Vannacht lange tijd in de verte gehuil gehoord. Als van één van de vele schurftige straathonden die in de dorpen rond hangen? Of van een jakhals?
’t Is nog donker als we vanmorgen om 6 uur opstaan voor onze eerste tijger-safari. Met 6 personen, een chauffeur en een gids in een open jeep. Door de schemering naar de ingang van Ranthambore National Park. Op de weg en in de dorpjes is de gewone bedrijvigheid al flink op gang aan het komen. Dan de nodige formaliteiten en papierwerk – altijd veel bureaucratie in India – aan de ingang van het park en … de natuur in.

Eerste objectief is een tijger spotten. Dat is niet zo gemakkelijk want een tijger is een nachtdier dat zich voortdurend verplaatst en bovendien een “sluiper”. Tijger zoeken gebeurt dan ook op basis van voetsporen – tijgers verkiezen de zandpaden van het park om zich te verplaatsen – en van alarmkreten van de wilde pauwen of de nilgai (“blue bull” in het Engels – een grote antilopensoort en het lievelingsdieet van de tijger).

Maar laat ik al onmiddellijk met de deur in huis vallen: de tijger zien we niet, zelfs geen spoor. Wel de zopas vermelde blue bull, “nijlgau” in het Nederlands en de “spotted deer” of chital (axishert) = een hert met witte vlekken (herten: mannetjes krijgen en verliezen elk jaar een gewei; antilopen: mannetjes hebben horens voor hun hele leven), everzwijnen. En we krijgen vluchtig een zeldzame Indische gazelle of chinkara te zien. En natuurlijk troepen langoer-apen, fotogeniek met hun zwarte gezicht en lange wimpers. Bovendien is het landschap op zich al de moeite waard met valleien tussen de bruine, half-begroeide bergen, open savanne-achtige plekken, kleine waterpoelen met veel vogels en dicht begroeide jungle.



Op zich zijn de Indische toeristen in het park een niet-zo-positieve vermelding waard. Behalve jeeps rijden er ook zogenaamde “canters” in het park rond: grote open safari-karren met zo’n 20 plaatsen. Deze canters zitten afgeladen vol met – meestal – luidruchtige Indische toeristen die maar in één ding zijn geïnteresseerd: een tijger. Op een stopplaats met toiletten, rijden vijf, zes canters aan. D’er zit ook een grote troep langoeren te wachten op precies die canters … De Indiërs stappen uit. De apen komen aan hun broek trekken. Snacks en stukken brood worden uitgedeeld aan de apen … Van mensenhand to apenhand! In geen tijd is de plek herschapen tot een luidruchtige warboel. Absoluut FOUTIEF menselijk gedrag met als resultaat: steeds driestere apen die op den duur gevaarlijk worden.

Na de lunch staat een boot-safari op de Chambal rivier op ons programma. Helaas duurt de rit er naar toe meer dan een uur, niet alleen door de afstand maar in één van de dorpjes heeft – in de kleine straatjes – een autobus een electriciteitsdraad afgereden. Opstopping en nog meer chaos dan gewoonlijk. Maar de boottocht op het meer valt mee. We zien krokodillen langs de oever liggen, gigantische voorhistorische kolossen zijn het. En veel watervogels, onder andere de “painted stork”, een soort ooievaar en ewart-witte bisschopsooievaars. En reigers, en ibissen .. Aan de andere oever zijn dorpelingen kleren aan het wassen, uiteraard met de hand en in de rivier. Misschien hebben we ook de zeldzame en bedreigde gharial gezien, een krokodil-achtig dier met lange, dunne kaken om vis te vangen en te eten. Maar onze begeleider – zijn Engels is al moeilijk te verstaan – noemt het een kaaiman!?



Rond het avond kampvuur maken we kennis met een oudere Engelse mevrouw, alleen op reis, die zo uit de India-films (Best Marigold Hotel) zou kunnen geplukt zijn. Ze komt al 25 jaar naar India en heeft het zien veranderen, ten goede, zegt ze. Maar ja de ongelijkheid blijft groot. Nog vandaag zagen we families die gewoon, zonder huis in de open lucht (moeten) leven. Leuke discussie en … Ze kent ook Rohet Garh …Ze heeft vandaag in het park een neusbeer (sloth bear) gezien! IPad foto als bewijs. Om jaloers op te zijn …

















En nu terug naar het stadscentrum waar we “ergens” gedropt worden. Maar we moeten maar één lange straat volgen, langs de Clock Tower, doorheen de bazaar met zijn honderden kleine winkeltjes, krochten en ateliers, oppassen voor de apen die overal op en over springen, langs koeien, vuilhopen, verkopers van alles en nog wat, laverend tussen de riksha’s en moto’s en een stroom aan mensen … tot aan de ingang van het paleizencomplex.



Udaipur: stad met de meren – met enige overdrijving ook wel het Venetië van India genoemd – omgeven door het Aravali gebergte. Maar vooral: één grote verkeerschaos. De smalle bochtige straatjes zijn eeuwen geleden ontstaan voor voetgangers, karren, paarden, ezels, geiten en kamelen. Niet voor auto’s, scooters, brommers, riskha’s, fietsen en busjes. Nochtans leidt goddelijke voorzienigheid ertoe dat deze verkeersstroom toch vlot beweegt. Ofwel bestaan er mathematische, statistische of stochastische modellen die de continue doorstroom verklaren. Een basisregel is wel: nooit boos of agressief worden. De Indiërs blijven zen bij de warboel en kakofonie van jewelste. Raju dropt ons, temidden van die chaos, aan het stadspaleis.




In 1710 kreeg de toenmalige Maharadja als bruidschat van de familie van zijn bruid ook 48 maagdelijke begeleidingsdames cadeau. En wat doe je dan als Maharadja. Juist, je bouwt een tuin voor de dames. Saheliyon-Ki-Bari is nu een prachtig park, met lotusbloemen, fonteinen en vijvers, wit-marmeren olifanten en … vooral veel Indiërs die ons belagen om foto’s van ons te nemen. Tot selfies toe! Indiërs zijn bezeten door fotografie. Maar we spelen het spel graag mee! Tijd om terug te keren naar het hotel want vanavond staat – op advies van Raju – “a night on the town” geprogrammeerd.
