Bhubesi.

2 november 2019.

Bhubesi betekent leeuw in het Swati. Maar leeuwen zitten alleen in een afgesloten deel van Hlane waar je niet met self-drive in mag. Gelukkig, want blijkbaar zitten we hier als toeristen moederziel alleen (met twee) in Bhubesi kamp, 12 km van de Hlane ingang en receptie.

Dieren in het wild zijn het meest actief ‘s morgens vroeg en bij het einde van de dag. Dus: om 5u30 opstaan voor een “early morning self-drive”.

Het eerste wat we spotten zijn twee mannen, te voet door het park. De ene heeft een geweer op zijn rug de andere heeft een stok in de hand. Rangers? Ze wuiven in elk geval vriendelijk naar ons.

Impala vermelden we al niet meer: die zien we nu bij tientallen.  Nyala ook al niet … of toch: deze keer spotten we de mannelijke Nyala die er heel anders uit ziet. Groter, grijze vacht met afhangend lang haar, grote 1-maal gedraaide horens, witte strepen op de flanken en een witte V op de neus.

In de verte staart een wildebeest (gnoe) ons aan vanaf het midden van de weg. We naderen, stoppen. Plots kijkt het alsof het wildebeest een wesp in zijn oor heeft: hij slaat met de kop en springt dan als een bezetene de “bush” in. Even verder stormt een kleine kudde wildebeest de weg over.

Male Nyala Hlane

Wildebeest Hlane

Af en toe moeten we toch op de boomtoppen letten. Een grote roofvogel overschouwt het bushveld vanop een hoge tak. Maar hij vliegt te snel op om hem te kunnen identificeren. Een “tawny eagle”? Wie niet snel opvliegt, is de maraboe, of liever “de maraboes”, meervoud. Een kleine kolonie van een vijftal dieren heeft, van uit een boomkruin geen interesse voor onze auto. Met hun kale kop en massief-zware bek komen ze niet bepaald in aanmerking voor een schoonheidsprijs. ‘t Zijn bovendien aaseters, net zoals gieren. Hlane is de meest zuidelijke plek in Afrika waar je nog maraboes kan zien. En een vogel die we gisteren reeds zagen: de geelgebekte neushoornvogel! Ook deze blijft rustig op een tak naast onze auto zitten en zingt zijn monotoon “woe-woe-woe-woe” lied.

Marabou Hlane eSwatini

Yellowbilled Hornbill Hlane

Ons havermout met kiwi en papaya ontbijt verorberen we rustig in de auto, op een zandweg. Andere auto’s hebben we hier nog niet op een self-drive gezien.

We doen er – langs allerlei omwegen – meer dan 2u30 over om de ingangspoort van Hlane te bereiken. We hebben proviand nodig voor de volgende dag en een half. Op dus naar het dichtstbijzijnde dorp in eSwatini: Simunye.

Volgens ons plannetje van Hlane is (was?) er een tweede ingang, dicht bij Bhubeshi-kamp. Dus rijden we op  een brede, goed geasfalteerde weg, rond het nationaal park om dat eventjes te controleren. De weg leidt alleen maar naar een reusachtige, smerige suikerfabriek. Vrachtwagens met rietstengels rijden af en aan. De weg, zwart van het rietafval, lijkt hier te stoppen. Foto nemen? Plots komt langs de overkant een politiewagen aangereden. De agent stapt uit en vraagt ons waar we naar toe gaan. Heu … snel iets bedenken, want het is misschien niet kosjer wat we doen. “We are looking for the entrance to Hwane” zeg ik met een halfleugen. Hopelijk zwijgt Betty als vermoord. Een glimlach verschijnt op het gezicht van de agent. “I will explain” zegt hij en tot twee keer toe legt hij ons uit hoe we moeten terugrijden. Daarbij is het volgens hem belangrijk om, ééns terug aan de afslag naar Hlane naar “left” te rijden en … hij wijst naar rechts. En een “brr-brr-brr” te passeren en hij maakt een rollend geluid en een doorzakkende beweging met beide armen. Ja, we weten het: hij bedoelt een veerooster! Maar we keren zeker terug (niet zonder toch stiekem een foto te hebben gemaakt). Wat een vriendelijke en behulpzame agent.

Simunye dan, ons eerste dorpje in eSwatini. Mooier dan wat we in Zuid-Afrika zagen: nog altijd vierkante betonnen blokken maar netjes beige geverfd. Ieder huisje lijkt bovendien zijn verzorgd groententuintje te hebben. Er is zelfs een goed gestockeerde supermarkt, maar weinig producten zijn voor ons herkenbaar. Je kan er kippenekken, kippepoten, kippelevers en alle soorten orgaanvlees kopen, al dan niet luchtdicht verpakt. Het beste wat wij kunnen vinden is “boerewors”, wortelen, aardappelen, bonen in blik … In een aparte “liquor store” slaan we wijn in, Castle bier en Savannah Dry (cider).

Terug in Hlane, in Ndlovu kamp, aan de ingang. Hier zou je voor 50 Emlangeni, zowat 3 EUR een wifi internet toegang kunnen kopen. Doen we, in de hoop een blogpost te kunnen doorsturen. IJdele hoop: aan 0,5 Mbps is het internet niet vooruit te branden! Maar … onze stop in Ndlovu is niet voor niets: twee witte neushoorns wandelen in de verte rond het grote “waterhole”. In het water duiken de ogen en neusgaten van een hippo op. En in de nok van het dak van de centrale lodge hangen tientallen vleermuizen te wiegen in de wind.

White Rhinos Hlane

Bats in Ndlovu

De zon heeft inmiddels alle wolken verdreven. De temperatuur loopt snel op tot 29 ° C. We rijden terug naar Bhubesi. Een warthog – een “normale”, niet die kanjer van gisteren – met tweede roodgebekte ossenpikkers, wil wel poseren voor een foto.

Warthog with redbeaked oxpicker Hlane

‘s Namiddags doen we zoals de dieren: een middagdutje! Je moet op het ritme van de natuur leven.

Hlane.

Vrijdag, 1 november 2019.

“You want the sun, but we like the rain”, zegt de Afrikaner van Kruger ViewChalets aan de receptie bij het uitchecken. Het motregent immers opnieuw. Niet getreurd: we zoeken andere oorden op. Langs de pittoreske weg via Kamhluswa en Tonga rijden we naar eSwatini. In de drukke dorpjes onderweg kijken we onze ogen uit: het leven speelt zich hier grotendeels op straat af. Opnieuw veel schoolkinderen, mensen die per fiets van alles vervoeren, dikke mama’s wachten op minibusje, geïmproviseerde groenten- en fruitkraampjes onder een parasol acacia.

Tree in Tonga eSwatini

Grens.

Grenzen en Afrika: zelden een goede match. Enigszins nerveus parkeren we de auto netjes aan “Immigration” aan de Zuid-Afrikaanse kant van de grens in Mananga. We halen vlotjes uitreisstempels in onze paspoorten. Dan een eindje verder na een hoge afsluiting met prikkeldraad bovenop te zijn gepasseerd, rijden we tot bij een “Pass Gate” aan de eSwatini kant van de grens. Daar krijgen we een papiertje; dat is wat oneerbiedig gezegd: ‘t is een “Gate pass”. Verder rijden tot aan een kantoor waar onze passen weer worden gestempeld alsook onze gate pass. Volgende loket: controleren of onze gate pass wel goed afgestempeld is en 100 ZAR betalen voor de auto; auto-documenten worden niet gecontroleerd.

Even de propere toiletten opzoeken. Verder rijden tot aan de exit: een slagboom en intrekbare “spikes” op de grond. Daar wordt onze gate pass nog een keer gecontroleerd en ingehouden. Slagboom omhoog en we zijn weg. Klinkt misschien ingewikkeld maar op 20 minuten, toiletstop inbegrepen, hebben we de hele procedure vlekkeloos afgewerkt!

Onmiddellijk merken we dat we in een ander land zijn. De weg is smaller maar nog steeds goed. Geen bewoning/bebouwing meer, alleen eindeloze suikerrietvelden en … een eenzame suikerfabriek, zoals gewoonlijk rook uitbrakend. Een paar vervet-aapjes begroeten ons langs de kant van de weg.

Oh ja, de naam eSwatini … nergens gezien, niet aan de grenspost, niet op officiële documenten, niet op bankbiljetten. Overal wordt nog steeds Swaziland vermeld. Veel haast lijkt die naamsverandering van twee jaar geleden niet te hebben.

Hlane Nationaal Park.

Zo ver is het niet meer tot Hlane Nationaal Park, maar plots gaat de zachte motregen over in een ware plensbui. In de gietende regen bereiken we de (enige open) ingangspoort van Hlane. Opnieuw formulier invullen en één of andere tax betalen (30 Emlangeni per persoon per dag – 1 Emlangeni = 1 ZAR = 0,06 EUR), dan kunnen we verder rijden tot aan de receptie. Nog een keer “iets officieels” afdokken (48 Emlangeni) en dan krijgen we de sleutel van ons huisje. Dat ligt 12 km van de receptie/het hoofdgebouw van Hlane, midden in de “lowveld” savanne. “Pas op”, zegt de man aan de receptie: door de regen kunnen sommige wegen zeer modderig zijn. “Bellen als je problemen hebt”.

Hlane entrance eSwatini

De rit naar Bhubesi kamp – zo heet de verzameling van 6 huisjes, waarvan wij er één voor drie nachten bezetten – is eigenlijk al een safari op zich. Het eerste wat we spotten is een kleine troep impala’s, zo herkenbaar aan hun zwarte streep op elke bil plus nog een zwarte staartstreep. Hun achterste lijkt op de M van het Mc Donald’s logo. En voor leeuwen zijn ze misschien wel het equivalent van Mc Donald’s.

De hobbelige en zanderige weg – gelukkig niet al te modderig – noopt ons tot heel traag rijden. Maar toch moeten we plots stoppen: luipaard-schildpad op de weg! Een eindje verder kijkt een neushoornvogel ons aan. Bijna hebben we Bhubesi bereikt als Betty plots in het struikgewas een warthog (wrattenzijn) opmerkt. Maar wat voor één: een reusachtig mannelijk exemplaar met vervaarlijke slagtanden. De kerel kijkt ons af en toe aan, loopt parallel met de weg rustig voort om dan te verdwijnen. Whoaw.

Yellowbilled hornbill Hlane

Warthog Hlane

Water.

Op de deur van ons huisje staat in koeien van letters: Beware of Snakes. Keep doors closed at all times. Brrr, we zullen dat maar doen. Binnenin wordt nog eens gewaarschuwd: Do not drink water. Uit het kraantje komt inderdaad roodbruin water. Als we het koken, zou het dan OK zijn om bij voorbeeld groenten te wassen? Moeten we straks vragen. In elk geval blijft na koken een grondlaag zand op de bodem van de pan liggen. Hadden we nu maar een waterfilter systeem mee.

Bhubesi Leadwood Hlane

Na onze meegebrachte, alweer late lunch – self-catering, weet je wel – verkennen we voor een eerste keer Hlane. We rijden langs kronkelige, zanderige wegen – het heeft opgehouden met regenen en in geen tijd droogt de modder op – naar Ndlovu, dat is waar de receptie en het hoofdgebouw van Hlane is. Betty – alweer zij – ziet een giraf een tiental meter van de weg, naast een hoge boom met frisgroene bladeren. Het is een prachtig dier, groot met heel uitgesproken tekening. Nadat hij zich er van vergewist heeft dat wij niet gevaarlijk zijn, blijft hij rustig verder van het bladerdak eten.

Giraffe Hlane

In Ndlovu vragen we toch even of het water van de kraan OK is om groenten te wassen. “Yes, sure Sir, no problem”. Ja maar, het water ziet blond/bruin. “Yes, that happens when it rains, but no problem”. Juist ja, maar we kopen toch een extra 5 liter bidon aan zuiver water.

Terug dan naar Bhubesi waar ons nog een verrassing wacht. Drie vrouwelijke nyala’s kuieren rustig langs huisje n° 1, “Leadwood house”, het onze! Nyala’s zijn iets grotere antilopen dan impala’s, bruin met witte strepen op de flanken en een pluimstaart. Deze nyala’s  schrikken niet eens te veel op wanneer we arriveren en lopen uiteindelijk zelfs rustig langs ons terras achteraan. Speciaal.

Nyala Hlane

Inmiddels is het buiten pikdonker, complete duisternis, volledig zwart, geen licht of lichtschijn te zien. Nog nooit zo een donkerte beleefd. Blijkbaar is ons huisje het enige van de zes wat bezet is.

Betty neemt een bad in zandwater. Ik neem een glas rode wijn. Morgen vroeg plannen we een nieuwe safari EN inkopen.

Samora Machel.

I miss the rains down in A-Africa.
Liedje van Toto.

Een fijne, mistige motregen valt over Krokodil rivier. ’t Is ongewoon stil buiten. Behalve een onbeweeglijke krokodil aan de rand van de rivier is er geen dier te bespeuren.

Niet (te) erg: we plannen een trip naar het Samora Machel monument. Bovendien is het nog steeds aangenaam warm (25° C).

We maken een ommetje langs Komatipoort op de grens met Mozambique: een vlakke weg langs eindeloze suikerrietplantages. Af en toe halen we een lange truck met opligger in, boordevol met rietstengels. In het midden van de vlakte duiken hier en daar suikerfabrieken op; ze braken stinkende rookwolken uit.

In Komatipoort is er een toeganspoort tot Kruger park: de “Crocodile gate”. Je moet via een smalle brug de rivier over. Even over en weer naar de andere oever en foto’s nemen.: Kruger park zelf staat niet op onze agenda. Dan rijden we verder naar het zuiden.

Sugar cane factory - Komatipoort

Crocodile gate Kruger park

Naarmate we onze bestemming naderen – het Samora Machel monument in Mbuzini – wordt het landschap opnieuw bergachtiger. We passeren verschillende dorpen – verzamelingen van grauwe, vierkante betonnen blokken op stoffige, rommelige perceeltjes. Tientallen en tientallen kinderen in schooluniform wandelen in groepjes langs de weg. Zo te zien moeten ze kilometers ver stappen.

Maar eerst: wie was Samora Machel? Vrijheidsstrijder en eerste president van het onafhankelijke Mozambique (1975). Op 19 oktober 1986 is zijn Tupolev-134 in Mbuzini neergestort. Van de 44 inzittenden zijn er 35 omgekomen, waaronder de president. Zijn weduwe, Graça Machel is later (1998) hertrouwd met Nelson Mandela nadat die gescheiden is van Winnie Mandela. Precies op de plaats van het vliegtuigongeluk is een monument annex museum gebouwd.

Die site ligt er nu verlaten bij, dat wil zeggen: een beetje geïsoleerd in de Lebombo bergen; geen toeristen; een bewaker (om bezoekers te registreren!), een gids (om toeristen te begeleiden en te vertellen wat ze zelf ook wel kunnen lezen in het museum!) en een kassier (om ons 15 ZAR per persoon te laten betalen). Het monument zelf bestaat uit 35 hoge ijzeren buizen, symbool voor de 35 slachtoffers van de ramp. De wind speelt door de gaten in het metaal en produceert een zoevend geluid. Bij stormwind zou het lijken op weeklaag en geween van de slachtoffers. De buizen roesten: aan hun basis zijn lange roestsporen te zien, symbool voor de tranen van of voor de slachtoffers. En, een beetje luguber: hier en daar zijn brokstukken blijven liggen en/of ingewerkt in het monument. Erger nog: van sommige wrakstukken zijn beelden gemaakt … van een koe … van Samora Machel zelf.

Samora Machel Monument

Het museum geeft een overzicht van het leven van Machel, van de omstandigheden van de mysterieuze crash en van de vrijheidsstrijd in gans Zuidelijk Afrika in de tweede helft van de twintigste eeuw. Interessant.

Samora Machel Museum

Cow in Samora Machel Museum

We keren terug naar Malalane via Kamhlushwa. Nog altijd langs redelijk goede asfaltwegen maar wel opletten voor al dan niet aangekondigde, hoge verkeersdrempels en potholes. Benieuwd wat het morgen wordt: we trekken naar eSwatini en hebben vermoedelijk minstens 4 dagen lang geen internet! Digital detox!

P.S. Geen noemenswaardige dieren gespot vandaag. Houdt de regen ze weg?

The Wild Frontier.

5u30 in Malalane. ’t Is al klaar. Nog even omdraaien en blijven liggen of … toch snel naar de tuin en de Krokodilrivier overschouwen? Je weet nooit, dus … doen! En zie, ik kan mijn slaapogen bijna niet geloven: een nijlpaard keert juist terug van zijn nachtelijke graaspartij, stapt het water in en glijdt zijn vertrouwde habitat in. Op een paar 100 meter van waar ik sta. Snel, foto nemen, maar op zo’n afstand schiet de telelens te kort. Betty wakker maken. Dan komt in de verte een witte neushoorn aangewandeld – “wijde renoster” in het Afrikaans – begeleid door twee witte koereigers en verschillende ossenpikkers – “rooibek renostervoëls”. De neushoorn passeert gelukkig wel binnen het bereik van de lens. Af en toe hoor je het “whoesssch-geluid” van de hippo in het water. Maar waar zijn de waterbucks van gisteren gebleven? Spoorloos verdwenen. Nu misschien toch eerst een vroeg ontbijt klaar maken?

Wijde Renoster - Malalane

“The Wild Frontier”: het gebied, ten zuiden van het Kruger park, boven eSwatini, begrensd door Mozambique in het oosten. In 1884 ontdekt Graham Barber goud in deze streek. In geen tijd ontstaat een nieuwe stad die de inwoners al snel Barberton noemen. Daar rijden we nu naar toe, voor het eerst op een “secundaire” weg, nog wel geasfalteerd maar met veel “potholes”, diepe gaten in het wegdek. Weinig of geen verkeer hier – wel af en toe reusachtige vrachtwagens vol geladen met rietsuikerstengels. Ook geen dorpjes op de 50 km lange weg, een sloppenwijk naast een houtzagerij niet te na gesproken. Voor de rest: natuur, frisgroen en bergen. Heel oude bergen: de geologie rond Barberton is 3 tot 4 miljard jaar oud, de oudste ter wereld. Af en toe passeren we een papaya-plantage. Papaya’s zijn hier overigens heel lekker!

Papaya - Malalane

Barberton Welcome.

Het weer zit niet echt mee. Sinds gisteravond is de hemel donker en dreigend bewolkt en doordat Barberton op 850 meter hoogte ligt, is het er 16°C als we aan het Barberton museum staan. Gratis toegang maar je moet wel een register invullen met naam, auto registratie nummer, dag en uur van aankomst, aantal personen, reden van bezoek … Afrikaanse administratie. Het museum zelf is klein, oubollig, een verzameling van zowat van alles. Hier en daar zijn er interessante dingen, zoals een Intjuba-spel: een ingewikkeld spel, specifiek voor Mozambique en eSwatini, te spelen met steentjes in vier rijen putjes. Veel informatie over de Swazi-cultuur – deze streek maakte een tijd deel uit van wat nu eSwatini is. En ongebrijpelijk: je mag geen foto’s nemen in het museum, als je dat überhaupt al zou willen want echt opwindend is dit niet.

Vanaf het museum wandelen we de “Heritage Walk” een heel goed bewegwijzerde route in het centrum van Barberton. Veruit de leukste bezienswaardigheid is “Belhaven House”, een prefab huis avant la lettre, gebouwd in 1904 door een rijke Schot. Voor de buitenmuren werden golfplaten gebruikt, voor de binnenmuren soliede ijzeren platen, alles geïmporteerd vanuit Engeland! Hier betalen we wel 30 ZAR per persoon – en we moeten weer een register invullen – maar daarvoor krijgen we een enthousiaste rondleiding door gids Mandla. Hij vertelt ons in detail over de ingenieuze manier waarop het huis is gebouwd: alles gericht op het zo veel mogelijk buiten houden van zon en warmte. De negen kamers zijn intakt, zoals meer dan honderd jaar geleden. Zelfs het meeste meubilair is nog origineel.

Belhaven House Barberton

Belhaven House Barberton

Het Fernea-huis is dan weer een volledig in hout opgetrokken gebouw – ook hier weer een bezoekersregister invullen – maar redelijk vervallen. Het gras er rond krioelt van de millipedes (1 cm dikke, 15 cm lange duizendpoten). Drie vrouwen en een man van één of andere overheids- onderhoudsdienst zingen luidkeels een Afrikaans lied.

Millipede Barberton

Het Stopforth huis uit 1892 dan: gids Mandla is snel tot hier gelopen om uitleg te geven. Minder mooi dan Belhaven huis: de eigenaar was ook niet zo rijk als de excentrieke Schot van Belhaven house. En … oh ja … niet vergeten het grote boek met registratiegegevens in te vullen!

We vinken nog een paar bezienswaardigheden van de route af en kunnen dan weer naar “huis” – er zijn bitter weinig leuke eet- en drankgelegenheden in Barberton – voor een alweer erg verlate lunch.

De dag sluiten we af zoals we die begonnen zijn: naar onze eigen Wild Frontier kijken, d.w.z. de oevers van de Crocodile river. Een grote krokodil ligt met opengesperde muil te genieten van de laatste zonnestralen (hemel mooi uitgeklaard, 28°C). Twee olifanten dalen af naar het water, drinken … Een nijlpaard slentert langs de oever in het water. Dan valt de nacht. Het concert van kikkers en krekels begint. Ibissen slaken hun laatste kreten van de dag en verdwijnen in de nacht. Nijlpaarden brullen luid. Horen we daar een hyena lachen? Afrika …

Elephant Crocodile River

Waterbucks.

Van Pretoria-Tshwane naar Malalane via de N4, dan later deze week naar Hlane en Mkaya in eSwatini. Vandaag grossieren we in Afrikaanse namen.

De N4 vanaf Pretoria naar het oosten is “The long and boring road” om The Beatles te parafraseren. Kaarsrechte weg in een grotendeels vlak landschap van dorre weiden en akkers. Saai, ik val bijna in slaap: na anderhalf uur rijden moeten we al stoppen voor een straffe espresso aan één van de schaarse wegrestaurants. Gelukkig verandert het landschap vanaf Belfast, na een kleine 200 km rijden. ’t Wordt bergachtig en veel groener. Even voorbij Machadodorp kan je kiezen om langs Waterval Boven te rijden (naar onder op een kaart) of langs Schoemanskloof. Dat laatste doen we en beklagen we ons niet. ’t Is een pittoreske weg met afwisselend groene valleien en verzorgde sinaasappelplantages, afgelijnd met palmbomen. Plots steekt een troep bavianen behoedzaam de weg over. Ze kennen en mijden duidelijk auto’s. Leuk!

Half twee. We zijn in Malalane. Vijf uur “onderweg” geweest, stops en tanken inbegrepen. Kruger View Chalets ligt pal aan de oever van de “Krokodilrivier” die tevens de zuidelijke grens is van het Kruger park. Met andere woorden: vanaf onze achtertuin zien we het park!

View on Kruger Park from Malalane

Kruger View Chalets Malalane

Voor de volgende dagen zijn we op “self-catering” aangewezen, dus moeten we inkopen doen. Maar eerst een late lunch in “The Deck Restaurant”, een paar honderd meter voorbij “ons chalet”. We zitten op het restaurant-terras met zicht op “crocodile river” en Kruger. En wat zien we daar beneden op een schiereilandje in het midden van het water? Een tiental rustig grazende “waterbucks”, zo herkenbaar aan hun achterwerk: een grote ronde witte ring, een schietschijf. Alsof ze net op een pas geverfde WC-bril zijn gaan zitten, dixit de Bradt guide. Waterbucks vindt je inderdaad in de omgeving van water. Een volwassen mannetje kan wel 250 kg weten. En daar: een krokodil wandelt uit de river op een – precies zo een grote – waterbuck af. De twee staren mekaar minutenlang onbeweeglijk aan, dan druipt de bok af. Wijze beslissing.

Waterbuck Malalane

Waterbuck Malalane

Waterbuck and crocodile Malalane

Inmiddels is onze lunch geserveerd: carpaccio van gerookte springbok. Maar daarvoor hebben we amper tijd: op een tak met uitkijk op de rivier zit een “Giant Kingfisher”, een Afrikaanse reuze ijsvogel, zo groot als een kraai, duidelijk de grootste onder de kingfishers. Snel foto: richten, inzoomen, afdrukken! Hebbes. Dan zien we één van de kleinste antilopen: een rode duiker – amper 4 kg – en dan nog wel met een zogend kleintje. Heel ver – gelukkig met verrekijker nog net te zien – staan twee olifanten aan de rand van de rivier. Wat een onverwachte sensatie is dit allemaal.

Giant Kingfisher Malalane

Maar de plicht roept: inkopen! Er is een groot winkelcentrum, redelijk dichtbij, met een SPAR en een Shoprite. De SPAR kan zeker de vergelijking met een West-Europese supermarkt doorstaan. Alleen zijn de verpakkingen groot: 1,5 liter fruitsap, halve kg margarine, 5 kg rijst, halve kilo mayonaise. Natuurlijk is voor ons geen enkel merk herkenbaar, dus: moeilijk zoeken naar vergelijkbare producten. En nog eigenaardig: Afrikaanse kippen leggen blijkbaar geen kleine eieren want er zijn alleen maar large, extra-large en jumbo eieren verkrijgbaar, liefst in verpakking van 60!

Maar al bij al komen we er wel uit: vanavond eten we rijst met groenten en kip … overgoten met een Robertson Merlot. De waterbucks hebben zich voor de nacht neergelegd aan de rand van de Krokodilrivier, net tegenover ons “huisje”. Het geluid van kikkers, krekels en cicaden is hier oorverdovend.