Braga.

Vandaag zou een relatief koude dag worden. Dus is Braga een aanrader. Gelegen in een kom, volledig omringd door hellingen is het er warmer dan waar ook in Noord-Portugal. Een kleine 45 km van ons verblijf in de heuvels rond Ponte de Lima. Stadsbezoek, dus licht pakken: geen rugzak maar een paar dingen (reispas, auto-documenten) in het camera-zakje proppen.

Braga krijgt één ster van Michelin maar is er volgens mij twee waard, net zoals Guimarães. Een “katholieke” stad vol kerken en kapellen, de ene soms letterlijk tegen de andere gebouwd. En ten overvloede barok, zowel binnen als buiten! We zijn maandagmorgen 1 juni en in minstens 2 kerken is een misviering aan de gang! Maar vooraleer de lange Rua do Souto af te wandelen, eerst een espresso (=“café”) op een terrasje in de oude binnenstad. De prijzen swingen hier de pan uit: € 0,70 voor een café en zelfs € 0,80 voor een Pingo. Aan de Douro in de kleine dorpjes kostte een café ons € 0,55! Een vioolspeelster een eindje verderop voegt nog wat sfeer toe: ze brengt de top 10 uit de lichte klassieke muziek, afgewisseld met de Pink Panther. Snel wat muntjes in haar vioolkist gooien, foto nemen, koffies betalen en dan slenterend monumenten, gevels en kerken bekijken.

Afhellende straat met straatmuzikante die viool speelt.

De Rua do Souto wordt, behalve door het aantal kerken, nog getypeerd door zijn rococo gevels, zuilengalerijen en azulejos-façades. De straat mondt uit op de Praca de República waar een grote centrale fontein met een afwisselend spuit-ritme voor verkoeling zorgt. Nog een eindje verder tot aan de Igreja (kerk) de witte Nossa Senhora-a-Branca met geglazuurde roze tegels op de voorgevel. In de verte zien we tegen een berghelling de Bom Jesus do Monte kerk: die moeten we ook nog zien! Maar … plotse paniek, bij mij toch. De realisatie dat mijn camera-tas verdwenen is! Niet de camera want die hangt rond mijn nek maar de tas met reispas, autodocumenten, geheugenkaartjes, reserve-batterij, camera oplaadkabel …. Snel de film van deze voormiddag mentaal in omgekeerde volgorde afspelen … tas ruim een uur geleden achtergelaten op het terrasje waar we koffie dronken en waar de vioolspeelster stond. We keren op onze stappen terug. Camera-tas staat er niet meer. Binnen vragen en … mijn geloof in de mensheid EN in Porugal en zijn inwoners is andermaal flink gestegen: het meisje achter de toog geeft mij vriendelijk lachend mijn tas terug!

Lunch op een stijlvol terras. Broodjes voor iedereen, maar voor mij … een francesinha, vrij vertaald: “een klein Fransken”. Maar klein is het allerminst: ’t is een pot met in tomatensoep gesopte broodsneden met kaas, worstjes, vlees en dat alles overdekt met gesmolten kaas. Serveren met frietjes! Een waar cholesterol-menu.

Met de auto naar Bom Jesus do Monte. Kleine 5 km buiten de stad. Een kerk op een heuvel gebouwd maar vooral bezienswaardig omwille van zijn Via Sacra, een trap van een 500-tal treden, op het eind helemaal in barok-stijl. Eerst werd de trap gebouwd en alleen daaraan is jaren gezwoegd. De 5 zintuigen moeten op elk tussen-niveau worden afgebeeld in barokke standbeelden, taferelen en fonteintjes, plus alle deugden en nog zoveel meer. Een vriendelijke Portugees (zijn er andere?) wijst ons onderaan de trap op een alternatief voor het te voet beklimmen: de escalador of funicular! Oudste kabelbaan ter wereld werkend met … water. Het waterreservoir van de bovenste cabine wordt met water gevuld. Waarop ze naar beneden dokkert en de laagste kabine naar boven duwt. Dan van de onderste kabine water uitlaten, bovenste vullen en weer vertrokken. Simpel en geniaal en het werkt nog altijd sinds 1822!

Witte, oplopende barokke trappen naar kerk met twee torens.
Eens boven hebben we een prachtig uitzicht over Braga, de nieuwe stad dan, want het oude stadsdeel moet verscholen liggen tussen het groen aan de voet van de Monte. Hier boven lopen wel wat toeristen rond. Onder andere één of andere school, begeleid door twee pastoors nog in traditionele zwarte soutane. De één heeft een witte pet met afhangende slappe randen. De andere een kale knikker. Maar niet voor lang: de zon brandt en hij eist de pet op van één van de toevallige Portugese omstanders. En hebben Portugezen niet veel respect voor de Kerk? Vooral in Portugal?

Twee pastoors in zwart habijt.

De kerk op de top is neo-klassiek van stijl. Het bouwen van de barok trap duurde immers zo lang dat de bouwstijl was veranderd eens aan de kerk moest worden begonnen.

Terug naar “huis”. Maar eerst nog inkopen doen in een kleine supermarkt aan de rand van Ponte de Lima. Grote bakken bacalhau, gedroogde kabeljauw, geven geur aan de winkel. De lokale bevolking en het winkelpersoneel zorgen voor kleur, “couleur locale”. Er is een klein wijnassortiment met onder andere rode Vinho Verde van Ponte de Lima. Een lichte wijn, 10,5° alcohol en koel te serveren, zeer lichtjes sprankelend! Onnodig verder te verduidelijken dat we dat wijntje hebben “geproefd”.

En “naar huis” gaat helaas weer niet zonder slag of stoot. We raken, ondanks GPS, opnieuw het noorden en alle andere windstreken kwijt en belanden andermaal in de smalle kasseiwegjes in de bossen. Zoeken, uitstappen, rond kijken en proberen herkenningspunten te vinden. Zonder een paar flinke schrammen op de huurauto komen we er deze keer niet van af. Maar ach … we hebben voor één keer een all-in verzekering genomen. Die moet hier nu goed van pas komen.

Morgen Ponte de Lima bezoeken en het Penada-Cerês nationaal park?

Guimarães.

Er hangen lage wolken boven de Douro. De laatste twee dagen genoten we blijkbaar van uitzonderlijk stralend en warm weer voor de tijd van het jaar: alleen van mei tot september is dagelijkse regen hier niet gegarandeerd. Vandaar de groene omgeving!

Vandaag verhuizen: naar een gehuurd vakantiehuis, dicht (+/- 15 km) bij Ponte de Lima, meest noordelijke stad van Portugal. Onder de weg eindelijk kersen kopen aan een stalletje langs de weg. Drie kilo! Tien euro. Misschien wat over-enthousiast aangekocht: de vrolijke verkoper heeft ons in summiere bewoordingen en gebarentaal duidelijk gemaakt dat dit een uniek aanbod is. Maar de kersen zijn ook donker-blinkend en super lekker!

Grijze, oude stadsmuur met kantelen en opschrift in witte letters: Aqui Nasceu Portugal.

Nu Guimarães bezoeken, vooraleer we door rijden naar Ponte de Lima. Hier is dus Portugal geboren, en dat staat ook in grote witte letters op overblijfselen van de oude stadsmuren. Guimarães is een statige stad met bomenrijke lanen, kleine middeleeuwse straatjes, stijlvolle pleinen, talrijke monumenten, standbeeldjes en kerken. Hier hebben de inwoners klasse, sommige toch: ze flaneren op deze zondag rustig langs hun oude gevels. Voor het eerst zien en horen we ook veel toeristen. De “must see” van Guimarães UNESCO wereld erfgoed: het herbouwde paleis van de hertogen van Bragança met zijn talrijke bakstenen schoorstenen, het Castelo bovenop een heuvel, de Nossa Senhora da Oliveira kerk en eigenlijk het hele stadscentrum. Lunchen nu op een terrasje aan één  van de vele leuke pleintjes en …. Portugeesjes kijken.

Binnenplein met romaanse gang op gelijkvloers en zuilen op eerste verdieping en vele schoorstenen.

Vandaag zullen Anny en Luc zich bij ons voegen, voor vier dagen. Wij doen de inkopen  – ’t is nu “self-catering” – en hebben afgesproken rond 4 uur aan het vakantiehuis. Dus winkelen in een kleine supermarkt (’s zondags geopend) aan de Rua de Gil Vicente. Maar al snel beseffen we dat we beperkt zijn in wat we kunnen aankopen: we kunnen moeilijk met zware zakken over straat zeulen tot waar onze auto geparkeerd staat. Dus een minimum kopen en hopen dat we buiten de stad nog een supermarkt vinden, die op zondag open is EN waar we kunnen parkeren. Die supermarkt vinden we inderdaad: de Jumbo! Doet zijn naam eer aan: werkelijk gigantische supermarkt met gangen waar je gerust met een auto zou kunnen doorrijden. En gelegen in een nog groter shopping center. Open op zondag. En een drukte van jewelste. “Shoppen” lijkt de nationale sport van de Portugezen op zondag.

Goed bevoorraad vangen we ons laatste traject voor vandaag aan. Ons huis in de heuvels rond Ponte de Lima zoeken en bellen met de eigenaar … vrouwenstem die alleen maar Portugees spreekt: não, não, não. Sms-en. Anny en Luc blijken inmiddels met hun huurauto rond te toeren in de buurt van het vakantiehuis. Dat huis is moeilijk te vinden. En dat begrijpen we snel als we ook zelf in de buurt komen: supersmalle wegjes tussen dichte struiken, gekasseid maar met putten, kuilen en bobbels, helling op en helling af met hellingsgraden van vermoedelijk 15 % of meer … De adrenaline stroomt … Af en toe stappen we uit om in te schatten en te overleggen of de auto wel verder kan en/of een helling niet te stijl is of een bocht niet te scherp. Maar waar een wil is (en GPS), is een (archi-slechte) weg. Zes uur is het als we onze bestemming bereiken en … Luc en Anny ontmoeten. Die hebben onderweg een kleine attentie gekocht: twee kilo kersen!

Tijd nu om – ondanks het frisse en bewolkte weer – even van het zwembad te genieten, van het gezelschap en van het avondeten en van de Douro-of Vinho Verde wijn.

Portugese blote billen.

“Traag reizen” zijn we gisteren noodgedwongen wat vergeten. Vandaag dus bewust niet: na het uitgebreide ontbijt rijden we naar het nabij gelegen Castelo do Paiva, amper 15 km verder. Opnieuw MET GPS, want niet alleen is de iPhone opgeladen maar mits het juiste kabeltje kan je stroom tappen via de USB-poort van de Renault. Hoewel, echt nodig is het niet.  Na onze omzwervingen van gisteren herkennen we nu bijna elke hoek en kant in de onmiddellijke omgeving.

Castelo do Paiva.

D’er is een soort volksfeest in voorbereiding op het centrale plein van Castelo. Spijtig: kraampjes onttrekken huizen, bomen, monumenten aan het zicht. Op een catwalk voor de kerk krijgt een groepje mannequins de juiste coaching voor het mode-défilé van deze avond. De derde leeftijd speelt een soort jeu de boules. Je kan boogschieten. Maar we willen wandelen en de drukte ontvluchten. We vinden op het plein zowaar de toeristische dienst waar iemand ons in het Engels uitlegt dat er een eindje verder, richting Fornos (spreek uit: Fornsj) een eilandje in de Douro is. Daar is het leuk om wandelen met zelfs de enige aangeduide wandeling uit de streek. Alleen … dat is aan de overkant van de Douro en er is geen brug. Wel bootjes in juli en augustus! Maar ook langs deze kant van de Douro zou de omgeving een aanrader zijn en “je kan langs de oever wandelen” wordt ons aangeraden. Doen dus. Maar: viagem lenta! Dus met ons vieren eerst 3 “cafés” en een Pingo nuttigen op het sjiekste terras van het plein. Conta: € 2,5 in totaal.

Lodo.

We vinden vlot de oever van de Douro en de plek met het eilandje. Een aanlegsteiger, een strandje, een dorpje tegen de steile helling geplakt. We wandelen langs de oever. Maar al snel keert het pad, één persoon breed, zich af van de rivier. Langs een wrak van een bootje waaronder geiten van de schaduw genieten. Langs een grote hond, vastgeketend naast een houten barak onder bomen. De barak zelf staat vol vogelkooitjes met gevangen vogeltjes. Rommel alom.

Dan omhoog tussen wijnstronken, langs moestuintjes, tussen huisjes, over koertjes van huizen tot op de hoofdstraat. Een eindje verder wijst zowaar een soort toeristische wegwijzer naar “Lodo”. Dat blijkt een klein zijriviertje van de Douro te zijn. Inmiddels hebben twee honden het hele gehucht gealarmeerd: toeristen in het dorp! Van op de berghelling, van achter hoeken en kanten van huizen en straatjes worden we, al dan niet discreet, nagestaard. We dalen af tot aan de Lodo, laatste meters tussen het struikgewas en … klimmen dan terug naar boven naar de “hoofdstraat”. De dames inmiddels met haagwinde in hun haar. Terug in de hoofdstraat worden we aangeklampt door een oude dorpeling, gezicht gelooid door decennia uitbundige Portugese zon. Lachend en honderduit vertellend … In het Portugees. No comprendo helpt hier echt niet. Met haken en ogen verstaan we dat hij vertelt over vroeger, over de wijncultuur, de tonnen die ze de Lodo en de Douro afstuurden, de vinho verde die eerst maar gewone miswijn was … Mijn reisgezellen stappen lustig verder. ‘k Moet zelf maar zien hoe ik van mijn nieuwe vriend af geraak. “Belgica”, zeg ik, wijzend op mezelf. Dat lokt een onbedaarlijke (en onbegrijpelijke?) lachbui uit. Lachend en wuivend naar mekaar nemen we afscheid.

Vinden we hier lunch? D’er is een onooglijke bar. Broodjes vragen. De baas snapt geen woord Engels en haalt zijn dochter … en daarna snel ham en kaas ergens uit het dorp. Broodjes staan normaal niet op de menukaart maar een goeie neringdoener speelt snel in op omstandigheden en opportuniteiten. Een oud ventje sloft de bar binnen en gaat zonder een woord te zeggen in een hoek, halvelings naar de TV zitten kijken. De baas zet hem een “café” voor. Zonder woorden.

Afrekenen (€ 10,20). Onze dames willen naar toilet. Betty vraagt de sanitarios (onbegrijpende blik), servicios (nog onbegrijpender), bagno (ah… lichte aarzeling). Dan worden ze uitgenodigd om via de woonkamer naar de privé badkamer te gaan waar er een WC, douche en wasbak is … Portugezen zijn vriendelijke mensen en flexibel.

Sobrado?

We zoeken Sobrado, waar er een mooi plein zou zijn. Maar na wat omzwervingen met de auto en nog een kleine, leuke wandeling deels langs velden en wijngaarden, stellen we vast dat Sobrado een gehuchtje van Castel do Paiva is. En het mooie plein, het plein met het volksfeest.Drie uur in de namiddag. Terug naar het hotel om wat “uit te rusten” en van de accomodatie te genieten. Voor de eerste keer veel volk aan het zwembad. Nieuwe badmode blijkbaar, althans voor de vrouwen. Een soort tangaslip die de billetjes (of zeg maar meestal: billen) bloot laat maar met nog veel stof erboven … Eigenaardig? Alleszins! Mooi? Hmmm … In elk geval kan je er niet naast kijken.

D’er is deze keer activiteit op de Douro: een paar bootjes, waterski, twee jetski’s. Pas nu valt op hoe rustig het hier gisteren en deze morgen was. En hoe stil ’s avonds en ’s nachts. Biertje drinken, blog bijwerken, relaxen. In Belgïe regent het!Até tarde.

Miradouros aan de Douro.

Ik blijf mijn hele leven reizen …
Ik volg de wegen van de twijfel …
Tussen de liefde en de leegte

Stef Bos

Yvette, Herman, Betty en ik … iets na de middag staan we in de luchthaven. Op 28 mei. De dag na de grote “Belgocontrol stroompanne”. Maar alles lijkt rustig. Vlucht SN6407 van Portugalia heeft maar een klein half uurtje vertraging. Ook tijdens de vlucht weinig wat het vermelden waard is, het uitdelen van een Ebola gezondheidsfolder door de crew en het uitgieten van een flesje mango-sap over broek en fleece van één van mijn reisgenoten niet te na gesproken.

Zachte landing. Shuttle-busje nemen om 500 meter verder bij Avis/Budget te worden gedropt. Aanschuiven, dan … administratie, formaliteiten, aanbod tot nog eens een extra verzekering afslaan en uiteindelijk Renault Megane in ontvangst nemen. Op naar Castelo do Paiva en ons hotel. Met Tom-Tom vind je het hotel vlot na een uurtje “bollen” … In het groen aan een bocht in de Douro. WYSIWYG: What You See (via Internet) Is (inderdaad) What You Get. Tijd om het hotel, menu en wijnkaart te ontdekken. Verder zonder woorden.

Vrijdag 29 mei: zachtroze zonsopgang boven de Douro. Uitgebreid ontbijtbuffet met enkele lokale gebakjes en veel fruit. En rond 9 uur zijn we reeds klaar voor een autotocht langs de Douro, stroomopwaarts, op de linkeroever. Geholpen door, en vertrouwend op de techniek van 2015: Tom-Tom met GPS signaalversterker en iPhone houder aangesloten op de sigarenaansteker. Ontspannen, niets kan ons gebeuren … “little did they know”.

De oevers van de Douro blijken onverwacht groen bebost, steil en hoog met voortdurend kronkelende wegen en regelmatig “miradouros” (uitkijkpunten) die een weids overzicht over de vallei bieden. De zon schijnt, ’t is zo’n 25° C en we hebben tijd. Maar een kaart van de streek ontbreekt nog: “de achterbank” kan ons traject niet volgen. Pitstop dus in Cinfães waar we in een lokale krantenwinkel een kaart van Norte de Portugal bemachtigen. Dat zal ons later nog meer dan we nu denken van pas komen. Nog even waterflesjes kopen. Een Pingo (espresso met melk) of café (espresso) drinken, staand aan een bar tussen de “locals”. En verder: naar Santa Maria de Cárquere, een klooster waarvan alleen nog een kerk rest (zijn ze aan het restaureren), een monumentale boog en een kerkhof en een grafkapel met 4 stenen tombes.

Hier vergeten ze de doden niet: op alle graven staan verse bloemen, vermoedelijk niet ouder dan één of twee dagen (met deze warmte en in de volle zon moeten ze zeer snel verwelken). Pittoreske omgeving met andermaal vergezichten over de Douro-vallei. D’er is een bron: het water stroomt in een grote opvangbak met goudvissen. En er staan twee glazen uitnodigend te wachten op een drinker … het water is heerlijk koel maar mijn reisgenoten voorspellen me onheilspellende buikproblemen als ik durf te drinken. Doe ik toch.

GPS-ontvanger die tevens stroom levert aan de iPhone valt uit …. Geen electriciteit, geen techniek meer! We zijn aangewezen op onze toch wel summiere kaart van de streek. Resultaat: na een tijdje blijken we aan het terugrijden te zijn! Terug draaien, dan met kaart en afgaand op de schaarse wegwijzers proberen Lamego te bereiken. De bossen hebben plaats gemaakt voor uitgestrekte wijgaarden. Hier groeit de Vinho Verde en Douro wijn!

Plots een wegwijzer naar “Vila Pouca”, het dorp uit het gelijknamige boek van Gerrit Komrij waarover ik mijn reisgezelschap zonet heb verteld? Maar er blijken 6 Vila Pouca’s in Portugal te zijn …. blijft onopgehelderd, dus.1 We passeren een dorp waar er een Festival do Cereja (kersen-festival) is. Inderdaad de wegen zijn hier afgelijnd met overladen kersenbomen. ’t Is ook het brem bloeiseizoen: metershoge bremstruiken staan diep-geel te blinken in de zon. En plots … een slang die over de weg kronkelt!  Gelukkig kunnen we tijdig stoppen.
Het bochtenwerk op en af de oevers eist inmiddels zijn tol: op de achterbank is het verdacht stil geworden. Twee passagiers ongezond. Maag in de knoop! Hadden ze niet beter van het bronwater gedronken?

’t Is al ruim na de middag als we Lamego bereiken. Parkeren aan een parkje en snel op een terrasje in de schaduw iets fris drinken. Een terrasje waar we niet alleen vestimentair (toeristen!) uit de toon vallen maar ook qua leeftijd. Overal zitten, hangen, stoeien, vrijen jongeren … ’t zal hier ook examenperiode zijn. Mannen in fluo-hesjes bezemen de verdorde eucalyptusbladeren van de paadjes. Verdoken werkloosheid.

Lamego is een aangename en relaxte stad. We bezoeken de versterkte toren (gratis), de kathedraal (ook gratis) en het museum (€ 3) met 5 Vlaamse wandtapijten. Chauvinisme gebiedt me te zeggen dat 4 ervan zijn gefabriceerd door het atelier van Pieter van Aelst! We bezoeken NIET de Santuário de Nossa Senhora dos Remédios want 617 trappen. Kunnen we niet meer aan.

We lunchen in “Cafe Restaurante Paulo’s”, een grootse naam voor een onooglijke snack-bar waar we aarzelend binnen stappen. Paulo’s vrouw is vriendelijk en vlot in het Engels en haar broodjes zijn simpel en lekker. Paulo zwijgt. Twee in het zwart geklede oude besjes sjokken binnen en nemen plaats, vermoedelijk aan hun vaste tafel. Zonder woorden zet Paulo ze elk een koffie voor. Ik wil afrekenen: € 7,90 voor 4 broodjes en drankjes. Paulo’s vrouw vindt niet zo direct € 2 wisselgeld. Ze stapt op één van de oude vrouwtjes af, vraagt haar portemonnee en neemt daar zelf € 2 uit. Voilà: geregeld.

De terugtocht dan. Om eventuele verdere maagproblemen te vermijden besluiten we de snelweg naar Villa Real te nemen, dan richting Porto, afslag Penafiel nemen. Vandaar zou het nog zo’n 30 km moeten zijn naar het hotel. Het deel snelweg gaat goed! Het deel daarna niet: 4 betweters met één slechte kaart in Portugal is vragen om problemen. We rijden in cirkels, komen 3 keer over dezelfde brug en zien het steeds later worden. Moeten we de weg vragen? We weten amper of ons hotel in Castelo do Paiva ligt of in Raiva of in Pedorido …

Maar toch. Na eindeloze omzwervingen in de vallei van de Douro vinden we ons hotel terug! ’t Is 20u10. Tijd voor een snelle douche en een trage hap. Tot morgen.



Opheldering, 23/08/2016: Komrij schrijft over (en woonde in) het dorpje Vila Pouca da Beira, één van de 21 freguesia’s (klein dorpje, onderdeel van een groter stadsgebied) van Oliveira do Hospital. Zie Portugal blogpost van 2 september 2016.

O Norte de Portugal 2015: viagem lenta.

Tien dagen om de ziel van Portugal te ontdekken. Het noorden (o norte) … en Porto, waar de Douro in de Atlantische oceaan stroomt. Waar lang geleden op de linkeroever van de Douro een Romeinse stad was: Cales. Met een haven: Portus Cales … en vandaar de naam Portugal. Een streek met de allereerste hoofdstad van Portugal: Guimarães. Een regio, waar ook het eerste parlement, de Cortès, samen kwam: in Lamego. Maar waar NIET de weemoedige Fado-muziek is ontstaan. Daarvoor schijnt het noorden te religieus en te nuchter-ijverig te zijn: Lissabon danst, maar Porto werkt en Guimarães bidt.

Portugal: één van de oudste landen ter wereld als je het percentage “inwoners ouder dan 65” bekijkt (20 %). Drie keer groter dan Belgïe maar met iets minder inwoners en waarvan dan nog twee derden in steden wonen: een leeg land! Laag op de wereld geluksindex: 88ste plaats en zakkend, nog na Pakistan, Nigeria en zelfs na … Libïe! Met meer Portugezen in oud-kolonie Angola dan Angolezen in Portugal. Een land waarvan de jongeren sinds vele tientallen jaren weglopen. Maar hopelijk en vermoedelijk met prachtige natuur, pittoreske steden en dorpjes (met zongedroogde “peekes” op het praça central en in het zwart geklede oude besjes schuifelend langs de gevels?), vinho verde en port-wijn en veel zon. Ideaal voor “slow travel” ofte viagem lenta. Komaan, nu de clichés voorbij

De reisroute.

Dag 1 (28/05): Zaventem, 14u05: vertrek, bestemming Porto met “SNBA, in opdracht van  TAP” (TAP-piloten hebben net 10 dagen onafgebroken gestaakt tegen de geplande privatisering… hmm!?). Na zo’n 2,5 uurtjes vliegen (één uur tijdsverschil), huurauto in de luchthaven van Porto in ontvangst nemen en hop, weg. Naar een eigentijds hotel in Castelo de Paiva, midden in de Douro-streek.

Dag 2 en 3 (29-30/05): Twee dagen om rustig de Vale do Douro in al haar facetten te ontdekken. De barcos rabelos zien (platbodems waarmee de tonnen port naar zee werden gevaren), de steile granieten berghellingen, de wijngaarden, kloosters, paleizen. Stadjes als Lamego, Amarante, Vila Real met het Mateus landgoed (ja, van de wijn), Peso da Régua … Circuits met de auto of met trein en/of boot of gewoon … een stukje te voet. En niet vergeten de Douro-streek ook te proeven (francesinha is te zwaar? kies dan lichte petiscos met vinho verde).

Dag 4 (31/05): Langs Guimarães naar Villa Ponte de Lima, self-catering huis in het gelijknamige stadje, Ponte de Lima, gelegen aan de … juist, Lima-rivier. Maar rustig aan: in totaal een goeie 130 km te rijden, dus tijd zat. Misschien deze overgangsdag combineren met een uitgebreid bezoek aan Guimarães (UNESCO werelderfgoed), de wieg van Portugal. “Aqui nasceu Portugal” staat in één van de oude torens van de stadsmuur geschreven.

Dag 5 tot 7 (1 – 3/06): Drie volle dagen om “relax-max” het “hoge noorden” te ontdekken met Ponte de Lima als uitvalsbasis: Braga, Barcelos met zijn beroemde (in Portugal toch) hanenbeeldjes, Parque Nacional Peneda-Gerés, Monte do Faro, natuurgebied Corno do Bico, kuststadje Viano do Castelo … Niet vergeten om inkopen te doen in lokale supermarkten of winkeltjes of … op de markt?

Dag 8 (4/06): Afzakken naar het zuiden, naar Porto, het HF Ipanema Park hotel. En dan na aankomst niet treuzelen: hop, naar de Ribiera en het centrum van Porto.

Dag 9 (5/06): Gelukkig nog een volle dag om in Porto te zien waar we gisteren nog geen tijd voor hadden: de Maria Pia brug en de Dom Luis I brug, de Torre dos Clérigos, de parkjes, de cafés, de kathedraal … misschien het nieuwe concertgebouw, ontworpen door onze noorderbuur, Nederlander Rem Koolhaas.

Dag 10 (6/06): Zes juni: in 1944 D-Day, landing in Normandïe. Voor ons vandaag: terug naar huis; landing in Zaventem … Helaas?

Belas cançoes não duram muito tempo!