Jean-Paul uit Vohitsaoka.

08/11/2018

Het is warmer en zwoeler geworden. Er zijn meer insecten. Justin ontpopt zich tot insectenvanger. Gisterenavond wou hij ons absoluut een cicade tonen. Deze morgen plaatst hij een 2 cm grote soort meikever op onze ontbijttafel. Tja … zolang hij maar niet met een schorpioen aankomt …

Op stap.

Van een Nederlands koppel waarmee we gisteren kennis maakten, is de man vandaag geveld door “turista”. Wij houden ons strikt aan de regel: “Cook it, peal it, boil it or …. leave it”. En mits af en toe een immodium-tabletje blijft voorlopig alles onder controle.

7u30: Faly, onze gids, komt aangefietst uit het naburige dorp, 2 km verder. Vandaag hebben we met hem een wandeling van 4 uur geboekt: naar één van de omliggende bergtoppen. De omgeving en het landschap rond Tsara camp zijn nog even betoverend als gisteren. De zon brandt nog even hard. We wandelen langs en over een dam. Hier wordt met een eenvoudig maar toch slim systeem water afgetapt om de rijstvelden te bevloeien. Dat kunnen ze hier dus heel goed in Madagaskar.

Tsaranoro - Madagascar

We zijn nog paar een paar tientallen meter op de berghelling of iemand schreeuwt van beneden wat naar Faly. Al roepend ontspint zich een hele discussie die heviger en bitsiger wordt. Het duurt zo’n 10 minuten, dan sjokt de kerel verder, zijn zoon (?) met een klein ploegje op de rug achter hem aan. Faly vertaalt en vat samen: de kerel wil dat we een soort belasting betalen omdat we rond zijn dorp wandelen. En Faly heeft hem vertelt dat hij het “deel van het dorp” later vandaag mag ophalen in Tsara camp. Dat is inbegrepen in de 80.000 Ar (20 €) die we voor onze wandeling betaalden.

Zebu-diefstal.

Ongestoord trekken we verder, genietend van de geuren en kleuren van Madagaskar. Kijk: een verspreide troep grazende zebu’s. Steeds is er een hoeder bij. Elke avond worden de zebu’s terug naar de gemeenschappelijke kraal in het midden van het dorp gedreven. Zebu-diefstal is een echte plaag. In sommige dorpen is er zelfs een wachttorentje om de kudde te bewaken. Wat gebeurt er als er zebu’s zijn gestolen? Dan trekt het dorp er op uit om ze terug te halen. Een paar mannen hebben dan geweren en … soms vallen er gewonden of doden. En de politie? “The police is far away”, zegt Faly en ik denk dat hij dat letterlijk maar ook “psychologisch” bedoeld. Later dikt Justin dit verhaal nog een beetje aan: volgens hem verhuurt de politie hun wapens aan ruziënde zebu-boeren.

Tsaranoro valley - Madagascar

De klim naar de top is zwaar: het laatste stuk op een kale, steile rots, zonder enig houvast. Onze wandelstokken komen goed van pas. We halen het! Beloning: fris windje op de top en wijds panorama! De afdaling is anders, maar even moeilijk: door hard gras of taai kreupelhout opnieuw vervaarlijk steil naar beneden. We bereiken een klein bos met … ringstaart maki’s! Ze zijn een beetje wantrouwig, misschien omdat ze de roep van een roofvogel horen. Maar toch lijken ze weer te poseren.

Tsaranoro mountain - Madagascar

Ringstaartmaki - Tsaranoro - Madagascar

Verkiezingsresultaten.

Na een goede drie en een half uur wandelen, staan we terug in Tsara Camp. Nog even iets drinken met Faly. Wie heeft de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van gisteren gewonnen? “Number 13 and then number 25”, zegt Faly. Dat is dus Andry Rajoelina, vroegere staatsgreep-pleger en ex-president en dictator, eigenaar van radio- en TV-stations en Marc Ravalomanana, ook ex-president die geen groot verschil zag tussen zijn eigen belang en dat van Madagaskar. Er wordt gefluisterd dat kandidaten stemmen konden kopen voor 500 Ar (10 €-cent).
Dan maar kiezen tussen de pest en de cholera in de tweede ronde?

Faly vraag ons Madagaskar en de Tsaranoro-vallei te promoten in België. Doen we zeker! Nu het toeristisch seizoen ten einde loopt, wordt Faly opnieuw boer voor de volgende vier maanden. Hij moet zijn rijst padie klaar maken (= zwaar werk voor man en zebu), dan rijstplantjes uitplanten (= exclusief vrouwenwerk), zorgen voor continue bevloeiing. Veel succes, Faly!

Donkere, dreigende wolken zetten op. Plots regent het, terwijl we lunchen op het terras van Tsara camp. Zachtjes maar met grote, natte druppels. Een tiental minuten maar je merkt het amper: alles verdampt onmiddellijk of verdwijnt in de grond. Druppel op een hete plaat.

Rain in Tsaranoro

Jean-Paul.

‘s Namiddags nog even rustig wandelen langs de “grote” weg, de 4×4 weg langs waar we hier twee dagen geleden aankwamen. We genieten van de panorama’s. Achter ons komt een man met een fiets aan gewandeld. Of beter gezegd: hij duwt een kapotte fiets met daarop drie 50 kg zware zakken met rijst. We nemen een paar foto’s. Hij lacht en slaat een praatje: van waar we zijn en zo. “Quoi de neuf en Belgique?” vraagt hij. Dan begint hij over foto’s. “Nu gaat hij geld vragen.” Denk ik. Maar nee … of ik de foto wil afdrukken eens we terug in België zijn en hem opsturen. Ja, dat willen we wel doen maar wat is zijn adres. Dan noteren we samen op een stukje papier “Monsieur JEAN-PAUL, VOHITSAOKA, au sud du Marché, à l’Est route, cinq maison, MADAGASKAR”.
Lachend en ons hartelijk bedankend duwt hij zijn zwaar beladen fiets verder.

Later blijkt dat Vohitsaoka een dorpje is, niet de achternaam van Jean-Paul en dat niemand hier een echt adres heeft want er is toch geen postbedeling, noch postbode. Zelfs in Tsara-camp geven ze me triomfantelijk hun email-adres in plaats van een postadres!

We sturen de foto wel op, Jean-Paul … maar of ze ooit aankomt?

Jean-Paul from Vohitsaoka - Madagascar

Faly en fady.

07/11/2018

Gisteravond nog een biertje gedronken met Justin, onze chauffeur. Hij blijft er van overtuigd dat een lucratief handeltje in tweedehands auto’s tussen België en Madagaskar is op te zetten. Zijn we niet geïnteresseerd? Nee sorry, echt niet.

We maken kennis met Faly, een jonge, lokale gids die ons voor morgen een paar alternatieven voorstelt. Faly betekent “tevreden” en zo ziet hij er ook uit. Afgesproken voor een tocht – niet te moeilijk – maar toch voor zes uur in de vallei van de Tsaranoro. Vertrekken om 7u30 en lunchpakket mee! Dat belooft.

En inderdaad, vroeg deze morgen presenteren de Tsaranoro bergen zich onder een stralende hemel. Ik moet opletten om niet te veel bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken en om superlatieven te vermijden maar dit is een fantastische morgen met spectaculaire vergezichten in een ongerepte omgeving. Het Afrika-gevoel is 100 % terug!

Tsaranoro mountains - Madagascar

Chameleon mountain - Tsaranoro - Madagascar

We wandelen langs en door een dorpje … traditioneel … onvoorstelbaar hoe mensen hier leven! Rijst stampen met een kleine boomstam, koken in een donkere hut op houtvuur (wat een rook!), rode klei – om muren te beplakken – met de voeten bewerken, zebu’s hoeden …

We klimmen naar het heilige bos. Het begin wordt aangegeven door een vierkante toren van gestapelde stenen. Het is fady (=brengt ongeluk, is taboe, dus nooit doen!) om een graf met de vinger aan te wijzen: altijd met de vuist of de vlakke hand wijzen. Net zoals het fady is om een maki te doden of een buulbuul (vogel), of bomen uit een heilig bos te kappen of een mot te doden …. en zo verder.

Vilage Tsaranoro - Madagascar

Village scene Tsaranoro - Madagascar

Village Tsaranoro valley - Madagascar

Bonus: in het bos spotten we ringstaart maki’s met kleintjes. Ze letten aanvankelijk niet op ons maar lijken daarna echt te poseren. Dank u, jongens EN meisjes want bij de maki’s leiden de vrouwtjes de troep. Zouden wij mensen ook eens moeten proberen. Wat verder rusten we uit bij een uitkijkpunt over de vallei. Dan dalen we af naar de “piscine”, een natuurlijk dammetje in een bergriviertje. Maar eerst passeren we een graf, in een rotsspleet, dus half open. Een paar schedels en beenderen zijn duidelijk zichtbaar. Volgens Faly zijn deze mensen zo’n tachtig jaar geleden gestorven en hebben ze misschien geen familie meer in de vallei die het graf wil dicht maken. Het is niet fady om foto’s van een graf te nemen. Faly voelt zich hier duidelijk niet echt op zijn gemak.

Ringstaartmaki - Tsaranoro valley

Sacrd forest - Tsaranoro - Madagascar

Even verpozen wat verderop, boven het natuurlijke “zwembadje”. Faly haalt als versnapering zakjes met half gesmolten chocolade uit zijn rugzak en pakjes “biscuits feuilletés noirs”. Dat laatste is wel eetbaar.

Faly is 21 en heeft voor gids gestudeerd. Uitzonderlijk voor Madagaskar: onderwijs is betalend, maar heel weinig mensen kunnen onderwijs voor hun kinderen betalen en trouwens … er zijn bijna geen scholen. Met andere woorden: in Madagaskar groeit een hele nieuwe generatie ongeletterden op, helaas alleen maar goed om blootsvoets achter een troep zebu’s aan te lopen. Zou iemand van de 36 presidentskandidaten waarvan er na de verkiezingen van vandaag twee overblijven daar iets willen aan doen? Het argument “geef niets aan kinderen want zo leer je ze bedelen in plaats van school te volgen” gaat hier niet volledig op. D’er is geen (betaalbare) school … maar je moet ze inderdaad niet leren bedelen.

Tijd voor lunch op een schaduwrijk terras van één van de weinige hotels hier: hotel Tsara Soa. Tsara betekent goed en Soa betekent goed. Dit is dus een dubbel goede plek. Een biertje; een meegebrachte en lekkere pasta- of rijst-lunch met fruit als dessert; zon; prachtig panorama … Een paar mannen spelen petanque … Hagedissen van 30 cm groot zonnen op de rotsen …

We keren terug langs een ander dorpje. Hier is zowaar een klein “hospitaal” of dispensarium met één dokter en één vroedvrouw. Er hangen posters om je kinderen te laten inenten tegen polio. En hoe je het risico op de pest kan verkleinen. Gezondheidszorg is betalend in Madagaskar: geen geld = geen behandeling of geneesmiddelen. Volgens Faly gaan vrouwen voor hun eerste bevalling naar het hospitaal. Dan weten ze hoe het moet voor de 2de, 3de, 4de, 5de en zo verder keer.

Wat verderop liggen drie grote varkens lui te slapen in een grote modderpoel.

Pigs in Tsaranoro - Madagascar

Terug nu naar Tsara camp. Laatste loodjes onder een brandende zon. Nog energie genoeg om drie grote kameleons te spotten in de bomen langs de kant van de weg. Voor de rest van de namiddag wordt het uitrusten en genieten van de omgeving.

Dit was een Afrikaanse topdag in Madagaskar.

Naar Andringitra.

06/11/2018

Financieel probleem deze morgen: Hotel Thermal in Ranomafana neemt geen kredietkaarten aan! We moeten al onze Euro’s en Ariary’s bijeen scharrelen. Resultaat: zo goed als geen cash meer. We zien wel … mora mora.

Eerst terugrijden naar de Route Nationale 7. Dan linksaf naar het zuiden, richting Andringitra gebergte. De zon breekt door de wolken en naarmate we verder afzakken naar het zuiden wordt het warmer en verdwijnt elk wolkje. Gek, we zijn hier nu een week en het was steeds hetzelfde weertype: warm, zwoel en bewolkt. Nu dus bij momenten echt heet.

Het landschap verandert met het klimaat: wijdsere panorama’s, minder rijstvelden, granietrotsen en rode aarde, weer veel geïmproviseerde steenbakkerijtjes langs de kant van de weg. We dalen af uit de ”Plateau Central”. 

Antsirabe to Fianarantsoa - Madagska

Elke reisdag zijn we meerdere politiecontroles tegen gekomen. Nooit moesten we stoppen; de taxi-brousses wel en vrachtwagens meestal ook. Maar nu worden we zelf twee keer tegen gehouden. Elke keer toont Justin de auto-papieren, slaat een babbeltje en we zijn weer weg. Vazaha’s (vreemdelingen) worden niet gecontroleerd.

Fianarantsoa.

Un “chef-lieu” van Madagaskar noemt Justin Fianarantsoa. Het is inderdaad een wat grotere stad met zowaar een station en een indrukwekkend stationsgebouw. Hier vertrekt dan ook twee keer per week de enige passagierstrein van Madagaskar, naar Manakara aan de oostkust. Even in het station kijken: pittoresk! Op een bord staat in krijt geschreven dat de trein vandaag, dinsdag 6 november om 07h00 stipt vertrekt. 

Fiananrantsoa train station - Madagaskar

Opnieuw cash bijtanken aan een ATM. Twee keer na elkaar het maximum van 300.000 Ar afhalen met de ene kredietkaart, dan met de andere … automaat is leeg! Die daarnaast proberen en nog eens twee keer 300.000 Ar uit de muur halen. In totaal lopen we nu met 1.200.000 Ar op zak, miljonairs! Maar ‘t is maar 300 €.

We bezoeken de winkel en atelier van Pierrot Men een internationaal befaamde fotograaf van Madagaskar. Prachtige foto’s van landschappen en mensen van Madagaskar gezien. Dan rijden we met een slakkengangetje verder door Fianarantsoa, langs de RN7 en … de onvermijdelijke drukke markt langs de kant van de weg. Iemand verkoopt hier een tiental levende kippen die aan de poten samen gebonden over zijn schouders hangen. Dan eindelijk de drukte voorbij en langs kronkelende wegen door een steeds maar spectaculairder worden landschap verder rijden. De groene rijstvelden contrasteren sterk met de rode aarde en de grijze granieten bergtoppen. Prachtig!

Ambalavao.

Leuk, klein stadje, centrum van zijde-industrie. Hoewel, “industrie” is veel gezegd, eerder kleinschalige huisindustrie. We bezoeken een klein winkeltje, annex zijdeverwerking waar ons het hele manuele proces van zijden sjaals maken wordt uitgelegd. Dat gaat van de cocon van de wilde zijderups verzamelen (die op tapia bomen leeft), via weken, koken, draden uittrekken, spinnen, weven, kleuren tot – ten slotte – kleur fixeren. Alles alleen maar van en met natuurlijke producten gemaakt op ambachtelijke wijze door amper een tiental vrouwen. B-ken is alvast in de wolken met haar natuurzijden sjaal (heeft vijf dagen geduurd om die te maken) en haar raffia-mandje.

Ambalavao silk industry - Madagaascar

Een beetje verder is een soort “papierfabriekje” waar – opnieuw op ambachtelijke wijze – papier wordt geschept. Het speciale is dat het papier met bloemen wordt verfraaid: de bloemkelken en blaadjes worden als het ware in het papier gedrukt. Alleen… ‘t is lunchtijd, dus geen activiteit en geen demonstraties. 

Anja park.

Wij lunchen kilometers verderop in Anja park (uit te spreken als Anza park). We krijgen overjarige kip voorgeschoteld: taai vlees rond schriele botjes. Maar het park zelf – hoewel klein (8 ha) – is aan te bevelen. Spectaculaire omgeving met de granietrotsen van het Andringitra-massief op de achtergrond. En vooral: veel ringstaart maki’s die in tegenstelling tot hun collega’s in de nationale parken de bezoekers gewoon zijn. We kunnen ze gemakkelijk tot op 1 meter naderen. Ze zijn super fotogeniek en ze lijken nog te poseren voor foto’s ook! Maar we moeten verder.

Een prachtige, 7 cm grote krekel wuift ons uit.

Ringstaart maki, Anja park, Madagaskar

Cricket at Anja park, Madagascar

Tsara camp.

De laatste loodjes dan voor vandaag: we verlaten de RN7 en rijden langs een moeilijke – maar voor wie niet moet sturen toch zo’n mooie – 4×4 weg naar Tsara-camp in het Andringitra-gebergte. 25 km van de RN7, in het midden van “niets”, “ in ‘t gat van den duvel” (of meer formeel: in de vallei van de Tsaranoro): elektriciteit van een generator van 5 uur tot 10 uur ‘s avonds en van 6 uur tot 8 uur ‘s morgens. Geen wifi, geen internet, geen telefoonbereik. Slapen in ruime tenten onder een afdakje, maar wel in een echt bed met een klamboe. En buitendouche. Afrikaanser kan het niet.

Morgen wandelen in ongerepte natuur!

Ranomafana.

04/11/2018

Eerste dag van twee in Ranomafana! In het nationaal park kiezen we voor het “gemakkelijke” wandelcircuit van drie tot vier uur. Maar gemakkelijk is met een flinke korrel zout te nemen. Het goed aangelegde pad stijgt en daalt voortdurend. Bovendien is het bewolkt en zwoel. Dat wordt zweten in het tropische woud.

Onze vrouwelijke gids spreekt niet zo vlot Frans en met Latijnse benamingen van planten zijn we niet veel. We begrijpen wat een palissander boom is. We kunnen nu ook de ravenala of “arbre du voyageur” herkennen. Dat is een soort palmboom waarvan de bladeren allemaal in één vlak staan, nationaal symbool van Madagaskar. En we zien wilde koffieplanten.

Hier in Ranomafana zijn er de “guides” en de “pisteurs”. De gidsen stappen met de klanten mee; de pisteurs of spotters staan hier en daar in het woud opgesteld. Er wordt druk tussen guides en pisteurs heen en weer gebeld. Het levert ons wat op. We zien – weliswaar steeds hoog in de bomen, dus moeilijk voor foto’s – vier soorten maki’s:
• een roodbuikmaki;
• twee soorten Sifaka’s, de op één na grootste maki’s (de grootste zijn de Indri die we in Andasibe zagen);
• en de gouden bamboemaki, symbool van het park.

Maar een ander beest komt de show stelen: de ringstaart vontsira! Ziet er uit als een mongoose en wordt dikwijls verkeerdelijk zo genoemd. Deze 35 cm grote kerel loopt ons bedaard op een paar meter afstand voorbij.

Vontsira - Madagaskar

Roosbuikmaki - Madagaskar

‘s Namiddags verkennen we de omgeving van het hotel en het dorpje Ranomafana zelf. Een metalen voetgangersbrug over de Namorona rivier is jaren geleden ingestort en half weggespoeld. Het lijkt er op alsof de lokale bevolking zelf de handen uit de mouwen heeft gestoken: met boomstammen en planken is een wankele houten brug gemaakt. Die leidt ons naar – zowaar – een buitenzwembad, druk bezocht door de “locals”. Het zwembad wordt gevoed door warmwaterbronnen. De omgeving ademt vergane en vervallen Franse koloniale glorie uit.

Ranomafana bridge - Madagaskar

Ook het centrum van het dorpje moeten we gezien hebben. Dat is opnieuw ogen uitkijken op het straattoneel. Luidruchtige muziek als verkiezingspropaganda; slapende zatlappen in de gracht of langs de kant van de weg (te veel Malagassische rum?); verkoopsters van peper, vanille en kaneel; scheef gezakte koten aan de huizen; wassen en plassen (letterlijk) in de Namorona; taxi- brousse sjokkend door de mensenmassa; een rondscharrelende haan pikt rijst uit een zak aan het kraampje van een verkoper die met glazig-dronken ogen niets in de gaten heeft … En kinderen op straat: massa’s, van alle maten en formaten.

Madagaskar, het blijft ongemeen boeiend.

Ranomafana village - Madagaskar

05/11/2018

Onze tweede dag in Ranomafana: deze keer staan we om 8 uur reeds aan de ingang van het nationaal park. Het is druk op de kleine parking: een twintigtal auto’s? Deze keer kiezen we voor een wandeling van 5 tot 6 uur. Met dezelfde gids als gisteren. Maar deze keer krijgen we er een eigen pisteur bij, Joseph. 

Het heeft vannacht geregend. De paadjes zijn nog altijd even steil maar wel veel gladder. Deze keer zien we opnieuw de gouden bamboe maki maar ook de grote bamboe maki, de roodbuik maki, sifaka’s … Af en toe, vooral in het begin van de wandeling, lijkt het een beetje op Kruger-park toestanden. Je loopt alleen op een paadje. Je ziet maki’s en plots ben je omringd door een twintigtal toeristen die uit het niets lijken op te duiken. Opgelet ook voor nekkramp van het vele omhoog turen in het bladerdak. 

Bamboo Lemur Ranomafana

Greater bamboo lemur - Ranomafana

B-ken heeft ook oog voor de kleine beestjes. Ze spot een 2 cm grote bloedzuiger … op mijn arm! Onze gids peutert die voorzichtig los. We trappen bijna op een reuzenslak, geschat 7 cm. En natuurlijk zien we een 15 cm lange duizendpoot of millipede. We volgen eventjes een coua, een soort koekoek met een fluo-groene plek op zijn kop. 

Coua inRanomafana

Mooie wandeling maar zwaar … af en toe uitrusten … bij een waterval bij voorbeeld. 

Zes uur later staan we terug aan ons vertrekpunt. Iemand toont ons een giraf kever en nog een millipede en een 3 cm grote soort “meikever” (dat is ten minste hoe Justin het beestje noemt) en in ruil voor zijn diensten vraagt hij 2.000 Ar (=0,5 €). Tja, ze zijn hier arm.

Tot veel meer dan een late lunch op het terras van hotel-restaurant Manja, met zicht op de vallei van de Namorona zijn we niet meer in staat. Rustig genieten van het zicht … Iemand wandelt voorbij met een varken aan een touw … Madagaskar!

Morgen verlaten we het regenwoud en zakken verder af naar het zuiden. Vermoedelijk 4 dagen lang afgesloten van elke communicatie.

Mora mora.

03/11/2018

Afstand en reistijd: de relatie tussen de twee is moeilijk in te schatten in Madagaskar. We rijden van Antsirabe naar Ranomafana, 230 km, 4u30 zegt Google Maps. We vertrekken om 8 uur en we zien wel. “Mora mora”, rustig, kalmpjes aan.

Eerst nog geld tanken in Antsirabe: 600.000 Ar in twee keer. Dan door de drukte van een zaterdagmorgen laveren: mensen, pousse-pousse, taxi-brousse (minibusjes die niet vertrekken vooraleer ze veel te veel passagiers hebben ingeladen), karretjes allerhande. De eerste 10 km van de Route Nationale 7 zijn ons bekend: dezelfde als gisteren. Daarna kronkelt de weg voortdurend. In de verte, rechts van ons ligt Mount Ibity, 2.250 meter hoog, met wolken rond de top.

De weg zal door een berglandschap blijven kronkelen voor de volgende 90 km. In de valleien werken mens en zebu in eindeloze rijstvelden: ploegen en/of omspitten, aardkluiten breken, rijstplantjes uitplanten … ‘t Is een lappendeken van vele tinten groen. Tot drie oogsten per jaar produceren ze hier, “handmatig” of met zebu-hulp.

Ambositra to Ranomafana

Ambositra.

Ambositra is een centrum van houtbewerking. Allerlei nuttige en minder nuttige, mooie en minder mooie dingen en kitsch in hout zie je hier. Zelfs de houten balkons van de huizen zijn af en toe kunstig gesculpteerd. Alhoewel dat is niet altijd gemakkelijk te zien want … we rijden ons vast in de drukte van de zaterdagse markt. Mora mora. We hebben toch ogen te kort om alle bedrijvigheid gade te slaan.

Voorbij Ambositra sluiten hoge granietrotsen de valleien in. Hier is een endemisch bos van tapia-bomen. Op deze bomen leeft dan weer een soort zijdeworm. Vandaar dat hier ook een zijde-industrie is, gespecialiseerd in de productie van fijne lijkwades. Langs de kant van de weg verkopen kinderen de vruchten van de tapia’s. Die hebben ze ongetwijfeld opgeraapt, niet afgetrokken want dat is “fady”, verboden, brengt ongeluk. Het vruchtje lijkt een beetje op een heel klein pruimpje en smaakt … licht zoet, vooral pitten en schil, een beetje smaakloos. Of waren ze nog niet rijp genoeg?

Ambositra to Ranomafana

Ambohimahasoa.

Nog verder verkopen kinderen (opnieuw kinderen!) pocpocs. Justin wil absoluut stoppen en ons tonen wat dat is. Het zijn “lampionkersjes” of goudbes, wat kleiner dan wat in Belgïe in de rekken ligt, want deze zijn “in ‘t wild” geplukt.

Lunchen doen we in Hotely “Le Point” in Ambohimahasoa. Chique naam maar niemand spreekt er Frans of Engels. De zaak is absoluut “basic”: zelf ineen getimmerde stoelen en tafels, toile cirée op de tafels. En vreemd: ze brengen ons onmiddellijk een kruik heet water. Achteraf blijkt dat dit het aangelengde kookvocht van rijst is. Standaard gratis drank in een hotely. We spelen op veilig en bestellen Chinese soep: noedels met ei in een bouillon. Voedzaam, punt, meer niet. Een biertje? Zoals gewoonlijk gechambreerd. Toilet? Deur en duister gangetje door en op een erf belanden. Dan de weg zoeken tussen eenden en kalkoenen; opgepast voor een slapende hond! Franse WC, een plastic fles met water om te “spoelen”. Ervaring rijker. Voor onze twee Chinese soepen + een biertje + een water betalen we de royale som van 7.000 Ar, dat is 1,75 €!

Ambositra to Ranomafana.

Ranomafana.

Onze rit gaat verder. De bebossing neemt toe. Het landschap blijft bergachtig. We strekken even de benen langsheen de verlaten afslag naar het nationaal park van Ranomafana. In de verte komen twee jongens – één met een zak op het hoofd – en een meisje aangesjokt. Typisch, dus … foto nemen. Als ze op onze hoogte zijn, willen ze de foto zien. Dat wordt verbaasd lachen. Mogen we een foto van dichtbij nemen? Dat mag. Als ze deze nieuwe foto zien is het opnieuw lachen, gieren, brullen. En als ze dan nog twee vodjes van bankbiljetten krijgen ter waarde van 3.000 Ar zijn ze helemaal in de wolken. Dan realiseren we ons … ze hebben geen spiegel en hebben zichzelf nu voor één van de eerste en weinige keren gezien.

Locals in Ranomafana

We zijn er bijna. Een zwaar geladen taxi-brousse staat met een lekke band langs de kant van de weg. Een tweede taxi-bé biedt hulp. Een twintigtal passagiers staat er op te kijken. Wanneer zijn zij op hun bestemming?

Nu nog even de Andriamamovoka waterval bewonderen. Daarna rijden we Ranomafana-dorp binnen. Het is 16 uur. Dat is in totaal 8 uur onderweg voor iets meer dan 200 km afstand. We logeren in Hotel Thermal Ranomafana, een vroeger kuuroord.

Andriamamovoka

Vanavond dineren! Zebu-steak met een flesje “dure” Malagasy wijn: Antsirabe Grand Cru, 25.000 Ar, zo maar eventjes 6,5 €! Op je verjaardag mag je je iets extra’s permitteren! Mora mora!