De torens van Genua.

26/10/2025.

“Instant-leuk gevoel” omschrijft Evelien de sfeer deze ochtend. Kan ook niet anders: stralende zonsopgang, een paar wolkjes aan de lichtblauwe hemel en een uitzicht om U tegen te zeggen met de baaien en stranden van Fautea; met een toren, eind 16de eeuw gebouwd door Genua, op een landtong in de Middellandse Zee; met beboste bergen waar de herfst amper begonnen is. T-shirt weer!

Maar eerst voor ontbijt zorgen = met Pieter naar de “boulanger artisanal” in Sainte-Lucie de Ponte Vecchio. “U pani casanu” is hun Corsicaanse slogan: zelfgebakken brood! Op de toonbank is een bordje duidelijk voor toeristen bedoeld: “No CB”, geen “Carte Bleu”, bankkaart! De vriendelijke bakkersvrouw – wie beweert dat er alleen maar “norsicanen” in corsica wonen? – legt uit dat elke handelaar in Frankrijk twee betaalwijzen moet aanvaarden. En zij doet dat uiteraard: cash of … je mag je croissant of pain ook met cheque betalen! Geen bankkaarten want banken en overheid pikken daarvan teveel in. “Et nous ne sommes pas des moutons”, voegt ze er aan toe. “Les moutons sont là-haut dans les pâturages” en ze wijst vaag naar achter waar de bergen liggen. “A demain”, zegt ze nog …

Na het ontbijt – croissants, chocoladekoeken, rozijnenkoeken en stokbrood zijn inderdaad lekker en supervers – leidt kleine Lou ons naar de verwarmde infinity pool. Gezien het zomerse weer met een temperatuur vooraan in de twintig is dat niet moeilijk. Wat een verschil met het grijze weer gisteren in België. Nood breekt zwembad-gestoei: we moeten inkopen voor een paar dagen doen, in de spar in Sainte-Lucie.

Van de 13de tot de 18de eeuw was Corsica in handen van de Italiaanse havenstad Genua die – in “meeuw-vlucht” over zee – zo’n 250 km ten noorden van Corsica ligt. Om het eiland te verdedigen tegen voortdurende aanvallen van Barbarijse piraten1, bouwden de Genuezen verdedigingstorens rond om rond langs de Corsicaanse kusten. De toren van Fautea die we vanuit ons vakantiehuis kunnen zien – anderhalve kilometer te voet – is daar een van. We wandelen er heen.

Eerst de steile bergweg af, drukke RT10 over, langs een eerste strandje, een stukje maquis in, tot we niet verder mogen: de toren wordt gerestaureerd. Door een Brussels architectenbureau nota bene: er komt een nieuwe buitentrap, heraanleg van nutsvoorzieningen, betere bescherming van de archeologisch waardevolle binnenkant. De bouwvergunning is wel al drie jaar oud. Er liggen opengescheurde en versteende cementzakken op de site. De toren staat compleet in de steigers. Problemen? Het maquis-pad loopt verder tot op een tweede halve-maan-strand. Je kan hier de resten van een oude kalkoven bewonderen.

We wandelen terug langs de verlaten spoorwegtunnel van Fautea. De Corsicaanse oostelijke spoorlijn is na de Tweede Wereldoorlog nooit meer opnieuw volledig in gebruik genomen. Deze halve kilometer lange tunnel staat al meer dan tachtig jaar leeg. Langs de zuidelijke ingang wandelen we er een paar tientallen meter ver in. Langs de noordelijke zijde worden in de tunnel champignons gekweekt.

Drie verschillende flesjes bier uit Corsica.

Een wolk in de vorm van Malta hangt al een tijd boven de kust en blokkeert de zon. Het is onmiddellijk frisser. Een felle rukwind steekt op. Blauwzwarte wolken zetten van alle kanten op. Dat belet ons niet om van de buitenjacuzzi te genieten. En van lokale biertjes: verrassend, verfrissend, kruidig, hoppig, … lekker. En van de zonsondergang die in het westen de hemel in vuur zet en in het oosten grillig-roze silhouetten op de wolken tovert. Corsica is nog altijd het “Île de beauté”.


  1. Barbarije is de oude naam voor Noord-Afrika, wat nu Marokko, Algerije, Tunesië en Libië is. Barbarije is afgeleid van het Oudgriekse bárbaros. Ook “berber” – uit het Atlas gebergte in Noord-Afrika – stamt daarvan af.

Zuidoost Corsica.

20 september, 2025.

Kan je half-september nog “snel” een weekje zon “dichtbij” vinden? Corsica? Rechtstreekse vlucht met Air Corsica vanuit Charleroi1 naar Ajaccio, villa voor zes personen, in de bergen en met zicht op zee? Gevonden! In Conca, in het zuidoosten van Corsica.

Alegorie van Corsica in het vaticaan.
Allegorie van Corsica – Wikipedia

Corsicanen staan bekend als een fier, koppig en onafhankelijk volk. Dapper ook: al in de 16de/17de eeuw zorgde een Corsicaanse Garde voor de veiligheid van en in het Vaticaan. Zo dankbaar was paus Sixtus V dat hij in de “Hal van Constantijn” een fresco met allegorische voorstelling van Corsica en opschrift “Cyrniorum fortia bello pectora” – vrij vertaald: “Corsicanen met een dapper strijdershart” – liet aanbrengen. Helaas … die vechtlust bracht de Corsicaanse garde al snel in moeilijkheden. Na een gewelddadig incident met de Franse ambassadeur bij het Vaticaan werd de Garde na nog geen honderd jaar alweer ontbonden. Alleen de Zwitserse Garde bleef voortbestaan.

25 oktober 2025.

Fier en onafhankelijk … hoe contradictorisch is het dan dat we landen op de “Aéroport Ajaccio Napoléon Bonaparte”, genoemd naar de grootste landverrader uit de Corsicaanse geschiedenis?2 Of zijn ze daar trots op? Anderzijds, wil je weten wie de grootste schurken uit de geschiedenis waren, zoek dan de standbeelden in je buurt. Persoonlijk zou ik de luchthaven naar een andere beroemde Corsicaan vernoemen, bij voorbeeld Tino Rossi, onweerstaanbare charmezanger uit een andere eeuw en tijdperk.

Kaart van Corsica.

Genoeg gefilosofeer, we komen in de eerste plaats naar Corsica om hopelijk nog snel van wat herfstzon te profiteren. Om 8 uur ‘s avonds valt de temperatuur mee – 17° C – maar we hebben nog een nachtelijke rit over de ruggengraat van Corsica voor de boeg. Ongetwijfeld spectaculair mooi maar in het pikdonker met op 1.300 meter hoogte dichte mist, geen straatverlichting, schimmige koeien op de weg en geen wegmarkering, genieten we er niet echt van. Je zou nog wagenziek worden van de vele haarspeldbochten. Amper bewoning, geen dorpjes behalve na ruim twee uur rijden Ghisoni waar een wegwijzer naar een skistation wijst, maar voor de rest de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

Het is middernacht als we een donkere parking langs de straatkant bereiken. Hier hebben we afgesproken met Christelle en haar man, de eigenaars van het vakantiehuis, wat 80 meter hoger op een steile berghelling ligt: ook met de auto is dit een stevig klimmetje van een kilometer lang. Nog een korte rondleiding door de villa – wat een huis is dit! – en we kunnen onder de donsdekens om vannacht over te schakelen op winteruur en een uurtje langer te slapen. Bonne nuit.


  1. 25/10/2025, Brussels South Charleroi airport: wat een vreselijke, drukke, onvriendelijke luchthaven. Te veel vluchten, te veel passagiers voor een te kleine terminal; alle tafeltjes en stoelen van elke eet- en drankgelegenheid bezet; tientallen zitten, liggen of eten en drinken op de vloer, wij inbegrepen. In de toekomst, mijden als het enigszins kan.
  2. Napoleon, geboren in Ajaccio als zoon van een strijder voor de onafhankelijkheid van Corsica, kon – nadat zijn vader naar de Fransen was overgelopen – studeren in Parijs. Aanvankelijk sympathiseerde hij ook met de Corsicaanse onafhankelijkheidsstrijders maar die hadden niets vandoen met de zoon van een overloper. Napoleon keerde dan maar opportunistisch zijn kar.

Le Crotoy.

6 maart 2025.

Réserve Ornitholoqiue Baie de Somme Grand Laviers: ingang in het groen met groot infobord

Zee en de monding van de Somme … je zou verwachten dat dit een vlak landschap is. Niets is minder waar: achter de slikken, de schorren en de “prés salés” beginnen de heuvels. Domaine du Val ligt zeker 30 meter hoger dan het centrum van Grand-Laviers. Al joggend en bergaf is dit een makkie: beneden lopen we op de rechteroever van het Somme-kanaal, hopend door de “Réserve Ornithologique Baie de Somme Grand-Laviers” terug te kunnen joggen maar die “Réserve” blijkt pas om 10 uur open te gaan. Terugkerend naar “huis” is de helling naar het Domaine du Val wel een stevige kuitenbijter …

Op de rechteroever van de Baai van de Somme ligt Le Crotoy. Ook hier, net zoals in Saint-Valéry-sur-Somme, claimen ze dat William The Conqueror” in 1066 van hieruit vertrokken is op zijn Engelse veroveringstocht. Net zoals in Saint-Valéry is Jeanne d’Arc hier in 1430 gepasseerd, dat wil zeggen: opgesloten in het (inmiddels verdwenen) kasteel van Le Crotoy en door de Fransen (Bourgondiërs) overgedragen aan de Engelsen. De sokkel van het standbeeld van Jeanne roemt in bombastische en chauvinistische termen haar verdienste voor Frankrijk. ‘k Sta er wat ironisch monkelend naar te staren.

Je kan er niet naast kijken: er is een straat, een museum, een school en een restaurant naar hem genoemd … ook Jules Verne heeft hier gewoond en schreef hier “Twintigduizend mijlen onder zee”.

Overigens is Le Crotoy een gezellig stadje, met traditionele kleine woningen en typisch-Franse winkels in de binnenstad en grandioze belle-epoque villa’s aan de oevers van de baai. Plus talrijke visrestaurants, en viswinkels waar al het goede van de zee supervers wordt geconsumeerd en verkocht.

‘t Is laagtij. Van hieruit lijkt de baai één grote slib-vlakte met hier een daar poelen en beekjes. Aan de overkant zijn Le Hourdel en Saint-Valéry – zelfs met het “Chapelle des Marins” kapelletje – duidelijk te zien. Maar geen zeehonden! Waarschijnlijk is het water hier te ondiep en de zandbanken al te ver van de kust om je – als zeehond – veilig te voelen. ‘t Zou voor hen ook opletten geblazen zijn voor de occasionele wandelaar met loslopende hond in de baai. Dat is op zich verboden – geen honden op het strand of in de baai – maar geen zinnige Fransman die zich daar aan stoort!

Na onze stadswandeling wandelen we heel even ten westen van de stad, op het zandstrand: een plaatsje in de zon zoeken, beschut tegen de wind. Franse lunch met stokbrood en kaas. Lou speel wat verder in het natte zand … denkt ze … maar ‘t is grijs-plakkerig Somme-slib. Waarschijnlijk gezond voor de huid – her en der wordt zwaar betaald om met modder ingesmeerd te worden – maar ‘t grijze spul geraakt maar met moeite van haar benen (=traantjes), ook al omdat we geen water bij hebben en de baai zelf bij laagtij zo goed als droog staat. Afwrijven met echt, droog zand dan maar = een echte “scrub”!

Nog één belangrijke opdracht hebben we in Le Crotoy: oesters kopen en mosselen voor ons diner: “Spaghetti alle Vongole”. De verkoper van “Chez Françine” lijkt een karikatuur van een oude zeeman: verweerd gezicht, grote pokdalige neus, grijze haarbos onder een blauwe schipperspet. Hij beveelt de Normandische oesters van Saint-Vaast aan: uitstekende keuze zoals later blijkt. Oh ja, de mosselen worden niet per kilo verkocht – dat weet toch iedereen – maar per liter. Totaalprijs voor negen oesters en twee liter mosselen: 16 €!

Terug in Domaine du Val zien we opnieuw twee reeën – dezelfde als gisteren? Ze grazen rustig op de zonnige helling van de vallei. Duidelijk een mannetje met klein gewei en een vrouwtje. Daarmee, en met een laatste foto van een houten everzwijn, nemen we afscheid van de Baai van de Somme. ‘k Moet de Fransen gelijk geven: deze streek is verdiend een “Grand Site de France”!

Keien en zeehonden.

5 maart 2025.

Om 9u15 is het laagtij in Le Hourdel. Een half uurtje later zijn we ter plaatse.

Wat een verschil met vorige zondag toen het springtij was: een enorme vlakte van slikken, schorren, zandbanken en keien-stranden strekt zich voor ons uit. Tientallen zeehonden zonnen op de zandbanken; wel alleen met verrekijker goed te bekijken.

We wandelen tot aan de “Blockhaus”, een half uit het zand omhoog stekende bunker uit de tweede wereldoorlog (1943/44) of – om preciezer te zijn – een Duitse bunker, type Casemante R612 met (verdwenen) kanon op wielen. Op één van de flanken is een gele cupido geschilderd; “make love, not war” zeker? Oorspronkelijk was deze bunker in de duinengordel gebouwd. Maar de zee heeft op 75 jaar tijd maar liefst 65 meter land en duinen afgeknabbeld. Het fotogenieke is er niet minder op geworden.

Het mooie weer nodigt uit tot verder wandelen. Gelukkig hoeven we niet steeds over de keien te stappen: dichter bij de duinen loopt het wandelpad over zand. Overigens heeft die nederige kei in deze streek een hele geschiedenis. “L’or bleu”, het blauwe goud, noemen ze die hier. De keien zijn immers van uitzonderlijke kwaliteit om pasta voor keramiek te maken. Honderd jaar geleden, kropen de “keien-rapers” op de knieën rond op het keien-strand. Rug gekeerd naar de wind zochten ze de mooiste, egaalste en meest ronde keien uit. Die werden dan vermalen tot keramiek-pasta en vooral naar Engeland geëxporteerd. Tegenwoordig is de productie geïndustrialiseerd en de toepassingen van de al dan niet vermalen keien zijn sterk uitgebreid. Maar de producenten zijn verplicht om elke kei die ze hier uit de baai halen te vervangen door andere, minderwaardige keien uit het Franse binnenland. Zo blijft het typische keien-strand hier bewaard. Aan de verre horizon, dicht bij Brighton (jawel, Engelse naam, maar heeft niets vandoen met het Engelse Brighton, behalve dan dat het gebouwd is door Engelse speculanten/avonturiers) doemt de “keien-verwerkingsfabriek” van Silmer op.

Een kleine 4 km van Le Hourdel – het water stroomt inmiddels alweer snel de baai in – picknicken we: zelf gefikste broodjes met o.a. de lokale rillettes d’agneau des prés salés, overgoten door … overdadig veel lentezon.

We keren terug “op onze schreden”, maar toch is de beleving anders: zandbanken verdwijnen, de zonnende zeehonden met hen; het binnenstromende zeewater neemt de keien-stranden weer in; alleen de schorren begroeid met zoutmelde en zeewolfsmelk blijven droog. De “blockhaus” waar we een paar uur geleden nog naast stonden, ligt nu goed en wel in het water. Een verdwaalde zeehond zwemt dichtbij de vloedlijn. Mooi …

Deze keer om af te sluiten geen crêpe sucré uit het vuistje … maar één op het zonnige terras van bar/brasserie “La pointe du Hourdel”.

Toemaatje: bij terugkeer in ons vakantiehuis, spotten we twee reeën in het Domaine du Val.

Saint-Valéry-sur-Somme.

4 maart 2025.

Porte de Nevers waar straat onderdoor loopt
Porte de Nevers

Wat een eigenaardig stadje is Saint-Valéry, voluit Saint-Valéry-sur-Somme. Vanop de centrale parking op de Place du Jeu de Battoir – betalend; zoals in elke straat en op elk plein van Saint-Valéry; vermoedelijk is het hier heel druk in het toeristisch hoogseizoen – bots je al onmiddellijk op de middeleeuwse Porte de Nevers, tezelfdertijd toegang tot de oude, middeleeuwse stad. Dichtbij ligt de Saint-Martin kerk met haar muren van silex en kalksteen in dambord-reliëf. Maar nog specialer van hieruit is het panorama over de baai van de Somme, met op de oever een paar statige belle-epoque herenhuizen. D’er is hier inderdaad wat hoogteverschil te overbruggen.

Een eindje verder ligt de porte Jeanne d’Arc. Hier zou Jeanne d’Arc, gevangen door de Engelsen, gepasseerd zijn op weg naar haar proces en de brandstapel in Rouen. Direct achter de porte Jeanne d’Arc rijzen twee donjons op, met een smalle doorgang tussen de twee: de porte Guillaume, genoemd naar Willem de Veroveraar.

We dalen trappen af naar zee-niveau en wandelen naar de Cap Hornu, langsheen uitgestrekte slikken (slijk, dus geen begroeiing) en schorren waar regelmatig zeekraal wordt geoogst. Deze keer is het nog “marée basse”, laagwater: het lijkt er inderdaad op alsof je hier op dit moment naar de – in vogelvlucht – 3 km verder gelegen overkant zou kunnen stappen. Maar dat kan alleen maar met een gids die de zandbanken, slikken en schorren kent en de getijden. De tocht is dan overigens 7 km lang.

Vanaf Cap Hornu klimmen we weer van de Somme weg, naar de Chapelle Saint-Valéry, ook de “Chapelle des Marins” genoemd. Zeevaarders kwamen hier een behouden vaart afsmeken of bedanken na een veilige terugkeer. Er hangen ex-voto’s in de vorm van boten aan het plafond. Maar je kon (kan?) er ook terecht voor bijstand bij seksuele problemen. Overigens heeft de neo-romaanse kapel ook weer de typische “dambord-muren”. Hoe dan ook fotogeniek.

Langsheen de hoge muren van de oude abdij – er is niets meer van de vroegere gebouwen over; Saint-Valéry werd ontelbare malen belegerd en veranderde tussen Engelsen en Fransen voortdurend van eigenaar – wandelen we terug naar het centrum. In de smalle straatjes van de binnenstad kijkt een dikke, rossige kater ons vanop een vensterbank onverschillig aan. Caramelle heet hij. Praatje gemaakt met de bewoonster van het huisje: ze houdt naast Caramelle nog zes andere katten en een dalmatiër. “J’adore les chats … “, zegt ze een beetje verontschuldigend.

Na de lunch trekken we de strandboulevard op. Het water komt met een ongelooflijke snelheid op. De slikken verdwijnen snel onder de stroming. Oude belle-epoque woningen kijken uit over het eeuwige spel van eb en vloed. Aan een kraampje eten we andermaal “crêpe sucré” uit het vuistje; een aanrader! Een kilometer verder belanden we aan het oude treinstationnetje, nu alleen nog gebruikt voor de smalspoor stoomtrein (die in maart niet rijdt). In de oude knap gerestaureerde zout-opslagplaats huist nu de toeristische dienst en een restaurant …

Tijd om terug te keren naar het Domaine du Val. We hebben “8 km stappen op de teller”, niet mis … vooral niet voor kleine Lou.

Vanavond de dag afsluiten met een glaasje Chablis op ons terras, kijkend naar de ondergaande zon.

P.S. ‘t was “Mardi grass”, vandaag … maar daar is hier niets van te merken.

Vanaf Abbeville is de Somme recht getrokken en gekanaliseerd. Officieel heet ze dan het “Canal Maritime d’Abbeville à Saint-Valéry”. Bij Saint-Valéry-sur-Somme mondt dat kanaal uit in de zeedelta. De Somme is overigens op heel wat verschillende plaatsen van haar loop gekanaliseerd over een totale lengte van 156 km, terwijl het stuk van Abbeville tot Saint-Valéry een kleine 15 km is.