Nafplio.

28 mei 2022

“Trendy-chique” beschrijft misschien best de jachthaven, zeeboulevard en oude binnenstad van Nafplio, de eerste hoofdstad – gedurende 4 jaar – van het sinds 1830 nieuwe en onafhankelijke Griekenland. Nafplio of Nauplion ligt in vogelvlucht zo’n 7 km van Kiveri, aan de overkant van de baai. Rustig, langs een bij wijlen pittoreske route doen we een half uur over 17 km.

Straten en pleinen met marmer geplaveid, “fancy” cafés en restaurants, chique boetieks naast winkeltjes met toeristische prullaria. Waar je in het kleine dorpje Kiveri, amper 17 km ver, nog oude vrouwen in het zwart ziet, lijkt hier in Nafplio flaneren “om te zien en gezien te worden” de norm. Dus doen we dat ook … eerst langs de strandboulevard, genietend van het zicht op de blauwgroene zee met “Bourtzi”, een mini-kasteel op een eiland voor de kust, gerestaureerd maar (nog?) niet te bezoeken. Daarna verdwalen in de kleine straatjes waar de bougainvillea metershoog langs de gevels klimt en waar je moet oppassen voor vallende citroenen. Om uit te komen op het Syntagma-plein en daar van een “frappé métrios” te proeven. Langs de ene kant van het plein is een oude moskee omgebouwd tot inmiddels gesloten cinema. Langs de andere kant ligt het elegante “Arsenaal”, een museum.

Bourtzi, Nafplio, Peloponnesos

Nafplio, Peloponnesos

Syntagma square, Nafplio, Peloponnesos

Syntagma square, Nafplion, Peloponnesos

Het oude Nafplio plakt tegen een berghelling. Naarmate je hoger stijgt, worden de straatjes en steegjes smaller en pittoresker, geen toeristisch gedoe meer, wel veel trappen. We kuieren, zonder speciaal doel, naar boven en komen uit bij de ruïnes van het Akronafplia-schiereiland. Prachtig panorama over de baai. Dat is ook een Indische dame met haar twee dochters niet ontgaan: Betty neemt voor hen een foto van de drie met Nafplio op de achtergrond. Oleanders, bougainvillea, cactussen overwoekeren hier en daar de ruïnes. Een zeebries zorgt voor een welkome verkoeling.

Nafplio, Peloponnesos

Nafplio, Peloponnesos

Nafplio, Peloponnesos

Terug naar beneden. Langs de Agios Spiridon, een kerk waar aan het portiek de allereerste premier van Griekenland in 1831 werd neergeschoten: de kogelinslag in de gevel is nog achter een glazen plaatje te zien … met wat verbeelding en goede wil. Tijd voor een lichte lunch op het terras van de verste taverne op de zeeboulevard. Rustig en … zalig! Even op Google translate spieken. Dan vraag ik de rekening in het Grieks: “Ton logariasmó parakaló”. Goede uitspraak blijkbaar want de kelner heeft het begrepen, hoewel … hij lacht hartelijk … maar zegt het bedrag wel in ‘t Engels!

Nafplio, Peloponnesos

Nafplio wordt gedomineerd door een 200 meter hoge rots met daarop “Palamidi”, een uitgestrekte burcht, nog gebouwd door de Venetianen. Je kan er op twee manieren naar toe: te voet, een kleine duizend treden, of met de auto. Wijselijk kiezen we voor de auto. Op de parking boven aan de ingang staan een twintigtal auto’s: veel toeristen gaan we hier niet zien. De site is ook ongelooflijk uitgestrekt. Versterkingen, kantelen, torentjes, binnenpleinen, donkere gaanderijen: foto-opportuniteiten te over. En panorama’s langs alle kanten. Twee Nederlandse toeristes vertellen Betty dat het gisteren in Athene en met name op de Akropolis, toch oh zo druk was. Hier kan je foto’s nemen zonder mensen op! We struinen anderhalf uur rond in Palamidi, voor 4 € per EU-senior (halve prijs) is dat een koopje.

Palamidi, Nafplio, Peloponnesos

Palamidi, Nafplio, Peloponnesos

Even met de auto langs smalle bochtige wegen, tussen olijfbomen, tot Tolo, een charmant badstadje. Nog een espresso en een frappé met roomijs en dan houden we het voor bekeken voor vandaag.  Terug naar Kiveri om op ons terras met uitzicht op de baai te genieten van de warme avond. Echter niet zonder opnieuw fruit en groenten in te kopen bij “onze vriend” van gisteren. Abrikozen, natuurlijk en dezelfde rosé als gisteren. Plus een anderhalve liter plastic fles Griekse tafelwijn (zie hopelijk verder in deze blog), waarmee de winkelier ons hartelijk feliciteert! Wat zijn de Grieken hier toch vriendelijk.

P.S. Het verkeer valt reuze mee in de Peloponnesos: niet agressiever dan in België. Alleen op rotondes is het niet al te duidelijk wie nu precies voorrang heeft.

De Peloponnesos … wait, my friend!

De Peloponnesos, het grootste schiereiland van Griekenland, genoemd naar Pelops, een figuur uit de Griekse mythologie. Iets kleiner dan Sicilië, maar 8 maal minder jaarlijkse, buitenlandse toeristen. Alle Griekse eilanden samen verwelkomen zo’n 20 maal meer bezoekers per jaar dan dat rare schiereiland in de vorm van een cartoon-hand – drie vingers en een duim. Van waar deze geringe toeristische interesse? Geen idee. Maar weinig toeristen is ons ding! Aan het aantal historische sites, landschap, zon en zee zal het wel niet liggen … zie de kaart met geplande reisroute, onze drie verblijfplaatsen en de meest interessante plekken. Pélopes, erchómaste! (We komen er aan, Pelops!)

Peloponnesos

27 mei 2022

In zowat drie uur vlieg je van Brussel naar Athene en kom je op de Venizelos luchthaven terecht in een Griekse salade van vertrekhal, aankomsten, check-in balies, bagage-carrousels … alles en iedereen lijkt hier door elkaar te krioelen. Toch vonden we relatief vlot onze valiezen en de shuttle naar Auto Union (Sunny Cars), het auto verhuurkantoor. Daar gaat alles super-efficiënt en vriendelijk. De Waze-app helpt ons de snelweg op.

De monotonie van de eerste 100 km snelweg – agglomeratie, huizenblokken, industrie, bergen op de achtergrond – wordt alleen onderbroken door lange stroken roze oleanders. In Loutraki rijden we de snelweg af om, langs de oude brug het kanaal van Korinthe over te steken. Keizer Nero stak hier als eerste een gouden schepje in de grond. Geen wonder dat het dan nog meer dan 20 eeuwen heeft geduurd voor het kanaal klaar was. 

Kanaal van Korinthe, Peloponnesos

Eens het kanaal over zijn we in de Peloponnesos. Duidelijk te merken: plots is het landschap lieflijk groen. Brem in bloei, oleanders, wijngaarden, olijfbomen, cipressen, vijgenbomen, rotsachtige bergen als achtergrond-decor en weinig huizen of dorpen. Perfect!

Onze eindbestemming voor vandaag is Kiveri, piepklein dorpje aan de Golf van Argoikos. 

Kiveri, Golf van Argoikos, Peloponnesos

Er is wel een “Pantopoleion”, een supermarktje waar ze alles hebben: groenten, fruit, bestek, potten en pannen, cosmetica, diepvries, melkproducten, ontbijtgranen, gereedschap, speelgoed … alles in beperkte hoeveelheden en kris-kras op en over elkaar gestapeld. Inkopen doen dus: niet zo gemakkelijk met producten die alleen maar in ‘t Grieks geafficheerd worden. Wijn! Gemakkelijk te herkennen maar de rode wijn is peperduur: 20 € per fles. Rosé dan: schappelijke prijs (6,5 €) maar is ‘t geen zoete rosé? Even vragen met dank aan Google Translate. De winkelier is onmiddellijk super enthousiast en prijst zijn rosé aan in gebroken Engels: ‘t zou een bio-wijn zijn uit de berg achter Kiveri, lokaal dus, en “not sweet”. Die nemen we, hoewel we niet eens het etiket kunnen lezen. Alles afrekenen en betalen. Net als we willen buitengaan, legt de winkelier zijn hand op mijn schouder en zegt gebiedend “Wait, my friend!”  Hij duikt een gang in, hurkt voor een gesloten kast, opent ze en zegt – om zeker te zijn – nog een keer “Wait, my friend!”. Lachend biedt hij ons een zestal oranje-gele abrikozen aan. Man, man, man, nu weten we pas hoe echte abrikozen smaken. 

Pantopoleion, Kivri, Peloponnesos

Wat een ontvangst in de Peloponnesos. De toon is gezet voor deze vakantie. 

Gran Canaria: zon, zee en strand.

15 november 2021.

Een stadje in de buurt wat we nog niet hebben bezocht is Santa Maria de Guía, of simpelweg Guía, bekend om zijn zondagse markt en zijn “Queso de Flor” (bloemenkaas?). Helaas, dat blijkt voor ons het stadje te veel te zijn!

Om te beginnen is het er heel druk. Er zijn werken aan de gang op verschillende plaatsen in het centrum. Er zijn haast geen parkings of vrije parkeerplaatsen te vinden. Er wordt dubbel geparkeerd – of driedubbel – met chauffeurs die in hun auto wachten op een passagier die ondertussen boodschappen doet of op een parkeerplek die zou vrij komen. Uiteindelijk vinden we toch een plaatsje langs een drukke straat. Maar zelfs in het historisch centrum staat alles vol auto’s. Het centrale plein voor de Iglesia Parroquial is volledige ingenomen door kranen en bouwwerven. Dan maar de kerk binnen, waar een oud besje met paternoster in de hand ons wijst op de mondmasker-plicht. Hier staat de grote zilveren doopvont gebruikt door de Spanjaarden voor het dopen van de overblijvende, niet vermoorde Guanchen in de 16de eeuw. Van de huizen in de historische binnenstad is ook al niet zoveel te zien: overal staan auto’s voor. En natuurlijk zijn alle musea gesloten. Ten slotte: geen bar of café te vinden! We houden het snel voor bekeken. Weg van hier!

Santa Maria de Guía, Gran Canaria

Santa Maria de Guía, Gran Canaria

Santa Maria de Guía, Gran Canaria

Misschien even naar de kust? We zijn ten slotte in Gran Canaria – het cliché “zon, zee en strand” weet je. Naar “piscinas naturales”, natuurlijke zwembaden, bij voorbeeld in Agujero. De weg daar naar toe loopt tussen grote, bruin-grauwe plastic serres: plátanos aanplant. Die plantages reiken bijna tot aan het strand. Bijna, want er is ook nog een rij krotwoningen die in Afrika niet zou misstaan. We parkeren aan het kleine strandje en wandelen langs de “strandboulevard”, de “Avenida del Agujero”. Dan moeten we toch even op een smalle gebetoneerde strook langs de rotsen. ‘t Is hoogwater en de oceaan is onstuimig. Je moet dus je passage op de smalle stroken precies timen met wegtrekkende golven anders … ben je kletsnat. De branding is intens en stormt over de randen van de natuurlijke zwembaden. Hoewel, “natuurlijk”? Eigenlijk semi-natuurlijk want hier en daar zijn muurtjes gebouwd om de golven tegen te houden. Een eindje verder is er een body surfing club, blijkbaar redelijk professioneel met drone- en camera-bewaking van de surfers en hulpdiensten in stand-by. Tientallen meestal jeugdige surfers in wet-suit wachten hun beurt af. Sommige zien er uit als jaren-zestig-hippies. Als een surfer er in slaagt om eventjes de reusachtige golven te “rijden”, stijgt vanop de banken luid applaus op. En zo hebben we ook – zij het kort – een zon – (schijnt vandaag onophoudelijk zonder één wolkje aan de hemel), zee- en stranddagje beleefd.

Agujero, Gran Canaria

Agujero, Gran Canaria

Agujero, Gran Canaria

Agujero, Gran Canaria

Daarmee kunnen we deze vakantie in Gran Canaria nog niet afsluiten! Wel met een avondwandeling vanaf ons vakantiehuis: 3 km heen en terug, 90 meter stijgen (en ook weer dalen) naar Piletas op de berg achter ons vakantieverblijf, om naar de zonsondergang – om 18u10 – over de oceaan en over Tenerife te kijken.

Hasta luego, Gran Canaria.

Piletas, Agaete, Gran Canaria

Piletas, Agaete, Gran Canaria

Piletas, Agaete, Gran Canaria

Piletas, Agaete, Gran Canaria

Piletas, Agaete, Gran Canaria

Cerrado.

14 november 2021.

Veel hoop om de Cenobio de Valéron – een soort oude opslagplaats voor graan, hoog in de rotsen – open te vinden, hebben we niet. Toch rijden we er heen; we kunnen nog altijd verder rijden naar Firgas. Maar eerst even stoppen op de weg naar Agaete, ter hoogte van Maipés – ook gesloten, zie blogpost van 12 november – en met sterke zoom aanvaardbare foto’s van de opgravingen maken.

Maipés de Agaete, Gran Canaria

Inderdaad, die Cenobio-site is “cerrado”, gesloten, wegens Covid-19! Het berglandschap oogt hier andermaal spectaculair. De weg naar Firgas kronkelt vanaf de Cenobio rond het ravijn en … vanaf de overkant krijgen we dan toch een goed zicht op de vele silo-gaten die de Guanchen hier honderden jaren geleden in de rots boorden. ‘t Lijkt wel een reusachtige honingraat. Foto’s vanuit de auto; zomaar stilstaand op de bergweg; andermaal is sterke zoom nodig!

Cenobio de Valéron, Gran Canaria

Cenobio de Valéron, Gran Canaria

Cenobio de Valéron, Gran Canaria

Firgas. 

DE publiekstrekker van Firgas zijn twee “voetgangersstraten”: de Paseo de Gran Canaria en de Paseo de Canarias die in het verlengde van elkaar liggen. Er is gebruik gemaakt van de natuurlijke helling om een +/- 100 meter lang monument / wandelstraat te maken. Het laagste stuk, de
Paseo de Gran Canaria, is een trapsgewijze brede waterval met helling en trappen voor voetgangers er naast. Langs de ene muur zijn het wapenschild en een kenmerkend beeld van elk van  de 22 gemeenten van Gran Canaria uitgewerkt op zitbankjes met blauw-gele azulejos. De Paseo de Canarias toont het relief en – in kleurrijke tegels – een typisch landschap en het wapenschild van de zeven Canarische eilanden. Heel fotogeniek en toeristisch goed gezien. Een buslading Duitse toeristen komt net de “straat” af gewandeld.

Firgas, Gran Canaria

Firgas, Gran Canaria

Firgas, Gran Canaria

Maar hoe kan het dat hier zo kwistig wordt omgesprongen met water in zo’n droog klimaat? Firgas ligt aan de Barranco de las Madres, ook wel de kloof van de duizend bronnen genoemd. Hier wordt dus ook bronwater gebotteld en verdeeld over gans Gran Canaria. Het water loopt hier zelfs deels ondergronds, via vijfhonderd jaar oude irrigatiekanalen, door het stadje. De “molino gofio” is nog een watermolen uit die tijd; te bezoeken … alleen … juist: ook “cerrado” wegens Covid-19!

Molino, Firgas, Gran Canaria

Firgas, Gran Canaria

Firgas, Gran Canaria

Niet getreurd. Er is hier genoeg te zien: de Plaza San Roque met kerk en uitzichtpunt over de noordelijke kustlijn. De ondergrondse waterkanalen met doorkijkjes in de muren langs de oostelijke kant van het plein. Kleine, oude huisjes, naast statige woningen met fijne houten balkons. De oude laurierbomen langs de straten en in parken. De ayutamiento, gemeentehuis, daterend uit de jaren 40 van vorige eeuw: neo-canarische stijl.

Firgas, Gran Canaria

Firgas, Gran Canaria

Lunch in een parkje naast de “molino”. Een canario (naam voor de inwoners van Gran Canario) spreekt ons aan in het Engels. Van waar we zijn? Ha, hij kent Brussel, prachtig met zijn oude huizen en vele kanalen. Hij verwart duidelijk Brugge en Brussel. We krijgen geen tijd om hem het verschil uit te leggen: hij moet een nieuw vat gaan steken in de naburige bar. En doordat veel hier toch “cerrado” is, hebben we nu nog tijd om een kijkje te nemen in Gáldar, de allereerste hoofdstad van Gran Canaria en amper 15 km van ons vakantiehuis.

Parking vinden in Gáldar lijkt een probleem te zijn. De grote aparcamiento in het centrum van de stad is … “cerrado” omwille van volledige verbouwing! Wegwijzers tonen ons een andere parking: die van de “Cueva Pintada”, beschilderde grot? Zal wel ver buiten de stad zijn? We volgen de wegwijzers en belanden in een wirwar van kleine steegjes, stijgend en dalend, tot aan een groot, modern bezoekerscentrum, dat van die Cueva Pintada”. Open! Voor één keer niet cerrado, alleen: van een parking geen spoor. Op zoek naar een parkeerplaats rijden we terug naar beneden en vinden een grote niet echt aangelegde parking in de droge rivierbedding. Naast de parking een open lucht “recreatiecentrum” met tafeltjes, barbecue-plekken, waterkraantjes en … het is er een drukte van jewelste. Tientallen grote families compleet met opa, oma en kleinkinderen lunchen hier uitgebreid. Dat betekent met lappen vlees op de barbecue, slaatjes, wijn … en veel, heel veel lawaai. Blijkbaar een zondagse traditie hier …

Terug te voet de stad in, klimmen tot de “Cueva Pintada”. Niet alleen open maar – op zondag – ook nog eens gratis te bezoeken. In 1843 is hier onder een veld met plátanos een grot met muurschilderingen ontdekt. Uitgebreide opgravingen hebben meer dan 500.000 artefacten opgeleverd die hier op de site bewaard worden. Er is een museum, een kleine cinema-zaal waar een film over de verovering van Gran Canaria en uitroeiing van de Guanchen wordt vertoond en er is de uitgestrekte archeologische site zelf met delen van huizen, kelders, voorraadplaatsen. De grot zelf gaat maar 2 keer per uur open met een beperkt aantal mensen – sinds de ontdekking is door de vroegere vele ongecontroleerde bezoekers ongeveer 50 % van het pigment verdwenen – maar we hebben geluk en kunnen de grot en muurschildering (gekleurde geometrische motieven) zelf aanschouwen. Hoe eigenaardig: een beschilderde grot in het centrum van een stad. Na die vele cerrado’s maakt dit heel wat goed.

Gáldar, Gran Canaria
Gáldar, Gran Canaria
Gáldar, Gran Canaria

Gáldar, Gran Canaria

Nog even rondstruinen op en rond de Plaza Grande van Gáldar. Overal terrasjes met druk lunchende en pratende Spanjaarden (en een paar toeristen?) – ‘t is dan ook volop almuerzo-tijd (15u30). Dan terug naar huis na een drukke dag. Maar rond zonsondergang zijn we in Puerto de Las Nieves te vinden, op de kustboulevard, tussen honderden toeristen allemaal met camera of smartphone in de aanslag om de zon te zien zakken in de zee.

Gáldar, Gran Canaria

Gáldar, Gran Canaria

Gáldar, Gran Canaria
Puerto de Las Nieves, Gran Canaria

Banaan.

13 november 2021.

Gran Canaria is miloenen jaren geleden ontstaan toen een vulkaan uit de zee oprees, tussen het huidige Tenerfie en Gran Canaria. Vermoedelijk is de krater van die gigantische vulkaan ingestort en opnieuw verdwenen in de oceaan, die hier 2,5 km diep is. De steile kraterwand vormt de huidige westkust van Gran Canaria. Lava stroomde van het westen oostwaarts. De overgebleven lava-rotsen aan de oostkust zijn dan ook veel minder hoog en steil. Die bijna loodrechte westkust rijden we vandaag gedeeltelijk af.

Van Agaete in het noorden rijden we zuidwaarts naar La Aldea de San Nicolás, langs de oude GC-200, voorlopig de enige weg. Hier en daar is met de bouw van een nieuwe GC-2 begonnen, compleet met tunnels en al. Andermaal is dit een spectaculaire rit met ongelooflijke vergezichten over de Atlantische Oceaan en een rist van bergpieken langs de kust. We zien Puerto de Las Nieves beneden liggen. De veerboot meert net aan. Even gewoon stoppen op de weg voor een foto; op dit moment – 9u30 – zijn er toch nog maar weinig andere weggebruikers. Dan volgen tientallen haarspeldbochten langs ravijnen, klimmend, dan weer dalend. Aan de Roque Guayedra kunnen we toch de auto van de weg af parkeren. Behalve de merkwaardige rots zijn hier ook wat archeologische vindplaatsen: funderingen en omtrekken van een drietal huizen van de Guanchen.

Roque Guayedra, Gran Canaria

Roque Guayedra, Gran Canaria

Echt spectaculair wordt het uitzicht een tiental kilometer verder, bij de Mirador del Balcón, letterlijk een vooruitstekend balkonnetje met plexiglas reling, hoog boven een rots die zo goed als verticaal in zee valt. Naar het zuiden toe ligt de “staart van de draak”, een sliert puntige kliffen die met wat verbeelding inderdaad op de verticale schubben op een drakenstaart lijken. Behalve wij zelf staan er nog een paar koppeltjes op het “balkon”, waaronder een luidruchtige Spanjaard en zijn vrouw.  Die laatste stelt voor om een foto van ons beiden te nemen met de staart van de draak op de achtergrond. De Spanjaard spreekt een mondje Engels. Als we zeggen dat we  Belgen zijn, knikt hij betekenisvol naar zijn vrouw, zo van “Zie je wel, ik had het toch gezegd”. Even later horen we hem luidkeels praten met de eigenaar van het enige karretje, een eindje verder, waar je drank of snacks kunt kopen – een “food truck” heet dat nu. Verder is hier kilometers in de omtrek niets. Wel kan je in de diepte La Aldea de San Nicolás zien liggen, volledig omringd door oude kraterwanden. Dat niet alles mooi is in Gran Canaria bewijzen de vele spuuglelijke bananenplantages daar beneden: uitgestrekte serres van grijze of bruine plastic, zoals we er hier al veel hebben gezien.

Mirador del Balcón, Gran Canaria

Mirador del Balcón, Gran Canaria

Mirador del Balcón, Gran Canaria

Mirador del Balcón, Gran Canaria

De “food truck” zelf is best fotogeniek. Er liggen banaantjes op zijn toog. Zullen we er drie kopen? “Maar …” brult de luide Spanjaard: “dit is geen banaan!” Een banaan is eerder witachtig van binnen, komt uit Zuid-Amerika en is niet lekker. Dit zijn plátanos: kleiner, geler van binnen en veel lekkerder. Zeg dus nooit “banana” tegen een banaan in Gran Canaria maar wel “plátano”. We kopen dus drie plátanos en drinken ook nog twee koffies … uit plastic bekertjes – de food truck eigenaar is een goede verkoper.

Voorbij de “staart van de draak” ligt Puerto de Aldea, haventje, strandje, bars en restaurants. Leuk om wat rond te wandelen, naar de lijnvissers op de pier te kijken of naar de zwemmers in zee binnen de beschutting van de pier. D’er is een Centro de Visitantes dat toch vandaag, zaterdag, geopend is, hoewel de horiario lunes a viernes zegt. Even binnen kijken. Een mevrouw gebaart vriendelijk dat we onze mondmaskers aan moeten. Zij spreekt goed Engels en vertelt ongevraagd honderd uit over de streek en de vele bezienswaardige dorpjes, bergen, strandjes. Wat een enthousiasme! Geeft zin om terug te komen.

Puerto de Aldea, Gran Canaria

Puerto de Aldea, Gran Canaria

Puerto de Aldea, Gran Canaria

Nog wat verder rijden en we zijn in La Aldea de San Nicolás, duidelijk een groot centrum. Helaas, vandaag gaat hier de “Entremontañas Prallelo28” door. Dat is een trail run van 78,4 km vertrekkend aan de 28ste breedtegraad die door La Aldea loopt (en overigens ook door Mount Everest). Maximum mag je al lopend 7 uur doen over het hele traject – de elektronische klok aan het plein voor de kerk geeft nu 6u20 aan – vertrek was om 6u30 deze morgen. Maar door deze ultra-loop is het stadje veel minder te appreciëren. De Calle Real is leuk met het “balkonhuis” (zie foto), het schoenmuseum (gesloten), hout- of timmermuseum (gesloten) en het museum van traditionele klederdracht (ook gesloten). Op een terrasje merken we de luidruchtige Spanjaard van daarnet op.  Hij begroet ons enthousiast en … luid! We lunchen in een parkje, met een banaan… nee, een plátano als desert.

La Aldea de San Nicolás, Gran Canaria

La Aldea de San Nicolás, Gran Canaria

La Aldea de San Nicolás, Gran Canaria

Nu nog een uurtje terug rijden langs dezelfde weg. Een (klein) deel van de oude GC-200 weg is reeds vervangen door de nieuwe GC-2 met onder andere een tunnel van 3 km lang, twee rijvakken in elke richting. Maar voor het rechtse rijvak staat het licht op rood!? Een electronisch bord afficheert “Peatones hacen derecha” – voetgangers op rechter rijvak? Voetgangers in een 3 km lange tunnel? ‘t Blijken uiteindelijk drie fietsers te zijn!

Vanavond dineren in Casa Romántica. Veel te vroeg (19:00 uur) naar Spaanse normen – we zitten dan ook lange tijd alleen in het restaurant. Gazpacho als voorgerecht, zeebaars in bouillon als hoofdgerecht en Agaete koffie als nagerecht. Rare smaken, combinaties die we niet gewoon zijn maar niet slecht. Onze half lege fles witte wijn – “Los Berrazales, 7 meses en barrica” – krijgen we mee in een ”doggy bag”.

Buenas noches.