Gastvrijheid in Cyprus.

De eerste opdracht deze morgen (21/08) is ons ontbijt bijeen plukken: vijgen, druiven en een cactusvijg. Die laatste prepareer je door er de beide uiteinde af te snijden en ze dan te schillen via een overlangse snede. Daarna in schijfjes snijden. Boordevol vitamine C en vezels; overheerlijk met Cypriotische yoghurt en havermoutmuesli. Maar … oppassen voor de fijne stekelhaartjes!

Pomos Beach.

We wandelen naar het haventje en het gemeentelijk strand van Pomos, anderhalve kilometer ver. Eerst dalen we af naar de zee. Dan volgen we een verhard pad op de rotsen langsheen de kust, richting noordoosten. Rechts van ons staan af en toe strandvilla’s leeg te wezen. En dat in het hoogseizoen. “Rustig” is nog een understatement, “verlaten” is een juister woord.

Keienstrand.

De weg wordt een grintpad, dalend naar een ook alweer verlaten keienstrand. De zeebries brengt verkoeling tot we de kaap aan Pomos-strand ronden en scherp naar het zuiden draaien. Het voelt ineens nog 10° C warmer aan, geen bries meer en … er staan strandstoelen en een vijftigtal toeristen en baders en zelfs een bemand houten torentje. Dit is het kleine, bewaakte keienstrand van Pomos. Daarnaast: het haventje met een twintigtal bootjes dobberend op kristalhelder water. Een tiental meter hoger op de rotsen ligt taverne/visrestaurant Kanalli. Van hieruit ontrolt zich het panoramisch zicht op haven en baai. In de verte aan de overkant zien we een groot rood-wit vierkant op de berghelling: de geïsoleerde Turkse militaire basis van Kokkina. Rood-wit: de kleuren van de Turkse vlag. Nu rustig genieten van espresso/ijskoffies op het schaduwrijke terras van Kanalli en … “toeristje kijken”.

Haventje van Pomos.

Haven van Pomos met zee en bergen.

Gastvrijheid.

Langs de verharde kustweg terugkeren is sneller dan wandelen op het keienstrand. Aan de eerste huizen van Pomos keren we de kust de rug toe. Nog een kruispunt en dan nog een paar honderd meter, stijgend, tot aan Mariza Seaview. Maar op de hoek van het kruispunt zit een Cyprioot vanop zijn terras ons monkelend te bekijken, in de schaduw van zijn druivelaars. “Come” zegt hij, “for you” en hij toont ons uitnodigend een forse druiventros. Lichte aarzeling in ons groepje, maar de man ziet er zo joviaal uit dat … Een paar tellen later zitten we met hem en zijn Aziatisch uitziende vrouw druiven te eten. Bij Pavlos, gepensioneerd, 72 jaar, drie kinderen waarvan er twee in Londen wonen, vijf kleinkinderen, het jongste 15 weken. Lou haalt haar mooiste lachjes boven en charmeert de vrouw van Pavlos. Die neemt nu voortdurend smartphone foto’s van Lou en heeft – vermoedelijk – één van haar kinderen aan de lijn waaraan ze het verhaal doet van de drie Belgen met een baby in een draagzak. Pavlos laat het allemaal bedaard over zich komen. Zijn Engels is niet zo goed, zegt hij zelf maar hij trekt zich behoorlijk uit de slag. Op zijn schaduwrijk terras staat ook een bed waar Pavlos ’s middags dikwijls een dutje doet. Niet meer ’s nachts want … nu is er airco bij heet weer.

Even later staan we terug op straat met minstens twee kilo druiven, zeven sinaasappelen en de allerhartelijkste groeten van Pavlos want … “we zullen mekaar nog wel tegen komen”, zegt hij …

Wat een gastvrijheid, wat een vriendelijkheid. Typisch voor Cyprus?

Activiteiten voor de rest van de hete dag: dolce far niente aan/in het zwembad; de zon zien onder gaan met een glas wijn in de hand; even later verbaasd zijn bij een plotse, korte plensbui die amper voor verkoeling zorgt …

P.S. Nog steeds geen enkele informatie over de vermiste bagage. TUIfly laat ons in de steek: veel meer dan “het kan een paar dagen duren” komen we niet te weten. Of de koffer is teruggevonden, of het verlies wel gerapporteerd is … TUIfly weet het niet. De vriendelijke mevrouw aan de telefoon “duimt voor ons” …

Zonsondergang met zee en wolken.

Agiou Georgiou, Pomos.

Reizen gaat soms (dikwijls? meestal?) niet vlekkeloos. Eind gisterenmorgen 20 augustus, in de luchthaven van Pafos geduldig gewacht aan de bagageband. Een eerste koffer van onze drie pikken we op, een tweede. Dan trekt iedereen weg met bagage en een lach. Wij niet: de lege transport band blijft draaien; onze derde valies is er niet bij! We vullen een “Property Irregularity Report” in, tekenen een ander document in onbegrijpelijk Grieks – voor dedouanering wanneer onze vermiste koffer aankomt. Hopelijk vindt TUIfly onze valies snel terug.

MEETING POINT

50 m opposite the Arrival Exit, through the walk way in the parking P5. Shuttle service to AUTOUNION office every 15 min.

Bovenstaande tekst van onze huurauto-reservering bij CYPRUS CAR HIRE.COM laat vermoeden dat we – na ons half uur oponthoud door verloren bagage – nog niet zo snel op weg naar ons vakantiehuis in Pomos zullen zijn. De shuttle-plek vinden we, alhoewel een twee meter hoog en halve meter breed paneel aangeeft dat hier de shuttle-bus van enterprise stopt. Een ander verhuurbedrijf of toch “het onze”? De afmetingen van het signalisatiepaneel zijn belangrijk: we wachten met vieren, waaronder zes-maanden oude Lou, in de smalle strook schaduw die het paneel afwerpt. Voor de rest: parking onder de blakerende zon. Na 20 minuten geen shuttle-bus. Telefoonnummers opzoeken op internet; bellen en in Athene terecht komen; daar andere nummers krijgen voor Cyprus; bellen en … geen gehoor; een half uur later nog steeds geen bus. Net wanneer we het willen opgeven en aan iemand vragen of dit wel de juiste plek is voor de shuttle, komt een busje van enterprise aangereden: voor ons!

De vrouwelijke chauffeur voert ons naar een grintparking in het midden van niets. Primitief kantoortje in, paperassen afwerken en eindelijk op weg naar Pomos! Nog wat aanpassen aan het links rijden, stuur rechts en automatische versnellingsbak, ruitenwissers links en richtingaanwijzers rechts, maar voor de rest geen problemen meer. Op naar ons vakantiehuis aan de Agiou Georgiou in Pomos. Start dus enigszins in mineur. En wat een kluwen aan bedrijfjes betrokken bij zo’n autohuur in Cyprus: AUTOUNION, CYPRUS CAR HIRE.COM, enterprise, Lakis Rent a Car Ltd., Alamo …

Villa Mariza Seaview, Agiou Georgiou, Pomos is een verademing: op een helling, zicht op zee, zwembad EN met een tuin … een tuin van Eden! Druivelaars, vijgenbomen, granaatappelbomen, vijgcactussen, chili pepertjes, kruiden, perzikbomen (helaas niet meer in ’t seizoen), aubergines. Plukken maar. Niet voor niets heet deze streek de fruitmand van Cyprus. En nog nooit heeft een vijg zo goed gesmaakt: vers van de boom en nog lichtjes warm van de ondergaande zon.

Glazen schaal met druiven, vijgen en prickly pear.

We moeten eten en drank inslaan. In een “supermarktje” in Pomos, dicht bij de kerk, kopen we cola, zout en groene tee. Uit beleefdheid: ’t is een donkere krocht met smalle gangetjes, rekken volgestouwd met conserven, droge voeding en van alles. De “verse groenten” liggen er vermoedelijk al een tijdje. Maar de kassierster is zeer vriendelijk. Op dus naar Polis voor een echte supermarkt: Papantoniou. Daar storen we ons dan weer aan de vele toeristen die in zwembroek of bikini aan ’t shoppen zijn. Maar het assortiment is uitgebreid, hoewel Engels geïnspireerd: geen rauwe ham bij voorbeeld.’s Avonds op ons terras: tonijn met auberginekaviaar, overgoten met een Olympus-wijntje om de reisdag door te spoelen. De frisse mediterrane wind zorgt voor een ietsiepietsie verkoeling …

En deze morgen een schitterende zonsopgang.

Zonsopgang boven dorpje aan zee.

Idool van Pomos.

Hoe graag zou ik in Cyprus zijn,
Het eiland van Aphrodite,
Waar sublieme liefde heerst.
Breng me naar Pafos, Dionysos.

Vrij vertaald uit “Bakchai” van Euripides, 406 v. Chr.

Cyprus, het eiland in de vorm van een liggende gitaar of bouzouki?. Na de crisisjaren 2009-2010 en 2013-2014 groeit het aantal toeristen er met bijna 20% per jaar.1 Profiterend van onzekere situaties in andere streken: Turkije, Egypte, de Maghreb-landen … Een record aantal van 3,2 miljoen toeristen in 2016. Daarvan ruim 1/3de Engelsen: oud-kolonie bezoeken. En 1/4de Russen: voor hen eens wat anders dan de Zwarte Zee en de recent ingepalmde Krim. Zo, ’t is duidelijk wie we in Cyprus kunnen ontmoeten. In elk geval weinig Belgen: met nog geen 30.000 Belgische bezoekers per jaar – ondanks de rechtstreekse chartervluchten naar Pafos – zullen we er niet opvallen, discreet als we zijn. Maar veel toeristen tegen komen? Twijfelachtig: we trekken naar het dunbevolkte en weinig toeristische noord-westen van het eiland. In 2011 bezochten we reeds DE trekpleisters: Pafos, Limassol, Kouron, Kouklia, Kykkos … Deze keer dus weg van de gebaande paden. Op zoek naar authenticiteit. Slow travel!

Cypriotische Euro’s.

Cypriotische euro.Onze uitvalsbasis wordt Pomos, een onooglijk dorpje geprangd tussen de zee en de bergen. Niet echt toeristisch bekend, laat staan beroemd … ware het niet dat hier in 1934 een 5.000 jaar oud beeldje van picroliet2 is gevonden: het Idool van Pomos.  Een vruchtbaarheidsbeeldje dat een nog kleiner beeldje van zichzelf rond de hals draagt. Dat beeldje siert de 1 en 2 Euro muntstukken uit Cyprus. Merkwaardig genoeg, ondanks de splitsing in Noord (Turks) en Zuid (Grieks) Cyprus, staat op de euromunten de naam van Cyprus zowel in het Turks (Kibris) als het Grieks (Kypros)3 Het Idool van Pomos kan je bewonderen in een museum in Nicosia … maar tussen Pomos en Nicosia ligt het Pafos-woud en het Troödos gebergte.  Met andere woorden, de afstand Pomos-Nicosia is “maar” 107 km; in tijd minimaal 2u15′. Buiten ons bereik en interesse vermoedelijk, ook al omdat – volgens sommige reisgidsen – Nicosia niet zo interessant is.

The Green Line.

Wat ligt dan wel binnen de reismogelijkheden, wetende dat we enerzijds een 4×4 hebben gehuurd, maar anderzijds dat ook de 6 maanden oude Lou mee reist? De grens, het niemandsland, de gedemilitariseerde zone tussen Grieks en Turks Cyprus, waar VN blauwhelmen patrouilleren? Kunnen we deze zogenaamde “Green Line” oversteken en een kijkje nemen in het Turkse deel? De grensovergang by Kato Pyrgos is maar 27 km/40 minuten ver. Er van uitgaande dat we de “Green Line” over mogen, komen we opnieuw 20 minuten later bij de ruïnes van Vouni Palace. Nog wat verder Turks Cyprus in, liggen de overblijfselen van Soli, een stad uit de 6de eeuw voor onze tijdrekening. En dan heb je Lefke en Güzelyurt, steden te midden van wat de fruitmand van Cyprus wordt genoemd. Redenen genoeg dus om de oversteek naar het Turkse deel te wagen. Alhoewel, de algemene voorwaarden van het autoverhuurbedrijf zeggen: “Insurance compagnies DO NOT offer any cover whist you drive to the North part of Cyprus … entirely at your OWN risk …“. We zien wel.

Aphrodite

Met Pafos als culturele hoofdstad van Europa 2017 EN binnen onze actieradius (70 km/1u15′ van Pomos) zullen we ons ook langs de Griekse kant wel niet vervelen.

Affiche Pafos culturele hoofdstad 2017.

De bezienswaardigheden, in wijzerzin tussen Pafos en Pomos:

  • Het schiereiland en natuurgebied Akamas, meest westelijke punt van Cyprus: een 4×4 is hier een absolute “must”.
  • De baden van Aphrodite: natuurlijke poelen in en rond een grot. Aphrodite (de “uit schuim geborene”) zou volgens één van de talrijke legendes ten zuiden van Pafos uit het schuim van de golven zijn “ont- en opge-staan”. Kwam ze hier baden met haar geliefde maar weigerachtige Adonis? Het Aphrodite-trail, een 7,5 km lange wandeling, heeft deze plek als vertrek- en eindpunt.
  • Cape Arnauti: woeste natuur met unieke fauna en flora.
  • Aphrodite Beach (Asprokremos): zonder woorden
  • Latchi: strand en vissersdorpje.
  • Polis: kuststadje in een groene landbouwvallei.
  • Limni: oude, verlaten kopermijn. “Koper” = Cuprum in het Latijn, van “aes cyprium”: erts van Cyprus. Een controversieel project wil twee golfterreinen met hotel – 160 kamers – en bungalows aanleggen op de vroegere mijnsite. Maar op de nabijgelegen stranden komen karetschildpadden en groene schildpadden (“soepschildpadden”) van eind mei tot september eieren leggen. Update 2021: het golfterrein-project is officieel geannuleerd op 29 januari 2021. De schildpadden hebben gewonnen!
  • Talrijke kleine, traditionele dorpen, even het binnenland in: Akourdalia, Lysos, Peristerona …
  • Ten slotte, net voor Pomos: “Paradise Beach”. Als we niet in het paradijs geraken, dan toch op het strand ervan.

We kunnen ook nog altijd het Pafos-woud en de Troödos bergen, achter ons vakantiehuis, exploreren. Bij  voorbeeld op zoek gaan naar de zeer schuwe moeflon, een endemische berggeit. Mogelijkheden zat dus in een streek waarvan velen zouden zeggen dat “er niets te doen is”.

Eiland van Aphrodite … we komen er aan.

Vlag van Cyprus.

P&.S. Eind augustus, begin september vliegen de eerste Europese en jufferkraanvogels over Cyprus, op weg naar hun Afrikaanse overwinteringsplaatsen. De kans dat we er in en rond Pomos spotten is miniem: kraanvogels trekken meestal op grote hoogte en dikwijls ’s nachts. Meer kans heb je in het uiterste zuiden, bij het zoutmeer van Akrotiri.


1 Het toerisme draagt voor meer dan 21% bij tot het BNP van Cyprus, het Grieks-Cypriotische deel dan wel. Bron: Statistical Service Cyprus.
2 Picroliet is een, meestal groen-grijs, mineraal dat veelvuldig voorkomt in de streek rond Pomos.
3 Turks-Cyprus wordt door geen enkel ander land ter wereld erkend, behalve door Turkije. Je betaalt er niet met Euro’s maar met Turkse Lira

Cambodja Coda.

26 november: terugkeerdag! Maar onze vlucht Phnom Penh – Bangkok vertrekt pas vanavond om 20u55. Tijd zat om nog een keer te wandelen in het Kep National Park. Ligt niet zo ver van Knai Bang Chatt. Dat kunnen we te voet aan.

Checkpoint 1. 

Aan een tuk-tuk standplaats spreken de chauffeurs ons aan. Of iemand ons voor 1 $ naar de ingang van het park kan brengen? We begrijpen elkaar niet. De ene chauffeur weet niet waar het Nationaal Park ligt. Een andere vraagt: “Two motorcycles?”. Een derde zegt dat je met tuk-tuk niet in het park kan. We wandelen dan maar verder. Nog geen honderd meter later stopt opnieuw een tuk-tuk naast ons. Volgende uitleg-poging. Het duurt een tijdje voor deze tuk-tukker snapt dat we voor 1 $ alleen maar naar de ingang willen gebracht worden en niet in het park willen rondrijden en hij moet ook niet op ons blijven wachten. Je ziet hem denken: “Gekke toeristen” maar hij voert ons wel op 5 minuten tijd tot Checkpoint 1, de ingang en kassa van het Nationaal Park. We betalen 4.000 Riel (1 $) per persoon. Onze kaartjes vermelden, letterlijk: “Contripution ticket health take care of environment Kep National Park”. Engels schrijven is (nog) niet de sterkste kant van de Khmers.

Moto naast info-bord in Khmer-taal.

We volgen deels dezelfde wandelweg als twee dagen geleden. Dan nemen we een steil en smal paadje, dwars door de dichte jungle. Dat is opnieuw zweten en puffen. Het wegje loopt voortdurend omhoog, langs grote tropische woudreuzen, omgevallen stammen, lianen … Kletsnat van het zweet en vol muggenbeten (opnieuw de “deet” vergeten) keren we na een kwartiertje terug. Om een laatste maal af te koelen in “ons zwembad”. En voor een laatste keer lunch – Khmer noodle soup – in de “Sailing Club” aan de rand van de zee.

Kep – Phnom Penh. 

De rit met taxi naar de luchthaven van Phnom Penh duurt ongeveer drie uur. Het landschap – eerst bergen aan de horizon, dan vlaktes met rijstvelden – zijn we inmiddels wel gewoon maar het blijft boeiend. In een voorstad van Phnom Penh komen we in een file terecht. Industrieparken braken honderden, nee duizenden werknemers uit. Tientallen en tientallen kleine vrachtwagens, stampvol geladen, brengen mensen naar huis. Ongelooflijk hoeveel personen op zo’n truck kunnen, flink opeen gepakt, als sardienen in een blik … zonder olie. Allemaal tieners! Zoals gewoonlijk ook veel brommertjes met behalve de chauffeur nog één of twee passagiers. Gelukkig zijn we ruim op tijd (vier uur te vroeg) voor onze vlucht zodat we niet moeten stressen.

’t Wordt wachten in de luchthaven. Een Aussie (Australiër) vertelt over zijn fantastische vakantie: drie weken durende tocht op de motor door Noord-Vietnam. Voor mannen onder mekaar. Hij toont ons zijn fotoboek: prachtig berglandschap. Hij was ook in Siem Reap, maar … heeft Angkor niet bezocht, wel een wapenmuseum! Mensen verschillen … De wachttijd passeert snel.

Cambodja coda. 

Onze persoonlijke bevindingen over het land van de Khmers:

  • Op geen enkel moment of plaats bedreigd of onveilig gevoeld.
  • Angkor maakt zijn reputatie waar: indrukwekkend, boeiend, speciaal.
  • Khmer zijn immer en altijd vriendelijk en sympathiek.
  • Prachtige natuur maar we blijven op onze honger wat betreft natuurbeleving in nationale parken: geen professionele gidsen; amateuristische aanpak.
  • Geen corruptie bij paspoort/douane controle in tegenstelling tot veel internet verhalen.
  • Tropisch klimaat is “zwaar”: nog nooit zoveel gezweet als in de laatse twee en een halve week.
  • Sihanoukville hadden we mogen weglaten in ruil voor een dag meer in Battambang en in Kep.
  • Keuken van Cambodja: gezond, licht, lekker.
  • Nog een lange ontwikkelingsweg te gaan: armoede, analfabetisme (geen leerplicht), overlevingsbestaan …
  • Doe iets aan het vuil en de wegwerpmentaliteit: hou Cambodja proper!

Als coda, een tekst – vrije vertaling – die we vonden op één van de Killing Fields monumenten:

De volle omvang van de tragedie van Cambodja zal nooit gekend zijn. De stoffelijke resten van sommige slachtoffers van deze genocide zullen waarschijnlijk nooit teruggevonden worden en hun moordenaars nooit geïdentificeerd. Maar de vriendelijke en vergevingsgezinde Khmer, een energiek en optimistisch volk, zal nu vol vertrouwen de schaduwen van het verleden achter zich laten, zijn oude cultuur opeisen en dit mooie land terug opbouwen zodat het opnieuw het legendarische paradijs van de goddelijke Apsara-danseressen wordt.

Wij wensen Cambodja daarbij alle succes toe.

Op naar nieuwe horizonten …

De witte dame van Kep.

Joggen in Cambodja is geen lachertje. Omwille van de hitte en hoge luchtvochtigheid doe je dat best voor 7 uur ’s morgens. En dan nog. Vanaf Knai Bang Chatt is het 2,5 km langs de krabbenmarkt tot het standbeeld van de “Witte dame van Kep”. Bergaf. Dus bergop om terug te keren. Bij aankomst ben ik drijfnat!

Naar Kep wandelen. 

Na het ontbijt, 9 uur, besluiten we mijn joggingtraject rustig te voet te doen.  Op de krabbenmarkt is het drukker dan ’s namiddags maar de “couleur locale” is dezelfde. Deze keer krijgen we ook goed de fuiken met de krabben met blauwe poten te zien, de Krung Kep Blue Swimmer Crab. Hele Khmer families kopen krab en vis en organiseren een pick-nick langs de kant van de weg, liefst nog op het trottoir!

Kade met krabbenfuiken.

Khmer vrouw haalt krabben uit een fuik.

Houten vissersboot met visnetten.

Voorbij de krabbenmarkt en de tientallen kleine en redelijk primitieve restaurantjes kronkelt de asfaltweg langsheen de kust. Tropisch bos langs de ene kant, zee langs de andere. Schaduwrijk, dat doet deugd. En bijna geen verkeer op deze weg, behalve de occasionele brommer of tuk-tuk. Aan het strandje van Kep dollen tientallen volwassen Khmer in zee, volledig gekleed uiteraard. Daartussen een paar Westerse toeristen in badpak. We drinken een espresso in een trendy bar. Een tuk-tuk chauffeur spreekt ons aan: of we naar een “pepperfarm” willen? Hij heeft recent zijn tuk-tuk laten herstellen en heeft geld nodig. Business is slecht. Te weinig toeristen. Hij schrijft zijn telefoonnummer op een kaartje … Nu niet, jongen, maar wie weet?

De witte dame van Kep. 

Wit standbeeld van naakte dame.

We wandelen tot aan het standbeeld van “De witte dame van Kep die uitkijkt naar haar echtgenoot”, in sommige nederlandstalige reisgidsen verkeerdelijk “de zeemeermin” genoemd. Er is niets visachtigs aan, wel integendeel. Af en toe bedekken monniken de blote borsten van de witte dame met hun oranje of bruine pijen. Maar nu dus niet.

De legende volgens een lokale gids:

Lang geleden was een vrouw in Kep gekend voor haar uitzonderlijk mooi borduurwerk, wat ze met een gouden naald fabriceerde. Dat kwam ook de keizer van China ter ore. Hij besloot zelf ter plaatse te komen kijken. De keizer vond echter niet alleen het borduurwerk zeer mooi maar ook de maakster er van. Dus wou hij met haar trouwen. De vrouw was echter al getrouwd en zei “nee” tegen de keizer. Die was daarover zo verbolgen dat hij zijn soldaten stuurde om het paar te doden. Ze vluchtten … Elk een andere kant op, met de afspraak mekaar terug te zien in Kep. Helaas, de soldaten van de Chinese keizer kregen de man te pakken en vermoorden hem. Sindsdien wacht de “Witte dame van Kep” nog steeds op haar echtgenoot, uitkijkend op het westen, de richting waarin hij verdween. Haar gouden naald heeft ze in zee geworpen …

We wandelen terug. Opnieuw spreken tuk-tuk chauffeurs ons aan. Prijs voor bezoek aan een “pepperfarm”: 25 $; 15 $ omdat we wegwandelen en geen interesse betonen. Op de terugweg zakt een bende krabetende makaaken af uit het woud naar de kustweg. Ze lusten nog wat anders dan krab: een Khmer gooit ze wat bessen. De aapjes worden driester en uiteindelijk nemen ze de bessen zelfs van mensenhand tot apenhand aan! Een paar storten zich op de vuinislbakken, kruipen er bijna volledig in en halen er resten van mango’s uit. Leuke foto-opportuniteit.

Close-up van makaak.

Moeder makaak met baby.

Straat.

De meeste hoofdwegen in Cambodja zijn geasfalteerd: één rijstrook in elke richting. Niet zo, de toegangsweg tot Kep! Hier zijn twee, ruim bemeten rijvakken in elke richting … zonder noemenswaardig verkeer. Een projectontwikkelaar legde eerst deze weg aan en hoopte dan een 30 verdiepingen hoog hotel te kunnen bouwen. Helaas voor hem: niet de goede connecties? Of niet genoeg betaald? Of toch niet rendabel? In elk geval, het hotel is er niet gekomen maar de nutteloos brede weg ligt er.

Brede, lege 4-vaks baan.

Badend in ons zweet – voor mij al de tweede keer vandaag – arriveren we in Knai Bang Chatt. Op tijd voor de lunch: krab van Kep met groene peper van Kampot. Voor de rest van de dag zijn we uitgeteld en kunnen we alleen nog genieten van het zwembad, de zonsondergang – voor de laatste keer in Cambodja – en af en toe een drankje.

Donkerrode zonsondergang boven zee.