Kava.

6u30 – Een eenzame roeier op “jezero Bled” (het meer van Bled). Zowat de enige eenzaat op dit moment. Talrijke joggers, en nog meer wandelaars, jong en minder jong, doen al een “rondje meer”, begeleid door de zang van Sloveense vinken: šjušjkewitžj. Aan het roeicentrum warmen de eerste roeiers zich op. En zowaar … op de terassen van hotels verschijnen vroege gasten al voor hun eerste Kava van de dag.
Leuke jogging – 6 km!

Vintgar.

De Vintgar kloof ligt op zo’n 4 km van Bled. Daar trekken we deze morgen naar toe, vroeg (9 uur) want het kan er zeer druk zijn. Een veertigtal auto’s staan al op de parking bij de ingang van de kloof. Tien euro per persoon en we zijn vertrokken: langs een 1,6 km lang pad wat een paar meter boven het water loopt, of beter gezegd: “hangt”. Het grootste deel van de wandeling is immers over houten loopbruggen die tegen de rotsen geplakt lijken. De Radovna rivier kolkt en borrelt, stort zich stroomversnellingen, loopt onder een oude spoorwegbrug door en duikt ten slotte via de Slap Šum (= Šum waterval) 15 meter de diepte in. De wandeling is gemakkelijk en levert tal van mooie natuurfoto’s op. Maar de menselijke drukte neemt toe: bij de terugtocht zien we in de tegenrichting beginnende files van nieuw aangekomen wandelaars. Op de parking worden nu hele busladingen toeristen gedropt. Er vroeg bij zijn is hier inderdaad de boodschap.

Vintgar - Slovenië

Vintgar Slovenië

Vintgar Slovenië

Slap Šum - Slovenië

Terug naar Bled zoeken en vinden we een grote Spar-supermarkt. Maar eerst … tijd voor onze eerste Kava van de dag, op een terrasje voor de supermarkt.
In deze Spar vinden we alles wat we nodig hebben voor lunch en diner, inclusief wijn uit Slovenië! De zelf klaar gemaakte, simpele lunch op het terras voor Vila Mila is de beste lunch die we hier al gegeten hebben.

Bohinj.

Er is hier nog een meer in de buurt, op 20 km van Bled: Bohinj. Daar rijden we ‘s namiddags naar toe. In het groene berglandschap van het Triglav National Park, met hooiweiden en bossen en schaarse maar heel propere dorpjes. Over hooi gesproken: elke zichzelf respecterende boer in Slovenië heeft minstens een paar Kozolecs staan. Een Kozolec is een eigenaardig soort hooirek: een constructie met een dakje, een meter of zo breed en een paar meter hoog met lange horizontale balken met daartussen grote gleuven (zie foto). De wind in de valleien heeft vrij spel in zo’n Kozolec en droogt het hooi terwijl het dak er voor zorgt dat het hooi niet opnieuw nat wordt.

Kozolec - Slovenië

Kozolec - Slovenië

Velen vinden het meer van Bohinj mooier dan dat van Bled. Het is zeker ongerepter en minder toeristisch maar wandelmogelijkheden zijn er beperkter. En tussen het wandelpad en het meer ligt een straat; niet zoals in Bled. Er is geen eilandje in het meer, geen evidente uitzichtpunten … wij verkiezen Bled.

Blejski grad.

Nog is onze pijp niet uit. Terug in Bled, klimmen we 130 meter, gelukkig via trappen en door het bos (schaduw!) naar het kasteel, Blejski grad, waar het opnieuw tijd is voor twee kava’tjes en een “Kremna rezina”. Dat laatste is een soort vierkante roomcake, typisch voor Bled. Smaakt een beetje zoals een tompouce.

In het kasteel is het een allegaartje van kleine tentoonstellingen: over boekdrukkunst, over honing, over smeden in de kasteelsmidse, over het kasteel zelf, over natuurproducten, over wijn uit de streek. Een als monnik verklede Sloveen begroet ons zeer hartelijk in de wijnkelder en stelt zich voor als Andrej. Een naamgenoot van mij! Volgens Andrej heet de helft van de Sloveense mannen Andrej: “Slovenië is een klein land, geen plaats voor veel namen” is zijn wat absurde humor. ‘t Is toeristisch druk in het kasteel. Behalve van het panorama over het meer genieten, doen we ook aan “mensje kijken”.

Blejski grad - Slovenië

Blejski grad - Slovenië

Nu afzakken (bijna letterlijk) naar Vila Mila. Voor een zelf klaargemaakt diner (door Betty althans) en een Sloveens wijntje. Geen Kava, want dat is “koffie” in het Sloveens.

Nog wat na-mijmeren over onze dag, starend naar de volle maan. Vuur vliegjes dansen om ons heen …

Bled.

Bled comme un Bled.
Uit “Un coeur de trop” – Brina Svit.

Ondanks de uitspraak van de Sloveense schrijfster Brina Svit is Bled geen “bled”, in de betekenis van godvergeten, achterlijk dorpje. Wel integendeel. Het iconische meer van Bled zorgde sinds begin 20ste eeuw voor een constante toestroom van “the rich and famous”. Vandaar de statige huizen. Nu bezoeken ook de “not so rich and famous” het romantische meer en omgeving.

Onder een staalblauwe hemel met stralende zon starten we onze wandeling rond het meer, 6 km. Het eerste wat ons opvalt – behalve het vanzelfsprekende meer, de omringende bergen en de “vila’s” – zijn de roeiers. Bootjes van 2, 4 of 8 atleten, al dan niet met stuurman of -vrouw, glijden met grote snelheid over het water. In 2020 worden hier al voor de vijfde keer de wereldkampioenschappen roeien gehouden. Er wordt al druk getraind. Slovenië boven in het roeien?

Lake Bled rowing

Een eindje verder vraag ons een Jordaanse toerist om een foto van hem te maken. Met meer, kerkje van Bled en kasteel op de achtergrond. Doen we. Hij was vijf dagen geleden in België en vond Gent de leukste stad. Mee eens! We stappen verder, genietend van de omgeving, elke paar honderd meter halt houdend voor foto’s

Een derde van onze wandeling gedaan. Tijd voor “dva expresso” op een terrasje aan de rand van het meer. Hier zit onze Jordaniër ook. Dus geraken we opnieuw in gesprek: we vertellen hem op onze beurt over onze reis naar Jordanië. “Life is beautiful” zegt hij … “but you have to keep moving”. Waarop ik hem het Sloveense verhaal van de kei en het mos vertel. Waarop hij – deels in het Arabisch – een warrig verhaal brengt over een leeuw die moet rond trekken om prooi te vinden en over water dat zuiver wordt als het stroomt. Hij trekt nu zelf verder … Overigens is het turkooiskleurige water van het meer zeer helder. Hele scholen kleine visjes zien we schaduw zoeken aan de oevers. Hier en daar grotere vissen en … op een geïsoleerde plek hangt een snoek onbeweeglijk op zijn volgende prooi te wachten.

Vila Bled - Tito

Tito, geboren in Ljubljana, Slovenië en dictator van het vroegere Joegoslavië, heeft uiteraard ook een “vila” laten bouwen aan het meer. In typisch communistische stijl. ‘t Is nu een sjiek hotel – Vila Bled – waar we even een kijkje gaan nemen. De ligging is in elk geval uniek met een prachtig uitzicht op het meer.

Lake Bled

Ongeveer half weg de wandeling verlaten we de rondweg en trekken een berg op. Naar een uitkijkpunt wat alleen maar te voet te bereiken is: Mala Ozojnica; langs een smal bospaadje; over omgevallen bomen; steil stijgend – 190 meter met 97 trappen op het einde; bij 30° C … dus puffen, blazen en zweten. Maar de beloning is: spectaculaire panorama’s over het meer. Bovendien zagen we een bosorchis tijdens onze klim!

Lake Bled - Slovenië

Lake Bled - Slovenië

Bosorchis - Bled - Slovenië

Op de terugweg raken we echter het spoor bijster! Midden in een steil aflopend bos, doodse stilte, geen pad of weg of mens meer te bekennen. Toch afdalen, meer struikelend dan stappend, af en toe op het achterwerk naar beneden glijdend. Duidelijk niet voor doetjes. Maar we halen het en bereiken opnieuw de wandelweg rond het meer. We lunchen aan de roeiclub. Vandaar is ‘t nog een kleine 2 km tot Vila Mila. Alles bij elkaar hebben we geen 6 maar 8 km gestapt. Rust met een hapje en een drankje hebben we nu wel verdiend.

Vila Mila is een bed & breadfast met “self-catering” appartementjes. Voor vanavond en morgen willen we zelf eten voorzien. Een honderd meter verder is een kleine supermarkt.  Maar eten vinden is niet zo eenvoudig. Etiketten en verpakking zijn ofwel ééntalig Sloveens ofwel drietalig: Sloveens, Kroatisch en Servisch. Zo schieten we niet op. Gelukkig is er Google translate: “zobene pahuljice” zijn havervlokken, “mleko brez laktoze” is lactosevrije melk, “marelica” is abrikoos, “maslo” is boter en “jogurt” … spreekt voor zichzelf. Groenten of fruit vinden we er niet. Vanavond dus maar een gezellig restaurant zoeken.

Op weg naar Slovenië.

Kamna, ki se obrača, se ne prime mah.

Letterlijk vertaald betekent deze Sloveense uitspraak: op een rollende steen groeit geen mos. Mijn eigenzinnige interpretatie: wie reist, behoudt een open geest, blijft jong … zoals in “Rust, roest”?

12 juni 2019.

We zijn op de klassieke manier – met eigen wagen – op weg naar Slovenië. Het motregent, het giet, het plenst, het miezert, het drasjt. Regen of ‘t scheelt niet veel. Bijna de hele weg door België, Nederland en Duitsland tot in onze stop-/slaapplaats Günzburg waar … de zon net op tijd door de wolken breekt.

Günzburg: waar de Günz in de Donau stroomt. We hebben nog tijd om door kraaknette, verkeersvrije straatjes te kuieren. Om typische huizen – sommige in vakwerk – te bewonderen (geen echte rijwoningen want tussen alle woningen is een ruimte van zo’n 70 cm gelaten). Om de vele standbeelden op mensenmaat en gedenktekens te ontdekken, onder andere dat voor de slachtoffers van de concentratiekamparts Josef Mengele, een helaas sinistere vroegere inwoner van Günzburg. En waar we nog tijd vinden voor “ein großes Bier” en een Frascati op één van de vele terrasjes op het 250 meter lange marktplein. In de zon, alstublieft!

Günzburg Stadtmitte

Günzburg

Achter ons hotel meandert de Günz doorheen een natuurgebiedje. Leuk voor een laatste ommetje.Deze eerste dag afsluiten doen we met een filosofische quote, geschilderd op een decoratieve dakpan in de vitrine van een optieker in Günzburg: “Mit dem Glück ist es wie mit der Brille: man sucht sie … und hat sie auf der Nase

Günzburg Zentrum

Günzburg - river Günz

13 juni 2019.

Vandaag schijnt de zon! Maar we krijgen te maken met “Stau” – file – op de snelweg van München richting Salzburg. Zo maar eventjes 50 minuten aanschuiven langsheen een kilometerslange rechtse muur van vrachtwagens. Richting Kufstein betert het: vrachtwagens moeten gecontroleerd blokrijden op de rechter rijbaan. En net voor Kufstein, Oostenrijk, beslist “Waze” om de snelweg te verlaten en ons verder via secundaire (of kleinere) wegen te sturen. Eerst nog een Oostenrijks vignet voor de snelweg kopen … wat we uiteindelijk niet zullen nodig hebben: de snelweg in Oostenrijk zien we vandaag niet meer terug.

We rijden – nog steeds onder een stralende zon – dwars door de Alpen. Doorheen het landelijke Oostenrijk. Langs Kitzbühel, Mittersill, Matrei (dicht bij Kals am Großglockner waar we nog deze winter op ski-vakantie waren), Lienz (zie kasteel), Villach … en dan een stukje Italië. Tot in Tarvisio: het verschil in omgeving is opvallend! Zo proper en georganiseerd Oostenrijk is, zo vuil, slonzig en chaotisch is dit stukje Italië. Op de koop toe verliest Waze contact met internet (grens!) en stuurt ons hopeloos langs obscure, verloederde buurten rond Tarvisio. Wees met Waze toch op je hoede!

View from Mittersill

Hohe Taueren

Lienz Castle

Maar we vinden de juiste weg terug en rijden eindelijk Slovenië binnen. Onze eerste indruk is zonder voorbehoud positief. Prachtige natuur, bergen, bossen, verzorgde huizen en dorpjes, pittoresk, landelijk. We rijden door een natuurpark langs wegjes en dreven van amper twee auto’s breed. Slow travel … al de hele dag … soms noodgedwongen.

Na 8 uur onderweg voor 500 km arriveren we in Bled (gisteren ook 8 uur gereden maar dan voor 700 km)! Bled is liefde op het eerste gezicht. Turkoois meertje tussen de bergen in zacht wazig avondlicht. Leuke terrasjes met uitzicht op het meer, heerlijk eten met vriendelijke bediening bij voorbeeld in Vila Prešeren … Elk vakantiehuis, elk café, elk restaurant wat zichzelf respecteert is hier een “Vila”. Wij logeren in Vila Mila.

Benieuwd wat Slovenië ons verder te bieden heeft.

Capital do Polvo.

Na een uitbegreid diner gisteren heeft Betty andermaal maagproblemen (lactose!). Dus doen we het vandaag kalm aan.

Een eindje voorbij Tavira, zo een 11 km van waar we logeren, ligt een dorpje – pardon: “stadje”, een officiële “vila” – nog niet ontdekt door de meeste reisgidsen. Santa Luzia noemt zichzelf fier, ondanks de bescheiden grootte, de hoofdstad van de octopus: a Capital do Polvo. De octopushoofdstad van de Algarve? Of van Portugal? Wat er ook van zij, het strandtoerisme heeft hier nog niet overgenomen. Vissersbootjes domineren het havenstadje. Hier en daar worden netten hersteld, of rompen van bootjes afgeschuurd, of aan nieuwe vaartuigjes getimmerd. De vismijn is op dit uur (10u30) al dicht: er wordt binnenin duchtig met water gespoten en geschrobd. Een verlaten “polvo” ligt aan de toegangsdeur.

Santa Luzia, Algarve, Portugal

Octopus on covo, Santa Luzia, Algarve

De baai van Santa Luzia is rijk aan kleine garnaaltjes. Daar komen de octopussen op af. En daarop wordt met een speciale techniek gevist. Vroeger deponeerden de vissers potten van klei – de “alcatruz” – in de lagune. Daar “schuilen” of “slapen” octopussen graag in. Eens “gevuld” moesten de kruiken alleen nog maar naar boven gehaald worden. Die potten van klei zien we hier nergens meer. Wel een soort mandjes, rechthoekige vallen van plastic eigenlijk: de “covo”. Daarin wordt een sardientje gestopt, wat de octopus komt opeten en … hij zit vast in de val. Specialisten – meestal van een zekere leeftijd – beweren dat een octopus gevangen met een alcatruz veel beter smaakt dan één gevangen met een covo …

Santa Luzia heeft een wandelpromenade langs en evenwijdig met de vaargeul. Tussen de haven en de zee ligt weer een uitgestrekt schorren- en slikkengebied. Geen strand in Santa Luzia! Behalve de vertrouwde smalle straatjes met Moorse inslag is er nog een wijk met gerestaureerde en bewoonde oude vissershuisjes. Charmant! Voor 3,15 € drinken we vers geperst sinaasappelsap (Betty) en een koffie met een Pastel de Nata op een terras in de zon … met zicht op de haven en het natuurgebied daarachter.

Street corner Santa Luzia, Algarve

Fisher village Santa Luzia, Algarve, Portugal

Nog een paar kilometer verder – steeds de weg naast het water volgen – ligt het gehucht Pedras d’el Rei en de Praia do Barril. Een strand? Nee, nog niet. Een parking, een voetgangersbrug over de hier 100 meter brede vaargeul van Santa Luzia en … een treintje. Dat voert ons en een lading andere toeristen naar de Praia. Over één spoor; geen mogelijkheid tot keren; het treintje moet achterwaarts terugrijden. Ritje van ongeveer anderhalve kilometer. Doorheen natuurgebied. Tientallen en tientallen wenkkrabben wuiven ons vanuit zoute poelen, beken en kreekjes toe. Net zoals in de haven van Santa Luzia trouwens.

Pedras d’el Rei, Algarve, Portugal

Tourist train Pedras d’el Rei, Algarve, Portugal

Lang geleden was de Praia do Barril een lokaal centrum van tonijnvangst. De oude gebouwen waarin de tonijn werd verwerkt zijn mooi gerestaureerd. Alleen … ze zijn volledig ingenomen door restaurants. “Tourist trap”? Waarschijnlijk wel, maar ‘t is ten minste netjes en verzorgd.

Praia do Barril, Santa Luzia, Algarve, Portugal

Als eerbetoon aan de vroegere tonijnvissers ligt hier het “ankerkerhof”: tientallen roestige ankers, mooi in gelid, wijzen met hun ene arm naar de hemel. Voor altijd in het zand verankerd? Overigens ligt achter de duinengordel een lang, breed zandstrand … met de eerste nog schaarse zonnekloppers.

Anker cemetery, Praia do Barril, Algarve

Kijk, daar is hetzelfde koppel Nederlanders die we in het kasteel van Castro Marim zagen. Nog even een praatje maken … over het weer (zonnig!) kunnen we vandaag niet zeuren. Dan keren we te voet terug naar het vasteland, langs een betonnen wandelpad naast het spoorlijntje.

Maar we zouden het kalm aan doen. Dus: erg verlate lunch op hetzelfde terras in Santa Luzia als deze morgen. Daarna nog even in Casela Velha van de zon en het panorama genieten.

11 april 2019, luchthaven van Faro, ‘s morgens.

Een ooievaar staat naast de startbaan. Is dat niet gevaarlijk? “Bird strike”? Maar onze SNBA-A320 stijgt onverstoorbaar op. De ooievaar wandelt al even onverstoorbaar verder. De Ria Formosa verdwijnt onder ons … Einde van onze Algarve-vakantie.

“And now my dream is through
But still my heart says “I love you.”

Laatste regels van het liedje April in Portugal.

Olhão en Ria Formosa.

Als de zon schijnt zoals deze morgen, zien de bloemenweiden en sinaasappel-plantages rond Conversas de Alpendre er nog mooier uit. Alles ziet er met een beetje zon mooier uit.

Van Casela Velha tot Faro, over een lengte van meer dan 70 km, ligt een band van eilandjes en schiereilanden net voor de kust. Zo is een gebied van slikken en schorren, zoutmoerassen, poelen, duinen en stranden ontstaan: het Ria Formosa natuurgebied, officieel één van de natuurwonderen van Portugal. Daar willen we vandaag meer van zien. Maar eerst naar Olhão, haven, vissersplaats, toeristische “hot-spot” voor boot-excursies naar de eilanden.

Wij willen de stad “ervaren” en starten aan de Avenida de 5 Outubro (op 5 oktober 1910 werd Portugal een republiek). Dit is de wandel- of flaneerboulevard met zicht op de jachthaven en de eilandjes, met bars, cafés en terrassen en dus toeristen. Maar ook met een overdekte markt: welke stad in de Algarve die zichzelf respecteert, heeft geen overdekte markt? Een eerste markthal is vooral gereserveerd voor groenten, fruit en vlees. In het tweede deel heerst de grootste drukte: voorbehouden voor visverkopers. Wat een overvloed aan vissen en wat een soorten.

Olhão Fish Market, Algarve, Portugal

Olhão Market, Algarve, Portugal

Achter de markthallen ligt de oude binnenstad. Hier kan je echt in de smalle straatjes verdwalen. “Smal” is echt smal: in sommige steegjes kan je niet met twee passeren. Elk huis – meestal wit met kleurrijke plattibandas – heeft hier ook een dakterras. Het doet allemaal heel Arabisch aan. Koffie drinken we in “Taberna do Carlos “, een cafeetje op maat van de straatjes. Een paar lage, minuscuule stoeltjes – je kan er amper op zitten – plafond volledig behangen met sjaaltjes van Benfica; te groot TV-scherm voor deze kleine bar; een “local” aan de toog. Hier zie je geen toerist meer … behalve wij … Een koffie kost hier 0,50 €!

Olhão rooftops, Algarve, Portugal

Taberna do Carlos, Olhão, Portugal

Even buiten Olhāo ligt een afgesloten, maagdelijk deel van het Ria Formosa natuurgebied. Dat bezoeken we  en daar hebben we geen spijt van. Prachtige foto-ops van bloemen in de duinen, van de zoutmoerassen, van een oude getijdenmolen, van een ooievaar die zijn lunch bijeen zoekt. Aan een grote zoetwaterpoel – die zijn er ook in Ria Formosa – huist een kolonie zilverreigers in een boom. We zien verschillende soorten eenden en … spenderen hier zoveel tijd dat “lunchtime” al voorbij is, wanneer we wegrijden.

Ria Formosa, Olhão, Algarve

Ria Formosa, Olhão, Algarve

Ria Formosa, Olhão, Algarve

Ria Formosa, Olhão, Algarve

Dan maar iets zoeken op de terugweg, ergens langs de kust. In Fuseta bij voorbeeld; mooie lagune en zandstrand, levendig en … d’er is een Padaria/Pastelleria met terras en uitzicht op de kust. De eenvoudige broodjes met ham of kaas smaken.

En omdat de zon nog altijd straalt, rijden we nu naar Conversas de Alpendre voor platte rust met vers geperst sinaasappelsap op het zonneterras. Tot morgen!