Ontmoeting(en) met politie en …

Vrijdag 14 november: tijd om opnieuw te verhuizen. Dus vroeg opstaan (6 uur), pakken maken en laatste ontbijt met Shepherd en Dana. Evelien vertelt dat de vloer van haar kamer gisteravond bezaaid was met dode vliegmieren. Vanmorgen geen spoor meer van enig dood insect. Vermoedelijk heeft een gekko alles opgevreten … Maar of de insecticide hem goed zal bekomen???

Als extra service wordt tijdens ons ontbijt onze auto gewassen. Afscheid nemen, instappen en weg. Op de 60 km naar Bulawayo passeren ons welgeteld 10 tegenliggers en moeten we aan drie politiecontroles stoppen. Geen erg: na een “Hello, how are you? Fine and you?” rijden we elke keer vlotjes door. Bulawayo rond half negen ’s morgens: in volle spitsuur maar het verkeer is zoals in Belgie op een zondag. Geen sloppenwijken. De stad lijkt proper en netjes met veel huizen in koloniale stijl. Wel veel voetgangers. Eventjes diesel bijtanken, maar in het eerste tankstation waar we stoppen zitten ze door hun voorraad heen. Tweede station heeft wel nog diesel. Al heel snel zijn we deze tweede grootste stad van Zimbabwe weer uit.

Wrak van truck naast asfaltweg in de savanne.

En dan een lange kaarsrechte en verlaten weg naar het noorden, naar Hwange Nationaal Park. Niet helemaal verlaten: af en toe passeren we een piepklein dorpje, een tiental rondavels, armoedig maar wel proper en netjes. Of we rijden lifters voorbij. Of ezels, of koeien, of geiten die hier allemaal lijken los te lopen rond en op het asfalt. Of uitgebrande of volledig gestripte wrakken van autos of vrachtwagens. Die laatste zijn meestal van truckers die ’s nachts op de onverlichte wegen door Zimbabwe razen en dan in slaap vallen achter het stuur. Of politiecontroles! Na de drie van voor Bulawayo hebben we nu een vierde, vijfde, zesde, en zo verder controle, sommige gewoon door een paar roestige tonnen in het midden van de weg te zetten. En meestal rijden we zonder veel poespas na een korte stop door.

Maar niet bij de tiende! Agent Sharapa vertelt ons, na de gewone begroeting, dat ons voertuig naar Zimbabwaanse normen, een pick-up is. Die moeten op de bumper achteraan een doorlopende rode reflecterende strip hebben. En wij hebben alleen maar twee rode strips op elke hoek. Dat wordt een boete van $ 20! We argumenteren: dat we dat niet wisten, dat het een huurauto is, en waar zouden we dan zo’n strip kunnen kopen, en wat doen we dan bij de volgende controle en dat het toch een zware boete is? De agent lijkt te aarzelen, roept er zijn chef bij. Die lijkt wat verveeld met de zaak, zegt iets, vermoedelijk in Shona-taal, en loopt weg. Dan vraagt de agent ons waar we vandaan komen. Van België. Ha, de red devils, world championship. Ja, inderdaad: dat België. Ok, dan moeten we maar $ 10 betalen. Maar Stijn, de chauffeur, moet wel een “Admission of Guilt” ondertekenen, wat tevens ons officiële boete-document is. We kunnen doorrijden. Onnodig te zeggen dat het voorval verder druk wordt becommentarieerd! Zullen we al dan niet zo’n rode strip kopen?

’t Is al na de middag als we Hwange National Park (uitspreken: “wangie”, met een Franse G)binnen rijden. Dit is een park zo groot als half Belgie. Vanaf de ingangspoort – er zijn overigens geen afsluitingen rond het park – moeten we nog ruim 82 km in het park rijden tot onze eindbestemming: Camp Hwange. In dit nationaal park zijn we de 10de bezoekersauto vandaag. We eten rechtstaand “uit het vuistje” wat we nog aan eten in onze auto hebben (grissini’s, 1 boterham, 1 salami). Een auto met Afrikaners stopt. Ze hebben een leeuw gezien, liggend onder een boom, zo een 7,5 km van de ingang. Hop, de auto in en weg. En inderdaad, na wat spotwerk (vooral door Stijn) zien we een mannetjes leeuw onder een boom liggen, op 10 meter van de weg. De kerel staat op, kijkt even naar ons en wandelt dan lusteloos weg.

Close-up van mannetjesleeuw.

Het begint te regenen met donder en bliksen. Maar lang duurt het niet. We zien onder de weg kudu, warthog, olifant, steenbok, leopard tortoise (luipaard-schildpad) … deze keer te veel om op te noemen. Uiteindelijk bereiken we iets na 4 uur de Shumba-pan. Daar links af, aan een “No entry” teken onder een schedel van een olifant. Bestemming bereikt! In het park niemand, geen enkele auto, tegen gekomen.

Zwart bord met “No Entry” in witte letters en olifantenschedel.

Camp Hwange is een zogenaamd “bush camp”: 8 “chalets” met rieten dak en “muren” van gaas die je naar believen kan op- of afrollen. Niet afgesloten door enige omheining. Er wordt ons gevraagd, na een welkomstdrankje, een document te tekenen waarbij we alle verantwoordelijkheid voor eventuele ongevallen / aanvallen van dieren op onszelf nemen.

En even later stappen we al in de safari-kar voor een eerste verkenning van de omgeving. Shepherd was een goede gids maar “Spike”, blank, lijkt letterlijk alles af te weten van de savanne en haar bewoners. Verhalen over termieten wisselen af met het fluitend lokken van een uil – die dan nog komt aangevlogen ook – uitleg over de mopane-boom, zebra’s, invloed van te veel olifanten op de vegetatie en duizend andere dingen meer. We wandelen door de savanne, Spike met tweeloops geweer op kop. Donkere wolken en bliksem in de verte. Dreigende luchten, maar … het blijft droog voor onze sundowner. Bij het terugrijden is de duisternis al ingevallen. We stoppen nog aan een meertje waar de nijlpaarden uit het water trekken op weg naar hun graaslanden.

Toeristen met gewapende gids stappen door de savanne.

Bij terugkeer aan het hoofdgebouw van Camp Hwange wordt ons verteld dat we overdag, wanneer het klaar is, wel zelf mogen rondwandelen tussen de “tenten” maar in geen geval ’s nachts want te gevaarlijk! Dus moeten we voor het avondmaal braafjes wachten tot we door Spike en een assistent met krachtige zaklamp worden afgehaald om de 50 meter naar het hoofdgebouw te overbruggen. Geen overbodige luxe. Plots blijft Spike stokstijf staan en duwt me achteruit. Op de rand van het zandpadje, anderhalve meter van waar we staan, verschuilt zich een slang. Niet zomaar een slang: een beest van ongeveer 2 meter, een uiterst giftige Egyptische Cobra! Wachten en kijken. De slang lijkt weg te sluipen maar kronkelt dan plots terug naar de weg. Nog wat wachten. Dan toch maar op aanraden van onze gidsen van het pad af en in een grote bocht om de slang heen lopen. Oef … opnieuw stof om over te discussiëren. We laten de adrenaline bezinken tijdens het aperitief. Nog 5 andere gasten: een Engels paar, een Duits en een mevrouw uit Frankrijk. Allemaal samen met Ruth, gastvrouw, gids Spike en een tweede gids rond de tafel. Bespreken wat we morgen doen. Met zijn vijven en Spike wordt een vroege uitstap en wandeling gepland. Opstaan om 5 uur, jawel: vijf uur! Dus vandaag om 21u30 in bed.

View of the World.

Matobo, Big Cave Camp, 13 november, 2014.

Het heeft vanacht nog geregend. Maar om 6u45 ben ik klaar voor een jogging met Evelien. Toegestaan want geen echt gevaarlijke dieren in de omgeving, behalve dan luipaard. De temperatuur is vermoedelijk iets meer dan 20° en luchtvochtigheid is ideaal. Fantastisch gevoel, zo’n loopje in Zimbabwe, in de natuur, tussen de rotsen van Matobo. Zebra en wildebeest lopen verschrikt weg. We ontwijken een kikker op het zandpad. Alles ziet er veel groener uit dan gisteren, vooral het “resurrection weed” – dat lijkt maanden dood en verdord – doet zijn best om snel groen te worden, al na 4 tot 5 uur regen. Na zo’n 40 minuten besluiten we de korte weg naar onze huisjes, dat wil zeggen: over de berg, te nemen. Terwijl Evelien als een klipspringertje over de rotsen lijkt te zweven, sleur, duw en trek ik mezelf naar boven. Prachtig uitzicht op de top. En dan, na eventjes zoeken en afdwalen van het rechte pad, naar beneden, naar onze huisjes.

Acht uur: aan het hoofdgebouw van de lodge slaat de tam-tam. Tijd voor ontbijt.

Matobo National Park.

Bezoek aan Matobo National Park hebben we voor vandaag geprogrammeerd. Shepherd geeft ons een paar nuttige tips: welke de beste toegangspoort is, wat we zeker wel en misschien maar niet moeten zien. Lunchpakket mee van de lodge en we zijn weg: 15 km verlaten weg, tot net voor een politiecontrole en daar moeten we rechtsaf – ontwijken zo de controle – en … we zijn er

Matobo is met zijn 425 km2 één van de kleinste parken van Zimbabwe maar staat op nummer twee wat betreft bezoekersaantal. Dat is er op dit moment niet aan te zien. Bij het inschrijven aan de ingang, zie ik dat we vandaag auto n° 3 zijn en dat er gisteren in totaal vier auto’s waren! Eerste stop in het park: een monument ter ere van slachtoffers uit de wereldoorlogen. Hadden we mogen overslaan: verwaarloosd, oubollig en niet mooi. Tweede stop: “White Rhino shelter”, een grot met rotstekeningen. Mooi maar die gisteren in Big Cave Camp waren minstens even mooi. Derde stop: View of the World en het graf van Cecil Rhodes, de stichter van het vroegere Rhodesië, nu Zimbabwe.

Grote rotsblokken op rotsachtig plateau.

View of the world.

Je moet het levensverhaal van de man er maar eens op na lezen, maar in een notendop: stichter van “De Beers” goudmijnen, avonturier, strateeg, gehaaid politicus, intrigant die door een combinatie van overredingskracht, geweld en bedrog uiteindelijk zijn “eigen land” verwierf. Ook zijn begraafplaats – hij stierf relatief jong op 48-jarige leeftijd in 1902 – koos hij zelf: hier bovenop één van de heuvels van Matobo. Goed gekozen: prachtig uitzicht – Rhodes zelf noemde het “View of the World”. De natuur heeft hier een aantal gigantische rotsblokken op een Matobo neergepoot. De bruin-rode rotsen zijn begroeid met gele, oranje en groene lichen (=korstmossen). Een paartje olifant spitsmuizen (“elephant shrew”) speelt verstoppertje op, rond en onder de rotsblokken.

Platte grafzerk van Rhodes op plateau met grote rotsen.

Een eindje verder op de top van “View of the World” liggen twee kompanen van Rhodes begraven. En nog wat verder verpest een spuuglelijk monument voor een aantal – uiteraard blanke – helden van de oorlog tegen de Ndebele een deel van de charme van deze plek. Hadden we al gisteravond niet een vergelijkbaar mooi panorama gehad in “Big Cave”, dan hadden we het uitzicht waarschijnlijk nog spectaculairder gevonden. Nu was ons gevoel: “Ook mooi”! Gek ook dat een gedenksteen vertelt dat “… these men have served their country well”. Hoezo “their country”? Was dat niet Engeland? En hadden ze dit land niet gestolen van de lokale Ndebele en Shona bevolking?

Pomongo Cave.

Maar genoeg gefilosofeer. Tijd nu om de grotten met rotsschilderingen van Matobo National Park te bezoeken. Als eerste de Pomongo Cave met museum. Het museum is eigenlijk in een soort van hangar met strooien dak en is absoluut oubollig en verouderd. De jaren vijftig bij ons!  Bij de ingang biedt een lokale gids gratis zijn diensten aan. Hij is zo gelukkig als we zijn aanbod aannemen! Rondleiding duurt zo’n 10 minuten. Dan met hem naar de grot, een 50 meter verder. Redelijke teleurstelling: dit is wel één van de grootste grotten maar de tekeningen zijn sterk vervaagd door vroegere verkeerde conservatie-inspanningen. Op dan naar de volgende grot. Echter niet zonder eerst ons lunchpakket aan te spreken aan de rand van een dam.

Een onverdeeld succes is dat niet. Het lunchpakket is perfect maar we worden geplaagd door Mopane-vliegen, kleine vervelende bijen eigenlijk, die niet steken maar in zwermen rond je kop zweven en op je ogen, mond en oren willen gaan zitten. ’t Wordt dan ook een snelle lunch.

Nswaguti cave.

Onze volgende grot met San-muurschilderingen is absoluut de moeite waard! En moeite moeten we er voor doen. Bij een bewolkte hemel en drukkende warmte een steil pad op, tot aan de “Nswatugi cave”. Prachtige fries met giraffe, kudu, zebra en allerlei menselijke en dierlijke figuren.

Open grot met rotstekeningen van dieren.

We besluiten om ook nog even het “wilde dieren deel” van het Matobo-park te bezoeken. Op het vlak van dieren spotten wordt dat echter een relatieve teleurstelling. Behalve drie giraffen, wat klipspringertjes en een neushoornvogel die een schorpioen in zijn bek heeft geklemd, is er niet zo veel te “spotten”. Wel kunnen we de “mother and child” bewonderen: een van de meer bizarre rotsformaties van Matobo en tegelijkertijd het visitekaartje van het Nationaal Park. Ruimschoots tijd nu om terug te keren naar “Big Cave”. Op het domein zien we nog een paar “martial eagles”: een paar grote arenden, samen zittend op een boomtak langs de weg. Maar tijd ook voor een drankje – het lokale Lion bier – en een hapje (worstenbroodje) vooraleer we samen met Shepherd en Dana opnieuw aan tafel schuiven voor het avondeten. Twee lokale “cullinaire” specialiteiten zijn het nog waard om vernoemd te worden: chips van aardappelschillen en “crackers”, gefrituurd varkensvel … Geen onverdeeld positieve meningen!

Gestapelde rotsblokken in de vorm van moeder met kind.

Opnieuw regen ’s avonds. Rond de lodge en op de rotsen zit het vol kikkers. Duizenden insecten ook, rond, en soms in, onze huisjes. Vooral het huisje van Stijn en Evelien lijkt geteisterd door een invasie van een soort vliegmieren. Oplossing van Shepard: lichten binnen uit, buiten aan en … insecticide spuiten!

De avond eindigt rond het kampvuur, tussen de rotsen … Morgen trekken we verder.

Kale knikkers in Matobo.

Gisteren, 11 november, heb ik onrecht aangedaan aan Big Cave Camp in de heuvels van Matobo of Matopos. De plek verdient een betere beschrijving dan wat ik gisteren produceerde. Een poging tot goedmaken dus.

Big Cave Camp.

Afgelegen te midden van rotsen en rotsblokken van allerlei kleuren die door reuzen lijken opeen geplaatst te zijn op een manier alsof evenwicht en zwaartekracht hier niet bestaan. De lodge zelf ligt ook al halfweg een gigantische rots en is gedeeltelijk tegen diezelfde rots aan gebouwd met gebruik makend van diezelfde rotswand, geïntegreerd in het gebouw. Met een 4×4 – niet de onze, die moet achterblijven op een parking zowat 30 meter lager – werden we gisteren de rots op gevoerd.

Rotsblokken en rondavels verscholen in het groen.

Rotstekeningen.

En nu – 7 uur ’s morgens – staan we klaar voor “rusks”, een soort beenharde droge koeken, en tee of koffie. Daarna een verkennende ochtendwandeling met Shepherd, onze gids van de lodge. Het wordt op en af rotsen klauteren, soms zelfs jezelf met een touw omhoog trekken, een beetje moeilijk voor David met zijn ene goeie arm. Rotsschilderingen van de San – bosjesmannen – zijn zowat overal te zien op overhangende rotsen en in halve grotten. Zeer duidelijk en goed bewaard, behalve op een plek waar termieten beslisten een heuvel tegen de rots aan te bouwen. Prachtig uitzicht ook boven op de kale rotstop. Uitstekende uitleg van Shepherd over de rock fig tree, een boom die op de rotsen groeit en door zijn wortels zelfs een rots kan doen splitsen, of over de levenswijze van de San en hoe ze voedsel bewaarden, of over de “bush tee” die je energie geeft (een paar blaadjes meegekregen: moet ik straks bij het ontbijt proberen), of nog over termieten en de “Ant Lion”, vrij vertaald de mierenleeuw – een insect dat zich in het zand ingraaft en vliegjes verschalkt in een zelf gegraven putje – of … te veel om op te noemen en te herinneren.

Rode rotstekening van antiloop.

Matobo.

Wel zal om één of andere speciale reden de betekenis van de naam Matobo me altijd bij blijven: “bald head”, kale knikker. Blijkbaar kwamen vroeger de wijzen van de omstreken, kaalgeschoren zodat ze op de bergtoppen leken, hier de voorvaderen aanroepen om bij voorbeeld regen af te smeken of problemen te helpen oplossen.

Uitgebreid ontbijt in de lodge. Lynn, de manager, heeft vakantie voor de volgende dagen en … daar zijn we blij om: ze was een beetje “pushy” in het promoten van allerlei – betalende – activiteiten. We besluiten om de rest van de voormiddag luierend door te brengen aan het zwembad, dat is ook weer in de rotsen uitgehakt en maar een voorschot groot. Wel uit de zon blijven. ’t Is wat temperatuur betreft draaglijker dan in Mapungubwe een paar dagen geleden maar toch nog boven de 30°. En dus afwisselend in en uit het zwembad en de veelkleurige hagedissen bewonderen die naast het zwembad liggen te zonnen.

Blauwgroene hagedis met oranje hoofd.

Even iets gaan halen in onze “chalet” en wat stel ik vast in de lavabo van onze badkamer? Een 5 cm lange drol! Mysterie: hoe kan dat? Nergens in de badkamer of kamer iets abnormaals te zien. Shepherd er bij gehaald. Die stelt snel zijn diagnose: venster van badkamer laten openstaan, vervet aapje binnen gekropen. Die zat vermoedelijk op de lavabo, is geschrokken van zijn eigen spiegelbeeld, heeft zich “bekakt” en is vliegensvlug weer ontsnapt. Dus, vanaf nu alle vensters potdicht houden als we niet “thuis” zijn.

Na de lunch wandelen we zelf even rond in de direkte omgeving. Geen leeuwen, alleen maar antilopen, wildebeest en dies meer op het domein. En een paar luipaarden, dus niet al te veel gevaar. Opnieuw prachtige panorama’s, eigenaardige rotsen en typische savanne landschappen.

Formatie van rotsen die op elkaar gestapeld lijken.

Om 4 uur tijd voor een “evening safari” met sundowner, opnieuw met Shepherd. We hebben hem onze Bradt-reisgids over Zimbabwe geleend en daar is hij vol lof over. De hele namiddag heeft hij zitten lezen en … hele stukken overschrijven! Maar zelf weet hij heel veel over de natuur en het leven in en rond Matobo. Ook voor wat de geschiedenis betreft. Hij vertelt ons het verhaal over Cecil Rhodes en de intriges om zoveel mogelijk land in handen te krijgen. Maar Shepherd doet dat door zowel de (vele) slechte kanten van de man als de goede kanten ervan te belichten. We eindigen onze sundowner met een “Lion” biertje, lokaal uit Zimbabwe, bovenop de kale top van een berg, een Matobo.

Magische plek. De zon gaat schuil achter dreigende wolken. Zou het hier eindelijk gaan regenen? In de verte flikkert de bliksem.

En ja, ’s avonds als we naar het restaurant van de lodge trekken is dat onder een gietende regen. Dikke regendruppels voor maximaal een half uurtje … Morgen vermoedelijk weer zon.

Avondmaal en geanimeerd gesprek met Shepherd en Dana (die zat ook gisteren samen met Lynn bij ons aan tafel) over schoenen kopen, Zimbabwe, Belgie, reisduiven, uilen en nog zoveel meer. Maar niet over politiek …

Hel in "Bribe-bridge" (Beitbridge).

11 november 2014: wapenstilstand. Om 5 uur uit bed want we willen via de beruchte Beitbridge grenspost naar Zimbabwe. Heel ver moeten we niet rijden: een goeie 450 km via het Zuid-Afrikaanse grensstadje Mussina en Bulawayo naar Big Cave Camp in de Matobo heuvels. Om de drukte aan de grens te vermijden willen we er heel vroeg staan.

Olifanten!

Maar … de toerist wikt en de olifant beschikt: als we van ons huisje naar de uitgang van Mapungubwe National Park rijden, verspert plots een kudde olifanten de weg. We zochten hier twee dagen naar deze beesten en nu staan er vier, vijf, nee tien … nee meer, op en rond de weg. Dus maar traag achter de kudde aanrijdend. En niet te dicht want plots keert de laatste olifant zich om, kijkt ons aan, flappert met de oren en trappelt ter plaatse. Veiligheidshalve maar achteruit rijden en afstand vergroten. Dan staan ze uiteindelijk toch allemaal langs dezelfde kant van de weg. Doorrijden! Maar net op het moment dat we de kudde passeren zien we langs de overkant van de weg nog een paar olifanten. Gas geven en weg onder luid getrompetter. Kippenvel, maar we “zijn er door”. Wat een sensatie, zo vroeg op de dag. Iedereen klaar wakker en tjokvol adrenaline.

Vier olifanten op asfaltweg tussen okergele rotsen.

De verdere rit naar de grens loopt langs kaarsrechte, verlaten wegen, zonder verdere sensatie. Savanne-landschap met veel baobabs. Sommige van deze kolossale bomen staan in bloei en doordat het zo vroeg ’s ochtends is, zien we de bloemen nog (baobabs bloeien ’s nachts en worden bevrucht door vleermuizen).

Zuid-Afrikaanse corruptie.

Beitbridge: groezelige grenspost, een Shell tankstation, wat vuile officiele gebouwen en de grens. Amper 7u30 is het maar langs de kant van de vrachtwagens is het reeds behoorlijk druk. Met de auto tot bij “customs” aan de Zuid-Afrika kant. “Vehicle form” invullen, auto-papieren tonen. Dan uitreis-stempel in onze paspoorten en hup, weg. Dat ging vlot. Dan met de auto tot aan de brug over de Limpopo: “vehicle inspection” door de SAPD (South-Africa Police Department). Er staat een auto voor ons in de rij. Die lijkt een probleem te hebben: herhaaldelijk loopt de chauffeur heen en weer tussen zijn auto en het lokaaltje van de polite. Uiteindelijk stapt hij boos in zijn auto maar niet na ons te hebben toe vertrouwd: “The bribery starts here!”. Raar.

Dan maar braafjes wachten. Een andere auto komt achter ons aan gereden en … rijdt zomaar door. Toch even gaan vragen aan de politie of we ook al niet door mogen. Nee dus want de andere auto had geen Zuid-Afrikaanse nummerplaat en wij wel.

Dan komt een SAPD-sergeant onze richting uit. Auto-papieren! Cross-border authorisation, certificate of registration, border letter (verzekering), motor vehicle licence en “owners letter” van Toyota Financial Services. En dat laatste document …. “Is a FRAUD”, roept de politieman uit. Hij hangt zijn kop in de auto en zegt “I can arrest you. It’s a fraud. It’s fake. I will arrest the men. The women stay here.”

Discussie met de kerel maar hij is niet voor rede vatbaar. ’t Moet blijkbaar een lichtjes ander document van Toyota zijn, met een andere handtekening. Ik bel Heather van de Buschtrackers. Consternatie. Ze vraagt of ze de politie-sergeant kan spreken. Dat kan, maar na een paar minuten stompt de kerel mijn telefoon terug in mijn handen. Weer “I will arrest you or … we can solve this problem.” Is dat een verholen vraag om geld? De kerel wuift achteloos met ons zogezegd vervalst document, toont het van ver aan een collega die, ook al van ver, “It’s a fraud” roept. Wat nu? De SAPD in al haar wijsheid, komt zelf met een oplossing: terugrijden naar het tankstation, aan Heather vragen of ze ons een ander document kan bezorgen, dat faxen naar het Shell-station en opnieuw proberen. We maken rechtsomkeer, worden nog eens tegen gehouden door de politie waar we ons verhaal doen en zomaar door mogen. Nu zijn we dus opnieuw in Zuid-Afrika met een uitreis-stempel in onze paspoorten en geen inreisvisum meer …. illegaal dus. 

Heather opnieuw gebeld. Die zou het nodige doen om ons een nieuw document te bezorgen via fax en email naar het tankstation. Zodra we op de parking van het Shell- station staan worden we aangesproken door een kerel in hemd en das. Hij heeft zogezegd “gezien” dat we een probleem hadden met de politie en kan ons helpen, vermoedelijk mits een kleine vergoeding. We slaan zijn aanbod af. Speelt hij samen onder één hoedje met de politie? Wachten dan maar op het hopelijk goede document. Op de groezelige parking van het al even groezelige tankstation waar het een aan- en afrijden is van allerlei auto’s, bevolkt met kleurrijke figuren. En waar een andere toeriste met net hetzelfde probleem met de politie, pas haar email met een ander, nieuw document heeft gekregen.

Wachten en wachten … Mijn SMS-verkeer met Heather (H):

9u16 H. Almost there, Andre! Antwoord: OK, thanks!

9u44 H. We just waiting and nagging Toyota SA. Antwoord: Hope you get it fixed soon.

10u14 H. We are getting there. Antwoord: Any idea by when?

10u24 H. 5 minutes. Antwoord: Great!

10u40 H. Sorry, still nagging. Antwoord: Frustrating!

10u42 H. Got it now. Walking to fax.

Eindelijk,eindelijk,eindelijk … Terug naar de grens en de “vehicle inspection”. Drie polite-agenten waaronder “onze” sergeant zitten op een bank te niksen. Maar deze keer vinden ze ons nieuwe document wel OK. Ze maken grapjes over hoe we met dit document wat hun betreft tot in Cairo kunnen rijden. Maar we zijn door ….

Zimbabwe corruptie.

We rijden in niemandsland over de brug en komen in de drukte langs de Zim-kant van de grens terecht. Vrijwel onmiddellijk worden we aangeklampt door vrijwilligers die onze auto willen bewaken. Er ontstaat zelfs ruzie om dat voorrecht. We wandelen naar een lang, vervallen gebouw waar het een drukte van jewelste is. Opnieuw worden we aangeklampt door personen die ons de weg willen wijzen in de doolhof van loketten en lange wachtrijen. Eigenlijk willen we niet geholpen worden. We wijzen alle voorstellen af maar in de gigantische warboel en mensenzee worden we uiteindelijk toch door iemand de weg gewezen, iemand met een badge, ziet er officieel uit.

Eerste stap: de “bridge toll” betalen, dan een “gate pass” krijgen, uiteraard aan een ander loket. Daarna wijst onze vriendelijke “helper” ons naar “Immigration”: alle wachtrijen voorbij stappen en aan de meest linkse desk aanschuiven. Hier wordt een visum in onze paspoorten geplakt, na het betalen van $ 30 per persoon EN wordt onze magische blauwe “gate pass” afgestempeld. Onze nog steeds vriendelijke helper troont ons mee naar buiten naar een persoon in wit hemd. Hij moet onze auto controleren en zijn handtekening op nog een ander document zetten: het TIPs-document, Temporary Import Permit. Maar de kerel is omstuwd door zwarten die allemaal hetzelfde willen. Stijn brengt inmiddels de auto vanaf de parking naar de inspectie uiteraard na wat rand te hebben uitgedeeld. Drummen, duwen, positie kiezen en merkwaardig snel kijkt de kerel in wit hemd me aan: op 10 minuten tijd is alles geregeld, krijg ik een handtekening.

Nu terug naar binnen naar “Counter 5” waar ik de tweede in de rij ben. Pech: het duurt hier eindeloos! Achter mij groeit de rij aan. En de Zimbos die aanschuiven, dringen mijn persoonlijke ruimte binnen: alsof ze aan mijn rug plakken. De mevrouw achter het loket doet mij teken dat ik daarnaast moet gaan waar juist haar collega heeft plaats genomen. Amper heb ik dat gedaan of ik wordt terug gewezen naar het vorige loket. Ik wurm me weer op de tweede plaats. Na weer lang wachten moet ik toch weer terug naar het loket daarnaast. Deze keer wil de bediende me wel “helpen”. Alle documenten controleren, 450 Zuid-Afrikaanse rand betalen en nu???? Onze ” helper” wijst me weer een andere persoon aan, midden de massa. Deze persoon lijkt douane te zijn want hij doet auto’s uitladen en alle pakken openen. Zelfde verhaal als daarnet: we moeten dringen en zijn aandacht krijgen. Met hulp van Evelien zet ik hem klem. Met hem naar onze auto: openen, een paar koffers open maken … ik heb het TIPs formulier nog niet goed ingevuld. Alle serienummers van alle electrische apparaten moeten er op staan! Gelukkig had Betty alles al voorbereid, dus het gaat relatief snel. Maar onze “helpers” worden ongeduldig (onze eerste helper heeft hulp gekregen van een collega met één oog). Stop maar met verder invullen … nu naar een soort van kooi voor een nieuwe controle van documenten. Alles OK.

Naar een klein gebouwtje nu. Daar langs een achterdeurtje binnen, op aanraden van onze “helpers”. Donkere gang in, eerste deur links, obscuur lokaaltje waar vier politie-agenten een soort chili met bonen zitten te eten. Ze kijken amper op, maar gelukkig krijgen we zonder vragen een nieuwe stempel op onze magische blauwe gate pass. Terug naar de kooi waar men ons zegt dat alles nu echt OK is en we kunnen doorrijden. Onze helper is tevreden, neemt mijn “gate pass”, dirigeert ons terug naar onze auto en doet teken dat we – door een rij wachtenden heen – een vijftig meter verder naar een kleine parking moeten rijden. Daar komt de aap uit de mouw …

De twee helpers – nu plots niet zo vriendelijk meer – vragen, nee eisen $100, “om de bedienden die ons zo goed hebben geholpen” te betalen. Gemor en tegenpruttelen, maar ze hebben onze zo vitale “gate pass” in handen. Dus … $ 100 betalen. Nog $ 50 vragen ze nu … voor zichzelf deze keer … De éénogige helper gaat weg met onze gate pass en de $ 100. Maar dat is zonder Evelien gerekend: die spingt uit de auto en roept de kerel terug, die aarzelt en … ze rukt hem onze gate pass uit de handen. Naar hun nog eens extra $ 50 kunnen ze fluiten.

Op naar de toeganspoort tot Zimbabwe, een 100 meter verder. Aan de eerste controle onze gate pas afgeven. Tweede stop, slagboom open en we zijn er. Het is 13u20. In totaal vijf en een half uur heeft ons dit gekost: drie en een half aan de Zuid-Afrika kant, twee aan de Zimbabwe-kant.

Nu is het rijden en rijden. Stijn heeft weer het stuur overgenomen. Kaarsrechte, volledig verlaten wegen, alsof we alleen op de weg zijn. Maar wel asfalt. Boterhammetje eten al rijdend. Naarmate we Bulawayo naderen wordt het landschap heuvelachtiger en groener. Uiteindelijk schemert het al wanneer we om 18 uur onze bestemming bereiken: Big Cave Camp in Matobo. We zijn de enige gasten in de hele lodge en dus krijgen we 3 chalets, Evelien en Stijn zelfs de “honeymoon suite”.

Biertje als aperitief. Keuvelen met de kamp manager, Lynn. Dinner en dan slapen. Maar niet na nog even naar de melkweg te staren. Te moe om nog verder te “bloggen”. Beschrijving van de lodge komt morgen wel. En … er is wifi, dus morgen kan ik “posten”.

Skemerkelkie bij de Rots van de Jakhals.

Gisteravond afspraak gemaakt om vandaag, maandag 10 november, om half acht klaar te zijn voor ontbijt. De zon, de warmte en onze geografische ligging beslissen er anders over: om 5u30 komt de zon op, stralend zoals gisteren. Prutsgordijntjes in onze kamers houden het felle licht niet tegen. Om 6 uur loopt iedereen, al klaar wakker, de omgeving af te spieden. Maar alles is rustig. We bewonderen de zonsopgang, de vallei, de kleurschakeringen op de rotsen. “Slow travel”: een aanrader. Rustig ontbijt, lunch prepareren en weg. Met de auto verder Mapungubwe verkennen.

Mapungubwe museum.

Eerste stop is het museum, een gebouw dat lijkt op te gaan in het landschap. Verschillende eivormige koepels zonder enige stalen steunconstructie, met tegels gemetst. Elke metser moest – als test bij aanwerving – op kleine schaal een koepeltje kunnen metsen waarop twee mensen konden staan: als dat sterk genoeg was, was hij gekwalificeerd om mee te metsen aan het museum. Door de airco lijkt het er ijskoud in vergelijking met de 40° en meer van buiten. De geschiedenis van de Heilige Rots van de Jakhals, Mapungubwe, wordt er verteld. Verschillende archeologische vondsten waaronder een gouden neushoornbeeldje en halskettingen en armbanden van gouden kraaltjes zijn er ten toon gesteld in prachtige gewelfde zalen. En het bezoek kan je afronden met een kleine wandeling buiten, weliswaar weer onder een loden zon, met indrukwekkende panorama’s van het Nationaal Park. Een giraf staat ons zo maar aan te staren op zo’n 30 meter afstand. Tijd voor een drankje in de bar van het museum … buiten, maar zeker in de schaduw.

Mapungubwe park.

Safari-rijden verder door het park. Wat opvalt: zo goed als geen andere toeristen en toch wel veel dieren, zelfs op dit “safari-onvriendelijke uur” (eind van de voormiddag). We spotten: impala (uiteraard), kudu, bushbuck, kilpspringertjes, zebra, giraf, een jakhals ( black-backed jackal of rooijakhals in het Afrikaans), troepen bavianen, vervet aapjes, een warthog (wrattenzwijn) en uiteindelijk … twee olifanten aan een waterplas. Verschillende wegen zijn alleen maar voor 4×4 geschikt. Maar geen nood, Stijn neemt deze wegjes met plezier. De “kanniedood” weg is bijzonder spectaculair. We worden flink door elkaar gehost.

Limpopo rivier.

Dan rijden we langs de Limpopo. Aan de overkant (Zimbabwe) laten boeren hun kuddes drinken. Vissers ruimen hun netten op. Overblijfselen van bunkers, prikkeldraad en versperringen liggen langs de oever … stamt uit de tijd van de apartheid en de invallen van ZANU-PF en andere ANC sympathisanten vanuit Zimbabwe. Alles is overwoekerd door de weelderige begroeiing. Pittoreske rit langs de oevers.Uiteindelijk komen we uit bij hetzelfde samenvloeiingspunt van de Shashe en de Limpopo waar we ook gisteravond stonden. Tijd voor een late picknick in de schaduw van bloeiende Baobabs, bij een temperatuur van minstens 40° en met een warme foehn-wind in het gezicht.

Terug naar huis en tijd voor een verkwikkende “duik” in het postzegel-grote zwembad, aangelegd in een natuurlijk kloofje tussen twee rotsen. Het water is warm en je hebt geen handdoek nodig wanneer je uit het water stapt. In een wip is alles droog. Ook David met zijn herstellende gebroken arm waagt een kleine sessie in het zwembad.

Skemerkelkie.

Tijd dan voor een aperitief ’s avonds bij zonsondergang: een skemerkelkie in het Afrikaans. Vooraleer we daar echter aan toe zijn, zorgt een troep bavianen vlak bij ons huis voor een avondvertoning. Behoedzaam komen de eerste verkenners aan gestapt. Ze nemen posities in hoog op de rotsen van waar ze elk mogelijk gevaar kunnen zien. Dan komt de troep met de leider vooraan. Maar enkele voortvarende jonge bavianen lopen voortdurend voorop. Sommigen klefferen in bomen en eten peulvruchten. Uiteindelijk komt de achterhoede: opnieuw een groepje grote volwassen bavianen – net zoals de verkenners – spiedend maar zelfverzekerd. Eens de troep is voorbij getrokken, zetten we ons toch nog op pad voor ons skemerkelkie aan de samenvloeiing van de Sashe en de Limpopo.

’s Avonds voor het eerst geen ” braai” maar spaghetti op het terras. Terwijl we de lach van de hyena’s in de verre nacht horen, krijgen we onverwacht bezoek. We waren al gewend aan bidsprinkhanen en motten van zo’n zeven centimeter vleugelspanwijdte maar nu komt er een griezelig spinachtig insect, zes poten, twee grote voelsprieten, alles samen ook zo’n zeven centimeter, het terras op gelopen. Paniek alom. Met vereende kracht,veel hilariteit en een blad papier krijgen we de kerel weer van het terras en de natuur in.

Mapungubwe: een absolute aanrader. Morgen via Beitbridge naar Zimbabwe. Gelukkig weten we nu nog niet wat ons dan te wachten staat!