Piodão – prima dorp!

Sábado.De laatste flarden Atlantische mist trekken op boven Porto wanneer we ’s middags op de A1 autosnelweg, hoog boven het waterniveau, de Douro kruisen. Zaterdag 27 augustus 2016: na een probleemloze Brussel-Porto vlucht zijn we nu met gehuurde Peugeot 108 op weg naar Casa Verde in Oliveira do Hospital (zie blogpost van 12 augustus). De streek tussen Porto en Coïmbra is ongelooflijk bebost en groen. Eucalyptusbomen wisselen af met naaldbomen en Portugese eiken. Kleine stukken bos zijn duidelijk slachtoffer geworden van de recente bosbranden.

Casa Verde in het Orange Olives domein is ondanks GPS-hulp niet zo makkelijk te vinden. Afgelegen en verscholen in een groene amfitheater-vallei. Sterk aflopende grintweg vol putten en kuilen. Maar het huisje zelf is OK. Een “upside-down” huis noemen Juliet en Rob, de Engelse eigenaars het: living, keuken en terras op eerste verdieping, bad-en slaapkamer op gelijkvloers. En op het domein: zwembad met zout water. Zon … Nu nog “snel” inkopen doen in de Pingo Doce supermarkt: bananen uit Madeira, bosbessen, nectarines, waterkers, tomaten, sla, komkommer en forel uit de streek! En een witte Dão-wijn als begeleiding.

’s Avonds van op het terras nog even sterren kijken. Zijn we immers niet in de Serra da Estrela, het “sterrengebergte”? Niet gestoord door enige lichtvervuiling spotten we in het opkomende sterrenbeeld van de Schorpioen, in het zuidwesten, Mars en Saturnus. Morgen onze eerste verkenningsdag in Beira Alta …

Domino. Het warme zoute water (28°) van het zwembad van Orange Olives dampt in de frisse (18° C) ochtendlucht. Snel een paar lengtes zwemmen, ontbijt en op naar Piodão, een dorpje geïsoleerd diep in een doodlopende vallei van de Serra de Estrela. Staat niet in de Michelin groene gids voor Portugal, uitgave 2014! Onbegrijpelijk, zoals snel zal blijken.

De weg van Oliveira do Hospital naar Piodão is op zich al de moeite waard: kronkelend, steil, langs smalle, haarspeldbochtige wegen. En af en toe doorkruis je een slaperig dorpje: Vila Pouca da Beira, het dorpje van de Nederlandse schrijver Gerrit Komrij (zie blogpost van 30 mei 2015), Aldeia das Dez … Dat laatste dorpje is al minstens een stop waard: kleine kasseistenen straatjes, prachtige panorama’s, leuke pleintjes en … ’t loopt er, eigenaardig genoeg, “vol” Nederlandse toeristen? Verderop, de weg wordt steeds meer verlaten en smal, lijkt het of we plots de inrijpoort van een klooster of abdij binnen rijden: de Santuário de Nossa Senhora das Preces. Een prachtig idyllisch kerkje, twee ouwe “peekes” die een overlijdensbericht, aan een paal geplakt becommentariëren, een fontein, ornamentale trap naar een kapelletje. En dat alles overgoten met een heerlijk zonnetje. De tijd is hier blijven stil staan!

Witte gebouwen van de Santuário.

Maar verder nu, voortdurend stijgend doorheen de bossen waarin steeds meer kastanjebomen opduiken. Op naar Piodão. De panorama’s zijn overweldigend, alsof we op de ruggengraat van Portugal rijden. En plots, na een kale bergrug te zijn overgereden, zien we beneden een geïsoleerd dorpje liggen, volledig uit leisteen gebouwd, geplakt tegen de berghelling: Piodão!

Tot 30 jaar geleden was dit dorpje alleen te voet of met muilezel te bereiken. Nu behoort het tot de mooiste historische dorpen van Portugal. De jarenlange isolatie zorgde er voor dat weinig of niets aan dit dorp is veranderd sinds ???? 5 eeuwen? Supersmalle straatjes, zeer steil, soms met trappen, soms afgeboord door levada’s (irrigatiekanalen). Alle huizen opgetrokken in de grijze leisteen van de streek. En alle ramen en deuren blauw geverfd! De legende zegt dat de enige winkel in het dorpje vroeger alleen maar blauwe verf verkocht en/of een keer een groot vat blauwe verf op de kop kon tikken. In elk geval moet je goed te been zijn EN goed geschoeid om Piodão te bezoeken. We bestellen “dois xicaras de café” op het pleintje voor het witte kerkje van het dorp: heerlijk, onder de schaduw van een eeuwenoude boom.

In het klein toerismebureau krijgen we wandelkaarten: de PR21 wandelweg loopt langs de Piodão rivier stroomafwaarts tot Foz de Égua, een plek met een natuurlijk strandje en een paar pittoreske brugjes. Daar willen we naar toe! Almoço, lunch, hebben we mee … dus stappen geblazen. Prachtige tocht langs een smal bergpad, nu eens in de schaduw, dan weer in de volle zon, langs ruïnes van verlaten huisjes, opnieuw met prachtige panorama’s van Piodão en de vallei. Alleen … na zo’n drie kwartiertjes stappen stellen we vast dat we niet op de PR21 of PR2 zitten maar op de PR3 die NIET, Não, de nada, afdaalt naar Foz de Égua. Daardoor laten we ons uitstekende humeur echter niet verstoren: dan maar op onze stappen terugkeren; de vergezichten blijven hoe dan ook spectaculair ogen.

Terug in Piodão rijden we, na een wandeling door het dorpje, met de auto naar Foz de Égua. Inderdaad ook weer een idyllisch mooie plek met stenen boogbruggetjes over de rivier en zelfs een, niet meer toegankelijke, hangbrug over een ravijn. En een dam heeft een natuurlijke zwemplek gecreëerd. Iets te veel badgasten naar onze zin. En, oh ja, de Portugese badmode is niet veranderd sinds 2015: nog steeds lopen de dames met de billen bloot (zie blogpost van 31 mei 2015, Portugese blote billen).

Tijd om terug te keren. ’t Is een prima dag geweest in een prima dorpje en dat is een reusachtige “understatement”! Onderweg stoppen we nog even in Aldeia das Des waar we in Plano5 een biertje en spuitwater drinken, in de schaduw met prachtig zicht over een beboste vallei. Betty bestelt in een mengelmoes van Spaans en Portugees, ik gewoon in het Nederlands! Eigenaardig maar we worden inderdaad in vlot “Hollands” bediend.

Nu nog wat zwemmen, napraten en luieren aan het zwembad – wat we voor ons alleen hebben – als bijna afsluiter van een prachtige dag. “Bijna” want de “jantar” (avondeten) komt er aan: risotto met waterkers en serrano ham, op zijn “Betty’s”. Hmmm…

’s Avonds komen Juliet en Rob zoals gewoonlijk het zwembad kuisen, gazon sproeien, planten water geven. Juliet vertelt dat Orange Olives pas vanaf juni open is, dat er nog een bar/restaurant aan het zwembad komt, dat de begroeiing nog wordt “gemanicuurd”, dat er nog veel te doen is. Maar genieten kan je er nu al!

Portugal 2016: de Beiras.

Não faças nada sem consultar a almofada!

Doe niets zonder eerst je hoofdkussen te raadplegen! 
Met dat typisch Portugees spreekwoord in gedachten, slapen we eerst één nachtje over onze impulsieve beslissing om een weekje vakantie in de Beiras, Portugal te boeken (Belgische kwakkelzomer ontvluchten). Daarna kunnen we met gerust gemoed een vakantiehuis reserveren (Casa Verde in Oliveira do Hospital) en een vlucht boeken. En een vervolg breien aan onze 2015 Portugal reis (zie blogposts van meijuni 2015).

Beiras betekent “rand”, “grens” in het Portugees en ligt dus … begrijpe wie kan, in het midden van Portugal, halfweg tussen Lissabon en Porto! Zelfs na het halve internet te hebben afgeschuimd, geen echte verklaring gevonden over de oorsprong van de benaming van deze streek. Vormde het de middeleeuwse grens tussen de christelijke en arabische wereld? Weet een lezer daar ergens in cyberspace, misschien meer over?

D’er is Beira Alta, “hoog Beira”, en Beira Baixa, “laag Beira” waarbij hoog en laag niets te maken hebben met reliëf maar alles met de ligging op de kaart. Beide Beiras zijn flink bergachtig, uitlopers van de Castiliaanse bergketens uit midden-Spanje. En d’er is nog een derde Beira: de kustvlakte, Beira Litoral. Alles samen een streek waar de haastige toerist meestal doorheen raast, op weg van Porto naar Coïmbra/Lissabon of omgekeerd. En net dat gaan we nu NIET doen. 

Van 27 augustus tot 3 september: 6 volle dagen om te zien/bezoeken/beleven in een straal van maximaal 1 uur rijden, 50 tot 90 km, vanuit Oliveira do Hospital:
  • Piódão, typisch ongerept bergdorpje in de Serra de Estrela en naar de “Torre”, met 1993 meter de hoogste bergtop van Portugal;
  • Manteigas: idem maar  in de Zêzere vallei gelegen en basis voor bergwandelingen, ondermeer naar de Poço do Inferno waterval;
  • Ruínas de Conímbriga: Romeinse ruïnes met – naar het schijnt – prachtige mozaïeken: tijd voor cultuur! 
  • Coïmbra: nog meer cultuur in één van de oudste universiteitssteden van Europa, in augustus vermoedelijk zonder studenten;
  • Viseu: weinig bekend en bezocht, even charmant als Coïmbra en bakermat van de Renaissance in Portugal (dixit de reisgidsen). 
En als er nog tijd over is, op iets verdere afstand van ons basiskamp in Oliveira do Hospital: Aveiro, het zogenaamde Venetië van Portugal aan de Atlantische kust. 

Maar laten we het vooral rustig aanpakken want, zoals de Portugezen zeggen: A pressa é inimiga da perfeição. Zeer vrij vertaald: haast en spoed is zelden goed.

P.S. Met een beetje geluk hebben we in de Beiras ook weinig last van de huidige piek in bosbranden. Zie: www.fogos.pt.
P.S. nummer 2: 20 augustus 2016. Mogelijke betekenissen van “Beira” gevonden! Met dank aan de webstek  http://www.wandeleninportugal.info. Hierbij hun verklaring:

De oorsprong van het woord is niet helemaal duidelijk.
Sommigen denken dat het de naam is die werd gegeven aan de gebieden die in de 11e en 12e eeuw de “beira” (inderdaad rand of grens) van de christelijke rijken vormden, gebieden die dan weer door de christenen en dan weer door de islamieten (Moren) werden veroverd. 
Anderen zeggen dat het woord Beira komt van het Arabische berryah, dat woestijn betekent. In het gebied woonden als gevolg van de voortdurende oorlog in de 11e en 12e eeuw inderdaad maar weinig mensen. Rond 1200 toen de Taag de grens vormde, poogde de koning het gebied (grote delen van de huidige Beiras) opnieuw te bevolken. Zo kregen “kolonisten” privileges en mochten voortvluchtige misdadigers zich er vestigen.

Sicilië – the movie.

Sfeerbeelden van twee weken Sicilië … zonder (verdere) woorden.

Circumetnea.

Laatste dag in Sicilië. Om 10 uur precies rijden we Tenuta Madonnina uit, richting Randazzo in het noorden. Hebben uiteindelijk beslist om niet de stad Catania te bezoeken: onze voorkeur gaat uit naar het platteland. En dat platteland verandert even voorbij Randazzo. Minder begroeiing, minder wild, veel meer velden en weiden, geen wijngaarden meer; het gebergte glooit zachtjes. Hier begint het uitgestrekte Nebrodi-park, waarvoor we tijdens deze twee weken ook al geen tijd genoeg hebben gehad.

’t Is warm nu, tot 32 graden. Sinds een week is het elke dag wat warmer geworden. De Etna laat zich inmiddels niet meer horen. Ook geen rookpluim meer te zien

Iets meer naar het westen – we zijn eigenlijk bezig aan een rit rond de Etna, een Circumetnea – ligt Maniace. De vroegere abdij (Abbazia di Maniace) werd na de grote aardbeving van 1693 verlaten en later geschonken aan admiraal Nelson. Ja, die van de slag bij Trafalgar en Trafalgar square in Londen. De admiraal is er zelf nooit geweest maar zijn nazaten bouwden de abdij om tot een prachtig buitenverblijf, de “Castello Nelson”. Nu in handen van de gemeente EN te bezoeken! Echt een fotogenieke plek met arcades, binnenplaatsen, oude archeologische opgravingen, een kerkje. Het landschap doet met zijn cipressen en velden rond de Castello enigszins denken aan Toscane. En opmerkelijk voor Sicilië: alles lijkt goed onderhouden en verzorgd. Of … toch niet? In de overigens mooie tuin is/was er een tentoonstelling van moderne beeldhouwkunst … bijna volledig overwoekerd!

Boogingang van de Abazzia di Maniace.

Binnenplein met stenen kruis.

Binnenplein met waterput.

We rijden verder langs de westkant van de Etna. Bronte, centrum van cultuur van pistache-noten. Adrano, zeer oud stadje met centrale vierkante toren aan de Piazza Umberto. Hier hebben we honger maar vinden alleen maar bars met “Tavola Calda“, warme snacks. Dus eten we “arancine”, gepaneerde en gefrituurde rijstballetjes die er uitzien als een sinaasappel, vandaar de naam. Voor B. een “arancina al ragù”, voor mij één “al Pistacchio”. Alles zonder gereedschap! Uit het vuistje te eten. Haute cuisine is het niet, maar het vult.

Vierkante toren van Adrano.

Twee oranje Aracina in servetten.

Lang statig gebouw in Adrano.

Verder langs Santa Maria di Licodia, langs Paternò. Door smalle bochtige straatjes. Regelmatig kruisen we de één-spoor spoorweg rond de Etna. Heet ook Circumetnea.

Wit-groene trein aan overweg.

Naarmate we verder zuidwaarts rijden, worden de stadjes weer wat slordiger en vuiler. Hier en daar hopen vuilnis langs de weg. Alle stadjes en dorpjes beginnen ook op elkaar te lijken. We hebben er al te veel gezien. Op dus naar de luchthaven van Catania. Die verdient dit jaar de prijs van meest wanordelijke, zelfs chaotische luchthaven. Typisch voor Sicilië? Twee uur tussen aankomst in de vertrekhal en veiligheidscontrole gepasseerd! Wachten, aanschuiven in ongestructureerde files die van alle kanten komen. Druk! En we hadden zelf al on-line ingechekt. Maar enig verschil lijkt dat niet te maken.

Vertrekken met drie kwartier vertraging … zoals gewoonlijk door “laat binnenkomend vliegtuig”!

Belangrijkste conclusies van deze reis:

  • Het oosten van Sicilië is absoluut veilig: NOOIT enig onveiligheidsgevoel gehad.
  • Het weer in mei kan best nog verraderlijk zijn met dikwijls veel wind.
  • Sicilianen zijn vriendelijk, maar je bent rap een paar Euro te veel kwijt.
  • Excellent gegeten en gedronken, met dank aan Masseria della Volpe en B.
  • We hebben maar een heel klein deel van Sicilië (goed) gezien=>we moeten dus terugkeren om het zuiden/westen te zien?

Vandaar: arrivederci Sicilia!

De Ionische kust.

De groene Michelin-gids Sicilië, uitgave 2011, over de Riserva Naturale di Fiumifreddo: “… een heel bijzondere plantengroei … een halteplaats voor trekvogels: reigers, snippen, wielewalen en tal van eendachtigen”. In de realiteit blijkt dit “natuurreservaat” niet meer te zijn dan een smalle beboste strook aan de monding van de Fiumefreddo, tussen het strand en de parking/straat. Meestal goed afgesloten voor het publiek en waar dat niet het geval is, dient het natuurreservaat als WC voor de zonnekloppers op het strand. Als je selectief bent, kan je er nog wel mooie plaatjes schieten.

Strand, riviertje en bos.

Nee, de Ionische kust bevalt ons niet echt: druk (en het is nog niet eens hoogseizoen), kleine files, geen leuke stadjes. Toch hebben we een uitzondering gevonden: Acireale. Prachtige Piazza Duomo, misschien wel het mooiste plein wat we hier tot nu toe hebben gezien. Elke zijde is anders maar mooi, harmonieus. D’er is net een huwelijk ingezegend en op de trappen van de San Pietro e San Paulo basiliek poseert de uitgebreide familie voor een groepsfoto. Chique Corso Umberto met luxe-winkels, cafés en palazzi. Aan de Piazza San Domenico worden we – onder het nuttigen van een espresso – verbluft door de barokke gevel van de Chiesa di San Domenico.

Kathedraal van Acireale.

San Domenico kerk in Acireale.

Terug naar Tenuta Madonnina en inmiddels proberen om één of andere supermercato open te vinden. Geluk: in Linguaglossa vinden we nog een viswinkel open … Waar ze geen woord Engels of wat dan ook spreken. Maar d’er ligt nog één mooie vis: vermoedelijk een zeebaars. Met veel moeite slagen we er in uit te leggen dat we die vis willen EN gefileerd. Ze lijken in de winkel meer gestresst te zijn dan wijzelf met ons, vreemdelingen, in hun winkel. Maar blij en vriendelijk zijn ze wel als we afrekenen. Dan nog een”Frutti e Verduri” binnen voor een ajuin en een flesje witte Torrepalino, Siciliaanse wijn van 2,30 Euro. Voor vanavond zijn we voorzien!

Fresco van aartsengel op rots.In de late namiddag nog een wandelingetje vanaf het Byzantijns kapelletje tot de waterval langs het grote routepad. Dat proberen we nog wat verder te volgen, naar Castiglione di Sicilia. Maar het sterk stijgende pad is werkelijk overwoekerd door metershoge varens: al jaren niet meer gebruikt! En op dat verlaten en niet meer gebruikte weggetje, ontdekken we op een rots, een oude schildering – een soort fresco – van een aartsengel die een zwaard trekt. Eigenaardig … en vermoedelijk al jaren vergeten. Tot nu, want vanaf nu gaat het (viraal?) op internet! Halfweg de berg naar Castiglione moeten we het opgeven: te dicht begroeid en te zwaar. Wie gaat de uitdaging aan?

Sterk begroeid pad met rotsen en varens.

De jeugd van Castiglione vermaakt zich ondertussen in de poelen rond de waterval. Daar spreken die jongens over 50 jaar nog over!

Ons “laatste avondmaal” in Sicilië (alle lof voor B.): zeebaars met tomatencouscous en onze witte Torrepalino. En alsof hij dat kracht wil bij zetten, overstemt deze avond de nachtegaal met zijn gezang het gekwaak van de kikkers!

Bord met zeebaars, groene asperges, couscous en tomaatjes.