Een vijftiental grote trekvogels vliegt langs de kustlijn. Snel verrekijker nemen maar ze zijn al ver. Ik kan lange gestrekte poten onderscheiden. Ooievaars? Maar ze zijn niet zwart-wit. Dus toch, kraanvogels?!
Bagage.
Wachten. Op onze sinds 12 dagen ontbrekende koffer. Gisteravond, acht uur, Pafos luchthaven. De valies is aangekomen. MAAR: er zijn geen taxi’s meer om ze dezelfde avond nog naar ons te sturen! Was het geen “rush” levering? #!¥#!%€!$%#!!! Wat een smoes!
Maar gelukkig, om negen uur stipt deze morgen, claxonneert een taxi in onze doodlopende straat. De koffer is er! Eindelijk. Snel open maken. Stapschoenen, een grote (Betty) en een kleine (ik) toiletzak, handdoeken, fototoestel … en een soepele gesloten koelzak. Oh oh. Voorzichtig open maken. Een misselijk makende walm ontsnapt. Ik doe moeite om mijn ontbijt binnen te houden. In de koelzak is het één en al smurry en stank. Een appel, citroen, parmezaan-kaas, verse look en sinaasappel zijn herleid tot pap en stinken als de pest. Weggooien die boel, koelzak inbegrepen. De rest van de inhoud van de koffer lijkt gelukkig intakt en stank-vrij.
De buitenkant van de valies hangt vol barcode- en andere stickers. Enig Sherlock Holmes werk leert me dat de koffer op 20 augustus naar Enfidha, Tunesië is vertrokken. Twee dagen later is hij terug in Zaventem waar hij tien dagen is blijven “gisten”. Bedankt TUIfly.
Panagia Chrysorrogiatissa.
Nu ik de bagage-frustratie van me af heb geschreven is het tijd voor het verslag van de dag.
Bestemming Panagia. De weg erheen loopt langs de onderkant van de Kannaviou dam. Indrukwekkend als je plots die reusachtige dammuur voor je ziet opdoemen. Maar de weg kronkelt en stijgt. We kunnen het stuwmeer aan de andere kant van de dam ook bewonderen.

Het dorpje Panagia ligt op zo’n 800 meter hoogte in het zuiden van het Pafos-woud. Het is om twee redenen bekend, althans in Cyprus:
- Er ligt een klooster met de tongbreker-naam van Panagia Chrysorrogiatissa, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de gouden granaatappel (waar halen ze die onuitspreekbare naam toch vandaan?);
- Panagia is de geboorteplaats van aartsbisschop Makarios, eerste president van het onafhankelijke Cyprus (die bevolkte tijdens mijn jeugd, in de jaren zestig, regelmatig het zwart-wit TV-journaal).
Is de naam onuitspreekbaar, dan is het klooster allercharmantst. Gebouwd rondom een kerkje is het koel en rustig in de kloostergangen.


Een vroom oud vrouwtje bezemt devoot het binnenpleintje. Het gebouw ligt ook nog eens op een hemelse plek. Ze biedt weidse panorama’s op de omliggende heuvels met … wijngaarden! En het cafeetje met terras ernaast heeft bovenop dat uitzicht ook nog zalige frappé (schuimend Cypriotisch koffiedrankje dat ijskoud moet gedronken worden). Genoeg spiritualiteit nu: we bezoeken het even verderop gelegen dorpje Panagia.
Makarios.
Het dorpsplein van Panagia wordt gedomineerd door een standbeeld van Makarios. Twee vrouwen zitten aan een open deur. Één van de twee nodigt ons binnen: het Makarios-museum. Waarom niet? Voor een halve euro per persoon. De lichten in het museum worden voor ons aangestoken. Veel foto’s van Makarios, als knaap, als jongeling, als … met politiekers, andere staatshoofden, bij een doop … allerlei eretekens. Maar op een kwartiertje heb je het wel gezien. Het geboortehuis van Makarios is gesloten. Van buiten uit ziet het er trouwens vrij klein uit. Zoals andere huizen in dit dorp. Overigens zijn hier veel gerestaureerde woningen waardoor het dorpje met zijn kleine straten en steegjes iets pittoresks heeft. Veel (lege) restaurants ook. De eigenaars doen vriendelijke pogingen om ons binnen te lokken.


Maar als er iets is wat hier in deze streek van Cyprus goed georganiseerd is, dan zijn het wel de picknickplaatsen. Steeds met banken en tafels, in de schaduw op leuke plekken, met water en toiletten. Dus middagmalen we in de vrije natuur op de weg naar Agios Georgios Emnon.
Agio Georgios Emnon is een eenvoudig kerkje, verscholen in het “Emnes-bos”. De twee deurklinken zijn aan elkaar vastgemaakt met een soort elastiek, een “fiets-snelbinder”. Aan elkaar geknoopt eigenlijk. Losmaken die handel en een blik binnenin werpen. Typisch Grieks-Orthodox interieur maar, gek, er brandt een kaarsje! In een verlaten kerkje, 10 km van het dichtstbijzijnde dorp, midden in het bos. Deuren maar weer dicht knopen en terug naar ons “huis” in Cyprus. Dwars door het Pafos-woud. We passeren langs de wandeling van twee dagen geleden in Stavros tis Psokas. Genieten van het landschap en de “koele” 28° C. Airco uit en vensters open. De aroma’s van Troödos opsnuiven. En veel stoppen en foto’s nemen, nu we ons fototoestel terug hebben.


Slot van de dag: eentonig!😀😀😀
Verkoeling zoeken in het zwembad; aperitieven op ons terras; de zonsondergang bewonderen; Betty maakt bruschetta’s klaar. Hmmm … gaat toch niet vervelen.



Even later rijden we toch weer de bergen in. Het vervelende is dat er weinig wegwijzers zijn. Correctie, we hebben er nog geen gezien. Berg op, berg af, vista rechts, uitzicht links. Rode aarde nu, rood stof. En plots dan toch een wegwijzer voor Neo Chorio, een dorpje in het zuiden van Akamas. Volgen maar tot we de keuze krijgen om naar Lara Beach te rijden. Doen we. In vergelijking met het begin van onze rit, is dit – in ski-termen — “maar” een rode tot blauwe piste. 



Hoe zijn we hier geraakt? Deze morgen “vroeg” vertrokken voor een rit van iets langer dan een uur, zo’n kleine 40 km. Rond de Turks-Cypriotische enclave Kokkina rijden we de bergen en het woud in. Tot op een hoogte van zowat 1.000 meter. Dat levert spectaculaire vergezichten over de beboste bergen op. De weg is goed en geasfalteerd en vooral: de temperatuur is zalig, 24° C. Airco uit, venster naar beneden, genieten van de omgeving. En na een goed uur bollen kom je dus eerst de eerder vermelde kapel tegen … die open is. Van profiteren om een kijkje te nemen in een Grieks-Orthodoxe kerk en te staren naar de iconen-wand vooraan. Buiten hangt de kerkklok aan een balk. Je zou ze zo kunnen luiden. En hier is niets of niemand, zomaar in het midden van het woud … Bijna heb ik het klokkentouw vast, maar Betty weerhoudt me: dat zou misschien één of ander alarmsignaal kunnen zijn voor de rangers en/of brandweer. Het gezond verstand zegeviert …




Een klein, sympathiek museum over het plattelandsleven in het centrum van Steni is een aanrader. Geen inkomprijs: je betaalt een vrije bijdrage. We bekijken er allerlei oude, soms typisch Cypriotische landbouwwerktuigen en voorwerpen van (vroeger) dagelijks gebruik. Een “servant”, een rare plank met een V-uitsnijding, trekt onze aandacht. Betty, dochter van een schoenmaker, weet onmiddellijk wat dit is: een toestel om zonder neer te zitten je laarzen uit te trekken!





Even voorbij Kato Pyrgos bots je al op de eerste grenspost, Grieks-Cypriotisch, een grenspost zoals we die binnen de E.U. niet meer kennen. Slagboom is neer. Paspoorten laten checken. “Car Insurance for the other side?” Nee, die hebben we niet maar kan je blijkbaar aan “die andere kant” kopen. Overigens is de grenspolitie hier heel vriendelijk. Doorrijden. Het niemandsland is hier zo’n 2 km breed. Op de bergtoppen zie je militaire observatieposten. Goede weg. Controle dan door de Turks-Cypriotische politie: amper Engels sprekend maar toch ook vriendelijk. Een aantal van hen speelt triktrak. We moeten de auto parkeren en paspoorten laten checken: we hebben inderdaad een tijdelijke auto-verzekering nodig. Kantoortje aan de overkant van de weg. Drie dagen verzekering is het minimum: 20 €. Dan terug naar de auto en … nee, nee, terug naar het eerste kantoor voor controle van verzekeringsdocument. Alles klopt en weg zijn we … Toch redelijk vlot gegaan! We zijn nu officieel in de Turkse Republiek van Noord-Cyprus.



