Tonga soa.

27/10/2018

Tonga soa. Welkom, zegt een affiche in de luchthaven van Tana. Tonga soa … tja. Het luchthaventje is niet voorzien op 400+ toeristen die aan de voorkant en achterkant uit een Boeing 777 stromen (geen “slurven” om de passagiers te laten uitstappen).

Een “carte de débarquement” in drie luikjes, hebben we reeds in het vliegtuig ingevuld. Eerste stop in de luchthaven: gezondheidsinspectie! Een eerste deel van onze “carte” wordt afgescheurd, een tweede deel gestempeld. Volgende halte: betalen (35 € p.p.) voor een visum. Weer blijft een deel van onze “carte de débarquement” achter. We krijgen een betalingsbewijs. Een visum hebben we nog niet. Daarvoor is het nu aanschuiven. Aan ons! Eén persoon neemt onze reispas aan en controleert die. Een tweede persoon plakt er een visum in. En een derde zet een stempel, bekijkt me en zegt “André Joseph?”. Tonga soa.

Nu nog onze bagage oppikken te midden van complete chaos aan de transportband. Dan met valiezen aanschuiven aan de “Nothing to declare” om ze door de scanner te sturen. Ten slotte, na anderhalf uur, nog een keer onze passen tonen en … we staan buiten in de zwoele nacht van Madagaskar.

Iemand met een groot bord “Hotel au bois vert” wacht ons op. Nog even Ariary (Ar) nemen en onmiddellijk beseffen dat geld hier een uitdaging wordt. Ik krijg 200.000 Ar uit een automaat, och arme 50 €! ‘t Is een wad bankbiljetten van een centimeter dik.

De taxi voert ons in een pikdonkere nacht doorheen de smalle bochtige straatjes van wat sterk op een sloppenwijk lijkt. Kilometerslang staan er houten stellingen langs de weg. Voor een markt? Hier en daar zitten een vijftal individuen bij het licht van één peertje in een portaaltje langs de kant van de straat. Straathonden doemen op en blaffen/bijten naar de auto. Tonga soa … morgen is alles mooi!?

Zondagmorgen, 28 oktober 2018, Hotel au Bois Vert. In een ommuurd park van drie hectare is alles inderdaad mooi. Onze “bungalow” ligt net onder een bloeiende jacaranda-boom. Het voetpad ziet paars van de afgevallen bloemen. Exotische planten, kleurrijke bloemen, schildpadden, zwarte papegaaien, kikkers (niet gezien maar wel gehoord vannacht): ‘t is lente in Madagaskar!

Street in Tana

Na het ontbijt – buffet maar Frans geïnspireerd met croissants, café au lait en fromage frais – zetten we onze eerste stapjes buiten. Wat we gisteren “sloppenwijk” noemden, lijkt in feite een “normale” straat voor deze voorstad van Tana: schots en scheef gemetste huizen, houten barakken, lemen koterijen. Veel mensen op straat, sommige duidelijk in kraaknette zondagse kleren. En kraampjes en stalletjes waar vis, vreemde groenten of vlees (tientallen vliegen!) wordt verkocht. Het leven speelt zich hier op straat af. Als twee vazaha’s – vreemdelingen – hebben we bekijks. Maar de Malagassiërs zijn vriendelijk. De lachende “bonjours” zijn niet van de lucht. En zo leren we weer een woordje Malagasi: salaam – bonjour.

We keren terug op onze schreden en stappen nu – aan het hotel gekomen – de andere richting uit. Dit moet een “betere” buurt zijn: hoge muren, grote huizen, maar “villa” kan je ze nog altijd niet noemen. En weinig mensen op straat. Is rijker ook minder sociaal?

De straat eindigt in een smal steegje dat afdaalt naar … een kleine, groene vallei met rijstvelden. Hier en daar grazen een paar zebu’s, bewaakt door kinderen. Vrouwen doen de was in poelen tussen de velden. Kleren liggen te drogen op de grond. Twee mannen met drie zebu’s verschijnen uit het kleine steegje .

Tonga soa – welkom – in een andere wereld. Tonga soa in Madagaskar.

Zebu’s in Tana

Drying clothes in Tana

Madagaskar – de reisroute.

Madagaskar … land van maki’s … of “lemuren”, van het Latijnse woord “lemures” wat geesten of spoken betekent …

Ringstaartmaki

Na Groenland, Nieuw-Guinea en Borneo is Madagaskar het op drie na grootste eiland ter wereld, dubbel zo groot als Groot-Brittannië en 8 keer groter dan de hele Benelux. Ontstaan toen het enige supercontinent op aarde, Pangea, zo’n 210 miljoen jaren geleden uit elkaar begon te barsten en de drift der continenten inzette. In het zuiden scheurde een reusachtig brok los – het latere Indië – en trok nog een stuk van wat Afrika zou worden, mee in de Indische Oceaan. Madagaskar was geboren, brak los van Indië en … bleef voor 65 miljoen jaren geïsoleerd van de andere continenten.

Dinosaurussen dwaalden toen over Pangea. De eerste bloemen verschenen. Zoogdieren liepen ook al rond. Mensapen zoals chimpansees, orang-oetangs, gorilla’s of de mens waren er nog niet maar wel andere primaten zoals Maki’s … die later op alle continenten zouden uitsterven. Behalve op Madagaskar. Volgens een andere theorie dobberden de Maki-voorouders op natuurlijke vlotten van omgewaaide bomen en struiken van Afrika tot Madagaskar. Hoe dan ook, nog duizenden (letterlijk!) andere planten en dieren zijn uniek voor Madagaskar. Onze reis wordt waarschijnlijk één grote natuurbeleving. En de mens? Die zette slechts zo’n 2.000 tot 1.500 jaren geleden voet op het eiland.

De reisroute.

Madagaskar is duidelijk te groot om in 3 weken tijd te bereizen. Bovendien gaat onze voorkeur uit naar langzamer en intenser reizen in plaats van “alles te willen zien”. We willen beleven in plaats van zien. ‘t Wordt kiezen en selecteren: een hele klus als we – gewoontegetrouw – alles zelf regelen. Een rondrit van het eiland (in een lus) is uitgesloten: de enige hoofdweg (RN7) loopt als een ruggengraat van noord naar zuid door Madagaskar. Vanaf de centraal gelegen hoofdstad Antananarivo kronkelt er nog één “belangrijke” weg naar de oostkust. Dat is het.

Onze uiteindelijke keuze wordt: eerst naar het oostelijke Andasibe (tropisch regenwoud); dan opnieuw richting Tana (afkorting voor Antananarivo) en – met veel tussenstops, vooral natuurparken; hier en daar een stad of dorpje – afzakken naar de kust in het zuidwesten. Tot Toliara, om van daaruit met een binnenlandse vlucht terug te keren naar Tana.

Volgende vraag: self-drive of auto met chauffeur? Toch maar auto met chauffeur (tientallen blogs gelezen en uiteindelijk vertrouwen op “Bradt-guide” advies). We reserveren een 4WD met chauffeur bij “Just in Madagascar

Hoe raken we in Madagaskar? Thalys Brussel-Parijs en een aansluitende rechtstreekse vlucht naar Tana (Air France). Nu nog verblijf in hotels en lodges regelen. Niet eenvoudig: we wachten dagenlang op antwoord op onze e-mails. Dat komt er … soms, in een Frans vol schrijffouten … soms ook helemaal niet … ook niet na één of meerdere “reminders” … Thermal Hotel in Ranomafama bijvoorbeeld verwaardigt zich geen antwoord. Maar later blijkt dat het autoverhuurkantoor “Just in Madagascar” wel antwoord krijgt en wel voor ons kan reserveren bij Thermal. De Malagassy manier van werken zeker? Gelukkig zijn we vroeg genoeg – zes maanden op voorhand –  aan de praktische uitwerking van onze reisplannen begonnen! Ook dubbel-checken van alle verblijven een paar weken voor het vertrek is nuttig, nee noodzakelijk: onze reservering bij “Le Jardin du Roy” was niet bevestigd. Ze hadden ons geen pro forma factuur gestuurd. En geen voorschot-betaling gevraagd.

Malaria-pillen halen, nog veel lezen over Madagaskar en … klaar voor vertrek.

Grazie, Sicilia.

Onze laatste dag in Sicilië, reisdag van morgen niet meegerekend.

We moeten kiezen tussen cultuur – het oude centrum van Trapani hebben we nog niet gezien – en natuur. ‘t Wordt “natuur”: de Riserva Naturale Orientata di Monte Cofano. Maar het lot en de Siciliaanse spoorwegen beslissen er anders over. Ons vakantiehuis ligt dicht bij de spoorlijn Castelvetrano – Marsala en we moeten die lijn met enkelspoor over. Normaal geen probleem maar nu staat er bij de gesloten overweg een trein en een file van een vijftiental auto’s waar duidelijk geen beweging in zit. Even proberen slimmer te zijn dan de rest: verder rijden en volgende overweg proberen. Zelfde probleem en beginnende chaos. Dan de volgende, bijna in het centrum van Marsala. File alom, bussen en auto’s hebben zich hier al klem gereden! Dus … verandering van plan en opteren voor een rustig dagje in Mozia

We zijn de eerste toeristen en zelfs te vroeg (8u45) voor de biglietteria (opent maar om 9 uur, min of meer). De schipper van de overzetboot arriveert pas om 9u20: we vertrekken, met slechts twee andere passagiers, om half tien. Mozia is dus nog “leger” dan toen we hier anderhalve week geleden waren. Nu moeten we niets anders meer doen dan rustig kuieren, het eilandje langs alle mogelijke wegjes doorkruisen, de opgravingen bekijken (dus toch nog wat cultuur vandaag) en in alle rust genieten van zon, zee, natuur …

Kijk zelf maar:

Mozia: oever, witte wolkjes in blauwe lucht.

Halfhoge muurtjes op Mozia.

Weg die uitgeeft op strand en ruïnes.

Oever met zeewier.

Ruïne: rechtopstaande vierkante zuilen.

Zee, oever, bootje in de verte.

Leuke, ontspannende (hoewel dikwijls ook inspannende) vakantie gehad. Morgen terug naar huis, nieuwe reisplannen maken!

Grazie, Sicilia!

Terremoto di Belice.

In de nacht van 14 op 15 januari 1968 trof een aardbeving de vallei van de Belice, ten oosten van Salemi. Honderden doden, duizenden gewonden … één dorp – Gibellina  – totaal verwoest. De vernieling was zo groot dat werd beslist om het dorp een tiental kilometer verder volledig opnieuw op te bouwen. Verschillende kunstenaars en architecten kregen daarbij de vrije hand om er een soort levend museum van moderne kunst van te maken. Zo zou er hopelijk toch nog iets goeds of moois komen van deze verschikkelijke “Terremoto di Belice” (aardbeving). Vandaag – vijftig jaar later – gaan we het resultaat bekijken. 

Gibellina Nuova. 

Gibellina Nuova ligt op zo’n kleine 50 km van Marsala. We nemen de mooiste route, die langs Salemi, de SS188. Doorheen de wijngaarden en aanplantingen van olijfbomen, in een zonovergoten, golvend landschap. Lijkt soms een beetje Toscaans.

Zodra je het dorp binnen rijdt, zie je dat dit geen dorp is zoals alle andere dorpjes en stadjes van Sicilië. Uiteraard zijn alle huizen, straten en pleinen jonger dan vijftig jaar.

Modern gebouw in Gibellina.

Moderne, boogvormige gebouwen.

Allerlei moderne sculpturen staan her en der verspreid. Maar er zijn ook markante pleinen en gebouwen, zoals het weidse plein voor het gemeentehuis (Piazza 15 gennaio 1968) deels omringd door kunstwerken. Of de zeer geslaagde Chiesa Madre, een moderne kerk deels in een reusachtige witte bol ingebouwd.

Oud stuk deuringang in moderne wijk.

Modern gebouw met veel glas.

Aan de achterkant van de kerk, deels onder de bol is een amfitheater. Een aantal kinderen – duidelijk “op kamp” – zorgt tijdens ons bezoek voor muzikale omlijsting. D’er is de “Stella di Consagra”, een reusachtige ster waar de snelweg onderdoor gaat. Zelfs redelijk wat groen langs de straten met jacaranda’s in bloei!

Grote witte bol deels in amfitheater.

Maar ‘t is niet allemaal mooi: sommige gebouwen staan reeds te verloederen of … zijn nooit afgewerkt, zoals het theater (“Il Teatro incompiuto di Consagra”) van dezelfde architect/kunstenaar – Pietro Consagra – die ook de ster heeft ontworpen. Geen geld meer?

Grafzerk voor een dorp.

Wat is er dan met het oude verwoeste dorp gebeurd? We gaan kijken. Gibellina Vecchia ligt een kleine 10 km verder. Maar we doen er een half uur over! We belanden immers op een oude weg in zeer slechte staat, een berg op. Prachtige natuur en al even spectaculaire panorama’s, dat wel. Maar het asfalt is hier en daar half weggezakt en er zijn stroken waar er al helemaal geen wegbedekking meer te zien is. Ligt daar niet een verkeersbord “C3” (verboden voor alle verkeer) naast de weg? Doen alsof we ‘t niet gezien hebben. En het lukt, we raken veilig en wel opnieuw op een grote weg. Alhoewel … nog maar een paar honderd meter verder zijn hele stroken asfalt bedekt met een 10 cm dikke modderlaag. Gevaarlijk glad! Het moet hier vannacht extreem hard geregend hebben.

Maar we hebben onze bestemming bereikt: de Ruderi di Gibellina, ruïne. De hele site, het hele vroegere dorp is bedekt onder een betonlaag. Alleen de straten zijn “open” gelaten – maar ook gebetoneerd – zodat je nog door het “dorp” kan wandelen, tussen muren van beton van anderhalve meter hoog. Een grafzerk voor het dorp. Dit is “land art” van Alberto Burri. Speciaal en indrukwekkend en … andermaal geen toeristen. Maar enig relatie met het oude en verwoeste dorp is verdwenen, letterlijk bedolven onder beton. We stappen door de straten tot helemaal bovenaan het dorp, zien een slang wegkronkelen over de straat. In de verte loopt een kudde schapen met herder en hond. Aan de rand van het dorp staat hier en daar nog een enkel vervallen huis.

Dorp met beton overgoten in groen landschap.

Smalle straten tussen grote betonnen blokken die vroegere huizen bedekken.

Lido … no, no.

‘t Is eigenlijk erg: onze vakantiewoning ligt op 300 meter van de zee en we hebben nog hier geen enkele zonsondergang over zee gezien. Dus vanavond op zoek naar een leuke plek aan of op het strand. Tegenvaller nº 1: de niet-betalende strandjes liggen vol afval, dus afgekeurd. Tegenvaller nº 2: de betalende lido Pakeka, de lido Gazebo, de lido Playa Blanca, enz… nodigen nu niet precies uit tot een aperitiefje bij zonsondergang. Dus wordt het “lido, no, no”. Niets beter dan aperitief in het vakantiehuis, op ons terras aan de voorkant met zicht op de tuin en de straat. 

Monreale.

Deze morgen vroeg, brengen Betty en ik, David terug naar de luchthaven van Palermo. Zijn weekje Sicilië zit er op. Wij hebben nog een paar dagen te gaan, te beginnen met een bezoekje aan Monreale, op zo’n kleine 45 minuten rijden van de luchthaven.

Joggen in Siclië …

Er wordt duchtig gejogd in Sicilië. ‘s Avonds zie je in en rond de steden hele hordes joggers, meestal op de drukke weg, zelden op het voetpad. Nu wordt ons duidelijk waarom. Net zoals vorige zondag in Mazara is vandaag zondag 24 juni de dag van de jaarlijkse jogging van Monreale. Het centrale plein voor de “Duomo” is ingenomen door honderden sportievelingen die zich klaarmaken voor een aantal rondjes rond de campanile. Nadeel: de charme van het plein gaat wat verloren.

Zicht op kathedraal met joggers.

Monreale.

Maar terug naar het begin: we stoten ons aan dezelfde steen als gisteren in Castelvetrano, namelijk het centrum van de stad inrijden. Extreem smalle straatjes, druk verkeer en de jogging … ideaal recept om geen parkeerplaats te vinden. Dus dalen we de berg waarop Monreale ligt weer af en – geluk! – iets naar beneden is nog één plek vrij op een parking. Nadeel: flinke klim te voet terug naar het centrum. Hier moet je dus de duomo of kathedraal zien, één van de mooiste kerken van Sicilië en/of van Italië, sommigen beweren zelfs “van Europa”.

Hoofdaltaar duomo van Monreale.

Maar dat bezoek wordt ons wel wat moeilijk gemaakt. Om 9u30 is er een zondagsmis, dus alle toeristen buiten of samengedrumd in een klein hoekje van de kerk. We besluiten eerst het stadje te bezichtigen en een uurtje later terug te keren.

Smal straatje.Maar niet zonder eerst een caffè en cappuccino met een crostata di mandorla te consumeren. Hier zijn er bars en restaurantjes in overvloed. Het stadje is inderdaad één van de allerleukste van Sicilië met kleine straatjes die bevolkt en levendig zijn, met veel mensen – Sicilianen! – op straat. ‘t Gaat natuurlijk op en neer, soms met trappen. Wasgoed hangt overal buiten te drogen – geen probleem dat het zondag is – langs en over de smalle straatjes. We klimmen tot boven de stad, tot aan een gesloten kerkje – de Chiesa della Madonna delle Croci – van waar je een mooi uitzicht hebt op Monreale en op de baai van Palermo. Helaas, ook hier weer, in Monreale zelf, kom je afvalhopen tegen, kompleet met afgedankte matrassen en diepvriezers. Zo jammer …

Duomo.

Mozaïek van religieus toneel.Mozaïek van religieus toneel met bogen.Terug beneden aan de Duomo. We gaan opnieuw de kerk binnen. Ofwel is de mis nog altijd gaande ofwel is dit reeds een volgende dienst. De pastoor steekt een ellenlange preek af. Maar we mogen wel binnen. We nemen foto’s van de prachtige mozaïeken die de kerk sieren. Honderdduizenden, nee miljoenen stukjes steen moeten hier met engelengeduld geplaatst zijn. Als mozaiek-legger kon je hier niet alleen je brood maar vermoedelijk ook je eeuwige leven in de hemel verdienen.

Zijgang van duomo met mozaïeken.

Telefonerende pastoor in habijt aan boekenwinkel.

Overigens dateert de kerk uit de 12de eeuw, gebouwd door de toenmalige koning van Sicilië – Guglielmo II – om de door de paus aangestelde aartsbisschop van Palermo de loef af te steken. Toegang tot de kerk is gratis. En hier lopen nog pastoors in zwarte soutanes rond!

Kloostergang met centrale, bewerkte paal in fontein.Wel betalend (6 € per persoon) is het klooster naast de duomo. Maar zeker de moeite en het geld waard. De kloostergang is afgelijnd door tweeling-zuilen afwisselend wel en niet versierd met mozaieken. Het geheel ademt rust en nodigt uit tot bezinning, ook al omdat hier – in tegenstelling tot in de duomo – weinig toeristen zijn. De 6 € zal er wel voor iets tussen zitten zeker? Een absolute aanrader, alvast de “investering” waard!

Klooster met toren en kloostergangen.

Tijd om terug te keren naar huis. “Waze” (navigatie-app) stuurt ons doorheen een bergachtig gebied met spectaculaire vista’s. Alleen blijft het opletten geblazen voor de Siciliaanse manier van rijden. Die Sicilianen, vriendelijke mensen maar zet ze niet in een auto!

En om te besluiten voor vandaag, een wijsheid van een suikerzakje wat we bij de koffie in Monreale kregen:

Se non puoi essere una via maestra,
sìì un sentiero.
Se non puoi essere il sole,
sìì una stella,
sìì  sempre il meglio di ciò che sei.

Vrij en prozaïsch vertaald:

Als je geen snelweg kan zijn,
wees dan een voetpaadje.
Als je de zon niet kan zijn, wees dan een sterretje,
haal steeds het beste van jezelf naar boven.