eten en drinken?”

Deze middag gewokte groenten met kip en rijst als lunch. Lekker! Vanavond Khmer soep met rijst: verschillende stukjes vis, groenten en citroengras samen gekwakt in een bouillon. Ook top!

Drank – wijn – is wat anders. Als aperitief een glas witte wijn gevraagd, “Kangaroo”, vermoedelijk van Australië. Niet te drinken. Dus als 2de glas een “Santiago” gevraagd, Chili waarschijnlijk. Helaas geen witte wijn meer in huis! Dan maar een glas rode, om ’t even dewelke. Die wordt geserveerd aan “kamertemperatuur”, zijnde vermoedelijk 30 graden! Morgen een biertje???

Khmer?

From 1975 to 1979 – through execution, starvation, disease and forced labor, the Khmer Rouge systematically killed an estimated two million Cambodians, almost a quarter of the country’s population. 

Uit “First they killed my Father” van Loung Ung, 2000.

Khmer Rouge.

Khmer … Rode Khmer … Pol Pot … Killing Fields … Cambodja …
Is het woord “Khmer” nog altijd “besmet” door de volkerenmoord in Cambodja, nu zo’n veertig jaar geleden? Associëren we het nog altijd – onterecht zoals zal blijken – met Pol Pot en konsoorten van de “Khmer Rouge”? De door hen uitgevoerde genocide voltrok zich in drie jaar, acht maanden en twintig dagen tijd, een getal wat elke Cambodjaan uit het hoofd heeft geleerd. Onbegrijpelijk dat zo’n massa-uitroeiing kon gebeuren in een land dat dit jaar – 2016 – door de “Rough Guide” is uitgeroepen tot vriendelijkste land ter wereld! Een morele “must” tijdens een Cambodja-reis zal dus een bezoek aan de “Khmer Rouge Killing Fields” zijn. Maar verder verdienen ze geen enkele naamsvermelding meer in deze blog!

Verder weet ik niet of het wel een goed idee is om “First they killed my Father” te lezen als voorbereiding op een Cambodja-reis (maar Cambodjaanse literatuur is zo goed als onbestaande). Ben nu bang dat ik elke Cambodjaan van 50 of ouder ga zien als ofwel slachtoffer ofwel ex-soldaat/beul ofwel als een van de “base people”, landbouwers die nooit hun dorp hadden verlaten en dus “puur” waren en het toch nog relatief goed hadden onder het schrikbewind, of … er van profiteerden! Of zijn er maar weinig 50-plussers in Cambodja?1

Waarom dan Cambodja bezoeken? 
  1. Gefascineerd door Angkor Wat.
  2. Enthousiast geworden door de verhalen van Maaike, een ervaren rugzaktoeriste (hoewel we nu niet precies low-budget reizen). 
  3. En nieuwsgierig om kennis te maken met een land wat, tijdens onze jeugd, voortdurend in het nieuws was … oorlog in Vietnam, Amerikaanse bombardementen, Kissinger, Nixon, Vietcong infiltratie, Norodom Sihanouk …
Khmer.

“Khmer” betekent veel meer dan … dat van die rooie …

“Khmer” is een taal, ogenschijnlijk gemakkelijk, zonder lidwoorden en zonder enige werkwoordsvervoeging! Maar … met 33 medeklinkers en 26 klinkers, verwant aan het Sanskriet en met voor Westerlingen zo goed als onuitspreekbare klanken. Enkele woorden:
Phnom = berg, heuvel; Phnom Penh (hoofdstad=de heuvel van Penh)2
Thom = groot;
Tonlé   = rivier; Tonlé Thom = grote rivier (=de Mekong rivier); 
Sap     = meer; Tonlé Sap = meer op de rivier (het grootste zoetwatermeer van Zuid-Oost Azië in het centrum van Cambodja)
Wat     = tempel; Angkor Wat = tempel van Angkor; en Angkor is Sanskriet voor “stad”, dus eigenlijk betekent Angkor Wat, stadstempel!

“Khmer” is ook de naam van een volk: de overgrote meerderheid van de 15 miljoen inwoners van Cambodja is Khmer. Een volk dat door reisgidsen wordt beschreven als “buitengewoon vriendelijke mensen” of “merkbaar hoop uitstralend”.

En “Khmer” is vooral de naam van een rijk dat zich, naast het huidige Cambodja, ook uitstrekte over grote delen van wat nu Thailand, Laos en Vietnam is. Bloeiperiode: van 802 tot 1431. Meest beroemde overblijfselen: het uitgestrekte tempelcomplex van Angkor Wat. Eeuwen vergeten, door de Franse ontdekkingsreiziger Henri Mouhot herontdekt in 1860 en nu nog altijd op vele plaatsen overwoekerd door de jungle. Moderne lucht/laser fotografie bewijst trouwens het bestaan van meer verborgen ruïnes in de onmiddellijke omgeving. 

De reisroute. 

Cambodja is zes keer groter dan België. En we hebben maar zeventien dagen min twee reisdagen, van 10 tot 27 november 2016. Op die tijd zie je NIET heel Cambodja, zeker niet als je “traag” wil reizen en niet alles op een drafje afhaspelen. Beperken dus tot het westen (Angkor Wat en Battambang), het midden (Phnom Penh) en het zuiden (Sihanoukville en Kep). 
We starten, na een lange Zaventem-Bangkok vliegreis en een aansluitende, korte vlucht, in Siem Reap, de toegangspoort tot Angkor. Maar wat een naam voor een stadje: Siem Reap betekent in het Khmer letterlijk “Siam (=Thailand) verslagen”. Terugkeer via de hoofdstad Phnom Penh, opnieuw via Bangkok … Maar dat is voor veel later.

Van de ene plek naar de andere reizen … dat zullen we verder met wat improvisatie ter plaatse regelen.
Maar in elk geval, de verblijfplaatsen liggen vast:
  1. Angkor Rural Boutique Resort: in Chrey, een klein dorpje dicht bij Seam Reap. Vijf nachten. Tijd genoeg  om met een drie-dagen-pas het Angkor Wat tempelcomplex te bezoeken. Per taxi, of tuk-tuk, of per fiets? Een tocht in een ossenkar langs rijstvelden is inbegrepen in het verblijf.
  2. Battambang Resort: twee nachten in Wat Ko, opnieuw een klein dorpje op het platteland, dicht bij de 2de grootste stad van Cambodja. Zeker stadswandeling doen om de oud-Franse koloniale gebouwen te bewonderen en verder … Omgeving verkennen? Circus/dansvoorstelling?
  3. White Mansion Boutique hotel in Phnom Pen voor drie nachten. Dat zou moeten tijd genoeg zijn om het koninklijk paleis met de Zilveren Pagode te bezoeken; het Nationaal Museum te zien; te wandelen langs de Frans uitziende oever van de Tonlé Sap rivier; “Killing Fields” te doen. Volgens reisgidsen kun je in Phnom Penh ook lekker, zefs Westers, eten … Moeten we uitproberen!
  4. Op 8 km van het centrum van Sihanoukville, aan het strand van de Golf van Thailand in het zuiden van Cambodja, ligt Ren Resort waar we 2 nachten verblijven. Hopelijk genoeg tijd om het Ream National Park te bezoeken met zijn mangrove bossen en pittoreske vissersdorpjes. 
  5. De beste krab van Zuidoost-Azië, vers uit de oceaan, vind je in Kep (van het Franse “cap”, kaap). Uittesten? In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd hier zwaar gevochten. Je kan er nog altijd de zwartgeblakerde ruïnes van vroegere chique sjieke villa’s langs het strand zien. We verblijven voor 3 nachten in het Knai Bang Chatt resort. 
  6. En ten slotte, op 26 november, naar Phnom Penh International Airport voor de terugvlucht – Thai Airways, via Bangkok – naar huis.
De Sarus kraanvogel (Grus Antigone).

Deze blog zou zijn naam geen eer aan doen moest er geen research zijn gebeurd naar het voorkomen van kraanvogels in Cambodja. En inderdaad: hier huist de “Sarus crane”, de grootste van alle vliegende vogels: 1m80 van kop tot teen! Anders dan alle andere kraanvogels is hij sedentair, geen trekvogel, geen reiziger! En ook weer in tegenstelling tot zijn andersoortige neven en nichten is deze kerel niet schuw, niet echt bang van mensen. Grijs met vuurrode kop. Maar helaas inmiddels wel een bedreigde soort. Hopelijk krijgen we hem te zien. En als hij dan ook nog een keer zou willen poseren voor ons?

Cambodja is het enige land ter wereld met de afbeelding van een gebouw (Angkor Wat) op de nationale vlag.
 Vlag van Cambodja.
Hier op deze webstek, vanaf 10 november, het vervolg …


1 Ook Hun Sen (65), de huidige (sinds 1985!) eerste minister is een ex-Khmer Rouge. Hij viel echter “tijdig” in ongenade, vluchtte naar Vietnam en kon na de ineenstorting van het regime van Pol Pot terugkeren.
2 Legende: de stad is gesticht door ene mevrouw Penh die 5 boeddhabeeldjes vond en op een heuvel (Phnom) een tempel oprichtte.