Sovereign Sands.

16 augustus 2026.

Na een goede nachtrust – met elektrisch verwarmde matras aan + donsdeken + twee gewone dekens – is iedereen klaar en monter om verder te reizen. Naar het oosten, naar de “Dolphin Coast” aan de Indische Oceaan. De zon is van de partij.

Onderweg.

Het plezier van reizen is niet zozeer de nieuwe bestemming, maar het onderweg zijn, de reis zelf. Op de wegen van Kwazulu-Natal kom je van alles tegen. Maar eerst tanken: 100 liter diesel voor 2.800 ZAR (140 €) en een fooi van 100 ZAR (5 €) waar de pompbediende extreem blij mee is. Op een stukje snelweg haalt een 26-wielen vrachtwagen een andere truck in die zelf een vrachtwagen inhaalt: drie rijvakken geblokkeerd!

Uit een bos komt een troepje kleine kinderen gestapt. Scoutskamp? Ze worden met hun twintig, dertig “ingeladen” in de open laadbak van een “bakkie”, een lichte pick-up truck. Kilometers verder – als de townships van Pietermaritzburg achter ons liggen – steken de eerste vervet aapjes de weg over. We spotten ons eerste warthog, everzwijn; zelfs een kleine kudde Afrikaanse buffels, een dier van de “Big Five”. Dan maakt de wilde natuur plaats voor eindeloze suikerriet plantages, kilometers en kilometers ver. Weinig boerderijen, laat staan dorpjes onder de weg.

Harburg.

Om de “eentonigheid” van de weg wat te breken, rijden we een tweetal kilometer van de weg af naar Harburg. Eigenaardig stil dorpje met mooie huizen en een lieftallig kerkje en kerkplein. Geen mens te bekennen. Harburg klinkt Duits en het heeft inderdaad Duitse wortels. Midden negentiende eeuw kwamen Duitse kolonisten hier katoen verbouwen. Toen dat mislukte, liep de nederzetting grotendeels weer leeg. Maar tot op de dag van vandaag wonen hier nog vooral nazaten van die Duitse kolonisten.

De andere dorpjes op onze route zijn “zwarte dorpjen”: kleine huisjes, ietsje beter dan sloppenwijken, wegen van rode aarde, was hangt te drogen op prikkeldraad, kinderen spelen tussen de kippen, primitieve winkeltjes.

We verorberen onze meegebrachte lunch noodgedwongen langs de kant van de weg, tussen de suikerrietvelden, met de zon als extra saus.

Dolphin Coast.

Net voor onze eindbestemming komen we aan de Indische Oceaan, de “Dolphin Coast”. Toch even snel stoppen om alvast de kustsfeer op te snuiven. Weinig mensen op het strand, een paar vissers. Spectaculaire golven die Lou en David alvast al pootje badend willen testen. Twee minuten duurt het voor Lou’s rokje nat is en vijf minuten vooraleer David met een natte broek terugkomt. Tussen de rotsen vinden we hand-grote krabben.

Sovereign Sands.

We vermoeden het al, maar ons verblijf voor de volgende drie dagen is in een “gated community”. Met een code ons via Whatsapp gestuurd, laat de bewakingsagent ons in het deels ommuurde, deels met hoog prikkeldraad afgesloten domein. Niet zonder eerst uitgebreid de auto te registreren. Voor onszelf hebben we dat al op voorhand online moeten doen.

Het staat hier vol grote, sjieke villa’s. In deze periode van het jaar lijkt het overgrote deel ervan leeg te staan. Nee, niet alleen “witte” mensen wonen hier, blijkbaar ook “zwarte” … toch een teken dat de ongelijkheid afneemt.

Ook ons huis – correctie: villa – is gigantisch en … fantastisch. We lopen erin verloren. Twee verdiepingen, drie super-ruime slaapkamers op de gelijkvloerse verdieping, elk met dito badkamer. Op de benedenverdieping een keuken, een bar, een eetkamer, een living, alles opnieuw GROOT! Vanuit twee slaapkamers en living, ongerept zicht op de Indische Oceaan twintig meter verder. Op het binnenplein een zwembad en langs de zeekant nog een infinity-pool. Verwonderd en opgewonden loopt iedereen rond om alles te ontdekken.

Shad.

Naar het strand gaan we via een klein pad tussen dichte begroeiing. In de hoge prikkeldraad-afsluiting is een toegangspoortje, alleen te openen met badge. Dat hebben we. De afsluiting staat onder camera-bewaking. Maar het strand is niet-privé. Twee lokale vissers turen aandachtig naar hun dobbers in de woelige golven. Even vragen wat ze willen vangen.

Shad! Ze vissen op “shad”, Zuid-Afrikaanse naam voor “elfvis” of “bluefish”, een agressieve roofvis met scherpe tanden. Kan tot een meter lang worden en is alleen aan de zuidelijke kust van Kwazulu-Natal te vinden. Volgens de visser, “coloured” met witte krulbaard, is het moment om te vissen niet goed: te veel NNO-wind en te veel zijdelingse stroming in de zee, waardoor zijn lijn voortdurend afdrijft. “I try … you never know” … visserswijsheid.

Benieuwd wat morgen brengt.


Ontdek meer van Blue Crane home.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal