Guaitil.

Zaterdag, 10 maart 2012.

Na het ontbijt – andermaal met een overvloed aan fruit – vertrekken we rond 8u30 voor een tochtje naar Guaitil, pittoresk dorpje met ambachtslui die nog rechtstreeks afstammen van een indianenstam.

De rit is alvast de moeite waard: we rijden door typisch Guanacaste-landschap (Guanacaste is de meest  noordwestelijke provincie van Costa Rica). Golvend terrein met heuvels. Droge, gele weiden met daarin zowel bomen die nog helemaal groen zijn als bomen uit het droogbos die al hun bladeren kwijt zijn en waarvan sommige rode of gele bloemen dragen. Zeboe’s in de weiden en op de onverharde wegen. Soms zijn de kuddes begeleid door een cowboy, soms ook niet. 

Guanacaste, Costa Rica

Guaitil, Guanacaste, Costa Rica

Onze GPS laat het afweten: we zouden pas na 1 uur ’s namiddags is Guaitul aankomen, een tocht van meer dan 4 uur. Dat kan niet. Vermoedelijk is er nog een ander Guaitil in Costa Rica en staat, waar we naar toe willen, niet in de GPS. Nu wordt het moeilijk …We komen aan wegenwerken waarbij een arbeider voor “rood licht” speelt en het verkeer aan de ene kant nu eens doorlaat, dan weer tegen houdt. We staan te wachten. Ik besluit de weg aan de wegenwachter te vragen. Maar als je geen Spaans spreekt is dat moeilijk. Ik loop op hem toe, maak hem ongewild aan het schrikken (hij heeft een gele pet op met neergeklapte zij- en achterflappen), en zeg vragend “Guaitil?”. Hij kijkt even peinzend naar de omgeving alsof daar Guaitil is te zien. Dan ratelt hij zijn uitleg af. Ik meen er uit af te leiden dat we verder moeten tot in Santa Cruz en dan ergens naar “en ik wijs vragend naar links” ofwel “en ik wijs naar rechts”. Vermoedelijk is het links.Santa Cruz is maar een paar kilometer verder. Daar rijden we zoekend rond tot we in het stadscentrum twee politieagenten bemerken. Stoppen, uitstappen en weer vragen, deze keer gewapend met onze kaart en mijn vinger wijzend op “Guaitil”. De agenten zeggen iets al hoofdschuddend. Ik denk dat ze bedoelen dat ze niet het soort politie zijn die toeristen mag helpen. Maar ze wijzen naar wat verderop en lopen met me mee, een supermarkt binnen. Daar spreken ze één van de inpaksters aan de kassa aan. Die legt met veel gebaren en veel woorden uit dat – denk ik – Guaitil niet ver is, terug naar de hoofdweg, richting Nicoya en dan na 5 km naar links (weer maak ik overvloedig het gebaar naar links om zeker te zijn). Onder veel “Gracias” stap ik met de agenten naar buiten en bots tegen een zak appelsienen die aan de dakgoot hangt. De agenten kijken me aarzelend aan … en beginnen dan te lachen als ze zien dat ik ook (groen) lach. Maar … we vinden wel de weg naar Guaitil.

Guaitil is dus eigenlijk niet meer dan een piepklein gehucht van Santa Cruz. De inwoners stammen nog rechtstreeks af van de Corotega-indianen. Ze houden zich bezig met het maken (en verkopen aan toeristen) van aardewerk op traditionele wijze. Met klei uit de buurt, op draaischijf met de voeten aangedreven, gebakken in kleine houtgestookte ovens en gepolijst met speciale maalstenen van jade. Een van de bewoners beklaagt zich erover – tegen B. in het Spaans – dat busladingen toeristen alleen bij die inwoners komen die een commissie aan de buschauffeur geven. Zou er ook jaloezie en afgunst zijn in zo’n dorpje?

Guaitil Pottery, Costa Rica

Een eindje verder liggen tientallen vruchten die op mango’s lijken onder een boom. Een lokale tico komt aangesneld en legt ons uit dat het inderdaad mango’s zijn. Hij zoekt er op de grond een mooie rijpe uit, loop dan snel met de mango aan de overkant van de straat in zijn kot, pardon “huis”, en komt ons fier de mango aanbieden. Hij geeft ons nog een andere vrucht waarvan we begrijpen dat ze moet goed rijp zijn vooraleer we ze kunnen eten. Vriendelijk volkje, de Costa Ricanen!We rijden nog een wat verder tot San Vicente: nog kleiner gehucht maar ook weer met pottenbakkers. Het landschap is zo mooi dat we besluiten nog even verder te rijden … zomaar, langs de grintwegen, genietend van de panorama’s en de omgeving (en er op vertrouwend dat de GPS ons hoe dan ook terug naar Tamarindo zal brengen). Uiteindelijk komen we uit dicht bij Nicoya op de grote weg naar Santa Cruz. Nog een drankje in een lokale bar en terug naar “huis”.

San Vicente, Costa Rica

’s Namiddags wandeling langs het strand naar het centrum van Tamarindo. Souvenirwinkeltjes bekijken. Verbaasd zijn van de lelijkheid van Tamarindo wat blijkbaar plots uit zijn voegen is gebarsten. Blij zijn dat we aan de uitkant in Capitan Suizo zitten. ’s Avonds dineren in het restaurant van het hotel. Nog even een late wandeling op het donkere strand. ’t Is volle maan en springtij geweest: de zee stond onwaarschijnlijk hoog maar is nu ver terug getrokken. Kijken naar de sterrenhemel en Orion weer zien …

Beach at Capitan Suizo

En nu in ons bedje … maar, ’t is ongelooflijk maar onze aap zit er weer. Ondanks het feit dat we de ligzetels hebben opgeplooid is hij terug gekomen: hij heeft zich zelf tussen de opgeplooide zetels gewrongen. Als ik wat te dicht bij hem kom, naar zijn goesting, wurmt hij zich er uit en verdwijnt weer in het bladerdek … hopelijk definitief? ’t Is hier anders wel een echt apenkot!

Howler Monkey, Capitan Suizo, Costa Rica

Capitan Suizo.

Vrijdag, 9 maart 2012.

Jawel, als we om 6 uur opstaan, bij het krieken van de dag, ligt hij er nog, de brulaap. Hij (of zij?) opent de ogen, kijkt me even aan, geeuwt en kruipt recht. Hij wipt op de armleuning van de tweede ligzetel en … doet dan een flinke plas, net tussen de twee zetels in. En dat is nog niet genoeg: d’er komt ook nog een flink keuteltje, ook weer netjes tussen de twee zetels. Dan houdt hij het voor bekeken, wipt op de terrasrand, kijkt nog een laatste keer naar wat hij heeft achtergelaten en springt dan het bladerdek in. Drie seconden later is hij verdwenen. Hopelijk houdt “kamer kuisen” ook “terras kuisen” in!

Howler Monkey, Capitan Suizo, Costa Rica

Na het ontbijt – veel vers fruit en eitjes – rijden we naar het nabije natuurpark Las Baulas. Hier komen in de periode november tot januari, de zeeschildpadden aan land om hun eieren te leggen. Het park zelf is wat moeilijk te vinden. We wandelen langs het grotendeels strand aan de overkant van de baai van Tamarindo. Ondanks het vroege uur is het al behoorlijk warm en … drank vergeten! We zien pelikanen en een dode maar kleurrijke mangrove-krab.

Las Baulas, Crab, Costa Rica

Aan de rand van het strand begint het droogbos. Daar wandelen we nu in. Op het pad voor ons spot ik ineens (met de verrekijker) een leguaan. Het beest blijft redelijk goed zitten maar loopt, al we d’er bijna bij zijn, een eindje de weg af, een soort kleine weide in het bos, in. Behoedzaam volg ik hem en schiet foto’s. D’er zit nog een tweede. Dan weer verder. Even later loopt B. zo maar op een halve meter van een andere leguaan en die blijft wel mooi zitten.

Las Baulas, Iguana, Costa Rica

D’er staan nu huizen in het bos. Duidelijk vakantiehuizen. En een restaurant. Helaas daar kunnen of willen ze ons geen drankje serveren op dit vroege uur. Maar ze wijzen ons wel de weg naar een kleine bar en een superette. Met tweëen drinken we een 75 cl fles spuitwater leeg en kopen verder nog wat eten en drank in het supermarktje. Daarna vatten we de terugweg aan, onder een nu blakerende zon.We zijn blij als we aan de auto komen. Airco op en terug naar Capitan Suizo. Op een kruispunt langs de weg zien we een panaderia, een bakker. Goed, dan kunnen we daar een (stok)brood kopen. Bij het buitengaan spreekt een vrouw ons aan in het engels: “Of we naar Tamarindo rijden en of ze mee kan”. Ons antwoord is twee keer ja. Van lifters kan je altijd wat leren. Lorena is een “single mom” die kralen halssnoeren verkoopt aan de toeristen op het strand in Tamarindo. Als “single mom”, “what do you do?” zegt ze. Ze tettert er op los, vraagt onze naam, nationaliteit, wat we van Costa Rica vinden. Ze toont ons haar zak met halssnoeren. Dan plots … politiecontrole … maar deze keer worden we niet tegen gehouden. En een paar kilometer verder, opnieuw een controle en weer kunnen we ongehinderd door. Volgens Lorena controleert de politie om illegalen te vinden, mensen uit Columbia of Nicaragua of andere Zuid-Amerikaanse landen, die onwettig in het land zijn. Maar zoveel controles vindt ze niet normaal. D’er wordt gezegd dat iemand is vermoord en dat de moordenaar nog vrij rondloopt, aldus Lorena. We droppen onze liftster net voor Tamarindo af.

Ons brood en onze kaas, overgoten met een “jugo de tomate“ smaakt ons, zo op het terras van onze kamer in Capitan Suizo. De eerste keer dat we hier tomatensap kochten was het “jugo de tomate con chile”, met chilipepers. Niet te vreten, zelfs niet sterk aangelengd! Dus altijd sin chile, zonder chilipepers, de “natuur” kopen.

De rest van de namiddag (wat er nog van overschiet want het is wel al 14u30) brengen we op het strand en aan en in het zwembad door. Ik jog een half uurtje langs het strand tot in Tamarindo. Typische strandtaferelen met veel surfers. Af en toe komt een walm van goedkope (palm?)olie en (dure?) cocosgeur-zonnecrème me toegewaaid. Terug op het strand voor Capitan Suizo = tijd voor een drankje: een fruitpunch met rum en een Bavaria-light.

Capitan Suizo beach, Costa Rica

We hebben ingeschreven op een BBQ op het strand vanavond. Het “normale” restaurant is gesloten. Stoelen, tafels, spots, fakkels, geluidsinstallatie zijn door het personeel van Capitan Suizo op het strand gesleurd. Bovendien is er “live music” voorzien. We worden verwelkomd met een fruitpunch. Dan doen we de rij langs tientallen salades, langs het vuur met kippenboutjes, lomito (steak) en worstjes, en langs een plejade van sausjes. We riskeren hier een overdosis van groenten en fruit op te doen.D’er is “live music”: drie “locals” bespelen een soort van xylofoon, één groot instrument waar ze met driëen tegelijk op spelen, een “six mains” dus. Bovendien is er nog een vierde die met een stok over een soort ratel beweegt. Dan komt er een dansgroep die de volksdansen van de verschillende provincies van Costa Rica brengt. Tussendoor passeert het dessert, een cocos-taartje. En op het einde … alle toeristen meedansen ….

B. en ik wandelen na afloop nog even op het strand. De oceaan heeft zich tientallen meters terug getrokken. Het is volle maan en zoveel sterren zijn er niet te zien. Toch bemerken we de “ceintuur van Orion”, drie sterren mooi op een rij die naar Sirius, één van de helderste sterren aan de nachthemel, wijzen. Tomorrow is another day, maar vandaag was heeeeeel leuk!

P.S. De kuisploeg heeft inderdaad alle sporen van aap van ons terras verwijderd.

Tamarindo.

Donderdag, 8 maart 2012.

Vandaag verlaten we het regenwoud: op naar de westkust, de kust van de Stille Oceaan, een tochtje van iets meer dan 200 km maar waar we  – rustig aan  – toch vijf uur over doen. Bestemming: Tamarindo. De Arenal is ook vanmorgen in de wolken gebleven. De kratertop hebben we dus nooit gezien. Het regent niet (of niet echt) als we vertrekken en dat is ook al het vermelden waard.

We volgen de weg langs het uitgestrekte, kunstmatige meer van Arenal. We rijden over de dam. De krachtcentrale daar levert 45 % van de hele stroombehoefte van Costa Rica.  D’er zijn wel een aantal dorpen voor gesneuveld (=onder water gelopen). Plots een kleine file doordat een troep coati’s langs de weg loopt. Toeristen (en wij ook) nemen kiekjes maar coati’s hebben we nu eigenlijk wel genoeg gezien.

Aan een gezapig tempo rijden we langs de ons nu vertrouwde kronkelige en bobbelige asfaltwegen. Af en toe worden we opgeschrikt door een vernauwing, meestal een brug, of  plots een stuk van een 50-tal meter onverhard. D’er wordt ook aan een gezapig tempo voorbij gestoken waarbij de inhaler erg lang links blijft rijden. Op een bepaald moment moet ik zelfs remmen en bijna stoppen omdat een inhaler op ons rijvak vervaarlijk dicht op ons afkomt en pas op het laatste nippertje weer kan invoegen.

Het landschap is lieflijk, het regent helemaal niet meer, de zon komt zelfs door de wolken priemen. Vooraleer we het meer ronden, drinken we nog een vers geperst fruitsap in een lokale bar. Dan rijden we een heuvelrug over, van het meer weg en plots … ongelooflijk maar de temperatuur stijgt zienderogen. Vermoedelijk gaat het van ongeveer 25° C naar minstens 35° C. Niet uit te leggen en niet te begrijpen: het groene, dichbegroeide landschap waar we tussen twee metershoge plantenmuren reden, verdwijnt plots en maakt plaats voor droge weiden … een soort pampa’s wat even aan Afrika doet denken.  De zeboe’s zijn alom tegenwoordig maar zien er o zo magertjes uit.  

Arenal lake, Costa Rica

Dan rijden we door het tropische droogbos, een microklimaat wat uniek is ter wereld, alleen in Costa Rica te vinden. ‘k Zie een toekanachtige vogel vliegen die achteraf een Aracari blijkt te zijn (volgens de Costa Rica Wildlife Guide van Rainforest Publications). Hij heeft een nest in een hol in een oude houten elektriciteitspaal. Stopplaatsen of parkings langs de weg om even te pick-nicken blijken er in Costa Rica niet te zijn. We eten dan maar ons brood en onze kaas in een bushokje langs de weg: d’er is een bankje en vooral: er is schaduw!  We zweten reeds als een rund … zeboe?  

Aracari, Costa Rica

Terug verder dan naar Tamarindo in de provincie Guanacaste. Er wandelt een vrouw met kinderkoets langs de weg. Daarvoor zal ik moeten uitwijken maar er komt een reusachtige vrachtwagen uit de ander richting aangeraasd. Ik kan niet voorbij de kinderkoets en besluit te stoppen … achter ons horen we gierende banden … een taxi kan nog maar net achter ons stoppen. Adrenalinestoot … en wij weer weg.

Volgende probleem(pje): op een lang stuk rechte weg zien we al van ver de groene verkeerskegels van de politie staan. Inderdaad: politiecontrole. We moeten stoppen en ik moet mijn paspoort tonen. Dat heb ik bij de hand, dus alles in orde. Maar ook B. moet haar paspoort tonen en die zit in haar koffer … achteraan in de auto. Dus de koffer uitgehaald en open gemaakt en paspoort gevonden. Alles OK: doorrijden.Rond 14:00 uur komen we uiteindelijk aan in Tamarindo: een rommelig allegaartje van nieuwe hotels en oude koterijen met een “hoofdstraat” die van asfalt over gaat in grint. Onze GPS leidt ons feilloos naar ons hotel: Capitan Suizo  the hotel on the beach! Het hotel combineert de naam van het eilandje voor de kust – El Capitan – met Suizo = Zwitser in het Spaans: de eigenaars van het hotel zijn Zwitsers. D’er is een fantastische tropische tuin, zwembad met bar, open restaurant en aan de achterkant van het hotel onmiddellijke toegang tot het strand.De Stille Oceaan: surfers in de verte. Een prachtige baai met aan de overkant natuurpark Las Baulas, het strand waar van november tot februari de zeeschildpadden aan land komen om eieren te leggen. Snel inchecken. Onze kamer met terras is op de eerste verdieping en geeft uit op de tropische tuin. Twee ligstoelen .. van hier uit kunnen we de tuin bewonderen. De palmbomen reiken tot op en boven ons terras.

Dan naar de bar voor ons welkomstdrankje. Strandhanddoeken nemen en onder een bomenrij op het strand van de temperatuur de zon en de zee genieten …. Inmiddels hebben we in de tuin van ons hotel een leguaan van ruim een halve meter tegen een boom zien opkimmen. En tot onze verbazing zit er bij het terugkomen in de kamer een brulaap op de rand van ons terras. Als we hem aanstaren, besluit hij, kalm, te vertrekken via de palmbomen.

Iguana, Guanacaste, Costa Rica

Howler Monkey, Capitan Suizo, Costa Rica

’s Avonds dineren in het restaurant in open lucht, dicht bij het zwembad en uiteraard het strand. Eten valt erg mee (calamaris en de “catch of the day”) en de bediening ook. Al vlug kent de kelner onze namen.

Capitan Suizo Beach, Guanacaste, Costa Rica

Terug op de kamer waarna mijn verslag er voor vandaag zou moeten opzitten, maar …. Terwijl ik in de badkamer ben, komt B. opgewonden binnen gelopen: er zit “iets” op één van de ligzetels op ons terras. Met Petzl op de kop naar buiten: ’t blijkt verdorie een pikzwarte brulaap te zijn. Dezelfde van daarnet. En hij is niet eens verbaasd of geschrokken van ons te zien. Hij blijft rustig zitten, staart ons even aan en draait zich dan in een bolletje in de ligzetel. Die is duidelijk niet van plan om vanavond nog op te krassen. We maken ons verder klaar, terrasdeur uiteraard dicht en checken nog even voor het slapen gaan: jaja, daar ligt onze kerel op ons terras te slapen. Als hij maar niet snurkt! Zien we hem morgenochtend nog?

Arenal Hanging Bridges.

Woensdag, 7 maart 2012.

De Arenal-vulkaan: na 450 jaar te hebben geslapen, kwam de uitbarsting van 1968 totaal onverwachts. Rotsblokken werden meer dan 1,5 km verger gegooid met een snelheid van meer dan 600 meter per seconde. As en lava bedekten 15 km2. Sindsdien en tot 2010 is de Arenal nooit meer echt ingeslapen. De top is ongeveer 1.600 meter hoog.

De Capitool reisgids van Costa Rica, uitgave 2011 schrijft over de vulkaan: “Hij rommelt onophoudelijk en iedere dag vindt er wel een kleine eruptie plaats.” En nog: “’s Nachts spuwt hij lava over de noordwestelijke helling… Vraag in uw hotel of men u bij een nachtelijke eruptie wil wekken.” De National Geographic reisgids, uitgave 2010 zegt “… er gaat bijna geen dag voorbij zonder een kleine uitbarsting. Meestal rollen er smeulende brokken steen de helling af”. Niets dus van dat alles: al vijftien maanden slaapt de Arenal. Er komt geen druppeltje lava meer uit en er rolt geen kiezeltje meer naar beneden.

We laten dat niet aan ons hartje komen. Vandaag is het weer beter: tussen de 20°C en 25°C en het regent niet (althans voorlopig niet meer). We besluiten de Arenal Hanging Bridges te bezoeken: een leuke ervaring! Op een vijtiental kilometer van de lodge is in het regenwoud een wandelparcours gemaakt van ongeveer 3 km waarvan een groot deel via hangbruggen midden de boommtoppen. En als je weet dat de bomen hier gemakkelijk 20 to 30 meter halen en het bos vol kloven en dalen ligt, kan je je voorstellen dat het spectaculair is. ’t Is inderdaad ongelooflijk hoe dicht het woud begroeid is. De bomen zijn overwoekerd door allerlei soorten mossen, klimplanten, bromelia’s en dies meer. Sommige bomen hebben een soort van luchtwortels en lijken op stelten te staan. Andere hebben brede flappen van wortels.

Arenal Hanging Bridges, Costa Rica


Arenal Hanging Bridges Forest, Costa Rica
Arenal Forest, Costa Rica
We zien verschillende kolonies bladsnijdermieren. De beestjes sleuren inderdaad in een lange rij, voorgesneden stukjes bladeren naar hun nest. Die kauwen ze tot een brij waarop dan weer een speciale soort fungus groeit en die eten de mieren dan weer.Leafcutter Ants, Arenal, Costa Rica
De hangbruggen zijn spectaculair en niet voor doetjes. Sommige zijn tientallen meters lang en overbruggen ravijnen van – ook weer – tientallen meters diep. Tientallen foto’s nemen van allerlei rare planten en vooral orchideeën. We doen uiteindelijk 2u30 over het 3 km lange parcours. Aan de receptie van de “Arenal Hanging Bridges” zit een papegaai, een Ara, die zich onverstoord laat fotograferen.

Ara, Arenal, Costa Rica
Terug naar de lodge voor onze lunch (broodjes met manchego-kaas en appel als dessert). En we krijgen een ongenode gast: een coati! We hebben onze appel-klokhuizen aan de rand van het terras gelegd en die speelt hij smakkend en smekkend naar binnen. Dan komt hij onder onze tafel, zelfs onder onze stoelen snuffelen. Ik geef hem een stukje brood. Daar lijkt hij zot van te zijn want in een mum van tijd zit hij op onze terrastafel. Dat is toch een beetje van het goede teveel en we jagen hem weer naar beneden … waarop hij prompt onze kamer inloopt! Hoe krijgen we die er zo snel mogelijk weer uit?Als ik binnen wil gaan, lijkt hij buiten te willen maar aarzelt. En als ik weer achteruit ga, maakt hij geen aanstalten meer om de kamer te verlaten. Ik stap dan maar naar binnen. De coati aarzelt even, en loop dan rechts van mij … pardoes tegen de venster … een geweldige klop. Ik val bijna achterover van het lachen terwijl de coati een beetje verdwaasd langs de deur naar buiten sukkelt. Toch lijkt het hem niet veel te deren want een paar minuten later staat hij alweer te bedelen …

Coati, Arenal, Costa Rica
We besluiten om 4 uur deze namiddag nog een wandeling met gids mee te pikken. Op zoek naar apen en kikkers … We zijn maar met vijf, Christian de gids inbegrepen: er zijn nog twee, jongere, Amerikanen uit Minnesota. Eerst wandelt de gids ons naar een boompje waarin hij een kleine maar uiterst giftige “Pitviper” (slang) weet zitten. Griezelig … ik ben vanmorgen gaan joggen en ben op 1 meter van de slang gelopen, zonder ze te zien! Dan rijden we met de auto naar Arenal National Park. Onderweg spotten we (of beter: spot de gids) toekans, papegaaien en … howler monkeys ofte brulapen (twee om precies te zijn en op redelijk grote afstand). We zien talrijke Oropendola’s (Oro =goud – ze hebben een gele staart – en pendola – slinger, ze bouwen nesten die op slingers lijken hoog in de bomen).

Howler Monkeys, Arenal, Costa Rica

Bird spotting in Arenal, Cost Rica

Voor de verandering en de eerste keer vandaag begint het weer te regenen, nee te gieten. Vijf minuten later weer doornat, de Amerikanen die geen regenjas mee hebben nog erger dan wij. De wandeling brengt ons verder langs lavapaden waar de uitbarsting van 1968 een heel dorp heeft bedolven (78 doden en een paar dagen later nog eens 9 mensen die hun koeien kwamen redden).’t Wordt al donker en we proberen nog kikkers te vinden, de befaamde groen kikker met rode ogen natuurlijk op de eerste plaats. De Amerikanen zijn doornat en verkleumd (wij zijn er een beetje beter aan toe). De gids vindt uiteindelijk een minuscuul bruin kikkertje ondanks het continue gekwaak rondom ons. Wel zien we nog een heleboel glimwormen …

’t Is ondertussen pikdonker geworden. Terug naar de lodge met onze eigen auto, Christian op de achterbank, langs de onverlichte en onverharde grintweg, hotsend, schokkend en bobbelend tussen twee donkere muren van begroeiing. Zware rit … maar we komen veilig “thuis”.

Brulapen.

Dinsdag 6 maart, 2012.

Regenen, gieten, plenzen, stortbuien … “pijpenstelen” vallen met bakken uit de hemel.

Om 8u30 vertrekken we voor een “morning walk” met Eduardo als gids en onder een regengordijn. Gelukkig hebben wij wel onze gore-tex regenjassen aan. Niet zoals een paar andere (Amerikaanse) toeristen uit onze groep die – alsof ze net uit hun “nest” gekropen zijn – met T- shirt en slippers aan, de wandeling beginnen. Als het meevalt horen en/of zien we brulapen.

We dalen langs de receptie van de lodge, af naar een ongeveer 50 meter lange loopbrug over een ravijn. Vijf personen maximum tegelijk er over. Wiebelen geblazen. De foto’s zullen wazig zijn. Eens aan de overkant, vertelt Eduardo over de soorten bloemen die we zien. Bij voorbeeld:
• de bromelia;
• of een boom met een zogenaamde broodvrucht die de vrouw van Eduardo klaar maakt met veel zout (een delicatesse volgens hem);
• een soort “nep-banaan-plant” (de Heliconia) waarvan de bloemkelken bij regen (dat is nu!) vol lopen – daar leggen kikkers dan hun eitjes in;
• de gemberplant.

Arenal hanging bridge, Costa Rica

We dalen af in het regenwoud. Afwisselend druppelt het, regent het of regent het hard of giet het. Eduardo lijkt het allemaal niet te deren. Plots houdt hij halt en verdwijnt in het woud. We zien hem nog even naar de boomtoppen kijken … dan is hij weg. We horen hem in de handen klappen. Dan niets meer. Vijf minuten laten verschijnt hij weer. Blijkbaar zocht hij een troep brulapen maar … niet gevonden dus. Verder door het woud, tot bij een brede waterval. Ondanks onze gore-tex jassen begin ik mij zorgen te maken over de camera, mijn Blackberry en portefeuille. Hier en daar voel ik immers al druppels op mijn vel! We spotten een zware, zwarte vogel: de Crested Guan (Pava Cresta in het Spaans), 80 cm groot.

Twee uur en een half duurt de wandeling. En op het einde … plots … ongelooflijk: er stijgt een gebrul op uit het woud, redelijk dicht bij! Brulapen? De groep staat geconcentreerd te luisteren. Eduardo staat een paar meter verder plots te lachen … de schurk! Hij imiteerde het geluid van de howler monkeys. We zijn inmiddels doornat, natter dan dit kan je niet meer worden.We komen uit het woud aan bij een soort van schuur waar een viertal “locals” zich waarschijnlijk staan af te vragen hoe zot toeristen wel kunnen zijn. Er staat een tractor klaar met kar met zitplaatsen. Die brengt ons terug naar de receptie van de lodge. De Amerikaan in T-shirt en slippers zit te klappertanden. Eigen schuld, dikke bult.Terug in onze kamer blijkt dat we nat zijn tot op het bot: schoenen drijfnat, gore-tex jassen van binnen en van buiten nat, onderbroek nat (op de zijkant en van achter). Omkleden dus. Besluiten om naar La Fortuna te rijden. Misschien vinden we er een supermarkt om een keer niet te moeten “gaan eten”. En die vinden we inderdaad: supermarkt “La Christiana n°4”. Daar kopen we: tortillada-crackers, sardientjes die waarschijnlijk al jaren over tijd zijn, appeltjes, kaas, brood, een flesje wijn en nog wat andere drank, zakje noten, tomatensap met Chile (veel te “heet” zal later blijken) … We kunnen lunchen!

Even rondrijden en rondwandelen in La Fortuna. De hoofdwegen zijn geasfalteerd maar de rest is “gravel road”. ’t Begint weer lichtjes te druppelen … we stappen een coffee-bar binnen en willen op het terras gaan zitten. Maar dan begint het opnieuw te gieten en stormen we bijtijds naar binnen. De espresso doble smaakt heerlijk!

La Fortuna, Costa Rica

Terug naar de lodge voor lunch en luie namiddag. Nog een laat wandelingetje in de directe omgeving. Onze regenjassen zijn nog steeds doornat. Dus kopen we aan de receptie van de lodge twee knalgele plastic poncho’s. “One size fits all” maar de receptionist – duidelijk geen verkoper – zegt: “one size fits nobody”. Maar voor 2.000 colonnes per stuk, ongeveer 3 €, kunnen we niet bedrogen zijn.

La Fortuna, Costa Rica

And that’s it, folks! Tomorrow is another day, met hopelijk minder regen.

P.S.: Om 18u30 horen we het gebas (een soort blaffen) van de brulapen, tenzij het Eduardo is die zich weer verstopt heeft in het woud.
En nog vanavond: vuurvliegjes zien rondfladderen vanop ons terras!