Jaipur is Delhi niet.

Dit is India. Dus, vanmorgen ontbijt met Uttapam (soort pannenkoek van rijst en zwarte urad bonen = ben er niet wild van) en Idli (opnieuw pannenkoek van rijst met zwarte linzen = te spicey voor mijn westerse smaak). De krant “Hindustan Times” bloklettert dat het Diwali-feest dit jaar wat minder smog heeft veroorzaakt maar dat de brandweer 493 keer is moeten uitrukken, meer dan dubbel dan vorig jaar … En dat er helaas weer de onvermijdelijke vuurwerkdoden te betreuren zijn.

Op naar Jaipur vandaag, een rit van zo’n vijf uur. Maar vervelen doe je je niet onder de weg. De uitvalswegen van Delhi zijn groot en breed. Veel verkeer maar al bij al valt het nogal mee. ’t Is dan ook een vakantieweek volgens Raju. Toch kijken we verbaasd op wanneer mensen te voet viervaksbanen oversteken. Of wanneer er plots als tegenligger een tractor met aanhangkar, volgeladen met werkmannen – daar achter hangt dan nog een betonmolen – op het uiterst linkse rijvak opduikt (in India wordt wel links gereden, maar toch). Sommige auto’s, busjes en riksha’s zijn zo volgestouwd dat drie of vier passagiers gewoon buiten hangen. Talrijke motorfietsen en scooters met één of twee passagiers of zelfs met, naast vader-chauffer, nog moeder en twee peuters, laveren overal doorheen. En zelfs als regelmatig spookrijders opduiken schrikt Raju niet. Onvoorstelbaar! En toch … slechts twee ongelukken – telkens omgekantelde vrachtwagens – zien we onderweg.

Motorrijders op de weg naar Jaipur.

Kar getrokken door kameel op weg naar Jaipur.

Lange tijd rijden we door industriële voorsteden. Dan wordt het landelijker. Twintig meter hoge schoorstenen liggen her en der verspreid tussen velden: artisanale steenbakkerijen. De eerste koeien duiken op, langs, op en over de weg. En later een troep apen, en hier en daar een kameel met kar. Of geiten met een herder. De weg doorsnijdt verschillende dorpjes, soms zelfs letterlijk een paar huizen die half afgebroken langs de kant overblijven. Hier en daar is een markt aan de gang. Hoe dan ook is het in de dorpjes altijd en overal een ongelooflijke drukte.

Maar Raju rijdt rustig en onverstoorbaar verder. Hij stelt voor om nog deze middag Amber Fort te bezoeken want eigenlijk rijden we daar toch bijna voorbij. Klinkt goed! Raju zet ons af waar normaal gezien de olifanten staan die je voor 1.100 roepies voor twee personen naar het fort bovenop de rots brengen. De teleurstelling van Raju is groot als er geen olifanten staan. Voor ons niet gelaten: we trekken te voet naar boven. Amber fort is indrukwekkend: een absolute aanrader. Meer een paleis dan een fort, met zijn vier binnenplaatsen en prachtige gebouwen rondom in een originele soort Moors-Indische stijl. D’er is de zuilenhal waar de publieke audienties van de Maharadja plaats vonden. En een nog specialer gebouw met stukjes glas in de muren verwerkt voor privé-audienties, de vertrekken van de harem-dames met rechtstreekse toegang vanuit de slaapkamer van de Maharadja, het sanitair …

Zuilengalerij van het Amber Fort in Jaipur

Paleismuren met ingewerkte stukjes glas.

Veel, vooral Indische, bezoekers maar door de uitgestrektheid van het complex is dit geen probleem. We worden andemaal “overvallen” door vriendelijke Indiërs die met ons op de foto willen. Ik heb nog nooit zoveel sukses gehad bij (jonge) meisjes! Leuk! Een eindje verder speelt iemand in traditionele klederdracht op een soort sitar. Prachtige snor heeft de kerel.

Sitar speler met snor

Drie uur wandelen we door het Amber fort complex. Ook de omgeving is spectaculair: op letterlijk alle bergen rondom strekt zich één lange soort “Chinese muur” uit. Als verdediging kon dat tellen. Beneden in de vallei ligt een meertje met daarnaast de saffraan-tuin van het fort. En overal op de berghellingen zie je ruïnes en overblijfselen van tempels.

Heuvels met versterkingen op top

Maar nu verder naar Jaipur (spreek uit “Djeepoer”). En dat is duidelijk New Delhi niet! Weg de brede lanen en weelderige parken van New Delhi. Hier lijkt de complete chaos te regeren. Het verkeer loopt in de stad volledig vast. Opnieuw een helse kakafonie van claxongeluiden. Hier rijdt geen zinnige westerling zelf! De straat oversteken lijkt levensgevaarlijk maar toch gebeurt het … talrijk … maar ja, de Hindoes geloven dan ook in reïncarnatie! De hele stad moeten we door. We kijken onze ogen uit. Wat een bedrijvigheid. Volk, volk, volk!!!

Het Mariott hotel Jaipur ligt buiten de stad. Samen met nog een paar andere westerse hotels en wat bedrijfsgebouwen, geïsoleerd op een kaalgeslagen stuk terrein. Alleen een troep graatmagere koeien en evenveel schurftige honden lopen er rond een paar krotten. Extreme en trieste tegenstellingen kenmerken India!

En tot slot de dag afsluiten zoals we begonnen zijn: uitstekend buffet, avondmaal met als dessert – we zijn ten slotte in India – Doodh ke ladoo, Guiya en Rasmalai. Hmmm…

Diwali in Delhi, en nog zoveel meer.

11 november ’s avonds: onder ons ligt Delhi, in een vreemde, mistig oranje gloed. Naarmate het vliegtuig daalt, zien we daar beneden steeds meer en meer lichtflitsen. Wit, rood, blauw …. vuurwerk op tientallen, nee honderden plaatsen tegelijk. Diwali in India: feest van het licht!

Alles loopt gesmeerd op de Indira Gandhi International luchthaven: paspoortformaliteiten (niemand bekijkt onze e-visa), vingerafdrukken (wel nooit zonder probleempjes bij Betty), bagage zoeken die reeds in massa van de transportband is gehaald. Dan, spannend, de uitgang en zoeken naar iemand met een bordje met onze namen. Niet zo dadelijk gezien maar – na een telefoontje – vindt Betty “onze man” toch: kennismaking met Raju. Auto in en rijden, maar … al na 100 meter stoppen we weer. Raju is ons “welkomstpakket” vergeten: bloemenkrans om de nek, een rode stip op het voorhoofd en mierenzoete snoepjes. Opnieuw valt de mistige, rokerige smog op. Radju beweert dat de Diwali-vuurwerkpijlen de rook veroorzaken …

We rijden langs brede lanen, viervaks banen, langs de ambassade-wijk, tot in “Lutyens Delhi”, de nieuwe stad die hier zo’n honderd jaar geleden door de Engelsen is gebouwd. ’t Is middernacht, lokale tijd als we in ons hotel, The Claridges, arriveren. Inchecken en proberen te slapen want we hebben een 4,5 uur tijdsverschil te verwerken. Nog steeds zijn luide knallen te horen … Diwali in Delhi. Morgen is het vroeg dag.

… En ’s morgens hangt de wazige mist/rook er nog. We starten – na ontbijt – om 9u30. Raju voert ons naar de voet van “The Red Fort”. Ons plan is om te voet doorheen Chandni Chowk, de oude stad, te wandelen tot aan de Jama Mashid Moskee en dan terug. Raju zal ons 2u30 later terug op dezelfde plek oppikken. Maar Chandni Chowk is één groot gekkenhuis waar riksha’s, gemotoriseerd of met mankracht aangedreven, auto’s, bussen en een kleurrijke mensenmassa in alle richtingen bewegen tussen kramen, stalletjes, verkopers, bedelaars … En lawaai: alles één grote kakafonie. Bovendien lijkt het alsof de fietsriksha’s besloten hebben dat toeristen hier NIET wandelen: we worden honderden meters ver gevolgd door eerst één en uiteindelijk vijf riksha’s die aandringen om ons naar de Jama Mashid moskee te mogen voeren. Eerst voor 20 roepies (30 Eurocent?), dan zakt de prijs naar 10 roepies. Maar we blijven wandelen ondanks de vijf riksha’s en inmiddels ook drie bedelaars, en uiteindelijk druipen ze af … Net zoals de verkopers van alles en nog wat …

Drukke straat in Chandni Chowk.

Marktkraam met massa’ schoenen.

De Jama Mashid dan: grootste moskee van India. Tijd om de schoenen uit te trekken. Betty krijgt een groot soort doek of sjaal aan de ingang: moet ze zich zedig mee bedekken. Prachtig gebouw: vertikale stroken rode zandstenen wisselen af met wit marmer. Vier hoektorens, twee ajuinvormige koepels en twee minaretten. De zuidelijke minaret kan je in en op, wat we dan ook doen. De wenteltrap binnenin is steil en smal. Af en toe moet je jezelf tegen de muur plakken om een andere zweterige toerist te laten passeren. Het uitzicht over de krioelende oude stad is spectaculair maar de smog belet een nog grootser panorama. We rusten uit op het reusachtige binnenplein van de moskee … en worden plots op de foto gevraagd! Een Saoedisch gezin – vader, moeder en twee kleine kinderen – wil een foto van ons met hun twee kleuters. En dan nog één met de moeder bij … dan nog afwisselend één met de vader bij. Eigenaardig, maar wel leuk!

Jama Mashid moskee, vooraanzicht.

Terug door oud-Delhi, langs exotische eetkraampjes, schoenenverkopers, klerenkramen, groentenverkopers, velgenbazaars … langs iemand die tegen betaling oren kuist … langs bergen afval en slapende Indiërs, langs nog zoveel andere voor ons onwereldse dingen … terug naar de afspraak met Raju. Die brengt ons uit de drukte en de chaos naar New Delhi, via het gedenkteken voor Mahatma Ghandi, voor een westerse lunch (bruschetta en pizza) in een rustig restaurant.

Bovenaanzicht van drukke straat.

Slapende man op stootkar.

Mahatma Ghandi gedenkplaats.

’s Namiddags bezoeken we Humayun’s tomb, een UNESCO World Heritage site. Er is een aparte ticket-rij voor Indiërs – die betalen 10 roepies (zo’n 15 eurocent) – en een rij voor andere toeristen, die 250 roepies betalen! Maar die laatste rij is dan ook veel korter. Het graf van Humayun zelf, de tweede zogenaamde Mogol (=moslim) keizer van India uit de 16de eeuw is een gigantisch gebouw met een rechthoekige onderbouw – opnieuw rode zandsteen afgewisseld met witte marmer – boogingangen en bovenop het geheel een reusachtige koepel. Lijkt al zeer sterk op de Taj Mahal maar die is dan wel volledig in wit mamer. Rond het gebouw liggen nog vele andere grafmonumenten en/of grafpaleizen in een prachtig exotisch park van 12 hectaren. Betty wordt opnieuw op de foto gevraagd! Deze keer door een groepje jonge Indisch uitziende toeristen. Raar! We zijn toe aan uitrusten op het gazon met zicht op Humayun’s tomb …

Humayun's tomb hoofdgebouw.

India Gate triomfboog.

Onze laatse exploten dan voor vandaag: bezoek aan India gate, een triomfboog opgericht voor de Indiase soldaten die sneuvelden in “… France, Flanders, Mesopotamia …”. Ontzettend veel volk hier. Maar vandaag, 12 november blijkt een vrije dag te zijn. Opnieuw één of ander feest waarvan ik de naam helaas vergeten ben. Een nep-fakir met slangenmandje spreekt Betty aan … “Picture, picture” en prompt opent hij een mandje, speelt een deuntje op een eigenaardige fluit en daar verschijnt een brilslang, een cobra.

Man in het wit met fluit en cobra.

Ik wordt uitgenodigd om het mandje zelf vast te pakken en … de nep-fakir zet mandje en slang op mijn schouder en mijn hoofd. Kost ons 100 roepies voor de foto’s. Nog even met een kleurrijke familie Indiërs op de foto – dat wordt stilaan routine – en tot slot voert Raju ons nog langs de kaarsrechte boulevard, geïnspireerd op de Champs Elysées, tot aan President’s house voor een laatste foto-op.

Napraten doen we bij een Kingfisher biertje op de “lawn” van ons hotel. Fantastische dag. Delhi heeft ons bekoord! Morgen naar Jaipur.

Delhi, Rajasthan en Agra: reisroute.

Filmaffiche van “Der Tiger von Eschnapur”.

Begin van de jaren zestig uit de vorige eeuw. Een godvergeten dorpje in Vlaanderen. Maar wel een cinema-zaal: projectie alleen op zaterdag- en zondagavond. Op het programma: voor één keer geen western maar “Der Tiger von Eschnapur” van Fritz Lang. Kinderen toegelaten … mijn allereerste sterk geromantiseerde “kennismaking” met India. En d’er was nog een vervolgfilm, een week later … ook gezien.

Een aantal films (A Passage to India, Gandhi, Slumdog Millionaire, The Best Exotic Marigold Hotel – allemaal ideaal om wat “in de sfeer te komen”) en een halve eeuw verder: op naar India!

Zelf uitgestippeld en georganiseerd (door Betty vooral) want we reizen zoals steeds individueel. En dat uitstippelen heeft deze keer wat meer voeten in de aarde. “Wanneer” naar India reizen is gemakkelijk: niet tijdens de moesson (juni, juli, augustus) en niet tijdens de snikhete zomer (april tot oktober, met temperaturen tot ver boven de 30° tot 40° C) en niet tijdens de blijkbaar sombere wintermaanden (december tot februari). November dus of “Kartika” in Hindoe.

Auto huren en zelf rijden? Dat raadt zowat iedereen af. Dus wordt het een “auto met chauffeur”, gereserveerd via “India Individueel”. Benieuwd wat dat wordt … Hotels/verblijf reserveren levert weinig problemen op. Uiterst zelden wordt bij reservering een voorschot gevraagd. Reispas OK maar we hebben ook een visum nodig. Gelukkig kan dat sinds midden dit jaar via internet. Wel worden je “de pieren uit de neus gevraagd”: geloofsovertuiging (“geen” is niet één van de opties)? beroep? naam van vader? naam van moeder? militaire dienst? ooit in Pakistan geweest? … En je dokt nog altijd € 55 af … per persoon.

Op twee en een halve week kan je natuurlijk maar een deel(tje) van het gigantische continent bezoeken dat India in werkelijkheid is. Het land zelf is drie maal groter dan Europa en met 1,2 miljard Indiërs moet het alleen China laten voorgaan in de rangschikking per bevolkingsaantal. We vliegen rechtstreeks vanuit Brussel naar Delhi. Dus beginnen we onze rondrit van daaruit. ’t Wordt Rajasthan, het “land der koningen” en tevens de grootste deelstaat van India. En natuurlijk moeten we ook de Taj Mahal in Agra zien.

De reisroute.

Kaart met reisroute.Kaart van India met reisroute.

A. Delhi.

11 november: vlucht Brussel (10u20) – Delhi (22u50) met het Indische Jet Airways.

12 november: bezoek aan Delhi – veel te groot en veel te veel te zien voor één dag, dus misschien beperken tot “The Red Fort”, de Jama Masjid moskee en oud Delhi?

B. Jaipur.

13 november: op naar het zuidwesten, de deelstaat Rajasthan met hoofdstad Jaipur, roze stad, gesticht door radja Jai Singh II in 1727.

14 november: bezoek aan Jaipur met het Amber fort, het Paleis der Winden, de Jantar Mantar (observatorium uit de 18de eeuw), en zoveel meer.

C. Pushkar.

15 november: naar Pushkar (bij Ajmer), heilige stad van de Hindoes, die zich in deze periode opmaakt voor de jaarlijkse reusachtige kamelenmarkt.

D. Jodhpur.

16 november: vandaag nog verder naar het westen. Naar de woestijnstad Jodhpur, de blauwe stad (blauw= de kleur van de huizen van de Brahmanen).

17 november: een volledige dag tijd om het majestueuze Mehrangarh Fort, 120 meter boven de stad te bezoeken. Of de bazaars van de oude middeleeuwse stad…

E. Udaipur.

18 november: naar het zuiden: Udaipur, de stad waar mijn “Tiger von Echnapur” is opgenomen. Maar ook de James Bond film “Octopussy”.

19 en 20 november: twee volle dagen om de meest romantische plaats van India te bezoeken: Udaipur, de roze- en crème-kleurige stad. Het Pichola meer, het “City Palace”, het “Lake Palace”, de Jagdish tempel, haveli’s (herenhuizen), parken, oude straatjes …

F. Shahpura Bag.

21 november: we beginnen de terugtocht, richting Delhi, dus naar het oosten. Tevens laten we de steden voorlopig achter ons. Overnachting op het platteland, in Shahpura Bagh: volgens beschrijving, een authentieke Indische ervaring. Benieuwd!

G. Ranthambore.

22 november: op naar Ranthambore, het vroegere jachtgebied van de Maharadjas van Jaipur en nu nationaal park.

23 en 24 november: tijd om op tijger safari-jacht te gaan in Ranthambore. Maar geen nood als de tijger zich niet laat zien: d’er is een oud fort, er zijn pittoreske ruïnes en … neusberen, hyena’s, antilopes, wilde zwijnen, Indische mongoos, makaken, langoeren (ook een apensoort), krokodillen, cobra’s, python’s …

G. Agra.

25 november: we verlaten Rajasthan en het platteland: naar Agra.

26 november: zou één dag genoeg zijn om de Taj Mahal en het fort van Agra te bezoeken?

H. Terug naar Delhi.

27 november: terugreis naar Delhi. Misschien deze ochtend nog even de Taj Mahal bekijken? En deze middag nog een bezienswaardigheid in Delhi meepikken? Of is dat te ambitieus?

28 november: vlucht Delhi (03:00) – Brussel (7u50).

Kraanvogels in India!

Wat we waarschijnlijk en helaas niet zullen zien … Demoiselle kraanvogels kennen zowat de zwaarste jaarlijkse migratietocht van alle trekvogels ter wereld! Vanaf de vlaktes van Mongolië en China trekken ze in augustus-september in groep over de Himalaya, meer dan 8 km hoog, naar het zuiden om de winter in India door te brengen. In Kichan, een dorpje zo’n 150 km ten noordwesten van Jodhpur begonnen dorpelingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, eten te strooien voor de doortrekkende kraanvogels. Dat zijn ze tot op heden blijven doen. Resultaat: er overwinteren nu tienduizenden kraanvogels in de onmiddellijke omgeving van het dorpje.

De Demoiselle kraanvogel, Koonj in het Hindoe, komt prominent voor in literatuur, mythologie, muziek en afbeeldingen in Noord-India. Een elegante vrouw wordt eveneens een Koonj genoemd. En ook reizigers die een moeilijke of lange tocht maken zijn Koonj.

India, twee Koonj uit België komen er aan!

Vlag van India.

Krka Nationaal Park.

Iets na negen uur ’s ochtends staan we reeds in Skradin aan de ticket balie van het Krka nationaal park. “Where are you from?” vraagt de “ticket-meneer”. “From Belgium. And are you from Croatia?” Zo krijg je zelfs van een Kroaat een lach! Van aan het ticket-gebouw kan je langs de oever / het meer van de Krka-rivier naar de ingang van het park wandelen. Maar wij nemen de boot (inbegrepen in de toegangsprijs): vertrek om 10 uur, dus nog tijd voor een kava (koffie).

Skradinski Buk.

De hemel is bewolkt op deze 4de september. En inderdaad: tijdens de boottocht over het grote meer, druppelt het al … tot grote teleurstelling en frustratie van een Hollands meisje dat tegen haar vriend begint te zeuren over het slechte weer en dat ze daarvoor toch niet de polders ontvlucht zijn. Nog maar net zijn we in het park of er barst een ware plensbui los! Tijd dus voor een tweede kava en beschutting tegen de regen. Maar na een kwartiertje breekt een stralende zon alweer door de wolken en zien we … Skradinski Buk, een geheel van stroomversnellingen en watervallen over een lengte van zo’n 800 meter.

Waterval Skradinski Buk stort in het meer.

Net zoals in Plitvice: blauwgroene meertjes, glashelder water, mos, forellen, travertijn-rotsen. Alleen: minder volk, veel bredere paden, hier en daar rustbankjes, resten van oude watermolens … Kortom: wat ons betreft veel leuker dan Plitivice! Het wandelpad brengt ons in een lus langs beide zijden van de Krka-rivier. Alles samen een wandeling van ongeveer een uur, opnieuw onder een stralende zon.

Waterval tussen bomen en blauwgroen water.

Reeks opeenvolgende watervallen.

Terug aan het begin van de watervallen heb je opnieuw de keuze: boot naar Skradin of te voet. Wij kiezen voor de ongeveer 4 km lange wandeling terug langs de rand van het meer. Het pad ligt afwisselend in de schaduw en de zon en biedt prachtige “foto-ops” van het meer en de vallei … Beter dan vanop de boot.

Huis naast waterval.

Blauw meer met rechts bergwand.

Roski Slap.

Skradin zelf is ook een bezoekje waard met zijn kleine steegjes, middeleeuws aandoend pleintje, winkeltjes, bars ….

Na een vers geperst fruitsap (voor B.) en een halve liter Karlovacki (lokaal pilsbier – voor mij) rijden we zo’n 17 km verder door een onbewoond, groen berglandschap naar Roski Slap, nog steeds een deel van het nationaal park. Een werknemer van het nationaal park in lichtblauwe polo – hij ziet er een beetje uit als Novak Djokovic, de tennisser … maar dat is een Serviër – geeft ons een plannetje en wat uitleg bij de wandelingen die je hier kan doen. De watervalletjes zijn hier veel kleiner en het is er ook nog veel rustiger dan aan de Skadrinski Buk watervallen. Een 517 treden klim naar een grottenstelsel laten we voor wat het is want … we raken stilaan uitgeteld. We kiezen voor een korte en grotendeels vlakke wandeling van zo’n twintig minuten.

Boogbrug over meer.

Meer tussen rotswanden.

Terug aan de auto, zien we Djokovic nog altijd druk in de weer met uitleg geven. Hij merkt niet dat er plots een briefje van tien kuna uit zijn zak valt. Als we hem dat teruggeven is hij zeer verbaasd, weigert het eerst want denkt dat het niet van hem is of dat we hem een fooi willen geven (Kroaten nemen geen foorien aan!), maar uiteindelijk als hij beseft dat het uit zijn eigen zak komt, neemt hij het ten slotte toch aan. Lachend! Opnieuw een Kroatische lach!

Terug naar “huis” dan maar. Opvallend hier in deze streek tussen Skradin en de A1 autosnelweg: nog veel stukgeschoten en verlaten huizen. En plots zien we een groot plateau met dode bomen. De kruinen zijn verdwenen: alleen boomstompen staan nog recht. Wat een verwoesting. En dan zien we de borden waarvan sprake in mijn blogpost van 22 augustus: “Ne Prilazite”, “Niet betreden”. Mijnen. Dus toch nog …

Wit waarschuwingsbord voor landmijnen.

Op de snelweg rijden we een onweer tegemoet. Een reusachtige zwarte wolk met twee verdiepingen tekent zich af tegen de horizon. Even denken we daaraan te zullen ontsnappen maar tevergeefs: donder, bliksem en een striemend en kletterend regengordijn waardoor je geen vijftig meter ver meer ziet. Dat zorgt er alleszins voor dat we niet indommelen achter het stuur. En hoewel we het onweer na een kwartiertje achter ons laten, blijft alles de hele verdere avond vochtig en klam. “Big time” opnieuw voor de muggen waarvan we hier al voortdurend last hebben gehad (B. vooral).

Helaas, morgen terug naar huis. Misschien nog een klein omwegje naar Trogir, middeleeuws stadje dicht bij de luchthaven van Split.

Wat we hebben geleerd over Kroatië / Dalmatië:

  • Kroaten lijken wat stuurs en gesloten maar eigenlijk vallen ze best mee
  • Nooit hebben we ons hier onveilig gevoeld: dikwijls nonchalant lieten we camera of handtas op terrastafeltje of -stoel rondslingeren zonder enig probleem
  • Kroatië is goedkoop (1 Euro voor een espresso) en blijkbaar ook een “bestemming voor een jeugdig publiek”
  • Dalmatië is een aanrader voor de waterratten, zonnekloppers en strandliggers maar natuurschoon en kultuur zijn zeker de moeite om te ontdekken!

Trogir

De lucht is grijs en grauw. Het regent. Lage wolken trekken over. Op de temperatuur na zou het september in Vlaanderen kunnen zijn. De hele verdere 140 km tot Trogir blijft het regenen … Tot we Trogir binnen rijden. Mirakel: de zon breekt door de wolken.

Loggia en klokkentoren van Trogir.

Trogir is bijna een heruitgave van Šbenik. Even Italiaans, met even kleine en bochtige straatjes en een kerk in dezelfde stijl als de kathedraal van Šibenik. Met een kade en stadsmuren en verdedigingstoren. Alleen is Trogir vlak en niet tegen een helling gebouwd. Nog een laatste espresso en dan naar de luchthaven van Split. Maar op de valreep worden we gestopt door de Kroatische politie voor een routine-controle van papieren. Alles in orde.

En tot slot is de overrompeling en drukte op “Split-airport” nog erger dan bij aankomst. Aan alle zeven “gates” zijn alle stoeltjes bezet, zitten mensen op de vloer of drummen rond. Op alle trappen zitten mensen. Rijen aan de toiletten, rijen aan elk van de twee bars met drank en broodjes, rijen aan .. alles en overal. Zelfs B. gaat er uiteindelijk van op de vloer zitten!

Split: een luchthaven om te mijden!

P.S. In 2019 is de luchthaven van Split uitgebreid en gemoderniseerd. De vroegere problemen zijn naar verluid verleden tijd.

Kroatië – epiloog.

Als afsluiter van de reis: een kaartje met aanduiding van de bezochte plaatsen.

Šibenik.

Šibenik ligt halfweg tussen Zadar en Split. Zo’n half uurtje “bollen” vanuit Zadar. Parkeren doen we – na een klein rondje oude stad – op de grote betaalparking aan de aanlegsteiger van de veerboten. In de stad zelf is geen plekje vrij: er wordt op zijn Italiaans geparkeerd, dat wil zeggen, overal waar er plaats is en overal waar er geen plaats is!

Šibenik doet trouwens zeer Italiaans aan (eeuwenlange Venetiaanse invloed). Smalle kronkelende straatjes (gezelliger dan de dambordstructuur van Zadar). Pleintjes en gebouwen zo weggerukt uit Toscane. Huizen in verschillende verdiepingen, aanleunend tegen de helling tegenover de baai.

Parel aan de kroon is de Sint-Jacobs kathedraal, Unesco werelderfgoed! Ben zelf geen enthousiaste liefhebber van kerken maar deze ziet er van buiten heel origineel uit, ondanks de combinatie van stijlen. Je betaalt (een peulschil – 10 kuna) om de kerk van binnen te bezichtigen maar je krijgt wel een handige brochure in het Nederlands! Doopvont is een absolute must. En je brochure geeft ook degelijke uitleg over de buitenkant. Alleen spijtig dat de koepel (opnieuw of nog steeds?) wordt gerestaureerd op dit moment. Tijdens de zogenaamde “vaderlandse oorlog” (1991 – 1995) werd de koepel door een granaat getroffen. Een bronzen deur in de noordgevel draagt ook nog steeds de sporen van die oorlog: zeven kogelgaten!

Flaneren in de straatjes van Šibenik moet je doen. En vooral de minder toeristische steegjes nemen …. waar de was nog over de straat te drogen hangt en katten, ineengerold, de dag voorbij slapen. Na een stevige klim bij meer dan 30° C (maar de smalle straatjes zijn koeler) komen we bij het Sint-Michaëlsfort. Tien kuna, minder dan anderhalve Euro, volgens onze reisgids van 2015. Maar we dokken 35 kuna per persoon af! Waarom wordt ons echter al vlug duidelijk: na 2 jaar intense restauratie – met unieke integratie van moderne elementen binnenin, onder andere een amfitheater van 1.077 plaatsen! – is het fort nu opnieuw open voor het publiek. Zowel voor de restauratie als voor het unieke panorama op de stad en de eilandjes in de Adriatische zee, is een bezoek aan het fort een absolute aanrader.

Lunchen doen we op het terras van Gradska Vijecnica, voormalig stadhuis, op het plein tegenover de kathedraal. Aanbevolen: steak tartaar, een lokale specialiteit. En ondertussen een beetje “toeristje kijken” …

Vanavond in de Plodine van Zadar een flesje rosé “suho” (= droog) van Šibenik gekocht … herinnering aan de meest Italiaanse stad van de Dalmatische kust.

Vis

In elk restaurant van Dalmatië staat een selectie vis op het menu. Maar er is nergens, in geen enkele stad of geen enkel dorp een viswinkel te bespeuren! Er wordt hier door lokale vissers zo goed als elke nacht gevist. Die vangst wordt in de vroege morgen aan land gebracht, bij voorbeeld om zes uur aan de kade van de vismarkt van Zadar. Daar wordt de vis al onmiddellijk opgekocht door restaurants of … is al gereserveerd door particulieren die “een visser kennen”. Het weinige wat overblijft – doorgaans mindere kwaliteit – gaat naar de hele grote supermarktketens.

Opgetekend uit de mond van Marino van Zadar.

Geen verse vis dus om zelf klaar te maken, tenzij … we bereid zijn om zes uur aan de visserskade van Zadar te staan. Helaas, onze dagen zitten nu al eivol …