Musher.

-23° C deze morgen. ‘t Kan bar koud zijn in Sápmi. Hoe koud, dat ondervinden we vandaag aan den lijve. 

Huskies.

Er staat een tocht met slede en Huskies gepland. Zes maal twee personen verzamelen om 10:00 uur aan de Husky-kennel. De honden zijn reeds ingespannen maar liggen of staan rustig te kijken.  Onze begeleidster legt gedetailleerd uit hoe zo’n span te bedienen en hoe zich te gedragen in konvooi. Uitleg die vooral bedoeld is voor de “mushers”, diegenen die elk een span van zes honden gaan “mennen”. Betty kruipt in de slee, goed ingeduffeld door een rendiervel en een dekzeil, bovenop de laagjes kleding waarvan gisteren reeds sprake. Ikzelf ga span nummer 6 mennen, het voorlaatste van ons konvooi. Nu op de beide armen van de slee stappen, de rem in het midden goed bekijken. Hier zal geregeld mee geremd moeten worden. Dan is er nog de “grote” of “serieuze rem” waarmee je het span echt tot stilstand krijgt. Alles met de voeten te bedienen. Plots huilt een Husky uit de kennel, één die dus niet mee mag. Daarop valt de hele groep van 42 honden in met gehuil en geblaf. Onze begeleidster is bijna niet meer te verstaan. En bij deze helse kakofonie worden de sleden losgemaakt; nu op de grote rem gaan staan; dan vertreksein; rem lossen en … daar gaan we met onze 6 HP slee (6 hondenkracht, of Husky-kracht?).

Sneeuwlandschap met hondenslee.

Musher.

Voorlopig heb ik weinig oog voor het landschap. Te krampachtig op de honden en de slede letten. Maar na een tijdje glijden we relaxter. Mijn handen en vingers hebben wel snel kou. Ik sukkel met de drie handschoenen over elkaar. En met deze vaart bijt de wind in mijn gezicht, ondanks muts en twee kappen. Kleine afdaling, bocht en … voor ons neemt de amateur-musher zijn bocht te kort en beland in de gracht. Stoppen of … nee, ik kan nog net behendig de gekantelde slee ontwijken. Nu voel ik mij een echte musher! Maar – en dat weet ik nu nog niet – dat zal helaas tijdelijk zijn … Konvooi stopt … even wachten op een depannage-sneeuwscooter die de gekantelde slede weer op het juiste spoor zet. Alles en iedereen nog een keer controleren. De scooter-chauffeur vraagt me waar m’n balaclava is. Vergeten … “I already see some white spots in your face. You risk frost bite”, zegt hij. Tja, ‘t is inderdaad pokkenkoud! Muts en kappen nog dieper over m’n kop getrokken. Betty’s bril is bevroren. Ze ziet geen steek en probeert voortdurend het ijs weg te wrijven tot … ze haar bril breekt. Dan maar zonder (en gelukkig heeft ze een reservebril mee). 

En we zijn weer weg tot groot jolijt van de Huskies die flink ongedurig begonnen te worden. De ijzige wind prikt in mijn gezicht. Mijn vingers voelen als bevroren stokjes aan. Plots komt mijn buitenste kap los en riskeert weg te vliegen. Ik grijp er naar met mijn rechterhand, los dus deels de slee en … kan met mijn andere, bevroren hand het span niet meer houden. Moet lossen. Ik tuimel van de slee in de diepsneeuw. Span op hol! Met Betty er in … die niet kan ingrijpen! Ik spring recht en aan kant om de twee volgende spannen te laten passeren. Dan moet ik te voet de achtervolging inzetten. Het laatste span verdwijnt achter een bocht. NOOIT de slede lossen! Ik voel me ineens een flink stuk minder “musher”.

Mensen met husky's en slede in sneeuwlandschap.

Achter de bocht zie ik het konvooi stilstaan. Mijn op hol geslagen span is op de gestopte voorliggers ingereden, gelukkig zonder veel erg: geen materiële schade noch lichamelijke schade bij mens of hond. En Betty .. komt er ook met de schrik vanaf. Dus verder sleëen maar. Geleidelijk kunnen we ook meer van het landschap genieten: verstilde, ondergesneeuwde dennenbomen, open vlaktes, bevroren riviertje, bos van berkenbomen, zwak zonnetje amper boven de horizon. Tijd voor een pauze in de open natuur. Eerst het span vastleggen met een anker, letterlijk. Dan handen warmen aan een kop hete bessendrank. Een suikerrijke snack eten om energie op te doen. Iemand stapt even van het gebaande pad en zakt prompt tot aan zijn middel in de sneeuw. Nu beginnen ook onze voeten kou te krijgen ondanks twee paar kousen en dito schoenen.

Rode slede in sneeuwlandschap.

Kou.

We mushen terug naar de Lodge. Dat mennen heb ik inmiddels onder de knie, de kou kan ik echter (nog?) niet de baas. De vingers van mijn linkerhand kan ik nu amper bewegen. Ondanks de drie lagen kledij begint de kou door te dringen. Maar ‘t is niet ver meer. Na een steile afdaling – remmen! – komen we opnieuw bij de bocht waar een span de gracht in kantelde. De Lodge is niet ver meer. ‘t Is 12u30. Na de aankomst moet elke Husky nog even individueel bedankt worden: met een paar aaien zijn ze al tevreden. Daarna hebben we minstens een half uur nodig om op te warmen en … honger …

Na de lunch blijkt dat ik mijn balaclava toch mee had (maar in mijn broekzak had gestopt) en dat Betty twee linker binnen-handschoenen had! Die moeten we dus dringend omruilen. Verder checken we uitgebreid en gedetailleerd al onze kledij want de les van vandaag is dat je bij deze pooltemperaturen nooit te veel laagjes kledij kan aantrekken. Morgen nog een laag kleding erbij!

Verstild sneeuwlandschap.

Het licht zien.

Zondag, 21 januari.  

Daar staan we dan. Na een vliegtuigreis van drie uur naar de piepkleine (één bagage-transportband) luchthaven van Kittilä, Finland. En na een aansluitende bustocht van ook drie uur naar Lannavaara, Sápmi, Zweden; langs besneeuwde en verlaten wegen; met slechts heel af en toe een tegenligger: een vrachtwagen met een opstuivende sneeuwwolk achter zich aan, of een sneeuwruimer die de poedersneeuw meters hoog de berm in spuit; doorheen een feëeriek wit landschap onder een gelige lucht. Daar staan we dan, 2 uur in de namiddag met een langzaam ondergaande zon, 200 km ten noorden van de poolcirkel, bij -14° C aan de Aurora Mountain Lodge. 

Sneeuwlandschap vanuit venster met logo

De Lodge wordt gerund door een Zweeds-Vlaams-Nederlands team. De gasten zijn bijna uitsluitend Vlamingen of Nederlanders met hier en daar een paar verdwaalde Engels sprekende toeristen. We zijn goed “Belgisch winters” gekleed, maar dat is dus ruim onvoldoende bij deze temperaturen. Vanaf morgen wordt het kledingsritueel:

  • Als eerste laag: thermisch ondergoed met inbegrip van een lange onderbroek.
  • Daarboven als tweede laag, of zogenaamde “mid-layer”, wollen kledij: polar pull en dergelijke. Eventueel,voor de echte koukleumen mag daar een extra laag nog bovenop.
  • Buitenlaag, door de Lodge ter beschikking gesteld: overbroek, dikke zwarte ski-jas met kap, overhandschoenen, balaclava (bivakmuts) en twee paar schoenen om over elkaar aan te trekken: een paar “binnen-schoenen” en een paar “buiten-schoenen”. 

Het licht zien.

Veel tijd rest er niet na het inchecken (het is niet nodig om enig document te tonen – naam zeggen is voldoende – want “nobody ends up here by coïncidence”), ons hokje op de toendra in bezit te nemen (houten huisje met glazen dak en twee glazen wanden – driedubbel glas weliswaar),dan een uurtje uitleg over de Lodge en omgeving en ten slotte het “kleding ophalen”.

Klein houten chalet met veel glas in sneeuwlandschap.

We dineren om 19 uur: rendiersteak met rode kool en aardappel in de schil. Met een Frans wijntje. Leuke bediening in ‘t Nederlands door Nils. We hebben nog niet helemaal het dessert op als Nils “d’er is noorderlicht buiten” roept. Snel nog mijn halve apple-donut in de mond gepropt, muts op, jas aan en buiten. En ja hoor: langzaam, heel langzaam ontvouwt zich aan de nachtelijke hemel de Aurora. Een sluier van groen en blauw die traagjes overgaat in een spiraal om uiteindelijk een langgerekte parabool aan de noordelijke hemel te worden. Opwindend! Schitterend spektakel met op de achtergrond het sterrenbeeld van de kleine beer! Op en neer springen in de sneeuw van blijdschap. En ook wel een beetje van de kou: bij -20° C is ‘t na een paar minuten al bibberen. Maar, we hebben het licht gezien! En dat tijdens onze eerste nacht!

Van in ons bed nog een beetje de verdwijnende noorderlicht-parabool nakijken. Meer dan een vage streep is het niet meer. Dan neemt de bewolking over. Pikdonkere poolnacht …

Aurora Borealis.

Jag vill leva, jag vill dö (men ninte än) i Norden.

Vrij vertaald uit het Zweeds: ik wil leven, ik wil sterven (maar nu nog niet) in het Noorden.

We reden al een keer van Lulea in Zweden, via Rovaniemi in Finland naar de Noordkaap maar zo groot als in het Zweedse gezegde is onze liefde voor het hoge noorden nu ook weer niet. Wel willen we het noorderlicht zien, de Aurora Borealis. Hoewel … of we daar in slagen? Het poollicht ontstaat doordat het magnetische veld rond de aardpolen verstoord wordt door de zonnewind. Allerlei geladen deeltjes ioniseren dan kleurrijk. Hoe sterker de zonnewind, hoe groter de kans op noorderlicht. Die zonnewind piekt dan weer gemiddeld om de 11 jaar, laatste keer in april 2014. Met andere woorden, in januari 2018 gaan we naar het einde van de zonnecyclus toe … de kans om het noorderlicht te zien is klein(er). Laat staan de kans om er een goede foto van te nemen: een redelijk professionele reflexcamera is nodig, speciale lens, statief, afstandsbediening zodat je bij -20° C niet je blote handen uit je dubbele handschoenen moet halen! Gelukkig kan ik een beroep doen op de ervaring EN de foto’s van een bevriende semi-professionele fotograaf om het waarschijnlijke ontbreken van eigen goede poollicht-foto’s in de volgende blogposts alvast te compenseren. Een selectie van foto’s van Eric Inghelbrecht:

Aurora Borealis: dire groene strepen.

Aurora Borealis boven houten, verlichte huizen.

Aurora Borealis: dennen en een verlicht huis.

Aurora Borealis.

Aurora Borealis

Aurora Borealis

Maar ook zonder Aurora Borealis is de beleving hopelijk uniek. Poolnacht, toendra, taïga, rendieren, bevroren meren, husky’s, meters sneeuw … Met Xplore The North trekken we naar Lannavaara, een onooglijk “dorpje” in Zweden, boven de poolcirkel – 69° noorderbreedte. Amper 79 inwoners nog in 2015; een goeie 120 km van het dichtstbijzijnde redelijke centrum (Kiruna); twee hotels waarvan één, de Aurora Mountain Lodge, onze verblijfplaats wordt voor een week. Hier zou een grote ader magnetisch ijzererts onder de grond liggen. D’er zijn vage plannen voor proefboringen door een Australische mijnbouwer. In de zomer worden hier goudzoekerwedstrijden georganiseerd … maar wij zijn natuur- en belevings-zoekers en … ‘t is “putteke winter”. Rustig zal het dus wel zijn. En koud: de gemiddelde januari-temperatuur bedraagt -15° C tot -20° C, met uitschieters natuurlijk. En donker: op dit moment (13 januari) komt de zon op – als je dat “opkomen” kan noemen – rond 10 uur en gaat onder ongeveer om 13u15. Gelukkig gaat het snel: een week later is de daglengte reeds opgerekt tot +/- 4u30.

Vlag van Sápmi.Op dus naar Zweeds Lapland. Oeps … dat is niet meer “politiek” correct. “Lapp” in het Zweeds betekent letterlijk “een vod” (een lap). Voor de lokale inwoners – de Sami of Samen in het Nederlands – is dit een scheldwoord. Correcte naam voor de regio die een groot deel van Noorwegen, Zweden, Finland en zelfs een stukje van Rusland omvat, is Sápmi, het land van de Sami. In de officiële versie refereert de vlag van Sápmi naar de kleuren van de traditionele Sami-klederdracht (rood, groen, geel en blauw) terwijl de cirkel de zon (rood) en de maan (blauw) voorstelt. Of is het de verbondenheid van alle Sami over de grenzen van vier landen heen?

Sápmi, we komen er aan … 21 januari 2018 … met of zonder Aurora Borealis.

P.S. Het poollicht verschijnt ook aan de zuidpool: de Aurora Australis of het zuiderlicht.

Het ritme van Cyprus.

7 uur: brood nodig. Ik profiteer er van om naar het “krochtje”, het supermarktje van Pomos te joggen. Zo’n twee kilometer ver. Maar hoewel Chrysta’s coffee shop reeds druk bezet is – er wordt naar mij gewuifd – is alles nog donker en stil aan ’t krochtje. Anoíxto, open, om 7u30. Dan maar wat verder gelopen tot op een redelijk groot en breed strand. En bij diffuus morgenlicht wat foto’s schieten.

Grijs kiezelstrand met rotsen in blauwe zee.

Stipt om 7u30 sta ik opnieuw aan het supermarktje. Maar Einstein zegde het al: zelfs tijd is relatief, vooral en zeker in Cyprus. Hier is het ritme van het leven anders. Wachten dan maar. Een vijftal minuten later laveert een grote bestelwagen door het smalle straatje. Hij stopt bij ’t winkeltje. De chauffeur steekt de arm op ten teken van groet, ziet dat ik zit te wachten en zegt “Five minutes … Come!” OK, geduldig zijn, Cyprus ritme. Inderdaad, een vijftal minuten later arriveert de mevrouw van ’t krochtje en kan de bestelwagen beginnen lossen. Blikken, conserven, drank worden gelost en ook … brood! Ik kan terug naar “huis” joggen. Een oude bekende passeert met zijn vrachtwagentje: Pavlos, breed zwaaiend en lachend.

Voor onze laatste dag wandelen we nog een keer naar het haventje van Pomos, langs de strandweg, precies zoals we op onze eerste dag na aankomst in Cyprus deden. Nu ze haar fototoestel terug heeft, laat Betty zich gaan. Bonte kraaien (zwart-wit) vliegen langs de strandlijn. Geen mens te zien. We blijven wat op een bankje zitten en kijken naar de zee en de golven.

Bootjes in haventje met bergen op achtergrond.

Bootjes in haven van Polis.

Beige vaas, brokstukken opnieuw gelijmd.Tijd dan voor wat meer actie. Polis was tot nu toe hoofdzakelijk de plek voor onze inkopen. Maar er is meer: het archeologisch museum van Marion-Arsinoe. Polis was al in het neolithicum, 11.000 v.Chr., bewoond. Later, minstens 1.400 jaar v.Chr., zou hier een stad zijn ontstaan: Marion. En nog later, in 312 v.Chr., werd Marion door ene Ptolemeus I veroverd en herdoopt tot Arsinoe, de naam van zijn zuster en van zijn vrouw. Maar uiteindelijk, in de 7de eeuw, veroverden en verwoesten de Arabieren de stad. Einde verhaal, tot het opnieuw ontstaan van Polis op de funderingen van haar verwoeste voorgangers.

Het museum is klein, toegangsprijs is ook maar 2,5 €. De collectie mooi bewaarde en/of in elkaar gepuzzelde amforen, oude juwelen, figuurtjes, vazen, munten, beelden loont echt de moeite.

Twee beelden - een hoofd en een torso met hoofd - in museum.

Wat flaneren in de straatjes van de kleine, oude binnenstad. Ze worden bijna integraal ingenomen door terrassen van restaurants met slechts hier en daar een occasionele klant. Het Agios Andronikoskerkje heeft een tongewelf en is beschilderd met fresco’s. Alleen is de kerk altijd gesloten behalve op zondag. Maar met de getraliede ramen open kan je toch een beperkte blik werpen op de fresco’s. En ’t kerkje is van buiten af fotogeniek en ligt in een klein parkje. Pal in het stadscenturm is de Agios Nikolaos kerk (ook klein) wel open, maar geen fresco’s.

Kerkje in grijze steen.

Akourdalia (of Akourdaleia).

Nog één pittoresk dorpje moeten we afvinken: Akourdalia. Een kleine 15 km buiten Polis, opnieuw de bergen in. Er is Kato (oud) Akourdalia en Pano (nieuw) Akourdalia. Beide zien er echter even oud, even pittoresk, even mooi gelegen uit. Alhoewel, Pano geniet onze voorkeur. Hier eten we onze lunch, in de schaduw op het dorpspleintje, naast de kerk. Ongelooflijk rustig en stil. En achteraf een munt-citroen-limonade en een vers geperst sinaasappelsap in de kruidentuin van “The Herb Garden”. Heerlijk in de schaduw naast een perkje met een kabbelend fonteintje. Cyprus-ritme! De tuin lijkt wat verwaarloosd maar de nieuwe, jonge, enthousiaste en uitstekend Engels sprekende uitbaters hebben deze zaak nog maar zes weken geleden overgenomen, ” … from an old lady”. Prachtige, honderden jaren oude olijfboom naast de deur.

Kerkje op dorpsplein.

Weelderige tuin met kruiden en bloemen.

Nu nog wat genieten van het zwembad en de zon. Onze laatste dag in Cyprus zit er bijna op. Vanavond passeren we bij Pavlos: twee Leffes afgeven! “Beer from Belgium, from friends from Belgium”. Hij vraagt waar Lou is, de baby. Al terug in België. Dan komt hij prompt met vier overrijpe mango’s aangedraafd. Dat wordt nog smullen! De zonsondergang is een combinatie van wolken en zon. Maar uiteindelijk verdwijnt de zon van Cyprus in de zee … Nu niet melancholisch worden.

Twijfelachtig of iets van dat Cyprus-ritme lange tijd zal blijven hangen. Maar wat niet zal verdwijnen zijn de herinneringen aan een leuke reis in een gastvrij, sympathiek land en … in leuk gezelschap!

Sas efcharistó, Kypros!

P.S. Update 11 september 2017: i.v.m. onze 12-dagen vermiste bagage beslist TUIfly vandaag – nadat we alle aankoopbewijzen voor “artikelen eerste noodzaak” (toiletgerief, e.d.m.) aangetekend hebben opgestuurd – om ons 91,04 € te betalen als compensatie. TUI, Discover your luggage. 

Tongbreker Panagia Chrysorrogiatissa.

Een vijftiental grote trekvogels vliegt langs de kustlijn. Snel verrekijker nemen maar ze zijn al ver. Ik kan lange gestrekte poten onderscheiden. Ooievaars? Maar ze zijn niet zwart-wit. Dus toch, kraanvogels?!

Bagage.

Wachten. Op onze sinds 12 dagen ontbrekende koffer. Gisteravond, acht uur, Pafos luchthaven. De valies is aangekomen. MAAR: er zijn geen taxi’s meer om ze dezelfde avond nog naar ons te sturen! Was het geen “rush” levering? #!¥#!%€!$%#!!! Wat een smoes!

Maar gelukkig, om negen uur stipt deze morgen, claxonneert een taxi in onze doodlopende straat. De koffer is er! Eindelijk. Snel open maken. Stapschoenen, een grote (Betty) en een kleine (ik) toiletzak, handdoeken, fototoestel … en een soepele gesloten koelzak. Oh oh. Voorzichtig open maken. Een misselijk makende walm ontsnapt. Ik doe moeite om mijn ontbijt binnen te houden. In de koelzak is het één en al smurry en stank. Een appel, citroen, parmezaan-kaas, verse look en sinaasappel zijn herleid tot pap en stinken als de pest. Weggooien die boel, koelzak inbegrepen. De rest van de inhoud van de koffer lijkt gelukkig intakt en stank-vrij.

De buitenkant van de valies hangt vol barcode- en andere stickers. Enig Sherlock Holmes werk leert me dat de koffer op 20 augustus naar Enfidha, Tunesië is vertrokken. Twee dagen later is hij terug in Zaventem waar hij tien dagen is blijven “gisten”. Bedankt TUIfly.

Panagia Chrysorrogiatissa.

Nu ik de bagage-frustratie van me af heb geschreven is het tijd voor het verslag van de dag.
Bestemming Panagia. De weg erheen loopt langs de onderkant van de Kannaviou dam. Indrukwekkend als je plots die reusachtige dammuur voor je ziet opdoemen. Maar de weg kronkelt en stijgt. We kunnen het stuwmeer aan de andere kant van de dam ook bewonderen.

Baai, blauwe lucht, witte wolkjes.

Het dorpje Panagia ligt op zo’n 800 meter hoogte in het zuiden van het Pafos-woud. Het is om twee redenen bekend, althans in Cyprus:

  1. Er ligt een klooster met de tongbreker-naam van Panagia Chrysorrogiatissa, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de gouden granaatappel (waar halen ze die onuitspreekbare naam toch vandaan?);
  2. Panagia is de geboorteplaats van aartsbisschop Makarios, eerste president van het onafhankelijke Cyprus (die bevolkte tijdens mijn jeugd, in de jaren zestig, regelmatig het zwart-wit TV-journaal).

Is de naam onuitspreekbaar, dan is het klooster allercharmantst. Gebouwd rondom een kerkje is het koel en rustig in de kloostergangen.

Witte kloosterkerk.

Een vroom oud vrouwtje bezemt devoot het binnenpleintje. Het gebouw ligt ook nog eens op een hemelse plek. Ze biedt weidse panorama’s op de omliggende heuvels met … wijngaarden! En het cafeetje met terras ernaast heeft bovenop dat uitzicht ook nog zalige frappé (schuimend Cypriotisch koffiedrankje dat ijskoud moet gedronken worden). Genoeg spiritualiteit nu: we bezoeken het even verderop gelegen dorpje Panagia.

Makarios.

Standbeeld van Makarios.Het dorpsplein van Panagia wordt gedomineerd door een standbeeld van Makarios. Twee vrouwen zitten aan een open deur. Één van de twee nodigt ons binnen: het Makarios-museum. Waarom niet? Voor een halve euro per persoon. De lichten in het museum worden voor ons aangestoken. Veel foto’s van Makarios, als knaap, als jongeling, als … met politiekers, andere staatshoofden, bij een doop … allerlei eretekens. Maar op een kwartiertje heb je het wel gezien. Het geboortehuis van Makarios is gesloten. Van buiten uit ziet het er trouwens vrij klein uit. Zoals andere huizen in dit dorp. Overigens zijn hier veel gerestaureerde woningen waardoor het dorpje met zijn kleine straten en steegjes iets pittoresks heeft. Veel (lege) restaurants ook. De eigenaars doen vriendelijke pogingen om ons binnen te lokken.

Zonnig straatje.

Wegwijzer aan café-terras.

Maar als er iets is wat hier in deze streek van Cyprus goed georganiseerd is, dan zijn het wel de picknickplaatsen. Steeds met banken en tafels, in de schaduw op leuke plekken, met water en toiletten. Dus middagmalen we in de vrije natuur op de weg naar Agios Georgios Emnon.

Agio Georgios Emnon is een eenvoudig kerkje, verscholen in het “Emnes-bos”. De twee deurklinken zijn aan elkaar vastgemaakt met een soort elastiek, een “fiets-snelbinder”. Aan elkaar geknoopt eigenlijk. Losmaken die handel en een blik binnenin werpen. Typisch Grieks-Orthodox interieur maar, gek, er brandt een kaarsje! In een verlaten kerkje, 10 km van het dichtstbijzijnde dorp, midden in het bos. Deuren maar weer dicht knopen en terug naar ons “huis” in Cyprus. Dwars door het Pafos-woud. We passeren langs de wandeling van twee dagen geleden in Stavros tis Psokas. Genieten van het landschap en de “koele” 28° C. Airco uit en vensters open. De aroma’s van Troödos opsnuiven. En veel stoppen en foto’s nemen, nu we ons fototoestel terug hebben.

Kerkje in het bos.

Iconen in kerk.

Slot van de dag: eentonig!😀😀😀
Verkoeling zoeken in het zwembad; aperitieven op ons terras; de zonsondergang bewonderen; Betty maakt bruschetta’s klaar. Hmmm … gaat toch niet vervelen.