Aegae.

1 mei 2024.

Dag van de arbeid, 1 mei: laten we er aan beginnen.

Aegae (weet niet hoe je het uitspreekt, in het Engels “Aigai”) – was de eerste hoofdstad van Macedonië. De ruïnes ervan werden pas in de tweede helft van de twintigste eeuw herontdekt en het spectaculairste deel, het graf van koning Philippos II, vader van Alexander de Grote, pas in 1977. De ”Egeïsche Zee” tussen Griekenland en Turkije is de zee van Aegae en dat Aegae ligt op 5 km van ons hotel …

Zover geraken we niet in één keer: amper 3 km van Estate Kalaitzis ligt het “Polycentric museum van Aigai”. Om van achterover te vallen: groot, modern gebouw in wit marmer met enorme, zeer heldere tentoonstellingsruimten. Duizenden voorwerpen uit de koningsgraven worden er professioneel tentoon gesteld. Gewoon indrukwekkend. Prijs: 8 € per 65 plusser, maar daar is bezoek aan de koningsgraven van Aegae inbegrepen.

Op naar Vergina, zoals het stadje waar Aegae lag nu heet. Vanaf een grote parking is het nog een paar honderd meter stappen tot de koninklijke graven. Een oude Griek roept ons luidkeels toe: hij verkoopt appelen en we “moeten” proeven … inderdaad heerlijk. Maar we willen eerst de graven zien. Geen nood, de Griek wijst de weg met brede armbewegingen en luid, voor ons onverstaanbaar geroep.

De graven van Philippos II en zijn vrouw (?) of concubine (?) en van een prins liggen onder een grote tumulus. Verbazingwekkend maar het ondergrondse geheel is zo groot dat je er kan rondwandelen zoals in een museum. Ten minste als je ogen aangepast zijn aan de minimale verlichting, niet evident als je uit het felle zonlicht komt. Laten we de foto’s maar voor zichzelf spreken …

Terug naar de auto: van ver roept Appelman ons al toe. We zijn hier echter nog niet klaar: te voet naar het 700 meter verder gelegen theater en ruïne van koninklijk paleis, langs een stijgende verkeersarme asfaltweg. Gelukkig is het nog niet te warm, tussen de 25 en 27 ° C (schatting).

Wie het theater van Epidaurus heeft gezien, is zwaar ontgoocheld door het theater van Aegae, anderen overigens ook: het “theater” is niet meer dan een cirkel met amper één of twee rijen zitplaatsen. De rest is van de helling verdwenen. Gelukkig maakt de ruïne van het paleis van Philippos II veel goed. Alhoewel … ook daar moet je er niet te veel van voorstellen. Maar er zijn wel nog rechtop staande Dorische en Ionische zuilen en het grondplan is bewaard en gedeeltelijk gerestaureerd. Toch fotogeniek. Bovendien laten nachtegalen zich ook hier horen, op dit late middaguur! Waarom heten die eigenlijk nachtegaal?

Terug naar de auto waar we niet ontsnappen aan Appelman en opnieuw proeven. We willen vijf appelen. Dat kan niet: het moet één kilo zijn voor 2,5 € en één kilo is … zeven appelen. OK dan maar. Appelman gooit er nog drie appelen van een andere soort gratis bovenop. Als dankbaarheid geef ik hem 3 € en wuif het wisselgeld weg waarop Appelman er nog eens vijf gratis appels bovenop gooit. Morgen moeten we appelmoes maken!🙄

Nog eventjes langs de ene verkeersarme straat van Vergina wandelen – veel taberna’s en winkeltjes – en we kunnen verder. Naar de kapel van Agios (=heilige) Demetrios, opnieuw 5 km verder en goed verscholen op een afgelegen berghelling tussen kiwi-aanplantingen. Volledig verlaten, op een in het zwart geklede “bewaakster” van de kapel na. Die vertelt ons dat we binnen in geen geval mogen fotograferen. Spijtig, want de volledige binnenkant is beschilderd met bijbelse figuren en taferelen in nog altijd sprankelende kleuren. Indrukwekkend en … verleidelijk om toch een foto te nemen. Moeilijk om dat discreet te doen want de bewaakster volgt ons op de voet en … ze is met een ferme wandelstok gewapend. Stiekem toch gelukt! Blij dat we deze 16de-eeuws kapel hebben gevonden.

Genoeg “gewerkt” voor vandaag: we keren terug naar ons hotel … waar we niet aan de verleiding kunnen weerstaan om via het bos naar Metoxi te wandelen. Een kerk, een tiental huizen, een monumentje ter ere van de oprichters van het dorp (1925) EN een taberna, meer is er niet. Genoeg om op het terras van die lokale taberna een “frappé” te drinken. Vijf mannen zitten druk pratend aan een tafeltje. Voortdurend wordt hun eten gebracht: frieten, salades … We worden druk en nadrukkelijk bekeken – hier moet zelden een toerist komen – en we kijken druk terug.

Nu nog de berghelling terug op naar “huis”; 11 km gewandeld vandaag; morgen verhuizen we!

Macedonië: natuur (Edessa) en cultuur (Pella).

30 april 2024.

7u07: Tijd voor een ochtendjogging: eventjes omhoog de beboste berg op, dan een breed pad langs de hellingen volgen, helemaal in ‘t groen; geen teken van bewoning meer te zien. Wel veel bloemen: gele, paarse, citroen-kleurige, witte … en hier en daar dieprode klaprozen. Door een breed maar ondiep beekje lopen; langs een modderpoel met sporen van everzwijnen … er liggen hulzen van hagelpatronen; vogelgeluiden: een nachtegaal (identificatie met dank aan de moderne technologie)!

Ik daal af tot het dorpje, Metoxi (of Metochi), waar loslopende honden me luid blaffend bedreigen. Een oud vrouwtje, helemaal in ‘t zwart roept de beesten terug (‘k had al stenen in de hand). Ze staart me verbaasd glimlachend aan. Teruglopen langs de “grote” weg die overigens bij het hotel stopt.

Ontbijt wordt buiten in de ochtendzon geserveerd. Zalig, alleen … we blijven “lang“ zitten: ‘t is 10 uur als we de weg naar Edessa in slaan. Oh ja, er blijkt toch nog één andere kamer bezet te zijn in Estate Kalaitzis.

Edessa.

De 50 km lange rit naar Edessa loopt door de grote vlakte van Macedonië, aan de rand van het Vermion-gebergte. Maar voor Edessa zelf moeten we de berg in. Logisch want hier is een waterval midden in het stadje, op de Edesseos-rivier. Wegwijzers loodsen ons naar καταρράκτης, Grieks voor “stroomversnellingen”. Dat is bescheiden gezegd want behalve echte stroomversnellingen is de grootste waterval 70 meter diep, of hoog 😀 en de breedste van Griekenland. De bergrivier stroomt wild en luid razend door de stad, splitst in twee en stort zich midden in een park naar beneden. Je kan helemaal naar beneden wandelen – als je ten minste drijfnat wil worden – maar je kan ook gewoon achter de waterval door stappen. Panorama’s over de Macedonische vlakte krijg je er gratis bij! Van een oude watermolen – nu tentoonstellingsruimte – wordt het rad net gesmeerd. Tijd voor een frappé (opgeschuimde Nescafé met ijsblokjes) en nog wat foto’s. “Welkom to Greece” roept een passerende Griek ons toe.

Pella.

Van Edessa naar Pella doorheen kilometerslange kersenboomgaarden (nee, de kersen zijn nog niet rijp): opnieuw zo’n 50 km voor een groot deel langs een verkeersarme, kaarsrechte weg.

Pella was de tweede hoofdstad van Macedonië (morgen bezoeken we de eerste?) en wereldberoemd in Griekenland als geboorteplaats van Alexander de Grote (hij zou klein van gestalte geweest zijn!). Die veroverde een wereldrijk tot in India bij elkaar, in lijn met zijn ego. Van hem is de uitspraak: “Laat Zeus regeren over de goden in Olympus, ik zal wel de wereld regeren”. Vandaag is Pella een klein, bijna onbetekenend stadje ware het niet van de archeologische site en vooral het moderne archeologisch museum. Dat is wereldklasse: een modern gebouw, ruime zalen en vooral topcollectie aan voorwerpen, beeldjes, werktuigen, dodenmaskers uit brons en/of goud, sierraden, mozaïeken … allemaal ter plaatse gevonden. Een absolute aanrader. Voor de prijs moet je het overigens niet laten: 8 € per persoon, 4 € voor 65+ maar voor die laatste prijs moeten we wel onze identiteitskaarten tonen (bedankt voor ’t compliment😃).

In tegenstelling tot het archeologisch museum ligt de site – 2 km verderop – er wat verwaarloosd bij: gras van 50 cm hoog, bloemen overal, door de zon verbleekte informatieborden en maar weinig rechtop staande structuren van meer dan 1 meter hoog. Maar ‘t is een leuke wandeling bij zon en 27° C.

‘t Kan nog erger: op weg naar huis, een kleine 10 km voor ons hotel, aan de dam op de Aliakmonas rivier, stoppen we bij het Haliacmon Macedonisch graf. Gesloten en totaal overwoekerd door de natuur! Geen erg: we drinken een lekkere espresso freddo aan de “Taberna” daar tegenover. Een Grieks-Orthodoxe priester in vol, zwart habijt zegt vriendelijk “Hello”. “Kalispera” antwoord ik, waarop de priester zijn beide armen ten hemel spreidt en luidkeels “Rejoice, Christ has risen!” roept (technisch gezien is hij 5 dagen te vroeg: ‘t is pas zondag 5 mei orthodox paasfeest).

Rest ons alleen onze dag na te bespreken in Estate Kalaitzis, met een traditionele Griekse sla, een on-Griekse spaghetti Napolitana en op-en-top Griekse yoghurt met honing. Nee, we zijn de Kalaitzis-wijn niet vergeten!🤣

P.S. in één van de buutdorpjes heeft een ooievaarspaar beslist om hun nest op een elektriciteitspaal te bouwen. Aan de overkant van de straat is een paal speciaal voor een ooievaarsnest geplaatst. Maar dit koppeltje heeft koppig beslist om daar geen gebruik van te maken. Tolerant zijn ze wel: onderaan hun nest wonen mussen.

Centraal Griekenland, een letterlijk voorproefje.

Na onze positieve “Peloponnesos-ervaring” van twee jaar geleden, hebben we zin in nog meer Griekenland. “En waar gaan jullie precies naar toe? Kreta? Rhodos? Santorini? Korfoe?” is dan de klassieke vraag. Alsof Griekenland alleen uit eilanden bestaat. Nee dus, geen eiland voor ons, wel het vasteland ten zuidwesten van Thessaloniki, grosso modo de driehoek Thessaloniki, Ioannina, Volos. Laten we dat, bij gebrek aan een officiële naam, gemakshalve Centraal Griekenland noemen.

Boekenplank met Griekse reisgidsen

In Vlaamse bibliotheken is het aanbod van relevante reisgidsen over dit deel van het Griekse vasteland zo goed als onbestaande. We doen het zonder, met van internet geplukte informatie …

P.S. In laatste instantie toch het boek “Noord-Griekenland, met Epicurus, de Meteora kloosters en de Pilion” gevonden; geen “klassieke reisgids” maar voor de vernoemde streken heel nuttig!

Zie: https://www.annahiking.nl/en/home

29 april 2024

The joys of travel.

Zaventem: bij de veiligheidscontrole wordt mijn rugzak opzij geschoven en aan een grondige inspectie onderworpen. De veiligheidsagent vindt in een verborgen zakje mijn Zwitsers zakmes waar ik gisteren een half uur tevergeefs naar zocht! Dat ben ik nu echt kwijt!

Paspoortcontrole: automatisch en zonder aanschuiven als je een reispas bij hebt. Helaas, wij reizen met identiteitskaart en moeten naar de half-uur-aanschuiven-manuele-controle!

Thessaloniki: huurauto is gereserveerd bij AutoUnion via Sunny Cars, maar waar blijft de shuttlebus naar het verhuurkantoor. Na 2 telefoontjes en 45 minuten later, blijkt die op een parking langs de andere kant van de luchthaven te komen en niet aan de officiële shuttle-bus halte!

Chalkidona.

Maar de zon en de temperatuur (18° C) maken alles instant goed. De uitgestrekte en bergachtige agglomeratie van Thessaloniki is niet veel zaaks: slordig, vuil met verlaten en vervallen bedrijfsgebouwen, huizen met afbladderende verf of erger …

“Slow travel”: we nemen bewust niet de snelweg naar onze eerste bestemming. Achter ons verdwijnen de bergen van Thessaloniki; het landschap is nu groen en vlak; landbouwgebied met plantages van perzikbomen(?). We stoppen voor een late lunch in Chalkidona. Wikipedia vermeldt alleen dat het een dorp in Centraal Macedonië is. In een lokale soort snack- of pita-bar gebeurt alles in het Grieks, logisch. Maar met Google Translate in de hand komt men door gans Griekenland. We eten een feta-salade voor twee: grof gesneden tomaat, komkommer, ringen van rode ajuin, zwarte olijven, olie, azijn, kruiden en twee driehoeken gekruide feta. Met warm, plat brood … hmm.

Metochi Prodromou.

Onze eindbestemming voor vandaag – Metochi Prodromou – krijgt van Wikipedia zelfs geen vermelding. ‘t Is een onooglijk dorpje dicht bij Vergina. Hier ligt Estate Kalaitzis, onze verblijfplaats voor de volgende drie nachten. Spectaculaire locatie: op een berghelling, grotendeels bebost maar met ruimte voor wijgaarden waar het hotel middenin ligt; panorama over het stuwmeer, de dam op de Aliakmonas rivier en zijn vruchtbare vlakte; op de achtergrond het Vermion-gebergte. Het hotel zelf ziet er oud uit maar … is in 2008 helemaal nieuw gebouwd met oude materialen, in de stijl van patriciërs woningen van 100 jaar geleden. Er zijn 9 kamers waarvan er … één (1) bezet is: die van ons, kamer “Erato”. Alle kamers zijn genoemd naar één van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Erato is de muze van de hymne, het lied, de lyriek en … het liefdesgedicht.

In laatste instantie stellen we vanavond vast dat musea en archeologische sites op dinsdag (=morgen) pas vanaf ‘s middags openen (en in de winter zelfs helemaal niet op dinsdag). Dus programma aanpassen. En oh ja: omdat het orthodoxe paasfeest dit jaar op 5 mei valt, wordt 1 mei op 7 mei gevierd! Begrijpe wie kan!😳

P.S. Vanavond souvlaki gegeten (niet bevallen) en plat geslagen kip met rijst (al evenmin bevallen). Maar de wijn van Kalaitzis was excellent!😀

Yucatán – epiloog aan de Maya Riviera.

11 november 2023.

Kapok Bacalar.

Wakker worden met de geluiden van de jungle … vooral van vallende druppels op bladeren. Want het regent nog altijd in Kapok Bacalar, zachtjes. Tot zover het karikatuur-beeld van Mexico met woestijn, cactus en sombrero.

We beginnen de dag met een lekker en langdurig vegan-ontbijt en … onverwacht bezoek: op een paar meter van onze tafel wandelt een schichtige vos voorbij!

Het blijft maar stortregenen. Eens het iets of wat ophoudt, trekken we de wandelschoenen aan: een paar kilometer langs de jungle-weg en terug. ‘t Is warm, vochtig, zwoel. Hier en daar zijn nog terreinen in het woud afgemaakt, sommige niet bebouwd, andere met een afgebroken poging tot nieuwbouw: van investeerders die hopen op een toerisme-boom? Bij het terugkeren worden we overvallen door een nieuwe tropische stortbui. Ondanks onze regenjassen zijn we op tien minuten tijd doornat. Alles is nat, ook in onze “hut” is alles vochtig. Het regenwoud heeft zijn nadelen … of voordelen want we hebben verplichte rust, zo maar eventjes tot 16:00 uur. Tot zolang regent het onafgebroken.

Zodra het ophoudt, zitten we nog lange tijd aan de lagune, op de steiger van Kapok Bacalar … te mijmeren … en een eenzame kajakker met hond observeren. De lagune lijkt deze keer meer op negen tinten grijs dan blauw. ☹️

Laatste avondmaal in Kapok Bacalar en Mexico bij esoterische muziek en met wierookdampen. “May nature guide us home” is de slogan van Kapok Bacalar. Dat hopen we dan maar voor morgen. Al bij al was dit een dag in mineur.

12 november 2023.

Tulum.

De zon is terug! Ze begeleidt ons op onze 300 km rit naar het noordoosten: de luchthaven van Cancún. We schieten heel goed op – ‘t is zondag, veel minder vrachtwagens op de weg – en we besluiten te stoppen in Tulum waar de enige Maya-ruïnes zijn die aan de zee liggen. Maar Tulum is druk, heel druk: geen mogelijkheid om aan de zee te geraken. Ver voor de archeologische site schuiven auto’s al aan. Ah ja, ‘t is zondag = gratis voor Mexicanen. Wij rijden verder …. een eindje verder, tot restaurant Oscar & Lalo waar we rustig frappé’s kunnen drinken en platanos frios eten.

Playa del Carmen.

Een goede 50 km verder ligt Playa del Carmen, pal in de Maya Riviera. Dat merken we kilometers op voorhand. We rijden langs de zee maar die is alleen op de kaart te zien. De kust is ingenomen door luxe-hotels – of althans hotels met grandioze, zelfs bombastische ingang – gecontroleerd door veiligheidspersoneel. Hun domeinen zijn aan het zicht onttrokken door bomen en struiken achter kilometerslange hekken met scheermesjes-draad er bovenop. Playa del Carmen: hier kunnen we onze auto kwijt op een publieke parking, dicht bij het strand en wat rond kuieren. Het verschil met het Mexico van de laatste twee weken kan niet groter zijn: massa’s toeristen, evenveel zonnekloppers aan de zee, grote strand- en andere bars, loeiharde muziek, restaurants waarvan de kelners smeken om klanten, sjieke winkels, goedkope outlet-stores, kunstgalerijtjes, een Frieda Kalho museum, prullaria-winkels. Ver weg het tropische regenwoud, de koloniale stadjes, kleine dorpjes, vissershaventjes, Maya-ruïnes. Niet ons ding, maar blij dat we ‘t gezien hebben.

En zo is deze blogpost tevens de epiloog van onze Yucatán, Mexico reis. Tijd om uit de overvloedige indrukken een paar toeristische onwaarheden over Mexico, of althans wat betreft Yucatán, te distilleren.

Mythes.

1) Mexico is gevaarlijk!? Nooit een gevaarlijke situatie mee gemaakt in Yucatán, nooit onveilig, laat staan bedreigd gevoeld.

2) De politie is corrupt!? Niets van gemerkt, integendeel: in onze weinige contacten met de politie waren zij zeer correct en vriendelijk.

3) Je moet voortdurend opletten om niet opgelicht te worden!? Ook niets van gemerkt: pompbediendes wijzen je op de nulstand bij het begin van het tanken. Bankbiljetten van verschillende denominaties hebben een andere kleur zodat gemakkelijk bedrog niet mogelijk is.

4) Water is niet drinkbaar en je krijgt gegarandeerd diarree in Mexico!?. Zoals reeds uitgelegd in de blogpost over Calakmul krijg je overal gratis drinkwater in alle hotels en restaurants.

5) In Mexico kan je bijna niet met kaart betalen!? Alle door ons geboekte hotels nemen creditcard aan. Vele tankstations en restaurants aanvaarden kaart-betaling.

6) Het verkeer is chaotisch en gevaarlijk!? Nee, Mexicanen rijden niet gevaarlijker of roekelozer dan Belgen. Wel rijden er veel wrakken rond en inderdaad: je moet constant uitkijken voor al of niet aangeduide topes en op sommige wegen voor potholes.

7) Mexicaanse eten is heel pikant!? Bij elke maaltijd krijg je de “chiles” en salsa de habanero apart geserveerd. Aan jou de beslissing om er veel of weinig of niet van te gebruiken.

8) Mexicanen lopen nooit in korte broek!? Toch wel, vooral dan de jongere generaties.

Conclusie: geloof niet te veel van wat reisgidsen (en -blogs? 🤣) vertellen. Neem de internet-reistips met een flinke korrel zout. Gaan we zeker ook doen bij onze volgende reis!

Laguna Bacalar.

10 november 2023.

Nat, alles is vochtig, binnen en buiten: het heeft niet geregend vannacht maar er hangt een zwoele mist tussen de bomen van Casa Kaan. Alles druppelt.

Voor de laatste keer “verhuizen” we: op naar het oosten en noorden, richting Cancún. Voorlopig is het rustig op de brede weg 186: niet te veel vrachtwagens en werven meer. Alleen, een paar kilometer voor we de grens van de staat Campeche met Quintana Roo bereiken is er een politie (of leger?) checkpoint. We stoppen; de agent vraagt van waar we komen (Xpujil), hoe we Mexico vinden (muy bonito!), of we in Calakmul zijn geweest (sí), of we het eten lekker vinden (demasiado piquante) en van waar we zijn (de Belgica). Zes, zeven auto’s en trucks wachten ondertussen geduldig achter ons. Leuk gesprek in wat hortend Spaans en … we rijden verder, de grens met Quintana Roo over … nieuwe tijdzone: plots zijn we een uur kwijt.

Bacalar.

Een aantal kilometer voor Bacalar doemen grote stofwolken op de weg op: opnieuw een grote “tren Maya” werf. We schuiven een kwartier aan tussen de vrachtwagens. Dan houden we het voor bekeken en nemen de afslag naar Bacalar. Goede beslissing! Bacalar ligt aan een uitgebreide lagune. ‘t Is duidelijk toeristisch: veel hotels en restaurants langs het water, uitgelaten sfeer. De lagune zelf kleurt blauw, turkoois-blauw, azuurblauw, koperblauw … naar ‘t schijnt negen tinten blauw. Mooi, vooral als ook een aalscholver komt poseren.

Groot is Bacalar niet, maar wel gezellig. Het fort is fotogeniek, een centraal park, vele boetiekjes en eettentjes en … meer toeristen dan we tot nu toe gewoon zijn. Zin voor humor hebben ze hier: er is een “I scream” bar en een winkel die koude producten verkoopt, “kouder dan het hart van je ex”! We lunchen op een overdekt terras aan de waterkant – “tostada ceviche” – met een biertje. In Mexicaanse restaurants drink je dat onvermijdelijk uit het flesje, niet uit een glas! Het zag er al dreigend uit maar nu begint het te gieten. We vluchten naar de bar, ook in open lucht maar het rieten dak is er efficiënter. Het weer is hier ook van streek: “normaal” regent het veel in oktober en niet meer in november. Maar ‘t heeft zo goed als niet geregend in oktober.

Even buiten Bacalar sukkelen we opnieuw in een file: blijkbaar een ernstig ongeluk! Een grote vrachtwagen is de kant in gereden. Een takelwagen probeert een wrak van verwrongen staal te takelen – je kan er amper nog de cabine van een andere truck in herkennen! We zijn niet verbaasd, integendeel: het is een wonder dat we – met de rondrijdende wrakken, zowel moto’s als auto’s als vrachtwagens – niet meer ongelukken hebben gezien.

Kapok Bacalar.

Nog 40 km te gaan en we krijgen een tropische plensbui op ons dak: aan 40 per uur door een regengordijn. In Pedro Antonio Santos nemen we de afslag, of wat je afslag noemt: een “dirt road”, een aardeweg vol putten, plassen en bulten. Een 4 x 4 had hier nuttig geweest maar met de nodige lef komen we er zo ook wel. De weg voert door de dichte jungle. Een roofvogel beloert ons vanop een tak dichtbij. Zo belanden we uiteindelijk in Kapok Bacalar, “A plant based hotel”, zeggen ze zelf. Vegetarisch? Hebben ze dan wel wijn?

Kapok Bacalar ligt vlak aan de Laguna Bacalar met eigen steigertje aan het meer. Fantastisch uitzicht over een maagdelijke lagune met langs de oever mangrove-bomen en achter ons de dichte jungle. Zoals het betaamt in een tropisch regenwoud, is alles klam, vochtig, zwoel.

Er is hier geen, of pover, GSM-bereik, maar via SpaceX Starlink satellieten is er wifi, maar wel alleen aan de receptie/bar/restaurant. Ons “hutje” staat op anderhalve meter hoge palen. Douchen: buiten in het halfdonker.

De zon gaat onder over land. Toevallig kleurt ze daarbij een wolk oranjerood. Die reflecteert prachtig in de lagune! Magische plek.

19u30. Een tropische bliksem- en donderstorm: de lucht trilt, onze vloer ook. Pikdonker is het rondom ons hutje. Andermaal valt het water met bakken uit de lucht!

20u00. Op weg naar het avondeten kruist een pad onze weg, een “Gulf coast toad” (incilius valliceps, geen Nederlandse benaming gevonden). ‘t Is inderdaad vegan in het restaurant; alles met en van planten. Om te beginnen een gazpacho van groene tomaten gevolgd door gebakken bloemkool met tortilla’s, ajuin, kruiden. Ten slotte een citroentaartje van amandelmelk, hazelnoten en … citroen. Allemaal heel lekker. Oh ja, d’er is wijn.