Amai … Great Zimbabwe.

Zaterdag 22 november 2014: bezoek aan Great Zimbabwe, gelegen op een boogscheut van onze lodge. De naam zelf komt van het Shona woord voor stenen huis: dzimba dza mabwe.

We stoppen aan de toegangspoort, schrijven ons in als derde bezoeker van de dag en betalen 15 $ persoon. Dan even verder rijden, onder een reusachtige boom in de schaduw parkeren en onze tickets laten “rippen” (=scheuren). Eén van de Zimbo’s aan de controle vraagt ons waar we vandaan komen. Van België. “Do you then speak Flemish?” vraagt hij. Duidelijk een geïnformeerd persoon. Hij kent zelfs een nederlands woord: “AMAI”. In de Shona-taal betekent “amai”, moeder. Volgt een babbel over … natuurlijk de rode duivels.

Vooruit dan, de site bezoeken: het is iets na acht uur – we willen de grote hitte vermijden – en zoals gewoonlijk hebben we het gevoel hier helemaal alleen te zijn. We klimmen langs de “Modern Path” naar het Hill Complex. We vinden de muren terug zoals in Khami: zonder mortel, gewoon op elkaar gestapelde stenen, maar wel een paar meter hoog en op sommige plaatsen meters dik, langs de rotswand gebouwd. Ze volgen de krommingen van de berghelling. Smalle doorgangetjes, soms amper breed genoeg voor één persoon. Fantastisch uitzicht over het hele Great Zimbabwe complex en de omgeving vanop de top.

Een groep  schoolkinderen kleffert naar boven langs het meest steile “Ancient Path”. We moedigen ze aan – wij dalen af langs dat pad – algemene hilariteit en gelach,vooral met de “teachers” waarvan de meesten het moeilijker hebben dan hun schoolkinderen. Prachtige foto-gelegenheden bij het verdere afdalen. Een nieuw, klein groepje Zimbo’s komt ons tegen: vriendelijke babbel beginnend met “Where are you from?”, en verbazing als ze horen dat we van zover – België – komen. Erg vriendelijke mensen.

We trekken door het Valley Complex. Hier is onder andere een typische kraal met rondavels nagebouwd. Als we er aan komen, begint een groepje van vijf vrouwen en een man – allen in traditionele klederdracht – tam-tam te spelen en te dansen. We worden uitgenodigd om er bij te komen zitten. Evelien zelfs om mee te dansen. Met een soort traditionele kalebassen die een ratel-geluid maken bij het dansen, aan haar benen gebonden … en uiteindelijk met een dierenvel-muts op haar hoofd. Vier jonge meisjes komen uit één van de rondavels aangelopen en doen enthousiast mee. Acheraf “fooien” we royaal: je kan hier niet aan bedrogen zijn want de bevolking lijkt elke $ hard nodig te hebben. Ze maken hier ook leuke potten uit klei en beeldhouwwerkjes uit de lokale rotssteen … Tijd om souveniers te kopen. Een paar van ons gezelschap zeulen vanaf dan verder met extra 2 tot 3 kilo in hun rugzak.

Op naar de “Great Enclosure”, het hoogtepunt van ons bezoek aan Great Zimbabwe. Dit complex heeft muren van wel 11 meter hoog en een paar meter breed. Een binnen- en een buitenmuur met plaats tussen voor amper één, niet te dikke persoon. Reden: mysterie. Ondanks de hitte is het in die passage heerlijk koel. Eigenaardig, de muren lijken een soort koelte uit te stralen … Dan een massieve konische stenen toren, waarvan de betekenis tot op vandaag een mysterie is. Opnieuw tientallen fotogenieke plekjes.

Laatste stop: het kleine museum op de site. De vervet aapjes begroeten ons reeds met tientallen wanneer we het kleine gebouwtje naderen. Maar … probleem in het museum … er is geen electriciteit en het gebouw heeft ook geen ramen. Vermoedelijk is er geen diesel meer, want geen geld meer, voor de generator. Dus pikdonker! Maar Eefje heeft haar Waka-Waka mee en David zijn Petzl-koplamp en de bewaker heeft ook een zaklamp en wil ons toch rondleiden. Wel zegt hij dat we geen foto’s mogen nemen. In het stikdonker zou dat trouwens wel moeilijk zijn. Bij het licht van de zaklampen, zien we uiteindelijk de acht vogels van Great Zimbabwe (zie blogpost van 29 augustus 2014). Dat wil zeggen: eigenlijk zeven vogels en één kopie. Vogel nummer 2 verblijft nog altijd in Kaapstad in het Cecil Rhodes-museum. Blij dat we de vogels gezien hebben maar in de halve duisternis ben ik toch niet erg onder de indruk.

’t Is inmiddels middag. We rijden een eindje terug en nemen een zandweg naar het Mutirikwe meer. Daar vinden we dicht bij een verlaten camping een leuk en proper pick-nick plekje dicht bij het meer. Onder een boom uiteraard, in de schaduw. We hebben al dagen geen regen meer gezien en op het middaguur brandt de zon loodrecht boven onze hoofden. Een visser probeert met een lange pier tijgervissen uit het meer te halen, een beetje op de manier van een vliegvisser. Hij spreekt geen Engels … dus geen communicatie. Terug naar de lodge om uit te rusten aan het zwembad en/of de bar.

Een groep nonnen in wit habijt is in de lodge neergestreken. Eigenaardig. Voor één of ander seminarie? We hebben de laatste dagen trouwens reglmatig groepen volledig in het wit geklede groepen nonnen gezien. Ze lijken bijna op Ku-Klux-Clan leden, volledig in het wit en met puntmutsen. Hoewel, deze in de lodge zijn wat discreter in wit en blauw gekleed.

’s Avonds nog even genieten van de zonsondergang boven de bergen rond Great Zimbabwe. En een gesprekje met Zimbos uit Masvingo die zich afvroegen van welk land we eigenlijk waren. Als we hun vertellen dat we morgen naar Gonarezhou reizen (spreek uit: gonaresjoo, met klemtoon op de laatste lettergreep), zeggen ze: “Nice! Totally different and wild out there!” Benieuwd. Daar kijken we dus al naar uit.

Geldproblemen in Bulawayo.

Niet alleen heeft Zimbabwe geen eigen munt meer en wordt de US $ overal gebruikt, het is ook grotendeels een “cash-land”. Kredietkaarten worden lang niet overal, zelfs eerder zelden, aanvaard. Zo moeten we in ons volgend verblijf, Lodge at the Ancient City in Masvingo, het restbedrag cash betalen. Daar hebben we in principe rekening mee gehouden. We zijn dan ook “loaded with cash” naar Zimbabwe gereisd.

Eerst inkopen doen in de “Spar” in Bulawayo. Dan moeten we nog tanken. Dus ons geld nog even tellen, natellen en weer uittellen … Dan blijkt dat we minstens 300 $ te weing gaan hebben voor de volgende week. We kunnen gewoonweg ons volgende verblijf niet meer cash betalen! En de emails van Lodge at the Ancient City waren erg duidelijk: geen kredietkaart! Een lichte ongerustheid steekt de kop op. Dan maar een bankautomaat zoeken in het centrum van Bulawayo.

Okerrood gebouw met twee verdiepingen in Bulawayo.

De eerste die we vinden neemt geen Visa-kaart aan. Een beetje verder op een hoek is er Barclays en daar tegenover een lokale bank, beide met een bankautomaat. Barclays maar proberen. Maar de veiligheidsagent vóór de bankautomaat vertelt ons dat de automaat leeg is … misschien is er om 9 uur geld in de automaat (met de nadruk op “misschien”). Dat is nog een half uur wachten. De automaat van de lokale bank daar tegenover dan maar proberen. Kaart insteken, pincode en hoera, het scherm afficheert 5000 $ als maximale afhaallimiet. Dus gauw  500 $ opgevraagd. Kan niet: limiet overschreden. OK, 400 proberen, nee … 300, nee, 250, 100 … steeds limiet overschreden. Uiteindelijk wil het apparaat maar 50 $ uitspuwen. De 5000 $ moesten we eigenlijk lezen als 50,00 $, dus maximaal 50 dollar. Zo komen we er natuurlijk niet.

Laten we bij Barclays binnen in de bank maar vragen of zij ons met Visa geen 500 $ kunnen geven. Maar hun bankautomaat buiten op straat levert elk bedrag af beweren ze, ten minste als er geld in zit. Er wordt ons gevraagd buiten te proberen. Aanschuiven buiten dus. De zon brandt reeds op onze hoofden. Zweet parelt … zeker van de warmte, of ook van de stress? Onze beurt. David probeert eerst met zijn Visa-kaart: code ingeven, gewenst bedrag … in spanning turen naar het schermpje, en … jawel! Het werkt: we zijn gered! Oef! Voor alle zekerheid neemt Stijn ook nog 400 $. Achteraf vragen we ons af of we niet overdreven hebben: als iedereen hier maar 50$ uit de muur haalt, dan hebben wij met onze – in totaal – 900 $ misschien de automaat grotendeels geplunderd? Immers: 900 $ = 18 x 50 $. Nu dat we er op letten, zien we aan elke bank – er zijn er niet zoveel – lange rijen mensen aanschuiven voor de automaten.

In een verder relaxe sfeer malen we de ongeveer 300 km af naar Masvingo. Erg mooi landschap: golvende heuvels, afgewisseld met rotsformaties, bomen in allerlei tinten van groen, bruin, oranje, oker en rood. Net een herfstlandschap terwijl het hier toch lente is. De nieuwe blaadjes  van bij voorbeeld de Mopane-boom zijn in het begin niet groen maar eerder licht bruinachtig. Vandaar …

Verlaten kaarsrechte asfaltweg tussen beboste savanne.

Zoals gewoonlijk geen kat op de lange rechte asfaltweg. De politiecontroles gaan vlotjes deze keer. We moeten maar één keer stoppen en komen er zonder boete vanaf. Misschien is het gewoonweg te warm voor de politie? In de weinige stadjes die we passeren is het – in tegenstelling tot het platteland – een drukte van jewelste. Vooral voetgangers, fietsers, ezelskarren en auto’s in een wanordelijke boel. We eten “uit het vuistje”, langs de kant van de weg op een “lay by”. Niet echt leuk: elk zo’n plekje ligt vol blikjes, papier, verpakkingen, kortom vuil.

Aankomst dan in de “Lodge at the Ancient City“, niet alleen dicht bij Great Zimbabwe maar ook in dezelfde stijl opgetrokken. Prachtige plek. Terras met uitzicht op een beboste vallei waar we straks de zonsondergang kunnen zien. Mooi zwembad. Lodge uitgebaat door zwarten (de foto van de president hangt in de receptie, net zoals in Lokhuthula Lodge in Vic Falls, ook door zwarten gerund – zie blogpost van 19 november 2014).

Huisje met rieten dak.

Voor de rest van de dag nog wat luieren aan het zwembad, EN een keer zwemmen. David, Stijn en Evelien wandelen nog even het volledige domein van de lodge af en zien in de velden een ossenspan met houten ploeg aan het werk. Aan het zwembad zit ook een groep, blijkbaar “ge-arriveerde” zwarten, zeer luidruchtig, zeer opzichtig. Groot verschil met de veehoeder van een paar dagen geleden die blij was met een boterham. Zimbabwe, een land van contrasten?

Zwembad voor centraal lodge-gebouw met rieten dak.

Tijd nu voor aperitief bij zonsondergang. En avondeten in de lodge waar er – hoe kan het ook anders – slechts een handvol andere gasten zijn. Bij het terugwandelen naar onze huisjes doen we nog een leuke ontdekking: een neushoornkever (rhino beetle), één van de zogenaamde “little five”, samen met de ant lion (insect), de elephant shrew (zie blogpost van 17 november 2014), de buffalo weaver (=vogeltje) en de leopard tortoise. Die hebben we allemaal gezien deze vakantie! Leuke afsluiter van de dag. Benieuwd wat morgen brengt.

Close-up van neushoorn kever.

Miereneters in Bulawayo.

Bulawayo, 20 november 2014.

Vanmorgen nog een keer gaan joggen met Evelien in Bulawayo, althans in de buitenwijken rond onze B&B. Veel properder dan de binnenstad, maar toch nog veel vuilnis her en der verspreid. Talrijke schoolkinderen te voet op weg naar school. Allen in schooluniform. De meisjes in de ene straat naar hun school. De jongens in een andere straat. Geen gemengd onderwijs dus, maar wel blank en zwart samen.

Ontbijt om 8 uur. Twee imposante Afrikaners zitten mee aan de gemeenschappelijke tafel. Zij zijn hier om een nieuwe supermarkt te openen. Eén van de twee kent België, onder andere Gent, Brugge, Antwerpen, Koksijde, frieten … Vandaag hebben we een bezoek gepland aan Khami, de ruïnes van een centrum van beschaving die wij middeleeuws zouden noemen, stammend uit de 15de eeuw. Great Zimbabwe (zie blogpost van 29 augustus 2014) kende zijn hoogtepunt in de 13de en 14de eeuw. Khami ontstond waarschijnlijk als een direkt gevolg van de teloorgang van Great Zimbabwe.

We zijn de enige bezoekers vandaag in Khami en volgens het gastenregister was er gisteren niemand en de twee dagen ervoor telkens één auto. Nochtans is dit een UNESCO World Heritage Site. We kopen het uitstekende boekje “KHAMI Capital of the Torwa State”, waarvan er gelukkig nog een klein aantal exemplaren beschikbaar zijn, in het piepkleine museumpje. Daar is overigens niets te zien want “under construction”. De ruïnes zelf zijn in één woord prachtig in een mooie omgeving (doet een beetje aan Matobo denken – zie blogpost van 13 november 2014) en bij een stralende zon.

Khami ruïnes: muren van gestapelde stenen in bos.

Khami: trap tussen muren van gestapelde stenen.

We volgen de wandeling uit ons net gekochte boekje en bewonderen de verschillende overblijfselen van stenen gebouwen, “platforms” genoemd. Wandelen dan  – volgens ons boekje, een absolute aanrader – door een woud van apenbomen, langs de Khami-rivier tot aan de dam. Proberen de gongrots uit: een eigenaardige rots die, wanneer je er op klopt met een steen, een zinderend geluid als van een klok of een gong maakt. Heel eigenaardig. Vermoed wordt dat deze rots werd gebruikt om op te roepen tot spirituele vieringen.

Halfronde constructie met gespaelde stenen.

De volgende ruïne ligt aan het kunstmatige meertje wat door de dam is gecreëerd. Prachtige omgeving, alleen …. het water ziet er fluo-groen uit, duidelijk erg vervuild. David wordt in zijn been gestoken door één of ander insect … en dat hebben wij geweten: een ijselijke kreet, geklop met zijn ge-brace-te arm. Moet pijn hebben gedaan: er staat bloed op zijn been. Inspuiten met “Deet”, wat show er omheen maar het is nu ook weer geen beet van een Zwarte Mamba. Terug nu naar de parking.

Dam met fluo-groen meertje.

Het is middag en we rijden terug naar Bulawayo voor lunch in “26 on park”. Dat is een mooi bewaard koloniaal huis met grote, prachtige tuin. We zitten op de veranda in de schaduw en genieten rustig van een uitstekende lichte, of niet zo lichte, lunch (ribbetjes voor Stijn). Aanrader! Een twee centimeter grote veelkleurige kever vliegt in Betty’s bord en stijgt dan weer brommend op. Je bent in Afrika of niet! We reserveren (hoewel dat niet nodig zal blijken te zijn) voor avondeten onder de reeds bekende naam Betty Sondela.
Deze namiddag nemen we even rust, eindelijk, in de tuin en aan het zwembad van Sondela B&B. De eigenaar is een beetje geobsedeerd door schildpadden: d’er sloffen er zeker een tiental her en der rond in de tuin.

Eind van de namiddag drinken we ons aperitief samen met de eigenaar – ik noem hem maar Mr. Sondela. Leuke babbel over de – ontelbare – verschillen tussen België en Zimbabwe, maar politiek vermijden, en over eten praten … Mr. Sondela vertelt over vliegmieren, hoe hij ze vangt (’s avonds met de blote hand en rond een lamp) en dat ze erg lekker zijn. Eerst vleugels er af (die verliezen ze snel zelf), dan invriezen, later op de pan bakken “in eigen nat” (d’er zou een natuurlijk vetlaagje op de insecten zitten, dus geen boter of olie toevoegen = cholesterolvrij!). Of we ze eens willen proeven? Hij zal ze onmiddellijk bakken. Aarzeling langs onze kant, maar David en Stijn zeggen ja.

Mr. Sondela bakt zijn mieren natuurlijk niet zelf. Dat doet zijn zwarte kokkin, die een tiental minuten later reeds met een kommetje gebakken mieren als aperitiefhapje komt aandraven. David en Stijn proeven eerst. Dan de rest van ons gezelschap. Zaak is: niet kijken, verstand op nul en kauwen … ’t Is inderdaad nog lekker ook. Een beetje een smaak van garnalen of van noten. Bedankt Mr. Sondela … we eten zijn potje leeg.

Avondeten dan in “26 on park”. De kelner brengt de – beperkte – wijnkaart en wijst me alvast een wijn aan die niet meer voorradig is. Ik maak mijn keuze maar verkeerd blijkbaar: ook niet voorradig. OK, deze keer een Chardonnay gekozen. De kelner verdwijnt voor een ruime tijd en komt dan terug met een fles … “Merlot”! Ook Chardonnay blijkt er niet meer te zijn. Maar de Merlot is aan dezelfde prijs als de Chardonnay, dus goed dan maar? Nee, want de kelner zegt dat er al van de Merlot-fles is gedronken … en inderdaad, daar is al ruim een glas uit. Weer afgewezen. Mijn laatste keuze is uiteindelijk raak: er is nog een fles (een volle) in voorraad. Hilariteit alom natuurlijk.

Terug in Sondela, nog even een pousse-café, samen met de twee Afrikaners en Mr. Sondela. Deze keer komt de discussie dicht tegen politieke onderwerpen wanneer we met zijn allen betreuren dat Bulawayo zijn vroegere glorie kwijt is. Ik vang terloops een vliegmier die Mr. Sondela dankbaar in zijn voorraadpotje steekt … Voor de volgende gasten?

’t Was hier een speciaal maar absoluut leuk verblijf. Morgen op naar Great Zimbabwe.

Vergane glorie en verval in Bulawayo.

Woensdag, 19 november: lange rit (410 km) naar Bulawayo voor de boeg.

We testen een nieuwe anti-boete strategie uit. Beslist is dat een oudere, respect-afdwingende man voortaan rijdt (ik dus); dat we geen GPS zichtbaar in de auto laten, wel de Bradt-guide … Op hoop van succes.

Op weg.

De zon is weer van de partij hoewel we zijn gestart onder een bewolkte lucht. De eerste politie-controles gaan goed: we kunnen onmiddellijk verder rijden of toch mits een vriendelijk praatje. Maar dan gaat het weer mis, opnieuw omwille van de zogezegd verplichte rode reflecterende strip. Vast tarief: $ 10. En nochtans … bij een volgende controle wordt de auto van buiten nauwgezet onderzocht, er wordt een – waarschijnlijk – “chef” bij gehaald. Maar toch is alles OK, inbegrepen het niet-aanwezig zijn van de strip! Maar je wordt er wel filosofisch bij … we laten het vanaf nu maar over ons komen.

Een drankje onder de weg bij “Halfway Monument”, de enige stopplaats die er leuk uit ziet. En rond de middag onze boterhammetjes aanspreken op een “lay by”, uitwijkplaats langs de weg. Een veehoeder met kudde passeert traag, aan het tempo van zijn koeien. We hebben nog wat boterhammetjes over en bieden hem die aan. Wat hij in dank aanneemt. “Thank you” is echter zowat zijn volledige Engelse woordenschat. De kudde en de hoeder trekken verder door het Mopane-woud…

Twee kindjes komen bedremmeld aangewandeld vanuit een paar verre rondavels. We hebben nog “chili con carne” met rijst over, perfect bewaard in een brooddoos in onze auto-koelkast. Kijken mekaar even aan en geven de chili met brooddoos en al weg, niet zonder een ongemakkelijk gevoel … Hoewel de kindjes het in dank aannemen. Het kleinste (4 jaar?) stapt er onmiddellijk mee terug naar huis. Het oudste (10 jaar?) wuift ons bedeesd uit. Op nu naar Bulawayo.

Sondela guest house.

Statig wit huis met grasveld.

Sondela Guest House: doet denken aan een oud Victoriaans hotel. Prachtig van buiten. Zeer mooie tuin. Binnen tapijten en parket alom. Een snooker kamer, een “smoking room”, een ontbijtruimte, een bar … Overal boekenrekken proppensvol boeken, of oude foto’s en schilderijen, of borden in wat op Delfts blauw lijkt – en het misschien ook is – of zilverwerk, of een ivoren slagtand, fijn bewerkt. Maar alles oud, versleten, aftands, afgeleefd. Prudence, de corpulente zwarte manager toont ons de weg in het huis. Kamers worden niet op slot gedaan. Er is een “honesty-bar”. Alles is hier op basis van vertrouwen! Maar er is voor het eerst tijdens onze reis wifi op de kamer!

Bulawayo.

Tijd om wat uit te rusten aan het zwembad. Daarna nog een wandelingetje in de stad. Langs het “Natural History museum” wat er van buiten nog een redelijk mooi gebouw uit ziet maar niet onderhouden. Dat geldt ook voor het park waar het in ligt. Vuil en afval overal. Een afgeleefde speeltuin met daarin een oud pantservoertuig als speeltuig. Een smalspoor voor een treintje door het park maar dat vermoedelijk al jaaaaren niet meer rijdt. Toch iets wat wel is onderhouden: een “lawn bowling club” waar blanke zeventig-plussers een spelletje aan het spelen zijn. Een idyllisch riviertje door het park is verworden tot een bruin-zwarte stinkende open riool waarop allerlei afval drijft.

Wit hoekgebouw, gelijkvloers + 1 verdieping, wit.

In het stadscentrum voelen we ons helemaal niet op ons gemak. Geen blanken op straat. We hebben veel bekijks. We worden aangesproken door iemand die voorstelt om bij hem thuis kip te komen eten … Iemand anders spreekt ons aan en zegt “Is there a problem? You guys look so stressed!” Dat zijn we waarschijnlijk ook: de vermeende bedreiging zit waarschijnlijk eerder in ons hoofd dan dat ze reëel is. Toch is het niet leuk. Bulawayo moet ooit een mooie stad zijn geweest met haar dambordstructuur en oude koloniale huzien. Maar alles is nu zo verlept …

Toeristen bij oud stoomlocomotiefje.

New Orleans.

Prudence heeft voor ons vanavond het “New Orleans restaurant” geboekt, ooit het beste van de stad, onder de naam Betty Sondela! Het restaurant ligt op zo’n kleine 4 km van Sondela. Dus er heen met de auto. Het ziet er redelijk “chic” uit van binnen maar het eten is – naar onze normen – maar zus en zo. Het kliënteel lijkt bovendien een karikatuur van zichzelf. Er is een tafel met acht opgedirkte zwarten die meer met hun joekels van smartphones bezig zijn dan met wat anders. Er is een tafeltje met twee oudere, blanke “rangers” in typische safari-outfit met te korte shorts en verwilderde haargroei overal. Een derde tafeltje ook al met een soort blanke “gids” die de andere twee kent. En wij …

Niet zo laat, acht uur dertig, rijden we terug naar Sondela. En dan wordt het nog eventjes spannend. David’s iPhone en Tom-Tom GPS, die ons overigens al uitstekend van pas is gekomen, laat het tijdelijk afweten. Geen sateliet-contact? Dan maar op het gevoel in de pikdonkere nacht rijden, zonder enige verlichting of aanduiding! Goede keuzes gemaakt: we rijden Bulawayo binnen. Hier is er wel straatverlichting maar waar is Sondela? Het voelt of we zomaar wat rond rijden. Langs hoofdstraten en duistere achterbuurten. Ongerustheid stijgt. Proberen zo weinig modelijk te stoppen. Komaan Tom-Tom. Herkennen we niet iets? Jawel de stank van het parkriviertje! Dan plots spreekt en orakelt de GPS weer! Gelukkig: tien minuten later staan we bij Sondela. Daar verwelkomt ons de eigenaar. Ook al een karikatuur: een rijzige en grijzende blanke zeventiger in een walm van pijpengeur. Past perfekt bij zijn huis.
Goede nacht, vanuit een oude Victoriaanse kamer zo groot als een balzaal.

Zambezi dierendrukte.

Victoria Falls, 18 november 2014, 6u45 ’s morgens.

“F…ing hell, maat!” schreeuwt Evelien ons wakker. Wat is er gebeurd? Waardoor deze vroege commotie? In onze schaarse vrije tijd, meestal ’s morgens vroeg, haakt Evelien kerstballen om te verkopen ten voordele van de actie “Music for Life”. Deze morgen doet ze dat buiten op het terras. Een grote baviaan komt aangewandeld. Daar blijft ze rustig bij: dat beest zal wel voorbij wandelen. Niet dus. Op anderhalve meter van Evelien begint de baviaan aan het tentzeil te prutsen (ons “huis” is langs de ene kant met grote zeilen afgesloten, geen muren). Evelien haast zich naar binnen met haakgerei en al. Op dat eigenste moment rukt de baviaan de velcro-sluiting van het tentzeil open, steekt zijn kop en halve lijf binnen en kijkt naar de gesloten keukendeur. Evelien vierklauwens naar boven. Luide schreeuw en … de rover vlucht weg. Beneden aan de trap ligt een bol wol die je als een draad van Ariadne kan volgen de trap op, de kamer van Stijn en Evelien binnen. In elk geval is iedereen nu meteen klaar wakker.

Ontbijt buiten op het terras. De roversbende – we zien nu overal bavianen – trekt van huis tot huis. Een warthog nadert ons tot op twee meter: vermoedelijk komt hij kijken of er geen restjes van de tafel vallen.

Warthog in close-up.

’t Is helemaal bewolkt en somber. Lijkt wel een typisch Belgische dag, behalve de temperatuur dan, vermoedelijk tussen de 20 en 25 °C. Laten we eerst een espresso drinken in het Vic Falls Shearwater cafe. Toen we daar gisteren een biertje dronken, leek er een top-of-the-line espresso-apparaat te zijn. Helaas … het apparaat doet het niet, al maanden niet. Dan maar een gewone koffie … die ook lekker is.

Oever van de Zambezi met bomen en waterpoelen.

We bezoeken het Zambezi National Park, zo’n 5 km van Vic Falls. Het ligt stroomopwaarts, langs de Zambezi. Talrijke lussen in de weg voeren naar prachtige uitkijkpunten aan de rand van de rivier die hier heel breed is en krachtig stroomt. Vele eilandjes. Krokodillen op zandbanken en rotsen. Oppassen dus: je kan hier uit de auto stappen en op eigen risico de rivier van dichtbij ervaren. Nijlpaarden briesen in het midden van de stroom. Aan de overkant ligt Zambia. In een grote plas stilstaand water (die we prompt draineren naar de rivier toe) zit een krab en tijgervisjes.

Krokodil op zandbank in de Zambezi.

We lunchen “uit het vuistje” bij zo een van die stopplaatsen langs de Zambezi.

De hemel klaart uit. Onmiddellijk wordt het heet. We rijden nu van de Zambezi weg, dieper het park in. Dat lijkt tevens één van de mooiste te zijn, die we ooit al hebben gezien. Prachtige Afrikaanse landschappen, heuvelachtig en afwisselend terrein, schilderachtige 4×4 route. We zien een sabelantiloop, naast de “klassiekers” zoals impala en warthog. Een boom ligt dwars over de weg. En met nog groene blaadjes er aan, dus vermoedelijk nog maar pas geveld door een olifant. Proberen de boom te versleuren: dat lukt ons niet. Dus voorzichtig  over de kleine en meebuigende Mopane boompjes d’er naast rijden. Gelukkig hebben we een 4×4 met “high clearance”. We rijden verder langs half-open vlaktes afgewisseld met dichter beboste stukken. Tot Stijn plots uitroept: “Een kleine krokodil op de weg!” Niet juist. Het blijkt een anderhalve meter grote Nijlvaraan te zijn, overigens één van de grootste vijanden van de krokodil. Krokodilleneieren vindt hij een lekkernij!

Troep stoeiende olifanten op de oever van de Zambezi.

We komen opnieuw aan de oever van de Zambezi. Daar zijn we getuige van een schouwspel wat zo uit een reisbrochure zou kunnen komen. Twee olifanten staan aan de oever te drinken en zich nat te spuiten. Dan komt er nog een olifant uit het struikgewas, dan nog één en nog één en een kleintje en … Het blijft zo maar doorgaan. Uiteindelijk staat een kudde van vermoedelijk meer dan 30 beesten op het strand van de rivier. Ze stoeien in en met het water en het zand. Indrukwekkend! We blijven hier zitten tot de kudde na een dik uur opnieuw in het struikgewas is verdwenen. Maar nog zijn onze ontdekkigen hier niet ten einde.

Nijlvaraan verscheurt prooi.

Langs de kant van de weg zien we opnieuw een Nijlvaraan, een kleinere deze keer … vermoedelijk een meter, staart inbegrepen. Hij is iets aan het verscheuren en opeten. Moeilijk te zien wat precies, want het is een bloederige massa die langwerpig ligt uit gespreid. Een slang? Een paling? Ook dit schouwspel blijven we bekijken tot de varaan voldaan is. En langs de andere kant liggen verse olifantendrollen. Ongetwijfeld van de kudde die zonet op het strand stond. Van alle kanten komen “dung beetles”, mestkevers, aangevlogen. Erg goeie vliegers zijn het niet. In hun haast om bij de mest te geraken vliegen ze overal tegen aan. Bovendien lijkt een landing meer op: ophouden van met de vleugels te slaan en dan maar uit de lucht vallen. In een mum van tijd zitten er tientallen van die beestjes. Ook dit schouwspel blijven we lang gade slaan. Maar dan moeten we echt verder want het begint al laat te worden.

Twee grote olifanten met adolescent en kleintje.

Echter … opnieuw beslist de olifant er anders over. De grote kudde staat links en rechts van de weg. Geen doorkomen aan. Dan maar rustig en behoedzaam volgen in hun spoor. Dikwijls gewoon stilstaan. Plots komen er achter onze auto twee olifanten uit het struikgewas. Schrikken. Nog meer schrikken als die twee plots mekaar aanvallen. Met groot geweld beuken ze met hun koppen tegen elkaar. Op 10 meter van onze auto. Zenuwen gieren door onze keel. De ene olifant beukt de andere met luid gekraak tegen een boom. Gelukkig houdt het daarmee op en wandelen de twee driftkikkers weg. Toch duurt het nog een hele tijd voor we – met ingehouden adem – de kudde kunnen voorbij rijden. Oef …

En als toemaatje: nog een kudde Afrikaanse buffels, één van de “big five”.

Kudde Afrikaanse buffels.

Zambezi National Park: een absolute aanrader. En nu ik er over nadenk: geen enkele andere auto / toerist ontmoet in dit park!

Als afsluiter: avondaperitief in de bar van “The Boma”. “Face-timen” met de ouders van Stijn. “Thuis” ratatouille eten met boerewors van de braai. En dan slapen …