Zimbabwe 2014 – Boodschappers van de goden

Al sinds 1500 fluisteren Portugese kolonialisten in Zuid-Oost Afrika over goudmijnen en een reusachtig mythisch complex van stenen gebouwen in het Afrikaanse binnenland. Een spectaculaire legende voor een streek waar de lokale Shona alleen maar in rondavels leven?

Het duurt tot 1867 vooraleer ene Adam Renders, een verlopen jager/avonturier van Duits-Amerikaanse origine – hij bevocht met de boeren-voortrekkers de Engelsen, was getrouwd met de dochter van Andries Pretorius (ja, die waar Pretoria naar genoemd is) maar liet vrouw en kinderen in de steek om boven de Limpopo in de wildernis te gaan jagen – tot die avonturier dus toevallig op de ruïnes van Groot Zimbabwe stootte en … er verder koppig over zweeg. Een paar jaar later ontmoet hij een zekere Karl Mauch, geograaf, ook Duitser, ook avonturier maar in tegenstelling tot Renders gedreven door een brandende ambitie en uit op eeuwige roem. Die komt er in 1871 als Mauch als tweede blanke, samen met Renders de ruïnes van Groot Zimbabwe overschouwt. Prompt stuurt hij het verhaal de wereld in dat dit een copie is van de tempel van Salomon en dus door blanken is gebouwd. Waarop de romantische 19de eeuw lustig voort borduurt en besluit dat dit misschien wel de resten zijn van een verloren gewaande bijbelse stad, of een tempel van de koningin van Sheba.

Hoe dan ook, jaren houdt de mythe stand dat dit een stad was van duizenden jaren oud, gebouwd door blanken … en dat de blanken dus eerder in zuidelijk Afrika waren dan alle andere volkeren … wat voorstanders van apartheid goed uitkomt, tot diep in de twintigste eeuw. Nog onder het apartheidsbewind van Ian Smith in de jaren zeventig van de vorige eeuw, was het verboden om iets anders te beweren dan dat Groot Zimbabwe door blanken is gebouwd. Ondertussen weten we wel beter … zeker voor wat betreft de oorsprong van Groot Zimbabwe (gebouwd door voorouders van de Shona vanaf de 11de eeuw) en – mogen we hopen – ook voor wat betreft de zogenaamde superioriteit van het blanke ras.

Bateleur-arend in speksteen op sokkel.

Standbeelden van een bateleur arend – alle identiek – bewaakten ooit de gigantische muren van Groot Zimbabwe. Bateleur is een Frans woord, nog het best te vertalen als evenwichtskunstenaar of koorddanser. De bateleur arend heeft een heel korte staart waardoor het lijkt alsof hij “waggelt” in de vlucht, net zoals een koorddanser op een touw. Diverse schattenjagers vonden in de Groot Zimbabwe ruïnes in totaal acht van die beelden, gemaakt uit speksteen, een mineraal gesteente van vulkanische oorsprong. De Shona beschouwen ze als boodschappers van de goden. Volgens de legende zal er alleen maar echte vrede en rust zijn in Zimbabwe als de 8 boodschappers opnieuw in het land zijn. Dus … hoe staat het er nu mee? Waar zijn ze?

Slechts ėėn van de 8 beelden is altijd in Zimbabwe gebleven. Een tweede beeld werd naar Cecil Rhodes gestuurd (Rhodes is de 19de eeuwse stichter van Rhodesië zoals Zimbabwe tot 1981 heette), naar zijn huis in Kaapstad en het bevindt zich daar nog steeds! Rhodes kon de hand leggen op nog eens vijf vogels (hij was niet bepaald armlastig) en deze vijf bleven eveneens lange tijd in Zuid-Afrika maar werden bij de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1981 terug gegeven. De achtste vogel – eigenlijk meer een overblijvend stuk ervan en dan nog grotendeels de sokkel – kwam in handen van een Duitse missionaris. Die verkocht zijn vondst aan het etnologisch museum in Berlijn. Na WO II belandde het als oorlogsbuit in het Russische Sint-Petersburg om bij het einde van de koude oorlog terug te keren naar Berlijn. Uiteindelijk is dit stuk in 2003 terug gekeerd naar Zimbabwe, als “tijdelijke” uitleen door het Duitse museum.

Maar de Zimbabwaanse bateleur arend vind je ook terug op de vlag van Zimbabwe.
De rode ster op de achtergrond symboliseert de strijd voor vrijheid en vrede. De groene strepen symboliseren het groene, vruchtbare land, de gele strepen de mineralen in de bodem, de rode staan voor het bloed vergoten in de strijd voor onafhankelijkheid en de ene zwarte band … symboliseert de bevolking van het land … zwart … nu alleen maar zwart?

Misschien zien we de bateleur arend in Zimbabwe wel “live”. En zoniet, dan zien we hem wel op de vlag die vermoedelijk overal prominent aanwezig zal zijn als boodschapper van ???

Vlag van Zimbabwe in groen, geel, rood, wit.

Zimbabwe 2014: De reisroute … en de links!

Nee, je kan niet zeggen dat de spanning voor onze reis naar Zuid-Afrika/Zimbabwe nu al – ruim meer dan twee maanden voor het vertrek naar Johannesburg – begint op te lopen. Maar als je tijdens het lange weekend van 15 augustus de zware regenwolken ziet overschuiven en de thermometer 13°C aanwijst … ja, dan dwalen de gedachten al wat sneller af naar Afrika. De reisroute dus bekijken!

Kaart van Zimbabwe met reisroute.

We vliegen van Zaventem, via Frankfurt naar Johannesburg en hopen daar op de Oliver Tambo luchthaven te worden opgewacht door de Bushtrackers – autoverhuur – voor een „meet and greet” EN … het in ontvangst nemen van onze 4×4. Dat beestje wordt hopelijk voor drie weken onze betrouwbare metgezel die, net zoals een muilezel met wat hooi en gras verder kan en alleen maar sporadisch onze aandacht vraagt om bij te tanken.

De eerste rit mag niet te zwaar zijn. We hebben er dan immers een hele nacht vliegen op zitten, met of zonder (veel) slaap. Eigenlijk moeten we zo snel mogelijk naar de Zuid-Afrikaans-Zimbabwaanse grens maar in één keer zal ons dat niet lukken. We maken van de nood een deugd en overnachten na zo’n kleine 300 km in Amatava lodge, dicht bij Polokwane (dat heette tien jaar geleden bij onze eerste bezoeken aan Zuid-Afrika nog Pietersburg).

De volgende dag trekken we naar Mapungubwe National Park voor een twee-dagen verblijf. Dit brengt ons al middenin het culturele aspect van deze reis. Want wie dacht daar „Afrika, alleen natuur”? Die heeft het mis voor. Ten tijde van de middeleeuwen, op het hoogtepunt van de Inca en Maya-cultuur in Zuid-Amerika, bloeide er ook in zuidelijk Afrika een hoog ontwikkelde beschaving. Waarom dit dan niet of zo weinig bekend is in de Westerse wereld komt later nog wel aan bod (zoek een keer op de Nederlandse Wikipedia site Mapungubwe op en verbaas u over het weinige dat er staat beschreven). Mapungubwe is de voorloper van Groot Zimbabwe en was reeds een hoog ontwikkelde staat, gesticht door de voorouders van de Shona, nu de belangrijkste bevolkingsgroep van Zimbabwe. Het dreef handel in ivoor en goud met Egypte en China. Van de talrijke archeologische vondsten is een gouden beeldje van een neushoorn het meest bekende.

Dinsdag 11 november: als alles goed gaat tot hier, trekken we de grens met Zimbabwe over langs de beruchte Beitbridge grenspost. Veel keuze van grensovergangen is er trouwens niet. Hele blogs en internet-fora zijn vol geschreven over „Crossing the border at Beitbridge”. Wachttijden van een paar uur zijn er blijkbaar niet ongewoon. Duimen maar … en als het ons lukt komen we, hopelijk voor de nacht valt, aan Big Cave Camp” in Matobo National Park.

Volgens een oude „rough guide” (Zimbabwe and Botwsana, uitgave 1993) is Matobo (oude naam: Matopos) een „… place of incredible power and beauty. Here … the descendants of Zimbabwe’s earliest hunter-gatherer inhabitants painted elegant images on the walls of overhangs and in … caves”.

Hier moeten we ook de ruïnes van de beschaving die overbleef na het teloor gaan van Groot Zimbabwe zien. En er is het graf van Cecil Rhodes, de stichter van Rhodesïe, zoals Zimbabwe tot aan de onafhankelijkheid in 1980 heette.

Op vrijdag 14 november schuiven we de cultuur even opzij voor puur natuur beleving: op naar het grootste en meest bekende natuurpark van Zimbabwe: Hwange (uit te spreken als “wangee”), zo’n kleine 400 km meer naar het noorden waar we drie nachten in Camp Hwange zitten.

En na die drie dagen Hwange moeten we klaar zijn om nog noordelijker te trekken: naar de grens met Zambia en Victoria Falls („Vic Falls” voor de „locals”). We verblijven er in self-catering Lokhutula Lodge. Benieuwd of de Victoria watervallen inderdaad zo spectaculair zijn als iedereen beweert en schrijft.

We zullen hier zowat halfweg onze tocht en onze vakantie zitten, dus tijd om – op de landkaart bekeken – weer „af te dalen” (= naar het zuiden trekken). Als afwisseling overnachten we 2 keer in Bulawayo, de tweede grootste stad van Zimbabwe. Tevens wordt dit de „koninginnerit” van onze hele reis: zo’n 450 km – vermoedelijk doen we daar ruim meer dan 7 uur over. En hopelijk valt Sondela Guest House in Bulawayo mee – bestaat inmiddels (2022) niet meer.

Laten we dan daarna naar het westen trekken voor het absolute culturele hoogtepunt van deze reis: Great Zimbabwe! We logeren twee nachten in het dichtstbijzijnde stadje: Masvingo, in de „Lodge at the ancient city”. Meer over Great Zimbabwe in een latere, aparte blog.

Als het al duidelijk is dat Great Zimbabwe het culturele hoogtepunt is, is dat wat betreft natuur veel minder het geval. Zal het Hwange zijn? Of de Victoria watervallen of – waar we nu heen trekken – in het westen, dicht bij de grens met Mozambique: de Cholojo Cliffs. We verblijven er in Chilo Gorge Safari Lodge … onze laatste 3 dagen in Zimbabwe.

Maar … we hebben nog wat te goed. Van Chilo Gorge tot Johannesburg is het nog minstens 800 km: niet in één keer te overbruggen (we moeten trouwens opnieuw langs die ene grensovergang, Beitbridge, passeren). Dus sluiten we onze vakantie af in de Zuid-Afrikaanse Limpopo provincie in de Bed and Breakfast „Madi a Thavi”.

Zal onze Afrika-honger hiermee gestild zijn? Weddenschappen zijn nu open … uiteindelijke oordeel: eind november 2014.

Maar als afsluiter nog een paar Afrikaanse spreuken:

  • Als het geluk met u is … waarom al die haast? En als het niet met u is ….. waarom al die haast?
  • Laat je liefde zijn als motregen: kleine druppeltjes die de Limpopo doen overstromen.
  • Wanneer in de savanne een ouderling sterft, verdwijnt een bibliotheek.

Zimbabwe 2014 – Inleiding.

„Het is aangewezen altijd waakzaam te blijven en … zeker geen politieke meningen te uiten in het openbaar of politieke activiteiten te ondernemen.”

„Hoewel de cholera epidemie in het land en de grensgebieden met de buurlanden gestabiliseerd is, is het nog steeds aan te raden de hygiënische voorzorgsmaatregelen nauwlettend te volgen.”

„Gewapende carjackings of berovingen van mensen in voertuigen … worden dikwijls gesignaleerd op de weg … tussen Masvingo en Beitbridge.”

Afgaande op de reisadviezen van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken is Zimbabwe niet echt voor de „faint of heart”. En onze buurlanden doen er in hun reisadviezen nog een schepje bovenop: „Mocht de president overlijden, dan kan er een onrustige periode ontstaan.” (Nederlands reisadvies) Die president wordt dit jaar 90! „… Keep your security arrangements under close review … and have a contingency plan in case you need to leave at short notice.” (Reisadvies Verenigd Koninkrijk) „Au passage des barrages routiers tenus par la police … éviter tout mouvement d’humeur, ou d’impatience.” (Reisadvies Frankrijk

Toch is onze reis in kannen en kruiken. Vertrek op vrijdag 7 november, terug op zaterdag 29 november. Drie weken. De herfst/winter ontvluchten? Nee, het avontuur opzoeken in Afrika! Maar gecontroleerd … geen overbodige risico’s. Altijd goed uit de doppen kijken. Op je hoede zijn … zoals de zebra’s, wildebeest en giraffe. En we zijn met vijf volwassenen … alhoewel …

Evelien (dochter) heeft van een collega een paar oude reisboeken geleend. Het „Reishandboek Zimbabwe” van Jan Wasmus, uitgave 1995 is lovend en optimistisch over het land. Dixit dit boek is de levensverwachting in Zimbabwe gemiddeld 57 jaar, één van de hoogste in Afrika (nu +/- 47 jaar), zijn er ongeveer 9 miljoen inwoners wat in de volgende twintig jaar (vanaf 1995 te rekenen) zou verdubbelen (er zijn nu 13.5 miljoen inwoners) en is Zimbabwe één van de meest welvarende en veelbelovende landen van zuidelijk Afrika (en nu?).

Hoe en door wie is dan tot deze reis beslist? Deels door toevallige omstandigheden, maar vooral door manipulatie en door David (zoon).

Betty (vrouw) en ik zijn Afrika-fanaten (geworden) en hebben reeds verschillende keren Zuid-Afrika, Namibië en Lesotho bezocht, al dan niet met zoon, dochter en schoonzoon (Stijn). En voor dit jaar was het veilige en rustige Botswana uitgekozen.

De omstandigheden: zoals gewoonlijk begint onze reis- en planning-experte (Betty) maanden op voorhand aan de organisatie. Bezienswaardigheden identificeren, rondrit plannen, lodges en ander verblijf vastleggen, vliegtickets, huurauto … Wat blijkt? Botswana is moeilijk individueel met auto te bereizen: de Okavango-delta ligt als een niet-doorkruisbaar groot obstakel in het midden van het land. Dat zou voortdurend rondrijden worden, gigantisch aantal kilometers en bovendien … nog een probleem … weinig mogelijkheid tot self-catering en peperdure lodges!

Dan bestelt David „toevallig” de Bradt guide over Zimbabwe en laat die dan ook nog op ons thuisadres leveren (niet op zijn eigen adres want „Ah ja, hij is overdag nooit thuis”). En bovendien neemt hij zijn boek ook niet mee naar huis maar laat hij het bij ons „rondslingeren”. Als ten slotte Betty ook nog snel en gemakkelijk allerlei self-catering mogelijkheden vindt in Zimbabwe en betaalbare lodges (nou ja) is de beslissing zo goed als genomen. Bovendien: hier ligt Great Zimbabwe, een voor de meeste Europeanen ongekend stuk erfgoed, overblijfselen van het grootste stenen bouwwerk ooit gemaakt ten zuiden van de Sahara, prachtig beschreven door James Michener in „The Convenant”.

Blijven nog morele bezwaren …. die de Bradt-guide vakkundig wegredeneert: zeer veilig land om te reizen met vriendelijke, maar zeer arme bevolking die nog het meest zal profiteren van elke Amerikaanse dollar (Zimbabwe heeft geen eigen munt meer) die een toerist in hun land binnen brengt.

Vandaar … onze tocht ligt vast. Ondanks de reisadviezen, ondanks al het negatieve waarmee Zimbabwe de laatste decennia in het nieuws kwam, ondanks de recente Ebola-epidemie in West-Afrika.

Nkosi sikelel’ iAfrika!
(God zegene Afrika)

Zimbabwe, here we come!

Peru – Epiloog.

8 september, 2013.

De terugkeer. Zeeën van tijd: ons vliegtuig terug naar Madrid vertrekt pas om 19u45. Dus rustig ontbijten. Pakken maken. Uitchecken. ’t Is 9u30 als we de parking van het hotel afrijden richting Lima, minder dan 300 km. Misschien kunnen we nog de ruïnes van Pachamac, op een kleine 40 km van Lima bezoeken?

We rijden nog steeds langs de kust door de woestijn, afgewisseld met oases waar druk aan landbouw wordt gedaan: artisjokken zien we, veel maïs (voor menselijke consumptie) ook. We schieten goed op. Moeten toch een keer “peaje”, tol betalen: 11 soles, wat veel is. Dat hebben we hier wel meer moeten doen maar de prijs lag toen tussen de 3.5 en 7.5 soles. Hoewel, in de richting Lima konden we dikwijls zonder betalen verder rijden want geen controleur in de tol-kiosk.

We missen de afrit naar Pachamac. Stond natuurlijk nergens aangeduid, zoals trouwens niets hier in Peru aangeduid staat. Wegwijzers … het is nog een onontgonnen business in Peru!

Dus rustig verder naar de luchthaven? Het lot en onze GPS beslist er anders over. De agglomeratie van Lima lijkt gigantisch groot, stoffig, vervallen. Huisjes, opnieuw meer “kot” dan “huis”, tegen berghellingen aan geplakt. De éénbaansweg wordt twee, drie, zelfs vier rijstroken. We rijden nu Lima zelf binnen. Geen enkele aanwijzing voor luchthaven! Noch voor iets anders trouwens, behalve afslagen met namen van avenida’s. GPS dan maar volgen … de vierbaansweg wordt opnieuw twee rijstroken en dan … geen stroken meer. We blijken dwars door het centrum van Lima te rijden. Juliaca bis! We komen door achterbuurten, langs markten, tussen schrootbergen, autokerkhoven. Omstuwd dor collectivo’s die voortdurend stoppen en weer vertrekken. Files, opstopping, getoeter, mensenmassa’s op straat!  Stapvoets vooruit!

Lima, Peru

Kijk daar, de klokkentoren van de Parque Universitario. Die herkennen we van onze dag één in Lima. En daar … we rijden over de Plaza San Martin. We zitten dus duidelijk midden in het centrum van Lima. Voort rijden aan slakkegangetje. Plaats opeisen tegenover de vele taxi’s en collectivo’s. En uiteindelijk toch … na lange tijd … een eerste aanwijzing voor de aeropuerto!

Gehaald! Hoewel … de auto afleveren is ook nog een klus: we rijden de Hertz parking blijkbaar langs de verkeerde kant op. Dan blijkt dat ze niet voorzien zijn op een huurauto uit Cusco. Dus moeten we het Hertz kantoor in de luchthaven eerst opzoeken. Auto achter laten. Hertz kantoor blijkt in de aankomsthal te zijn waar we normaal gezien niet in kunnen. Met security spreken: OK, we mogen door. Uiteindelijk raken we dus toch bij het kantoor, waarna alles vlot gaat. ’t Is echter al 14u30 als we met onze valiezen klaar staan in de inkomsthal van het vliegveld. We mogen er niet aan denken dat we eerst nog Pachamac hadden bezocht!

Rental Car, Lima, Peru

Peru – Epiloog.

Bij het nalezen en verbeteren van dit reisverslag komt bij mij de – niet eens zo originele – bedenking op dat we allemaal voortdurend onderweg zijn. Van A naar B. Soms, meestal veel te gehaast zoals de collectivo’s die ons in de Andes voorbij raasden. Maar de kunst is natuurlijk niet om in het ultieme eindpunt B te geraken. Daar komen we allemaal uiteindelijk wel. Noch om zo snel mogelijk in B te arriveren. En ook niet om, als B in zicht komt, de weg nodeloos lang, moeilijk en pijnlijk te maken. De “truc” bestaat er in om te genieten van het onderweg zijn, van de reis zelf. Op weg van A naar B is dat misschien net iets leuker en gemakkelijker als B meereist …

Cusquea Beer, Peru

Tambo Colorado.

7 september, 2013.

Zeven uur: loopje op blote voeten langs het strand. ’t Is er al een grote bedrijvigheid van al wat vliegt en op of rond het water leeft. Opletten voor de tientallen en tientallen kwallen die hier blijkbaar bij hoogtij aanspoelen. ’t Zijn 30 cm diameter grote exemplaren met tentakels van waarschijnlijk een kleine meter. Rode, bruingele of doorschijnende. Een kleine, dooie rog is aangespoeld.

Jelly Fish, Paracas, Peru

Vandaag bezoeken we de ruïnes van Tambo Colorado, zo’n veertig kilometer verder het binnenland in, waar de Pisco rivier uit het gebergte de smalle kuststrook binnen stroomt. Tambo Colorado of Puka Tampu in de quetcha-taal wordt zo genoemd omwille van de rode kleur die de gebouwen oorspronkelijk hadden. Tambo Colorado was een zogenaamd administratief centrum van de Inca’s, gebouwd omstreeks 1470. Het is één van de best bewaarde ruïnes aan de zuidkust van Peru. Het geheel ziet er inderdaad indrukwekkend uit, uitgestrekt langs een bergflank, een honderdtal meter lang. De oorspronkelijk rode kleur is op zo goed als volledig verdwenen. Hier en daar is nog een likje rood overgebleven. Maar het kleine bezoekerscentrum toont op tekening hoe de gebouwen er waarschijnlijk oorspronkelijk hebben uitgezien.

Tambo Colorada, Peru

Verdwalen – dat is bijna letterlijk te nemen – in de smalle steegjes en hoekjes van het complex. Het doet een beetje denken aan een kashba in Marokko. Rondkuieren en bewondering voelen opkomen voor de Inca’s als bouwmeesters. Maar een goed overzicht van de site krijg je pas vanop afstand. Dus een bergpad aan de zijkant even opklauteren om foto’s te nemen. Naast de site staat één huis, een privé “woning”. Zoals de meeste huizen hier: lemen wanden, golfplaten dak of dak van riet, schapen voor de deur, rommel … ook maar – discreet – foto nemen.

Tambo Colorado, Peru

Tambo Colorado, Peru

Tambo Colorado, Peru

Tambo Colorado, Peru

En ongelooflijk maar we zijn hier alleen als toeristen, of toch zo goed als: d’er is nog één iemand, uit een collectivo gestapt toen wij hier ook aankwamen.

Als we, na een bezoek van ruim anderhalf uur willen wegrijden, komt de andere toerist ook net uit de site. Of we de richting van Pisco uitgaan, vraagt hij in het Engels. Ja, inderdaad. Dat stadje dachten we te bezoeken dus … “hop in, man”. De toerist blijkt een Amerikaan uit Californië te zijn, een grote, jonge kerel. Hij heeft twee maanden gratis Engelse les gegeven in Chili. Nu is hij aan het terugkeren via Peru en Colombia waar hij uiteindelijk toch het vliegtuig naar huis zal nemen. Dus wisselen we reiservaringen uit. Hij is een “backpacker” die – met zijn broer – al liftend en met openbaar vervoer zijn weg zoekt. Op mijn vraag of hij Peru nu een gevaarlijk land vindt, antwoordt hij bijna zoals de reisgidsen: ’t is gevaarlijk, je moet goed opletten maar zelf heeft hij nooit iets gevaarlijks gezien of meegemaakt. Met een “SUV” – doelend op onze auto – loopt je natuurlijk minder risico beweert hij. ’t Gevaar is op markten en bij busplaatsen. En natuurlijk als je de prijs vraagt als je de collectivo neemt dan geef je meteen aan dat je die prijs niet kent: iet of wat Peruviaan zal je dan onmiddellijk het dubbele aanrekenen. Maar dat is dan nog altijd een habbekrats voor ons …

We rijden Pisco binnen, een stadje wat zwaar te lijden heeft gehad onder de aardbeving van 2007. Soms is het er aan te zien, soms ook niet: ’t is hier opnieuw de ons nu al bekende verzameling van koten, sloppen, vervallen huizen, rommel, stof.

We zetten onze Amerikaan af op een hoek waar hij de straat van zijn hotel herkent. Rijden door tot de Plaza de Armas waar naast de door de aardbeving zwaar beschadigde kerk een nieuwe, moderne kerk staat. Geen parkeermogelijkheid, de klassieke drukte met driewielertaxi’s, auto’s, collectivo’s waar iemand uit hangt die de bestemming schreeuwt … Kijken mekaar aan en … besluiten door te rijden naar El Chaco, veel leuker en gezelliger, en daar te lunchen.

Pisco, Peru

Pisco Church, Peru

’s Namiddags wat luieren aan het strand in ons hotel. Nog even wandelen langs de vloedlijn tot aan en in het Paracas Parque Nacional. En daar … als kers op de taart: twee flamingo’s, een zeldzaamheid in deze tijd van het jaar. Chileense flamingo’s bevolken de kusten van Paracas in groten getale van juni tot augustus. Zijn de twee die we gespot hebben de laatste vertrekkers?

Flamingo’s, Paracas, Peru

Paracas, Peru