Paracas.

6 september, 2013.

Het schiereiland Paracas is voor het grootste deel één superdroge woestijn. Een nationaal park ook, toegang 8 soles per persoon. Om negen uur ’s morgens rijden we het gebied binnen, amper een paar honderd meter van ons hotel vandaan.

Dit is een zo goed als volledig verlaten streek. Hoge zandduinen wisselen af met steenbergen van allerlei kleur, van roodbruin over grijs tot geel of wit. Auto in 4 x 4 gooien. D’er hangt nu de klassieke mist uit de kuststreek, net zoals bij het begin van onze reis in Lima. Deze woestijn ligt immers langsheen de kust van de Stille Oceaan: hoge rotsklippen omringen in halve maanvorm prachtige verlaten strandjes. Op één daarvan, Playa de la Mina, wandelen we even rond, net als de zon door de mist heen breekt. D’er liggen twee vermoedelijk recente kadavers van zeehonden, nog geen lijkstank. Een paar gieren cirkelen boven de kliffen maar tonen (nog?) geen interesse. Hagedissen schieten voor onze benen over de rotsen. In de verte dobbert een vissersboot, begeleid door tientallen zeevogels.

Paracas, Peru

Red Eye Oyster Catcher, Paracas, Peru

Paracas, Peru

Paracas, Peru

Een eindje verder bereiken we het vissersdorpje Lagunillas. Hoewel … dorpje is veel gezegd voor een kleine aanlegsteiger en een tiental huizen waarvan de helft houten barakken met golfplaten daken en die zichzelf restaurant noemen. Een vissersboot is net aangemeerd en wordt omstuwd door tientallen pelikanen, tuk op wat eventueel van de boot valt.

Paracas, Peru

Paracas, Peru

Paracas, Peru

Iets verder, de Playa Rojas een strand van rood zand wat mooi contrasteert met de okergele kleur van de rotsen en het blauw van de oceaan. Nog mooier met zonneschijn!

Beach, Paracas, Peru

Shoreline, Paracas, Peru

Broodjeslunch in de auto.

We doen zowat alle strandjes en miradors (uitkijkpunten) aan in het deel van het park wat vrij toegankelijk is. Als laatste: la catedral, een uitstekende rots die met een door de zee uitgesleten booggewelf verbonden is met de klif op het vasteland. Of beter “was” verbonden: de aardbeving van 2007 heeft de “kathedraal” gesloopt en het gewelf doen instorten. Er blijft alleen een rots in de zee over. Maar: hier kan je ook via een geasfalteerde weg komen, niet alleen via 4 x 4 weg. En dus zien we hier voor het eerst massa’s toeristen, aangevoerd met collectivo’s of bussen. Ze staren zich blind op op die ene rots. Wij hebben er veel mooiere en spectaculairdere gezien. 

Vele plateaus vertonen ook grote scheuren een paar meter van de rand: resultaat van de aardbeving? In elk geval iets om voorzichtig bij te zijn!

Nog even verder rijden naar de “salinas”, zoutwinning. Niet voor toeristen blijkbaar: de weg loop hier dood op het zoutcomplex. Langs de weg liggen grote grijswitte zoutbergen.

Salinas, Paracas, Peru

Terug naar de ingang van het park waar we het “visitors centre” bekijken. Leuke tentoonstelling over de dieren, het klimaat, archeologische vondsten in Paracas. Buiten is inmiddels de typische “namiddagwind” opgestoken: doordat de woestijn verhit, stijgt daar de lucht en schept zo een vacuüm wat dan weer door de koele lucht van over de oceaan wordt ingevuld.

Nog even tot aan Puerto San Martin1 rijden. De haven mogen we als toeristen echter niet binnen rijden. Opvallend, waar je ook komt, gaat, staat of rijdt in Peru, zelfs op de meest afgelegen plaatsen, zie je langs de kant van de weg iets wat op kleine kapelletjes lijkt. Een halve meter hoog, dikwijls met een kruis er bovenop. Naam van een persoon ook in de rand van het dak. Veelal een foto van de persoon. Soms met twee, drie of meer naast elkaar. Graven? Of alleen maar gedenkschrijnen van overledenen? Blijft een raadsel …

Shrine, Paracas, Peru

Terug naar het hotel. Daar zijn zware verbouwingswerken aan de gang die al hebben geleid tot weinig tot matig ongemak. Vandaag wordt er echter constant geboord, net naast onze kamer. Niet te harden en niet te aanvaarden. Dus vragen we een andere kamer, zover mogelijk weg van al dat “geboor”. En … we krijgen een “upgrade” naar een kamer, helemaal aan de andere kant, aan het strand gelegen en dus uiteraard met zicht op zee. Fantastisch: vanuit onze kamer kunnen we de beweging van de Peruviaanse pelikanen, aalscholvers, witte reigers en andere rare vogels gadeslaan. ’t Is zelfs zo  leuk dat we diner op de kamer bestellen … echter niet zonder eerst een flesje rode wijn te zijn gaan halen in El Chaco EN onze “complimentary” gratis Pisco Sour te hebben genuttigd in de bar. Gezondheid!

Slapen nu. In alle rust. Met gordijnen wijd open en zicht op de oceaan.


1 José Francisco de San Martín was een Argentijnse generaal die een groot deel van Zuid-Amerika wist te bevrijden van de Spaanse overheersing. Zo ook onder andere Peru: hij landde met een leger van 4.000 soldaten en 6 schepen in El Chaco op het schiereiland Paracas in 1820 en begon van daar uit de Peruviaanse bevrijdingsstrijd. Die leidde tot onafhankelijkheid in 1821.

Islas Ballestas.

5 september, 2013.

Gisteravond nog een tour geboekt naar de “Islas Ballestas”, de Ballestas eilanden. Dus staan we vanmorgen om tien voor acht al klaar in de lobby van het hotel. Per taxi naar El Chaco, het haventje van Paracas van waar de “speedboats” naar de eilanden vertrekken. Prijs en betaling van de tocht is met het hotel geregeld maar hola … er is nog 5 soles per persoon belasting te betalen … en nog 2 soles per persoon voor gebruik van de pier! Opnieuw pelikanen langs het strand en de pier. Instappen, oranje reddingsvesten aan en weg.

Pelican at El Chaco, Peru

Begeleid door ontelbare vluchten watervogels en af en toe een school zeehonden, varen we eerst langsheen een berghelling met de “candelabro”, een prehistorische geogplyph. Een geoglyph is een grote figuur in de bodem of in een berghelling uitgetekend. De Nasca-lijnen van gisteren zijn ook geoglyphen. Opnieuw is het onduidelijk wat de betekenis is: de figuur lijkt op een drie-armige kandelaar of een cactus, is 180 meter lang en 60 cm diep uitgegraven.

Candelabro, Peru

Daarna op naar de Islas Ballestas. Het aantal zwermen zeevogels van allerlei pluimage neemt toe naarmate we de eilanden naderen. Zonder overdrijven: duizenden en duizenden vogels scheren over onze hoofden of langs de boot, laag over het wateroppervlak. Dat wordt nog erger bij het naderen van de eilanden: aalscholvers, vogels die er uitzien als kleine Jan-van-genten (Peruvian Booby), ontelbare soorten meeuwen, scholeksters, gieren, pelikanen zelfs een klein aantal pinguïns bevolken de grillige rotsen van de vele eilandjes. De rotsen zijn letterlijk wit besch… Nog nooit zoveel vogels samen gezien.

Islas Ballestas, Peru

Red Eye Oyster Catcher, Islas Ballestas, Peru

Islas Ballestas, Peru

Islas Ballestas, Peru

Maar je kan het al van ver ruiken: de echte sterren van deze grillig uitgesneden eilandjes zijn echter de “lobos de mar”, zeehonden! Met tientallen liggen ze op de rotsen en/of duiken ze in zee. De boot komt zo dicht bij de dieren dat je ze bijna kan aanraken. Af en toe klinkt het rauwe gebrul van de mannetjes die hun territorium en wijfjes opeisen. Hier en daar duikt een jong weg achter de beschermende moeder. Een reusachtig zwart mannetje domineert een rots … deze dieren kunnen tot 200 kilogram wegen! Ontelbare mosselen op de rotsen langs de waterlijn. En grote zeesterren … Boeiend: de boot laveert nu rustig tussen de eilandjes – sommige doorgangen zijn heel nauw – en begeeft zich zelfs in en door enkele door de zee uitgesleten natuurlijke tunnels, de zijkanten ervan uiteraard weer flink bezet door zeehonden.

Lobos de Mar, Islas Ballestas, Peru

Lobos de Mar, Islas Ballestas, Peru

Op een paar eilandjes zijn nog de restanten te zien van de vroegere exploitatie van guano (zeevogelstront – grootste producent de aalscholver): vervallen gebouwtjes en een paar aanlegsteigers. Om de drie jaar wordt de guano nog steeds afgeschraapt en als mest verkocht: 50 EUR (niet 50 soles) per kilo! Niet meer de grote vraag en het grote succes van vroeger maar de producenten gaan toch lekker door.

Guano, Islas Ballestas, Peru

Fantastische tocht, nieuw hoogtepunt van deze reis. Na twee uur staan we terug op de pier van El Chaco. Een paar “locals” staan net naast de pier op het strand, omringd door een tiental pelikanen. Ze gooien een klein visje omhoog waarna de pelikanen even opvliegen en als eerste de vis proberen te vangen. Leuke foto-opportuniteit … prijs: 1 soles.

Pelican, El Chaco, Peru

Tijd nu om echt wat uit te rusten: aan het hotel op het strand. Even het zwembad in duiken. Joggingske langs de waterlijn. Scholeksters, witte en zwarte reigers doen opschrikken. Eventjes, heel eventjes bakken in de zon …

We besluiten te voet, langsheen het strand terug naar El Chaco te wandelen, zo’n drie kilometer ver en daar te lunchen. Erg leuke wandeling: deels langs het zo goed als verlaten strand, deels langs een soort wandelpromenade die ons voorbij talloze poepsjieke villa’s en vakantiehuizen voert, zo goed als allemaal verlaten op dit moment. Lunchen op de kade met zicht op de bedrijvigheid op zee en in het haventje. Cerveza grande (620 ml) drinken. Terug wandelen. Dolce far niente … pluk de dag … ook dat is vakantie. 

El Chaco, Peru

El Chaco, Peru

Later lezen we dat het sterk afgeraden is om “alleen” op het strand van Paracas te wandelen want risico op overvallen … Niets gezien, niets gemerkt!

En het beste moet nog komen: het gif van de zandvlooienbeten is uitgewerkt. Een goede nachtrust gegarandeerd!

Nasca lijnen.

4 september, 2013.

D’er hangt mist boven de baai van Puerto Inka. Gieren overschouwen de zee vanaf de golfplaten dakjes van de huisjes van het hotel. Twee kleine vissersbootjes dobberen voor de kust. Meeuwen maken nog geen lawaai. Alsof ze weten dat alles nog slaapt. Langzaam komt de zon op boven de Inca-ruïnes. Mist lost op in flarden. De witte guano-rots licht helder op. ’t Is ochtend, zes uur, Peru.

Vandaag naar onze laatste reisbestemming, Paracas, waar vier overnachtingen geboekt zijn in het Double Tree Hilton resort. Om uit te rusten van de voorbije hectische en overvolle dagen. Benieuwd

Opnieuw gaat de tocht, eerst langsheen de kust, doorheen een van de dorste en droogste woestijnen ter wereld: gemiddeld 1 mm neerslag per jaar. Het regent hier omzeggens dus nooit. Bergen wisselen af met spectaculair hoge wit-grijze duinen, af en toe een “dorpje”: tien barakjes langs de kant van de weg.

Iets voor de middag bereiken we Nasca, bekend om zijn zogenaamde “Nasca-lijnen”: gigantische figuren ooit uitgetekend in de zanderige woestijnbodem. Betekenis ervan: wie weet? Theorieën genoeg: van astronomische kalender, over religieuze symbolen uitgebeeld door mensen of dieren, tot zelfs het werk van buitenaardse wezens. De lijnen dateren van 600 tot 200 voor Christus. Ze zijn moeilijk van op de grond te zien: vliegtuigjes met toeristen cirkelen boven de voornaamste tekeningen. En op de weg voorbij Nasca is een 10 meter hoge ijzeren uitkijktoren. Dus nemen we een kijkje. Toegang tot de toren: 2 soles per persoon. Eigenaardig: de toeristische gidsen vermelden 1 soles, maar ja … alles wordt voortdurend duurder. Beurt afwachten: er mogen maximaal 10 personen tegelijk op de toren en dan beklimmen. Inderdaad: er zijn geometrische figuren in het zand te zien. Een kolibrie? Een bloem? Vreemd allemaal.

Nasca lines, Peru.

Terug beneden blijkt dat ik vier toegangsticketten van 1 soles heb gekregen … en bovendien zijn twee ervan gedateerd van gisteren! Fijntjes bedrogen, dus. Maar ach, 2 soles is amper 60 eurocent: geen commotie waard.

We rijden verder door de woestijn naar het noorden. Hier en daar een oase met een dorpje, zoals Palpa, waar het gonst van landbouwbedrijvigheid in een groene omgeving. Honderden en en honderden sinaasappelbomen. En tientallen stalletjes langs de Panamericana weg, waar vers jugo de naranja, appelsiensap, ter plaatse wordt geperst. Moeten we proberen. De verkoopster, een meisje van – zo lijkt het – amper 14, doet een twintigtal kleine appelsienen in een zak en … verdwijnt er mee naar achter. B en ik kijken mekaar ongerust aan. Maar al spoedig verschijnt de kleine signorita opnieuw: ze is de sinaasappelen gaan wassen en begint ze nu, voor onze ogen te persen. Twee grote bekers vers geperst fruitsap en dat bij 30° C. Heerlijk!

Palpa, Peru

Palpa, Peru

Palpa, Peru

Verfrist rijden we verder. Kaarsrechte vlakke weg. Wit zand, grijswitte bergen overal. Fata morgana’s op de weg. Extreem fel zonlicht dat van overal tegelijk lijkt te komen. Blijven turen naar voren: waar is de weg, waar loopt ie? Erg inspannend, zo rijden.

Rond de middag bereiken we Ica, een stadje in het midden van wijngebied. Inderdaad in een smalle strook langs de rivier zien we kilometerslang wijngaarden. Van hier komt de Tacama, een beendroge rode en witte wijn die we in Peru hebben leren appreciëren. Ica zelf lijkt op alle andere kleine stadjes: veel koterijen, verkoopsstalletjes, winkels langs de kant van de weg. Het stadje zou erg  te lijden hebben gehad van de aardbeving van 2007. Maar veel verschil tussen getroffen huizen en diegene die niet getroffen zijn, zien we niet. ’t Ziet er allemaal even armoedig, bouwvallig en stoffig uit. Veel huizen hebben alleen maar een strooien plat dak. ’t Regent er immers toch bijna nooit. Even buiten Ica vinden we een modern uitziend baanrestaurant “La Terrazza” waar we lunchen.

Ica, Peru

Ica, Peru

Nog een goed uur naar onze eindbestemming: het schiereiland Paracas.

B heeft haar best gedaan om iets goeds uit te zoeken voor onze laatste dagen in Peru. Het Hilton Double Tree resort doemt voor ons op uit het woestijnzand. De bewaker van de hotelparking fronst bedenkelijk de wenkbrauwen als hij ons ziet aankomen: inderdaad, de auto ziet er niet meer uit. Helemaal onder het stof. Om nog te zwijgen van de binnenkant waar het woestijnstof ook alom tegenwoordig is.

Het contrast met het Puerto Inca hotel van gisteren is extreem: olympisch zwembad (50 meter), reuze jacuzzi, prachtig strand aan de baai van Paracas met zicht op het Parque Nacional, knappe bar deels aan het zwembad. Alle luxe ook op de kamer.

Double tree Hilton, Peru

Pelican at Double Tree Hilton, Peru

Snel inchecken. Nog even een korte strandwandeling: vrijwel onmiddellijk spotten we een pelikaan, dicht bij de strandlijn. Aperitieven (Pisco Sour of wat dacht je) en avondeten, wat … tegenvalt. We krijgen elk twee reusachtige porties rijst: de mijne met zeevruchten, die van B met stukjes vlees. Krijg dit maar half op … B nog minder …

Hopelijk vannacht geen last meer van de zandvlooienbeten?

Puerto Inca.

3 september 2013.

Rijden gaan we vandaag doen! Een beetje meer dan 400 km van Arequipa naar Hotel Puerto Inca, iets voorbij de stad Chala aan de kust van Peru.

We zijn echter gestart met slechte timing van bij het begin: de privé-parking waar onze auto staat, is afgesloten met een ijzeren poort en die gaat pas om 8u30 open. We staan hier een uur te vroeg! Terug dan maar naar het hotel en daar nog wat rondhangen. Maar om 8u20 kunnen we toch reeds Arequipa vlot uitrijden: de parkeerwachter kwam iets vroeger toe; onze auto stond er als enige op de parking.

We verlaten nu definitief de Sierra (hooggebergte), echter niet zonder opnieuw door merkwaardige berglandschappen te passeren. Afgeronde bolle bergruggen wisselen af met rotsige pieken in rood, bruin, grijs met daartussen bergen die op gigantische witte duinen lijken. Geen sprietje begroeiing, nergens meer … dit is pure woestijn. Tussen Arequipa en de kust loopt de temperatuur op tot 29° C. Af en toe een klein “dorpje”: hoofdstraat met winkeltjes en restaurant (maar niet te veel bij voorstellen: ’t zijn allemaal “koterijen” met lemen muren en golfplaten dak). Bochtige weg maar in relatief goede staat. Weinig maar “zwaar” verkeer: gigantische trucks kruipen aan slakkengang in tegenovergestelde richting de bergen in. Voortdurend dalen nu tot aan de kust waar de temperatuur rond de 18° C ligt. Er hangt inderdaad in deze periode van het jaar meestal mist over de costa, de kuststrook van Peru.

Costa, Peru

Costa, Peru

Costa, Peru

Meegebrachte broodjes opeten langs de kant van de verlaten weg, en later nog een keer langs de “hoofdstraat” van één van de dorpjes, Atica. Nog steeds woestijn achter de kust. Af en toe een oase waar een rivier de Stille Oceaan induikt. Blijkbaar wordt in deze letterlijk groene zones intensief aan landbouw gedaan: huisjes en wegen moeten wijken voor akkers. Ze liggen op de slechte, onvruchtbare plaatsen tegen de rotshellingen aan.

We schieten goed op. We zien een vrachtwagen die blijkbaar van de weg gesukkeld is: stuurcabine helemaal vernield! Politieauto erbij. Even later een autobus met pech, boven op een helling. De tientallen passagiers staan wat verweesd met hun bagage rond de bus.We bereiken Chala na zo’n kleine 6 “uurkes bollen”, ruim minder dan de 9 uur die sommige reisbrochures ons lieten geloven. Even verder langs de weg een groot bord: naar links, naar Hotel Puerto Inka. Blijkt een zalige en godvergeten plek te zijn aan een baaitje omgeven met rotsen. Naast Inca-ruïnes, die vrij toegankelijk zijn. Geen mist, stalende zon. Een biertje op het terras van het hotel en … kan dat? Daar in de zee? Verrekijker grabbelen … inderdaad: een school van zes, zeven, acht, meer … zeehonden! Aan het stoeien langs de rotsen. Leuk! We profiteren er uiteraard van om te wandelen: langs de baai boven op de rotsen. Zwarte gieren cirkelen boven ons; landen soms op de rotsen en verscheuren iets, kadavers van vissen, of mosselen? Een “local” heeft blijkbaar een hele zak mosselen “ge-oogst” tussen de rotsen.

Costa, Peru

Sea Lions, Costa, Peru

Vultures, Costa, Peru

Langs de Inca-ruïnes stappen: die lijken (nog?) niet professioneel door archeologen opgekuist. Misschien stappen we zelfs op en over nog niet bloot gelegde muren? Foto’s nemen en de zee afturen met verrekijker. Aan de overkant van de baai is de verst uitstekende hoge rots compleet bedekt met guano, uitwerpselen van meeuwen. Guano werd vanaf de tweede helft van de 19de eeuw wereldwijd op grote schaal gebruikt als meststof in de landbouw. Dat veroorzaakte dan ook een tijdelijke “boom” voor Peru dat op grote schaal guano begon te exporteren, tot de economische depressie van 1873 en de uitputting van de voorraden. Tja, in dit geval kon je zeggen dat – eens de stront op was – er werkelijk stront aan de knikker was!

Puerto Inca, Peru

Puerto Inca Beach, Peru

Puerto Inca, Peru

Guano, Puerto Inca, Peru

Ons “huisje” staat aan het strand, op een rots, zo’n 10 meter boven zeeniveau. We zullen slapen bij het geluid van brekende golven op het strand. Maar de voorzieningen zijn hier elementair en spartaans. Strooien dak op ons hok, muren onderaan afgebladderd door schimmel, verlichting is één peertje aan het plafond, simpele houten deur. Gelukkig is alles proper en … wat heb je meer nodig op zo’n compleet verlaten plek? Bovendien zijn we bijna de enige gasten in het hotel: er zijn nog drie nederlanders – vader en twee volwassen zonen – die met de motor door Peru trekken. En wij …

Avondmaal in het “restaurant”: een plek met golfplaten dak, langs twee kanten afgeschermd van de zee met een jutten zeildoek maar verder open. Dus redelijk fris, ondanks onze dikke truien. Dan maar een Pisco Sour en een flesje witte Tacama-wijn om ons te verwarmen.

Douchen is moeilijk: er komt maar een klein straaltje lauw water uit de kraan. Zeep “pakt” niet: waarschijnlijk is het water zout? Slapen blijkt onverwacht nog moeilijker: de beten van de zandvlooien van de vorige dag veroorzaken rond middernacht een ongelooflijke jeuk, zowel bij mij (voeten) als bij B (voeten EN benen). Afkoelen onder koud water … helpt een klein beetje. Luisteren naar de branding … dan toch in slaap vallen.

Arequipa: rijke nonnen, Inca’s en politie.

2 september 2013.

Een stad in de stad. Zo kan je het klooster van Santa Catalina in het centrum van Arequipa het best omschrijven. Het complex ligt op een boogscheut van ons hotel. Iets na openingsuur staan we dus al binnen. Het geheel is een wirwar van kleine steegjes, genoemd naar straten uit Andalusië, Spanje. Alle huisjes van een straat zijn nu eens allemaal okerbruin geschilderd, dan weer azuurblauw. Zo blauw dat de lucht er grijs bij lijkt … of is die echt grijs door een combinatie van mist en stof?

Monasterio Santa Catalina, Arequipa, Peru

Hier leefden vroeger nonnen die uit de rijke families van Arequipa kwamen. Je moest immers een flinke bruidsschat betalen om in dit slotklooster te worden aangenomen. Maar je kreeg dan ook vier slavinnen en vier bediendes mee. Veel werken zal je dus niet moeten doen hebben in dit oord. Wat bidden, mediteren en … plezier maken. ’t Werd zelfs zo erg dat Pio Nono (Paus Pius IX) in het midden van de negentiende eeuw een kloosterzuster van een andere orde afvaardigde die “de boel moest opkuisen”. Alle slavinnen en bediendes mochten kiezen: de vrijheid of ook, echt, slotkloosterzuster worden. En alle nonnen konden ook kiezen: buiten of echt non zijn! Nu zijn er nog een tiental nonnen in een nieuw gebouwde, afgezonderde vleugel van het klooster.

Monasterio Santa Catalina, Arequipa, Peru

Monasterio Santa Catalina, Arequipa, Peru

In elk geval is het ongelooflijk leuk om in deze straatjes te verdwalen onder de felle zon, met de besneeuwde toppen van de Andes die op de achtergrond nog te zien zijn . Prachtige foto-gelegenheden. De meeste huisjes van de nonnen zijn te bezoeken, wat we dan ook doen. Sommige zijn ingestort bij één van de vele aardbevingen. Prachtige binnenpleintjes met bomen, palmen of fonteintjes. We dwalen meer dan twee uur rond in deze toch wel serene en rustige omgeving. De geluiden van de drukke stad dringen hier amper door … of toch wel …. geschreeuw, muziek, geroep … van een nogal ruwe en luidruchtige betoging in het stadscentrum. Veel politie in gevechtskledij …

Plaza de Armas, Arequipa, Peru

Plaza de Armas, Arequipa, Peru

We flaneren nog even over de Plaza de Armas waar de betoging net is weg getrokken. De indrukwekkende politiemacht met schilden en wapenstokken is aan het opkrassen. Het gewone leven herneemt zijn gang. Behalve de beroepsfotografen van gisteren, zitten er nu ook midden op het plein mannen met ouderwetse schrijfmachines op hun schoot. Hier kan je een brief dicteren of … een ontvangen brief laten voorlezen en een antwoord laten uittikken. Papier en vel carbon zit klaar in de machine. Handig als je niet kan lezen of schrijven!

We zijn de drukte van de binnenstad een beetje moe en zoeken de wijk San Lazaro op. Volgens de legende zou de stad hier ooit gesticht zijn: toen de Inca Mayta Capac hier met zijn leger kampeerde en weer wou verder trekken, vroegen de soldaten of ze zich hier mochten vestigen omwille van de aangename omgeving. De Inca zou dan in het Quetcha hebben geantwoord: “ari, quepay” ofte “ja, blijf maar”. Het is hier inderdaad een rustige buurt met kleine, kronkelige straatjes waartussen af en toe een oude VW kever zich een weg baant. Het park wat even verder in de Selva Alegre wijk ligt, blijkt alleen maar op feestdagen en in het weekend open en toegankelijk te zijn. Moeten we aan de reisgids melden.

San Lazaro, Arequipa, Peru

Lunchen in restaurant “Arthur”, buiten op het “trottoir-terras”, uiteraard in de schaduw. Heerlijk, ware het niet dat … er hier blijkbaar minuscule (2 mm?) zandvlooien zitten die gemeen kunnen bijten. Je voelt het eerst bijna niet maar daarna … een jeuk van jewelste. Gelukkig heb ik een lange broek aan maar helaas dan weer met blote voeten in “docksides”. B is met haar half blote benen echter het zwaarst getroffen: zeventien beten blijkt achteraf, “slechts” negen bij mezelf.

Terug naar het stadscentrum om nog “een museumpke te doen” (Museo Arqueologico de la Universidad de San Agustin: grotendeels gesloten voor verbouwing en slechts een paar zalen gratis te bezoeken) en een brug te bezichtigen die door Eiffel is gebouwd (helemaal in ijzer maar op zich niets speciaals).

Dan maar terug naar het hotel voor een drankje op het zonneterras met uitzicht op de ordeloze en chaotische noordelijke achterkant van Arequipa en … besneeuwde Andes-toppen.

Arequipa, Peru

En opnieuw de dag besluiten in restaurant Zig Zag waar we tussen haakjes een ijzeren draaitrap, ook weer van Eiffel, kunnen bewonderen.

De senorita die ons bedient is nog even onhandig bij het openen van een fles wijn. Net zoals gisteren toen ze vijf minuten nodig had om uiteindelijk de kurk te doen  afbreken. Mijn les van gisteren “hoe open je een fles met een sommelier kurkentrekker” is blijkbaar toch niet echt doorgedrongen.

Terug met tweetjes te voet door de nacht naar ons hotel.

Morgen zeggen we de steden in Peru voorgoed vaarwel.