Aegae.

1 mei 2024.

Dag van de arbeid, 1 mei: laten we er aan beginnen.

Aegae (weet niet hoe je het uitspreekt, in het Engels “Aigai”) – was de eerste hoofdstad van Macedonië. De ruïnes ervan werden pas in de tweede helft van de twintigste eeuw herontdekt en het spectaculairste deel, het graf van koning Philippos II, vader van Alexander de Grote, pas in 1977. De ”Egeïsche Zee” tussen Griekenland en Turkije is de zee van Aegae en dat Aegae ligt op 5 km van ons hotel …

Zover geraken we niet in één keer: amper 3 km van Estate Kalaitzis ligt het “Polycentric museum van Aigai”. Om van achterover te vallen: groot, modern gebouw in wit marmer met enorme, zeer heldere tentoonstellingsruimten. Duizenden voorwerpen uit de koningsgraven worden er professioneel tentoon gesteld. Gewoon indrukwekkend. Prijs: 8 € per 65 plusser, maar daar is bezoek aan de koningsgraven van Aegae inbegrepen.

Op naar Vergina, zoals het stadje waar Aegae lag nu heet. Vanaf een grote parking is het nog een paar honderd meter stappen tot de koninklijke graven. Een oude Griek roept ons luidkeels toe: hij verkoopt appelen en we “moeten” proeven … inderdaad heerlijk. Maar we willen eerst de graven zien. Geen nood, de Griek wijst de weg met brede armbewegingen en luid, voor ons onverstaanbaar geroep.

De graven van Philippos II en zijn vrouw (?) of concubine (?) en van een prins liggen onder een grote tumulus. Verbazingwekkend maar het ondergrondse geheel is zo groot dat je er kan rondwandelen zoals in een museum. Ten minste als je ogen aangepast zijn aan de minimale verlichting, niet evident als je uit het felle zonlicht komt. Laten we de foto’s maar voor zichzelf spreken …

Terug naar de auto: van ver roept Appelman ons al toe. We zijn hier echter nog niet klaar: te voet naar het 700 meter verder gelegen theater en ruïne van koninklijk paleis, langs een stijgende verkeersarme asfaltweg. Gelukkig is het nog niet te warm, tussen de 25 en 27 ° C (schatting).

Wie het theater van Epidaurus heeft gezien, is zwaar ontgoocheld door het theater van Aegae, anderen overigens ook: het “theater” is niet meer dan een cirkel met amper één of twee rijen zitplaatsen. De rest is van de helling verdwenen. Gelukkig maakt de ruïne van het paleis van Philippos II veel goed. Alhoewel … ook daar moet je er niet te veel van voorstellen. Maar er zijn wel nog rechtop staande Dorische en Ionische zuilen en het grondplan is bewaard en gedeeltelijk gerestaureerd. Toch fotogeniek. Bovendien laten nachtegalen zich ook hier horen, op dit late middaguur! Waarom heten die eigenlijk nachtegaal?

Terug naar de auto waar we niet ontsnappen aan Appelman en opnieuw proeven. We willen vijf appelen. Dat kan niet: het moet één kilo zijn voor 2,5 € en één kilo is … zeven appelen. OK dan maar. Appelman gooit er nog drie appelen van een andere soort gratis bovenop. Als dankbaarheid geef ik hem 3 € en wuif het wisselgeld weg waarop Appelman er nog eens vijf gratis appels bovenop gooit. Morgen moeten we appelmoes maken!🙄

Nog eventjes langs de ene verkeersarme straat van Vergina wandelen – veel taberna’s en winkeltjes – en we kunnen verder. Naar de kapel van Agios (=heilige) Demetrios, opnieuw 5 km verder en goed verscholen op een afgelegen berghelling tussen kiwi-aanplantingen. Volledig verlaten, op een in het zwart geklede “bewaakster” van de kapel na. Die vertelt ons dat we binnen in geen geval mogen fotograferen. Spijtig, want de volledige binnenkant is beschilderd met bijbelse figuren en taferelen in nog altijd sprankelende kleuren. Indrukwekkend en … verleidelijk om toch een foto te nemen. Moeilijk om dat discreet te doen want de bewaakster volgt ons op de voet en … ze is met een ferme wandelstok gewapend. Stiekem toch gelukt! Blij dat we deze 16de-eeuws kapel hebben gevonden.

Genoeg “gewerkt” voor vandaag: we keren terug naar ons hotel … waar we niet aan de verleiding kunnen weerstaan om via het bos naar Metoxi te wandelen. Een kerk, een tiental huizen, een monumentje ter ere van de oprichters van het dorp (1925) EN een taberna, meer is er niet. Genoeg om op het terras van die lokale taberna een “frappé” te drinken. Vijf mannen zitten druk pratend aan een tafeltje. Voortdurend wordt hun eten gebracht: frieten, salades … We worden druk en nadrukkelijk bekeken – hier moet zelden een toerist komen – en we kijken druk terug.

Nu nog de berghelling terug op naar “huis”; 11 km gewandeld vandaag; morgen verhuizen we!

Macedonië: natuur (Edessa) en cultuur (Pella).

30 april 2024.

7u07: Tijd voor een ochtendjogging: eventjes omhoog de beboste berg op, dan een breed pad langs de hellingen volgen, helemaal in ‘t groen; geen teken van bewoning meer te zien. Wel veel bloemen: gele, paarse, citroen-kleurige, witte … en hier en daar dieprode klaprozen. Door een breed maar ondiep beekje lopen; langs een modderpoel met sporen van everzwijnen … er liggen hulzen van hagelpatronen; vogelgeluiden: een nachtegaal (identificatie met dank aan de moderne technologie)!

Ik daal af tot het dorpje, Metoxi (of Metochi), waar loslopende honden me luid blaffend bedreigen. Een oud vrouwtje, helemaal in ‘t zwart roept de beesten terug (‘k had al stenen in de hand). Ze staart me verbaasd glimlachend aan. Teruglopen langs de “grote” weg die overigens bij het hotel stopt.

Ontbijt wordt buiten in de ochtendzon geserveerd. Zalig, alleen … we blijven “lang“ zitten: ‘t is 10 uur als we de weg naar Edessa in slaan. Oh ja, er blijkt toch nog één andere kamer bezet te zijn in Estate Kalaitzis.

Edessa.

De 50 km lange rit naar Edessa loopt door de grote vlakte van Macedonië, aan de rand van het Vermion-gebergte. Maar voor Edessa zelf moeten we de berg in. Logisch want hier is een waterval midden in het stadje, op de Edesseos-rivier. Wegwijzers loodsen ons naar καταρράκτης, Grieks voor “stroomversnellingen”. Dat is bescheiden gezegd want behalve echte stroomversnellingen is de grootste waterval 70 meter diep, of hoog 😀 en de breedste van Griekenland. De bergrivier stroomt wild en luid razend door de stad, splitst in twee en stort zich midden in een park naar beneden. Je kan helemaal naar beneden wandelen – als je ten minste drijfnat wil worden – maar je kan ook gewoon achter de waterval door stappen. Panorama’s over de Macedonische vlakte krijg je er gratis bij! Van een oude watermolen – nu tentoonstellingsruimte – wordt het rad net gesmeerd. Tijd voor een frappé (opgeschuimde Nescafé met ijsblokjes) en nog wat foto’s. “Welkom to Greece” roept een passerende Griek ons toe.

Pella.

Van Edessa naar Pella doorheen kilometerslange kersenboomgaarden (nee, de kersen zijn nog niet rijp): opnieuw zo’n 50 km voor een groot deel langs een verkeersarme, kaarsrechte weg.

Pella was de tweede hoofdstad van Macedonië (morgen bezoeken we de eerste?) en wereldberoemd in Griekenland als geboorteplaats van Alexander de Grote (hij zou klein van gestalte geweest zijn!). Die veroverde een wereldrijk tot in India bij elkaar, in lijn met zijn ego. Van hem is de uitspraak: “Laat Zeus regeren over de goden in Olympus, ik zal wel de wereld regeren”. Vandaag is Pella een klein, bijna onbetekenend stadje ware het niet van de archeologische site en vooral het moderne archeologisch museum. Dat is wereldklasse: een modern gebouw, ruime zalen en vooral topcollectie aan voorwerpen, beeldjes, werktuigen, dodenmaskers uit brons en/of goud, sierraden, mozaïeken … allemaal ter plaatse gevonden. Een absolute aanrader. Voor de prijs moet je het overigens niet laten: 8 € per persoon, 4 € voor 65+ maar voor die laatste prijs moeten we wel onze identiteitskaarten tonen (bedankt voor ’t compliment😃).

In tegenstelling tot het archeologisch museum ligt de site – 2 km verderop – er wat verwaarloosd bij: gras van 50 cm hoog, bloemen overal, door de zon verbleekte informatieborden en maar weinig rechtop staande structuren van meer dan 1 meter hoog. Maar ‘t is een leuke wandeling bij zon en 27° C.

‘t Kan nog erger: op weg naar huis, een kleine 10 km voor ons hotel, aan de dam op de Aliakmonas rivier, stoppen we bij het Haliacmon Macedonisch graf. Gesloten en totaal overwoekerd door de natuur! Geen erg: we drinken een lekkere espresso freddo aan de “Taberna” daar tegenover. Een Grieks-Orthodoxe priester in vol, zwart habijt zegt vriendelijk “Hello”. “Kalispera” antwoord ik, waarop de priester zijn beide armen ten hemel spreidt en luidkeels “Rejoice, Christ has risen!” roept (technisch gezien is hij 5 dagen te vroeg: ‘t is pas zondag 5 mei orthodox paasfeest).

Rest ons alleen onze dag na te bespreken in Estate Kalaitzis, met een traditionele Griekse sla, een on-Griekse spaghetti Napolitana en op-en-top Griekse yoghurt met honing. Nee, we zijn de Kalaitzis-wijn niet vergeten!🤣

P.S. in één van de buutdorpjes heeft een ooievaarspaar beslist om hun nest op een elektriciteitspaal te bouwen. Aan de overkant van de straat is een paal speciaal voor een ooievaarsnest geplaatst. Maar dit koppeltje heeft koppig beslist om daar geen gebruik van te maken. Tolerant zijn ze wel: onderaan hun nest wonen mussen.

Centraal Griekenland, een letterlijk voorproefje.

Na onze positieve “Peloponnesos-ervaring” van twee jaar geleden, hebben we zin in nog meer Griekenland. “En waar gaan jullie precies naar toe? Kreta? Rhodos? Santorini? Korfoe?” is dan de klassieke vraag. Alsof Griekenland alleen uit eilanden bestaat. Nee dus, geen eiland voor ons, wel het vasteland ten zuidwesten van Thessaloniki, grosso modo de driehoek Thessaloniki, Ioannina, Volos. Laten we dat, bij gebrek aan een officiële naam, gemakshalve Centraal Griekenland noemen.

Boekenplank met Griekse reisgidsen

In Vlaamse bibliotheken is het aanbod van relevante reisgidsen over dit deel van het Griekse vasteland zo goed als onbestaande. We doen het zonder, met van internet geplukte informatie …

P.S. In laatste instantie toch het boek “Noord-Griekenland, met Epicurus, de Meteora kloosters en de Pilion” gevonden; geen “klassieke reisgids” maar voor de vernoemde streken heel nuttig!

Zie: https://www.annahiking.nl/en/home

29 april 2024

The joys of travel.

Zaventem: bij de veiligheidscontrole wordt mijn rugzak opzij geschoven en aan een grondige inspectie onderworpen. De veiligheidsagent vindt in een verborgen zakje mijn Zwitsers zakmes waar ik gisteren een half uur tevergeefs naar zocht! Dat ben ik nu echt kwijt!

Paspoortcontrole: automatisch en zonder aanschuiven als je een reispas bij hebt. Helaas, wij reizen met identiteitskaart en moeten naar de half-uur-aanschuiven-manuele-controle!

Thessaloniki: huurauto is gereserveerd bij AutoUnion via Sunny Cars, maar waar blijft de shuttlebus naar het verhuurkantoor. Na 2 telefoontjes en 45 minuten later, blijkt die op een parking langs de andere kant van de luchthaven te komen en niet aan de officiële shuttle-bus halte!

Chalkidona.

Maar de zon en de temperatuur (18° C) maken alles instant goed. De uitgestrekte en bergachtige agglomeratie van Thessaloniki is niet veel zaaks: slordig, vuil met verlaten en vervallen bedrijfsgebouwen, huizen met afbladderende verf of erger …

“Slow travel”: we nemen bewust niet de snelweg naar onze eerste bestemming. Achter ons verdwijnen de bergen van Thessaloniki; het landschap is nu groen en vlak; landbouwgebied met plantages van perzikbomen(?). We stoppen voor een late lunch in Chalkidona. Wikipedia vermeldt alleen dat het een dorp in Centraal Macedonië is. In een lokale soort snack- of pita-bar gebeurt alles in het Grieks, logisch. Maar met Google Translate in de hand komt men door gans Griekenland. We eten een feta-salade voor twee: grof gesneden tomaat, komkommer, ringen van rode ajuin, zwarte olijven, olie, azijn, kruiden en twee driehoeken gekruide feta. Met warm, plat brood … hmm.

Metochi Prodromou.

Onze eindbestemming voor vandaag – Metochi Prodromou – krijgt van Wikipedia zelfs geen vermelding. ‘t Is een onooglijk dorpje dicht bij Vergina. Hier ligt Estate Kalaitzis, onze verblijfplaats voor de volgende drie nachten. Spectaculaire locatie: op een berghelling, grotendeels bebost maar met ruimte voor wijgaarden waar het hotel middenin ligt; panorama over het stuwmeer, de dam op de Aliakmonas rivier en zijn vruchtbare vlakte; op de achtergrond het Vermion-gebergte. Het hotel zelf ziet er oud uit maar … is in 2008 helemaal nieuw gebouwd met oude materialen, in de stijl van patriciërs woningen van 100 jaar geleden. Er zijn 9 kamers waarvan er … één (1) bezet is: die van ons, kamer “Erato”. Alle kamers zijn genoemd naar één van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Erato is de muze van de hymne, het lied, de lyriek en … het liefdesgedicht.

In laatste instantie stellen we vanavond vast dat musea en archeologische sites op dinsdag (=morgen) pas vanaf ‘s middags openen (en in de winter zelfs helemaal niet op dinsdag). Dus programma aanpassen. En oh ja: omdat het orthodoxe paasfeest dit jaar op 5 mei valt, wordt 1 mei op 7 mei gevierd! Begrijpe wie kan!😳

P.S. Vanavond souvlaki gegeten (niet bevallen) en plat geslagen kip met rijst (al evenmin bevallen). Maar de wijn van Kalaitzis was excellent!😀

Canillas de Aceituno en een onverwachte ontmoeting!

Vrijdag, 18 augustus 2023.

Een luie dag vandaag, onze laatste dag in Andalusië, David is deze ochtend vroeg terug naar België vertrokken.

Door “de echte Axarquía rijden we naar het dorpje Canillas de Aceituno, wat we nog niet echt bezocht / gezien hebben. Naast het ons nu bekende en vertrouwde uitzicht van een Moors dorp, lijkt dit een zeer levendige plek te zijn. Veel mensen op straat; talloze ouderen op bankjes; een postbode en een straatveger maken een praatje met twee mannen; een mevrouw met geel-groen hesje van Once (Blinden-organisatie van Spanje) verkoopt iemand een lotje, valideert onmiddellijk – helaas geen prijs – en verscheurt het verkochte biljet; met een speciale wagen wordt vuil opgehaald in smalle straatjes – inwoners komen toegesneld met vuilniszakken.

We passeren de Casa de Los Diezmos (huis der tienden), ook Casa de la Reina Mora (huis van de bramen-koningin) genoemd waar vroeger belasting betaald moest worden op moerbeien en olijven. Een moskee is in de 16de eeuw omgebouwd tot kerk (Iglesia Nuestra Señora del … en zo verder). Een ander gebouw staat op de grondvesten van een vroeger Moors kasteel. Een steegje leidt naar de Mirador de la Virgen, uitkijk-platformpje.

Na café con hielo (ijskoffie) en Calippo Cola rijden we langs dezelfde weg terug: langs de rand van het Parque Natural Sierra Tejeda. In één van de vele bochten van de bergweg zien we een vijftal dieren … hindes? Nee, wilde berggeiten: instinctief vluchten ze naar boven. Maar we hebben ze … op foto ten minste.

Net als we ons klaar maken voor aperitief in Sayalonga, heeft de Axarquía nog een verrassing van formaat in petto. Op de rand van onze houten terrastafel zit een kameleon, een Europese kameleon, de enige soort kameleon die in Europa voorkomt en eigenlijk alleen maar in Sicilië, de Algarve en Axarquía. Zeldzaam en bedreigd, 85 % van de Europese populatie leeft hier in Axarquía. Ons exemplaar is een goede 20 cm lang: +/- 12 cm kop en lichaam en 10 cm staart. Grijsbruin met kleine witte vlekken, aangepast aan de kleur van de tafel. Hij beweegt niet of heel langzaam en kruipt op een wit kussen: zijn witte vlekken worden groter. Laten we deze kerel niet verder storen en terug zetten in de natuur. Daar wordt hij plots heel wat sneller, klautert op de steile rotsen en … verdwijnt. Iedereen opgewonden: wat een ontmoeting!

Vanavond nog een heerlijk koele buitendouche. Daarmee kunnen we afscheid nemen van La Axarquía en bij uitbreiding Andalusië. Blijkbaar verwelkomt België ons morgen met warm weer, 27° C. Wij zijn aangepast!

Una nueva manera de descubrir.

Donderdag, 17 augustus 2023.

“Een nieuwe manier om te ontdekken” is de titel van het informatieboekje dat we een paar dagen geleden in de toeristische dienst van Cómpeta kregen. Daarin worden 8 dorpjes beschreven waarvan we er nu al 7 hebben afgevinkt; op naar het achtste: Arenas. Dat ligt in vogelvlucht op zo’n 5 kilometer van ons vakantiehuis maar we moeten helemaal de vallei rond en de volgende vallei in: 22 km.

Niet met chauffeur David, die een korte route neemt: steil de ene vallei-flank afdalen en nog steiler de andere oprijden, langs deels onverharde wegen, vangrails langs de afgrond onbestaande: een adrenaline-rit! Maar wel een prachtig landschap en ongelooflijke panorama’s, zeker als we de top van de berg bereiken: aan de ene kant Sayalonga, dan de zee en aan de andere kant Arenas.

Arenas valt tegen: groot, hier en daar wel pittoreske steegjes en pleintjes maar veel minder dan we gewoon zijn en nogal vuil en een bedelaar. Nergens een plek om koffie te drinken! Hier valt het ons nogmaals op: in praktisch elke straat, elke steeg van elk dorp liggen hondendrollen in alle staten van “versheid”. Nochtans zijn hier geen straathonden maar niemand lijkt hondenzakjes te kennen, laat staan te gebruiken. Op het dorpspleintje duidt een verkeersbord aan dat je hier niet met je paard mag rijden! We rijden naar het 2 km verder gelegen gehucht Daimalos in de hoop daar een bar te vinden: nada! Maar Daimalos ziet er dan wel weer leuk en netjes uit. Soms passeert ons een tankwagen die niet-drinkbaar water naar boven voert, voor irrigatie of voor dieren? Dan weer moeten we 5 minuten halt houden omdat, op een smalle weg, een voorligger dringend met een motard uit de andere richting moet spreken.

In de buurt ligt de Pico de Bentomiz, één van de hoogste toppen in de onmiddellijke omgeving, met ruïnes van een Alcazaba. Daar rijden we heen, opnieuw langs een smalle, grotendeels onverharde bergweg met 15% stijgingspercentages. Helemaal boven nog een klein stukje te voet om op de top te raken: eerst langs een extreem steil betonnen wegje naar een zendmast, dan hoger doorheen een wijngaard om ten slotte op een plateau met amandelbomen te belanden. Gauw wat afgevallen amandelen verzamelen om straks met een flinke steen open te kloppen. Hier liggen de oude resten van wat eens een uitgestrekt Arabisch kasteel was. Groots 360° vergezicht. Op heel heldere dagen kan je de Afrikaanse kust zien … wordt gezegd! De site is compleet verlaten. Hier komt waarschijnlijk zelden een toerist. De auto-thermometer wijst voor het eerst 40° C aan maar door de frisse bries hierboven voelt het niet zo. In de valleien wel!

Terug naar “huis” via Corumbela, een deelgemeente van Sayalonga, in de hoop daar ergens te kunnen drinken. Gek: er wordt voor dit dorp zo goed als geen toeristische publiciteit gemaakt maar het blijkt veel mooier te zijn dan Arenas EN … bar en sociaal ontmoetingscentrum “La bella Elvira” is open! Genieten van een Alhambra-biertje op het terras … en tegen Spaans etensuur (14:00 uur) terug naar huis, langs de “normale”, gemakkelijkere weg!

Zoals al een paar keer aperitieven we vanavond opnieuw in Sayalonga – Evelien is al lopend 5 km de berg afgespurt – in bar Jocavi, en bestuderen het straatleven. Een auto staat geparkeerd onder een “niet parkeren / niet stationeren“ bord. Een tweede auto wil zich er naast parkeren, net voor een bankje met daarop een oude “pensionada”. Dat mag als de chauffeur een cerveza betaalt aan het mannetje.

Even kijken of ze iets te eten hebben in de bar. Inderdaad: een soort balletjes, albóndigas? De kelner moet aan de kokkin vragen wat dat is: geen albóndigas maar croquetas. En kunnen we er zo vier eten? Nee, voor de zon ondergaat wordt het frituurvet niet opgewarmd. 😳🤣

Terug naar Casa Soleada voor avondeten: pasta al pomodore.

Vanavond zag ik voor het eerst mijn sterrenbeeld – schorpioen – met Antares als helderste ster, aan de zuidelijke sterrenhemel.