Toermalijn.

02/11/2018

“Ik heb een steen verlegd, in een rivier op aarde …”
Bram Vermeulen

Voor onze tweede dag in Antsirabe heeft “Just in Madagascar” een bezoek aan de Ibity-mijn gepland. Ik weet niet goed wat ik daarbij mag verwachten. Het is in elk geval een mijn waar edelstenen en half-edelstenen worden gedolven, vooral Toermalijn. We zien wel.

Justin pikt een “mandataire” van de mijn op, een vriend van zijn schoonbroer. Die zal ons begeleiden bij ons “mijn-bezoek”. Het dorpje Ibity ligt op 28 km van Antsirabe maar met de toestand van de wegen hier, is dat 1u15 rijden. Het landschap fascineert: bergen, grotendeels kaal, deels in terrassen bewerkt; grote scheuren in de hellingen leggen de rode aarde bloot: erosie! Bij het binnenrijden van Ibity stoppen we voor een slagboom: gemeentebelasting (10.000 Ar) te betalen. De “mandataire” eist een factuur. Oh, dat waren ze vergeten … als we aandringen … waar is de pen? de mandataire geeft ze zijn eigen pen en met enige moeite wordt een groezelig officieel document ingevuld. We kunnen verder.

De weg is nu zelfs voor een 4×4 te moeilijk geworden. Betty en ik stappen samen met de mandataire verder. Justin zal hier op ons wachten. We moeten dalen, vermoedelijk zo een 300 meter. Het weer is aangenaam: 25 tot 30° en ‘t is voortdurend bergaf. Eens beneden loopt de weg verschillende keren door de rivier die voortdurend kronkelt en meandert. Dat wordt over stenen laveren al dan niet met behulp van de “mandataire” die op teenslippers door het water stapt. Soms moeten we stenen in de rivier verleggen en een artificiële oversteekplaats bouwen. We passeren een gehuchtje met een nooit afgewerkte kerk, annex school.

Dan plots, na 5 km stappen zijn we er: de mijn! Niets speciaals te zien, geen machines, geen bedrijfsgebouwen, alleen bergjes rode en witte aarde. Wat had ik mij voorgesteld? Hier zijn putten in de grond, 1meter breed en tot 20 meter diep. Met een katrol wordt daaruit grond naar boven gehaald. Daar beneden is zowaar iemand in de smalle schacht aan het graven. De opgehaalde aarde wordt door vrouwen en kinderen met de hand nauwkeurig onderzocht. Ze zoeken toermalijn of andere edelstenen! Beneden worden in alle richtingen horizontale tunnels gegraven (met een schopje!) in de hoop ooit DE ader te vinden.

Ibity mine

Ibity mine

De “mandataire” wordt een zakje stenen aangeboden. Onbewogen keurt hij de stenen, nauwlettend in de ogen gehouden door de delvers. De meeste stenen zijn toermalijn. Nee, niet goed genoeg, niet geïnteresseerd. Hij koopt alleen maar de “haut de gamme” stenen. Nu snap ik zijn titel: hij is gemandateerd om voor de mijn stenen te kopen. Alle delvers weten hier dat de “mandataire” de eerste keus moet hebben. Wat gebeurt er dan met de vele mindere stenen, degene die hij niet koopt? Die kunnen op de wekelijkse maandagmarkt van Ibity verkocht worden aan Indiërs, Indonesiërs, Sri Lankanen of simpelweg toeristen. Of op de zaterdagse edelstenenmarkt in Antsirabe. 

Haveloze delvers klampen ook ons aan met toermalijn-stenen, kwartskristallen of andere edel(?)stenen. Wat een toestanden … De “speciale” stenen kan je hier zo oprapen: mijn vondst bekijkt de “mandataire” met ingehouden minachting: een steen van zwarte toermalijn en een kwartskristal. Niets waard, maar ik vind ze toch leuk.

De terugtocht is zwaar: 5 km terug en 300 meter stijgen. Maar de zon schijnt, het landschap blijft boeien en … we zijn jong … van geest.

Ibity mine Madagaskar

Walk to Ibitsy

Walk to Ibitsy

Bij het terugrijden staat de slagboom van Ibity open. De twee mannen van daarnet zijn nergens te bekennen. Lunchtijd? 

Terug in Antsirabe en na de lunch staat de schoonbroer van Justin er op om ons nog even wat uitleg te geven over de edelstenen die je allemaal kunt vinden in deze streek. Hij doet dat “live” aan één van de permanente kraampjes van de edelstenenmarkt. Interessant .. maar je moet kunnen weerstaan aan de lichte druk tot kopen.

In het stadscentrum is een grote mensenmassa op de been. Marc Ravalomanana, één van de belangrijkste presidentskandidaten houdt hier een verkiezingsmeeting. We hadden nog een tochtje met pousse-pousse in gedachten maar gezien de hectische drukte … beter niet!

Van op ons terras op de eerste  verdieping van het Plumeria hotel bekijken we dan maar het straatleven. En schrijf ik dit verslag …

Antsirabe.

01/11/2018

Schorpioen – deel 2.

“Avez-vous bien dormi?” vraagt Justin, onze gids-chauffeur? Helaas niet. Amper vier uur geslapen in drie stukjes en met behulp van twee pijnstillers. Mijn voet tintelde; de pijn bleef. Op een bepaald moment dacht ik de pijn te verzachten door een koude voet-douche. Grote vergissing: ik trek ogenblikkelijk mijn voet terug! Later zal Justin zeggen: “Piqure de scorpion? Ne jamais toucher l’eau!”.

Hoewel de pijn in mijn rechtervoet deze morgen veel beter is, was het vannacht “hel”: voortdurend die tintelende steken, alsof ze elke keer met een naald in je voet prikken. Deze morgen heeft B-ken heel omzichtig op het terras van onze kamer, de zak met de schoen leeg gemaakt. De schuldige zit nu achter een bloempot!

Justin is geschokt over het schorpioen-incident. De hotelreceptie is geschokt. Er komt gratis advies. Geen water drinken! Maar dat heb ik vannacht al gedaan? Rode pepertjes pletten en het sap drinken! Bwoark! Rum of andere alcohol drinken. Hmm, dat lijkt me wat. Justin wil de schorpioen zien. Iemand van het hotel wil de schorpioen “verwijderen”. Beiden trekken met een fles 80° alcohol naar boven, naar onze kamer. Ze komen terug met een dode schorpioen in een fles alcohol. Ah, nog een remedie: een slokje van de alcohol met de dode schorpioen drinken. Nee, dank u. Bedankt voor al de goede raad maar de pijn is nu draaglijk geworden.

Antsirabe.

Justin voert ons door Antsirabe. Van het verlaten treinstation in koloniale stijl – er komt nooit meer een trein – langsheen de Grande Avenue, voorbij het monument voor de 18 etnische groepen van Madagaskar tot aan het oude Hotel des Thermes, ook in koloniale stijl. Antsirabe is zowel een kuuroord als de stad van de “pousse-pousse” (riksja) als de stad van edelstenen. Het is een voor Madagaskar redelijk rustig stadje, althans het centrum toch, met zijn brede boulevards afgelijnd door grote bomen, waaronder bloeiende jacaranda’s.

Pousse-pousse Antsirabe

Tritriva.

We rijden vandaag naar een kratermeer: Tritriva, een kleine 18 km van Antsirabe. Maar het is wel een tocht van één uur, alleen met 4×4 mogelijk. De aardeweg is in heel slechte staat en het allerlaatste stuk loopt redelijk steil omhoog. Hier wordt gerst verbouwd want … Antsirabe is ook het hoofdkwartier van de STAR-brouwerij, die van Three Horses Beer. Onder de weg worden we opgehouden door een Zebu-kar met pech: één van de twee zebu’s heeft er de brui aan gegeven en heeft zich los gerukt. Het duurt een tijdje voor de zebu terug in het dubbelspan is ingespannen.

Tritriva

Tritriva -Madagaskar

Even voor Tritriva betalen we aan een slagboom voor bezoek met gids (25.000 Ar – twee personen). Een eindje verder stappen we uit. Onmiddellijk worden we “overvallen” door een twintigtal kinderen die allen dezelfde stenen verkopen. Maar onze gids – Dominique – staat ons al op te wachten. Een tiental meter klimmen, met de hele meute kinderen achter ons aan en we zien het meer. Het water glinstert blauwgroen in de diepte van de krater. Prachtige natuur. We wandelen rond, dalen een keer af tot op niveau van het water en stijgen dan weer. Tritriva heeft een beetje de vorm van Madagaskar. Het is 164 meter diep. Deze heilige plaats is omgeven door legenden. Maar behalve de verhaaltjes, legt Dominique ons ook in zeer goed Frans uit dat er geen vissen in het meer kunnen leven: te koud (15°) en te hoge solferconcentratie. Overigens heeft hij ook een oplossing voor mijn schorpioenprik. De grigri, een soort sjamaan of lokale tovenaar, zou mijn voet wassen en dan zelf het water drinken. Op slag zou de pijn weg zijn. Als we dat later aan Justin vertellen, stelt hij onmiddellijk en beslist voor om ons naar de grigri te voeren. Vriendelijk, maar nee, dank u. Na een uurtje hebben we Tritriva rond gewandeld. Nu nog even de stenen-verkopende-kinderen trotseren en we kunnen terugkeren naar Antsirabe.

Allerheiligen vandaag. Maar hier zijn geen kerkhoven. De Merina, dat is de etnische groep die hier leeft, begraaft zijn doden “thuis” in een familiegraf op privé-terrein. Om de 5 tot 7 jaar worden de graven weer open gemaakt, de doden in nieuwe kleren gestoken en volgt er een groot feest voor familie, vrienden en de buurt: de Famadihana!

Merina tomb - Madagaskar

Sabotsky Market.

‘s Namiddags bezoeken we de “Sabotsy Market”, de zaterdagmarkt die overigens elke dag van de week wordt gehouden. Het is een gigantische overdekte markt waar alles te koop is: groenten, vlees, vis, zaden, granen, prullaria … alles. Natuurlijk liggen er ook bergen “brèdes mafana”’. Dat ziet er een beetje uit als waterkers en is – naast zebu-vlees – het basis-bestanddeel van Romazava, de typische stoofschotel van Madagaskar.

Honderden mensen, baby’s, kinderen, jongeren en minder jongeren bewegen zich in de smalle paadjes tussen de tientallen en tientallen kraampjes! Als enige vazaha’s op deze markt vallen we op. Verschillende verkopers en verkoopsters roepen ons onbegrijpelijke maar vriendelijke woorden toe. Foto’s nemen mag, wordt zelfs aangemoedigd; maar de geportretteerden moeten wel zelf het resultaat zien. Twee mannen spelen fanorona, een soort dam- of schaakspel. Hier op de markt zijn De “zwarte” pionnen schijfjes wortel, de “witte” zijn stukjes raap. Wit wint!

Justin wil nog een paar flessen bronwater gaan vullen. Antsirabe wordt niet voor niets het Vichy van Madagaskar genoemd. We wachten op hem terwijl een verkiezingsauto (weer van die Rajoelina, volgens Justin de rijkste van de 36 presidentskandidaten) kabaal komt maken. Kinderen dansen rond de auto, volwassenen kijken amper op …

Terug nu naar ons hotel. Bekomen van vandaag … en van de commotie rond de schorpioenenbeet.

Sabaotsky Market - Madagascar

Sabotsky Market - Madagascar

Sabotsky Market

Sabotsky Market

Schorpioen.

31/10/2018

5u30 ‘s ochtends. De zon is al op. Fijne nevel hangt over de heuvels rond Eulophiella. Ver, maar indringend klinkt de territorium-roep van de Indri. Die zijn ook vroeg wakker! 
Een uurtje later is de nevel opgeklaard en schijnt de zon.

Andasibe->Antsirabe.

We hebben vandaag een lange tocht voor de boeg: naar Antsirabe. Dat wil zeggen: de route die we eergisteren hebben gedaan bijna helemaal terug rijden; dan voor Tananarivo afslaan naar het zuiden. In totaal een kleine 300 km maar wel vermoedelijk meer dan 7 uur rijden. De wegen, zowel de RN2 als de RN7 zijn wel geasfalteerd maar in slechte staat. Om de haverklap moet Justin uitwijken voor diepe putten of stoppen voor hoge verkeersdrempels bij het doorrijden van een dorpje. Bovendien moeten we opnieuw het hoogplateau op. Als je dan achter een reeks vrachtwagens belandt die aan 10 per uur de berg op sukkelen, duurt het wel een tijdje. Volgens de tekst op de opleggers, komen die trouwens meestal tweedehands uit Frankrijk (“Messagerie banlieu de Paris”) of België (“Verhuizingen Deurne”). Via de haven van Antwerpen?>

Niet dat ze echt nodig zijn, maar er zijn ook amper verkeersborden of wegwijzers in Madagaskar. En als ze er zijn, zijn ze uit beton. Elk metalen verkeersbord zou binnen de kortste keren verdwijnen en bij een schroothandelaar belanden.  

Op het traject Andasibe – Tana vertelt Justin over verschillende soorten exotisch fruit die in Madagaskar worden geteeld. Lychees, mango, jackfruit, papaya, avocado, kaneelappel, en nog meer vruchten waarvan we de naam helaas al vergeten …. Daarna krijgen we een lesje Malagassisch: dank u is misaotra, uit te spreken als “misowtr”; veloma, uit te spreken als “veloem” is tot ziens en soave dia is goede reis.

South of TanaSouth of Tananarive

Voorbij Tana is het landschap nieuw voor ons. Dit is nog altijd “les hauts plateaux” maar de heuvels zijn ronder en niet meer bebost. De rode kleur van de aarde is overal zichtbaar. De huizen zijn okerkleurig: gebouwd van baksteen, daarna met rode aarde gepleisterd. Armtierig misschien, maar toch mooi. Vele verlaten en vervallen ruïnes: in Madagaskar geloven velen dat een huis van een gestorven ouder of grootouder of voorvader nooit mag worden afgebroken, zelfs niet als het niet meer wordt bewoond. 

 

Ambatolampy.

We passeren het dorpje Behenjy, het centrum van de “booming” foie gras industrie van Madagaskar. En het is middaguur. Maar we hebben onze principes en het is hier zeer druk. Dus … verder rijden, tot Ambatolampy wat dan weer het centrum is van de aluminium industrie. Maar eerst lunchen: gepaneerde vis in ”Au rendez-vous du pêcheur”. Daarna stelt Justin voor om een ateliertje van aluminium-smelters te bezoeken. Hier maken ze van gerecupereerd aluminium nieuwe kookpotten, bekers, pannetjes, kommetjes, siervoorwerpen, enz. Het lijkt 19de eeuws werken. In een donker hok werken drie jongens in een mengsel van fijn zand en gemalen houtskool. Ze begraven een mal in het goedje, stampen alles goed aan en verwijderen dan de mal van onderen uit. Alles op blote voeten! Daarna wordt de lege vorm vol gegoten met gloeiende aluminium, 600 ° C, uit een bekertje, met een tang vastgehouden, zonder handschoenen of beschermende kledij! Mengsel van zand en houtskool verwijderen en een nieuw pannetje verschijnt. Moeten we deze kerels nu bewonderden of beklagen of beide? Een fooi verdienen ze dubbel en dik. 

AmbatolampyAmbatolampy

Op de binnenkoer zien we gelijkaardige 19de eeuwse taferelen. Een oven rookt. Iemand klieft met een voorhamer een groot stuk aluminium. Zwarte figuren lopen heen en weer.

Indrukwekkende ervaring, met dank aan onze chauffeur Justin van Just in Madagascar. Zonder hem waren we hier nooit binnnen geweest.

17:00 uur is het wanneer we Antsirabe, onze eindbestmming voor vandaag, binnen rijden. Grote troepen zebu’s en zebu-karren hebben ons nog af en toe opgehouden. We zijn in totaal 9 uur onderweg geweest voor, och arme, 300 km. Maar gelukkig is dit de langste rit van deze vakantie.

Antsirabe area

Schorpioen.

Einde van deze blogpost, niet? 

Helaas niet … We dineren vanavond in ons hotel, Plumeria  Dus frissen we ons wat op, trekken we wat propere kleren aan en verwisselen we onze solide stapschoenen voor wat “deftigere” schoenen. En daar loopt het voor mij mis! Bij het aantrekken van mijn rechterschoen voel ik plots een soort kramp in mijn tweede teen. Hmmm, dat is eigenaardig. Even rechtop staan, druk uitoefenen op de voet … stekende pijn in mijn teen! Niet normaal: ik moet op bed gaan liggen. De stekende pijn komt terug. Het is net alsof ik elke 20 seconden een bijen- of wespensteek in mijn voet krijg. Betty is nu echt ongerust maar ijzig kalm. Ze inspecteert de schoen en … ontdekt een 3 tot 4 cm grote schorpioen! Vreselijk. Zij kiepert schoen en schorpioen in een zakje en zwiert die op het balkonnetje. Dat zien we morgen wel weer.

Wij – of beter gezegd ik, met de hulp van Betty – sukkel naar beneden, naar de receptie. Ik plof neer op een bankstel, amper nog in staat om recht te staan. Stekende pijn, tinteling, spierspasmen in mijn voet. Betty vraagt hulp aan de receptie. Ik strompel tot daar. “You will not die, sir”, zegt de receptionist. Nee, maar het doet verd… wel pijn. Wat zalf aan de teen strijken. Dat helpt niets en elke 20 seconden weer die steek. Een paar glazen witte wijn en een pijnstiller lijken wel te helpen, gelukkig. Na een uurtje neemt de pijn af, nog niet de tinteling. ‘t Is nu alsof ik met mijn voet elke keer in een veld van netels stap!

Gelukkig is mijn eetlust niet aangetast: we kunnen redelijk rustig eten met mijn voet op een stoel.

Hoe kan dat nu? Met schorpioen als sterrenbeeld gestoken worden door een schorpioen van Madagaskar, drie dagen voor mijn verjaardag? Deze schorpioen moet op één of andere manier in Eulophiela in mijn schoen zijn geraakt en in de bagage tot hier meegereisd.

Benieuwd of ik kan slapen vanavond. Betty in elk geval al wel.😀

Babakoto.

30/10/2018

Excellente nachtrust gehad in Eulophiella. Frans ontbijt: stokbroodje, smeerkaasje, croissant en fruit. Maar geserveerd op het terras van de lodge met uitzicht op tropisch beboste heuvels. Er zijn slechtere plaatsen om te ontbijten.

Vandaag moeten we de maki’s van Madagaskar zien! We kiezen niet voor het nationaal park van Andasibe maar voor het kleinere Mitsinjo, aan de overkant van de weg. In feite is Mitsinjo een locale NGO die 700 ha van het Analamazaotra woud beheert en actief aan herbebossing doet. Bezoek voor 2 personen met gids (verplicht) kost ons 80.000 Ar (+/- 20 €). We trekken te voet het bos in.

Babakoto.

Al heel snel spot onze gids hoog in het bladerdak, een familie van vijf Indri, kleine baby inbegrepen. De Indri is de grootste van alle Maki’s, wordt een meter groot en weegt dan 8 to 10 kg. Wat zijn ze schattig met hun zwart gezicht, witte kraag, zwart lichaam en witte poten. Ze sabbelen rustig op wat blaadjes. Dan daalt er één af om die curieuze toeristen wat van dichtbij te bekijken. Tot op een afstand van 3 meter komt hij! ‘t Is altijd een magische ervaring om een dier van zo dichtbij in de vrije natuur te zien. Vrouwtjes zijn de baas bij de overigens monogame Indri. Bovendien zijn zij als enige van de maki’s honkvast. Ze eisen hun eigen territorium op. Dat doen ze door een luid en langgerekt “oeoeoeoeoe”-geroep, vooral in de vroege ochtend. Tot 3 km ver te horen. Maar deze groep is rustig en stil.

Babakoto

Babakoto, uit te spreken als babakoetoe, heet de Indri in het Malagassisch. Komt van baba = papa en koto = kleine jongen; babakoto! Volgens een legende uit Madagaskar redde een Indri in de oertijd ooit een klein jongetje.  De Malagassiërs geloven dan ook dat de Indri geesten van onze voorouders zijn en vanuit technisch-evolutionair oogpunt hebben ze gelijk.

Kameleons.

We trekken verder over smalle paadjes doorheen het dichte woud. We zien een grote (40 cm), groene kameleon, onbeweeglijk op een tak. Misvatting één over kameleons: ze kunnen van kleur veranderen. Wel, deze niet! Misvatting twee: ze veranderen van kleur als camouflage. Fout: eventuele kleurverandering is resultaat van hun emoties. Een boze of bange kameleon wordt donkerder. Van deze grote, groene soort – Parsons’s kameleon – hebben de mannetjes twee hoorntjes op hun snuit. Deze heeft er maar één … de andere verloren in een gevecht met een concurrent?

Chameleon in Mitsinjo

Onze gids toont ons een amper zichtbare bladstaart gekko: ongelooflijk goed gecamoufleerd. Zelfs met je neus er op, zie je hem niet als de gids hem niet aanwijst: één met de boomstam.

Rond een pittoresk meertje, dicht bij de “grote” weg is een “Orchid Park” aangelegd. Sommige orchideeën staan in bloei. Een girafkever – kevertje met rode dekschilden en lange nek – vliegt rond één bepaalde boom en zet zich af en toe op de bladeren.

Dan hoort onze gids van een fietsende collega dat er twee bruine maki’s zijn gesignaleerd langs de grote weg. Wij daar dus heen. Inderdaad, achter een eetkraampje  langs de kant hangen ze alle twee aan een boomstam. Opportunisten! Ze zijn op zoek naar bananen of -schillen die bezoekers achteloos weggooien. Erg bang zijn ze niet: ze poseren rustig voor een foto.

Mitsinjo Brown Lemur

Terug nu door het bos naar de ingang van Misinjo waar Justin ons al met de auto opwacht. Hij voert ons een paar km verder tot Andasibe zelf, een dorpje dat in reisgidsen steevast wordt aangeduid als “klein, onbeduidend dorp”. Juist maar … toch is een wandelingetje door de hoofdstraat zeer de moeite. Alle huizen zijn hier uit hout opgetrokken – baksteen is ver weg – met een galerijtje er voor en meestal een tweede verdieping, een beetje zoals in oude western-films. Mensen zijn arm en leven buiten. Waar hompen vlees buiten hangen is de “boucherie”. Waar tweedehands T-shirts bengelen in de wind is de kledingwinkel. De groenteboer verkoopt zijn waar in heel kleine hoeveelheden. Overal zitten, staan, hangen of wandelen mensen. Kinderen spelen met knikkers of met een oud fietswiel in het mulle stof. Op een centraal grasveld ligt was te drogen. Twee ganzen zijn zeer geïnteresseerd in een witte deken die ligt te drogen. Ze pikken er op, lopen er dan met hun vuile poten op en … laten een kakje na. Hier gaat iemand in het Malagassisch vloeken! Een vermetel jongetje komt onderzoekend mijn hand vast houden. Hij wandelt een eindje mee en zegt voortdurend “bombo?”. Justin legt ons later uit dat hij “bon bon”, een soort snoepje, bedoelde. 

Andasibe - Madagaskar

Andasibe stall in Madagascar

Laundry in Mitsinjo, Madagascar

House in Andasibe, Madagascar

Voor de lunch voert Justin ons naar Feon’ny Ala – de stem van het woud. Een prachtig gelegen hotel/restaurant is het, in een bocht van de rivier naast het nationaal park. Perfecte plek voor noedels met gewokte groenten en kip en een deze keer gekoeld Three Horses Beer.

‘s Namiddags kiezen we VOI MMA uit voor een laatste wandeling. Dit is een dal van het nationaal park wat wordt beheerd door de lokale gidsen zelf. Het grootste deel van de 40.000 Ar p.p. Die we betalen gaat dan ook naar de plaatselijke bevolking. We krijgen twee gidsen voor de prijs van één: de eigenlijke, vrouwelijke gids en een mannelijke stagiair. Al snel blijkt de stagiair beter dan de gids: spreekt beter Frans en weet veel meer. Maar de gids is de betere expert in het vinden van kameleons, gekko’s en … Indri! Deze groep springt boven onze hoofden van boom tot boom. En plots maken ze geluid: een oorverdovende en lange “oeoeoeoeoe…oep”. De kreet van Babakoto! Eventjes duidelijk maken aan die twee vazaha’s (vreemdelingen) dat dit hun territorium is!>

We spotten nog – of beter gezegd: de gids spot voor ons – de bamboe maki. Maar die zit te hoog in het bamboe bladerdak om er een goede foto te kunnen van nemen.

Laat in de namiddag, tijd om terug te keren.

Wat een leuke dag, vandaag. Nu voelen we ons echt tonga soa in Madagaskar.>

Naar Andasibe.

29/10/2018

Na een goede nachtrust – ‘t was nodig – staan we vandaag klaar voor het echte begin van onze Madagaskar-reis. Auto (4×4) geboekt bij “Just in Madagascar”. Deze morgen staat de vrouw van eigenaar Manoa ons op te wachten aan de receptie van het hotel. Zij handelt de financiële kant van de transactie af. Justin, vader van Manoa zal onze chauffeur zijn voor de volgende weken. Op weg dus, in een “bak” van een Nissan 4WD, doorheen de drukke voorsteden van Tana.

We kijken onze ogen uit: dezelfde straattonelen, als gisteren maar nu eindeloos. Het lijkt of we van het ene marktje door en langs het andere rijden. Tot we dan toch – nog steeds in Tana – langs rijstvelden rijden. Twee vrouwen vissen met een net op kleine tilapia in de vijvers en poelen tussen de rijstvelden. In de verte de heuvel met het stadscentrum en het uitgebrande paleis van de koningin. Een koningin uit de 19de eeuw weliswaar. Madagaskar is een republiek en volgende week zijn er presidentsverkiezingen:  de eerste ronde met 36 kandidaten waarvan 4 ex- presidenten. Posters en affiches overal. “Les têtes de nos voleurs”, zegt Justin stoïcijns. Ene Rajoelina heeft blijkbaar geld geïnvesteerd in T-shirts. Zijn kop prijkt nu op menig Malagassische rug. 

Nog even Ariary bijtanken: met wat moeite halen we nu in twee keer 600.000 Ar uit de geldautomaat. Da’s 152 € en een stapel biljetten van zo’n kleine 4 cm dik. 

Bakstenen en hout.

Langs de rivier – nog steeds in Tana – stoppen we om de voor ons ongewone bedrijvigheid gade te slaan. Steenbakkers! Mensen halen met klei uit de rivier, boetseren die tot bakstenen en bakken ter plaatse in geïmproviseerde ovens. En dat zowel op de oevers als op eilandjes hier en daar verspreid. Grote drukte want voor het regenseizoen moeten alle gebakken stenen op en over de aarden dijk geraken: alles overstroomt dan! In mensenkettingen gaan de stenen van hand tot hand om op zebu-karren of platte houten wagentjes te worden geladen en/of ter plaatse verkocht te worden. En natuurlijk dient de rivier ook als wasplaats en de oevers als droogrek. Wat een schouwspel. 

River scene in Tana

We rijden langs de Route Nationale 2 richting het oosten, naar Andasibe, naar de natuur, weg van de drukte. De dorpjes, nog steeds pittoresk, worden zeldzamer. De weg stijgt naar de top van het hoogplateau, van 1.280 meter (Tana) tot 1.570 meter. Granietrotsen, geschuurd en gepolijst door de natuur domineren hier. Hier en daar een kaalgeslagen helling: “Vroeger was dit allemaal bebost”, zegt Justin. ‘t Bos wordt gekapt en verbrand om landbouwgrond te winnen. Hout is duur in Madagaskar. Overal wordt houtskool verkocht. Overal zie je mensen hout uit het bos sleuren. Om te koken. Om te overleven. Madagaskar werd vroeger het groene eiland genoemd. Nu is dat het rode eiland, omwille van de kleur van de aarde. Als ‘t zo doorgaat spreken we over een paar decennia over het zwarte eiland. 

We dalen af naar de oostelijke kustvlakte. De valleien en hellingen zijn hier gelukkig (voorlopig?) nog meer bebost. Net voor de middag stoppen we aan de Réserve Peyrieras, een klein privé-parkje.  Inkom voor twee personen + wandeling van 45 minuten met gids kost ons 45.000 Ar, 11 €. Hier zien we onze eerste kameleons van heel dichtbij. Grote, kleine, heel kleine, zwarte, kleurrijke, gehoornde … en kikkers en slangetjes (Boa). Exotische begroeiing ook: een gemberstruik in bloei, palmbomen en -struiken met daartussen grote spinnenwebben en spinnen van zo’n 5 cm groot. Allemaal leuk voor foto’s. 

Chameleon

Een eindje voorbij het park stoppen we in een klein dorpje – Ambodiamontana – voor lunch in een “hotely”. Dat is geen hotel maar een eenvoudig eettent. Eenvoudig, net zoals de lunch: Chinese soep met ei en ham; omelet met frieten (= gefrituurde in vieren gesneden aardappelen). Mijn THB  – Three Horses Beer – komt uit een grote koelkast … die niet aan staat. Dus, lauw biertje drinken. Buiten verkoopt een vrouw in kleurrijke kleren gemberwortels. 

Eulophiella.

We rijden verder door de mango-streek, door een klein maar druk stadje: Moramanga, wat “goedkope mango” betekent. Dan naderen we ons einddoel: Eulophiella Lodge, dicht tegen het nationaal park van Andasibe. Nu blijkt een 4×4 nodig: we verlaten de RN2 langs een hobbelig een bochtige, rode aardeweg, 5 km lang tussen het groen. Af en toe passeren ons kinderen met takkenbossen op het hoofd. En zelfs hier, zo dicht bij het nationaal park stijgt rook op uit de bossen. Eulophiella is een verademing: ongelooflijke rust te midden van de natuur in een heel ruime, vrijstaande bungalow. Perfect om op adem te komen. 

Maar er staat nog een nachtwandeling op het programma: wij tweeën met een spoorzoeker. De eerste vijf minuten denk je altijd op zo een tocht: hier zien we niks! Het is pikdonker. Langs een smal paadje trekken we het woud in. Allerlei gekwaak, geritsel, vreemde geluiden … zelf spotten we alleen maar takken en dode bladeren. En toch: onze gids ontdekt verschillende kleine kameleons. En plots: een muis-maki, niet groter dan een hand donzig, pluizig, heel schattig met zijn grote ogen, de kleinste van de primaten. Ineens stapt Betty bijna op een kleine gekleurde bol die beweegt! Een baby tenrec vlucht weg in het struikgewas. Een tenrec is een soort egel maar dan zonder de stekels. Het paadje stijgt en daalt. ‘t Is nog warm in het bos, warmer dan op de open vlakte: we zijn te dik gekleed … zweten! We spotten een dwerg-maki die rustig een avondmaal van krekels verorbert. Dan nog een leaftail-gekko, vrij vertaald: een bladstaart gekko. Zijn staart ziet er inderdaad uit als een dood blad. Moeilijk te spotten! Een Madagaskar bulbul – indrukwekkende naam voor een vogel – slaapt op een tak.

En als toetje: op het terras van onze bungalow zit een reuzenmot: 10 cm vleugelspanwijdte! We zijn echt in Afrika.

Dwarf Lemur   

Moth in Madagskar