Kroatië: over Dalmatiërs, Marco Polo en kravatten.

Plitvicka jezera … een vreemde, Oost-Europees aandoende naam. Reportage daarover gelezen in het A.S. Adventure Magazine. Voor ons aanleiding voor een weekje Kroatië met dus – hopelijk – bezoek aan zijn grootste nationale park, Plitvicka jezera. (Jezera = Kroatisch voor een “meer”; Plitvicka jezera = het meer van Plitvice). En prompt deze reisblog opnieuw tot leven gewekt!

Kroatië, wat is dat alweer en waar ligt het? Deel van het vroegere Joegoslavië – onafhankelijkheidsoorlog tot amper 20 jaar geleden – etnische zuiveringen – lid van de E.U. sinds 2013 – ligt aan de overkant van de Adriatische zee, tegenover Venetië, dus eigenlijk een Mediterraan land – hoofdstad Zagreb – steden als Split en Dubrovnik – in oppervlakte bijna dubbel zo groot als België, maar met veel minder inwoners: 4,8 miljoen. “Hrvatska” in het Kroatisch, vandaar landcode “Hr” voor auto’s.

Kaart van Kroatië.

Op het eerste zicht veel te veel te zien en te beleven. En op het tweede zicht, met behulp van de Michelin Groene Reisgids Kroatië … ook nog! Een week is (te?) weinig. Dus wordt het kiezen, selecteren en beperken tot … Zadar en het noorden van Dalmatië.

Dalmatië, dalmatiër? Staat hier de wieg van de witte hond met zwarte vlekken, populair gemaakt door een Disney-film. Hmmm … de Kroaten zullen het ons misschien graag doen geloven, maar de naam van het hondenras zou afgeleid zijn van het latijnse “dalmatica”, hermelijnen koningsmantel. En er zijn afbeeldingen van dalmatiërs gevonden in Egyptische piramides. Dus, laat Dalmatië gewoon een langgerekte kuststreek van Kroatië zijn. D’er is ook nog Istrië, Slavonië, Moslavina … Je vraagt je soms af waarom ze Joegoslavië niet nog verder hebben opgedeeld.Op ons “te zien en te doen” lijstje:

  • Zadar, oude versterkte stad met historisch centrum op een schiereiland en met een “zee-orgel”, wat dat dan ook moge zijn of voorstellen.
  • Minstens één of een paar van de ontelbare eilanden, bij voorbeeld Pag (wel te bereiken via een brug). De Žigljen-kaas die er rijpt zou tot de 50 beste kazen ter wereld behoren. Trouwens, op een ander eiland, Korcula, zou Marco Polo geboren zijn. Je kan er zelfs zijn geboortehuis bezoeken. Alleen denken de meeste historici, met inbegrip van alle Venetianen, dat Marco Polo in Venetië is geboren. Korcula ligt tussen Split en Dubrovnik, dus toch te ver voor ons. De Kornati archipel zou dan weer wel kunnen qua afstand, maar blijkbaar kan je er alleen maar naar toe via “ontbijt-en-lunch-en-alles-inbegrepen-bootexcursies”. Misschien is de ferry naar Dugi Otok eiland een goed alternatief. Zullen we ter plaatse moeten uitvissen.
  • Het nationaal park Krka (als Keurka uit te spreken) met de Skradinski Buk watervallen.
  • En natuurlijk ook Plitvicka jezera, de aanleiding of het excuus voor deze reis.

Iemand andere en/of betere tips?

Benieuwd ook of er nog sporen van de oorlog zijn. In het landschap, of in de steden en dorpen … of bij de Kroaten zelf. Als je “April Fool’s Day” van Josip Novakovitch leest, een soort kroniek vol zwarte humor van de laatste 70 jaar Kroatische geschiedenis, dan denk je dat alle mannelijke Kroaten van boven de veertig oorlogsmisdadigers zijn terwijl al hun vrouwen zijn verkracht door Bosniërs of Serviërs.

“The Hired Man” van de Britse schrijfster Aminatta Forna speelt zich dan weer af in het denkbeeldige dorp Gost, dicht bij Zadar en Pag. De dorpelingen zijn nors en gesloten. Het verhaal begint idyllisch, doet denken aan “Een huis in Toscane”, van Frances Mayes, maar algauw doemen ook hier de spoken en nachtmerries uit het recente oorlogsverleden op. In delen van Kroatië liggen nog steeds niet geruimde mijnenvelden, onder andere in het achterland van Zadar. Natuurparken en de kuststreek kregen immers voorrang bij de ontmijning. ’t Zal dus zaak zijn om GEEN wandelingen zelf te improviseren en uit te kijken voor de “Ne Prilazite” (niet betreden) borden.

Kroatische huurlingen bouwden al in de 17de eeuw een serieuze vechtersbaasreputatie op. Lodewijk XIII onderhield een apart Kroatisch regiment in zijn leger. En die Kroaten droegen allemaal een eigenaardig geknoopte lap stof rond hun nek. Volgens romantische overlevering was dat door hun vrouw en/of liefje om hun nek geknoopt zodat ze zich altijd hun Kroatische “thuisfront” zouden herinneren. En de Fransen begonnen prompt op dezelfde manier een lap stof rond hun nek te knopen … en noemden die lap “une cravate”, een verbastering van “Croate”. Maar we laten nu onze dassen thuis en we dromen nog tot het vertrek op 28 augustus van …

Woord Kroatië gevormd met kleurrijke dassen.

P.S. In de lente en herfst nemen kraanvogels (Grus grus) soms de oostelijke migratieroute over de Adriatische zee op hun tocht naar en van de Hongaarse poesta. Met veel geluk zie je ze soms verpozen op de eilanden voor de Dalmatische kust.

Porto en Matosinhos

Tweede dag en laatste dag in Porto en tweede dag in de mist, althans om 8 uur ’s morgens. Anderhalf uur later heeft de zon alles opgeruimd en is de hemel weer stralend blauw.

Deze keer dropt de taxi ons aan het Palácio de Cristal, eigenlijk het sportpaleis. De naam verwijst naar de vroegere serres, kristalpaleis. Als we wat besluiteloos rondkijken, springt een Portugees in jogging-outfit, in vloeiend Engels, ons ter hulp. We moeten absoluut de Jardim, het park en de tuinen bewonderen, een deel van het “groene Porto”. Wisten we trouwens dat hier in de buurt Rosa Mota woont, de ex-marathon loopster en olympische kampioene uit de tachtiger jaren? En dat Elton John in de rozentuin hier inspiratie voor zijn liedjes kwam opdoen? De over-enthousiaste jogger neemt ons bijna aan de hand mee tot aan die rozentuin. Dit is een ideale plek om te wandelen en het is ook ideaal wandelweer! Eeuwenoude bomen, vijvertjes, watervalletjes, beelden, loslopende pauwen, … afwisselend schaduwplekken en zon.

Maar we worden onvermijdelijk naar beneden, naar de Douro gezogen en dalen opnieuw af langs oude, deels vervallen, maar toch nog statige huizen. Vrijdag, wasdag? Aan vele balkonnetjes hangt kleurrijke was te drogen. De oude tram dokkert voorbij over zijn ene spoor. Alleen op sommige plaatsen kunnen twee tramstellen elkaar kruisen.

Van op de kade zien we de meest westelijke brug over de Douro, de Ponte de Arrábida. Aan de overkant lijnen de Porto-huizen en kelders de kades af. Toeristen worden af en aan gevaren op hun zes-bruggen boottocht. Vissers bewaken hun hengels maar … lijken niets te vangen. Tijd nemen om te verpozen op een bankje in de zon. Dan verder wandelen langs de rivier en opnieuw bij de Ribeira, de oude stadskades en steegjes uitkomen. Koffie drinken op een terrasje in de schaduw en het schouwtoneel gade slaan. Plots vliegen grote groepen meeuwen luid krijsend op! Een drone cirkelt boven onze hoofden … De xylofoon-speler, net voor ons terras, tokkelt onverstoord verder. Vier stadswerkmannen slaan een (lang) praatje.

Dan langs smalle kronkelende paadjes en trappen weer naar de bovenstad klauteren waar we op het plein voor de kathedraal uikomen, Sé Catedral. Middaguur: kathedraal gesloten tot 14u30. Maar ten minste kunnen we het plein zelf bewonderen met een soort schandpaal in “neo-pombalijnse stijl” (dixit Michelin-gids, wat dat dan ook mag zijn) en het zoveelste Douro-panorama. Iets verder ligt de vismarkt waar ze net aan het opruimen zijn. En nog wat verder is het Sao Bento plein. Tijd voor broodjes met tonijnsla of kip. De naam “Sé” intrigeert ons. Hebben we al op vele plaatsen gezien, meestal (of altijd?) samen met de naam van een religieuze plaats. Een vlotte kelner legt ons in het Engels uit dat het woord moeilijk te vertalen is en zoiets betekent als “plaats waar mensen die naar de kerk gaan, samen komen”. Vertaal-apss zeggen: sé = indien. Iemand een beter idee of vertaling?

Aan het Sao Bento plein ligt ook het treinstation. De centrale hall is zeker het bekijken waard: metershoge azulejos tonen taferelen uit het vroegere landelijke leven in en om de Douro-vallei en belangrijke historische Portugese gebeurtenissen. Twintigduizend tegeltjes gebruikt!De treinsporen liggen volledig omsloten door verdiepingenhoge huizen. Ze duiken ook direkt na het station een tunnel in. Geeft een eigenaardige ingesloten indruk.

We wandelen verder in oostelijke richting langs de Igreja (kerk) São Ildefonso en de Praça de Batalha met het nationaal theater, naar de Ponte do Infante. Je hebt hier best geen hoogtevrees in Porto: opniew een brug ettelijke tientallen meters boven de rivier. Van hieruit heb je ook een goed uitzicht op de Maria Pia brug van Eiffel langs de ene kant en de Luis I brug aan de andere kant. Afdalen langs gevaarlijk steile steegjes, te meer daar er werken aan de gang zijn. En opnieuw aanbelanden bij de Ribeira. De lokale (mannelijke) jeugd verzorgt er spektakel (en bewijst hoe stoer ze zijn) door van de metershoge kademuren de rivier in te duiken. Ze zwemmen zelfs tot onder de aanlegpontons van de toeristenboten! Een drietal Engelsen springt de Portugese jeugd prompt achterna.

Je kan toch moelijk Porto bezoeken en geen Porto drinken. Dus doen we dat maar, andermaal op een terrasje in het oude stadscentrum. Daarna weer klimmen en terug naar het Sao Bento plein waar we een taxi terug naar het hotel nemen.

Een restaurant aangeraden door de groene Michelin-reisgids is met een verkeerd telefoonnummer in de gids opgenomen. De hotel-balie echter beveelt aan en reserveert voor ons “5 Oceanos” in Matosinhos, aan de nieuwe haven “Porto de Leixões”. Een visrestaurant. Het interieur ziet er een beetje als het binnenste van een schip uit. In de ene wand zijn meterslange aquariums ingebouwd. Hier huizen gigantische krabben, kreeften en langoustines, wachtend op het executiebevel van een klant. De vis bestel je hier per kilo of je neemt een gerecht voor twee of meer personen tegelijk. We eten vissoep en krabsla (geserveerd in een uitgeholde krab) als voorgerecht en een soort “cassoulet” van “Monk fish” (lotte) met garnalen en aardappelen in een royale groenten/tomatensaus. Lekker!

Het toilet is een belevenis op zich. Je plast er (als man) in een soort diepe visbak gevuld met ijsblokjes, van het soort dat je ook in je cola of aperitief gooit. En je ziet er de achterkant van de aquariums! Zouden ze je van in het restaurant kunnen zien?Met taxi terug. Nog een laatste drankje in de hotelbar om deze reis af te sluiten.En nog gauw een aantal misvattingen uit de wereld helpen.

Misvatting 
FOUT: niet in de winter en dus ook niet tot en met juni.
Misvatting 2:
FOUT: hoewel Porto en andere steden hun arme(re) wijken hebben, lijkt het noorden zeker geen arme regio.
Misvatting 3:
ABSOLUUT FOUT: altijd en overal werden we spontaan met een glimlach begroet en – ondanks de taalbarrière – hartelijk verder geholpen.
Tchau Portugal!

Porto

Opnieuw stralend weer vandaag. Maar we zien de vallei van Ponte de Lima nog onder een melkwitte wolkendeken liggen. Vandaag keren Anny en Luc terug naar België. Wij trekken met vieren verder voor nog twee dagjes Porto.

’t Is 10u30 wanneer we zoals gewoonlijk, de Portagem electronica (electonische tolbetaling, aangeduid met groene V) op de snelweg doorrijden. Weinig verkeer op de autoestrada do Minho (A3). En dan, zo’n kleine 15 km voor Porto rijden we de mist/bewolking in. Zienderogen zakt de temperatuur van 24° naar amper 16°. Wat een verrassing: we zijn er “niet op gekleed” (short en polo!) en moeten in de parkeergarge van het Ipanema Park hotel snel wat warmers uit de bagage halen. Bagage dan achterlaten in het hotel (kamers nog niet beschikbaar) en na een eerste  4 “cafés” in de hotelbar (€ 8!) met de taxi (€ 5,55) naar de Praça de Liberdade.

Plein met statige gebouwen en ruiterstandbeeld.

We moeten even wennen aan de (toeristische) drukte en het frisse weer en de wolken. Maar dan wandelen we langs de Rua dos Clerigos verder. Zien al snel de oude stadstram voorbij dokkeren. Bezoeken de van binnen Italiaans aandoende en ovale “dos Clêrigos” kerk met de aparte en voor Porto karakteristieke toren. Wandelen dan verder langs de Rua das Carmelitas en zien er twee barok kerken, zij aan zij gebouwd.

Lunchen in een klein restaurantje aan een parkje, dicht bij het justitiepaleis. De baas, tevens kelner en deels bereider van nagerechten, spreekt maar een paar woorden Engels. Bereidwillig komt hij ons met handen en voeten en een menu in het Engels uitleggen wat we kunnen eten. De bestelling wordt op een hoek van het papieren tafellaken genoteerd. Mijn glas Super Bock blijkt niet tot aan het reglementaire streepje gevuld te zijn: vat af! Er moet een nieuw vat worden gestoken. De baas/kelner put zich uit in Portugese verontschuldigingen en brengt even later een aanvullend kleiner glaasje bier. De rekening maken is makkelijk: op het tafellaken prijzen bijschrijven en optellen, zonder calculadora. Toch is hij de Franceshina van Herman vergeten aan te rekenen en wanneer we hem daarop wijzen, volgt er opnieuw een lange litanie in het Portugees. We begrijpen dat hij maar 8 jaar school heeft gelopen. Vriendelijke mensen, die Portugezen. En buiten heeft de zon de mist en wolken opgeruimd! Wat willen we nog meer?

Rekening, gekribbeld op wit, papieren tafellaken.

We wandelen verder tot aan de Miradouro da Vitoriá. Daar krijgen we voor het eerst een panoramisch overzicht van een deel van de stad, de Douro en de spectacularie stalen boogbrug, van Eiffel? Nee, dat is een misvatting. De brug is de Ponte Luis I met twee niveaus: één voor een metrolijn en voor voetgangers (de hoogste) en de laagste voor autoverkeer en voetgangers, door een compagnon van Eiffel ontworpen. De brug is 45 m hoog en overspant 172 meter. We vervolgen onze weg langs de Jardim do Infante Henrique met standbeeld van Hendrik de Zeevaarder. Dan verder afdalen en langs de Ribeira, kades en havenbuurt, verder wandelen naar de brug toe. Dit is inderdaad HET toeristische hart van Porto bij uitstek. Tientallen terrasjes en restaurantjes langs de rivier. Levende standbeelden en andere artiesten vrolijken de boel nog een beetje op. Platbodems vol toeristen schuimen de rivier af. Hier en daar is nog een oude boot met wijntonnen te zien … speciaal voor de toeristen laten liggen? De vinho verde in de zon smaakt hier in elk geval net nog wat beter.

Metalen boogbrug van onderen gezien.

We wandelen de brug over op het laagste niveau en blikken terug op de rivier die nu baadt in een mistig “late namiddag zonlicht”. Hier aan de overkant liggen de Porto wijnhuizen: Offley, Sandeman, Taylor’s … ze zijn er allemaal. Voor een bezoek is het te laat en de vermoeidheid begint zijn tol te eisen.

We keren terug en bestijgen de trappen langs de rotsachtige helling waartegen toch nog huizen zijn geplakt. Het lijkt zelfs alsof het hoogste niveau van de brug een hap uit het dak van een huis heeft genomen. Nog even op dat hoogste niveau van de brug wandelen en genieten van het panorama. Stroomopwaarts zien we eindelijk de Maria Pia brug van Eiffel, andermaal een stalen boogbrug, sierlijk met één enkele boog. Dan wandelen we terug het stadscentrum in en nemen een taxi naar het hotel.

Nog een Matteus als aperitief. Daarna avondeten in buffet-vorm en onze eerste dag Porto zit er op.

Barcelos en Viana do Castello.

Een pelgrim op weg naar Santiago de Compostella passeert in Barcelos. Daar is net een diefstal gepleegd! Wat is er gemakkelijker en praktischer dan een vreemdeling te beschuldigen? In geen tijd zit onze pelgrim voor de rechter. Met diefstal wordt er in het noorden van Portugal niet gelachen: de pelgrim wordt tot de strop veroordeeld. Maar hij is onschuldig en roept: de haan zal mijn onschuld wel uitkraaien! De pelgrim wordt naar de galg gesleurd terwijl de rechter op restaurant een gebraden kippetje bestelt. Het gerecht wordt geserveerd maar … plots spingt de kip recht en kraait!!!!! Bewijs van onschuld van de pelgrim! De rechter haast zich naar de galg waar blijkt dat – op het eigenste moment dat de haan kraaide – ook het touw brak. De pelgrim is levend en wel verder getrokken naar Santiago de Compostella. Eind goed, al goed.

Er zijn vele versies van dit verhaal. Van wulpsere tot meer religieuze met tussenkomst van (de heilige) Santiago zelf. Feit is dat sindsdien de haan HET symbool van Barcelos, en bij uitbreiding van gans Portugal, is.

We bezoeken dus Barcelos. We worden op zowat elke straathoek begroet door één of andere grote polyester haan. Allerlei soorten, kleuren en vormen.

Overblijfselen van een kasteel domineren hoog boven de rivier, de ingang van de stad. Aan de ene kant van de rivier ligt Barcelinhos, aan de andere kant Barcelos, de namen uitgewerkt in een bloemenperceel, één op elke oever. Mooi gerestaureerd middeleeuws centrum. Een kerk in de vorm van een Grieks kruis. Toeristische dienst, vol hanenbeeldjes. Een toren waar je in en op kan. Ook al met hier en daar een beeld van een haan binnenin. Vanop de top van de toren, uitzicht op de wijde omgeving, de Cávado-rivier met middeleeuwse brug en … de terrasjes aan de voet van de Torre. Nog even door de smalle straatjes flaneren, een groep schoolkinderen met leuke petjes en schorten, in file zien passeren, winkelvitrines bekijken, een café met bon bon (praline) bestellen op het terrasje van een artisanale chocolatier en op naar onze volgende bestemming: Viana do Castelo.

In Viana mondt de rio Lima breed uit in de Atlantische Oceaan. We parkeren aan de citadel bij het begin van de haven op een immense parking. De havenkranen staan er blijkbaar meestal werkloos bij op dit moment. We wandelen langs de kademuur naar het stadscentrum. Aan een dok komen we het cultureel centrum tegen: een modern gebouw met overal glas. Aan de achterkant ervan liggen terrasjes met uitzicht op de haven, op bootjes en schepen, en in de verte, zicht op de 600 meter lange Eiffel-brug over de Lima. Inderdaad gebouwd door Gustave Eiffel, himself. Eigenlijk is het een dubbele brug: onderaan spoorweg, bovenaan autoverkeer. Alles uit staal. Houdt al anderhalve eeuw stand!

Het is middag, dus tijd voor lunch. De zon staat hoog aan een wolkenloze hemel maar hier tussen het cultureel centrum en de kade zijn er terrasjes in de schaduw. Ideaal!

Het stadscentrum zelf ligt een beetje geprangd tussen zee, monding van de Lima en bergen. Viana is altijd al een haven- en visserstad geweest. Rijk geworden door de ontdekkingsreizen en de invoer vanuit Brazilië. Naast de kleine, bochtige straatjes in de buitenwijken zie je er in het centrum veel statige gevels in renaissance en manuel-stijl. Er is – natuurlijk – een centraal plein met voormalig stadhuis en een fontein als eerbetoon aan de zeevaarders van Viana. En de Igreja da Misericórdia: binnenin op en top overdadige barok. Bovendien is elk vrij plaatsje muur ingenomen door azulejos die allerlei taferelen uit de oudheid afbeelden. Mooi? Hmmm…

Iets buiten het stadscentrum, aan de voet van de bergen, nemen we de Elevador de Santa Luzia, het kabelspoor uit 1923, het langste (650m) en steilste van Portugal. Bovenop de bergrug die Viana domineert, staat de kerk van Santa Luzia, ook weer in de vorm van een Grieks kruis. Volgens de Michelin-gids amper een vermelding waard. Maar het interieur van de kerk is voor één keer niet-barok, licht en luchtig en niet overladen met versieringen of azulejos. Maakt echt een prettige indruk. Vanop de trappen van de kerk is het zicht op de monding van de Lima, op Viana met zijn haven en – in de verte – met ongerepte zandstranden, echt overweldigend.

Op het plein voor de kerk staan twee Portugezen wat bij te klussen door op de traditionele manier, compleet met statief en grote oude camera, foto’s te nemen van toeristen en – uiteraard tegen betaling – ter plaatse te ontwikkelen in een doos die als piepkleine zwarte kamer dienst doet. Eén van de fotografen wordt omstuwd door een groep Portugese toeristen die er duidelijk plezier in hebben.

We zitten vandaag al aan meer dan 20.000 stappen (iPhone app) en keren dus terug naar “huis”. Eerst zalmforel kopen in de “Pingo” supermarkt. Dan duikje in het zwembad om af te koelen van deze hete dag. Voor het eerst is het zo warm dat we tot laat buiten kunnen eten, drinken en babbelen. Onder een sterrenhemel en met uitzicht op de twinkelende lichtjes van Ponte de Lima.

Ponte de Lima en Lindoso.

Meer dan tweeduizend jaar geleden: op hun veroveringstocht door het Iberisch schiereiland stoten de Romeinse legioenen op een lieflijke rivier in wat nu het noorden van Portugal is. Zo mooi is de streek, de direkte omgeving en vooral de rivier dat dit niet anders kan zijn dan de Lethe, mythische rivier van de onderwereld. Maar: wie de rivier over steekt, verliest zijn geheugen! De Romeinse opmars stokt! Een slimme centurio waadt met zijn paard de rivier door. Vanop de andere oever roept hij zijn soldaten één per één bij naam. Het ultieme bewijs dat dit niet de Lethe is! De soldaten steken over en …. bouwen gelijk een brug over wat nu de Lima heet. De Romeinse brug ligt er nog in Ponte de Lima, een allerliefst stadje. Je wandelt er over de goed bewaarde brug rechstreeks het oude stadscentrum in. Hier en daar kris-kras standbeelden van lokaal bekende figuren en van het vroegere plattelandsleven. En …. een kolonne Romeinen op de ene oever en een centurio te paard op de andere. Vele gezellig uitziende restaurantjes, cafeetjes en terrassen. Waarvan we er één uitproberen. Stralend weer is het met een staalblauwe lucht. Ponte de Lima is een absolute aanrader!

Kerk van Ponte de Lima met Romeinse brug.

Wat mondvoorraad inslaan voor een picknick deze middag (12 pistoleetjes = € 1,25 in totaal) en dan rijden we node verder naar het Peneda-Gerês nationaal park.

We volgen de Lima rivier stroomopwaarts langs de linkerover. Het landschap is heuvelend groen en de dorpjes worden kleiner en schaarser naarmate we het natuurgebied naderen. In de verte een rookpluim en een blushelikopter: bosbrand! Maar gelukkig ver weg.

Lindoso, wat in het oud-Portugees “mooi” of “lieflijk” zou hebben betekend, ligt bij een ingang van het nationaal park, op een heuvel met uitizcht op het stuwmeer en bijna op de grens met Spanje. Het stuwmeer is ontstaan door de afdamming van de Lima in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Daardoor is de streek ingrijpend veranderd: de rijke landbouwgronden liepen onder water, het dorp liep leeg! Meer dan zeshonderd inwoners vóór de bouw van de dam, nu nog een goed tachtigtal. Getuigen van het landbouwverleden: de vele eigenaardige “silo’s” om maïs te drogen en te bewaren. Het zijn op palen gebouwde stenen gebouwtjes. Ze lijken wel op kapelletjes waarvan er nog een groot deel zijn overgebleven dicht bij het kleine bezoekerscentrum aan de voet van de Castelo: espigueros!

Grijze stenen silo op palen.

Want dat is nog een andere bezienswaardigheid: overblijfselen van een versterkte burcht waarvan reeds sprake was in de dertiende eeuw. Relatief goed bewaard en gerestaureerd. Je kan in en rond de ruïnes wandelen en op een deel van de kantelen. Op het binnenplein is een bezoekerscentrum tegen de oude muren aan gebouwd: staat echter leeg en is gesloten. Een miskleun van voor de recente financiële crisis?

Tijd nu voor een fikse wandeling in het nationaal park … Waar er weinig aangeduide wandelwegen zijn en nog minder wandelkaarten. Maar een vriendelijke Portugees uit het bezoekerscentrum heeft ons een plek getoond waar we de auto’s kwijt kunnen en een berg op (en af) wandelen … 14,5 km naar de top van waar je Spanje ziet. Maar dat redden we natuurlijk vandaag niet meer. De halve wandeling biedt ons echter spectaculaire panorama’s over de bergen en het stuwmeer. Dat alles overgoten met een stralende zonneschijn.<

Meer in de diepte in groene omgeving.

Na een tijdje haakt de helft van ons zeskoppig gezelschap af en verkiest – waarschijnlijk – een frisse pint, beneden in Lindoso. Met drieën trekken we verder, genietend van het landschap, de zon en de stilte die alleen doorbroken wordt door vogelgetsjilp en … af en toe een koeienbel, ongetwijfeld van een prachtige “longhorn”. 

Close-up van hoofd van rosse longhorn koe.

De top bereiken we uiteraard niet: aan een paar ruïnes (woongebouwen die nu als stallen gebruikt worden) stoppen we en keren terug. In totaal zullen we iets meer dan 2 uur hebben gewandeld. De welverdiende pint “Super Bock” achteraf smaakt. We konden ze deze keer in het Frans bestellen en een praatje maken met de Portugese dienster …. De rekening wordt op een geruit papiertje gekrabbeld …

Terug naar ons vakantieverblijf. Wat Vinho Verde en tomaten kopen. Zwembad induiken. …

Oh, what a perfect day ….