Grand Valley.

6 november 2019.

Shakshuka staat er onder meer op de ontbijtkaart in de Bushbaby lodge. Geen idee wat dat is. Vragen en bestellen. ’t Is een soort ratatouille met daarin een gepocheerd ei. Redelijk “hot” – je wordt er klaar wakker van – maar voor de rest best te eten.

Grand Valley.

Daguitstap in de “Grand Valley”, de MR9 in het zuidwesten van eSwatini die van Manzini naar Nhlangano loopt grotendeels langs “The Great Usutu”. De Usutu is de grootste rivier van eSwatini, stroomt van het westen naar het oosten door de uitlopers van de drakensbergen. De weg vanaf Nkonyeni is dan ook bochtig, stijgend, panoramisch, zeer gevarieerd in een Afrikaans decor van dorpjes en mensen.

Weg zijn de rietvelden van het noorden. De MR9 meandert door dicht en wild savanne struikgewas. Hier en daar passeren we dorpjes of kraampjes waar maïs wordt gebrand en verkocht. Langs de kant van de weg is er een soort veemarkt. Honderden koeien zijn hier samen gedreven in een grote kraal. En nog tientallen boeren komen – met of zonder beesten  – aangewandeld.

MR9 cattle market eSwatini

MR9 cattle market eSwatini.

De weg stijgt dan fel en splitst in twee aparte rijvakken, het rechtse een tiental meter lager dan het linkse. Van hier boven zijn de vergezichten adembenemend. Hier en daar contrasteert de felrode aarde met de groene heuvels. Bovendien lijken grote afgeronde rotsblokken door een reuzenhand willekeurig over het landschap verstrooid. Helemaal boven rijden we op het hoogplateau. De bush is plots vervangen door grasvelden. En ’t voelt hier 5° C koeler dan beneden, wat nog altijd 30 ° C is om 10 uur ’s morgens. Nog verder worden graslanden verdrongen door uitgestrekte boomaanplantingen: eucalyptus en een soort naaldbomen. Allemaal eigendom van “Montigny” een houtbedrijf uit eSwatini. 

MR9 eSwatini

MR9 eSwatini grand valley

Nhlangano.

Zo belanden we na anderhalf uur rijden – en vele malen stoppen – Nhlangano op iets meer dan 1.000 meter hoogte. Nhlangano betekent “ontmoetingsplaats”’ de naam verwijst naar de enige “belangrijke” historische gebeurtenis die hier ooit plaats vond: de ontmoeting tussen koning George VI van Engeland en de toenmalige koning Sobhuza II van Swaziland in 1947. George kwam Sobhuza bedanken voor de hulp van Swaziland tijdens de tweede wereldoorlog. Nhlangano heette daarvoor “Goedgegun”.

’t Is een druk stadje met tientallen groezelige winkeltjes, een soort shopping mall, een bank, volzette busstations waar de kleine mini-bussen aan en af rijden temidden van geroep en getoeter. En eigenaardig: tientallen agenten patrouilleren per twee of groepjes van vier door de straten; sommigen met wapenstok, anderen met riot helmen, nog anderen met automatische wapens! Wij hebben het gevoel alsof we de enige twee witten in de stad zijn, of toch de enige twee witte toeristen. Maar er is een air-conditionde Kentucky Fried Chicken in de stad. Daar drinken we een Schweppes lemon (Betty) en een “Very Berry Krusher” (ik), iets wat het midden houdt tussen een milkshake, ijskreem en vanillepudding. En bekijken we de straattonelen …

Nhlangano eSwatini

Mahamba. 

Een vijftiental kilometer verder, net voor de grens met Zuid-Afrika, rechts van de MR9, langs een aardeweg, ligt een plaats die Mahamba noemt; betekent “zij die wegliepen”. Hier staat het gerestaureerde eerste kerkje van Swaziland, gebouwd in 1912. Twintig jaar eerder was nog een keer geprobeerd hier een missiepost te stichten maar de zendelingen zijn toen weg gelopen … vandaar de naam Mahamba. De kerk is helaas op slot. Ze ziet er eigenaardig uit, met de zware stenen muren, maar wel een mooie omgeving.

Mahamba mission church eSwatini

Nog een eindje verder langs dezelfde aardeweg baant de Mkondvo-rivier – een bijrivier van de Usutu – zich een weg door de rotsen: de Mahamba gorge. Heel mooie kloof.

Er staat een receptie-gebouw waarin een slaperige mevrouw ons 15  Emalangeni per persoon vraagt, als dagtoeristen. Verder kijkt ze ons amper aan. Er lijkt hier in de wijde omgeving geen levende ziel te zijn. Er staan vakantiehuisjes, allemaal dicht en leeg. We zijn hier – net zoals aan het Mahamba-kerkje – moederziel alleen.

Mahamba gorge eSwatinit

Mahamba goege eSwatini

Je kan hier lange wandeltochten doen. We proberen er zo één uit voor een paar honderden meter: het pad is niet onderhouden. Het voert via een schuin hangend, half vermolmd brugje langs de rivier en door de bush. Helaas … hier en daar liggen menselijke “wegwerpselen”: flessen, glas en plastic, aluminiumpapier, karton, papieren zakdoekjes … Zo spijtig. We trappen bijna op een oud metalen bord met de tekst “Welcome to Mahamba Gorge”. Tja.

Mahamba gorge eSwatini

Nog even naar toilet. Dat ziet er OK uit maar Betty doet een ontdekking in de damestoiletten: een grote open doos met gratis condooms! “Protector” staat in grote rode letters op elke individuele verpakking, en “Made in Malaysia”. Even in de herentoiletten checken: ah ja, een bijna lege doos van ‘t zelfde. Verbazingwekkend.

Maar ’t is tijd om langs dezelfde weg terug te keren en nog ergens een late lunch proberen te versieren. Mijn tien jaar oude Bradt Guide raadt de “Nhlangano Casino Royale” aan, op de terugweg een eindje van de MR9 af. Maar dat hotel/restaurant lijkt nu eerder vergane glorie en de service is ook al niet denderend (Betty moet een andere keuze maken want “we cannot find lettuce anywhere” – nergens sla te vinden). Niet getreurd, voor 150 Emalangeni zijn onze magen ten minste gevuld.

Terug naar de Busbaby lodge in Nkonyeni voor een beetje rust en contact met het thuisfront (leve wifi!).

It is what we believe.

5 november 2019.

“Wake-up call” om 5u30. Een dame met in haar handen een dienblad met daarop koffiepot, waterpot, theepot, kopjes en tassen, trommel met koekjes, doos met theezakjes en dan nog zo’n identiek dienblad op het hoofd, maakt ons wakker. Hete koffie slurpen om echt wakker te worden, dan op stap. Nog maar pas zijn we onze rondavel uit of een tiental vervet apen valt uit de bomen en voert een raid uit op ons “huis”. De koekjesdoos wordt op de grond gegooid in de hoop dat ze open valt. Ik jaag de aapjes weg maar dat is eigenlijk sisyphos-arbeid: zodra ik weg ben, zijn ze er terug.

Mkhaya chalet eSwatini

Wandelen in de bush met Sibu: met de vijf zintuigen genieten van de natuur. Eerst de regels van het “bushwalken” uitleggen: allemaal achter elkaar en “a strong man in the back”. Waarom niet “a strong woman”? vraag ik. Een pijnlijke grimas verschijnt op het gezicht van Sibu. Hij grijpt met zijn twee handen naar zijn hoofd en gaat gehurkt zitten, gezicht naar beneden. Hij komt recht en vertelt: “In eSwatini moet de man de vrouw beschermen want vrouwen zijn zwak; hoewel … recent heeft de koning gezegd dat we meer naar vrouwen moeten luisteren; soms zeggen ze ook iets goed; maar over het algemeen moeten ze beschermd worden.“

Mkhaya Bush walk eSwatini

Naast “the usual” aan antilopen en giraffen zien we een “ground hornbill”, grote zwarte neushoornvogel. Bij 2 cm lange putjes in de grond stoppen we. Sibu steekt een lang droog grassprietje in zo’n gaatje en … het grassprietje beweegt! Alsof daar iets beneden zit. Een schorpioen! Waarop Sibu een verhaal opdist over beten van een schorpioen of een slang. Wat moet je eerst doen bij een slangenbeet? De slang doden en samen met de dode slang zo snel mogelijk naar een ziekenhuis. Onderweg kan de politie je wel arresteren want je mag in eSwatini geen slangen doden.

Op een horizontale tak van een dode boom groeit “Leopard Orchid”. Sisu vertelt: verpulver de bladeren van die plant tussen je handen en je krijgt gegarandeerd binnen de kortste keren een goede job. Of je krijgt promotie op je huidige werk. “”It is what we believe”, zegt hij ernstig kijkend. Maar die procedure van bladeren tussen je handen wrijven, heeft ook een nadeel: bij herstructurering ben je de eerste om te gaan.

Mkhaya Leopard Orchid

Een eindje verder komen we aan een boom waarvan de schors aan de basis is weggevreten: het werk van een “porcupine” – stekelvarken. Dat zal ook de dood van de boom betekenen. Dan debiteert Sibu een verhaal over neushoorn-uitwerpselen. De mannelijke neushoorn markeert zijn territorium door stronthopen. Als een ander mannetje passeert dat bij voorbeeld alleen maar aan een poel wil komen drinken, dan kakt die naast de hoop van de andere. Maar, wil hij de eigenaar van het territorium uitdagen, dan kakt hij bovenop de mest van de ander.

De “magic tree” dan: boom met bittere bladeren; takjes kunnen gebruikt worden als tandenborstel; als je met het bladersap je handen insmeert dan zal je bij een gevecht zeker je vijand verslaan. “It is what we believe”!

Na het ontbijt, brengen we de tijd tot de volgende “game drive” door aan Kiky’s hide. Twee giraffen doen er eindeloos lang over om voorzichtig te drinken, af en toe verstoord door een modderbadend warthog.

Mkhaya drinking giraffe eSwatini

De rest van onze rondritten – één om 10u30 en een afsluitende om 14u15 – brengen meer van hetzelfde. Wel moeten we Sibu helpen omdat hij niet meer alle “little five” dieren kent (elephant shrew, rhino beetle, buffalo weaver, leopard tortoise en ant lion). Hij haalt een beduimeld schriftje boven en noteert. Dan begint hij over de “ugly five”, maar helaas, daar geraken we zelf ook maar tot vier: warthog, maraboe, gier en hyena (wildebeest is de vijfde).

Mkhaya menacing rhino eSwatini

Een grote witte neushoorn met kalfje verspert de weg: geen doorkomen aan voor onze safari-kar. Op 25 meter afstand van het gigantische beest staan we minutenlang stil. Dan zet de kolos zich in beweging: naar de auto toe! De motor ligt stil; we bollen traagjes achteruit. De rhino nadert gestaag en wint afstand; komt nu vervaarlijk dicht … tot op een tiental centimeter van onze kar. Motor aan, snel achteruit, neushoorn ruimte geven.

Onze laatste drive voert ons terug naar waar we gisteren de auto achterlieten. We zien nog een slapende zwarte neushoorn, een tsessebe van dichtbij en heel in de verte een Afrikaanse eland en sabelantilopen.

Tsessebe Mkhaya eSwatini

Mkhaya Saber antilope eSwatine

Op naar onze volgende bestemming, in het “highveld”, dat wil zeggen de bergen. Een paar keer weigeren we GPS (OsmAnd-app) te volgen wanneer die ons een verkorte grintweg wil doen inslaan. We verkiezen de op en neer gaande asfaltweg met zijn loslopende koeien en geiten, zijn potholes, zijn verkeersdrempels en wandelende schoolkinderen langs de kant.

>Net voor donker bereiken we Nkonyeni, een golfresort … alle moderne comfort opnieuw beschikbaar!

Mkhaya.

4 november 2019.

In het zand rond ons huis in Bhubesi verschijnen voortdurend mooi ronde putjes. Het werk van de “ant lion”, een insect dat zich ingraaft onder het diepste punt van zijn put. Zodra een mier of ander klein grut in het putje belandt, is het verloren: het geraakt niet meer uit de put en wordt door de ant lion naar beneden getrokken en opgepeuzeld.

Maar we hebben geen tijd meer voor ant lions. ‘t Is 7 uur s’morgens. We moeten naar onze volgende eSwatini bestemming: natuurpark Mkhaya, een kleine twee uur rijden.

Wegenwerken.

Op de weg buiten Hlane steekt een troep bavianen de weg over. Gevaarlijk! Een ander gevaar, naast de kuilen en verkeersdrempels zijn de koeien, op en langs de weg. ‘t Zijn afstammelingen van het Nguni-vee van de bantoes. En ook geiten willen wel eens de weg oversteken.

Nguni cattle Mkhaya eSwatini: zwart-witte koe steekt de weg over.

We belanden in wegwerkzaamheden. Of beter gezegd: de weg is over de hele breedte en een afstand van 60 km volledig opgebroken. We rijden aan maximaal 50 km per uur over grintwegen, af en toe uitwijkend voor vrachtverkeer of werfverkeer. Grote grinteffenaars en rotsverbrijzelaars produceren witte of rode stofwolken. Een water sproeiwagen rijdt ons op rechts tegemoet. Smalle strook weg, we stoppen. De sproeiwagen komt op onze hoogte en … stopt. De chauffeur draait zijn raampje naar beneden. Ik ook. “Hello sir, how,are you today?” Zegt hij lachend, half uit zijn raampje hangend. “Fine, thank you. And how are you today?” In eSwatini moet je uitgebreid tijd nemen om te groeten. Dan vraagt de chauffeur: “Does your car need a shower?” Hij lacht, ik ook. Vensters dicht en … de sproeier rijdt tot achter onze auto en geeft ons de volle laag. Alsof we in een zware plensbui zitten. Met propere auto en al toeterend en wuivend rijden we verder. Leuke mensen, die Swati.

Mkhaya.

We moeten om 10 uur bij een bepaalde stopplaats zijn. Daar zou iemand ons oppikken en begeleiden naar Mkhaya? De stopplaats is allerminst aantrekkelijk: vuile, slonzige omgeving, één “winkel” voor “groceries”. We zijn een half uur te vroeg, dus even de tandeloze winkeleigenaar interpelleren. Die staat voor zijn winkel maar kijkt wat schuchter of bevreesd. Al gauw blijkt dat hij geen woord Engels spreekt. Met gebaren maak ik hem duidelijk dat ik een foto van zijn winkel wil. Dat is goed. Prompt gaat hij in een officiële houding staan en kijkt zeer ernstig. Ik toon hem de foto: geen emotie. Nog een foto, dichterbij. Geen emotie als hij zichzelf ziet op het display van het fototoestel. Ik geef hem royaal 5 Emalangeni (30 Eurocent) waar hij toch blij mee lijkt te zijn.

Mkhaya pickup area eSwatini: man staat voor rood en geel geverfde winkel.

Er staan nog 2 andere auto’s te wachten: een Nederlands koppel en twee studentes (Canada en eSwatini). Uit een aardeweg duikt plots een Mkhaya-ranger op een motorfiets op: Sibu (eigenlijk een veel langere naam die ik helaas niet heb onthouden). Of we hem willen volgen, de wildernis in. Een kwartiertje verder komen we bij een groot gebouw waar we een welkomstdrankje krijgen en de auto’s achterlaten. We stappen over in een open (geen dak) safari-kar. En onze eerste “game drive” gaat van start.

Witte neushoorns.

Mkhaya is een veel opener park dan Hlane met ook veel meer vijvers en waterholes. Aan de eerste van zo’n poelen is het al prijs: een witte neushoorn ligt half in de modder met naast haar een kalfje dat geluid maakt als van een miauwende kat. Een hamerkop vogel overschouwt het toneel. Swati’s noemen deze vogel ook de sjamaan-vogel. Zij geloven dat een hamerkop bij je huis ongeluk brengt: ongetwijfeld is die hamerkop gestuurd door een sjamaan om iets kleins van je persoonlijke voorwerpen te stelen. Daar past de sjamaan dan voodoo op toe. “It is what we believe”, zegt de gids lakoniek. De poelen, vijvers en meertjes met neushoorns – allemaal “witte”, zelfs als ze zwart zien van de modder, zijn bijna niet te tellen. Maar toch hebben we het gedaan: 18 stuks in totaal. Hier en daar een kanjer van een krokodil. Ook nog opmerkelijk: een varaan! Zo zagen we er ooit nog een in Zambezi National Park in Zimbabwe.

Mkhaya Rhino with Hamerkop

Crocodile in Mkhaya

Af en toe zien we twee rangers te voet – steeds één zwaar bewapend. Er wordt gefluisterd dat eSwatini een “shoot to kill” politiek heeft tegenover stropers. Aan de ingang van Mkhaya staat een rek vol met vallen en ijzerdraad van stropers die hier ooit uit het park zijn gehaald.

Iets voor één eindigt de drive bij de centrale lapa en de “huisjes”. Dat laatste is een groot woord voor open rondavels: dak op palen met hier en daar – voor toilet en douche – halve muurtjes; geen electriciteit. Hier slapen we vannacht. Tussen de 12 ver verspreide rondavels dwalen guinea fowl en nyala rond, blijkbaar gewoon aan menselijke aanwezigheid.

Zwarte neushoorn.

Bij de lunch – geen self-catering meer – ontdek ik het eerste product waar de naam eSwatini op staat: “Black Mamba sauce” in twee versies: hot en extremely hot.

Na de lunch wat rusttijd … die we gebruiken om aan Kirky’s schuilhut, een modderpoel te observeren. Opmerkelijk: Betty spot een paar kleurrijke, gekuifde vogeltjes, waarschijnlijk bulbuls.

Onze tweede “game drive” start om 16:00 uur. Deze keer zien we – weliswaar in de verte – een tsessebe. Tsessebe betekent snelheid. Dit is dan ook de snelste onder de antilopen, mooi met enigszins hartvormige horens. Dan plots … de zeldzame, schuwe en agressieve zwarte neushoorn. Witte neushoorns zijn grazers, hebben een wijde onderlip – vandaar de naam “wit”, slechte Engelse vertaling van het Afrikaans “weide renoster” – wegen 2,5 ton en zijn redelijk sociaal. De zwarte neushoorn is een bladeren- en struikeneter, heeft een gepunte onderlip, weegt 1,5 ton en leeft solitair. Deze kerel laat wild zijn agressiviteit blijken. Vanop 50 meter afstand voert hij plots een (schijn?) aanval uit op de safariwagen. De gids – chauffeur wil snel in achteruit schakelen, lukt hem eerst niet, dan toch en snel achteruit. Oef, ‘t was maar een schijnaanval. Maar wat een agressieve neushoorn! Nu zien we dat zijn 40 cm lange hoorn bovenaan helemaal vlak is, niet in een punt eindigt. Ooit is zijn hoorn preventief afgezaagd als bescherming tegen stropen. Maar die hoorn groeit dus terug aan.

Mkhaya black rhino eSwatini

Mkhaya: black rhino

Nog een klein duikertje (common grey duiker) – één van de kleinste antilopen – spotten en dan terug naar het basiskamp voor avondmaal.

Mswati III.

Bij het zwakke schijnsel van petroleumlampen verwelkomt het vrouwelijk personeel ons in wat waarschijnlijk (?) nationale klederdracht is. Gedrapeerd in een soort kleurrijke sari met de beeltenis van koning Mswati III prominent op voor- en achterkant. Aan de lapa brandt een groot vuur. Regelmatig schept iemand er houtskool uit om te “braaien” (BBQ). Trommels worden bij het vuur gelegd. Om op te warmen? Na de braai voert het personeel – alleen de vrouwen – traditionele dansen op rond het vuur. Ze zingen en worden begeleid door het ritme van de trommels en … een fluitje. Raar om het gezicht van Mswati III op zeven danseressen te zien rondwervelen.

Bij het schijnsel van peroleumlampen stappen we de nacht in … naar onze rondavel. Eerst een 2 cm grote kever uit de wasbak vissen. Dan slapen … douchen doen we morgen vroeg wel.

Ndlovu.

3 november 2019.

Ndlovu betekent olifant in het Swati. De koningin-moeder van eSwatini wordt ook wel de Olifant, Ndlovu genoemd en haar zoon koning Mswati III de Leeuw, Bhubesi van eSwatini.

Ndlovu kamp ligt aan de ingang/receptie van Hlane. Daar rijden we nu – opnieuw 6 uur ‘s morgens – naar toe en … voorbij. Vandaag exploreren we het zuidelijke deel van Hlane. Maar voor het zover komt steekt onverwachts een jonge, eenzame olifantstier de grintweg over. Dat is schrikkken: stoppen, kijken, foto’s nemen. Alvast een goed begin van onze safari. En dan hadden we net daarvoor nog een gier in een boomtop gespot. Hlane heeft de grootste kolonie “white-backed” gieren van gans zuidelijk Afrika.

Vulture sihouet Hlane eSwatini

Elephant Hlane eSwatini

We rijden naar de “Hippo pool”, een klein meertje aan een dam. Een jonge jakhalsbuizerd bekijkt ons. Maar het is tijd voor een rustig ontbijt aan de enige picknick plek van het park, aan de Mahlindza waterhole, eigenlijk een betere naam dan “Hippo pool” want nijlpaarden zullen we hier niet zien. Onze picknickplaats ligt verscholen in het groen. Er staan ijzeren stoeltjes en een ijzeren tafel. Er zijn doorkijkjes tussen het groen op de vlakte voor het meertje. Af en toezien we een nyala, een wildebeest of een impala passeren. De echte safari-beleving komt echter een eindje verder, aan de “Bird hide”, inderdaad: een vogelhut pal aan het meer. Ongelooflijk wat we hier zien en wat een komen en gaan van beesten.

Tawny Eagle Hlane eSwatini

>Een kudde wildebeest springt nerveus vanuit het gebladerte de vlakte op. Bokkend en vechtend verschrikken ze de tientallen impala’s en nyala’s. Warthogs lopen in “file indienne”, staarten omhoog naar de oever. Daar rollen ze zich herhaaldelijk in de modder. Een maraboe daalt cirkelend over het meer en landt statig. Twee zwart-witte vogels proberen hem door herhaalde duikvluchten te verjagen. Tevergeefs. Drie zebra’s verschijnen voorzichtig aan de rand van de vlakte. Ze steken aarzelend over en komen drinken, naast nyala en wildebeest. Dan nog een dorstige gast: een kudu, één van de grootste antilopen, 1,5 meter schofthoogte, 250 kg en grote gedraaide horens. De kudu drinkt en … wentelt dan zijn horens in de modder. Grote klodders druipen er van af als hij weer de schaduw van de bush opzoekt. 

Mahlindza waterhole Hlane eSwatini

Kudu with mudhorns at Hlane

Over schaduw gesproken: deze morgen vroeg kleurde de hemel reeds staalblauw. Geen wolken! Om 10 uur is het reeds 34° C!

We keren terug naar Ndlovu kamp: we moeten water inslaan. Het is er voor het eerst redelijk druk – tot nu toe kwamen we geen enkele andere self-driver tegen. Aan de waterhole liggen/stappen/zitten drie witte neushoorns. Op veilige afstand – 60 meter? – kan je ze bekijken achter een elektrische prikkeldraad. We kuieren wat rond. Plots verschijnen twee mannetjes olifanten ten tonele. En wat een show voeren ze op: ze wandelen naar de oever en spuiten zich onder de modder. De kleinste van de twee is daarin duidelijk de meest bedrevene. Dan gaan ze het water in, eerst voorzichtig maar dan volledig kopje onder zodat je alleen nog het puntje van hun slurf ziet. Praktische snorkel! Ze pletsen, duwen en plonzen in het water, als twee grote kwajongens. Dan houden ze het voor bekeken en verdwijnen ze.

White Rhino in Hlane eSwatini

12 uur: ook voor ons tijd om naar Bhubesi terug te keren. Nog maar net zijn we vertrokken of daar komen we plots de twee mannetjes olifanten tegen. Wat te dicht bij de auto, naar mijn zin. Foto nemen en wegwezen. Spotten doen we niet echt meer onder de weg, maar toch … een meute van 30 tot 40 bavianen (“bobejanen” in het Afrikaans) spurt de weg over. Een grote baviaan blijft in het midden van de grintweg staan, de anderen rennen hem voorbij … net een verkeersagent als de school uit is. Alles gebeurt in een flits: geen tijd om een goede foto te schieten.

Baboon Hlane eSwatini

Wie wel nog wil poseren is de gekroonde parelhoen (crested guinea fowl), redelijk zeldzaam in tegenstelling tot de gewone parelhoen (helmeted guinea fowl)  met een belachelijk “toefke” op zijn kop. ‘s Nachts vliegen deze vogels de boomtoppen in om te slapen, overdag lijken ze absoluut te weigeren om te vliegen. Ze verkiezen tientallen meters voor je auto uit te lopen.

En zo eindigt onze tweede safari in Hlane. Deze namiddag platte rust.

Crested Guinea Fowl

P.S. Internet in Ndlovu is waardeloos: enkel goed genoeg om – mits veel geduld – email te bekijken. Een attente en trouwe bloglezer signaleert mij dat de Springboks inmiddels wereldkampioen rugby zijn geworden door het Engelse team te verslaan! Proficiat!

Bhubesi.

2 november 2019.

Bhubesi betekent leeuw in het Swati. Maar leeuwen zitten alleen in een afgesloten deel van Hlane waar je niet met self-drive in mag. Gelukkig, want blijkbaar zitten we hier als toeristen moederziel alleen (met twee) in Bhubesi kamp, 12 km van de Hlane ingang en receptie.

Dieren in het wild zijn het meest actief ‘s morgens vroeg en bij het einde van de dag. Dus: om 5u30 opstaan voor een “early morning self-drive”.

Het eerste wat we spotten zijn twee mannen, te voet door het park. De ene heeft een geweer op zijn rug de andere heeft een stok in de hand. Rangers? Ze wuiven in elk geval vriendelijk naar ons.

Impala vermelden we al niet meer: die zien we nu bij tientallen.  Nyala ook al niet … of toch: deze keer spotten we de mannelijke Nyala die er heel anders uit ziet. Groter, grijze vacht met afhangend lang haar, grote 1-maal gedraaide horens, witte strepen op de flanken en een witte V op de neus.

In de verte staart een wildebeest (gnoe) ons aan vanaf het midden van de weg. We naderen, stoppen. Plots kijkt het alsof het wildebeest een wesp in zijn oor heeft: hij slaat met de kop en springt dan als een bezetene de “bush” in. Even verder stormt een kleine kudde wildebeest de weg over.

Male Nyala Hlane

Wildebeest Hlane

Af en toe moeten we toch op de boomtoppen letten. Een grote roofvogel overschouwt het bushveld vanop een hoge tak. Maar hij vliegt te snel op om hem te kunnen identificeren. Een “tawny eagle”? Wie niet snel opvliegt, is de maraboe, of liever “de maraboes”, meervoud. Een kleine kolonie van een vijftal dieren heeft, van uit een boomkruin geen interesse voor onze auto. Met hun kale kop en massief-zware bek komen ze niet bepaald in aanmerking voor een schoonheidsprijs. ‘t Zijn bovendien aaseters, net zoals gieren. Hlane is de meest zuidelijke plek in Afrika waar je nog maraboes kan zien. En een vogel die we gisteren reeds zagen: de geelgebekte neushoornvogel! Ook deze blijft rustig op een tak naast onze auto zitten en zingt zijn monotoon “woe-woe-woe-woe” lied.

Marabou Hlane eSwatini

Yellowbilled Hornbill Hlane

Ons havermout met kiwi en papaya ontbijt verorberen we rustig in de auto, op een zandweg. Andere auto’s hebben we hier nog niet op een self-drive gezien.

We doen er – langs allerlei omwegen – meer dan 2u30 over om de ingangspoort van Hlane te bereiken. We hebben proviand nodig voor de volgende dag en een half. Op dus naar het dichtstbijzijnde dorp in eSwatini: Simunye.

Volgens ons plannetje van Hlane is (was?) er een tweede ingang, dicht bij Bhubeshi-kamp. Dus rijden we op  een brede, goed geasfalteerde weg, rond het nationaal park om dat eventjes te controleren. De weg leidt alleen maar naar een reusachtige, smerige suikerfabriek. Vrachtwagens met rietstengels rijden af en aan. De weg, zwart van het rietafval, lijkt hier te stoppen. Foto nemen? Plots komt langs de overkant een politiewagen aangereden. De agent stapt uit en vraagt ons waar we naar toe gaan. Heu … snel iets bedenken, want het is misschien niet kosjer wat we doen. “We are looking for the entrance to Hwane” zeg ik met een halfleugen. Hopelijk zwijgt Betty als vermoord. Een glimlach verschijnt op het gezicht van de agent. “I will explain” zegt hij en tot twee keer toe legt hij ons uit hoe we moeten terugrijden. Daarbij is het volgens hem belangrijk om, ééns terug aan de afslag naar Hlane naar “left” te rijden en … hij wijst naar rechts. En een “brr-brr-brr” te passeren en hij maakt een rollend geluid en een doorzakkende beweging met beide armen. Ja, we weten het: hij bedoelt een veerooster! Maar we keren zeker terug (niet zonder toch stiekem een foto te hebben gemaakt). Wat een vriendelijke en behulpzame agent.

Simunye dan, ons eerste dorpje in eSwatini. Mooier dan wat we in Zuid-Afrika zagen: nog altijd vierkante betonnen blokken maar netjes beige geverfd. Ieder huisje lijkt bovendien zijn verzorgd groententuintje te hebben. Er is zelfs een goed gestockeerde supermarkt, maar weinig producten zijn voor ons herkenbaar. Je kan er kippenekken, kippepoten, kippelevers en alle soorten orgaanvlees kopen, al dan niet luchtdicht verpakt. Het beste wat wij kunnen vinden is “boerewors”, wortelen, aardappelen, bonen in blik … In een aparte “liquor store” slaan we wijn in, Castle bier en Savannah Dry (cider).

Terug in Hlane, in Ndlovu kamp, aan de ingang. Hier zou je voor 50 Emlangeni, zowat 3 EUR een wifi internet toegang kunnen kopen. Doen we, in de hoop een blogpost te kunnen doorsturen. IJdele hoop: aan 0,5 Mbps is het internet niet vooruit te branden! Maar … onze stop in Ndlovu is niet voor niets: twee witte neushoorns wandelen in de verte rond het grote “waterhole”. In het water duiken de ogen en neusgaten van een hippo op. En in de nok van het dak van de centrale lodge hangen tientallen vleermuizen te wiegen in de wind.

White Rhinos Hlane

Bats in Ndlovu

De zon heeft inmiddels alle wolken verdreven. De temperatuur loopt snel op tot 29 ° C. We rijden terug naar Bhubesi. Een warthog – een “normale”, niet die kanjer van gisteren – met tweede roodgebekte ossenpikkers, wil wel poseren voor een foto.

Warthog with redbeaked oxpicker Hlane

‘s Namiddags doen we zoals de dieren: een middagdutje! Je moet op het ritme van de natuur leven.