Budapest is almost ludicrously beautiful.
5 november 2026.
Of Boedapest “bijna belachelijk mooi is” (quote van Anthony Bourdain – Amerikaans chef-kok, schrijver en tv-maker) gaan we testen: drie dagen, vier nachten Boedapest.
Liszt Ferenc.
Landen op de Boedapest Liszt Ferenc luchthaven. Rare naam … maar niet als je weet dat in Hongarije een naam als: familienaam eerst, dan voornaam wordt geschreven en Ferenc = Franz. Inderdaad, de luchthaven is genoemd naar de beroemde componist Franz Liszt (Hongaarse Rapsodie), geboren in wat nu Oostenrijks Burgenland is. In de 19de eeuw was dit een deel van de dubbel monarchie Oostenrijk-Hongarije die zich uitstrekte van Zwitserland in het westen tot delen van Oekraiene en Roemenië in het oosten; van stukken van Polen in het noorden tot aan de Adriatische kusten in het zuiden; één van de grootste wereldmachten. Maar … in de eerste wereldoorlog de verkeerde kant van de geschiedenis gekozen … Twee keer: ook in WO II koos Hongarije foutief. Twee derden van het vroegere grondgebied verloren. Vandaag telt het land minder inwoners dan België.
Taxi.
Genoeg geschiedenis. Het is bijna 18 uur, donker en we wachten op onze op voorhand gereserveerde taxi … die vijf minuten later opdaagt. De chauffeur rijdt “vlotjes”, snel, voortdurend van baanvak veranderend en door oranje lichten rijdend. Hij tokkelt ondertussen op zijn smartphone. Gelukkig hangt er een paternoster aan zijn spiegel – lang geleden dat we nog zo’n ding zagen. Blijkt dat de taxichauffeur Google Translate gebruikt om te vragen waarom we “te laat” waren. Inderdaad het vliegtuig had een half uurtje vertraging. Plus: onze handbagage werd ons ontnomen en in de bagageruimte gezwierd – te veel handbagage in het vliegtuig; minder en minder mensen lijken de duurdere tickets met ruimbagage te kiezen – zodat we daar ook weer moesten op wachten in Boedapest. Verdere communicatie met de chauffeur geven hij en wij op … behalve “okay” kent hij geen woord Engels. Maar dat is alvast één woord meer dan wij Hongaars kennen.
Goulash.
We logeren in het Florin Apart Hotel. Da’s maar een boogscheut van Mama Goulash, goulash-restaurant zoals de naam het zegt. Hoe kunnen we beter onze Boedapest citytrip beginnen dan met een goulash? Helaas: er staat een wachtrij van minstens 20 personen. Binnenin zien we mensen met grote pinten bier en goulash in hele broden geserveerd. Vanavond niet voor ons: we belanden bij Jamie Oliver in een trendy uitgaansbuurt. Hippe café’s en bars, karaoke-tent, sushi-restaurant, escape rooms ….



Anderhalf uur later is de file bij Mama Goulash tot minstens 40 mensen aangegroeid. Reserveren kan er niet … Bij Jamie Oliver komen we met een “doggy bag” buiten: te copieuze porties.
Morgen begint onze citytrip echt.
6 november 2026.
“Jij bent een rijstkorreltje van de stad”, begroet ons een grote muurschildering op de school tegenover ons hotel. Ook een stralende zon begroet ons. Leuk!
Tram 2.
Ons hotel ligt in Pest, op de linkeroever van de Donau. Tram 2 volgt grotendeels de loop van de rivier: ideaal als gratIs “sightseeing” (65+ = gratis openbaar vervoer in Boedapest). Hoewel we op het oud uitziende trammetje wat “benepen” zitten, is het zicht op Boeda, langs de overkant van de Donau, prachtig. Op het noordelijke eindpunt van tram 2 – Jaszai Mari tér – stappen we uit na een rit van een drietal kilometer. Bij een parkje waar Imre Nagy – premier tijdens de Hongaarse anti-sovjet opstand in 1956 – op een brugje uitkijkt over neergelegde bloemen en kransen. Exact 70 jaar geleden werd de opstand bloedig neergeslagen door troepen van het communistische Warschaupact. Tussen rumoerige toeristen staan ingetogen Hongaren, een enkeling bidt …


Parlementsgebouw.
We kuieren verder in de zon, langs de Donau-oever, tot aan een gebouw van bijna 18.000 m2, 268 meter lang, in neo-gotische stijl: het Hongaarse parlementsgebouw! Indrukwekkend, woorden tekort, stelt Westminster in de schaduw, straalt één en al grandeur en prestige uit en dat zal wel de bedoeling geweest zijn. Eind 19de eeuw gebouwd, showt het de macht en grootsheid van het toenmalige Oostenrijks-Hongaarse rijk. Verbluffend.



Nu we het toch over grootsheid hebben: de straten in de binnenstad zijn breed met ruime voetpaden. Knalgele uber- en bolt-taxi’s zijn alom tegenwoordig Alle gebouwen lijken een soort statigheid, voornaamheid en prestige uit te stralen.
Maar er zijn ook kleine dingen. Even voorbij het parlementsgebouw staan zestig paar metalen schoenen op de Donau-kade: een herdenking aan de hier gefusilleerde Joden. Spijtig dat de sereniteit verstoord wordt door hordes toeristen en verwelkte of plastic bloemen, ex-voto kaarsen, steentjes, drankblikjes tussen de schoenen.

Bazilika.
Tijd voor koffie, ruimschoots tijd … in Café Brunch Bazilika. Dat heeft als motto: “Een brunch zonder alcohol is alleen maar een triest, laat ontbijt”. Maar voor brunch komen we niet. We bestellen twee frambozen croissants. Dat blijken reuze-croissants te zijn: twee keer zo groot als een “gewone” croissant. Alles is hier buitenmaats, veel, groot. Wel lekker!
Een eindje verder, naar de basiliek toe, staat het standbeeld van “de dikke politieman”. Over zijn bolle buik wrijven garandeert succes in de liefde. Aan zijn blinkende buik te zien is er grote nood aan liefde.

De Sint Stefanusbasiliek dan, de grootste kerk van Boedapest en opnieuw: gigantisch. Een toegangsticket (voor 65+😀) kost 5.500 forint (+/-15 €) per persoon – God werkt ook niet gratis. Daarvoor krijg je een overdadig rijkelijk en groots interieur te zien, vol marmer, bladgoud en bronzen reliefs, opnieuw: prestigieus. Luguber detail: toeristen verdringen zich voor een glazen kastje met daarin een grijs versteende rechterhand … relikwie …. van Sint Stefanus?



EN, je ticket geeft je het recht om de 364 treden te beklimmen naar de borstwering rond de koepel van de basiliek. Je kunt natuurlijk ook de lift nemen. Het 360° panorama is best de moeite, zeker onder een stralende herfstzon.


Eten en drank vinden is in Pest geen probleem: eethuizen, café’s en restaurants in overvloed, zelfs voor een erg verlate lunch. Het lijkt wel of hier de hele dag door wordt gegeten, binnen zowel als op al dan niet verwarmde terrassen buiten. We passeren langs een tweede vestiging van van Mama Goulash. Ook hier staat weer een wachtrij, om 4 uur ‘s namiddags nota bene!
Joodse wijk.
Langs het operagebouw trekken we naar de Joodse wijk. De synagoge is al gesloten, net zoals de hele dag morgen: ‘t is Shabbat! Maar wat is het druk in de straatjes. Hier zijn de zogenaamde “ruïne bars”: bars/ café’s in vervallen en/of verlaten gebouwen. Maar na 10+ kilometer stappen, zoeken we alleen nog een winkeltje waar we een fles Hongaarse wijn kunnen kopen. Die maken we soldaat in ons hotel-appartement met onze “doggy bag” van gisteren. “Egészségedre”, gezondheid!



Ontdek meer van Blue Crane home.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.