Drijvende eilanden van het Uros-volk.

29 augustus 2013

Ons hotel ligt, behalve in een “gore buurt”, ook aan het Titicaca meer zelf 1. Dat zien we onmiddellijk als we deze morgen onze gordijnen open trekken. Het is stralend weer. Rechts ligt Puno: ook van ver af lijkt het een wirwar van huisjes tegen verschillende berghellingen rond het meer gebouwd. Op het grasveld tussen ons hotel en het meer dartelen cuy’s 2, wilde Guinese biggetjes, rond. Ze schieten af en toe verschrikt hun holen in. Tegenover ons hotel ligt de Yavari, een oude stoomboot, afgemeerd. En links zien we het meer en de rietvelden. Prachtig zicht om wakker te worden. Compensatie voor onze “rij-dag” van gisteren!

Puno, Peru

Lui ontbijten. Veel Mate de Coca drinken want de grote hoogte laat zich voelen in een “ijl” hoofd, blauwe en/of korstige lippen, droge keel (dat laatste hoeft niet altijd een probleem te zijn).

Islas Uros.

Het is iets na negenen als we via de hotelreceptie een taxi naar de haven regelen. Plan is een bezoek te brengen aan de drijvende eilanden, de “Islas Uros”, letterlijk de eilanden van het Uros-volk. De taxi levert ons voor 7 soles (~2 EUR) en op 15 minuten af bij de kade. Het is al relatief laat. Alle grote toeristische “tour-boten” zijn al vertrokken. Dus zit er niets anders op dan de boot voor de “locals” te nemen. Die boot met een capaciteit van waarschijnlijk een 20-tal personen, ziet er wat aftands en versleten uit maar – hopelijk – toch vaarklaar. We vertrekken iets na 10 uur. We, dat wil zeggen een bonte verzameling van Peruvianen, een koppeltje rugzak-toeristen, wijzelf, een “schipper” en een “stuurman”, alles samen zo’n 15 koppen. De schipper bewaakt nauwgezet zijn oude motor die open en bloot ligt te pruttelen en de hele boot doet stinken naar diesel.

Voorsteven van boot op weg naar Islas Uros, Puno, Peru.

Prachtige tocht over het meer met stralende zon. Doorheen grote rietvelden. Tot bij de drijvende eilanden. Op één van die Islas Uros eilanden – ongeveer 40 bij 60 meter – meren we aan. We stappen uit op een 2 meter dikke dobberende rietlaag en worden verwelkomd door de bewoners in lokale kledij. Er zijn rieten hutjes, zonnepanelen voor een beetje elektriciteit (de inwoners hebben radio en TV) en … we krijgen uitleg, in het Spaans. Over hoe de inwoners nog leven van visvangst; eenden en ganzen schieten (ik word uitgekozen om een oud geweer te hanteren voor de ogen en tot hilariteit van de meegereisde Peruvianen); vissen verkopen in Puno en daar inkopen doen; hoe de eilanden verankerd worden met houten palen (anders zouden ze afdrijven naar Bolivië); hoe op één eiland meestal één familie woont; hoe je – als je ruzie hebt met je buur – je stukje eiland kan los snijden en naar een ander eiland dobberen.

B is in druk gesprek met een eilandbewoner en trekt zijn hut binnen. Ik wandel het hele eiland rond in 5 minuten tijd. Dan schepen we met zijn allen in op een boot gemaakt van stro en varen we naar het centrale eiland. Iets groter dan het vorige en vastgemaakt aan een reeks andere kleine eilandjes. Wel kan je niet van het ene naar het andere eilandje zonder bootje.<

Isals Uros, Puno, Peru

Islas Uros, Puno, Peru: welkomstbord van houten palen op rieten eilandje.

Islas Uros, Puno, Peru: lokale gids op rieten eiland.

Islas Uros, Puno, Peru

Isals Uros, Puno, Peru: vrouwen in lokale kledij op drijvend eiland.

Islas Uros, Puno, Peru: meer met rieten huizen op drijvend eiland.

D’er is een piepklein winkeltje en zelfs een “restaurant”: een klein houten barakje op het riet, vijf tafeltjes met houten bankjes. Trucha a la plancha, gebakken forel op het menu3. Heerlijk. Nog wat rond kuieren, in de zon zitten, genieten.

Islas Uros, Peru: houten bar/restaurant op drijvend eiland.

D’er zit een langwerpig schiereilandje aan dit eilandje vast met aan het uiteinde … de toiletten. Als B. die wil gebruiken komt een Uros-vrouw aangelopen en vraagt 1 soles. Vanaf het toilet zie je echter wel de achterkant van het eiland: vrouwen die in het meer kleren aan het wassen zijn en een drooglijn met gewassen goed.

Islas Uros, Peru

Terug dan met de boot naar de haven van Puno. We zitten op het kleine bovendek en babbelen met het jonge koppeltje rugzaktoeristen. Die blijken Slovaken te zijn die een halve wereldreis maken gedurende een vol jaar: ze hebben Azië gedaan en reizen nu door Zuid-Amerika, trekken verder naar Bolivië na Peru. De schipper is nu druk bezig met grote emmers water uit het onderdek van de boot te hozen. Houden we het tot de haven? Gelukkig wel.

Puno.

Na het ontschepen nemen we de tri-cycletto taxi naar de Plaza de Armas van Puno. Een gemotoriseerde tri-cycletto, want er zijn er ook met “man-kracht” aangedreven. Niet veel zaaks die Plaza de Armas: we hebben er al mooiere gezien. Dan wandelen we langs de Jiron Lima naar de Parque Pino in Puno. Vandaar terug te voet naar de haven. Puno is een lelijke stad en – dat worden we stilaan gewoon in de steden – enorm stoffig en druk.

Plaza de Armas, Puno, Peru: parkje voor kerk met twee torens.

Zonder veel in detail te treden: ik heb een sanitair probleem en moet dringend …
Aan de haven vinden we gelukkig een toilet turistico: op een klein volledig afgesloten binnenkoertje zit een oud indiaans vrouwtje, haar gezicht heeft meer gelooide huidplooien dan er terrassen kunnen zijn op een Andes bergflank. Ze legt ons vriendelijk uit dat het 1 soles kost, per persoon. Maar daarvoor mag je dan ook al het nodige doen. Doen we ook. D’er blijkt geen WC-papier te zijn maar … dat krijgen we van haar. Geen spoeling ook, wat in mijn geval een ernstig probleem is. Of beter: geen automatische spoeling. Ik had nog niet gemerkt dat er grote vaten water staan en dat je wordt verondersteld met een emmertje, manueel te spoelen. Maar omdat we van Belgica zijn, zal het vrouwtje dat voor ons doen. Uit dankbaarheid geef ik haar een extra soles, waarop ze zo blij is dat ze me vastpakt en een dikke kus geeft.  Voorwaar, dit was een ontroerende plas- en k…-stop.

We wandelen terug naar het hotel langs een aangelegde strandboulevard. Die brengt ons niet volledig tot bij het Sonesta Possada del Inca hotel; we moeten nog een stuk door de al eerder vernoemde “gore buurt”. We trachten dichter bij het strand te wandelen. B denkt dat daar een wandelpad loopt. Niet dus en we stappen langs een spoorlijn terug tot bij het hotel.

Yavari.

Nog is onze dag niet om: eerst wat bekomen, opnieuw met “dos cervezas” op een terrasje in de zon, achter het hotel. Dan bezoek aan de Yavari, een gerestaureerde stoomboot en het oudste nog vaarklare schip op het Titicaca meer. Een erg gemotiveerde oude zeeman legt ons in het Spaans, doorspekt met hier en daar een Engels woord, alles uit over het prachtig gerestaureerd schip. In een notendop:

  • gebouwd in 2.776 onderdelen In Birmingham in 1862
  • alle onderdelen per schip via Kaap Hoorn overgebracht naar Arica, wat toen nog Peruaans was maar nu tot Chili behoort
  • van de haven van Arica per trein overgebracht naar Tacna
  • vandaar alle onderdelen met ezels over de Andes vervoerd
  • en ten slotte alles weer geassembleerd in Puno zodat het schip op kerstdag 1870 voor het eerst te water werd gelaten. 

Yavari, Puno, Peru: toeriste op lange steiger naar de boot.

Yavari, Puno, Peru: toerist speelt stuurman aan het stuur.

Na deze dag vol van natuur en cultuur, met als enige nadeel een lichte vorm van soroche, hoogteziekte, zijn we ’s avonds andermaal uitgeteld.

Morgen reisdag: over de hoge Andes naar Colca Canyon


1  Het Titicacameer is het hoogste bevaarbare meer ter wereld op een hoogte van zo’n 3.800 meter. Het vormt gedeeltelijk de grens tussen Peru en Bolivië(65% ligt op Peruaans grondgebied).

2  Cuy, of Guinese biggetjes, zijn een culinaire specialiteit van de Andes en een vaste waarde op de menukaart van elk restaurant. Echter nog niet geproefd.
3  De forel komt uit het Titicaca meer maar is niet inheems, met andere woorden: ingevoerd vanuit Europa en gedijt blijkbaar goed in het meer.

Juliaca.

28 augustus 2013.

Woensdag, reisdag. Relatief veel kilometers te doen vandaag: 438 km naar Puno aan het Titicaca meer. In tijd zou ons dat volgens GPS 6 tot 7 uur kosten? Start om 8u30: we rijden de weg terug langs Pisac en … om te beginnen, schieten we niet echt op. Dat komt door de dorpjes en de “Reductor de Velocidad”, snelheidsremmers bij de in- en uitgang van de dorpjes. Maar natuurlijk ook door de drukte in de dorpjes zelf, de bochtige weg en … het weer. Het regent namelijk gestaag sinds vanochtend. Hebben wij gisteren eventjes geluk gehad bij ons bezoek aan Machu Picchu!

Cordillera, Peru

Na 3 uur rijden (en een eerste plas-stop in de vrije natuur) zijn we 165 km ver en in optima forma. En een half uurtje later houdt ons geluk op voor vandaag … Op een lange rechte weg op de hoogvlakte van de Andes, rijden we 100 per uur. Tot het plots lijkt alsof er een caravan aan de auto hangt: alle trekkracht verloren. Ik rem, de auto begint een beetje te zwalpen maar ik slaag er in hem zonder verder kleerscheuren aan de kant van de weg te zetten. Een lekke band? Inspectie van het voertuig: het linker achterwiel blijkt 4 van de 6 vijzen te hebben verloren. Die vind ik allemaal een paar tientallen meter terug op de weg. Van die vier blijkt er één afgebroken te zijn: een stuk steekt nog in het wiel, het andere stuk in de moer.

Middag, 12 uur in het midden van de Cordillera, hoogplateau van de Andes. Gestage miezerige regen. Af en toe raast een auto of vrachtwagen ons rakelings voorbij. Een halve kilometer verderop lijkt een klein dorpje te liggen. Wat te doen? Wiel vervangen? Maar er is alvast één vijs niet meer bruikbaar. En hoe kon die breken? Is er dan niet een ander probleem met de auto? Overleggen! Dan beslissen om Hertz te bellen. Probleem uitgelegd in het Engels, waarop er aan de andere kant van de lijn wordt gevraagd of ik het niet in het Spaans kan uitleggen. Ik niet, maar B.vermoedelijk wel. Dus duw ik haar mijn telefoon in de handen … en het uitleggen lijkt vlot te gaan. Waar staan we, wordt er gevraagd. Tja, op de weg naar Juliaca/Puno. Het laatste dorp wat we passeerden was San Pedro. Of we niet wat preciezer kunnen zijn en terugbellen zodra we exact weten waar we staan? OK, doen we.

B en ik trekken de regenjassen aan, sluiten de auto af en stappen in de richting van het dichtstbijzijnde dorp. Gelukkig al na een paar honderd meter zien we een kilometerpaal 1.102 km. Dat dus  doorgebeld waarop Hertz bevestigt dat er een nieuwe auto wordt gestuurd, vermoedelijk binnen één tot anderhalf uur.&

Wachten dan maar. Onze lunch opeten, en wachten … In de verte komt een campesino aangestapt. Dat is de kans om nog preciezer te weten bij welk dorpje we staan. Dus ik er op af met de vraag welke pueblo (dorp) dit is. (Ter verduidelijking en om alle misverstand te vermijden: B heeft me eerst de zin voorgezegd in het Spaans.) De boer spreekt iets uit wat op “kotsjakwetsja” lijkt.

Wacht, ik neem pen en papier en vraag hem om het op te schrijven. De campesino kijkt me lachend maar hoofdschuddend aan en zegt dan weer “kotsjakwetsja”, wijzend op het dorp achter hem. Maar opschrijven: no, no, no. Dan besef ik dat de kerel niet kan schrijven …. Wachten dus maar weer, één uur, twee uur … Ongerustheid neemt toe: als we hier niet snel weg geraken riskeren we nog in het donker te moeten rijden om ons hotel in Puno te bereiken. Bellen naar Hertz maar weer. Ze zijn onderweg … nog 15 tot 25 minuten. Heen en weer ijsberen langs de weg … maakt niets meer uit maar ik stap zover tot ik plots een bord zie met de naam van het dorpje: Ccochacunca. Maakt niks meer uit.

Ccochacunca, Peru

Eindelijk, eindelijk, daar komt een Toyota Landcruiser van Hertz aangereden. Probleem uitgelegd. Er zit niets anders op dan auto’s te wisselen. Hoe de twee Hertz-kerels dan zullen weg geraken zal ons een zorg wezen. Zelf zeggen ze dat ze de auto in het dorp zullen herstellen Documenten voor de auto-wissel dan maar invullen. Of we dan ook even willen betalen voor het vullen van de tank van de kapotte auto want die moesten we toch vol afleveren. Gelukkig is B bij de pinken: de nieuwe auto is ook niet meer vol, dus … wordt er niet betaald. ’t Is drie uur als we kunnen vertrekken …

Cordillera, Peru

Maar ’t rijdt nu vlot. De Landcruiser lijkt zelfs iets comfortabeler te zitten dan de vorige auto. De kilometers suizen voorbij. Ons humeur gaat er – in tegenstelling tot het weer – zienderogen op vooruit. Een spektakel-landschap ook waar we doorrijden: steppe-achtig landschap, vlak maar omgeven door hoge pieken, geen of nog zeer sporadisch een dorpje (gelukkig vielen we hier niet in panne) en … sneeuw. Het is inderdaad beginnen sneeuwen bij een temperatuur van 0° C to 3°C. Niet verwonderlijk: ’t is hier winter en we rijden nu op een hoogte van 4.338 meter! Toch blijven we goed doorrijden: de sneeuw blijft niet op de weg liggen. Misschien moeten we maar een half uurtje nog in het donker rijden? Hoop doet leven.

Cordillera, Peru

Half zes: schemering en we rijden Juliaca binnen, op zo’n 40 km nog van onze eindbestemming Puno. Wat we zien langs de ene invalsweg tart alle verbeelding: ongelooflijk druk verkeer in een weg in aanbouw, vervallen, vuile huizenblokken langs de kant van de weg, een autokerkhof, lassers die per plaatse aan wrakken bezig zijn, driewiel taxi’s die zich overal doorheen slingeren, zware camions. De weg houdt plots op en wordt een langgerekte modderpoel. Daar een bord: Puno naar links. In een karrenspoor van amper een auto breed? Kan niet, doorrijden dan maar.

Dat had ik niet moeten doen. Ik heb al in veel landen en steden gereden, Zuid-Afrika, Namibïe, Engeland, Italïe, Costa Rica, Parijs, Napels, Granada, Trujillo maar dit is niet te beschrijven en eigenlijk ook niet uit te leggen. We rijden ons vast in een ongelooflijk kluwen van auto’s en driewiel taxi’s in modderige straten met hordes mensen op de voetpaden, een mierennest. In het donker nu, geen wegwijzers. Almaar rechtdoor. Op een modderig plein, vermoedelijk een soort rond punt kan je rechtdoor of rechts. Ik kies rechts, steek mijn kop door het raam en brul naar een voetganger “Puno?”. No, no, no … de andere kant op. OK, van richting veranderen midden van het modderplein, anderen hinderen, getoeter van jewelste, voorbij gestoken worden, “queue de poisson”. Weer rechtdoor. B steekt ook haar bol buiten en vraagt aan een vrouw of dit de goeie richting is voor Puno. De vrouw loopt schrikkerig weg. Treinspoor dwars door de stad, uiteraard zonder bewaakte overwegen. Een brommer links langs ons heen. “Puno?” De man doet heftig teken naar voor … waarschijnlijk zijn we op de goede weg. Een éénrichtingsstraat in langs de verkeerde kant. Tegenliggers ontwijken. Terug op de rechte weg. Dezelfde brommer naast ons, nog altijd druk gesticulerend en schreeuwend: vooruit, vooruit, rechtdoor. Getoeter, lawaai alom. Geen politie te zien. Stoppen aan een rood licht. B vraagt aan een mevrouw met een baby of dit de richting Puno is. Si, si, si … rechtdoor …. en eindelijk, na een eeuwigheid komt aan de verschrikking een eind: een soort snelweg (wel één vak in elke richting en met fietsers langs de kant) met aanduiding Puno. Gered … hoewel … de weg is niet verlicht. Het is nu pikdonker en er valt nog steeds een miezerige regen. Zeer druk verkeer. We worden voortdurend verblind door tegenliggers terwijl we moeten opletten dat voorbij stekende busjes ons niet van de weg rammen. Tussendoor ook nog eventjes oppassen voor zwerfhonden en liftende voetgangers!

Alle besef van tijd hebben we verloren. In opperste concentratie rijden we, na een flinke beklimming, Puno binnen, een stad van zo’n 100.000 inwoners. Maar ’t is donker. Die verdomde GPS blijkt de straat van ons hotel niet te kennen. We hebben geen detailkaart van de stad en … weten niet waar we zitten! Hoe geraken we in godsnaam ooit in ons hotel. B beweert ongeveer de richting te kennen: naar het meer, de haven, de universiteit. Zij heeft waarschijnlijk de kaart van Puno virtueel in haar hoofd zitten. Dus op goed geluk, rijden maar. Opnieuw overvolle straten en een drukte van jewelste, uiteraard niet te vergelijken met Juliaca, maar toch … stresserend. Ik probeer vanuit de auto een voetganger te vragen welke richting we uitmoeten voor het Sonesta hotel. Gelukkig spreekt hij Engels. Rechtdoor tot aan de rode lichten, dan na twee blokken, naar links, dan weer naar rechts en … jaja, rijden maar. We lijken uit het centrum te komen in wat gemeenzamerwijs als “een gore buurt” kan betiteld worden. Hopeloos verloren gereden ? Alternatieve scenario’s: we zoeken een parking in het centrum en nemen daar een taxi? Of we bellen het hotel en leggen uit in welke straat we staan (als we al een straatnaambord vinden). Ik moet dringend plassen en stop even langs de kant van de weg: ik zie weinig uitweg meer en zeg aan B. dat we even onze alternatieven op een rij moeten zetten. Maar waar we gestopt zijn is er een onooglijk winkeltje. OK, hier nog eens de weg vragen. We stappen uit, de piepkleine winkel binnen … met de moed der wanhoop.

B vraagt aan de indiaanse mevrouw achter de toog of ze ons kan uitleggen hoe we naar het hotel kunnen rijden. Dan kan ze blijkbaar want er ontspint zich een redelijk geanimeerd gesprek en ik zie B’s gezicht oplichten. Blijkt dat we nog amper een kilometer van het hotel verwijderd zouden zijn en B heeft de aanwijzingen goed begrepen. Nochtans … de weg waarop het hotel zou moeten liggen ziet er zo mogelijk nog “goorder” uit. Toch rijden we door tot bij … een slagboom met een bewaker. Nada: ons hotel ligt 500 meter terug op deze weg. Moeten we dus gepasseerd zijn. Na 250 meter terugrijden nog eens vragen in hotel Andina. Ja, op de goeie weg, een 250 meter terug …. Eindelijk, eindelijk … na nog een keer vragen, vinden we ons hotel … ’t is 19u15. Bijna 2 uur gereden op de ~40 km van voor Juliaca tot Puno.

Ons flesje Tacama-wijn hebben we deze keer wel dubbel en dik verdiend. B en ik hebben het fantastisch gedaan (ja, dat is een zelf-felicitatie). Petje af voor haar oriënteringsvermogen en “plan trekken in het Spaans”. Bovendien vertelt ze me tijdens het avondeten dat ze nog een ander geniaal idee had: een taxi vragen om naar het hotel te rijden met wij er achteraan, uiteraard tegen betaling van de taxirit.

Met B trek ik naar het einde van de wereld … maar nooit meer door Juliaca!

Machu Picchu.

27 augustus 2013.

We hebben onszelf deze morgen een strak uurschema opgelegd:

  • 4u45: opstaan gelukt;
  • 5u00: ontbijt op 2 minuten na, ook gelukt (eten moeten opschrokken);
  • 5u40: verplicht aan treinstation van Ollantaytambo zijn om in te checken: heeft wat voeten in de aarde: een snelle rit in het pikdonker is nodig, al een paar vrachtwagens moeten voorbijsteken; zelfde hobbelige, bochtige en smalle weg in het dorp als gisteren;
  • 6u10: vertrek trein YES, gelukt!

Ollantaytambo train station, Peru

De treinrit naar Aguas Calientes, ook wel Pueblos Machu Picchu genoemd, en zo’n 50 km ver, is comfortabel. In een rijtuig met ook vensters bovenaan in het dak, rijden we door een spectaculair berglandschap, maar uiteraard – gezien het terrein – aan een gezapig tempo. De lijn heeft maar één spoor en op een paar plaatsen slechts kunnen twee treinen elkaar passeren. We glijden voorbij dorpjes die vermoedelijk al eeuwen lang niet of weinig veranderd zijn: er wordt nog geploegd met houten ploeg met ossenspan! En waar er geen dorpjes zijn, dat wil zeggen voor het grootste deel van het traject, probeert het oerwoud voortdurend de al smalle spoorlijn opnieuw te overwoekeren. Dit is één van de prachtigste treinritten die we al hebben meegemaakt. Op zich het vroege opstaan al waard

Uitstappen na een rit van ruim een uur in Aguas Calientes: een toonbeeld van wanorde en lelijkheid temidden van de fantastische Andes. Al bij de uitgang van het treinstation moet je je een weg zoeken en banen doorheen tientallen en tientallen kraampjes met “van alles”, toeristische brol die we al overal hebben gezien. De spoorlijn loopt dwars door het “dorp” zelfs op een paar meter van hotels, restaurants en winkels, alles op, onder en naast mekaar gebouwd in “geen stijl” (en vermoedelijk heel snel: het lijkt niet dat hier architecten zijn aan te pas gekomen). Nog zijn we niet in Machu Picchu: tickets kopen (en in dollars betalen) voor de 20 minuten durende busrit, steil omhoog, langs tientallen haarspeldbochten de jungle door. Uiteraard zijn we niet alleen: busjes rijden af en aan. Best druk!

Aguas Calientes, Peru

Aguas Calientes, Peru

Eindelijk dan aan de ingang van Machu Picchu. Er is echter mist! Of wolken. Die werden talrijker en dichter naarmate we met het busje omhoog kropen. Vooraf (via internet) gereserveerde tickets laten controleren en dan de site in … de ruïnes liggen uitgestrekt voor ons in de bekende terrasvorm maar … omhuld door mist en wolken. We wandelen door de terrassen in de vroegere “landbouwzone” van Machu Picchu naar de ruïnes van de tempel van de Condor, doorheen het vroegere “industriële” en “residentiële” deel tot op de centrale plaats. Volop foto’s nemen nu. Er zijn nog niet teveel toeristen. Alleen spijtig van de mist … we zien slechts af en toe eventjes de top van Waynapicchu (de grote berg aan de achterkant van de site) even opduiken uit de wolken. Aan de voet van die Waynapicchu1 bewonderen we de heilige rots van de Inca’s: een grote steen met figuren ingekerfd. Daarna trekken we naar de overkant van het grote plein, naar de plek waar de heiligdommen liggen: de zonnewijzer aan de tempel van de zon, het huis van de hogepriester, de tempel van de drie vensters …. en wat zien we daar nog, plots hoog in de lucht? Onmiskenbaar de blauwe “plek van ’t goe weer”: de bewolking lijkt op te klaren. We doen nog een keer de ronde van de hele site terwijl het steeds maar verder opklaart.

Machu Picchu, Peru

Machu Picchu, Peru

Machu Picchu, Peru

Machu Picchu, Peru

We hadden het niet gedacht toen we hier aankwamen maar als we aan het hoogste punt van de site komen, daar van waaruit de postkaart-foto’s worden genomen, baadt de hele plek in de zon! Foto’s nemen en nog foto’s nemen. We krijgen er niet genoeg van, noch van te kijken, noch van te fotograferen. En als toemaatje komt een hongerige lama nog net voor de lens lopen: foto van Machu Picchu met lama< 2! Fantastisch!

Machu Picchu, Peru

Machu Picchu, Peru

Nog krijgen we er niet genoeg van (we moeten wel op de tijd letten want om 13u40 vertrekt onze trein weer uit Aguas Calientes) en we trekken naar de “Inca-brug” via een smal pad dat eerst door de jungle voert en dan op een richel langs een loodrechte rotswand. Geeft een goed idee van wat de Inca-trail moet zijn! De “brug” zelf is afgesloten en is niet meer dan een vijftal boomstammen over een honderden meters diep ravijn.

Inca trail, Machu Picchu, Peru

Inca trail, Machu Picchu, Peru

Terug naar de site en nog even tot het allerlaatste moment van de zon en het panorama genieten. En dan noodgedwongen terug … na een bezoek van een vijftal uurtjes … en geen minuut verveeld. Alle clichés over Machu Picchu waar gemaakt. Dit moet je ooit een keer gezien hebben!

Machu Picchu, Peru

Verrassing,  en een onaangename nog wel, als we aan de uitgang komen: een honderd meter lange, kronkelende file voor de bussen die ons weer beneden naar het treinstation moeten brengen! En we hebben niet veel tijd meer te verliezen. Aanschuiven maar. De file gaat niet vooruit hoewel bussen aan en af rijden. En plots maakt zich een grote groep los en rent naar een paar net aangekomen bussen! Blijkbaar hebben groepen voorrang? Dit ziet er meer en meer hopeloos uit … niet georganiseerd, chaos compleet. Om een onbekende reden blijft de eerste groep die net zou gaan instappen plots staan. Iemand lijkt teken te doen aan de rest van de file om op te stappen. Doen we, voorrangsregels aan onze laars lappen en hop, een bus op! Nood breekt wet! We raken op tijd aan het station en in de trein, een iets luxueuzere versie nog dan voor de heenreis.

Inca-muziek weerklinkt in de trein. Terwijl ons een drankje en een snack wordt aangeboden, komt plots een gemaskerde Inca-figuur allerlei gekke dansjes en sprongen uitvoeren in het gangpad. Daarna, zowaar een “fashion-show” van Peruaanse kledij uit baby-alpaca wol door het treinpersoneel zelf gegeven. Je zou bijna vergeten om opnieuw van de spectaculaire landschappen buiten te genieten. Maar de sfeer zit er goed in, daar in onze trein: muziek, handgeklap, modeshow … Maar de show blijkt niet zonder staartje te zijn: het treinpersoneel passeert nu ook met verkoopskarretje in het gangpad en ze doen aan “hard selling” met B als “target”. Of mevrouw deze roodbruine sjaal/cape niet mooi vindt? Je kan hem op verschillende manieren gebruiken. Uit pure baby alpaca-wol. Exclusieve collectie voor Perurail in samenwerking met Orient Express. En niets is te duur voor een prinses, “is it not, sir”? wordt mij gevraagd. Maar B geeft niet toe, uit principe want ze wil niet onder druk gezet worden! (Dat had ik die verkopers al van in het begin kunnen vertellen).  De tijd vliegt natuurlijk voorbij en in een mum arriveren we opnieuw in het station van Ollantaytambo, onze eindbestemming.

On the Macu Picchu train, Machu Picchu, Peru

’t Is 3 uur ‘s namiddags. Volop tijd dus om in het stadje rond te kuieren en de kleine straatjes in te trekken. Eeuwenoude huizen bewonderen, de lokale bevolking meestal in typische klederdracht bekijken en “dos cervezas por favor” op de Plaza de Armas drinken. Rustig genieten nu …

Auto ophalen aan de stationsparking waar we nog moeten afrekenen. Drie soles per uur en we staan hier van ongeveer 6 uur ’s morgens tot 4 uur ’s middags. Dat is … de Peruviaan aan het kantoortje telt op zijn vingers .. un, dos, très … inderdaad 10 uur dus dertig soles (~10 Eur).

Ollantaytambo, Peru

Ollantaytambo, Peru

Ollantaytambo, Peru

Ollantaytambo, Peru

Terug nu naar het hotel. Onderweg nog even uitstappen voor foto’s van ploegende campesino’s met ossenspan en dan: nagenieten.

Ollantaytambo, Peru

Ik weet ’t, is een cliché maar dit is een onvergetelijke dag geweest! 


1 Machu Picchu, of de “verloren stad van de Inca’s” werd nooit door de Spaanse veroveraars gevonden. De site is trouwens van in de vallei niet te zien. Waarschijnlijk is de stad verlaten geweest nog voor de Spanjaarden Peru veroverden. Waarom dat zou gebeurd zijn is onbekend. Een theorie is dat door een aardbeving een deel van Waynapicchu is afgescheurd. Dat kun je trouwens nu nog duidelijk zien. Gezien de Inca’s geloofden dat de bergen goden waren, werd die aardbeving en de scheur in hun heilige berg gezien als een teken van de goden dat de site moest verlaten worden. Waynapicchu kan je te voet beklimmen.
2 Een lama is groter en slanker dan een alpaca en heeft een langere nek. Deze lama in kwestie vond het ook leuk om toeristen allerlei eetbaars zoals bananen en appelsienen af te troggelen.

Valle Sagrado.

26 augustus, 2013.

Vandaag schakelen we over van vliegtuigen, taxi’s en stadsbezoeken naar wat ons het best ligt: een auto en er vrij en vrolijk op uit trekken. Dus staan we precies om 9 uur aan het Hertz kantoor, een paar honderd meter van ons hotel op de Avenida el Sol, om onze Toyota Fortuner, 4WD op te pikken. Dat heeft wat administratieve voeten in de aarde maar de bediende is zeer behulpzaam, wat moeilijk in het Engels – maar voor Spaans is Betty d’er – en geeft ons een gouden tip om Cusco uit te rijden langs Sacsayhuaman en Pisac naar een hotel, dicht bij Ollantaytambo, onze eindbestemming voor vandaag. We hebben dan wel een GPS maar die blijkt niet zo nuttig te zijn: veel straten kent het systeem niet en voortdurend wordt ons aangeraden om een “U-turn” te maken. Maar we kunnen nog kaartlezen, oude manier, en dus geraken we er wel. Minder dan 100 km, dus dat moet lukken. Nog bagage oppikken in het hotel, dat geeft ons een voorsmaakje van het verkeer: druk maar toch niet echt een probleem.

Op dan naar de Andes. Vlot Cusco uitrijden, met dank aan de Hertz-bediende. Overigens is het nu het moment om een misverstand uit de wereld te helpen wat misschien onbedoeld bij de lezer van dit reisverhaal is opgerezen: Peruanen zijn absoluut erg vriendelijk en behulpzaam. Tot nu toe hebben we geen enkele situatie of ontmoeting als gevaarlijk, laat staan bedreigend ervaren ondanks de vele reisgidsen-waarschuwingen.

De zon schijnt. We stoppen al snel om een laatste blik te werpen op Cusco en de bergen d’er rond … en stoppen nog vele malen om het Andes landschap te bewonderen. Besneeuwde vijfduizender bergtoppen aan de horizon. Bruin gras (in het regenseizoen moet het hier nog veel groener zijn) op de steile, bijna loodrechte hellingen. Landbouw in de smalle maar diepe dalen. Piepkleine, primitieve dorpjes. Huizen van leem en stro (“stenen” liggen dikwijls te drogen in de zon). Paarden of ezels, hier en daar zelfs varkens, vastgebonden langs de kant van de weg. Dit is de zogenaamde Valle Sagrado, “Sacred Valley” van de Inca’s.

Valle Sagrado, Peru

Pisac: ruïnes van een Inca fort en stad, spectaculair gelegen op de top van een berg. De weg er naar toe is goed maar bochtig en steil en blijkbaar brengen vooral de zogenaamde “collectivo’s”, kleine busjes,  toeristen aan. Weinig individuele auto’s. Wij dus wel. Helemaal boven bij de ingang is er een kleine “parking” langs de kant van de weg, vol met collectivo’s, hier en daar een paar auto’s en de klassieke verkopers van wollen mutsen, sjaals, poncho’s, panfluiten, en dies meer. Geen plaats om te parkeren! Maar dat is zonder een politieagent en een behulpzame “local” gerekend. Ze loodsen me achterwaarts een plaats tussen twee auto’s in. Amper een centimeter over langs de ene kant en langs mijn kant kan ik mijn deur nog net genoeg openen om uit de auto te sukkelen. Zeg nu nog dat Peruanen niet behulpzaam zijn! Meer zelfs, de politie agent weet toevallig nog wie de bestuurder van één van de twee auto’s naast de onze is en laat hem zijn auto wat verplaatsen zodat B toch langs haar kant uit onze auto kan. Muchas  Gracias, amigo’s. Deze gringo’s zijn u dankbaar!

Pisac, Valle Sagrado, Peru

Pisac, Valle Sagrado, Peru

Pisac, Valle Sagrado, Peru

Bezoek dan aan de ruïnes (We kunnen opnieuw onze Boleto Turistico gebruiken!): geen woorden voor. Bij het eerste zicht krijg ik koude rillingen. De berghellingen zijn volledig met terrassen uitgewerkt (weer de typisch aaneensluitende stenen) en boven op de top liggen de huizen en tempels. Ook B is behoorlijk onder de indruk. Die Inca’s moeten absoluut slimme bouwheren zijn geweest.

En bij het verlaten van de site, een dik anderhalf uur later, aan één van de stalletjes een ter plaatse voor onze ogen vers geperst fruitsap drinken voor de schappelijke prijs van 2 soles (~60 Eurocent) per persoon. Subliem!

Verder gaat de tocht langs bergwegen, door kleine, pittoreske maar wel armoedige landbouwdorpjes. Veel Peruvianen trekken hier weg om uit dit overlevingsbestaan te ontsnappen. Velen komen echter terecht in nog veel moeilijker omstandigheden in de metropool die Lima is en ontsnappen juist niet aan de armoede.

Ons hotel, “Casa Andina, Valle  Sagrado, Private Collection” (een hele mondvol) ligt een 500 meter van de “hoofdweg”: langs een grintweg – geen probleem voor onze 4WD. ’t Is iets na drie uur als we er aankomen: vijf uur onderweg dus van Cuzco maar dat komt niet alleen door de slechte staat van de weg (veel putten en bobbels in de weg en bij elk dorpje verkeersremmers waar we in Belgïe zouden van staan kijken) maar ook door ons gezapig tempo. We zijn behoorlijk moe (op de site van Pisac moest er flink wat geklommen en gedaald worden) maar na een (reusachtig grote) sandwich in het hotel besluiten we toch nog even per auto Ollantaytambo te verkennen. En vooral ook, uitvissen waar we morgen om 6u10 de trein naar Aguas Calientes en Machu Picchu moeten nemen. Tot het treinstation doen we er 25 minuten over. Dat wordt morgen voor dag en dauw opstaan!

De weg naar Ollantaytambo is pittoresk en gaat net voor het dorp zelf over in een kasseiweg waar op de meeste plekken, twee auto’s niet kunnen passeren. En in het dorp lijk je een paar eeuwen in de tijd terug te keren: smalle straatjes dwars op de hoofdstraat, water dat in een paar straten met groot geweld door de goten stroomt (’t is een bergdorp dus wel met wat hoogteverschil in en vooral rond het dorp), oude huisjes, koten, krotten soms, zwerfhonden, mannen en vrouwen in typische Andes-kledij, taxi’s: driewielers met een brommer-motor.

Gezellige, wanordelijke  drukte. We vinden het treinstation en een parking, privé, er heel dicht bij; tarief: 3 soles per uur (iets minder dan een Euro). Dus hier even parkeren en tot aan de ingang van de Inca-site wandelen. Zullen we ze nog “even” bezoeken? Ah ja, want andermaal verschaft onze Boleto Turistico ons toegang en … we zouden eens iets kunnen missen.

De Inca-site van Ollantaytambo is wel minder spectaculair dan Pisac maar toch ook de moeite, vooral omwille van het panorama over het stadje en de Valle Sagrado, opnieuw met een besneeuwde bergketen als achterste decor.

Ollantaytambo, Peru

Ollantaytambo, Peru

Ollantaytambo, Valle Sagrado, Peru

Locals in Ollantaytambo, Peru

Terug beneden nog even iets drinken in een lokale bar, een obscuur gebouwtje waar we op het 2 meter brede terras op de eerste verdieping aan de straatkant kunnen drinken. Binnenin foto’s van Ché Guévarra, de Beatles en andere iconen van de jaren 60. We worden bediend door een “ket” van misschien 10 jaar oud. Twee Pisco Sour ’t is “happy hour” dus 2 voor in totaal 15 soles (~5 Euro). Maar plots merken we dat het reeds kwart voor zes is. En om 6 uur valt de nacht, plots, want we zitten dicht bij de evenaar. Dus afrekenen … onze “ket” kan niet terug geven op ons biljet van 50 soles, want … de mamma is er niet. Gelukkig komt ze net op dat moment binnen wandelen.

Met de auto terug, in het donker .. sukkelen om het stadje uit te rijden want veel en zelfs zwaar verkeer: bussen, vrachtwagens … in straatjes van iets meer dan één auto breed … verkeer in beide richtingen.

Uiteraard zijn we compleet “cassé” eens we terug in het hotel zijn. Bad (met broebels) en dan (snel) eten, in het restaurant van het hotel. D’er speelt een blinde harpist in traditionele kledij. Doet me denken aan de roman “Diamantes y perdones” van de Peruaanse schrijver Arguedas, ook met een harpspeler, een “simpele” weliswaar, geen blinde.

Morgen om 4u15 opstaan: met de auto terug naar Ollantaytambo in het donker, vandaar de trein naar Machu Picchu. Onze oogschellen vallen bijna toe, walletjes onder de ogen groeien aan, ogen beginnen bloeddoorlopen te zijn. Snel slapen, nu!

Sexy Woman.

25 augustus 2013.

Vandaag zouden we uitslapen. B doet dat inderdaad maar ze wordt wakker met hoofdpijn. Niet dat het er iets mee te maken heeft maar ons bed is te klein! Niet alleen te klein maar blijkbaar veert het te veel zodat, als ik mij omdraai de andere kant mee omhoog gaat. En dus heeft ze een slaappil genomen. Ik ben om 4u40 al wakker … toch nog restant van jetlag?

We ontbijten om 8u30 (voor B na een “anti-hoofdpijn pil”). D’er is een uitgebreide keuze maar het brood is hier niet fameus: altijd zoet en “floensj” (=veel te zacht).

De baan op dan,  om 9u20, dat is 40 minuten vroeger dan gepland. We trekken, uiteraard nog steeds te voet, door Cuzco (met “z” in het Nederlands, maar officieel met “s”): ons hoofddoel voor vandaag is Sacsayhuaman, uit te spreken als “saksaaiwamman” en best te onthouden als een parafrase op “sexy woman”. Het zijn de ruïnes van een Inca fort dat een oppervlakte beslaat van zo’n 3.000 ha! En bovendien … het ligt op een “heuvel” boven Cuzco. Het weer is trouwens mooi uitgeklaard, af en toe komt de zon er door, en de vele heuvels en bergtoppen rond de stad zijn nu mooi te zien.

Het begin van onze wandeling voert ons opnieuw over de Plaza de Armas waar een soort optocht met een fanfare aan de gang is. Veel militairen staan in het gelid – het plein is afgesloten voor verkeer – en op de trappen voor de kathedraal staat een tribune opgesteld. Maar we hebben geen tijd voor optochten en parades. We stappen door de nauwe Triunfo en dan naar rechts, de al behoorlijk stijgende Choquechaca in. De gekasseide weg stijgt voortdurend tussen kleine huizen en krochten … veel toeristen zijn er weer niet meer. Op deze hoogte is elke zware inspanning dodelijk vermoeiend. Zwetend en puffend komen we – nog niet helemaal boven – aan een ingang van het hele complex. Daar kopen we twee “Boleto Turistico”, tickets die toegang geven, niet alleen tot Sacsayhuaman, maar tot nog 15 andere musea en site’s, ook die van Pisac en Ollantaytambo die morgen op ons programma staan. Nog meer stijgen dan, in een nauwe naar boven voerende kloof. Mijn hart bonkt ondertussen in mijn kop. Regelmatig moeten we stoppen, vooral als het een paar keer bijna zwart wordt voor mijn ogen. Maar dus elke keer een minuutje rusten – ondertussen genieten we van fantastische panorama’s – en we kunnen weer verder. Eindelijk boven … vrouwen in traditionele klederdracht en met alpaca’s staan ons al op te wachten:  betalende foto-opportuniteit.

Cusco, Plaza de Armas, Peru

Triunfo, Cusco, Peru

Choquechaca, Cusco, Peru

Sacsayhuaman entrance, Cusco, Peru

Rondwandelen op de site. De Inca’s hebben Cuzco gebouwd volgens een grondplan dat de vorm van een panter heeft. Het hoofd van de panter is Sacsayhuaman, waarbij de wallen in zaagtandvorm de tanden van de panter zijn! Reusachtige, gepolijste rotsblokken vormen de muren en passen precies in elkaar. De onderste en grootste blokken wegen vele tientallen tonnen. Ze moesten van kilometers ver worden aangesleurd. Hoe? Is niet geweten. En hoe werden de stenen gepolijst en in vorm gehakt? Is ook niet geweten! Maar het geheel, of wat er nog van overblijft is groots. De muren die er nog staan schat ik zo’n vijf tot zes meter hoog maar moeten in volle glorie zeker 3 meter hoger geweest zijn. De Spanjaarden hebben echter de meeste “kleine” blokken gebruikt om hun huizen, paleizen en kerken in de stad te bouwen. Tot 1930 konden inwoners van Cuzco trouwens stenen van de ruïnes van Sacsayhuaman kopen. Het panorama over de stad is hier adembenemend.

Sacsayhuaman panorama, Cusco, Peru

Sacsayhuaman panorama, Cusco, Peru

Sacsayhuaman wall, Cusco, Peru

Na zo’n twee uurtjes rondwandelen op de site verlaten we deze “Sexy Woman” en trekken we naar beneden. Uiteraard veel en veel gemakkelijker dan stijgen. Langs de Puma Curco, een lange, steile straat amper breed genoeg voor één auto maar wel in de twee richtingen toegelaten voor autoverkeer. En natuurlijk, ongeveer midden in de straat komen een dalende auto en een stijgende, neus aan neus te staan, met in een mum van tijd langs elke kant d’er nog een paar auto’s achteraan. Na veel gepalaver zit er natuurlijk niets anders op dan dat één reeks auto’s honderden meters achteruit terug de straat afrijdt.

We wandelen door de schilderachtige San Blas wijk, gekenmerkt door vele nauwe (niet-horizontale!) straatjes en mooie koloniale huizen. Sommige huizen staan duidelijk op oude Inca-muren. De wijk wordt bevolkt door ambachtslui en kunstenaars.

De vermoeidheid begint stilaan door te wegen en de honger knaagt. Bijna terug aan de Plaza de Armas eten we pizza uit houtoven (voor B zonder Mozarella, met gegrilde groenten) in een leuk restaurant: Incanto. Met een glas Tacama, Peruaanse rode wijn.

San Blas, Cusco, Peru

Na de lunch doen we een groot deel van onze wandeling van gisteren nog eens over. Op de Plaza San Francesco is een soort eetfestijn aan de gang: de campesinos (boeren) hebben de gewoonte om op zondag naar dit plein af te zakken. En zelfs de Mercado San Pedro is open, hoewel: niet alle kraampjes. ’t Is er ook veel minder druk. En op de terugweg naar ons hotel nog Koricancha meepikken: dit is één van de meest imposante gebouwen van de Inca’s. De site valt op door haar ligging op een heuvel met daarvoor een groot grasveld aan de Avenida del Sol. Onder het grasveld is een oubollig museum (onze Boleto Turistico verschaft ons toegang) over de Inca-cultuur.

Terug in het hotel. Nog een Mate de coca en dan .. vallen we beiden als een blok in slaap.

’t Is 4u30 ’s namiddags. Maar na ruim een anderhalf uur slaap rapen we onze moed samen en trekken opnieuw naar de Plaza De Armas, deze keer dus “by night”. En we sluiten de dag af, opnieuw in restaurant Incanto, met een een lichte avondmaaltijd (vis en fruit als dessert).

Cusco by night, Peru