Chrey scènes.

De reis.

Brussel – Bangkok, vertrek 13u10. Aperitiefje na het opstijgen. Vliegtuiglunch met een wijntje. Voor je het weet ben je een paar uur verder en is het pikdonker. Naar het oosten vliegen heeft het nadeel dat de uren lijken te “versnellen”: we landen om 6 uur ’s morgens in Bangkok, Thailand maar onze interne klok staat nog op middernacht. We hebben “de nacht door gedaan”, zonder noemenswaardig te slapen. Koereigers wandelen al statig in de vroege en zwoele morgen, langs de brede kanalen tussen de verschillende landingsbanen van Suvarnabhumi airport.

De aansluitende vlucht naar Siem Reap (speek uit: Siejem Reejèp), om 7u30, is eigenlijk een soort “city hopper”: amper een uur vliegen. Opstijgen, ontbijt, landen. Snel het landschap onder ons opnemen: vlak, groen, verlaten, nat, riviertjes met langs hun bochtige oevers duidelijke sporen van overstromingen, meertjes, rijstvelden, moerassen. Hier en daar paalwoningen in lintbebouwing langs waterloopjes.

Siem Reap International Airport: grote naam voor kleine maar verzorgde luchthaven. Raken we het land binnen? We hebben, naast onze reispas, een e-visum, een ingevuld aankomstformulier, een vertrekformulier, een douane document. ’t Wordt lang aanschuiven vooraleer dat uitvoerig kan gecontroleerd worden EN foto genomen EN vingerafdrukken. Alles OK. Enig spoor van corruptie – zoals reisgidsen beweren – is er helemaal niet.

Een taxi-chauffeur staat ons buiten op te wachten, met een fout naambord in de hand: “Petty” in plaats van “Betty, Angkor Rural Boutique”. Hij wandelt op flip-flops, het nationale schoeisel van Cambodja. “Where are you from?” stelt hij de klassieke vraag. “From Belgium.” Hij hoort het in Keulen donderen (maar dat zal hij ook wel niet weten liggen). We kijken onderweg onze ogen uit. Vanaf de luchthaven rijden we al snel door een dicht tropisch woud, komen dan uit bij de ingang van het Angkor-park en zien in de verte één van de torens van Angkor Wat. Veel primitieve fruit- en groentenstalletjes langs de weg. Een marktje ook met veel drukte. Boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ontelbare brommertjes op straat.

Sokun Ang verwelkomt ons in Angkor Rural Boutique Resort met een passievruchtendrankje. Daarna: bezit nemen van ons houten huisje, één van vier, dicht bij het zwembad maar toch volledig omringd door tropische planten, struiken en bananenbomen. Een 7cm grote zwart-gele vlinder verwelkomt ons. Het is drukkend heet: het water van het zwembad brengt amper verkoeling (uitgetest!).

Zwembad, tropische begroeiing, huisjes.

Dorpsleven.

Angkor Rural Boutique Resort ligt in het midden van het platteland, in Chrey, een paar kilometer van Siem Reap en Angkor Wat. Rijstvelden omringen het domein. Na de lunch en een half uurtje platte rust (die “nacht door doen”, hee!) verkennen we het dorpje. Veel meer dan een paar rode aardewegen en huizen is het niet. Cambodja op zijn armst ook. Veel houten huizen staan op betonpalen: aanpassing aan zware moessonregens en overstromingen. Aan de straatkant pronken de meeste huizen ook met een eigen boeddhistisch tempeltje.

Houten huis op betonnen palen en palmbomen.

Goudkleurig boeddhistisch tempeltje voor huis.

Dorpelingen kijken ons nieuwsgierig aan. Wat doen die twee “barangs” – vreemdelingen – te voet in ons dorp? Of ze lachen ons vriendelijk toe. Of ze bieden ons een lift aan, achterop een brommertje. En honden! Niet te tellen. Meestal lopen ze luid blaffend achter je aan om met de staart tussen de poten af te druipen wanneer je een steen of stok neemt. Scharminkels van koeien grazen de straatkanten af. Een opmerkelijk groot en kitscherig gebouw, wit met rood dak en vier spuuglelijke spitse torens, blijkt de ingang van het stadium van Siem Reap te zijn … op dit moment verlaten, maar goed onderhouden.

Huis van stro tussen rijstvelden.

Terug naar ons huisje voor nog een verkoelende zwembadduik.

Inmiddels is een soort pikdorser op rupsbanden opgedoken. Die oogst het rijstveld achter Angkor Rural. Blijkbaar toch een uitzonderlijke gebeurtenis in Chrey: tientallen dorpelingen staan het spektakel te bekijken.

Pikdorser met rupsbanden in rijstveld en toeschouwers.

Tijd nu voor een dineetje met twee want … we blijken helemaal alleen te zijn in Angkor Rural Boutique.
Goed verzorgd door acht personeelsleden, dat wel!

“En hoe is ’t van eten en drinken?”

Deze middag gewokte groenten met kip en rijst als lunch. Lekker! Vanavond Khmer soep met rijst: verschillende stukjes vis, groenten en citroengras samen gekwakt in een bouillon. Ook top!

Drank – wijn – is wat anders. Als aperitief een glas witte wijn gevraagd, “Kangaroo”, vermoedelijk van Australië. Niet te drinken. Dus als 2de glas een “Santiago” gevraagd, Chili waarschijnlijk. Helaas geen witte wijn meer in huis! Dan maar een glas rode, om ’t even dewelke. Die wordt geserveerd aan “kamertemperatuur”, zijnde vermoedelijk 30 graden! Morgen een biertje???

Khmer?

From 1975 to 1979 – through execution, starvation, disease and forced labor, the Khmer Rouge systematically killed an estimated two million Cambodians, almost a quarter of the country’s population. 

Uit “First they killed my Father” van Loung Ung, 2000.

Khmer Rouge.

Khmer … Rode Khmer … Pol Pot … Killing Fields … Cambodja …
Is het woord “Khmer” nog altijd “besmet” door de volkerenmoord in Cambodja, nu zo’n veertig jaar geleden? Associëren we het nog altijd – onterecht zoals zal blijken – met Pol Pot en konsoorten van de “Khmer Rouge”? De door hen uitgevoerde genocide voltrok zich in drie jaar, acht maanden en twintig dagen tijd, een getal wat elke Cambodjaan uit het hoofd heeft geleerd. Onbegrijpelijk dat zo’n massa-uitroeiing kon gebeuren in een land dat dit jaar – 2016 – door de “Rough Guide” is uitgeroepen tot vriendelijkste land ter wereld! Een morele “must” tijdens een Cambodja-reis zal dus een bezoek aan de “Khmer Rouge Killing Fields” zijn. Maar verder verdienen ze geen enkele naamsvermelding meer in deze blog!

Verder weet ik niet of het wel een goed idee is om “First they killed my Father” te lezen als voorbereiding op een Cambodja-reis (maar Cambodjaanse literatuur is zo goed als onbestaande). Ben nu bang dat ik elke Cambodjaan van 50 of ouder ga zien als ofwel slachtoffer ofwel ex-soldaat/beul ofwel als een van de “base people”, landbouwers die nooit hun dorp hadden verlaten en dus “puur” waren en het toch nog relatief goed hadden onder het schrikbewind, of … er van profiteerden! Of zijn er maar weinig 50-plussers in Cambodja?1

Waarom dan Cambodja bezoeken? 
  1. Gefascineerd door Angkor Wat.
  2. Enthousiast geworden door de verhalen van Maaike, een ervaren rugzaktoeriste (hoewel we nu niet precies low-budget reizen). 
  3. En nieuwsgierig om kennis te maken met een land wat, tijdens onze jeugd, voortdurend in het nieuws was … oorlog in Vietnam, Amerikaanse bombardementen, Kissinger, Nixon, Vietcong infiltratie, Norodom Sihanouk …
Khmer.

“Khmer” betekent veel meer dan … dat van die rooie …

“Khmer” is een taal, ogenschijnlijk gemakkelijk, zonder lidwoorden en zonder enige werkwoordsvervoeging! Maar … met 33 medeklinkers en 26 klinkers, verwant aan het Sanskriet en met voor Westerlingen zo goed als onuitspreekbare klanken. Enkele woorden:
Phnom = berg, heuvel; Phnom Penh (hoofdstad=de heuvel van Penh)2
Thom = groot;
Tonlé   = rivier; Tonlé Thom = grote rivier (=de Mekong rivier); 
Sap     = meer; Tonlé Sap = meer op de rivier (het grootste zoetwatermeer van Zuid-Oost Azië in het centrum van Cambodja)
Wat     = tempel; Angkor Wat = tempel van Angkor; en Angkor is Sanskriet voor “stad”, dus eigenlijk betekent Angkor Wat, stadstempel!

“Khmer” is ook de naam van een volk: de overgrote meerderheid van de 15 miljoen inwoners van Cambodja is Khmer. Een volk dat door reisgidsen wordt beschreven als “buitengewoon vriendelijke mensen” of “merkbaar hoop uitstralend”.

En “Khmer” is vooral de naam van een rijk dat zich, naast het huidige Cambodja, ook uitstrekte over grote delen van wat nu Thailand, Laos en Vietnam is. Bloeiperiode: van 802 tot 1431. Meest beroemde overblijfselen: het uitgestrekte tempelcomplex van Angkor Wat. Eeuwen vergeten, door de Franse ontdekkingsreiziger Henri Mouhot herontdekt in 1860 en nu nog altijd op vele plaatsen overwoekerd door de jungle. Moderne lucht/laser fotografie bewijst trouwens het bestaan van meer verborgen ruïnes in de onmiddellijke omgeving. 

De reisroute. 

Cambodja is zes keer groter dan België. En we hebben maar zeventien dagen min twee reisdagen, van 10 tot 27 november 2016. Op die tijd zie je NIET heel Cambodja, zeker niet als je “traag” wil reizen en niet alles op een drafje afhaspelen. Beperken dus tot het westen (Angkor Wat en Battambang), het midden (Phnom Penh) en het zuiden (Sihanoukville en Kep). 
We starten, na een lange Zaventem-Bangkok vliegreis en een aansluitende, korte vlucht, in Siem Reap, de toegangspoort tot Angkor. Maar wat een naam voor een stadje: Siem Reap betekent in het Khmer letterlijk “Siam (=Thailand) verslagen”. Terugkeer via de hoofdstad Phnom Penh, opnieuw via Bangkok … Maar dat is voor veel later.

Van de ene plek naar de andere reizen … dat zullen we verder met wat improvisatie ter plaatse regelen.
Maar in elk geval, de verblijfplaatsen liggen vast:
  1. Angkor Rural Boutique Resort: in Chrey, een klein dorpje dicht bij Seam Reap. Vijf nachten. Tijd genoeg  om met een drie-dagen-pas het Angkor Wat tempelcomplex te bezoeken. Per taxi, of tuk-tuk, of per fiets? Een tocht in een ossenkar langs rijstvelden is inbegrepen in het verblijf.
  2. Battambang Resort: twee nachten in Wat Ko, opnieuw een klein dorpje op het platteland, dicht bij de 2de grootste stad van Cambodja. Zeker stadswandeling doen om de oud-Franse koloniale gebouwen te bewonderen en verder … Omgeving verkennen? Circus/dansvoorstelling?
  3. White Mansion Boutique hotel in Phnom Pen voor drie nachten. Dat zou moeten tijd genoeg zijn om het koninklijk paleis met de Zilveren Pagode te bezoeken; het Nationaal Museum te zien; te wandelen langs de Frans uitziende oever van de Tonlé Sap rivier; “Killing Fields” te doen. Volgens reisgidsen kun je in Phnom Penh ook lekker, zefs Westers, eten … Moeten we uitproberen!
  4. Op 8 km van het centrum van Sihanoukville, aan het strand van de Golf van Thailand in het zuiden van Cambodja, ligt Ren Resort waar we 2 nachten verblijven. Hopelijk genoeg tijd om het Ream National Park te bezoeken met zijn mangrove bossen en pittoreske vissersdorpjes. 
  5. De beste krab van Zuidoost-Azië, vers uit de oceaan, vind je in Kep (van het Franse “cap”, kaap). Uittesten? In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd hier zwaar gevochten. Je kan er nog altijd de zwartgeblakerde ruïnes van vroegere chique sjieke villa’s langs het strand zien. We verblijven voor 3 nachten in het Knai Bang Chatt resort. 
  6. En ten slotte, op 26 november, naar Phnom Penh International Airport voor de terugvlucht – Thai Airways, via Bangkok – naar huis.
De Sarus kraanvogel (Grus Antigone).

Deze blog zou zijn naam geen eer aan doen moest er geen research zijn gebeurd naar het voorkomen van kraanvogels in Cambodja. En inderdaad: hier huist de “Sarus crane”, de grootste van alle vliegende vogels: 1m80 van kop tot teen! Anders dan alle andere kraanvogels is hij sedentair, geen trekvogel, geen reiziger! En ook weer in tegenstelling tot zijn andersoortige neven en nichten is deze kerel niet schuw, niet echt bang van mensen. Grijs met vuurrode kop. Maar helaas inmiddels wel een bedreigde soort. Hopelijk krijgen we hem te zien. En als hij dan ook nog een keer zou willen poseren voor ons?

Cambodja is het enige land ter wereld met de afbeelding van een gebouw (Angkor Wat) op de nationale vlag.
 Vlag van Cambodja.
Hier op deze webstek, vanaf 10 november, het vervolg …


1 Ook Hun Sen (65), de huidige (sinds 1985!) eerste minister is een ex-Khmer Rouge. Hij viel echter “tijdig” in ongenade, vluchtte naar Vietnam en kon na de ineenstorting van het regime van Pol Pot terugkeren.
2 Legende: de stad is gesticht door ene mevrouw Penh die 5 boeddhabeeldjes vond en op een heuvel (Phnom) een tempel oprichtte.