Etna – de zuidkant.

Gisteravond bij donker nog even tot aan de madonnina-bron gewandeld. Vandaar kan je de Etna zien. Maar nee, alles lijkt daar rustig: geen rode gloed te bespeuren.

De dag van gisteren smaakt vandaag naar “nog”. We besluiten de Etna ook eens van de toegankelijkere zuidkant te benaderen. Overigens is de berg inderdaad weer rustig geworden: geen gerommel meer en bijna geen rookpluim meer.

Vanaf Zafferana kronkelt de weg naar Rifugio Sapienza (1.910 m) in haarspeldbochten omhoog. Langs de ene kant zie je de kleurrijke hellingen van de Etna en beneden, langs de ander kant, de zee en het puntje waar de laars van Italië tegen Sicilië schopt. De begroeiing verandert, vermindert en verkleint naarmate we klimmen om dan, vanaf de Rifugio Sapienza, bijna helemaal te verdwijnen. Die Rifugio blijkt een immense parking te zijn met allerlei restaurants, bars en souvenir winkeltjes. EN … d’er is een kabelbaan: de Funivia dell’Etna. Die brengt ons naar 2.500 meter voor de overigens heftige prijs van 63 € per persoon. Daar is echter ook nog inbegrepen: een rit in een soort bus-jeep die je nog hoger brengt en een overigens totaal waardeloze, maar Engels sprekende gids.

Etna-massief met roze bloemen op de voorgrond.

Witte jeep-bus in lava-grijze omgeving.

Op deze hoogte is het puur maanlandschap: geen vegetatie meer. Lava in vijftig tinten grijs, bruin en zwart. Verschillende zijkraters zijn van boven af te bewonderen. Maar we zitten vermoedelijk op zo’n 2.900 meter, dat wil zeggen nog minstens 400 meter onder de top. D’er is een weg naar boven. En een bordje: verboden verder te gaan. Toch zien we een paar toeristen in de verte stappen. Dus ook maar geprobeerd. Een gids roept ons na zo’n 300 meter terug. Althans hij staat van ver armenzwaaiend te roepen naar ons. Niets gezien, niets gehoord: we stappen samen met anderen verder naar boven. De top van de hoofdkrater ziet geel-wit van de gekristalliseerde solfer. Maar er komt geen rook uit de krater. Wel stinkt het hier … we staan onder de wind.

Plots komt een Land Rover van de Polizia Stradale de weg af gereden. Oei! Probleem? Maar ze passeren ons gewoon, zonder enige reactie. Een eindje verder, vermoedelijk op nog minstens 200 meter hoogte van de top is de weg dan definitief afgesloten. Maar wat een prachtig en uitgebreid panorama van hierboven. En wat een surrealistisch maanlandschap. En wind … ongelooflijk heftig. Het lava-zand geeft onze blote benen een flinke scrub.

Etna met grijze lava-massa op voorgrond.

Terug dan naar beneden, naar de jeep-bussen. En vandaar terug met de kabelbaan naar Rifugio Sapienza. Duur tochtje en vermoeiend stappen op die hoogte in de as en het lava-zand, maar de moeite waard! En gelukkig kunnen we de (korte) rest van de namiddag zonnen aan het zwembad van Tenuta Madonnina.

Linguaglossa.

Voor ons avondeten hebben we nog vis of vlees nodig. Een Pescheria gezien in Linguaglossa, dorpje in de buurt. Dus daarheen … om te constateren dat de viswinkel gesloten is. Dan maar een Macelleria, slagerswinkel, binnen gestapt. Of nee, minstens 60 jaar terug in de tijd gestapt. Het ruikt er naar vlees (stinkt?). Een grote rail met vleeshaken aan loopt van achter de toonbank tot vooraan in de kleine klantenruimte. Een ossenstaart, varkenspoten, belegen ricotta in de aanbieding. Vergeelde diploma’s en certificaten aan de muur. We willen gehakt, carne macinata, wat B. met enige moeite krijgt uitgelegd. De slager neemt een groot, lang stuk vlees; begint daar traag – er staan inmiddels drie andere klanten achter ons – stukjes van af te snijden. Die gooit hij in zijn oude vleesmolen en klaar is kees.

Kerkje van Linguaglossa.

Nu nog brood. Weer een onooglijk winkeltje van “van alles en nog wat”. We willen één klein broodje. Een stokoud mannetje lacht ons toe en vertelt over zijn eigen wijn, zijn eigen olijfolie. Prompt loopt hij naar achteren en komt met twee grote literflessen terug: één met wijn en één met olie. Neenee, we willen alleen maar brood. Spijtig … van zijn wijn zou je geen kater krijgen, beweert het oude mannetje.

Later stellen we vast dat hij niet één maar twee broodjes in onze broodzak heeft geploft EN uiteraard laten betalen … Sloeber!

P.S. De carne macinata smaakte voortreffelijk!

Etna.

“De trillingen gevoeld vannacht?” vraagt B. Nee, niks gevoeld en niet wakker geworden.

8u15: klaar voor een Etna-toer met 4 x 4. Ene Francesco pikt ons op met een grote Nissan. Nog even ook een familie van vier Duitsers op pikken en we rijden de Etna op. Al onmiddellijk legt Francesco uit dat de Etna sinds 18 mei een verhoogde activiteit vertoont en onder andere vannacht was er een rode gloed te zien boven de centrale krater! Dus B., levende seismograaf, zal het toch goed gevoeld hebben.

Francesco lijkt werkelijk alles te weten over vulkanen in het algemeen en de Etna in het bijzonder, die hij beschrijft als “a living thing”. Hij wijst ons op de oude lavastromen – hoe grijzer de lava, hoe ouder – en lijkt de datum van elke eruptie uit het hoofd te kennen. Aanvankelijk is de begroeiing weelderig met verschillende struiken en kruiden, onder andere Etna valeriaan (roze). Daarvan wordt valium gemaakt, wat tevens verklaart waarom de Sicilianen zo relax zijn. Twee soorten brem ook, de gewone en één endemische soort met fijnere blaadjes.

Uitgedoofde kleine krater met begroeiing op voorgrond

Door het grote hoogteverschil, van 0 tot momenteel meer dan 3.300 meter, heb je hier een sterke variatie aan begroeiing. En om in de sfeer te blijven van de blog van gisteren zien we de ruïnes van een boerderij waar druiven werden geperst voor wijn. Zo’n 500 liter gemiddeld om de winter door te komen! Straffe drinkers, hier in Sicilië.

We rijden verder naar boven door een naaldwoud. Maar dan letterlijk: door. Off road rijden we en het lijkt alsof de auto elk moment frontaal op een spar gaat botsen. En ineens wordt het bos onderbroken door een brede baan gestolde lava. Resultaat van de uitbarsting van 2002. Dan plots, we zijn nog zo’n duizend meter onder de hoofdkrater, horen we gerommel, continu … Alsof er in de verte voortdurende donder is. Geluid van explosies in de hoofdkrater. De ene ontploffing na de andere … Kippenvel moment!

Gestolde lava-stroom met aan de rand nog een bos.

In lava uit de Etna zitten verhoudingsgewijs veel siliconen. Dat maakt de lava minder vloeibaar: daalsnelheid is gemiddeld 5 tot 6 meter per uur. Tijd zat dus om weg te komen bij een uitbarsting. De buitenkant van de lava koelt uiteraard sneller af dan de binnenkant. Daardoor wordt een korst gevormd die door de stroming er onder, weer verschillende keren breekt en stolt. Dat geeft later de typische brokkelige lava-velden.

We wandelen deels door een oude lava-tunnel: de koelende lava aan de buitenkant vormt een tunnel waarbinnen de nog hete lava blijft stromen. Tot het einde van de eruptie … En dan loopt de gevormde tunnel leeg.

Leeg gelopen lava-tunnel.

Tijd voor een espresso op een wijdse open plek waar enkele houten hokjes staan. Op deze plek stonden – tot de uitbarsting van 2002 – enkele restaurants, hotels en souvenirwinkeltjes: op 8 uur tijd compleet van de kaart geveegd. Correctie: van het hotel zijn nog wat resten, amper meer dan funderingen, onder de lava te zien. Voortdurend horen we het gedonder van de centrale krater. En constant stijgt er ook rook uit op.

Iets verder toont Francesco ons, midden in het bos, restanten van de oude weg, de weg van voor de 2002-uitbarsting. Niet meer in gebruik want afgesloten door een muur van gestolde lava. Het verkeersbord wijst wel nog “kronkelende weg” aan. Omwille van de verhoogde vulkanische activiteit mag er langs deze kant (noordoosten) niet hoger dan 2.300 meter worden gegaan. Maar geen nood: Francesco weet wel nog een paar interessante plekjes. Oude zij-kraters met bijna perfecte ronde vorm. Altijd met één rand lager, daar waar de lava is uit gestroomd. Zonnig weer. Wandelen met Etna-achtergrond-geluid. Krater op, krater rond, krater af. Hier groeit kamille, tussen het lava-zand en -asse. En sommige bergen zien rood van de roomix, een struikje van amper 10 – 20 centimeter hoog. Dan stappen we door een stuk berkenbos, terug naar waar we de auto hebben achter gelaten.

Weg met verkeersbord maar geblokkeerd door muur van gestolde lava.

Krater en vulkaan landschap.

’t Is bijna 2 uur ’s namiddags wanneer Francesco ons terug aan Tenuta Madonnina af zet. Prachtige tocht. Veel gezien en geleerd. Maar wie dacht/hoopte dat je aan de rand van een krater met kolkende lava zou staan is er aan voor de moeite. Dat zou enerzijds veel te gevaarlijk zijn en anderzijds zou je het zonder speciale uitrusting met gasmasker waarschijnlijk niet eens kunnen navertellen.

’s Avonds nog even “aperitieven” in Castiglione di Sicilia. Het stadje lijkt wel verlaten op een pleintje vol met oude mannetjes na. Toch vinden we een “wine bar” waar ze een lekker lokaal wijntje serveren. Gezondheid!

Bejaarden op een bank.

Vendesì: Sicilië.

Zeven dagen zijn we nu in Sicilië. Dus wordt het tijd om de Etna te verkennen. De Etna die er inmiddels – onder de stralende “Sole di Sicilia” – al heel wat minder dreigend uit ziet dan een paar dagen geleden. We beslissen om – via Linguaglossa – de “groene” weg langs de flanken van de Etna te nemen tot Zafferana Etnea. Geen slechte keuze zoals zal blijken.

Lava-rotsen in verschillende kleuren.

De weg kronkelt naar boven. Eerst doorheen een dicht begroeid woud van voornamelijk naaldbomen. Maar dan komen we op open terrein met duidelijk sporen van gestolde lavastromen waar de weg opnieuw is over aangelegd. Veel bloemen ook weer. Heel kleurrijk plaatje: hier en daar begroeiing op lava van verschillende tinten. Geeft ons tevens een idee van de ontzaglijke krachten die bij zo’n eruptie losbarsten. Af en toe stoppen – bijna geen andere auto’s – om foto’s te nemen. Temperatuur: 12 graden, ondanks de zon. Nochtans, zo hoog zitten we nog niet: 1.200 meter?

Zafferana Etnea dan: schilderachtig dorpje aan de zuidelijke kant van het Etna-massief, de kant die het minst bebost en groen is. D’er is een parking bij het binnen rijden van het Centro Storico. En er staat iemand met een rood fluo jasje. Hij gidst ons vakkundig in een parkeervak en vraagt dan 4 €. Rip off! We hebben alleen een briefje van 20 €. Dat gritst hij uit onze handen, loopt met het geld een kledingwinkel binnen en komt terug met 15 €. “It’s OK”, zegt hij. Hopelijk bewaakt hij onze auto extra goed voor die prijs …

Kerk van Zafferana Etnea.

Fontein, palmbomen, zicht vanaf Zafferana.

Twintig jaar geleden werd Zafferana nog bedreigd door hete lava. Nu is het er rustig en leuk om in te flaneren. Mooie centrale piazza met een kerk met twee vierkante klokkentorens … die beide een verschillend en foutief uur aan geven. Klein parkje met moderne beeldhouwwerken. En een Pescheria, viswinkel, met uitgebreide selectie aan verse vis en twee super-enthousiaste jongens die bedienen. Voor 5 € nemen we 300 gram tonijn mee! Hmmm … en dat met een witte Grillo wijn uit de streek … en door B. geprepareerd … zal smaken vanavond.

Verzameling lange, smalle vissen.

Na de middag (en lunch en uitrusten “thuis”) wandelen we vanaf Tenuta Madonnina, richting Castiglione, naar het Byzantijns kerkje waarvan reeds sprake in de blogpost van vorige zondag. Wandeling door het groen: de wegjes afgeboord door muurtjes van rotsen. Wijngaarden, olijfbomen en vooral: veel vervallen huizen, kleine maar ook veel grote statige boerderijen. Vendesì, “Te koop”, zegt een veelal verroest of vermolmd bord wat er in de meeste gevallen al jaren staat. In één van die ruïnes zien we zelfs nog een molensteen en overblijfselen van een rad. Vendesì Sicilia: althans dit deel van Sicilië staat te koop. Het ontvolkt en vergrijst.

Oude molensteen in vervallen huis.

Grote wijnton in groene omgeving.

We passeren een al lang niet meer gebruikte en op sommige plaatsen overwoekerde spoorlijn. Een oud waarschuwingslicht staat er werkloos te verroesten aan wat niet langer meer een overweg is. Maar de weelderige natuur is bezig het verleden te bedekken …

Riviertje stroomt door tussen grijze rotsen.

Net voor het Byzantijns kerkje leidt een paadje naar de Alcantara rivier. Een prachtig plekje met een paar watervalletjes en zicht op Castiglione. Bij het terugkeren naar het grote pad, ontmoeten we een vrouwelijke gids op toer met Amerikaanse toeristen. Ze is stomverbaasd als ze ons ziet. “I have never seen tourists, here in this place” zegt ze. Tja … dat noemen ze “de gebaande paden verlaten”.

Terug naar huis nu. Onze tonijn wacht op ons.

Taormina street life.

Op zo’n 45 minuten rijden van Castiglione di Sicilia ligt Taormina. Niet te ver en dus staan we iets voor 10 uur reeds in Parcheggio Lumbi, ondergrondse parkeergarage in Taormina. In de stad zelf kan/mag je niet parkeren en een deel is autovrij … alhoewel … daar lijken sommige Sicilianen zich weinig van aan te trekken.

Voor het eerst is hier in Sicilië iets goed georganiseerd: een gratis shuttle bus brengt je van de parking naar het stadscentrum. Helemaal achteraan in de bus zijn nog 2 zitplaatsen. B. gaat zitten. Ik blijf staan … voorlopig, want een vriendelijke Siciliaanse doet teken dat ik absoluut achteraan tussen haar en B. moet komen zitten. Maar de bus rijdt langs haarspeldbochten naar boven en brengt me uit evenwicht. Geen probleem: de vriendelijke mevrouw reikt me de hand. En ze doet ook nog teken als we moeten uitstappen: bij de Porta Messina, net bij het stadscentrum! Leuk om zo je stadsbezoek te beginnen

Taormina ligt hoog op de rotsen, aan de zee. Dat zorgt gegarandeerd voor prachtige panorama’s met de Middellandse zee, eigenlijk de Ionische, en de Etna (overigens weer duidelijk zichtbaar bij dit warme, heldere weer) op de achtergrond. De Corso Umberto I – de verkeersvrije hoofdstraat – loopt zelfs op dit “vroege” uur reeds vol toeristen. Eerst de Teatro Greco bezoeken: werkelijk prachtig halfrond dat de natuurlijke curve van de rots volgt. Spectaculair panorama achter de scène: de zee en de Etna! Mooier dan het theater in Syracuse.

Panorama van Taormina met Etna en baai.

Grieks theater in Taormina.

Ruïnes van theater in Taormina.

Inmiddels zijn in de reeds drukke Corso Umberto I allerlei eetstalletjes geïnstalleerd waarachter deftig uitgedoste koks Siciliaanse specialiteiten serveren, ten minste voor wie er 30 € voor onbeperkt proeven voor over heeft. ’t Is de 5de editie van het Cibo Nostrum kookfeest! Wij stellen ons voorlopig tevreden met een espresso en een spremuta d’arancia, vers geperst sinaasappelsap, op een terrasje, achter het Odeon, klein Romeins theater in rode baksteen. Maar als ik onze consumpties aan de bar ga afrekenen, zeg ik “spumante”, schuimwijn in plaats van “spremuta”, wat de barvrouw een flinke lachbui bezorgt. Anderzijds, die twee drankjes samen kosten 5 € en ’t was geen schuimwijn! Nog goed dat m’n espresso op is of ik had er me in verslikt.

Koks met koksmutsen aan gedekte tafels.

Zodra je een zijstraatje van de Corso Umberto I neemt, is het rustig. We ontdekken een lange, pittoreske, bakstenen muur met nissen. Dat blijkt de achterkant van een oud Romeins gymnasium te zijn, de “Naumachia”. Naumachia betekent eigenlijk “zeeslag”: omdat hier bij opgravingen een groot waterbekken is gevonden, dachten archeologen oorspronkelijk dat hier zeeslagen werden nagespeeld ter vermaak van de Romeinse inwoners van Taormina. Niet juist!

Bakstenen muur met nissen.

Mandarijneend.We wandelen door de Giardini di Villa Communale, vroeger een tuin van een excentrieke Engelse dame die gek was van vogels. Nu een leuk botanisch parkje waar de duiven het echter hebben over genomen. Opnieuw prachtige vergezichten over de baai waarin een paar cruise-schepen dobberen.

Tuin met lustpaviljoen.

Cruise schepen in de baai van Taormina.

Op een balkon van de Palazzo Corvaja speel ik even voor Romeo, onder onmiddellijk en luid bijval van de aanwezige Italianen. Op de Piazza Duomo goochelt een pizza-bakker, deelnemer aan het kookfeest, met deeg: hij gooit de rondtollende pizza-deeg hoog in de lucht, draait hem wervelend rond zijn handen, zijn nek, zijn benen … en neemt applaus in ontvangst. Bravo bravissimo!

Taormina wordt gedomineerd door de Monte Tauro (398 m). En bovenop de Monte Tauro staat een Saraceens Castel, dat echter gesloten is en – zoals zoveel dingen in Sicilië – waarschijnlijk totaal verwaarloosd is. Maar iets beneden dat Castel ligt het Santuario Madonna della Rocca, een kerkje gebouwd op de grondvesten van de Akropolis uit de oudheid. En van daar uit zou het zicht op de stad met het Grieks theater en de baai onvergetelijk zijn. Dus vatten we de klim aan, langs trappen – 559, ik heb ze geteld. De trappen zijn tevens een Via Crusis, kruisweg, letterlijk dan: één met veertien staties. Maar ondanks de warmte is het niet zo pijnlijk. En inderdaad: van daar boven zijn de panorama’s en vergezichten over de stad nog wijdser en ronduit spectaculair. Het kerkje zelf is klein en pittoresk: deels in de rotsen gebouwd.

Taormina in bovenaanzicht.

Terug dan naar de stad beneden (sneller en gemakkelijker). Absoluut tijd nu voor een late lunch: bruschette, een Classico en een Siciliano, opnieuw in dezelfde rustige bar als deze morgen. Geen basilicum op de tomaten maar oregano. Logisch, dat groeit hier bijna als onkruid langs de kant van de (wandel)wegjes.

In de hoofdstraat kan je inmiddels “over de koppen lopen”. Het eetfestival begint een slordige boel te worden … bemorste tafels, volle vuilzakken, insecten …

Vooraleer de shuttle-bus naar de parking te nemen, kopen we nog een bakje aarbeien en een bakje kersen – ze zien er goed uit! – van een straatventer. Tot onze verbazing kiepert hij het bakje aarbeien in een plastic zakje. Daarna het bakje kersen er bovenop. Hij recupereert dus de lege bakjes en betaalt er waarschijnlijk geen belasting op: hij heeft niets verkocht. Maar wij hebben wel 7 € betaald. Opgelicht? Althans zo voelt het.

Tja, die Sicilianen … vriendelijk, maar ’t zijn zo’n sloebers!

Lazy Sunday in Sicilië.

Een wereld van verschil vandaag: gisteren amper 15°C; deze ochtend is de zon van Sicilië (voor goed?) terug. Geschatte ochtendtemperatuur: 20°C. We kunnen in de zon op “ons” terras ontbijten met zicht op Castiglione di Sicilia.

Panorama met rokende Etna.

En als we een uurtje later naar Castiglione rijden – amper een paar kilometer verder – zien we … de top van de Etna. Adembenemend: een besneeuwde top van een kolossaal massief, witte rookpluim uit het hoogste punt en dat alles op een azuurblauwe achtergrond. Dat lijkt al een groot stuk minder dreigend dan gisteren.

Castiglione ligt hoog tegen een rots geplakt. Van ver lijkt het kasteel wel uit de rots te groeien. “Flaneren” doorheen de smalle, oude straatjes, maar wel met degelijk schoeisel en voortdurend bergop en bergaf. Maar ook af en toe stoppen, om de communicanten te bekijken, allemaal in lang wit kleed en met een aronskelk in de hand. Ze worden één voor één gefotografeerd met de Etna op de achtergrond. Of stoppen voor “due caffè” op een terrasje op de piazza Lauria. Of een museumpje in een oude kerk meepikken: in het Museo Santi Pietro e Paolo loop je rond met een iPad als audiogids.

Zicht op daken en huizen van Castiglione di Sicilia met Etna op achtergrond.

Communicant in het wit met Etna op achtergrond.

’s Middags lunchen in het vakantiehuis. En wat uitrusten in de zon, maar toch vooral in de schaduw want al direct brandt de zon te fel. Lazy Sunday afternoon in Sicilië.

In de late namiddag besluiten we nog even naar de “Golle d’Alcantara” te gaan, een bergkloof van de dichtbije Alcantara rivier. De groene Michelin reisgids is er lovend, nee, zelfs lyrisch over: “In de rivierbedding stroomt het water tussen meer dan 50 meter hoge rotsen… De rijke contrasten zijn indrukwekkend en de natuur wordt terug gebracht tot drie elementen: water, rots en lucht… Het daglicht weerkaatst in de duizenden waterdruppels die hier en daar langs de wanden naar beneden sijpelen”.

Maar aan de ingang, boven de kloof, wordt de realiteit terug gebracht tot: 8 Euro per persoon om met een lift één keer naar beneden te gaan, of 13 Euro per persoon om dat een onbeperkt aantal keren te doen. En, oh ja, bij navraag blijkt dat je ook te voet langs een trap kan afdalen, voor 1,5 Euro per persoon. Dat laatste doen we dus, ’t is maar 50 meter … en … gelukkig maar. De ingang van de kloof beneden is wel mooi maar het water van de Alcantara is nog te overvloedig en te diep: je kan de kloof niet echt in. Gelukkig hebben we hier maar 3 Euro (in totaal voor 2 personen) voor moeten dokken. En een aparte “sentiero” (wandelpad) met panoramische zichten over de kloof kost ook al 8 Euro … zijn dat geen M…praktijken? Doen we dus niet.

Alcantara kloof.

Nee, dan is een pittoresk en gratis watervalletje met al even schilderachtig brugje over de Alcantara, net bij Castiglione di Sicilia, minstens even de moeite waard! En veel minder volk. The best things in life are free!

Boogbrug met riviertje tussen rotsen.

Grijze Byzantijnse kapel.

Terug naar “huis” – op de terugweg nog even een kleine Byzantijnse kapel bekijken, een “cuba” en dan genieten van een fris wit wijntje met zicht op Castiglione, wat nu baadt in het amberkleurige licht van de ondergaande zon. ‘k Word er zowaar ook lyrisch van!