Sicilië – de boerse kant.

“Italien ohne Sizilien macht gar kein Bild in der Seele: hier ist erst der Schlüssel zu allem.”
Johann Wolfgang von Goethe, Italienische Reise II, 13. April 1787

Is Sicilië zoals Toscane? Of lijkt het op Umbrië? Of is het eiland eerder zoals de streek rond Rome, of Napels? Of is Sicilië eigenlijk Italië in het klein? En hoe zit dat nu met de Maffia (twee “ff-en” in het Nederlands)? Zie je d’er sporen van? Zijn er daar echt chiarchari, spleten en kloven in de rotsen waar slachtoffers in gedumpt worden? En is de zomer er echt een gesel Gods, dat wil zeggen “bloedheet”? En de Etna: hoe actief is die echt? Of actueler: wordt het straatbeeld in Catania, de 2de grootste stad van Sicilië, nu werkelijk bepaald door bootvluchtelingen (Nederlands Reformatorisch Dagblad, 23/04/2015)? Heeft de Maffia echt de oorlog verklaard aan vluchtelingen op Sicilië (Het Laatste Nieuws, 24/04/2016)? En is de zomerroute via Libië naar Sicilië weer open (De Standaard, 02/04/2016)?

Vragen vragen, vragen … In ’t beste geval vinden we misschien een paar (deel-)antwoorden. Of, wie weet, … de sleutel waar Goethe over spreekt. Op dus naar Sicilië!

Fles Barbera olijfolie.

Maar wat doe je op een kleine twee weken tijd? Eerste besef: te weinig tijd om het hele eiland van bijna 26.000 km2 (België 30.500 km2) te verkennen. Dus beperken tot het oosten van Sicilië, de ruime streek rond Catania, Catania met een rechtstreekse vliegtuigverbinding met Zaventem. Volgens de groene Michelin gids is het oosten het ruwere, meer primitieve of “boertige” deel van Sicilië, in tegenstelling tot het geraffineerdere westen met de “hoofdstad” Palermo. Hier in het oosten woonden 2.000 jaar geleden de Siculiërs, de eerste Italianen op het eiland, terwijl de Sicaniërs in het westen van oorsprong Spaans waren. Inmiddels en na eeuwen overheersing door de Grieken, Romeinen, Arabieren, Noormannen/Normandiërs, Duitsers en Spanjaarden, zullen die wel al flink gemixt zijn.

Reisroute oostelijk Sicilië.Trouw aan het principe van “viaggio lento” – traag reizen – dat is toch ons voornemen, hebben we slechts twee verblijfplaatsen uitgekozen met de bedoeling van daaruit in halve stervorm te “werken”. Of halve cirkel dus, want af en toe kom je natuurlijk de Middellandse zee tegen.

  1. Masseria Della Volpe, in het zuid-oosten van het eiland, dicht bij het barokke stadje Noto. Klik hier.
  2. Tenuta Madonnina in Castiglione di Sicilia, aan de noordelijke voet van de Etna. Dat wordt “self-catering”.

Op onze “to-do” lijst, van zuid naar noord:

  • De cluster van barokke steden en stadjes: Syracusa, Noto, Modica, Sicli en Ragusa. Alle vijf behoren ze tot het UNESCO werelderfgoed.
  • Pantalica, 35 km ten noorden van Syracuse: een necropolis van 5.000 graven, uitgehouwen in loodrechte rotswanden.
  • Een paar natuurgebieden in het zuiden, zoals de Cava Grande del Cassibile en/of de Oasi Faunistica di Vendicari.
  • Catania – ook weer werelderfgoed – met de ochtendlijke vismarkt.
  • Taormina.
  • De Etna en het natuurpark er rond.
  • Parco naturale dei Nebrodi.
  • Messina?

Tweede besef: we gaan moeten doseren en selecteren! Wordt vervolgd …

P.S. Deze blog heeft niet de ambitie om beter te doen dan Goethe’s Sicilië reisverhaal van bijna 250 jaar geleden, maar is hopelijk wel moderner.

Vlag Sicilië

De eigenzinnnige Siciliaanse vlag toont een triskelion of trinacria op een geel (kleur van Palermo)-rode (kleur van Corleone) achtergrond. Verwijzing naar de drie hoeken van Sicilië? Hoe je de vlag ook draait, nooit knielen alle benen. Het hoofd met korenaren en vleugels houdt dan weer verband met Medusa en de Griekse mythologie.

Qutb Minar.

Wie zegt dat je in India niet zelf zou kunnen rijden? De Yamuna Expressway van Agra naar Delhi is een autosnelweg met drie rijvakken in elke richting. Een doorlopende middenberm met planten en prikkeldraad. Ook langs de zijkanten van de snelweg prikkeldraad over de ganse lengte. Vergelijkbaar met een autosnelweg in Europa. Alleen … de weg is bijna verlaten: weinig auto’s, bijna geen motorfietsen en niets van de rest wat de wegen van India onveilig maakt. Is de tol te hoog? Of moeten er gewoon weinig mensen van Agra naar Delhi? We passeren de afslag naar Mathura, “home of lord Krishna” waarop Raju “hare krishna, hare rama” begint te zingen.

Een eind voor Delhi maakt het platteland plaats voor tientallen en tientallen woontorens, al dan niet nog in aanbouw. Minstens twintig tot dertig verdiepingen hoog. En moderne bedrijfsgebouwen. Een heel ander India dan we tot nu toe zagen.

Er hangt een soort mist die de zon helemaal omfloerst. “Heiig” noemt het officiële weerbericht dat. Het schept een zeer bevreemdende, depressieve atmosfeer. We rijden Delhi binnen langs het zuiden … sloppenwijken … dan de “gewone” verkeerschaos. Stof alom. Op een rivier lijken dikke, uitgestrekte ijsschotsen te drijven: het is schuim … vervuiling. Halluciante sfeer.

Gelukkig hebben we nog één bezienswaardigheid op ons programma staan vooraleer in te checken in de Airport Holiday Inn voor de avond en een klein deel van de nacht (terugvlucht naar Brussel om drie uur ’s morgens): Qutb Minar. Ten zuiden van Delhi ligt een mooi geheel van wat eens – nog voor de Mogols – het moslim-centrum van Delhi was. Hier staat de eerste moskee ooit opgericht in India, op funderingen van en gebouwd met materiaal van een hindu-tempel. En de Qutb Minar zelf: een ronde, eigenaardige maar fotogenieke toren van 73 meter hoog. Aan de basis 15 meter in doorsnede, bovenaan nog 2,5 meter. Vijf verschillend versierde verdiepingen, elk met een uitspringend balkon. Een “toren van de overwinning” die gebruikt werd als minaret. Plan was om er nog een tweede te bouwen, dubbel zo breed en hoog. Maar dat plan ging niet door: verder dan een deel van het grondstuk is deze tweede toren nooit geraakt.

Qutb Minar toren en omgeving.

Niet-afgewerkte Qutb Minar toren.

De selfie-stick heeft ook in India zijn intrede gedaan. Tientallen toeristen nemen voortdurend foto’s en/of filmpjes van hun oh zo belangrijke IK, met de Qutb Minar als bijkomstig decor.

Qtab Minar: ijzeren paal met Sanskriet schrift.

Het geheel ligt in een park, samen met ruïnes en overblijfselen van een paleis, moslim-graven en verschillende ornamentale toegangspoorten. En er is nog een eigenaardigheid: een massief ijzeren paal van 7 meter hoog met nog een meter die in de grond steekt. Uit de vijf lijnen tekst in Sanskriet op de paal is op te maken dat hij dateert uit de vierde of vijfde eeuw. Vervaardigd ter ere van een zekere Chandragupta II. Nog altijd heeft de wetenschap niet kunnen uitvissen hoe het komt dat deze paal niet roest. De techniek om roestvrij staal te gieten is pas in de 19de eeuw ontwikkeld en deze ijzeren paal dateert van minstens 1.400 jaar eerder.

En hier eindigt onze reis door een deel van India. Blijft nu nog de hele poespas van luchthaven en vlucht. Maar eerst nog onze eindafrekening betalen aan Raju en royaal tippen. Hij stond altijd op elke plek op het afgesproken uur klaar, drong nooit iets op, kwam af en toe met uitstekende suggesties en heeft ons een paar dingen laten zien waar we zonder hem waren voorbij gereden. Een pluim voor hem en “India individueel“.

Nabeschouwing.

India is een aanslag op alle zintuigen:

  • Ogen: je kijkt hier je ogen uit, zowel naar de vele prachtige tempels en paleizen als naar de kleurrijke sari’s als naar de lelijkheid, de “koterijen” en het vuil in de steden en dorpen.
  • Oren: overal lijkt er lawaai te zijn. Van het chaotische verkeer, van bleirende hindoe-muziek, van de roep van de muezzin, van Indische toeristen, van alles … De zeldzame plekken van relatieve stilte en geluiden van de natuur zijn dubbel te apprecieren.
  • Neus: van de alom aanwezige rozengeur in hotels, lodges en in Raju’s auto … over de geur van brandende wierookstokjes in en rond de tempels … tot de stank van uitlaatgassen, rook, verrotting, bergen vuil en open riolen.
  • Smaak: zelfs in “non-spicey” gerechten proef je een boel nieuwe smaken … niet altijd even geapprecieerd door onze westerse smaakpapillen.
  • Tastzin: het woestijnzand van Rajasthan elke dag weer voelen plakken aan huid en haar.

India … ’t is een belevenis, een uitdaging, een confrontatie … een afrader als eerste ervaring voor wie nog nooit buiten Europa is geweest … een aanrader voor wie avontuur zoekt … heftig!

India, veel goed karma toegewenst!

Taj Mahal.

Niet beseffend dat ons hotel, Radisson Blu, maar op een paar honderden meter van het ticket office van de oostelijke ingang van de Taj Mahal ligt, hebben we Raju gevraagd om ons er heen te voeren. Niet dat een wandeling leuk of aangewezen zou zijn. Agra lijkt met de gewone India-chaos en -vuiligheid geen al te mooie stad te zijn.

Aan het ticket office, geen files! Iemand wijst ons vriendelijk de weg naar de loketten, dan naar een plek waar je je gratis waterflesje kan ophalen, dan naar een loket waar je schoenovertrekken krijgt. De man blijkt een gids te zijn die ons zijn diensten wil verkopen. Maar we hebben zelf onze boeken bij, dus nee, dank u.

Met een elektrische bus – stel je voor, in India! – naar de imposante zuid-oostelijke ingang van de Taj Mahal in de Taj Ganj-wijk. Omwille van de luchtvervuiling mogen auto’s, brommers, bussen en gemotoriseerde riksja’s sinds de grote restauratie van 2002 niet meer in de buurt van de Taj Mahal komen. Ook geen file aan deze ingang maar wel strenge security. Alle tassen worden doorzocht. Geen eten toegelaten, ook geen sigaretten, aanstekers, computers, camera-driepikkels, laders voor mobiele telefoons, enz. Wij hebben alleen onze cameratas met camera bij. Maar … waarin ons kleine (15 cm) driepikkeltje steekt! Niet toegelaten! Dus ik terug buiten met het driepikkeltje: je zou dat hier gratis ergens kunnen achterlaten? Iemand spreekt me onmiddellijk aan en stelt voor om het ding bij hen gratis te deponneren, in een “offciële” vestiaire … die een winkel blijkt te zijn. En een tweede persoon stelt me net hetzelfde voor, en een derde, en vierde en …. Ik ben omringd door luid schreeuwende Indiërs die met mekaar beginnen ruzie maken! Dan maar verder stappen, voorbij de groezelige shops tot aan een open plek met bouwafval. Driepikkeltje onder een steen langs de kant van de weg gelegd … we zien wel. Terug dan door security en eindelijk binnen.

Zuid-oostelijke toegangspoort tot de Taj Mahal.

India en de Taj Mahal, de romantische kant van het verhaal: de Mogol-keizer Shah Jehan liet de TaJ Mahal bouwen als eerbetoon aan zijn overleden vrouw, Mumtaz Mahal, die hij toch zo lief had. De Taj is dan ook uitgegroeid tot het wereldwijde symbool van de eeuwige liefde. Maar wat andere feiten: Mumtaz Mahal was zijn derde vrouw die stierf bij de bevalling van hun veertiende kind. Bovendien hield Shah Jehan, zoals gebruikelijk in die tijd, er een uitgebreide harem op na. ’t Liep trouwens slecht af met de keizer: Aurangzeb, één van zijn jongere zoons kwam in opstand, greep de macht en sloot zijn vader op in het rode fort van Agra. Vandaar kon Shah Jehan alleen nog maar uitkijken over de Yamuna rivier en zijn Taj Mahal in de verte. Overigens heeft Aurangzeb later het mogol-rijk in India om zeep geholpen door zijn vele oorlogen en expansie-drang.

Lange vijver voor de Taj Mahal.

Taj Mahal.

Close-up van Taj Mahal.

Maar natuurlijk is het gebouw een meestwerk van architectuur en perfecte symmetrie. Alle vier zijden zijn precies gelijk. De decoratieve minaretten op de hoeken buigen lichtjes naar buiten zodat ze bij een eventuele aardbeving niet op de Taj Mahal zouden vallen. De muren zijn van wit marmer, prachtig bewerkt, bijna doorschijnend en ingelegd met half-edelstenen. Door het felle licht doet het bijna pijn aan de ogen om naar het gebouw te kijken. Binnenin dezelfde graad van perfectie en gedetailleerde afwerking. Indrukwekkend geheel, maar … ontroerd zijn we nu ook weer niet. Nog wat rondwandelen in de tuinen en rond de waterpartijtjes. Taj museum bezoeken. Toilet bezoek: gratis voor niet-Indiërs! Maar wij betaalden dan ook 750 roepies (12 EUR) per persoon inkom, de Indiërs maar 20 roepies. Nu eerst driepikkeltje ophalen van onder mijn steen op het braakliggend terrein (het ligt er nog!) en dan: tijd voor de lunch. Indisch, maar het valt redelijk mee (=niet gekruid).

Okerbruin bord voor toiletten.

Het rode fort moeten we natuurlijk ook zien. Gebouwd als versterkte burcht door Akbar, dat is die van Fatehpur Sikri (zie blogpost van gisteren) en omgevormd tot paleis door Shah Jehan. Van hieruit heb je een prachtig zicht op de Yamuna-rivier en net daarnaast de Taj Mahal. Voor de rest: opnieuw een prachtig paleis. Maar we raken een beetje de tel kwijt en kunnen ons niet goed meer herinneren in welk paleis we welke details hebben gezien. Maar daarvoor dient ook deze blog … als documentatie voor onze ervaringen in India.

Ingang tot Rode Fort in Agra.

Binnenplein Rode Fort in Agra.

Vergezicht over rivier met Taj Mahal in de achtergrond.

Terug naar het hotel om wat uit te rusten bij het zwembad en een Kingfisher biertje. Morgen vatten we de terugkeer aan.

Op weg naar Agra.

Vandaag overgangsdag: van het relatief rustige platteland en de natuur, opnieuw naar de stad. Op weg naar Agra en wat het laatste hoogtepunt van deze reis door India moet worden: de Taj Mahal. Maar eerst hebben we een 250 km lange rit voor de boeg, zo’n 6 tot 7 uur rijden! In India schiet je niet op.

Chand Baori: waterput met trappen.Raju’s Engels is niet altijd goed te verstaan. “You want to see bell”? vraagt hij na een paar uurtjes rijden. “Bell”? Waarschijnlijk een soort klok of klokketoren. Laten we dat maar doen, al was het maar om de benen te strekken. Tot onze verbazing brengt Raju ons in Abhaneri om een zogenaamde baori of step-well of – vrij vertaald – trappen-waterput te bekijken. Niet Bell maar Well! Deze, de Chand Baori van Abhaneri is 19,5 meter diep en een indrukwekkende vierkante constructie. Alsof je een tempel niet naar boven maar naar beneden in de grond zou bouwen. Drie wanden vertonen een geometrische trappenstructuur gebaseerd op het getal 32. De vierde zijde is in detail versierd en heeft pilaren, platformpjes, kamertjes en gangen. Een baori werd altijd gebruikt voor de voorziening van drinkwater. Hier staat er helemaal beneden nog smaragdgroen water in.

Chand Baori met versierde kant in beeld.

Gezien het belang van water in Rajasthan, werd het bouwen van een baori beloond met een zeer goed karma. Meestal was er een hindoe-tempel aan verbonden. In Abhaneri staan de overblijfselen van de tempel – slachtoffer van de vele oorlogen tussen de Mogols en de Maharadja’s – naast de baori.

Wat een leuke onderbreking van onze rit!

Na de lunch schieten we zo goed op dat we ook nog tijd hebben voor een bezoek aan Fatehpur Sikri, zo’n veertig kilometer voor Agra. Raju dropt ons op de parking. Vandaar een eindje te voet waar we aangeklampt worden door gidsen en verkopers van alles en nog wat. Tot bij aftandse bussen (geen andere dan aftandse gezien, hier in India) met doorlopende ijzeren staven langs de vensters. Vijf minuten rijden de berg op en we zijn er.

Een absolute aanrader! Fatehpur Sikri is de samenvoeging van Fatehpur en Sikri tot één versterkt stadje dat in de 16de eeuw korte tijd de hoofdstad van het mogol-rijk was. Akbar, de toenmalige mogol-heerser liet hier in Fatehpur een paleizencomplex bouwen met een apart paleis voor elk van zijn drie vrouwen. Hij had namelijk zowel een moslim-vrouw, een christen vrouw als een hindoe-vrouw, zijn lievelinge. Van tolerantie gesproken. Mogol architectuur: alle gebouwen dus perfect geometrisch en symmetrisch. Het geheel ademt rust en sereniteit uit … ondanks de toeristen. Alle gebouwen zijn in rode zandsteen opgetrokken. De muren en pilaren ervan zijn tot in het kleinste detail bewerkt en versierd. Naast de drie vrouwenpaleizen zien we op de grote binnenplaats een vijver met een platform in het midden. Van hierop vermaakten kunstenaars en musici Akbar de Mogol-vorst die vanop zijn terras toekeek. Maar we zien ook de audiëntie-hal van waar hij graag keek naar publieke executies: vertrappeling door zijn lievelingsolifant. Absoluut prachtige plek voor foto-shoots.

Indische gebouwen in rode zandsteen aan vierkante vijver.

Gebouw met zuilen van rode steen.

Naast en buiten dit paleizencomplex, in Sikri, ligt een moskee, een Jama Masjid, een grote en mooie moskee. Maar tussen het paleis en de moskee moeten we tientallen en tientallen verkopers trotseren en – zeer eigenaardig – kopen of niet, ze vragen ons gebruikte en afgescheurde toegangsticket van het paleis! Geen idee waarom. Voor de moskee moeten de schoenen uit. We komen binnen langs de (kleinere maar nog altijd indrukwekkende) toegangspoort van de mogol op een groot binnenplein, ommuurd door zuilengalerijen.

Toegangspoort tot moskee in Fatehpur Sikri.

Aan de overkant van de vierhoek de eigenlijke moskee. Een opdringerige jonge Indiër, volgens eigen zeggen geen gids, blijft ons voortdurend volgen en wil ons vanalles tonen. Vervelend! Naast vele “gewone” moslim graven langs de zijkanten van het binnenplein prijkt een wit-marmeren gebouw: grafmonument van een heilige uit de tijd van Akbar. Tot hier mocht je de schoenen meenemen in de hand maar nu mag dat zelfs niet. Betty gaat alleen het gebouw binnen … nou ja “alleen”: begeleid door de zeurende en aandringende student. Ik blijf bij de schoenen. En ten slotte de moskee zelf met daarna nog de majestueuze, 54 meter hoge publieke toegangspoort tot het complex. Je kan er bijna over de koppen van de verkopers en de bedelaars lopen. Heel wat minder sereen dan Fatehpur!

Laag wit marmeren gebouw in Fatehpur Sikri.

Binnenkant moskee in Fatehpur Sikri.

Terug dan naar de parking van de bussen. Onze ongewilde student-gids die oorspronkelijk en volgens eigen zeggen geen geld, geen chocolates, geen chiapati (brood) wou, wil dat nu plots wel. Zelfs en liefst “Belgian coins”. Hij haalt er zelfs een vriend bij. Maar hij heeft dit bezoek zelf voor een deel verpest voor ons … dus … geen money, nothing, zelfs niet onze afgescheurde tickets van Fatehpur, wat hij opnieuw vraagt. Met de bus terug – 10 roepies enkel per persoon. Dan nog een eindje spitsroeden lopen tussen de verkopers tot de parking waar we Raju terug vinden.

Op dan naar Agra, bij valavond en avond. Hallucinant rijden op niet verlichte wegen met auto’s en brommers langs alle kanten en in alle richtingen. Met niet verlichte fietsers en voetgangers langs de kant van de weg. Maar we arriveren om 19 uur veilig in het Radisson Blu hotel. Wat een verademing: het voelt alsof we plots terug in de “beschaafde” wereld, of misschien beter gezegd “in onze wereld” zijn beland. Proper en met alle komfort … Mogelijkheid tot westers eten, niet noodgedwongen vegetarisch en niet meer op een “Thalis”, zoals de laatste drie dagen maar op een gewoon bord (een thalis is een rond metalen dienbord met opstaande rand waarop je je verschillende porties eten moet neerkwakken).

Daarop moeten we vanavond klinken.

Tijgers in Ranthambore?

De rijke Indische familie Singh Rathore is sinds lang bezig met ecologie en natuurbeheer. Grootvader Fateh Singh Rathore lag al aan de basis van de bescherming van de tijgers in Ranthambore National Park. Zijn zoon en schoondochter Usha kochten 25 jaar geleden een braakliggend terrein, naast het park, en beplantten dat opnieuw met riet, en inheemse struiken en bomen. Ze legden waterpoelen aan, grasland en akkers. Vandaag voorziet het 22 acres, ongeveer 9 hectare grote domein Khem villas in eigen groenten voor al zijn gasten en is het tevens een natuurparadijs. Dat exploreren we deze ochtend te voet!

Meertje met Lotus-bloemen in Khem villa’s.

In deze periode van het jaar is de zon altijd van de partij, zij het voortdurend omfloerst en wazig. Tussen de tenten – overal heb je de nodige privacy – fladderen tientallen exotische vlinders rond al even prachtige bloemen. Veel “marigolds” waarmee ze hier in India hun bloemenkransen maken. Iets verderop beginnen de manshoge rietvelden (doet denken aan een beklemmende scene uit “Passage to India”) afgewisseld door bos en velden. We passeren verschillende ijzeren draaipoortjes en beseffen na een tijdje dat we eigenlijk buiten het domein zijn beland.

Vlinder op gele bloem.

Lila Lotus-bloem op vijver.

Close-up van oranje Marigolds.

Droge weide met koeien en bomen.

Aan een “huis” staan drie mannen een afsluiting van een akker te repareren. Ze kijken raar op van ons. Uit de woning komt een vrouw in blauwe sari. Ze spreekt Betty aan. In het Hindi natuurlijk. Uit een gebarentaal-discussie blijkt dat ze ons voorstelt om van haar een foto te nemen. En misschien wil ze nog veel meer andere dingen … die we niet verstaan. Van de mannen is er één gebiologeerd door mijn verrekijker. Ik toon hem hoe dat werkt en laat hem door de verrekijker naar de bergen kijken. Gefascineerd is hij en dat laat hij luid en duidelijk merken aan zijn makkers. Uit dankbaarheid biedt hij mij een soort vuilbruine sigaret aan … maar ik rook niet, gelukkig. Nog even verder. Dan maar best terugkeren naar het Khem villas domein en wat luieren aan het meertje en/of de eigen tent.

Close-up van Indische vrouw.

’s Namiddags opnieuw met de open jeep – en veel hoop – naar het nationaal park. Onderweg passeren we een moslim-lijkstoet: alleen maar mannen volgen een simpele open lijkkist. We hoorden gisteren van andere toeristen die een tijger zagen of een neusbeer. Maar helaas: geen geluk! We zien alleen dezelfde soorten dieren als gisteren: spotted dear, blue bull, een Indische gazelle en een prachtige kingfisher. En ook, op een eilandje in een grote poel: twee Indische gieren (white-rumped vultures), ook redelijk zeldzaam geworden diertjes. We zien wel het lievelingskostje van de tijger: sambars, fors-grote hertachtigen, in het Nederlands ook wel paardehert genoemd. De mannetjes hebben op dit moment al een donzig gewei.

Indische gier aan de rand van water.

Helaas is het Engels van onze gids deze keer moeilijk verstaanbaar … Veel van zijn uitleg gaat verloren. Toch krijgen we onze tijger nog te zien … close-up dan nog wel … op een grote poster in Khem villa’s. 🤣

Close-up van tijger (poster in Khem villa’s).

’s Avonds bij het kampvuur en een glaasje wijn discussiëren we met Usha, eigenares van Khem villas, en met een koppeltje Schotse toeristen over India, het verkeer, de natuur, de mensen … godsdienst, terrorisme …

Volle maan, geen sterren te zien.

P.S. Ranthambore fort is geen 900 meter hoog zoals een gids twee dagen geleden beweerde maar een nog altijd respectabele 250 meter.