Is Pretoria de hoofdstad van Zuid-Afrika? Ja … en nee! In Pretoria zetelt de regering en de centrale administratie. Pretoria is dus de bestuurlijke hoofdstad van Zuid-Afrika. Maar het parlement zetelt in Kaapstad en Kaapstad is dus de wetgevende hoofdstad. Ten slotte zetelt het hoog gerechtshof samen met de gerechtelijke administratie in Bloemfontein, die dus de rechterlijke hoofdstad is. Pretoria zelf is een deel van “The City of Tshwane”. Ingewikkeld, niet? Misschien wordt Pretoria zelf ooit nog wel eens geafrikaniseerd tot gewoon Tshwane.
Overigens heeft ook eSwatini twee hoofdsteden – Lobamba en Mbabane – maar daarover later meer.
Deze morgen schreeuwen de ibissen mij vroeg wakker. Tijd voor een jogging rond de 18 holes golfbaan: schitterend decor van meertjes, bomen en golf courts. Uitgebreid ontbijt en dan … op naar “Kruger house” in het centrum van Pretoria.
Het verkeer valt best mee: heel vaak éénrichtingstraten met meerdere rijvakken. Alleen voortdurend en vervelend getoeter van openbaar vervoer mini-busjes die potentiële klanten op die manier waarschuwen dat ze er aan komen. De Garmin-GPS van Britz mogen we definitief opbergen: niet goed. Gelukkig werkt de OsmAnd-app op iPhone zonder je blauw te betalen aan roaming-kosten.
Aan “Kruger house” is er parking langs de weg maar … slechts 60 minuten. En we zijn eigenlijk iets te ver gereden. We stoppen een 200-tal meter te ver, dan een U-turn, terug rijden en voor Kruger house naar links: daar staat een parking aangeduid. Maar als we die willen inrijden komt een keurig in uniform gestoken man vanachter de hoek aangehold. Iemand van de security van Kruger house. “No parking here. I watched you all the time. You can park in front of the museum”, zegt hij. OK, maar dan moeten we een blokje omrijden: de straten in Pretoria zijn in dambord-structuur. Doen we en … bijna rijdt een “bakkie” (pickup-truck) frontaal op ons in. De chauffeur moet niet gezien hebben dat dit een éénrichtingstraat is of … het kan hem geen bal schelen.
Maar we parkeren dus mooi langs de kant van de weg precies aan Kruger house en het bord “Parking max. §0 min.”. Geen probleem volgens “onze man”: hij zal wel op onze auto letten en alles regelen. Hij begeleidt ons zelfs tot aan de receptie van Kruger house. Daar schakelt de vrolijke bediende onmiddellijk over op Afrikaans als hij hoort dat we van België komen. En ’t lukt om te communiceren: hij traag in het Afrikaans, wij traag in het Nederlands. “Baie goed so’n besoek aan ‘Oom Paul’ se woning“.
Dit was de woning van Paul Kruger, leider van de “Boere” tijdens en tussen de verschillende oorlogen met de Engelsen, tevens president van de ZAR, de Zuid-Afrikaanse republiek. Die ZAR was de staat ten noorden van de Vaal-rivier – Transvaal – die de boeren, afstammelingen van de voortrekkers voor zichzelf opeisten.
Het bezoek is de moeite waard: je wandelt door alle kamers, beginnend met de keuken waar de ajuinen en patatten nog klaar liggen voor de dagelijkse maaltijd. En alle kamers zijn nog grotendeels zoals bijna honderdvijftig jaar geleden, compleet met muffe geur en grote vochtplekken op de muren. Er staat achteraan op het terrein een oud treinstel (Kruger se spoorwegwa), nog gebouwd in Nederland. Binnenin: allerlei (reis-)spullen die door Kruger werden gebruikt voor sommige van zijn verplaatsingen.
Hier en daar is ook ruimte – in die ZARsaal – voor een paar kritische evaluaties van Kruger en zelfs – in die Bannelingsaal – voor Mandela. Al wat beter dan gisteren in het Voortrekker monument.
Nu willen we te voet naar Church Square, zo’n 650 meter verder. Maar de auto dan? Geen nood: onze geuniformeerde parkeerman schiet te hulp. Hij wijst ons de weg – altijd rechtdoor – raadt aan om camera en telefoon goed te verstoppen, altijd langs de schaduwkant van de weg te stappen. En de auto? Geen zorgen: die mag blijven staan.
In Pretoria kan je wandelen. Brede voetpaden, dat wel maar echt leuk is het niet. Te veel lawaai van de toeterende mini-busjes, ’t wordt ook te heet (30° C en stijgend), te veel drukte op de voetpaden. Church Square is rustiger want auto-luw. In het midden een standbeeld van Kruger, langs de zijkanten bombastische gebouwen in neo-classicistische of andere stijl, zelfs een paar Vlaams aandoende oude huizen. Terug naar onze auto en een fooi (20 ZAR) voor onze “parkeerwachter”. Met die bijverdienste lijkt hij heel blij.
We rijden naar de Union Buildings, de zetel van de regering, langs Church Square. Maar net voor Church Square staat iemand in het midden van de straat druk naar ons te zwaaien. Weg afgesloten? Hij gebaart dat we naar de kant van de weg moeten om … te parkeren! Maar we willen helemaal niet parkeren! Als ik “we are driving through town” zeg, snapt hij het. Geen kans om nog iets aan ons te verdienen. Hetzelfde spelletje herhaalt zich nog een paar keer aan verkeerslichten. Een van die kerels steekt zijn kop door ons geopende raampje, toont een 100 rand biljet en vraagt of we er zo geen te veel hebben. Hij heeft honger en moet eten kopen. Maar hij heeft toch zelf al 100 rand? Verder rijden dan maar.
De regeringswijk met de Union Buildings is chique, statig, stijlvol, indrukwekkend: geen bedelaars, verkopers, sjacheraars toegelaten. Veel toeristen; in Kruger house waren we een tijdlang de enige bezoekers. Er is een reusachtig standbeeld van Mandela, lachend met armen verwelkomend gespreid. Aan de voet van het standbeeld kamperen al maandenlang Khoisan, de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika die vreedzaam hun eigen land terug eisen. Niet alleen de “witten” maar ook de “zwarten” – Zoeloes, Xhosa, Tsonga, Venda … – hebben dit land al dan niet gewapenderwijs ingenomen.
We zijn uitgedroogd! Vergeten water mee te nemen. We moeten dringend drinken! Van Union buildings – waar je overigens als toerist niet binnen raakt – is het nog zo’n 7 km tot de ”Pretoria Botaniese tuin”, onze volgende bestemming. Aan de ingang betalen we als senior citizens maar 30 rand (2 €) inkom, volgens de vrolijke bediende aan de balie, speciaal en uitzonderlijk voor de “beautiful lady” (Betty). Als de gesmeerde bliksem naar Milkplum Café in de botanische tuin om allereerst het nodige vocht binnen te gieten; dan rustig buiten in de schaduw te lunchen.
We volgen het “Dassiepad”, een kronkelende op en neer gaande wandelweg die ons langs een watervalletje leidt en verder doorheen bos met allerlei exotische bomen en struiken. De zon brandt. Betty heeft gisteren haar teen zwaar gestoten tegen een stoel in onze hotelkamer. Dus doen we het langzaam aan en … breken we de wandeling na een tijdje af. Guinea fowl – Zuid-Afrikaanse parelhoenders – pikken hun kostje bij elkaar. En daar zit zowaar een groepje dassies; de leider overschouwt van op een boomstomp zijn groep, agressief kijkend of is het geeuwend?
Nog een laatste Savanna light (cider) en we kunnen terug naar ons hotel.
’s Avonds, na een heerlijke vitello al limone, keuvelen we nog na met de dienster over Afrika, Pretoria, het weer, Zimbabwe … zij is Zimbabwaanse …
Morgen naar “The Wild Frontier”.
Springboks en Voortrekkers.
26-27 oktober 2019.
Nachtvlucht British Airways van Londen Heathrow naar Johannesburg. Als je niet kan slapen brengt de “online flightpath display” je al enigszins in exotisch-Afrikaanse stemming: op het scherm defileren langzaam, onbekende namen als Bouira, El Oued, Erg d’Admer, Modjigo, Tshikapa, Luanginga … Allemaal dorpjes/stadjes met vliegbakens waar we overvliegen?
We “cruisen” vlot door de luchthaven van Johannesburg maar het ophalen van de huurauto – gehuurd via Drive South Africa, via Thrifty, uiteindelijk bij Britz – brengt ons helemaal in de Afrikaanse realiteit van bureaucratie, papier, paperassen en handtekeningen. We spenderen ruim een uur in de lokalen van Britz. Wel krijgen we thee met een koekje en een gedegen uitleg over “onze” Nissan X-Trail. En vriendelijk zijn ze ook nog.
Op naar Pretoria. Je kan immers van geen enkele Europese luchthaven rechtstreeks naar eSwatini vliegen, dus rijden we via Pretoria en Malalane naar eSwatini … waarvoor we onze tijd nemen! Alles is hier anders: ‘t is zomer, we rijden links, de zon draait in tegenwijzerzin.
Springboks.
Het landschap tussen Johannesburg en Pretoria is lelijk, verstedelijkt, wel geen townships of sloppenwijken langs de weg. Aan de robots – zo noemen ze verkeerslichten hier – worden kranten verkocht, of wordt er gebedeld (meestal, maar niet uitsluitend, door zwarten, soms ook door witten) of worden enthousiast olijfgroene T-shirts van de Springboks verkocht, het nationale rugby-team van Zuid-Afrika. Dat speelt precies vandaag, zondag, voor een finaleplaats in de wereldbeker rugby tegen Wales. We belanden in een kleine file aan de Christian Revival Church.
Ons hotel voor twee nachten ligt in een “gated community”, streng beveiligd. ’t Is ook een golfterrein: Silver Lakes Golf Estate Binnenin de afsluiting ziet het er uit als een villawijk in Vlaanderen: een allegaartje van de meest extravagante en niet bij elkaar passende stijlen. Alleen is het hier met tropische begroeiing in de voortuintjes. Senioren met golfkarretjes wandelen rustig in hun veilige omgeving naar hun hobby.
Lunch in The Lakes Boutique hotel. TV staat aan want de Springboks spelen de kwartfinale en … winnen met 16-19 tegen Wales! High-five met de dienster! Volgende zondag de finale tegen Engeland. Duimen voor de Boks (=insider naam voor de Springboks). Tussen haakjes: van de 31 voor het werekdbeker-tornooi geselecteerde Springboks zijn er 3 zwarten …
Voortrekkers.
’s Namiddags rijden we naar het Voortrekker Monument, ten zuiden van Pretoria. Of althans dat proberen we met een overjaarse GPS van Britz die om de haverklap sateliet-contact verliest. Bovendien missen we nog een afrit van de snelweg … De Osmand-app (off-line) op iPhone dan maar proberen en … daarmee lukt het. Flink buiten de stad doemt een opvallende kubus-vormige constructie op in het heuvelachtige landschap. Spuuglelijk is het eerste woord wat me te binnen schiet. Maar we zijn hier nu. Inkom kost ons samen 180 rand, zo’n 11 € en we vergaten dan nog te zeggen dat we twee “pensioners” zijn.
Het art-deco monument is toch indrukwekkend. Het memoriseert en verheerlijkt de trek van de “boere” van de zuidelijke kaapprovincie naar Transvaal en Kwazulu-Natal in het noorden, midden 19de eeuw. Meer bepaald wordt de “slag bij Bloedrivier” op 16 december 1838 hier herdacht. Een kleine 500 voortrekkers slaagden er toen in zo’n 3.000 Zoeloes te doden. Het bloed kleurde het water van de rivier rood.
Binnenin schijnt diffuus licht door glasramen van Belgische makelij. In de koepel van het gebouw zit een kleine opening zodat op 16 december het zonlicht, symbool van Gods goedkeuring voor de slachtpartij, op een centraal geplaatste cenotaaf (=lege sarcofaag) valt. De betonnen cenotaaf is bedekt met gepolierde graniet uit de Vrijstaat en draagt het opschrift: “ons vir jou Suid-Afrika”. Rond om rond in het monument wordt de hele geschiedenis van de voortrekkers verteld in de langste marmeren fries ter wereld. Een betonnen cirkel van gestileerde huifkarren ommuren tuin en momument. Indrukwekkend.
De tentoonstelling binnenin doet wat oubollig aan en geeft natuurlijk maar één beeld van een deel van de geschiedenis van Zuid-Afrika, geschreven door de overwinnaars van de dag. Hoe zou de zwarte parkeerwachter zich voelen bij zo’n monument?
Hoe dan ook, van boven op het gebouw heb je een groots uitzicht op Pretoria. Duidelijke bordjes leggen uit wat je ziet. En als bonus hebben we vandaag een “yellow mongoose” (Nederlands: vosmangoest) gespot in het natuurgebied rond het Voortrekkersmonument.
Terug dan met de auto dwars door Pretoria. We zijn een beetje ontgoocheld: de jacaranda-bomen zijn reeds half uitgebloeid. Eens weer buiten de stad, rijden we nu wel langs een township. Hier is de specialiteit: “welders”, lassers, metaalbewerkers … alles wat met ijzer en metaal te maken heeft. Uitgestrekte terreinen met autodeuren, autovelgen, autokarkassen, smeedijzeren hekken en poorten zoomen de weg af. Ook ’s zondags wordt hier gewerkt, in het stof en het vuil.
Vijf kilometer verder wacht onze “gated community”, waar we aan de rand van een meertje en het oefen-golfterrein een Sauvignon Blanc drinken. Buiten op het druk bezette terras van restaurant “41”. Een uitgelaten, zomerse sfeer met een overwegend wit publiek van alle leeftijden … overwegend wit maar niet uitsluitend …
Genieten van de zwoele zomersfeer, pasta en nog een karafje Pinotage. De ober heeft het nog even over de Springboks: hopelijk worden ze zondag wereldkampioen maar helemaal gerust is hij er niet op. We duimen voor de Boks.
Twee ibissen maken nog even kabaal vooraleer ze hun slaapplaats opzoeken. Dat laatste gaan wij nu ook doen.
Reisroute eSwatini.
Als je de wereld wilt begrijpen,
Kun je niet op één plaats blijven staan.
De wereld is voortdurend in beweging.
Wij moeten ons aanpassen, veranderen en bewegen.
Afrikaans gezegde (Igbo-volk).
“Waar gaat de reis naar toe?” “Naar eSwatini” … een paar seconden niet-begrijpende stilte … “Naar, euh … wat?”. Typische reactie, waarvoor twee goede redenen:
- Recent – op 18 april 2018 – veranderde koning Mswati III officieel de naam van Swaziland in “Het Koninkrijk eSwatini”. En ja, Mswati dat is die absolute monarch met zijn vele (15), meestal jonge vrouwen. Zelf is hij de 67ste zoon van koning Sobhuza II.
- Bovendien is eSwatini het op één na kleinste land van Afrika (na Ghana), langs drie zijden ingesloten door Zuid-Afrika en grenzend aan Mozambique. De meeste toeristen razen hier door in iets meer dan drie uur, op weg van het Kruger Park naar Kwazulu-Natal, de Drakensbergen, Lesotho of Kaapstad.
Klein, maar toch 30 % groter dan Vlaanderen – wel dun bevolkt: 1,4 miljoen inwoners – en blijkbaar merk je onmiddellijk als je de grens met Zuid-Afrika passeert dat je in een ander land bent. De vlakte maakt plaats voor golvende heuvels en bergen; de tijd staat stil; Afrika in een notendop, althans volgens de Bradt Guide. Bovendien is dit het veiligste land ter wereld voor vrij rondlopende neushoorns (The Telegraph) en – ondanks wat recente rellen in de hoofdstad – ook veilig voor vrij ronddwalende toeristen.
De Swazis zouden geduldig en diplomatisch zijn. Dat wordt weerspiegeld in hun vlag. Rood staat voor de zeldzame vroegere oorlogen; blauw voor vrede; geel voor de natuurlijke rijkdom van eSwatini. Het Nguni schild van traditionele Swazi Emasotosha ossenhuid is versierd met veren van de “widowbird” (hanenstaartwidavink) en symboliseert, samen met de twee speren, bescherming tegen vreemde agressors. En omdat zwart en wit harmonieus samen leven in eSwatini is het schild ook zwart en wit.
ESwatini was lang een Brits protectoraat/kolonie en is als dusdanig ontsnapt aan de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek. Maar eSwatini is wel een arm land, iets armer nog dan Zuid-Afrika in Bruto Binnenlands Product per hoofd van de bevolking gerekend.

De reisroute.
Zuid-Afrika
Dag 1 & 2: Pretoria – The Lakes Boutique Lodge – we willen jacaranda’s in lentebloei zien.
Dag 3 tot 5: Malelane: de “Wild Frontier” streek – Kruger View Chalets. In 1884 werd hier goud ontdekt. Verlaten mijnstadjes in een meer dan drie miljard jaar oud landschap zouden ons terug in de tijd moeten katapulteren.
ESwatini
Dag 6 tot 8: Hlane National Park –Bhubesi Camp – grootste nationaal park van eSwatini, in het noordoosten van het land. Deze vlakke streek ligt geprangd tussen de Lubombo bergen in het oosten en “The Great Escarpment”, de grote Afrikaanse breuklijn, in het westen.
Dag 9: Mkhaya Game Reserve – Stone Camp – slapen in open “cottages” in de “bush”, geen ramen, geen deuren, geen elektriciteit … Benieuwd wie er ‘s nachts op bezoek komt.
Dag 10 tot 11: Nkonyeni – Bushbaby Lodge. Van hier uit kunnen we het zuidelijke en door toeristen minst bezochte deel van het land verkennen: vlak, stoffig en heet in het oosten, bergachtig grasland in het westen.
Dag 12 tot 14: Lobamba – Silverstone Lodge. Tijd voor nog wat cultuur in het hart van eSwatini: de hoofdstad Mbabane en het 20 km verder gelegen Lobamba waar het (marionetten?!) parlement zetelt.
Zuid-Afrika
Dag 15 & 16: Songimvelo Game Park – Humala River Lodge. Nog een laatste safari op de grens met Zuid-Afrika vooraleer huiswaarts te keren.
Luister naar het eSwatini volkslied (Nkulunkulu Mnikati wetibusiso temaSwati):
Dorpjes van Brda.
24 juni 2019.
Wat een bedrijvigheid, ‘s morgens vroeg in de wijnvelden van Brda. Van overal duiken smalle tractors op om de wijngaarden te besproeien. Wijnboeren snoeien bij of binden struiken op. Dober dan hier, dober dan daar. Waarschijnlijk vinden ze ons, joggers een beetje gek. Prachtig maar zeer zwaar joggingtraject overigens, gedeeltelijk langs de weg van Kozana naar Vipolže, maar vandaar afdalen, doorheen de wijnvelden, een donker bos, over een beekje, dan steil naar omhoog. Zweten … tikker in overdrive.
Overigens is dit een lui dagje. In de voormiddag een koffietje gaan drinken in Gornje Cerovo (“hoog” Cerovo, d’er is ook Dolnje Cerovo … juist: laag Cerovo). Pittoresk dorpspleintje met café en schaduwrijk terras.
In de namiddag rijden we tot Sabotin, een 600+ meter hoge bergtop waar in wereldoorlog I zwaar gevochten is tussen Duits-Oostenrijks-Hongaarse troepen en Italiaanse tegenstanders. En waarvoor? Om nu Sloveens grondgebied te zijn … Je kan er nog resten van loopgraven en tunnels in de rotsen zien en wat obussen. De site, met restaurant en groot terras, is verlaten: geen toeristen, niemand! Onderaan Sabotin ligt Solkan, een voorstad van Gorica met een pittoreske spoorwegbrug met bogen … de grootste stenen boogbrug ter wereld … maar er is geen evidente plaats om er een foto van te nemen.
Rest van de dag: zwembad, lezen, landschap overschouwen, risotto met zalm eten, wijntje drinken.
25 juni 2019.
De 5 kilo perziken die we een paar dagen geleden aan een kraampje langs de weg kochten (5 €) zijn bijna op. Dit moet dus onze laatste dag in Slovenië zijn: wandeling vanaf ons vakantiehuis in Kozana naar Biljana, een kleine 2 km enkel. Maar er ligt een diepe vallei tussen beide dorpjes. Bovendien zit de temperatuur om 9 uur al flink boven de 25° C. ‘t Wordt dus puffen, blazen en zweten. Het landschap is andermaal prachtig met zicht op verschillende dorpjes, alle op de top van een heuvel: Kozana, Šmartno, Medana …
En dan, na een steile afdaling in de brandende zon, en een beklimming grotendeels in een schaduwrijk bos: de beloning: Biljana, een ongerept dorpje in Brda, Slovenië. Niet toeristisch, geen bar/café, geen winkel. Rustig, kalm, bijna uitgestorven. Een oude mevrouw in het zwart en met een kruk smelt voor de charmes van Lou. Een andere dame wandelt rustig met een mand vol pas geplukte lavendel door de straat. Voor de rest, niets, niemand … hoewel alle huizen er bewoond lijken. Heel leuk dorpspleintje; een kerkje met resten van een fresco en één biddende gelovige … Was het niet van de hier en daar geparkeerde auto’s, je zou denken dat de tijd in Biljana echt is blijven stil staan.
Terug naar Kozana. Als beloning: cappuccino met croissant in “Dvor” (zie blogpost van 18 juni 2019).
Dan is het echt tijd om de pakken te maken en terug te keren naar België …
Met een beetje spijt in het hart maar vooral opgetogen om de ontdekking van een nieuw, prachtig land, met vriendelijke mensen … Slovenië … waar we ons echt dobrodošli (welkom) voelden. En er zijn nog zoveel dingen in Slovenië die we niet hebben gezien …
26 juni 2019 – Epiloog.
Overnachten in een klein dorpje in Beieren heeft ook nog iets. Samerberg ligt er deze morgen heel vredig en stil bij. Kinderen wandelen rustig tussen de typisch Beierse huizen naar school. Nog wat foto’s nemen en dan 900 km de auto in … naar huis.
Enneagram.
Toevallig ontdekt David op Google Maps, satteliet view, een stadje, dicht bij Kozana (+/- 20 km) met een grondplan in de vorm van een negenpuntige ster, een zogenaamd enneagram. En zo belanden we opnieuw in Italië, in Palmanova! De regen van gisterochtend is vergeten.
Palmanova is een vestingstadje uit de 16 eeuw, gebouwd door de Venetianen als verdediging tegen de Turken. Zowel de binnenste als buitenste wal zijn perfect bewaard gebleven, inclusief de drie smalle (één auto breed) toegangspoorten – op een andere manier geraak je met de auto niet in de stad. De straten lopen als een spinnenweb: naar het centrum toe of evenwijdig rond de Piazza Grande. En dat centrale plein is echt groot met uniforme gekleurde gevels helemaal rond, met een kathedraal met kleine toren – die mocht niet boven de vestingmuren uit steken – en wit marmeren beelden aan elke straathoek van het plein. Terrasjes van bars en restaurants vervolledigen het beeld. Wat is het plein prachtig op deze zonnige zondag. Wat een sfeer: veel “locals”, weinig toeristen … dit onontdekt pareltje ligt buiten de grote toeristische routes.
Na onze ochtendlijke espressso of latté – appelsap met een koekje in de vorm van een enneagram voor Lou – wandelen we naar de Porta Udine. Vandaar zijn twee wandelcircuits aangeduid: de “Annello misto panoramico” van 5,7 km en de “Annello alto dei rivellini”. We doen een stukje van de “panoramico”: van de Porta Udine naar de Porta Cividale (de derde is de Porta Aquileia of Porta Marittima). Heel speciale wandeling die mooie uitzichten biedt op de historische toegangspoorten maar ook volledig in de natuur loopt: de vestingswallen zijn hier en daar weelderig begroeid, op andere plaatsen zijn het uitgestrekte bloemenweiden. Woorden schieten hier te kort … andermaal moeten de foto’s spreken. Weze nog gezegd dat we ons biertje op de Piazza Grande na de wandeling dubbel en dik hebben verdiend.
Na de middag snuiven we “thuis”, dat wil zeggen in “vila Eva” nog even de sfeer van Slovenië op. Luieren aan het zwembad, boek lezen (“De nieuwkomers” van de Sloveense auteur Lozje Kovačič), koffietje drinken op een hotel-terras met uitzicht op de valleien van Brda, avondeten op ons eigen terras met een Rebula-wijntje van de druivenstokken die ons omringen, de duisternis zien invallen over de heuvels …