Tongbreker Panagia Chrysorrogiatissa.

Een vijftiental grote trekvogels vliegt langs de kustlijn. Snel verrekijker nemen maar ze zijn al ver. Ik kan lange gestrekte poten onderscheiden. Ooievaars? Maar ze zijn niet zwart-wit. Dus toch, kraanvogels?!

Bagage.

Wachten. Op onze sinds 12 dagen ontbrekende koffer. Gisteravond, acht uur, Pafos luchthaven. De valies is aangekomen. MAAR: er zijn geen taxi’s meer om ze dezelfde avond nog naar ons te sturen! Was het geen “rush” levering? #!¥#!%€!$%#!!! Wat een smoes!

Maar gelukkig, om negen uur stipt deze morgen, claxonneert een taxi in onze doodlopende straat. De koffer is er! Eindelijk. Snel open maken. Stapschoenen, een grote (Betty) en een kleine (ik) toiletzak, handdoeken, fototoestel … en een soepele gesloten koelzak. Oh oh. Voorzichtig open maken. Een misselijk makende walm ontsnapt. Ik doe moeite om mijn ontbijt binnen te houden. In de koelzak is het één en al smurry en stank. Een appel, citroen, parmezaan-kaas, verse look en sinaasappel zijn herleid tot pap en stinken als de pest. Weggooien die boel, koelzak inbegrepen. De rest van de inhoud van de koffer lijkt gelukkig intakt en stank-vrij.

De buitenkant van de valies hangt vol barcode- en andere stickers. Enig Sherlock Holmes werk leert me dat de koffer op 20 augustus naar Enfidha, Tunesië is vertrokken. Twee dagen later is hij terug in Zaventem waar hij tien dagen is blijven “gisten”. Bedankt TUIfly.

Panagia Chrysorrogiatissa.

Nu ik de bagage-frustratie van me af heb geschreven is het tijd voor het verslag van de dag.
Bestemming Panagia. De weg erheen loopt langs de onderkant van de Kannaviou dam. Indrukwekkend als je plots die reusachtige dammuur voor je ziet opdoemen. Maar de weg kronkelt en stijgt. We kunnen het stuwmeer aan de andere kant van de dam ook bewonderen.

Baai, blauwe lucht, witte wolkjes.

Het dorpje Panagia ligt op zo’n 800 meter hoogte in het zuiden van het Pafos-woud. Het is om twee redenen bekend, althans in Cyprus:

  1. Er ligt een klooster met de tongbreker-naam van Panagia Chrysorrogiatissa, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de gouden granaatappel (waar halen ze die onuitspreekbare naam toch vandaan?);
  2. Panagia is de geboorteplaats van aartsbisschop Makarios, eerste president van het onafhankelijke Cyprus (die bevolkte tijdens mijn jeugd, in de jaren zestig, regelmatig het zwart-wit TV-journaal).

Is de naam onuitspreekbaar, dan is het klooster allercharmantst. Gebouwd rondom een kerkje is het koel en rustig in de kloostergangen.

Witte kloosterkerk.

Een vroom oud vrouwtje bezemt devoot het binnenpleintje. Het gebouw ligt ook nog eens op een hemelse plek. Ze biedt weidse panorama’s op de omliggende heuvels met … wijngaarden! En het cafeetje met terras ernaast heeft bovenop dat uitzicht ook nog zalige frappé (schuimend Cypriotisch koffiedrankje dat ijskoud moet gedronken worden). Genoeg spiritualiteit nu: we bezoeken het even verderop gelegen dorpje Panagia.

Makarios.

Standbeeld van Makarios.Het dorpsplein van Panagia wordt gedomineerd door een standbeeld van Makarios. Twee vrouwen zitten aan een open deur. Één van de twee nodigt ons binnen: het Makarios-museum. Waarom niet? Voor een halve euro per persoon. De lichten in het museum worden voor ons aangestoken. Veel foto’s van Makarios, als knaap, als jongeling, als … met politiekers, andere staatshoofden, bij een doop … allerlei eretekens. Maar op een kwartiertje heb je het wel gezien. Het geboortehuis van Makarios is gesloten. Van buiten uit ziet het er trouwens vrij klein uit. Zoals andere huizen in dit dorp. Overigens zijn hier veel gerestaureerde woningen waardoor het dorpje met zijn kleine straten en steegjes iets pittoresks heeft. Veel (lege) restaurants ook. De eigenaars doen vriendelijke pogingen om ons binnen te lokken.

Zonnig straatje.

Wegwijzer aan café-terras.

Maar als er iets is wat hier in deze streek van Cyprus goed georganiseerd is, dan zijn het wel de picknickplaatsen. Steeds met banken en tafels, in de schaduw op leuke plekken, met water en toiletten. Dus middagmalen we in de vrije natuur op de weg naar Agios Georgios Emnon.

Agio Georgios Emnon is een eenvoudig kerkje, verscholen in het “Emnes-bos”. De twee deurklinken zijn aan elkaar vastgemaakt met een soort elastiek, een “fiets-snelbinder”. Aan elkaar geknoopt eigenlijk. Losmaken die handel en een blik binnenin werpen. Typisch Grieks-Orthodox interieur maar, gek, er brandt een kaarsje! In een verlaten kerkje, 10 km van het dichtstbijzijnde dorp, midden in het bos. Deuren maar weer dicht knopen en terug naar ons “huis” in Cyprus. Dwars door het Pafos-woud. We passeren langs de wandeling van twee dagen geleden in Stavros tis Psokas. Genieten van het landschap en de “koele” 28° C. Airco uit en vensters open. De aroma’s van Troödos opsnuiven. En veel stoppen en foto’s nemen, nu we ons fototoestel terug hebben.

Kerkje in het bos.

Iconen in kerk.

Slot van de dag: eentonig!😀😀😀
Verkoeling zoeken in het zwembad; aperitieven op ons terras; de zonsondergang bewonderen; Betty maakt bruschetta’s klaar. Hmmm … gaat toch niet vervelen.

Akamas.

In het uiterste noordwesten van Cyprus ligt Akamas, een woest natuurgebied wat je eigenlijk alleen maar met 4 x 4 kan doorkruisen. En dan nog … We rijden Akamas binnen langs de Baden van Aphrodite. Vandaar wordt de weg onmiddellijk grint, zand, rotsen met diepe voren en grote bulten. En bovendien stijgend! In ski-termen zou je van zwarte piste spreken. In alle bescheidenheid, je moet iet of wat ervaring hebben als 4 x 4 chauffeur, een goede dosis lef, en dan nog … wat geluk kan nooit kwaad.

Baai met witte grindweg aan ravijn.

4 x 4.

We hobbelen de eerste paar kilometer rustig voort. Alle bomen en struiken langs de weg zijn spierwit van ’t vele stof. De klimmende weg biedt prachtige uitzichten op de zee. Maar niet te veel naar rechts kijken: de weg heeft amper de breedte van onze auto en de afgrond is bijna loodrecht. Hopelijk geen tegenliggers? Een drietal quads versperren de weg. Rustig wachten. Ze snorren verder in een witte stofwolk. Quads zullen we hier nog te veel zien in Akamas. En ’t is juist: met een quad kan je dit natuurgebied ook doorkruisen. 

Een enkele tegenligger doemt op, gelukkig bij een breder stuk weg en gelukkig mogen wij links tegen de rotswand rijden. Af en toe stoppen nu, uitstappen, foto’s nemen, genieten.

Doorkijkje over de zee tussen twee bomen.

We sukkelen van het rechte pad af, een steile bergwand op. Ongelooflijk diepe kuilen en bulten. Koud zweet breekt me uit. Halfweg de helling bonkt het onderstel van de auto tegen een rots. Gelukkig geen schade maar als de wielen ook nog af en toe gaan slippen besluiten we terug te keren. Eerst in achteruit, zo’n 50 meter. Dan keren in de bocht en terug naar het juiste pad, beneden tegen de rotskust. Wat een adrenaline-boost.

Rotsig 4x4 pad omhoog.

Wegwijzers.Even later rijden we toch weer de bergen in. Het vervelende is dat er weinig wegwijzers zijn. Correctie, we hebben er nog geen gezien. Berg op, berg af, vista rechts, uitzicht links. Rode aarde nu, rood stof. En plots dan toch een wegwijzer voor Neo Chorio, een dorpje in het zuiden van Akamas. Volgen maar tot we de keuze krijgen om naar Lara Beach te rijden. Doen we. In vergelijking met het begin van onze rit, is dit – in ski-termen — “maar” een rode tot blauwe piste. 

Lara Beach. 

Een hoefijzervormige baai met zwart-grijs zandstrand; een zee die alle tinten blauw uitsmeert; witte schuimkoppen op de kantelende golven; hier en daar grote rotsblokken in zee gegooid om het geheel nog fotogenieker te maken. Maar Lara Beach is ook … schildpadden. Of beter gezegd, van eind mei tot september: schildpadnesten. Tientallen en tientallen plekken zijn afgebakend met een bordje en een soort laag staketsel: nestbeschermers. Soepschildpadden en/of karetschildpadden hebben hier ’s nachts een kuil gegraven en er hun lading eieren gedeponeerd. In de hoop op … nageslacht.

Lara beach, baai met rotsen.

Waarschuwingsborden schildpadnesten.

Prachtige plek om te lunchen, nabij een kopergroene rots en in de schaduw want het zand is gloeiend heet.
Langs piepkleine dorpjes aan de rand van Akamas – Inea en Drouseia – en een goede, gebetoneerde weg keren we terug. Latchi – Polis en opnieuw richting Pomos. Een paar Cypriotische ezels staren ons na …

Ezels op rode grindweg.

P.S. “Nog nooit gingen zo weinig koffers verloren” kopt de krant De Standaard, vandaag 31 augustus. Net vandaag belt “Securitas Zaventem” over de vermiste koffer van 20 augustus. Of ze die toch nog met de TUIfly vlucht van deze namiddag mogen meesturen? Ja, dat mag. Eindelijk, denk je dan. En wordt die dan nog vanavond bij ons in Pomos afgeleverd? Dat veronderstellen ze. Wait and see …

TUIfly blinkt uit door afwezigheid.

Stavros tis Psokas.

Stavros = kruis; tis = van; Psokas = verbastering, waarschijnlijk doelbewust van Psoríasi wat psoriasis, huidziekte betekent. Eigenlijk heet of heette die plek dus “psoriasis-kruis” of naargelang de vertaling, “schurftig kruis”. Maar geef toe: dat is geen titel voor een blogpost. De weinig gekende legende: een meisje met psoriasis waste zich in de bron die hier op deze plek ontspringt. Op slag was ze genezen van haar huidziekte. Uit dankbaarheid liet ze een kapel bouwen. En alhoewel de kapel er nog staat – ze heet nu “Chapel of the Holy Cross” – is Stavros tis Psokas nu vooral een rangerstation van het “Department of Forests” en centrum van Cypriotische Moeflon kweek in het midden van de Troödos bergen.

Iconen-muur in orthodoxe kerk.

Klok aan houten ophanging in bos.Hoe zijn we hier geraakt? Deze morgen “vroeg” vertrokken voor een rit van iets langer dan een uur, zo’n kleine 40 km. Rond de Turks-Cypriotische enclave Kokkina rijden we de bergen en het woud in. Tot op een hoogte van zowat 1.000 meter. Dat levert spectaculaire vergezichten over de beboste bergen op. De weg is goed en geasfalteerd en vooral: de temperatuur is zalig, 24° C. Airco uit, venster naar beneden, genieten van de omgeving. En na een goed uur bollen kom je dus eerst de eerder vermelde kapel tegen … die open is. Van profiteren om een kijkje te nemen in een Grieks-Orthodoxe kerk en te staren naar de iconen-wand vooraan. Buiten hangt de kerkklok aan een balk. Je zou ze zo kunnen luiden. En hier is niets of niemand, zomaar in het midden van het woud … Bijna heb ik het klokkentouw vast, maar Betty weerhoudt me: dat zou misschien één of ander alarmsignaal kunnen zijn voor de rangers en/of brandweer. Het gezond verstand zegeviert …

Een eindje verder ligt het rangerstation annex picknick-plaats, bar/restaurantje, houten chalets en een bescheiden hotel. Uitstappen en naar de moeflons gaan kijken: die zitten in een groot afgemaakt stuk woud. Je kan rond de omheining wandelen, flink wat klimmen en dalen maar in de schaduw en met een klein beetje geluk – en dat hebben we – spot je de beesten tussen de bomen.

Een tiental rangers zitten te niksen op het terras van de bar. We bestellen twee Cyprus koffies, 2 €. Dan moeten we het begin van onze geplande wandeling vinden. Niet eenvoudig want er is nergens een aanduiding te vinden. Gelukkig is er een behulpzame, goed Engels sprekende ranger die ons de weg wijst naar de “Moutti tou Stavrou” wandeling van 2,5 km. We rijden ongeveer 3 km terug tot bij een wegsplitsing waar inderdaad het begin van de wandeling is aangegeven. ’t Is een gemakkelijke en zalige wandeling. Een sterke geur van kruiden op een “fond”  van dennennaaldengeur. Afwisselend zon en schaduw. Doorkijkjes op de omringende bergen, zelfs tot het schiereiland Akamas. Alleen … er is geen enkele wegaanduiding! Na 500 meter heb je bij een blauwgroen metalen bankje de keuze: links of rechts. We nemen rechts. Bij een bordje met plaatsaanduiding “Zacharou” hebben we de keuze uit 4 wegen. We kiezen de 2de van links, wat na zo’n 10 minuten stappen fout blijkt te zijn. Het moet de eerste van links zijn. En dan lopen we mooi om een bergtop heen om opnieuw uit te komen bij het blauwgroene bankje. Al die tijd geen mens gezien en geen ander geluid gehoord dan het fluiten van vogels.

Berglandschap met veel groen.

Drie felgele bloemen.

Berglandschap met naaldbomen.

Tijd om te picknicken op de uitstekende, daartoe voorziene plaatsen in Stavros tis Psokas. Dan rijden we langs de andere kant – opnieuw goede asfaltweg – naar “huis”, via de dorpjes van gisteren … Lysos, Peristerona.

Potje ”spicey” honing.

“The Spice House” is nu open. Kijkje nemen. De Engelse Lucie is bezeten door kruiden en gezondheid. Ze vertelt honderduit, niet te stoppen, spraakwaterval. We moeten twee “wellness shots” proeven, krijgen een glaasje “sassy-water” aangeboden en kruidenkoekjes. Haar hond heet “Sage”, Salie, en haar kat “Nutmeg”, Nootmuskaat. Maar vooral … haar huis met terras heeft een prachtig uitzicht op de omgeving. Vandaar genieten we van ons kruidenwater, of wat dat ook mag zijn …

Gerevitaliseerd met al die gezondheidsdingen en gewapend met een potje rauwe honing met kruiden keren we Pomos-waarts.

Steni, Peristerona, Lysos …

Aan ’t haventje van Pomos tuurt een eenzame lijnvisser naar … zijn dobber? de zee? de oneindigheid? In het dorpje zelf sjokt een oud besje met wandelstok en helemaal in ’t zwart gekleed, de straat over. ’t Is 7 uur ’s ochtends …

Toscane in Cyprus.

Perfecte inleiding voor onze dag van vandaag: we zoeken de kleine, pittoreske dorpjes op. Te beginnen met Steni, een dorpje op 250 meter hoogte in de buurt van Polis. Dit is een vruchtbare streek: citroenen, sinaasappelen, avocado’s, amandelen, vijgen, granaatappelen en ga zo maar door. De wegen worden er afgelijnd door cipressen. Tussendoor heb je zicht op graanvelden en gele, glooiende heuvels met opgerolde strobalen. ’t Heeft iets van Toscane.

Droog savanne-achtig landschap.

Steni.

Houten servant en zwarte laarzen.Een klein, sympathiek museum over het plattelandsleven in het centrum van Steni is een aanrader. Geen inkomprijs: je betaalt een vrije bijdrage. We bekijken er allerlei oude, soms typisch Cypriotische landbouwwerktuigen en voorwerpen van (vroeger) dagelijks gebruik. Een “servant”, een rare plank met een V-uitsnijding, trekt onze aandacht. Betty, dochter van een schoenmaker, weet onmiddellijk wat dit is: een toestel om zonder neer te zitten je laarzen uit te trekken!

Orthodox kerkje.

Molensteen met dwarsbalk op ronde sokkel.

Het museumpje is prachtig gehuisvest. Bijna alle huizen in Steni lijken trouwens nieuw of perfect gerestaureerd in de grijswitte zandsteen van de streek. Vanaf het hoogste punt heb je bovendien uitzicht op de omliggende heuvels, met de zee op de achtergrond. En merkwaardig: de dorps-kinderspeeltuin pronkt met een leuk zwembadje!

Peristerona.

Peristerona ligt 5 km verder, even slaperig, even weinig activiteit, maar een groter centrum. Het byzantijns museum lijkt al maanden gesloten te zijn. De kerk is ook dicht. “The Spice House” kijkt uit over de heuvels, heeft een leuk terras maar … is alleen van  woensdag tot zaterdag open. En we zijn dinsdag 29 augustus! Hier is zelfs geen bar open te vinden. Dus flaneren we doorheen de straatjes, bewonderen we de huizen en huisjes en groeten we de vriendelijke dorpelingen.

Slof, slof … in Lysos.

Laatste dorpje in de rij is Lysos. Zelfde stijl, zelfde soort straatjes, zelfde soort huizen. Hier is de kerk redelijk imposant, maar ook gesloten. Een paar rustbankjes en een picknicktafel in de schaduw nodigen uit tot een rustpauze. Een Cyprioot heeft dat ook gedacht en ligt languit op de bank te soezen. Tien meter lager dan de kerk loopt water uit verschillende monden in de muur naar een groot vierkant opvangbekken. En er is een publiek parkje met een perceel lavendel en roosmarijn. Even verder liggen vijgen te drogen in de zon.

Drogende vijgen op tafel.

Tijd voor een drankje in de bar tegenover de kerk. Ik bestel een Cyprus koffie. De kelner staart me aan. Moet ik daar iets bij bestellen? Nee toch, een Cyprus koffie drink je puur, gloeiend heet en – terwijl je drinkt – loerend naar de bodem van je kopje, want zodra het koffiegruis op de bodem beweegt, zet je bliksemsnel je kopje neer. Dan is je koffie “op”. Het gruis wil je niet binnen krijgen. De kelner wordt uit zijn gestaar opgeschrikt door Betty die “An orange juice” zegt. Hij kijkt ook Betty aan maar sloft dan traagjes weg, de keuken in. Even later slof slof en daar is ie weer met onze bestelling. Zonder een woord zet hij die neer en … juist, sloft weg. Hij gaat triktrak spelen met zijn zoon. Drie euro voor een groot sinaasappelsap en een Cyprus koffie, de slof-slof bediening kregen we er gratis bij.

Een leuk picknick plekje vinden we op de terugkeer, bij de Evretou-dam. Je kan er over de dammuur wandelen, een dammuur die gewoon uit rotsblokken, stenen en grint is opgebouwd. In de diepte langs de ene kant ligt de vruchtbare vallei met als achtergrond de zee. Langs de andere kant omringen grijswitte krijtrotsen het melkbauwe (kan dat: melkblauw?) water van het stuwmeer. En best van al: er is een overdekt plekje met bank en tafel EN we zijn hier moederziel alleen.

Turkoois-kleurig meer tussen bergen.

Op de terugtocht slaan we, even na Polis, een grintweg in: naar de verlaten, open kopermijngroeve van Limni (niet zeker of dat eigenlijk wel mag). Grote controverse tussen de project-ontwikkelaars die hier een dubbel 18-holes golfterrein willen aanleggen en de natuurverenigingen.

Verlaten kopermijn: rotsen met verschillende kleuren.

Eondeloos lijkende pier in blauwe zee.

(Update 2021: de natuurverenigingen hebben gewonnen: het golfterrein-project is officieel geannuleerd op 29 januari 2021.) En die natuur doet ons aan Afrika denken: verlaten, hier en daar half-hoge vegetatie, geel gras, stof, hellingen … Alleen moet je de olijfbomen wegdenken. En sommige heuvels hebben blauw-groen-rood-achtige kleuren: restanten van de koperontginning. Terug op de grote baan, aan de overkant van de grintweg ligt de gerestaureerde maar niet meer gebruikte aanlegsteiger van de oude mijn. Nu een toeristische attractie van waarop het zwemmen in zee wordt aangemoedigd.

Dragon’s cave.

Voor ons avond-aperitiefje trekken we deze keer een tweetal kilometer verder dan het haventje van Pomos. De legende vertelt dat hier vroeger een draak in een grot aan zee huisde en de haven beschermde tegen piraten. Een soort goede draak dus die (helaas?) al lang verdwenen is. Dragon’s cave is inderdaad een door de zee uitgeholde grot. Door de kronkels in de kustlijn zie je de zon hier echter niet in zee, maar over land ondergaan. Maar een meegebrachte Cypriotische rosé smaakt. Achtergrondgeluid: golven beukend in de grot en tegen de rotsen, keien mee rollend met de branding …

Vouni en Soli.

Gisterennacht met de verrekijker naar de zuidelijke sterrenhemel getuurd. Nog iets wat je in Pomos – met minimale lichtvervuiling – kan doen. Boven het Troödos-gebergte is het steeds pikkedonker.

Crossing the Green Line.

Oranje bord met soldaat in het zwart die hand ophoudt.Even voorbij Kato Pyrgos bots je al op de eerste grenspost, Grieks-Cypriotisch, een grenspost zoals we die binnen de E.U. niet meer kennen. Slagboom is neer. Paspoorten laten checken. “Car Insurance for the other side?” Nee, die hebben we niet maar kan je blijkbaar aan “die andere kant” kopen. Overigens is de grenspolitie hier heel vriendelijk. Doorrijden. Het niemandsland is hier zo’n 2 km breed. Op de bergtoppen zie je militaire observatieposten. Goede weg. Controle dan door de Turks-Cypriotische politie: amper Engels sprekend maar toch ook vriendelijk. Een aantal van hen speelt triktrak. We moeten de auto parkeren en paspoorten laten checken: we hebben inderdaad een tijdelijke auto-verzekering nodig. Kantoortje aan de overkant van de weg. Drie dagen verzekering is het minimum: 20 €. Dan terug naar de auto en … nee, nee, terug naar het eerste kantoor voor controle van verzekeringsdocument. Alles klopt en weg zijn we … Toch redelijk vlot gegaan! We zijn nu officieel in de Turkse Republiek van Noord-Cyprus.

Vouni.

Behalve een eerste minaret en moskee, verschilt de omgeving hier niet wezenlijk van de Grieks-Cypriotische kant. Zelfde landschap; vrouwen dragen geen hoofddoek en zien er uit zoals in de rest van Cyprus; mannen ook, ze lopen in korte broek rond zoals wij; zelfde soort auto’s; uiteraard alle verkeersborden in het Turks … alleen misschien wat armoediger huizen en nog wat minder verkeer. En links en rechts van de weg, veel “geen doorgang”-borden, want militair gebied. En we blijven links rijden.

Baai met eilandje.

Zo’n 250 meter boven de zeespiegel en 10 km voorbij de “Green Line”, liggen de ruïnes van “Vuni Sarayi”, het paleis van Vouni (Vounó is Grieks voor berg). Vermoedelijk gebouwd door de Perzen in de 5de eeuw voor Christus en opgegraven door Zweedse archeologen in de jaren twintig van de vorige eeuw, staat er niet zoveel meer recht. Wel tonen de vele halve- en hele meter hoge muurtjes waar de verschillende zalen, keukens, binnenkoertjes, voorraadkamers, latrines, enz. zich bevonden. Puur archeologisch zijn er mooiere en beter bewaarde sites op Cyprus maar Vouni heeft ongeziene troeven:

  • GEEN toeristen, letterlijk: we lopen helemaal alleen rond op de site (wel 2,5 € per persoon inkom betalen aan de ene, solitaire “bewaker” van het geheel – gelukkig geen Turkse lira nodig);
  • een 360° panorama met langs de ene kant berglandschap en langs de andere kant de zee met net voor de kust, het kleine rotseiland Petra tou Limniti.

We luisteren naar de stilte … de roep van een roofvogel … in de schaduw van een olijfboom … hemelse plek.

Vouni archeologische site: detail van muren.

Overzicht archeologische site van Vouni.

Solo in Soli.

Mozaïek van gans.

Maar we moeten nog een bestemming afstrepen: 5 km verder zijn de mozaïeken van Soli te bewonderen. Weer zijn we de enige bezoekers. Hier is de toegangsprijs 2,5 € voor twee! De mozaïeken zelf waren een deel van de vloer van een 5de eeuwse Byzantijnse basilica. De ruïnes daarvan krijgen nu bescherming tegen zon, zee en wind door een soort hangar-constructie die er over is gebouwd. Iets hoger op de helling is het amfitheater, gerestaureerd tot op halve hoogte. Mooi uitzicht van hier uit over Lefke, de dichtstbijzijnde stad, en de baai van Güzelyurt. Maar we vatten de terugtocht aan, langs Vouni. Een wegwijzer naar Limniti doet ons van de weg afwijken. Van ver gezien lijkt dat een leuk strand met haventje. Helaas … ’t is opnieuw een militaire basis, dus snel rechtsomkeer maken.

Lunchen (meegebrachte en zelf gevulde pitta-broden) in Vouni, op de top van de berg, tussen de ruïnes en andermaal in de schaduw van een olijfboom. Echter niet zonder de bewaker met handen en voeten te hebben uitgelegd dat we hier een paar uur geleden al waren en geen tweede keer willen betalen. Hij wordt boos. Gelukkig herkent hij Betty, mij niet? En we betalen niet opnieuw.

Terug de “Green Line” over verloopt nog vlotter dan deze morgen. Langs beide kanten wordt er driftig triktrak gespeeld door de grenspolitie.

“Grapes by the Sea”.

In Kato Pyrgos moeten we nog de middeleeuwse uitkijktoren afvinken. Je kan er met de wagen naar toe. Alleen nog een twintigtal pas gelegde trappen op het eind. Mooi uitzicht, maar niet te vergelijken met Vouni. En van de toren blijft niet veel over: halfronde muur van 5 meter lang en 2 meter hoog. Maar van daarboven ontdekken we wel een strandbar op het lange, maar lege strand van Pyrgos. Laten we dus de dorstigen laven. De bar heet “Grapes by the Sea” en waarom wordt snel duidelijk. Op een overdekt terras (met druivelaars!), precies aan de strandlijn, met een koele bries, een even koele pint of vers geperst sinaasappelsap en … druiven als versnapering. Dat kunnen we een tijdje uithouden …

Vanavond in een dorpje verder dan Pomos – Pachyammos – naar de zonsondergang gaan kijken. Vanop het dorpsplein, achter de orthodoxe kerk, boven de zee. Krijgen er maar niet genoeg van.

Ondergaande zon over zee.

Als dessert vanavond: Kattimepi met vijgencompote (Betty-inspiratie). Zie voetnoot in de blogpost van 25 augustus.