Randazzo.

Stralende zon deze morgen: al 20°C om 10 uur bij het uitchecken. Vandaag “verhuizen” we van het zuid-oosten van Sicilië naar het noord-oosten. En dat zullen we geweten hebben …

Aanvankelijk zijn we opnieuw onder de indruk van de brem en de oleanders die onder de felle zon, wedijveren voor meer plaats op de middenberm van de snelweg. Maar naarmate we Catania naderen, nemen de wolken de overhand. Dan doemt het massief van de Etna op. En “opdoemen” is hier wel het juiste woord: dreigend zwarte wolken versmelten met een al even donker-dreigend kolossaal gebergte, de top onzichtbaar in al dat zwarts. De temperatuur valt terug tot amper 15°C! Lieflijk is wat anders! En we moeten het gebergte in. Met B. als excellente navigator en de hulp van een wegbeschrijving en Tomtom bereiken we Tenuta Madonnina om 12u30. Helaas, inchecken kunnen we nog niet: pas om 4 uur deze namiddag. Bagage dus achterlaten en “proviand” zoeken want vanaf nu is het “self-catering”.

Smaal straatje met Fiat 500 in Randazzo.
Het dichtstbijzijnde stadje is Randazzo: zo’n 20 minuten bochtig “berg-rijden” van Tenuta Madonnina vandaan. Daar vinden we een eerste supermarkt: de “ARD Discount”. ’t Is er blijkbaar supergoedkoop maar wel wat deprimerend. Dan maar de Lidl er net naast geprobeerd. Dat blijkt een betere beslissing te zijn: uitgebreide keuze, verse groenten … alvast een veel leukere winkelervaring. Voortaan niets denigrerends meer zeggen over “de Lidl”.

Grijze kerk van Randazzo.Nog een bankautomaat zoeken in het centrum van Randazzo. Het dorpje maakt een sombere indruk. Alle huizen en monumenten zijn opgetrokken in zwarte lava-steen. Zelfs de straten zijn er mee geplaveid. En dat bij 15°C, harde wind en dreigende wolken. Dus maar espresso drinken en appelgebakje eten in de Caffè del Corso. Daarna toch nog even rond wandelen. En zowaar … de zon, die af en toe door gaten in de wolken komt piepen. Desondanks doet de Santa-Maria kerk nog haar best om zo somber en lelijk mogelijk te lijken. Maar een beetje verder ligt een pittoresk oud Benedictijner-nonnenklooster, of althans de ruïne ervan. ’t Was vroeger een Joods heiligdom en later – nadat de nonnen waren vertrokken – is er een grappa-stokerij van gemaakt.

Benedictijner nonnenklooster in Randazzo.

En nog wat verder, een oude stadspoort. En daar: een museum van marionetten! Maar gesloten? Of niet? Een oud vrouwtje aan de receptie verzekert ons, in het Italiaans, dat – in tegenstelling tot wat als openingsuren geafficheerd wordt – het museumpje wel degelijk nu open is. Piepklein is de tentoonstellingsruimte maar de poppen zijn mooi! En het oude vrouwtje doet haar best om ons zoveel mogelijk uit te leggen en documentatie te geven. Beleeft zij evenveel of meer plezier aan ons bezoek als wijzelf?

Marionetten (ridders met schilden en zwaarden) in het poppenmuseum van Randazzo.

Bij het binnengaan van het musempje, trok reeds een troep van een twintigtal koeien onder begeleiding, door de straten van Randazzo. Nu, bij het buitengaan, is het een kudde schapen die blatend doorheen het verkeer de weg naar de stal zoekt.

Kudde koeien tussen auto's in Randazzo.

Kudde schapen in het centrum van Randazzo.

We slenteren verder door de vele smalle straatjes, het ene al pittoresker (of vervallener), dan het andere. En de temperatuur klimt zowaar opnieuw tot zo’n 18°C. Toch nog een heel leuke namiddag.

Terug dan naar Tenuta Madonnina en inchecken (’t is al ruim 4 uur). Susanna, de receptioniste, maakt ons wegwijs in het domein en de omgeving, vertelt dat het kraantjeswater niet drinkbaar is in Sicilië (gek, dat hebben we wel al een paar dagen gedronken zonder problemen), en dat de noordoostelijke krater van de Etna drie dagen geleden weer actief is geworden en “gebruld” heeft. Dus hadden we – toen we in Noto Antica wandelden – toch goed gehoord: er was een aanhoudend geluid als van donder in de verte, gelijkmatig en een paar minuten lang. Gekscherend hadden we nog gezegd: “Het zal de Etna wel zijn”. Blijkt dan nog waar te zijn ook.

Vanavond self-catering met Italiaanse/Siciliaanse producten en panorama over Castiglione di Sicilia. Hmmmm…

Castiglione di Sicilia op een bergrug.

Wandelen in de Riserva naturale di Vendicare.

Vandaag vecht al van ’s morgens vroeg de zon met de wolken. De winnaar van de dag: de zon van Sicilië! Maar slechts op punten gewonnen, dat wil zeggen: zon vooral tot 14 uur, daarna meestal bewolkt.

In het natuurpark van Cavagrande wandelen, twee sterren in de groene Michelin reisgids. Dat is ons initiële plan. Gelukkig leest B. op het internet dat, als gevolg van grote bosbranden in 2014, nog steeds alle wandelpaden behalve één zijn afgesloten. Beperkt wandelen in een verkoold bos lijkt ons niet ideaal. Dus: plan veranderen. Op naar de “Riserva naturale di Vendicare”, een acht kilometer lang natuurgebied langsheen de kust. En op minder dan een half uurtje gezapig rijden van onze Masseria. Daarna naar de overblijfselen van een Romeinse villa in de buurt en dan – waarom niet – in Noto Antica wandelen en afdalen in de kloof (zie blogpost van 19 mei).

Wandelen dus in het Vendicare natuurgebied. Langs een breed vlonderpad doorheen metershoge muren van riet tot aan het strand. We gaan naar rechts want een school kinderen – ’t is de periode van de schoolreizen in Sicilië – trekt naar links. Al vlug blijkt het pad echter afgesloten: broedseizoen van de ; onechte karetschildpadden en de dwergsternen. Dus toch ook maar naar links, naar de ruïnes van een “tonnara”, een 250 jaar oude fabriek van tonijnverwerking. Knap bewaard en fotogeniek. Het aftands ecologisch museumpje er naast is niet veel zaaks. Maar wel een schilderachtig geheel.

Vlonderpad tussen hoog riet.

We wandelen verder langsheen de rotskust. Zien dwergsternen – mooie witte vogels met zwarte kop – boven het water “hangen” en dan plots als een steen d’er in plonzen. We ontdekken een 7 cm grote Spaanse wandelende tak, in Sicilië!

Wandelende tak op struik.

Verder genieten van de zon, de blauwe zee, de tijm die fel geurt en volop in paarse bloei staat, de rotskust … Moeilijk te beschrijven. En gezien een beeld meer zegt dan duizend woorden: zie foto’s.

Ruïne van huis omringd door water.

Ruïnes van tonijn verwerkingsfabriek omringd door water.

Hoge schoorsteen ren ruïnes van tonijn verwerkingsfabriek.

Close-up van runes van tonijn verwerkingsfabriek.

Grote struik bloeiende tijm.

Gele bloemen van cactusvijgen.

Rotsachtig en begroeid baaitje.

En stappen maar. Om dan uiteindelijk toch te besluiten terug te keren. We zullen heen en terug in totaal zo’n 16 km gestapt hebben. Noto Antica mogen we nu wel schrappen.

Aan de ingang van het park is op een weide, onder olijfbomen een restaurantje geïmproviseerd. Met nog een tafeltje vrij. Voor mij het nationale gerecht van Sicilïe: pasta alle sarde, een huisbereide pasta met een saus van sardines, rozijnen en pijnboompitten. Lekker, maar de omgeving draagt daar ook wel toe bij!

En ten slotte voor vandaag: de Villa Romana del Tellaro (bij de rivier de Tellaro). Eigenlijk blijven van de villa alleen het grondplan en muurtjes met onderbouw over. Wel zijn er mozaïeken ontdekt en te bezichtigen in het nieuwe gebouw wat bovenop de ruïnes is neergepoot. Mooi, maar we hebben er al betere gezien.

Mozaïek van gehelmd hoofd.

Mozaïek met sater en vrouw.

Terug nu naar onze Masseria. Duikje in het zwembad?

Eureka in Syracusa.

Op en rond de wegen van Sicilië gebeuren soms eigenaardige dingen. Gisterochtend zagen we een vrouw zomaar “in het midden van niks” langs de weg zitten. Wat zat die daar te doen? Tot we, een paar kilometer verder, nog een vrouw zagen staan langs de kant van de weg: deze duidelijk fel opgedirkt en geplamuurd! Prostituees, wachtend op klanten. Doen die het dan in de auto van de klant?

Of deze morgen, op weg naar Syracusa: twee auto’s – tegenliggers – vertragen en stoppen als ze op gelijke hoogte komen. De chauffeurs begroeten mekaar uitbundig en blijven, in het midden van de straat en leunend uit hun raampjes, rustig verder babbelen. En wij maar geduldig wachten tot hun gesprekje voorbij is!

Voor het eerst is de zon niet van de partij. ’t Is bewolkt en af en toe vallen er een paar spatten regen. Op de opnieuw zo goed als verlaten snelweg lijken brem en oleander echter nog weelderiger en intenser van kleur dan twee dagen geleden. We zijn op weg naar Syracusa.

Syracusa, de stad van Archimedes! Hier zou de Griekse wetenschapper luidkeels “Eureka” – ik heb het gevonden! – roepend, in zijn blootje de straat zijn opgerend na het in zijn bad ontdekken van de wet van Archimedes: de opwaartse kracht die een lichaam in een vloeistof ondervindt, is gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Het standbeeld van Archimedes begroet je voor de brug die het Ortigia-eilandje, het oudste bewoonde deel van de stad, met het vasteland verbindt.

Standbeeld van Archimedes in Syracusa.

Na door de wat goor uitziende voorstad te hebben gereden – redelijk hectisch verkeer – hebben we onze auto toch vlotjes dichtbij achter gelaten op de Marina-parking, bij de centrale Via Malta.

Kuieren dan door het oude stadsdeel met ruïnes van Griekse tempels, met name de tempel van Apollo. Met fonteinen, onder andere de Fonte Aretusa. Met kleine en grote pleinen, bij voorbeeld de Piazza Duomo met de kathedraal, ontstaan uit een vroegere Griekse tempel, en met barokke paleizen langs de andere kant. De Duomo zelf is overigens het best (en rustig) te bewonderen van achter een espresso op één van de terrasjes daar tegenover. Voor het eerst een vrouwelijke kelner! ’t Is haar dagje niet want haar pen begeeft het al voor de derde keer vandaag (vertelt ze zelf).

Fontein in Syracusa.

Piazza Duomo in Syracusa.

De kade – Syracusa is ook een havenstad aan de Midellandse zee – is pittoresk: restaurantjes en bars, een beetje aftands, vier reusachtige drakenbomen, het water van de Fonte Aretusa die via een kunstmatige vijver, vol met papyrusplanten in zee stroomt.

In één van de vele kerkjes repeteert een familie een bruidsstoet. Vader en dochter stappen statig naar het altaar: voet vooruit, voet bijbrengen, derde tijd ter plaatse. Weer voet vooruit, en zo verder. Gemengd huwelijk aanstaande zaterdag: Ierse bruidegom met Siciliaanse bruid. Weten we van de Ierse moeder!

Op het vasteland, langs de andere kant van de stad, ligt een archeologisch park. Te voet ruim anderhalve kilometer van het Ortigia-eiland. Niet echt een leuke wandeling maar op zich geen probleem. En we hebben ons hier trouwens tot nu toe nooit onveilig of bedreigd gevoeld!

Wat is hier allemaal te zien voor 10 Euro? Overblijfselen van een Romeins amfitheater deels uitgehouwen in de rotsen. Een Grieks theater: overheen de stenen trappen en waar ze ontbreken, zijn witte houten trappen/zitbanken aangebracht. Hier vinden momenteel opvoeringen plaats van klassieke toneelstukken van Euripides, Seneca en Sophocles. Nadeel: de scène staat vol decor en de witte banken passen hier niet echt.

Antiek theater van Syracusa.

Onmiddellijk achter het theater liggen de oude steengroeven, Latomieën genoemd. Hier haalden zowel Grieken als Romeinen hun bouwstenen vandaan. En als de groeve uitgeput was … dan werd ze toch gewoon gebruikt als gevangenis.

Steengroeve met bron.

Oor van Dionysus in Syracuse.Wat verderop, achter een weelderige tuin, ligt het “Oor van Dionysius”, een reusachtige grot die niet alleen de vorm heeft van een oorschelp maar ook binnenin op een gehoorgang lijkt. En er zou hier ook ergens de zogezegde graftombe van Archimedes moeten zijn, een uitgehouwen holte in de rotsen met fronton en timpaan. Alleen … dat deel van het archeologisch park is afgesloten. Waarom? Geen idee! Sicilië zeker? Vanop de straat die langs het park loopt, zie je ook wel de rotsen met grafholtes, de verwaarloosde en overwoekerde tuin, opnieuw met een reuze drakensboom en van ver iets wat op die tombe van Archimedes zou kunnen lijken. Maar waar je dus niet (meer?) bij kan.

Vlaamse gaai close-up.Een Vlaamse gaai komt nog even poseren voor onze camera …

Terug nu naar de parking en onderweg nog een gelato met drie bollen – Pistacchio, Fior de Latte en Mandorla – mee pikken.

De parking blijkt met nummerplaatherkenning te werken: we namen inderdaad geen toegangsticket maar moeten onze nummerplaat invoeren bij de kassa’s. Daar komt prompt een rekening van 6 Euro uit gerold. Gesofisticeerd! En niet te veel voor een ganse dag parkeren!

Morgen een natuurpark?

Noto Antica of het barokke Noto?

1693: een verschrikkelijke aardbeving, resultaat van het schuiven van de Afrikaanse aardplaat onder de Europese, veegt het stadje Noto, in Sicilië, totaal van de kaart. De overlevenden bouwen een nieuwe stad, 10 km verderop, in de stijl van die tijd: barok!

2016: we gaan op zoek naar Noto Antica, de ruïnes van de vroegere stad. En dat op zoek gaan moet je bijna letterlijk nemen. De Tomtom stuurt ons langs een onooglijk bergwegje. Geen wegwijzers gezien. Voorlopig een ruw betonnen weg, één kleine auto breed. En steil bergop met verschillende haarspeldbochten. En het wordt nog erger: de weg gaat op en neer door zeer dicht bos, nee bijna door struikgewas. Twijgen, takken en riet zwiepen tegen de auto. We moeten zelfs tot twee maal toe een, weliswaar klein, riviertje doorrijden. ’t Lijken wel Afrikaanse toestanden maar zonder 4 x 4.

Grintweg tussen dichte begroeiing en met grote plas.

Dan gaat de betonweg over in grote arduinen plaveien. Alsof we over een oude Romeinse Heirweg hobbelen. En stijgen maar. Tot er alleen nog een grintweg vol putten en kuilen steil bergop over is. We stoppen. Bewonderen het prachtige diep ingesneden berglandschap en de grote verscheidenheid aan bloemen, struiken en planten. En beslissen van terug te keren. Net op dat moment komt een mountainbike-Siciliaan de bergweg af gestoven. Hij stopt in een stofwolkje van knarsend grint. Of dit de weg naar Noto Antica is, vragen we. “Si”, maar dan wel de aloude weg, alleen nog te gebruiken door mountainbikers, wandelaars en ezels. Noto is verwoest door een aardbeving in 1793 – hij zit er honderd jaar naast. In het Engels legt hij ons verder uit dat we best terugkeren en langs de andere kant van  de berg moeten rijden; dat Noto Antica “very nice” is; dat hij een keer in België is geweest voor de grote prijs formule één in Spa-Francorchamps. Vriendelijke jongen.

Berglandschap met kloof en dichte begroeiing.

In drie tijden keren we op het smalle bergpad en … rijden terug. Een paar kilometer verder, opnieuw op de grote weg, rijden we de mountainbiker voorbij, zwaaiend door het open venster en “arrivederci” schreeuwend.
Inderdaad, langs de andere kant staat Noto Antica goed aangeduid en is de weg veel beter.

Onder een azuurblauwe hemel met hier en daar een doorzichtig wolkenpluimpje bezoeken we de ruïnes van het vroegere Noto: Noto Antica. Veel is er niet van over gebleven: stukken van stadsmuren en een stadspoort, een donjon van een kasteel, veel puin en stenen. De natuur heeft hier duidelijk overgenomen. Resultaat: veel bloemen, vlinders en hagedissen, geur van kruiden, vooral wilde salie … kortom, een prachtige wandeling. Noto Antica ligt op een bergkam, omringd door de Alveria-rivier die diepe kloven heeft uitgesleten. Je kan tot beneden wandelen, maar – hoe graag we dat ook zouden willen – we hebben geen water of proviand bij. En eigenlijk ook niet genoeg tijd als we nog het andere Noto willen zien!

Barok is niet onze favoriete kunststijl. Te druk, te overladen is ons (voor?)oordeel. Maar we moeten toegeven: het barokke Noto heeft iets statigs en toch gezellig, groots en toch op mensenmaat. We parkeren vlot aan het parkje, net voor de Porta Reale, triomfboog uit de 19de eeuw. Op de poort een standbeeld van ??? een pelikaan? “Maar dan wel één met klauwen en zonder zwemvliezen”, merkt B. op. En in het parkje, zowaar een jacaranda-boom (typisch in Zuid-Afrika!) in paarse bloei!

Standbeeld van pelikaan-achtige vogel.

De triomfboog is tevens het begin van de Vittorio Emmanuel III Corso, een kaarsrechte verkeersvrije straat met drie prachtige pleinen.

  1. Eerste plein: de piazza Immacolata. Indrukwekkende trap aan de voorkant van de San Francesco kerk.
  2. Tweede plein: piazza Municipio. Duidelijk het leukste van de drie pleinen met het Palazzo Ducrecio en de San Nicolo kathedraal en het terras van de Pinguino bar. Heerlijke pizza Siciliano met een bicchiere vino rosso! Maar ga er niet naar toilet: unisex en één besch… pot zonder bril.
  3. De piazza XVI Maggio (van de 16de mei) met nog een paar kerken en een Teatro maar duidelijk het minst mooie van de drie pleinen.

Straat en plein in Noto.

Kerk met trappen in Noto.

Teatro van Noto.Evenwijdig met deze straat: de via Cavour. Elke stad in Italië heeft wel een via Cavour. Cavour was de eerste minister die de éénmaking van Italië in de 19de eeuw hielp bewerkstelligen. Nog even het Palazzo Nicolaci binnen wippen. Statige kamers met hoge plafonds en vanop een terras: zicht op het uiterste zuidoostelijke punt van Sicilïe. Dan terug naar de auto, niet zonder een spremuta, een sinaasappelsapje, van een straatventer. En ook nog een zakje pistachenoten kopen! Dat is hier een lokale specialiteit.

Vier uur inmiddels. Terug naar “huis”? Nee, nog “even” naar het zuiden: naar Marzamemi  een oud vissersdorpje van Arabische oorsprong. Heel pittoresk met kleine vissershuisjes, de meeste zijn omgebouwd tot restaurantje of bar. Blijkbaar nog altijd en van oudsher bekend voor de visserij op blauwe vin tonijn. Op dit uur van de dag zijn er alleen maar (weinig) toeristen. Maar ’t is er wel leuk uitrusten van een vermoeiende en overvolle dag.

Marzamemi typisch pleintje.

Rode zeilboot in metaal gemaakt tegen oude muur.

Haventje van Marzamemi.

En nu terug naar onze Masseria … la cena en … uitrusten.

Masseria della Volpe.

Met het vliegtuig reizen is niet leuk, ook niet naar Sicilië. Vroeg opstaan (5u30), sleuren met valiezen, wachten, aanschuiven. Hoewel, gezien de omstandigheden – bijna 2 maanden na de aanslagen – valt het nogal mee op Zaventem. Het heeft 2 uur gekost vanaf parking P2 tot aan de “gate”. Maar eerlijkheidshalve: per vergissing hebben we tickets geboekt zonder bagage. Dat wordt dus extra aanschuiven en betalen voor onze reiskoffers.

In de luchthaven van Catania vinden we vlot “Sicily by car”, waar we ons Citroënneke C1 ophalen. Je moet hier op Sicilië met zijn oude middeleeuwse stadjes en bochtige straatjes niet met een “grote bak” aankomen. Geen druk verkeer overigens op de snelweg van Catania naar het zuiden. Bijna eentonig ware het niet dat de middenberm en zijkanten vol staan met rode, roze en witte oleanders afgewisseld door brem in bloei. Zelfs hier en daar een bloedrode of paarse hibiscus. Prachtig onder een stralende zon maar wel met een strakke wind. We passeren de havenstad Augusta (bootvluchtelingen!) en Syracusa. Daarna hebben we de snelweg bijna helemaal voor ons alleen. Afslag naar Noto voorbij rijden en … dan stopt de snelweg bij Rosolini in het midden van niks. Klein baantje en gelukkig: een wegwijzer naar Masseria della Volpe, ons verblijf voor 4 nachten.

Bijna 2 uur ’s namiddags is het wanneer we inchecken. Een man achter de receptie vraagt ons in het Engels of wij “Belgisch” spreken. “Nee”, leggen we uit, “een deel van de Belgen spreekt Frans, een ander deel Nederlands, “Dutch”. “Oh, ik wist niet dat Belgen ook Deutsch spreken”, zegt de man. Laat maar .. te ingewikkeld om uit te leggen.

Prachtige plek, die Masseria della Volpe: een design-verbouwde boerderij (een masseria) op de top van een helling en omringd door olijfgaarden en sinaasappelbomen. En “carob trees”, Nederlandse vertaling: Johannesbroodbomen. De zaden ervan, de “carobs” zijn zo onderling gelijk in gewicht dat ze vroeger gebruikt werden om het gewicht van diamanten te bepalen: carob = karaat! Hier en daar staan kleine metalen silhouetten van vossen (volpe = vos in het Italiaans) in bloemenweiden met klaprozen, korenbloemen en nog veel meer gele en oranje bloemen waarvan we de namen niet kennen.

Witte modern-gerestaureerde boerderij.

Grasveld met oude olijfboom en silhouet van vos in metaal.

Lunch aan het zwembad: Siciliaanse charcuterie-schotel met een plastic-glas Prosecco! Plastic? Die harde wind, weet je wel. Daarna een wandelingetje in het domein. Genieten van weidse vergezichten over de Noto-vallei. Languit uitrusten in een Indonesische sofa of in een koloniale stoel vanop het panoramische uitzichtpunt. Of in een “Fatboy” langs het wandelpad. Of met tweëen in een hangmat …

Houten terras met grote kruiken onder beige zeildoek.

Wat een luie halve dag!

Afsluiten met een excellent dineetje in het Codarosso (rode staart) restaurant: de “catch of the day” … een grote dorade voor twee.En overgoten met een “Nozze d’Oro” Sauvignon uit Sicilië.