Mkhaya.

4 november 2019.

In het zand rond ons huis in Bhubesi verschijnen voortdurend mooi ronde putjes. Het werk van de “ant lion”, een insect dat zich ingraaft onder het diepste punt van zijn put. Zodra een mier of ander klein grut in het putje belandt, is het verloren: het geraakt niet meer uit de put en wordt door de ant lion naar beneden getrokken en opgepeuzeld.

Maar we hebben geen tijd meer voor ant lions. ‘t Is 7 uur s’morgens. We moeten naar onze volgende eSwatini bestemming: natuurpark Mkhaya, een kleine twee uur rijden.

Wegenwerken.

Op de weg buiten Hlane steekt een troep bavianen de weg over. Gevaarlijk! Een ander gevaar, naast de kuilen en verkeersdrempels zijn de koeien, op en langs de weg. ‘t Zijn afstammelingen van het Nguni-vee van de bantoes. En ook geiten willen wel eens de weg oversteken.

Nguni cattle Mkhaya eSwatini: zwart-witte koe steekt de weg over.

We belanden in wegwerkzaamheden. Of beter gezegd: de weg is over de hele breedte en een afstand van 60 km volledig opgebroken. We rijden aan maximaal 50 km per uur over grintwegen, af en toe uitwijkend voor vrachtverkeer of werfverkeer. Grote grinteffenaars en rotsverbrijzelaars produceren witte of rode stofwolken. Een water sproeiwagen rijdt ons op rechts tegemoet. Smalle strook weg, we stoppen. De sproeiwagen komt op onze hoogte en … stopt. De chauffeur draait zijn raampje naar beneden. Ik ook. “Hello sir, how,are you today?” Zegt hij lachend, half uit zijn raampje hangend. “Fine, thank you. And how are you today?” In eSwatini moet je uitgebreid tijd nemen om te groeten. Dan vraagt de chauffeur: “Does your car need a shower?” Hij lacht, ik ook. Vensters dicht en … de sproeier rijdt tot achter onze auto en geeft ons de volle laag. Alsof we in een zware plensbui zitten. Met propere auto en al toeterend en wuivend rijden we verder. Leuke mensen, die Swati.

Mkhaya.

We moeten om 10 uur bij een bepaalde stopplaats zijn. Daar zou iemand ons oppikken en begeleiden naar Mkhaya? De stopplaats is allerminst aantrekkelijk: vuile, slonzige omgeving, één “winkel” voor “groceries”. We zijn een half uur te vroeg, dus even de tandeloze winkeleigenaar interpelleren. Die staat voor zijn winkel maar kijkt wat schuchter of bevreesd. Al gauw blijkt dat hij geen woord Engels spreekt. Met gebaren maak ik hem duidelijk dat ik een foto van zijn winkel wil. Dat is goed. Prompt gaat hij in een officiële houding staan en kijkt zeer ernstig. Ik toon hem de foto: geen emotie. Nog een foto, dichterbij. Geen emotie als hij zichzelf ziet op het display van het fototoestel. Ik geef hem royaal 5 Emalangeni (30 Eurocent) waar hij toch blij mee lijkt te zijn.

Mkhaya pickup area eSwatini: man staat voor rood en geel geverfde winkel.

Er staan nog 2 andere auto’s te wachten: een Nederlands koppel en twee studentes (Canada en eSwatini). Uit een aardeweg duikt plots een Mkhaya-ranger op een motorfiets op: Sibu (eigenlijk een veel langere naam die ik helaas niet heb onthouden). Of we hem willen volgen, de wildernis in. Een kwartiertje verder komen we bij een groot gebouw waar we een welkomstdrankje krijgen en de auto’s achterlaten. We stappen over in een open (geen dak) safari-kar. En onze eerste “game drive” gaat van start.

Witte neushoorns.

Mkhaya is een veel opener park dan Hlane met ook veel meer vijvers en waterholes. Aan de eerste van zo’n poelen is het al prijs: een witte neushoorn ligt half in de modder met naast haar een kalfje dat geluid maakt als van een miauwende kat. Een hamerkop vogel overschouwt het toneel. Swati’s noemen deze vogel ook de sjamaan-vogel. Zij geloven dat een hamerkop bij je huis ongeluk brengt: ongetwijfeld is die hamerkop gestuurd door een sjamaan om iets kleins van je persoonlijke voorwerpen te stelen. Daar past de sjamaan dan voodoo op toe. “It is what we believe”, zegt de gids lakoniek. De poelen, vijvers en meertjes met neushoorns – allemaal “witte”, zelfs als ze zwart zien van de modder, zijn bijna niet te tellen. Maar toch hebben we het gedaan: 18 stuks in totaal. Hier en daar een kanjer van een krokodil. Ook nog opmerkelijk: een varaan! Zo zagen we er ooit nog een in Zambezi National Park in Zimbabwe.

Mkhaya Rhino with Hamerkop

Crocodile in Mkhaya

Af en toe zien we twee rangers te voet – steeds één zwaar bewapend. Er wordt gefluisterd dat eSwatini een “shoot to kill” politiek heeft tegenover stropers. Aan de ingang van Mkhaya staat een rek vol met vallen en ijzerdraad van stropers die hier ooit uit het park zijn gehaald.

Iets voor één eindigt de drive bij de centrale lapa en de “huisjes”. Dat laatste is een groot woord voor open rondavels: dak op palen met hier en daar – voor toilet en douche – halve muurtjes; geen electriciteit. Hier slapen we vannacht. Tussen de 12 ver verspreide rondavels dwalen guinea fowl en nyala rond, blijkbaar gewoon aan menselijke aanwezigheid.

Zwarte neushoorn.

Bij de lunch – geen self-catering meer – ontdek ik het eerste product waar de naam eSwatini op staat: “Black Mamba sauce” in twee versies: hot en extremely hot.

Na de lunch wat rusttijd … die we gebruiken om aan Kirky’s schuilhut, een modderpoel te observeren. Opmerkelijk: Betty spot een paar kleurrijke, gekuifde vogeltjes, waarschijnlijk bulbuls.

Onze tweede “game drive” start om 16:00 uur. Deze keer zien we – weliswaar in de verte – een tsessebe. Tsessebe betekent snelheid. Dit is dan ook de snelste onder de antilopen, mooi met enigszins hartvormige horens. Dan plots … de zeldzame, schuwe en agressieve zwarte neushoorn. Witte neushoorns zijn grazers, hebben een wijde onderlip – vandaar de naam “wit”, slechte Engelse vertaling van het Afrikaans “weide renoster” – wegen 2,5 ton en zijn redelijk sociaal. De zwarte neushoorn is een bladeren- en struikeneter, heeft een gepunte onderlip, weegt 1,5 ton en leeft solitair. Deze kerel laat wild zijn agressiviteit blijken. Vanop 50 meter afstand voert hij plots een (schijn?) aanval uit op de safariwagen. De gids – chauffeur wil snel in achteruit schakelen, lukt hem eerst niet, dan toch en snel achteruit. Oef, ‘t was maar een schijnaanval. Maar wat een agressieve neushoorn! Nu zien we dat zijn 40 cm lange hoorn bovenaan helemaal vlak is, niet in een punt eindigt. Ooit is zijn hoorn preventief afgezaagd als bescherming tegen stropen. Maar die hoorn groeit dus terug aan.

Mkhaya black rhino eSwatini

Mkhaya: black rhino

Nog een klein duikertje (common grey duiker) – één van de kleinste antilopen – spotten en dan terug naar het basiskamp voor avondmaal.

Mswati III.

Bij het zwakke schijnsel van petroleumlampen verwelkomt het vrouwelijk personeel ons in wat waarschijnlijk (?) nationale klederdracht is. Gedrapeerd in een soort kleurrijke sari met de beeltenis van koning Mswati III prominent op voor- en achterkant. Aan de lapa brandt een groot vuur. Regelmatig schept iemand er houtskool uit om te “braaien” (BBQ). Trommels worden bij het vuur gelegd. Om op te warmen? Na de braai voert het personeel – alleen de vrouwen – traditionele dansen op rond het vuur. Ze zingen en worden begeleid door het ritme van de trommels en … een fluitje. Raar om het gezicht van Mswati III op zeven danseressen te zien rondwervelen.

Bij het schijnsel van peroleumlampen stappen we de nacht in … naar onze rondavel. Eerst een 2 cm grote kever uit de wasbak vissen. Dan slapen … douchen doen we morgen vroeg wel.

Ndlovu.

3 november 2019.

Ndlovu betekent olifant in het Swati. De koningin-moeder van eSwatini wordt ook wel de Olifant, Ndlovu genoemd en haar zoon koning Mswati III de Leeuw, Bhubesi van eSwatini.

Ndlovu kamp ligt aan de ingang/receptie van Hlane. Daar rijden we nu – opnieuw 6 uur ‘s morgens – naar toe en … voorbij. Vandaag exploreren we het zuidelijke deel van Hlane. Maar voor het zover komt steekt onverwachts een jonge, eenzame olifantstier de grintweg over. Dat is schrikkken: stoppen, kijken, foto’s nemen. Alvast een goed begin van onze safari. En dan hadden we net daarvoor nog een gier in een boomtop gespot. Hlane heeft de grootste kolonie “white-backed” gieren van gans zuidelijk Afrika.

Vulture sihouet Hlane eSwatini

Elephant Hlane eSwatini

We rijden naar de “Hippo pool”, een klein meertje aan een dam. Een jonge jakhalsbuizerd bekijkt ons. Maar het is tijd voor een rustig ontbijt aan de enige picknick plek van het park, aan de Mahlindza waterhole, eigenlijk een betere naam dan “Hippo pool” want nijlpaarden zullen we hier niet zien. Onze picknickplaats ligt verscholen in het groen. Er staan ijzeren stoeltjes en een ijzeren tafel. Er zijn doorkijkjes tussen het groen op de vlakte voor het meertje. Af en toezien we een nyala, een wildebeest of een impala passeren. De echte safari-beleving komt echter een eindje verder, aan de “Bird hide”, inderdaad: een vogelhut pal aan het meer. Ongelooflijk wat we hier zien en wat een komen en gaan van beesten.

Tawny Eagle Hlane eSwatini

>Een kudde wildebeest springt nerveus vanuit het gebladerte de vlakte op. Bokkend en vechtend verschrikken ze de tientallen impala’s en nyala’s. Warthogs lopen in “file indienne”, staarten omhoog naar de oever. Daar rollen ze zich herhaaldelijk in de modder. Een maraboe daalt cirkelend over het meer en landt statig. Twee zwart-witte vogels proberen hem door herhaalde duikvluchten te verjagen. Tevergeefs. Drie zebra’s verschijnen voorzichtig aan de rand van de vlakte. Ze steken aarzelend over en komen drinken, naast nyala en wildebeest. Dan nog een dorstige gast: een kudu, één van de grootste antilopen, 1,5 meter schofthoogte, 250 kg en grote gedraaide horens. De kudu drinkt en … wentelt dan zijn horens in de modder. Grote klodders druipen er van af als hij weer de schaduw van de bush opzoekt. 

Mahlindza waterhole Hlane eSwatini

Kudu with mudhorns at Hlane

Over schaduw gesproken: deze morgen vroeg kleurde de hemel reeds staalblauw. Geen wolken! Om 10 uur is het reeds 34° C!

We keren terug naar Ndlovu kamp: we moeten water inslaan. Het is er voor het eerst redelijk druk – tot nu toe kwamen we geen enkele andere self-driver tegen. Aan de waterhole liggen/stappen/zitten drie witte neushoorns. Op veilige afstand – 60 meter? – kan je ze bekijken achter een elektrische prikkeldraad. We kuieren wat rond. Plots verschijnen twee mannetjes olifanten ten tonele. En wat een show voeren ze op: ze wandelen naar de oever en spuiten zich onder de modder. De kleinste van de twee is daarin duidelijk de meest bedrevene. Dan gaan ze het water in, eerst voorzichtig maar dan volledig kopje onder zodat je alleen nog het puntje van hun slurf ziet. Praktische snorkel! Ze pletsen, duwen en plonzen in het water, als twee grote kwajongens. Dan houden ze het voor bekeken en verdwijnen ze.

White Rhino in Hlane eSwatini

12 uur: ook voor ons tijd om naar Bhubesi terug te keren. Nog maar net zijn we vertrokken of daar komen we plots de twee mannetjes olifanten tegen. Wat te dicht bij de auto, naar mijn zin. Foto nemen en wegwezen. Spotten doen we niet echt meer onder de weg, maar toch … een meute van 30 tot 40 bavianen (“bobejanen” in het Afrikaans) spurt de weg over. Een grote baviaan blijft in het midden van de grintweg staan, de anderen rennen hem voorbij … net een verkeersagent als de school uit is. Alles gebeurt in een flits: geen tijd om een goede foto te schieten.

Baboon Hlane eSwatini

Wie wel nog wil poseren is de gekroonde parelhoen (crested guinea fowl), redelijk zeldzaam in tegenstelling tot de gewone parelhoen (helmeted guinea fowl)  met een belachelijk “toefke” op zijn kop. ‘s Nachts vliegen deze vogels de boomtoppen in om te slapen, overdag lijken ze absoluut te weigeren om te vliegen. Ze verkiezen tientallen meters voor je auto uit te lopen.

En zo eindigt onze tweede safari in Hlane. Deze namiddag platte rust.

Crested Guinea Fowl

P.S. Internet in Ndlovu is waardeloos: enkel goed genoeg om – mits veel geduld – email te bekijken. Een attente en trouwe bloglezer signaleert mij dat de Springboks inmiddels wereldkampioen rugby zijn geworden door het Engelse team te verslaan! Proficiat!

Bhubesi.

2 november 2019.

Bhubesi betekent leeuw in het Swati. Maar leeuwen zitten alleen in een afgesloten deel van Hlane waar je niet met self-drive in mag. Gelukkig, want blijkbaar zitten we hier als toeristen moederziel alleen (met twee) in Bhubesi kamp, 12 km van de Hlane ingang en receptie.

Dieren in het wild zijn het meest actief ‘s morgens vroeg en bij het einde van de dag. Dus: om 5u30 opstaan voor een “early morning self-drive”.

Het eerste wat we spotten zijn twee mannen, te voet door het park. De ene heeft een geweer op zijn rug de andere heeft een stok in de hand. Rangers? Ze wuiven in elk geval vriendelijk naar ons.

Impala vermelden we al niet meer: die zien we nu bij tientallen.  Nyala ook al niet … of toch: deze keer spotten we de mannelijke Nyala die er heel anders uit ziet. Groter, grijze vacht met afhangend lang haar, grote 1-maal gedraaide horens, witte strepen op de flanken en een witte V op de neus.

In de verte staart een wildebeest (gnoe) ons aan vanaf het midden van de weg. We naderen, stoppen. Plots kijkt het alsof het wildebeest een wesp in zijn oor heeft: hij slaat met de kop en springt dan als een bezetene de “bush” in. Even verder stormt een kleine kudde wildebeest de weg over.

Male Nyala Hlane

Wildebeest Hlane

Af en toe moeten we toch op de boomtoppen letten. Een grote roofvogel overschouwt het bushveld vanop een hoge tak. Maar hij vliegt te snel op om hem te kunnen identificeren. Een “tawny eagle”? Wie niet snel opvliegt, is de maraboe, of liever “de maraboes”, meervoud. Een kleine kolonie van een vijftal dieren heeft, van uit een boomkruin geen interesse voor onze auto. Met hun kale kop en massief-zware bek komen ze niet bepaald in aanmerking voor een schoonheidsprijs. ‘t Zijn bovendien aaseters, net zoals gieren. Hlane is de meest zuidelijke plek in Afrika waar je nog maraboes kan zien. En een vogel die we gisteren reeds zagen: de geelgebekte neushoornvogel! Ook deze blijft rustig op een tak naast onze auto zitten en zingt zijn monotoon “woe-woe-woe-woe” lied.

Marabou Hlane eSwatini

Yellowbilled Hornbill Hlane

Ons havermout met kiwi en papaya ontbijt verorberen we rustig in de auto, op een zandweg. Andere auto’s hebben we hier nog niet op een self-drive gezien.

We doen er – langs allerlei omwegen – meer dan 2u30 over om de ingangspoort van Hlane te bereiken. We hebben proviand nodig voor de volgende dag en een half. Op dus naar het dichtstbijzijnde dorp in eSwatini: Simunye.

Volgens ons plannetje van Hlane is (was?) er een tweede ingang, dicht bij Bhubeshi-kamp. Dus rijden we op  een brede, goed geasfalteerde weg, rond het nationaal park om dat eventjes te controleren. De weg leidt alleen maar naar een reusachtige, smerige suikerfabriek. Vrachtwagens met rietstengels rijden af en aan. De weg, zwart van het rietafval, lijkt hier te stoppen. Foto nemen? Plots komt langs de overkant een politiewagen aangereden. De agent stapt uit en vraagt ons waar we naar toe gaan. Heu … snel iets bedenken, want het is misschien niet kosjer wat we doen. “We are looking for the entrance to Hwane” zeg ik met een halfleugen. Hopelijk zwijgt Betty als vermoord. Een glimlach verschijnt op het gezicht van de agent. “I will explain” zegt hij en tot twee keer toe legt hij ons uit hoe we moeten terugrijden. Daarbij is het volgens hem belangrijk om, ééns terug aan de afslag naar Hlane naar “left” te rijden en … hij wijst naar rechts. En een “brr-brr-brr” te passeren en hij maakt een rollend geluid en een doorzakkende beweging met beide armen. Ja, we weten het: hij bedoelt een veerooster! Maar we keren zeker terug (niet zonder toch stiekem een foto te hebben gemaakt). Wat een vriendelijke en behulpzame agent.

Simunye dan, ons eerste dorpje in eSwatini. Mooier dan wat we in Zuid-Afrika zagen: nog altijd vierkante betonnen blokken maar netjes beige geverfd. Ieder huisje lijkt bovendien zijn verzorgd groententuintje te hebben. Er is zelfs een goed gestockeerde supermarkt, maar weinig producten zijn voor ons herkenbaar. Je kan er kippenekken, kippepoten, kippelevers en alle soorten orgaanvlees kopen, al dan niet luchtdicht verpakt. Het beste wat wij kunnen vinden is “boerewors”, wortelen, aardappelen, bonen in blik … In een aparte “liquor store” slaan we wijn in, Castle bier en Savannah Dry (cider).

Terug in Hlane, in Ndlovu kamp, aan de ingang. Hier zou je voor 50 Emlangeni, zowat 3 EUR een wifi internet toegang kunnen kopen. Doen we, in de hoop een blogpost te kunnen doorsturen. IJdele hoop: aan 0,5 Mbps is het internet niet vooruit te branden! Maar … onze stop in Ndlovu is niet voor niets: twee witte neushoorns wandelen in de verte rond het grote “waterhole”. In het water duiken de ogen en neusgaten van een hippo op. En in de nok van het dak van de centrale lodge hangen tientallen vleermuizen te wiegen in de wind.

White Rhinos Hlane

Bats in Ndlovu

De zon heeft inmiddels alle wolken verdreven. De temperatuur loopt snel op tot 29 ° C. We rijden terug naar Bhubesi. Een warthog – een “normale”, niet die kanjer van gisteren – met tweede roodgebekte ossenpikkers, wil wel poseren voor een foto.

Warthog with redbeaked oxpicker Hlane

‘s Namiddags doen we zoals de dieren: een middagdutje! Je moet op het ritme van de natuur leven.

Hlane.

Vrijdag, 1 november 2019.

“You want the sun, but we like the rain”, zegt de Afrikaner van Kruger ViewChalets aan de receptie bij het uitchecken. Het motregent immers opnieuw. Niet getreurd: we zoeken andere oorden op. Langs de pittoreske weg via Kamhluswa en Tonga rijden we naar eSwatini. In de drukke dorpjes onderweg kijken we onze ogen uit: het leven speelt zich hier grotendeels op straat af. Opnieuw veel schoolkinderen, mensen die per fiets van alles vervoeren, dikke mama’s wachten op minibusje, geïmproviseerde groenten- en fruitkraampjes onder een parasol acacia.

Tree in Tonga eSwatini

Grens.

Grenzen en Afrika: zelden een goede match. Enigszins nerveus parkeren we de auto netjes aan “Immigration” aan de Zuid-Afrikaanse kant van de grens in Mananga. We halen vlotjes uitreisstempels in onze paspoorten. Dan een eindje verder na een hoge afsluiting met prikkeldraad bovenop te zijn gepasseerd, rijden we tot bij een “Pass Gate” aan de eSwatini kant van de grens. Daar krijgen we een papiertje; dat is wat oneerbiedig gezegd: ‘t is een “Gate pass”. Verder rijden tot aan een kantoor waar onze passen weer worden gestempeld alsook onze gate pass. Volgende loket: controleren of onze gate pass wel goed afgestempeld is en 100 ZAR betalen voor de auto; auto-documenten worden niet gecontroleerd.

Even de propere toiletten opzoeken. Verder rijden tot aan de exit: een slagboom en intrekbare “spikes” op de grond. Daar wordt onze gate pass nog een keer gecontroleerd en ingehouden. Slagboom omhoog en we zijn weg. Klinkt misschien ingewikkeld maar op 20 minuten, toiletstop inbegrepen, hebben we de hele procedure vlekkeloos afgewerkt!

Onmiddellijk merken we dat we in een ander land zijn. De weg is smaller maar nog steeds goed. Geen bewoning/bebouwing meer, alleen eindeloze suikerrietvelden en … een eenzame suikerfabriek, zoals gewoonlijk rook uitbrakend. Een paar vervet-aapjes begroeten ons langs de kant van de weg.

Oh ja, de naam eSwatini … nergens gezien, niet aan de grenspost, niet op officiële documenten, niet op bankbiljetten. Overal wordt nog steeds Swaziland vermeld. Veel haast lijkt die naamsverandering van twee jaar geleden niet te hebben.

Hlane Nationaal Park.

Zo ver is het niet meer tot Hlane Nationaal Park, maar plots gaat de zachte motregen over in een ware plensbui. In de gietende regen bereiken we de (enige open) ingangspoort van Hlane. Opnieuw formulier invullen en één of andere tax betalen (30 Emlangeni per persoon per dag – 1 Emlangeni = 1 ZAR = 0,06 EUR), dan kunnen we verder rijden tot aan de receptie. Nog een keer “iets officieels” afdokken (48 Emlangeni) en dan krijgen we de sleutel van ons huisje. Dat ligt 12 km van de receptie/het hoofdgebouw van Hlane, midden in de “lowveld” savanne. “Pas op”, zegt de man aan de receptie: door de regen kunnen sommige wegen zeer modderig zijn. “Bellen als je problemen hebt”.

Hlane entrance eSwatini

De rit naar Bhubesi kamp – zo heet de verzameling van 6 huisjes, waarvan wij er één voor drie nachten bezetten – is eigenlijk al een safari op zich. Het eerste wat we spotten is een kleine troep impala’s, zo herkenbaar aan hun zwarte streep op elke bil plus nog een zwarte staartstreep. Hun achterste lijkt op de M van het Mc Donald’s logo. En voor leeuwen zijn ze misschien wel het equivalent van Mc Donald’s.

De hobbelige en zanderige weg – gelukkig niet al te modderig – noopt ons tot heel traag rijden. Maar toch moeten we plots stoppen: luipaard-schildpad op de weg! Een eindje verder kijkt een neushoornvogel ons aan. Bijna hebben we Bhubesi bereikt als Betty plots in het struikgewas een warthog (wrattenzijn) opmerkt. Maar wat voor één: een reusachtig mannelijk exemplaar met vervaarlijke slagtanden. De kerel kijkt ons af en toe aan, loopt parallel met de weg rustig voort om dan te verdwijnen. Whoaw.

Yellowbilled hornbill Hlane

Warthog Hlane

Water.

Op de deur van ons huisje staat in koeien van letters: Beware of Snakes. Keep doors closed at all times. Brrr, we zullen dat maar doen. Binnenin wordt nog eens gewaarschuwd: Do not drink water. Uit het kraantje komt inderdaad roodbruin water. Als we het koken, zou het dan OK zijn om bij voorbeeld groenten te wassen? Moeten we straks vragen. In elk geval blijft na koken een grondlaag zand op de bodem van de pan liggen. Hadden we nu maar een waterfilter systeem mee.

Bhubesi Leadwood Hlane

Na onze meegebrachte, alweer late lunch – self-catering, weet je wel – verkennen we voor een eerste keer Hlane. We rijden langs kronkelige, zanderige wegen – het heeft opgehouden met regenen en in geen tijd droogt de modder op – naar Ndlovu, dat is waar de receptie en het hoofdgebouw van Hlane is. Betty – alweer zij – ziet een giraf een tiental meter van de weg, naast een hoge boom met frisgroene bladeren. Het is een prachtig dier, groot met heel uitgesproken tekening. Nadat hij zich er van vergewist heeft dat wij niet gevaarlijk zijn, blijft hij rustig verder van het bladerdak eten.

Giraffe Hlane

In Ndlovu vragen we toch even of het water van de kraan OK is om groenten te wassen. “Yes, sure Sir, no problem”. Ja maar, het water ziet blond/bruin. “Yes, that happens when it rains, but no problem”. Juist ja, maar we kopen toch een extra 5 liter bidon aan zuiver water.

Terug dan naar Bhubesi waar ons nog een verrassing wacht. Drie vrouwelijke nyala’s kuieren rustig langs huisje n° 1, “Leadwood house”, het onze! Nyala’s zijn iets grotere antilopen dan impala’s, bruin met witte strepen op de flanken en een pluimstaart. Deze nyala’s  schrikken niet eens te veel op wanneer we arriveren en lopen uiteindelijk zelfs rustig langs ons terras achteraan. Speciaal.

Nyala Hlane

Inmiddels is het buiten pikdonker, complete duisternis, volledig zwart, geen licht of lichtschijn te zien. Nog nooit zo een donkerte beleefd. Blijkbaar is ons huisje het enige van de zes wat bezet is.

Betty neemt een bad in zandwater. Ik neem een glas rode wijn. Morgen vroeg plannen we een nieuwe safari EN inkopen.

Samora Machel.

I miss the rains down in A-Africa.
Liedje van Toto.

Een fijne, mistige motregen valt over Krokodil rivier. ’t Is ongewoon stil buiten. Behalve een onbeweeglijke krokodil aan de rand van de rivier is er geen dier te bespeuren.

Niet (te) erg: we plannen een trip naar het Samora Machel monument. Bovendien is het nog steeds aangenaam warm (25° C).

We maken een ommetje langs Komatipoort op de grens met Mozambique: een vlakke weg langs eindeloze suikerrietplantages. Af en toe halen we een lange truck met opligger in, boordevol met rietstengels. In het midden van de vlakte duiken hier en daar suikerfabrieken op; ze braken stinkende rookwolken uit.

In Komatipoort is er een toeganspoort tot Kruger park: de “Crocodile gate”. Je moet via een smalle brug de rivier over. Even over en weer naar de andere oever en foto’s nemen.: Kruger park zelf staat niet op onze agenda. Dan rijden we verder naar het zuiden.

Sugar cane factory - Komatipoort

Crocodile gate Kruger park

Naarmate we onze bestemming naderen – het Samora Machel monument in Mbuzini – wordt het landschap opnieuw bergachtiger. We passeren verschillende dorpen – verzamelingen van grauwe, vierkante betonnen blokken op stoffige, rommelige perceeltjes. Tientallen en tientallen kinderen in schooluniform wandelen in groepjes langs de weg. Zo te zien moeten ze kilometers ver stappen.

Maar eerst: wie was Samora Machel? Vrijheidsstrijder en eerste president van het onafhankelijke Mozambique (1975). Op 19 oktober 1986 is zijn Tupolev-134 in Mbuzini neergestort. Van de 44 inzittenden zijn er 35 omgekomen, waaronder de president. Zijn weduwe, Graça Machel is later (1998) hertrouwd met Nelson Mandela nadat die gescheiden is van Winnie Mandela. Precies op de plaats van het vliegtuigongeluk is een monument annex museum gebouwd.

Die site ligt er nu verlaten bij, dat wil zeggen: een beetje geïsoleerd in de Lebombo bergen; geen toeristen; een bewaker (om bezoekers te registreren!), een gids (om toeristen te begeleiden en te vertellen wat ze zelf ook wel kunnen lezen in het museum!) en een kassier (om ons 15 ZAR per persoon te laten betalen). Het monument zelf bestaat uit 35 hoge ijzeren buizen, symbool voor de 35 slachtoffers van de ramp. De wind speelt door de gaten in het metaal en produceert een zoevend geluid. Bij stormwind zou het lijken op weeklaag en geween van de slachtoffers. De buizen roesten: aan hun basis zijn lange roestsporen te zien, symbool voor de tranen van of voor de slachtoffers. En, een beetje luguber: hier en daar zijn brokstukken blijven liggen en/of ingewerkt in het monument. Erger nog: van sommige wrakstukken zijn beelden gemaakt … van een koe … van Samora Machel zelf.

Samora Machel Monument

Het museum geeft een overzicht van het leven van Machel, van de omstandigheden van de mysterieuze crash en van de vrijheidsstrijd in gans Zuidelijk Afrika in de tweede helft van de twintigste eeuw. Interessant.

Samora Machel Museum

Cow in Samora Machel Museum

We keren terug naar Malalane via Kamhlushwa. Nog altijd langs redelijk goede asfaltwegen maar wel opletten voor al dan niet aangekondigde, hoge verkeersdrempels en potholes. Benieuwd wat het morgen wordt: we trekken naar eSwatini en hebben vermoedelijk minstens 4 dagen lang geen internet! Digital detox!

P.S. Geen noemenswaardige dieren gespot vandaag. Houdt de regen ze weg?