Koffie.

12 november 2021.

De vallei van Agaete is uniek, niet alleen in Gran Canaria maar zelfs in gans Europa. Waarom? Daar kom ik straks op terug. Eerst gaan we bergwandelen. Vertrek in El Sao, een klein gehucht waar de weg stopt, amper 6 km van La Casita de Juani. Maar op die 6 km nemen we flink wat haarspeldbochten. We stijgen van 250 meter naar 540 meter. We passeren een oud, vervallen gebouw waarvan een deel in de steigers staat: Los Berrazales, een vroeger kuuroord, daterend uit 1931. Deze wellness avant la lettre gebruikte “lava-water” of “vulkaan-water” uit de omringende oude vulkanen. Er was zelfs een bottelarij. Het volledige complex wordt nu gerestaureerd maar voorlopig ligt de werf stil: Covid-19!

Los Berrazales, Gran Canaria

El Hornillo.

In El Sao is er een kleine parking, vijf auto’s maximaal, twee plaatsen zijn reeds ingenomen (‘t is 9u20!). Op zich is de wandeling niet zo lang – 3 km tot Refugio El Hornillo – maar wel 240 meter stijgen langs een smal rotsachtig pad. Langs kloven en ravijnen, langs grotten, aloë vera’s en bamboe en natuurlijk met achter elke bocht een ander panorama. Het grootste deel van het pad ligt in de ochtendschaduw: slecht voor foto’s maar goed om niet te zweten.

El Sao - El Hornillo, Gran Canaria

El Sao - El Hornillo, Gran Canaria

El Sao - El Hornillo, Gran Canaria

El Sao - El Hornillo, Gran Canaria

Boven in El Hornillo: wijds uitzicht op de vallei van Agaete, de bergen en de Atlantische Oceaan; een kerkje naast de Refugio; een gevaarlijk pad  onder een overhangende rots (recent is een deel naar beneden getuimeld) langs grotwoningen (bewoond want een vastgeketende hond maakt een hels kabaal). We willen een koffie drinken in de Refugio maar een meisje dat daarnet het terras bezemde, lijkt geen Spaans te verstaan, of toch mijn Spaans niet. De patron komt er bij. Blijkt dat die Engelstalig is, en dat meisje ook. Overigens lopen ze niet over van vriendelijkheid. Dat zijn we hier niet gewoon.

El Hornillo, Gran Canaria

El Hornillo, Gran Canaria

El Hornillo, Gran Canaria

El Hornillo, Gran Canaria

El Hornillo, Gran Canaria

El Hornillo, Gran Canaria

Op de terugweg passeren we best wat wandelaars, stijgers hebben voorrang. Wel oppassen voor het ravijn bij het opzij gaan. Een Duits koppel – man met bierbuikje en zwetend – “gratuliert” ons met onze prestatie. Ze twijfelen of ze wel boven geraken. We spreken hun wat moed in: “und es ist sehr schön da oben”.

Terug in El Sao eten we onze lunch in het bushokje aan de parking. Klinkt povertjes maar het panorama over de vallei van Agaete is hier eerste klas. Roofvogels schreeuwen hoog in de lucht. Op het bushokje hangt een waarschuwing voor de “Culebra Real”, de Californische Koningsslangen. Dat zijn invasieve exoten die op Gran Canaria actief bestreden worden.

El Sao, Gran Canaria

Koffie. 

Nu terug naar het unieke van de Agaete-vallei. Dit is de enige plek in Europa waar koffie geteeld wordt! Dat gebeurt in Finca La Laja in San Pedro, een kilometer van “ons” vakantie-appartement. Die “boerderij” (Finca) bezoeken we deze namiddag. Acht euro per persoon voor een geleid bezoek, inclusief wijn van de Finca en koffie proeven. Maar eerst een glaasje “lava-water” drinken: dat heeft een wat metaalachtige smaak, zeker niet slecht. Zou goed zijn voor, of beter tegen, allerlei kwaaltjes. We komen tijdens de tour heel wat te weten over koffie, onder andere:

  • Dat koffie op minimaal 900 meter hoogte groeit. Hier zitten we op 300 meter. De koffieplanten staan onder grote druivelaars (2 meter hoog?) die de nodige schaduw en koelte geven.
  • Koffieplanten in volle zon worden geel. Te koud, onder de 8° C en de bladrand wordt bruin. Beide slecht voor de koffieplant. Rechtstreekse regen is ook al niet goed, vandaar ook het bladerdak van druivelaars.
  • Tussen de koffieplanten staan bananenbomen. Die brengen naast schaduw de nodige potassium in de grond. Andere planten trekken dan weer voor de koffieplant schadelijke insecten aan (=ecologische pestbestrijding).>
  • Te zwarte koffiebonen zijn te lang gebrand en/of met suiker gebrand = camouflage van minderwaardige koffie.
  • Als de koffie zo bitter is dat er suiker in moet, is dat koffie van mindere kwaliteit.
  • En nog zo veel meer … lang geleden werd er al koffie verbouwd in de Agaete-vallei maar die kon niet (en kan ook nu nog niet) prijs-concurreren met de koffie op de wereldmarkt. Productie is gestopt en pas 20 jaar geleden hervat door Finca La Laja.

De wijnkelder is dan weer speciaal: een groot rotsblok is zo’n 200 jaar geleden naar beneden gekomen en op 2 meter van de begane grond tussen andere rotsen blijven hangen. Daaronder is de temperatuur redelijk constant en dus ideaal voor wijnopslag.

Finca La Laja, Gran Canaria

Finca La Laja, Gran Canaria

Finca La Laja, Gran Canaria

Finca La Laja, Gran Canaria

De proeverij dan. Aan een tafeltje onder de druivelaars krijgen we een schotel met semi-curado kaas, hard geroosterd brood, cake, broodjes met chorizo-pasta en koffie-appel confituur voorgeschoteld. Drie witte wijnen proeven we bij al dat eten: een demi-sec, een droge witte wijn en een redelijk zoete rosé – we zijn niet echt enthousiast (Degustibus et coloribus non disputandum est). Dan de koffie, Arabica-variëteit, zeer zacht; we hebben hem graag met wat meer pit. Maar de koffie-appel confituur is in de smaak gevallen. Potje meenemen!

We moeten ons haasten om op het terras van La Casita de Juani nog van de zon te genieten. ‘t Is al 16:00 uur en om 17:00 uur verdwijnt de zon achter de bergen en koelt het af. Wat een drukke dag.

Laurier.

11 november 2021.

Toen in de 15de eeuw eerst de Fransen en daarna de Spanjaarden de Canarische eilanden veroverden – ik val in herhaling – vonden ze op de noordelijke helft van Gran Canaria een uitgestrekt subtropisch woud van voornamelijk laurier. Een speciale inheemse soort van laurierboom: de ocotea foetens of stinklaurier in het Nederlands. Van dat gigantische woud is heden ten dage bijna niets meer over: een klein stukje, dan nog grotendeels heraangeplant, dicht bij Moya. Dat willen we zien, dat is ons plan voor vandaag. De zon laat het trouwens voor het eerst grotendeels afweten, gelukkig niet de temperatuur: 23° C op het middaguur.

Los Tilos, Moya, Gran Canaria

Maar eerst: Maipés, Parque Arqueológico. Dat zou een begraafplaats zijn op vulkanische ondergrond, met ongeveer 700 oude Guanchen-graven. Vanop de weg van ons vakantiehuis naar Agaete zien we de site liggen: graven van lavasteen in afgeknotte kegelvorm. Helaas, Google vertelt ons dat Maipés “temporarily closed” is. Echt waar? Na verschillende pogingen om met de auto de ingang van Maipés te bereiken, moeten we die pogingen staken: een wirwar van éénrichting-straten leidt ons in cirkels. Dus parkeren en te voet tot aan de ingang, die inderdaad gesloten is: tot nader order, wegens Covid-19. Onbegrijpelijk voor een openlucht site. Niet getreurd: op naar Los Tilos de Moya, het laurierbomen-woud.

Maipés, Agaete, Gran Canaria

Alweer een spectaculaire rit langs Moya en verder langs de Barranco (=ravijn) de Moya. Aan het laurierbos zelf is er een klein infocentrum met uitleg over lokale fauna en flora. De stinklaurier (Tilo in het Spaans, gewone laurier vertaalt als ”laurel”) kan in optimale omstandigheden tot 30 meter hoog worden. Gekneusde bladeren geven een heel scherpe geur af. Aan het infocentrum beginnen wandelingen: we kiezen voor het korte traject (2 km), niet moeilijk. Foto’s in een bos zijn niet zo makkelijk. Gelukkig zijn er hier en en daar open plekken op een berghelling.

Los Tilos de Moya, Gran Canaria

Los Tilos de Moya, Gran Canaria

Los Tilos de Moya, Gran Canaria

Ook Moya zelf – op een 490 meter hoge bergrichel – is een bezoekje waard. We parkeren aan de cementerio, het kerkhof, op zich al speciaal: de doden liggen in “appartements-graven”, vijf verdiepingen hoog. De Nuestra Señora de la Candelaria kerk uit 1957, in neo-romaanse stijl met eclectische voorgevel, staat op de rand van het ravijn. Gesloten: Covid-19? Inmiddels is het wel tijd voor een espresso of twee met een “bizcocho de limón”, een soort sponsachtige cake met citroensmaak.

Cementerio de Moya, Gran Canaria

Moya, Gran Canaria

Dan zoeken we de Centro de Arte op … hoewel: gesloten volgens Google. Gelukkig is Google deze keer verkeerd: het kunstgalerijtje is wel open. Het toont een leuke verzameling moderne kunst van Juan Antonio de la Nuez in een knap gebouwtje. Het ligt overigens in een zeer pittoreske wijk van Moya. Nog even rondstruinen in het centrum: leuke pleintjes, oud gebouw in dreigende, grijze basaltsteen … We lunchen – onze meegebrachte boterhammetjes – op een bankje op de Plaza de la Concordia. Het prachtige uitzicht over de Barranco de Moya krijgen we er gratis bij.

Centro de Arte, Moya,Gran Canaria

Moya, Gran Canaria

Moya, Gran Canaria

Nog bezienswaardig in Moya: het geboortehuis van de wereldberoemde – toch in Gran Canaria – dichter Tomás Morales, rechtover de kerk, nu een museum. Een vriendelijke receptioniste troont ons eerst mee naar een zaal met karikaturen van de dichter, resultaat van een wereldwijde karikatuur-wedstrijd naar aanleiding van de 100-jarige verjaardag van zijn sterfdatum (1921). Daarna laat ze ons over aan een al even vriendelijke collega die in een mengelmoes van Frans, Spaans en hier en daar een woord Engels uitleg geeft over de verschillende zalen en objecten. Interessant. Leuke binnentuin ook.

Tomás Morales house, Moya, Gran Canaria

Tomás Morales house, Moya, Gran Canaria

Tomás Morales house, Moya, Gran Canaria

Terug naar “onze” Casita de Juani” via Agaete. Hier zijn we al een paar keer door de smalle straatjes verkeerd gereden. Deze keer gaat het wel goed: langs het centrum. Ziet er nog leuk uit. Even stoppen: d’er is een restaurant met terras aan de kerk, en een “Museo de la Rama” over de jaarlijkse bedevaart en festiviteiten in de stad … gesloten, Covid-19! Een andere keer terug komen naar Agaete voor een koffie en foto’s.

Wat doen we morgen?

Holbewoners.

10 november 2021.

Toen in de 15de eeuw eerst de Fransen en daarna de Spanjaarden de Canarische eilanden binnen vielen en uiteindelijk veroverden, troffen ze daar een primitief volk aan, wonend in grotten uitgehakt in lava rotswanden, holbewoners dus. De Guanchen stamden af van berbers uit Noord-Afrika. Ze waren geen match voor de kolonisatoren: medio 16de eeuw waren ze al zo goed als uitgeroeid. Ook hun taal is sinds lang verdwenen. Maar niet hun grotten! Die gaan we vandaag zoeken.

In de Montañas Sagradas – de heilige bergen van Gran Canaria – ligt Risco Caído, UNESCO wereld erfgoed. In vogelvlucht een goeie 5 km van ons vakantiehuis maar met de auto langs de weg bijna 30 km, Agaete-vallei uit en helemaal om rijden. En wat voor een 30 km! Kronkelende, smalle bergweg, doorheen het groene hart van Gran Canaria; op vele plaatsen is de weg niet breed genoeg voor tegenliggers (die er gelukkig ook nooit zijn); weinig of geen toeristen; af en toe kleine, ingeslapen dorpen: Tegueste, Saucillo, San José de Calderos; om de paar kilometer stoppen zomaar op de weg – er zijn toch geen andere auto’s – om het landschap te bewonderen en foto’s te nemen. Bij één van die stops zien we in de verte zelfs Tenerife liggen met de Teide-vulkaan die door de wolken torent.

Doramas, Gran Canaria

San José De Calderos

Doramas, Gran Canaria

Bij een splitsing blijkt de weg die langs twee stuwmeertjes voert, afgesloten te zijn: obras (werken)! Die weg hadden we nochtans moeten nemen. Nu zien we de grotten alleen vanop afstand, van de overkant van een diepe kloof. Maar er zijn ook “moderne” grotten en “moderne” holbewoners. Hier en daar is een huis aan en in de rotsen gebouwd waarbij het deel boven de grot egaal wit, oker of zavel geel is geverfd. Opmerkelijk! Hebben die hedendaagse holbewoners dan ook internet, Wifi, kabel TV? Sommige grotten worden zelfs als vakantieverblijf verhuurd. Voor vakantie-holbewoners?

Presa de los Pérez, Gran Canaria

Hondo, Gran Canaria

Hondo, Gran Canaria

Hondo, Gran Canaria

Hondo, Gran Canaria

Nog langs de weg: oude verlaten grotten die nog in een recent verleden bewoond moeten zijn geweest. En in Hondo: een “Santuario Cueva de la Virgen de Fátima”, een kerkje in een grot. Een eindje verder een café, zonder naam, binnen eigenlijk een bar langs de ene kant en een winkeltje langs de andere kant, zelfde eigenaar, zelfde bediening. Aan de bar bestel ik “dos café solo” die de barman manueel in kleine glaasjes tapt. Achter de toonbank een stokoude radio.  Ik probeer een gesprek over de radio aan te knopen maar mijn Spaans is te beginnersniveau. Toch haalt de barman zijn vader er bij, die vertelt – als ik het goed heb – dat de radio meer dan 70 jaar oud is en nog altijd speelt. Ten bewijze: even draaien aan de rechtse knop en romantische radio-muziek vult de bar.  Onze koffies smaken zoals Spaanse koffie smaakt: een beetje “verdoeft”.

Hondo

Hondo

We rijden verder. Door Juancalillo, alle huisjes mooi in dezelfde stijl. Geur van vers gebakken brood vult de straten. Monument voor de jaarlijkse processie “La Rama”. Inmiddels rijden we door het Nationaal Park “Doramas” met gelukkig bredere wegen. Woud van Canarische pijnbomen met hier en daar laurier. De pijnbomen hebben een bosbrand overleefd: grappige nieuwe bollen groen ontspruiten aan de stam. Stoppen bovenaan de krater van een uitgedoofde vulkaan, de “Caldera de los Piños de Gáldar”. Na de Cruz de Tejera te zijn gepasseerd – hier ligt een Parador, een restaurant, prullaria-kraampjes en … voor het eerst veel toeristen – krijgen we uitzicht over het meest iconische landschap van Gran Canaria: de Roque Nublo of “nevelige rots”, een 70 meter hoge monoliet op de top van een 1.800 meter hoge berg. Gelukkig geen mist hier boven hoewel langs de ene bergflank wolken omhoog vliegen. Vanaf ons uitzichtpunt, dicht bij de Degollada de Bercera, overschouwen we het panorama: de Capuchon, een rots in de vorm van een monnik met pij, de Roque Nublo, de Las Nieves piek (hoogste punt van Gran Canaria) … wat kan er Spaanser zijn dan hier ter plaatse op dit uur (13u30) te lunchen: onze meegebrachte boterhammetjes, belegd met jamón ibérico ;en queso curado en overgoten met zon (maar ‘t is wel fris op deze hoogte – 13° C – vooral als je een trui vergeten hebt).

Juncalillo, Gran Canaria

Doramas, Gran Canaria

Caldera de los Piños de Gáldar, Gran Canaria

Roque Nublo, Gran Canaria

Cruz de Tejeda, Gran Canaria

We nemen de “korte” terugweg, nog altijd ruim een uur rijden en pikken onderweg, in de Mercadona-supermarkt, dorada en een flesje witte rioja op. Dan blijkt dat – door het heldere weer – we ook vanop het terras van ons vakantieverblijf – Tenerife en de Teide kunnen zien liggen. Dat wordt leuk aperitieven!

De vinger van God.

9 november 2021.

De “red-eye flight” van Brussels Airlines – 6u20 – naar Gran Canaria oogt vol. Naast mij, op stoel 7C, zit een brede, forse kerel met handen als schoppen en vingers als sigaren. In volle vlucht morst hij zijn broodje smos op en onder de armleuning tussen zijn en mijn stoel. Ondertussen bewondert Betty de zonsopgang boven de wolken … Overigens is alles uitermate vlot verlopen: inchecken met elektronische instapkaart en identiteitskaart – niemand is geïnteresseerd in een CovidSafe ticket op Zaventem.

Van een paar kilometer hoog ziet Gran Canaria er deprimerend uit: grijze wolken; bruine bergen waarop van zo hoog geen spoortje groen te ontdekken valt; agglomeraties appartementsblokken van vijf, zes verdiepingen in beige, geel of oker geschilderd.

Op de verlaten luchthaven van Las Palmas de Gran Canaria “zoeven” we door de controle met ons, ook weer electronisch, Spaans SpTH-ticket (Covid-19!).  De huurauto ophalen – een Seat, hoe kan het anders in Spanje – is ook al een kleine formaliteit. Maar het sombere gevoel van net voor de landing is er nog altijd  … en wordt versterkt als we op de GC-1 en GC-3 langs de hoofdstad rijden. Appartementsblokken wisselen af met grauwe bedrijvenparken. Bij El Guincho lijkt de snelweg plots recht in de oceaan te dalen alvorens links, langs de kustlijn af te draaien. Net vanaf daar breekt de zon door de wolken, verdwijnt de verstedelijking en lijkt alles plots … vakantie. Zon, zee, bergen! We kunnen beginnen het noorden van Gran Canaria te verkennen.

Ons vakantieverblijf is “La casita de Juani” in La Suerte, in de vallei Agaete. We stoppen in het haventje van Agaete: Puerto de las Nieves. Letterlijk vertaald: de sneeuwhaven. Niets met sneeuw te maken. Hier staat een oud kerkje, gewijd aan de “heilige Maria van de sneeuw”: in de vierde eeuw zou er begin augustus sneeuw gevallen zijn op één van de zeven heuvels van Rome, mirakel toegeschreven aan die heilige Maria, vanaf dan “van de sneeuw” genoemd. De “ermita” – kerkje – herbergt een triptiek van Joos van Cleve, een Vlaamse zestiende eeuwse schilder. In deze periode zou het kerkje open zijn van 11 tot 13 uur, zo beweert een papiertje aan het hek toch. Het is 11u45 maar de hele boel zit op slot. Later een keer terug keren? Of Covid-19?

Puerto de las Nieves, Gran Canaria

D’er is ook nog de “Dedo de Dios”, de vinger van God! Wegwijzers tonen je waar dit natuurmonument staat: in zee, een rots die oorspronkelijk leek op een vuist met opgestoken wijs(?)vinger. Helaas, in een storm in 2005 is de vinger gesneuveld … of heeft God opgehouden naar de mensheid een belerende vinger op te steken? Of moet de rots nu “Puño de Dios”, vuist van God heten? Hoe dan ook, Puerto de las Nieves voert nog driftig reclame met “de vinger”. Voor de rest is het een pittoresk haventje met leuke restaurantjes langs de kade (Toeristenvallen of toch niet? Twee koffies en water kosten er toch maar 3,20 €.); fotogenieke huisjes en straatjes, een wandelboulevard langs de oceaan (de Avenida de los Poetas) en natuurlijke zwembaden tussen de rotsen. Op zwarte keienstranden liggen toeristen te zonnebaden tussen lokale lijnvissers. In de haven ankert de Fred Olsen catamaran die de veerdienst naar Tenerife verzorgt (+/- 70 km; 80 minuten varen).

Puerto de las Nieves, Gran Canari

Puerto de las Nieves, Gran Canari

Puerto de las Nieves, Gran Canari

Puerto de las Nieves, Gran CanariMaar ‘t is tijd om in te checken in “La casita de Juani”. Dat ligt in de groene vallei van Agaete, althans groen beneden in het dal. De berghellingen zijn kaal en bruin (noordkant) ofwel begroeid met cactussen. Vanop “ons” terras hebben we zicht op de zonovergoten bergen, de blauwe oceaan en Agaete, een verzameling van witte huisjes. Alleen: 80 buitentrappen naar boven met twee koffers van 20 kilo bij 24° C = niet gelachen. Afkoelen dus in een soort plonsbad op het zonneterras.

Agaete valley, Gran Canaria

Vermeldenswaard bij de inkopen voor self-catering: een rode wijn uit Tenerife, Secreto de Antonika Tinto Tradicional. Smaakt naar lava. Als dat geen vingerwijzing is om vanaf morgen de “secreto’s” van het noorden van Gran Canaria te ontdekken.

P.S. Door het” felle tegenlicht hebben we zelfs geen goede foto van de resten van de “Dedo” kunnen nemen.  We moeten het dus doen met een artistieke voorstelling: zie foto.

La Suerte, Gran Canaria.

Chaves.

6 augustus 2021.

Zwaar bewolkt en 17°C in Vila Nune. We zoeken de sleutel tot de zon. Sleutel = Chaves in het Portugees. En dus rijden we naar het noordoosten, naar Chaves, 10 km van de Spaanse grens en een 45 minuten rijden vanaf Quinta dos Moinhos. De zon is er inderdaad van de partij!

We parkeren – betalend – aan de rand van de oude binnenstad. We hebben wat tijd nodig om de weg te vinden naar het middeleeuwse deel van de stad. Tot we op de Praça Camões uitkomen, een statig plein met het vroegere paleis van de hertogen van Bragança, het stadhuis en de Santa Maria Major kerk. De kerk zou binnenin een mengeling zijn van stijlen: romaans, maniëristisch en laat-barok. Dat kunnen we echter niet controleren want … er gaat een trouwplechtigheid plaats vinden.

Tot grote interesse en jolijt van Lou. Met meer dan gewone belangstelling bekijkt ze het gedoe aan de ingang van de kerk. Een vrouwelijke ceremoniemeester leidt de geplogenheden: koppel per koppel wordt in positie geplaatst voor de ingang en gefotografeerd. Bruidsmeisje en twee bruidsjongens mogen als laatste binnen. Uit een oude zwarte Citroën mag ten slotte de bruid stappen. Drie dames zijn druk in de weer om de lange, witte sleep in vorm te leggen, klaar voor de perfecte foto!

Maar we zijn niet gekomen voor een trouwpartij. Achter de kerk ligt de oude middeleeuwse stad. Huizen met twee verdiepingen, balkons, gekleurde gevels. Toch weer anders dan andere steden hier in de regio. Een vrouwtje wat er stokoud uit ziet, houdt Lou en Evelien staande en steekt een heel verhaal af in het Portugees. Ze lijkt vertederd door Lou maar we snappen geen jota van haar verhaal. Smalle straatjes bergaf leiden ons naar de Largo do Arrabalde. Hier zijn Romeinse termen, die we helaas niet kunnen bezoeken want: worden gerestaureerd. Chaves is overigens bekend als kuuroord om zijn natuurlijke, hete baden. Maar vanaf deze plek zien we de oude Romeinse brug, nu alleen nog door voetgangers gebruikt. Ze overspant de Tâmega met – in principe, volgens sommige reisgidsen – 16 bogen, maar wij hebben er maar 12 geteld. Even over de brug flaneren naar de overkant. Restaurantjes langs de kades. Lou gooit steentjes in de rivier en ook ééntje per ongeluk op het hoofd van Evelien.

We keren terug doorheen de middeleeuwse stad naar de Castelo van Chaves. Eigenlijk is het een imposante wachttoren, vroeger geïntegreerd in de grotendeels verdwenen stadsomwalling. Binnenin moet je betalen (2,5€ voor ons gezelschap van vier) voor een eenvoudig militair museum. Maar het panorama over de stad vanop de toren loont absoluut de moeite. Beneden zien we overigens net het pasgehuwde paar de kerk uit komen en in hun oude Citroën stappen.

Op één of ander pleintje lunchen we in restaurant “Museo do Bacalhau”. Heeft overigens niets met een museum te maken. En wat anders moet je daar eten dan “Bacalhau á  Museo” ( 11€). Ben er niet wild enthousiast van. Dan terug naar de parking waar we de ons toegemeten en betaalde tijd ruim hebben overschreden. Als dat maar geen boete wordt.  Net als we er aankomen, zien we een politieagent de geparkeerde auto’s controleren. Oei, even de pas versnellen … de agent wordt afgeleid door Lou … we komen net voor hem aan de auto, grissen ons vervallen parkeerticket weg en vertrekken. Oef, net op tijd.

In de late namiddag wandelen Betty en ik op de Ecopista van Vila Nune naar Caneda en terug, zo’n 5 km in totaal. De zon straalt hier inmiddels ook. Nog een aantal laatste landschapsfoto’s en onze Portugal-reis naar Trás-os-Montes zit er op (op de terugreis naar België na).

Blij om opnieuw een keer andere horizonten te hebben kunnen opzoeken. Waar gaat onze volgende reis naar toe? 

7 augustus 2021 – epiloog. 

Op de luchthaven van Porto staat een ellenlange rij voor de check-in desks van Brussels Airlines. Geeft ons tijd om on-line onze Belgische Passenger Locator forms in te vullen.  Gelukkig maar: bij check-in worden die deze keer wel gevraagd en gecontroleerd. In Zaventem volgen we de lijn van “Covid rode” landen (hoewel de Portugezen zelf vinden dat ze maximaal “oranje” zijn). En ook hier wordt onze PLF gecontroleerd. 

Bij het buiten rijden van de luchthaven worden we verwelkomd door een Belgische plensbui … we hebben nu al heimwee naar de Portugese zon!