Agiou Georgiou, Pomos.

Reizen gaat soms (dikwijls? meestal?) niet vlekkeloos. Eind gisterenmorgen 20 augustus, in de luchthaven van Pafos geduldig gewacht aan de bagageband. Een eerste koffer van onze drie pikken we op, een tweede. Dan trekt iedereen weg met bagage en een lach. Wij niet: de lege transport band blijft draaien; onze derde valies is er niet bij! We vullen een “Property Irregularity Report” in, tekenen een ander document in onbegrijpelijk Grieks – voor dedouanering wanneer onze vermiste koffer aankomt. Hopelijk vindt TUIfly onze valies snel terug.

MEETING POINT

50 m opposite the Arrival Exit, through the walk way in the parking P5. Shuttle service to AUTOUNION office every 15 min.

Bovenstaande tekst van onze huurauto-reservering bij CYPRUS CAR HIRE.COM laat vermoeden dat we – na ons half uur oponthoud door verloren bagage – nog niet zo snel op weg naar ons vakantiehuis in Pomos zullen zijn. De shuttle-plek vinden we, alhoewel een twee meter hoog en halve meter breed paneel aangeeft dat hier de shuttle-bus van enterprise stopt. Een ander verhuurbedrijf of toch “het onze”? De afmetingen van het signalisatiepaneel zijn belangrijk: we wachten met vieren, waaronder zes-maanden oude Lou, in de smalle strook schaduw die het paneel afwerpt. Voor de rest: parking onder de blakerende zon. Na 20 minuten geen shuttle-bus. Telefoonnummers opzoeken op internet; bellen en in Athene terecht komen; daar andere nummers krijgen voor Cyprus; bellen en … geen gehoor; een half uur later nog steeds geen bus. Net wanneer we het willen opgeven en aan iemand vragen of dit wel de juiste plek is voor de shuttle, komt een busje van enterprise aangereden: voor ons!

De vrouwelijke chauffeur voert ons naar een grintparking in het midden van niets. Primitief kantoortje in, paperassen afwerken en eindelijk op weg naar Pomos! Nog wat aanpassen aan het links rijden, stuur rechts en automatische versnellingsbak, ruitenwissers links en richtingaanwijzers rechts, maar voor de rest geen problemen meer. Op naar ons vakantiehuis aan de Agiou Georgiou in Pomos. Start dus enigszins in mineur. En wat een kluwen aan bedrijfjes betrokken bij zo’n autohuur in Cyprus: AUTOUNION, CYPRUS CAR HIRE.COM, enterprise, Lakis Rent a Car Ltd., Alamo …

Villa Mariza Seaview, Agiou Georgiou, Pomos is een verademing: op een helling, zicht op zee, zwembad EN met een tuin … een tuin van Eden! Druivelaars, vijgenbomen, granaatappelbomen, vijgcactussen, chili pepertjes, kruiden, perzikbomen (helaas niet meer in ’t seizoen), aubergines. Plukken maar. Niet voor niets heet deze streek de fruitmand van Cyprus. En nog nooit heeft een vijg zo goed gesmaakt: vers van de boom en nog lichtjes warm van de ondergaande zon.

Glazen schaal met druiven, vijgen en prickly pear.

We moeten eten en drank inslaan. In een “supermarktje” in Pomos, dicht bij de kerk, kopen we cola, zout en groene tee. Uit beleefdheid: ’t is een donkere krocht met smalle gangetjes, rekken volgestouwd met conserven, droge voeding en van alles. De “verse groenten” liggen er vermoedelijk al een tijdje. Maar de kassierster is zeer vriendelijk. Op dus naar Polis voor een echte supermarkt: Papantoniou. Daar storen we ons dan weer aan de vele toeristen die in zwembroek of bikini aan ’t shoppen zijn. Maar het assortiment is uitgebreid, hoewel Engels geïnspireerd: geen rauwe ham bij voorbeeld.’s Avonds op ons terras: tonijn met auberginekaviaar, overgoten met een Olympus-wijntje om de reisdag door te spoelen. De frisse mediterrane wind zorgt voor een ietsiepietsie verkoeling …

En deze morgen een schitterende zonsopgang.

Zonsopgang boven dorpje aan zee.

Idool van Pomos.

Hoe graag zou ik in Cyprus zijn,
Het eiland van Aphrodite,
Waar sublieme liefde heerst.
Breng me naar Pafos, Dionysos.

Vrij vertaald uit “Bakchai” van Euripides, 406 v. Chr.

Cyprus, het eiland in de vorm van een liggende gitaar of bouzouki?. Na de crisisjaren 2009-2010 en 2013-2014 groeit het aantal toeristen er met bijna 20% per jaar.1 Profiterend van onzekere situaties in andere streken: Turkije, Egypte, de Maghreb-landen … Een record aantal van 3,2 miljoen toeristen in 2016. Daarvan ruim 1/3de Engelsen: oud-kolonie bezoeken. En 1/4de Russen: voor hen eens wat anders dan de Zwarte Zee en de recent ingepalmde Krim. Zo, ’t is duidelijk wie we in Cyprus kunnen ontmoeten. In elk geval weinig Belgen: met nog geen 30.000 Belgische bezoekers per jaar – ondanks de rechtstreekse chartervluchten naar Pafos – zullen we er niet opvallen, discreet als we zijn. Maar veel toeristen tegen komen? Twijfelachtig: we trekken naar het dunbevolkte en weinig toeristische noord-westen van het eiland. In 2011 bezochten we reeds DE trekpleisters: Pafos, Limassol, Kouron, Kouklia, Kykkos … Deze keer dus weg van de gebaande paden. Op zoek naar authenticiteit. Slow travel!

Cypriotische Euro’s.

Cypriotische euro.Onze uitvalsbasis wordt Pomos, een onooglijk dorpje geprangd tussen de zee en de bergen. Niet echt toeristisch bekend, laat staan beroemd … ware het niet dat hier in 1934 een 5.000 jaar oud beeldje van picroliet2 is gevonden: het Idool van Pomos.  Een vruchtbaarheidsbeeldje dat een nog kleiner beeldje van zichzelf rond de hals draagt. Dat beeldje siert de 1 en 2 Euro muntstukken uit Cyprus. Merkwaardig genoeg, ondanks de splitsing in Noord (Turks) en Zuid (Grieks) Cyprus, staat op de euromunten de naam van Cyprus zowel in het Turks (Kibris) als het Grieks (Kypros)3 Het Idool van Pomos kan je bewonderen in een museum in Nicosia … maar tussen Pomos en Nicosia ligt het Pafos-woud en het Troödos gebergte.  Met andere woorden, de afstand Pomos-Nicosia is “maar” 107 km; in tijd minimaal 2u15′. Buiten ons bereik en interesse vermoedelijk, ook al omdat – volgens sommige reisgidsen – Nicosia niet zo interessant is.

The Green Line.

Wat ligt dan wel binnen de reismogelijkheden, wetende dat we enerzijds een 4×4 hebben gehuurd, maar anderzijds dat ook de 6 maanden oude Lou mee reist? De grens, het niemandsland, de gedemilitariseerde zone tussen Grieks en Turks Cyprus, waar VN blauwhelmen patrouilleren? Kunnen we deze zogenaamde “Green Line” oversteken en een kijkje nemen in het Turkse deel? De grensovergang by Kato Pyrgos is maar 27 km/40 minuten ver. Er van uitgaande dat we de “Green Line” over mogen, komen we opnieuw 20 minuten later bij de ruïnes van Vouni Palace. Nog wat verder Turks Cyprus in, liggen de overblijfselen van Soli, een stad uit de 6de eeuw voor onze tijdrekening. En dan heb je Lefke en Güzelyurt, steden te midden van wat de fruitmand van Cyprus wordt genoemd. Redenen genoeg dus om de oversteek naar het Turkse deel te wagen. Alhoewel, de algemene voorwaarden van het autoverhuurbedrijf zeggen: “Insurance compagnies DO NOT offer any cover whist you drive to the North part of Cyprus … entirely at your OWN risk …“. We zien wel.

Aphrodite

Met Pafos als culturele hoofdstad van Europa 2017 EN binnen onze actieradius (70 km/1u15′ van Pomos) zullen we ons ook langs de Griekse kant wel niet vervelen.

Affiche Pafos culturele hoofdstad 2017.

De bezienswaardigheden, in wijzerzin tussen Pafos en Pomos:

  • Het schiereiland en natuurgebied Akamas, meest westelijke punt van Cyprus: een 4×4 is hier een absolute “must”.
  • De baden van Aphrodite: natuurlijke poelen in en rond een grot. Aphrodite (de “uit schuim geborene”) zou volgens één van de talrijke legendes ten zuiden van Pafos uit het schuim van de golven zijn “ont- en opge-staan”. Kwam ze hier baden met haar geliefde maar weigerachtige Adonis? Het Aphrodite-trail, een 7,5 km lange wandeling, heeft deze plek als vertrek- en eindpunt.
  • Cape Arnauti: woeste natuur met unieke fauna en flora.
  • Aphrodite Beach (Asprokremos): zonder woorden
  • Latchi: strand en vissersdorpje.
  • Polis: kuststadje in een groene landbouwvallei.
  • Limni: oude, verlaten kopermijn. “Koper” = Cuprum in het Latijn, van “aes cyprium”: erts van Cyprus. Een controversieel project wil twee golfterreinen met hotel – 160 kamers – en bungalows aanleggen op de vroegere mijnsite. Maar op de nabijgelegen stranden komen karetschildpadden en groene schildpadden (“soepschildpadden”) van eind mei tot september eieren leggen. Update 2021: het golfterrein-project is officieel geannuleerd op 29 januari 2021. De schildpadden hebben gewonnen!
  • Talrijke kleine, traditionele dorpen, even het binnenland in: Akourdalia, Lysos, Peristerona …
  • Ten slotte, net voor Pomos: “Paradise Beach”. Als we niet in het paradijs geraken, dan toch op het strand ervan.

We kunnen ook nog altijd het Pafos-woud en de Troödos bergen, achter ons vakantiehuis, exploreren. Bij  voorbeeld op zoek gaan naar de zeer schuwe moeflon, een endemische berggeit. Mogelijkheden zat dus in een streek waarvan velen zouden zeggen dat “er niets te doen is”.

Eiland van Aphrodite … we komen er aan.

Vlag van Cyprus.

P&.S. Eind augustus, begin september vliegen de eerste Europese en jufferkraanvogels over Cyprus, op weg naar hun Afrikaanse overwinteringsplaatsen. De kans dat we er in en rond Pomos spotten is miniem: kraanvogels trekken meestal op grote hoogte en dikwijls ’s nachts. Meer kans heb je in het uiterste zuiden, bij het zoutmeer van Akrotiri.


1 Het toerisme draagt voor meer dan 21% bij tot het BNP van Cyprus, het Grieks-Cypriotische deel dan wel. Bron: Statistical Service Cyprus.
2 Picroliet is een, meestal groen-grijs, mineraal dat veelvuldig voorkomt in de streek rond Pomos.
3 Turks-Cyprus wordt door geen enkel ander land ter wereld erkend, behalve door Turkije. Je betaalt er niet met Euro’s maar met Turkse Lira

De echte Beira?

Laten we vandaag de kleine dorpjes uit de streek verkennen. Die niet op de platgetreden paden liggen. Die waar weinig of geen toeristen komen. En die het niet tot in de toeristische folders of gidsen schoppen. Het echte Portugal, de echte Beira?

Vila Pouca da Beira.

Dat is er zo één: Vila Pouca. Alhoewel dit dorp toch een voor ons bekende inwoner had: de Nederlandse schrijver Gerrit Komrij heeft hier lange tijd gewoond. Hij schreef zelfs columns voor NRC Handelsblad over het leven in dit dorp; columns later gebundeld tot het boek “Villa Pouca“. Een grote azulejo in het midden van het dorp beeldt de verschillende bezienswaardigheden uit, waaronder de “Casa do Escrito Holandês”.

De oude kloosterruïne uit Komrij’s boek werd toen al verbouwd tot hotel; nu is het een grote, luxe-poussada van waaruit je een weids uitzicht heb op de vallei en omringende bergen. Maar zo rustig en stil …  Nog geen tiental auto’s op de parking.

Vrouwtjes lopen in het zwart maar lachen en begroeten ons met een “bom dìa”. Mannen salueren vanuit de weinige voorbijrijdende auto’s. D’er is een overblijfsel van een Romeinse heirweg in het dorp. Kleine, kronkelende straatjes, veel planten en bloemen, overal staan kleine barbecue-stelletjes aan de deur, hier zelfs een oude soort bak om de was in te doen.

Villa Pouca da Beira: straathoek met oude wasbak en bloemen.

Wel veel leeg staande huizen maar ook zeer statige woningen. En één winkeltje, piepklein en wat tevens een “kunstatelier” is. Drie vrouwtjes vullen de hele benedenruimte. Doet me denken aan het Portugese gezegde “vrouwen zijn als sardienen: hoe kleiner hoe beter“! Hoe dan ook, één van de drie is de eigenaar van de winkel, ze spreekt ook nog redelijk goed Engels. Ze jaagt de andere twee dametjes buiten en trekt met ons naar de amper grotere bovenverdieping. Hier is een allegaartje uitgestald van eten, drank, prullaria en zelf gemaakte “kunstwerken”. We komen er buiten met een fles wijn en een minuscuul “kunstwerkje”.

Nog even tot aan de kerk wandelen. En hier is ook één café. Opnieuw een kleine mevrouw achter de toog. Voor ons lijken ze allemaal op elkaar: zelfde formaat en met een schort voor. We bestellen dois café (=twee espresso). Een autootje van de correios (Portugese post) stopt voor de open cafédeur. Postbode deponeert een postzak binnen. Zou je hier je post in het café moeten komen halen? Hier blijken ze bovendien ook pistoleetjes te verkopen. Net wat we voor onze lunch nog nodig hebben. Met enige moeite bestellen we in gebrokkeld Portugees vier van die broodjes. Totale prijs: 2,80 € inclusief onze twee koffies.
Aantal toeristen ontmoet in Vila Pouca: nul komma nul.

Aldeia das Dez

Nog zo’n slaperig en pittoresk dorpje, toch al een ietsje meer toeristisch. Bergdorp in de Beira: grote hoogteverschillen in het dorpje zelf, oude huizen met houten balkons. En stil. En groen. Dus wandelen in het dorp en wandelen daar buiten. Verschillende wandelingen zijn – althans in het begin – goed aangeduid. Later wordt het af en toe problematischer. De zon brandt. Sinds gisteren zit de temperatuur ruim boven de 35°. Gelukkig loopt onze wandeling grotendeels door een bos, langs een bergwand met mooie doorkijkjes op de vallei. Volop zoete braambessen langs de kant van de weg. En wilde munt, fel geurend! Plots, op een smal dalend en dicht begroeid pad, zie ik varens bewegen. Niet zo maar eventjes door de wind maar veel en veel varens. Alsof een groot dier ons tegemoet komt. Dat kan niet! Nee, het is een oud vrouwtje met een reusachtige bos varens op haar hoofd. Bijna tot aan haar middel verdwijnt ze onder het groen. Traag komt ze de helling op, ziet ons, zegt “bom dìa” en schuifelt verder. Even hoger op staat haar “huis”, eerder een bouwval gedeeltelijk met golfplaten bijgewerkt. Duidelijk geen electriciteit en in het midden van een bos. Ook dat is de Beira in Portugal.

Aldeia das Dez: oude vrouw met grote bos varens op het hoofd.

Aldeia das Dez= stokoude woning in verval.

Onze meegebrachte lunch, met de café-broodjes van Vila Pouca, eten we aan de schaduwrijke “wasplaats” van Aldeia das Dez, iets lager dan de weg en met zicht op de vallei. Een vrouw met hondje wuift ons toe …

Nog een biertje drinken, of een Ice Tea Caseira (=”van het huis”) op een terrasje – uiteraard weer schaduwrijk en met panorama. Dan trekken we verder …

Fraga da Pena.

De Serra do Açor ligt ten zuid-westen van de Serra do Estrela, zo’n drie kwartier, 30 km van Aldeia das Dez. We rijden naar de Fraga da Pena (waterval), opnieuw door een prachtig berglandschap dat zo goed als verlaten is. Geen auto’s, geen dorpjes … Bossen van kastanjebomen, eiken, vijgebomen, eucalyptusbomen.

In het bergdorpje Benfeita – witte huizen met rode pannendaken – hebben we opnieuw drank nodig. Dus spuitwater drinken op een lommerrijk terras. Pedras spuitwater, met veel zout en mineralen. Betty lijkt uitgedroogd maar komt er langzaam weer door.

Witte huizen van Benfeita op helling.

Fraga da Pena waterval.

De Fraga da Pena waterval is pittoresker en er komt alvast meer water naar beneden dan in de Poço do Inferno (blogpost van 29 augustus 2016). Tijd dus voor nog wat foto’s en dan terug naar “huis”. Vandaag hebben we zo maar eventjes 13 km gestapt bij 35° of meer. Maar niet erg, we kunnen afkoelen bij en in het zwembad.

’s Avonds brengen Juliet en Rob van Orange Olives nog twee vers geplukte vijgen van één van hun vijgebomen. De eerste rijpe van het seizoen. Sympathiek … ze vertellen over hun ambitieuze plannen om hun domein verder te ontwikkelen en te perfectioneren. In elk geval is dit nu reeds de ideale plek voor wie rust zoekt en toch iets wil zien/beleven.

En dit is inderdaad onze laatste dag van deze (te) korte vakantie. Maarrrr…

Beste Portugal,
Wij zeggen u geen vaarwel mijn vriend,
Wij zien elkander weer …
😉

Mata do Buçaco.

Hernieuwde poging vandaag om het bos van Buçaco te bezoeken MET zon. Bij het ontbijt, zoals gewoonlijk op het terras van Casa Verde, is het al duidelijk warmer dan gisteren. Bovendien tekenen de contouren van de bergen zich weer duidelijk af tegen de immer-blauwe hemel. Dus wagen we het er op.

Luso.

Een lieflijk stadje – kuuroord – aan de voet van de Serra do Buçaco, bij stralende zon. Tevens produktieplaats van het meest gedronken mineraalwater van Portugal. De inwoners sjouwen met grote plastic 5-liter containers over straat en vullen de kofferbak van hun auto. Tja, waarom zou je Luso-water in de supermarkt kopen als je het hier gratis aan de bron kunt tappen?

Luso: vrouw tapt bronwater.

Naast de “Termen”, het kuuroord, ligt het vroegere Casino-gebouw, nu museum. Binnenin is ’t een allegaartje van allerlei dingen die al dan niet iets met “kuren” te maken hebben. Maar het gebouw zelf en de zalen – grote theaterruimte met wulpse plafondschildering, bibliotheek – zijn prachtig: Art Nouveau in en van Portugal! Oude gebouwen en moderne architectuur zijn in Luso perfect geïntegreerd. Alles kraaknet, ordelijk, rustig … charmant.

Luso: veranda-gang.

Luso: plafond van theaterzaal van casino.

In het toerismebureau krijgen we een kaartje met de wandelwegen in het Mata de Buçaco. Dat kaartje zal later beter blijken te zijn dan de overvolle en verwarde kaart die je bij de ingang van het bos krijgt.

Mata do Buçaco

Geschiedenis volgens “blue-crane”:

Al van in de 6de eeuw, verbleven er op de berg, in het bos van Buçaco allerlei vreemde individuen: kluizenaars, pelgrims, eremieten en blootvoet-karmelieten. Die laatsten bouwden een klooster, onderhielden het bos en … omcirkelden het al snel door een muur met een beperkt aantal toegangspoorten. We spreken dan over het begin 17de eeuw. Een pauselijke bul uit 1622 verklaarde het gebied “off limits” voor vrouwen: excommunicatie wachtte de dames die het toch waagden. Hadden de monniken zelf gevraagd om niet (meer) door vrouwen te worden lastig gevallen? Of werd de boel wat te liederlijk en moest de kerk ingrijpen? Hoe dan ook, de muur werd gebouwd! En een paar tientallen jaren later bepaalde een nieuwe pauselijke bul dat ook diegenen die bomen vernielden, ge-excommuniceerd werden. De monniken waren immers begonnen om, op hun blote voeten, bomen uit de hele wereld te verzamelen. Maar pech in 1834: alle kloosterorden in Portugal werden afgeschaft. De Mata de Buçaco kwam in handen van de Portugese staat.

Eind 19de eeuw besluit Carlos I, toenmalige koning, een jachtkasteel te bouwen midden in het bos. Oplevering in 1907. Het zal er wel niets mee te maken hebben maar veel genot had Carlos niet van zijn kasteel. Hij en zijn zoon, kroonprins, worden vermoord in 1908 en twee jaar later is Portugal een republiek …

Langs de Portas de Almeias rijden we het bos binnen: 5 € toegangsprijs voor een auto. Gratis te voet! Maar ja: er is geen parking buiten de muur en het bos ligt 2 km – stijgend- van Luso. Heerlijk koel is het onder de bomen. Eerste wegwijzer naar de Fonte Fria, koude bron. Auto parkeren en uitstappen. Leuk paadje langs boomvarens van wel 2 meter hoog, langs een idyllisch meertje. Het water van de bron stroomt in watervalletjes en vijvertjes naar beneden. Aan beide kanten een trap van 144 treden.

Bos van Buçaco.

Fonte Fria: trappen langs watervalletje.

Terug naar de auto: we rijden naar de extravaganza van koning Carlos, nu het Palace hotel do Buçaco. Mooi kan je het niet noemen maar wel intrigerend met zijn overdadige versieringen, tierlantijntjes, torentjes en indrukwekkende azulejo’s. Bovendien ligt het in een oase van groen.

Bruçaco Palce Hotel met toren.

Uitzichtpunt met kruis in Buçaco.

Tijd om verder te wandelen in dit koele bos met zijn 700-plus boomsoorten, een arboretum avant la lettre. De Via Sacra, of kruisweg: sterk stijgend. Elke statie is afgebeeld door levensgrote terracotta beelden in kleine, ontoegankelijke huisjes. Helaas hebben vele beelden de tand des tijds niet doorstaan: hier en daar mist er één een hoofd of arm. Inspanning loont: prachtig panorama boven aan de Cruz Alta. Uitzicht op – helaas – de vele plekken waar bosbranden hebben gewoed.

We wandelen naar de Porta de Coïmbra waar de twee pauselijke bullen in marmeren platen zijn gebeiteld. De juist plek voor onze meegebrachte lunch: rustig, geen toeristen (die zijn hier sowieso schaars), alleen het geluid van een eenzame cicade.

Nog wat ronddolen in het bos en dan “huiswaarts”. Rust aan het zwembad hebben we nu wel verdiend: 11 km gestapt vandaag.

Vizier op Viseu.

Na een stadsbezoek gisteren willen we vandaag weer de natuur opzoeken. We rijden naar Mata do Buçaco, het bos van Buçaco, of althans dat is onze bedoeling. Maar naarmate we meer naar het zuid-zuid-westen, richting Atlantische kust, rijden, komen we dichter bij bewolking …. waar we dan ook plots in belanden. Temperatuur zakt to 16° en alles ziet er veel minder lieflijk uit. We kijken mekaar aan, aarzelen – we zijn inmiddels wel verslaafd aan de zon van Portugal – en kiezen een nieuwe koers: noord-noord-oost, naar het stadje Viseu. Daar schijnt inderdaad de zon, hoera! Gouden raad voor zonnekloppers in Portugal: blijf weg van de Atlantische kust!

Viseu.

Ons stadsbezoek beginnen we op de Praça da Repùblica, uiteraard na een “café”. Viseu lijkt inderdaad zijn reputatie waar te maken van charmant en gezellig stadje, uitgeroepen tot beste stad van Portugal om in te wonen. Veel groen, fonteinen, een oude stadspoort, het plein voor de kathedraal met twee kerken, statige huizen en het Grão Vasco museum.

Viseu: grijze gevel van museum Grão Vasco.

Het museum van de “Grote Vasco” – de Portugese schilder Vasco Fernandes – is gehuisvest in een voormalig, knap en modern gerestaureerd paleis. Grote verzameling schilderijen van de “Portugese primitieven”. Een altaarstuk van 14 schilderijen is hier het pronkstuk. Waarschijnlijk gemaakt door een collectief van schilders onder leiding van een paar “Vlaamse primitieven” en waaraan de nog jonge Vasco Fernandes aan mee werkte. En van ons, Vlamingen, “de stiel leerde” en prompt de schilderschool van Viseu stichtte. Van de drie verdiepingen van het museum is het gelijkvloers voor moderne kunst bestemd. Zou in het Gentse SMAK niet mis staan.

Grão Vasc museum: altaarstuk van 14 grote schilderijen.

Op het plein voor de kathedraal lopen we een journaliste tegen het lijf. Of beter gezegd: zij spreekt ons aan en vraagt waarom we Viseu voor een bezoek hebben uitgekozen. Euh … omdat we er over hebben gelezen en omdat de zon hier altijd schijnt! En wat we speciaal leuk vinden aan Viseu? Euh … de pleintjes, de oude stad, de sfeer. Voortdurend vraag ik me af wat ze ons wil verkopen. Maar nee, ze wil nog een foto van ons beiden en onze namen. Misschien staan onze uitspraken, hoewel niet wereldschokkend, volgend seizoen in een Viseu-publiciteitsfolder.

Kathedraal met groot plein.

Nog wat flaneren door de smalle straatjes van de Juderia – oude jodenwijk. Een immobiliënkantoor in één van de kleine huisjes. Prijs van een gemiddelde woning in deze streek: tussen de 50.000 en 80.000 Euro; van een nieuw gebouwde villa met zwembad: 138.000 Euro! We komen terug bij de Praça da Repùblica. Tijd voor onze lunch, oorspronkelijk bedoeld om in de vrije natuur op te eten. Nu wordt het boterhammetjes in het park op een bankje. En ondertussen wat Portugeesjes kijken.

Bosbrand.

Bij het terugrijden komen we, op een paar kilometer van ons vakantiehuis, in een kleine file van een twintigtal auto’s terecht. En grote zwart-grijze rookwolken tekenen zich af tegen de azuurblauwe lucht. Bosbrand! Ramptoeristen! ’t Lijkt maar een paar kilometer voorbij de afslag naar Casa Verde te zijn. Dus spelen we mee ramptoerist.

Tientallen en tientallen auto’s markeren de plaats van het gebeuren. Twee blus-helicopters tanken water uit een nabijgelegen reservoir en vliegen voortdurend – om de paar minuten – af en aan. Ze scheren amper een paar honderd meter boven onze hoofden. Af en toe krijgen we druppels in de nek. De helicopters omcirkelen de brand. Brandweerwagens komen van alle kanten met loeiende sirenes aangereden. ’t Lijkt wel of er honderden bombeiros (brandweermannen) tegelijk opgewonden naar de rook toe lopen. De helicopters blijven af en aan vliegen. Ze lijken al snel het vuur zo niet te blussen dan toch onder controle te krijgen. We willen hier eigenlijk niet in de weg lopen en keren dus terug. De toegangswegen naar de brandhaard zijn al afgezet. Wat gaat alles hier snel en blijkbaar efficiënt. Toch beangstigend zo’n brand op – in vogelvlucht – misschien 3 kilometer van ons vakantiehuis. Gelukkig zit voor ons de wind goed!

Oliveira do Hospital: bosbrand 31 augustus 106, grijze rookwolken.

Oliveira do Hospital: bosbrand 31 augustus 106, brandweerauto.

Oliveira do Hospital: bosbrand 31 augustus 106, blushelicopter in de lucht.

Oliveira do Hospital.

Vanavond, na de inkopen, nog even naar het centrum van Oliveira do Hospital voor een aperitiefje. Op zich is dit stadje geen omweg waard, maar het kerkje met het centrale plein is wel leuk. In “Café Central” wil ik in mijn beste Portugees 2 glazen witte wijn bestellen: dois vinhos branco. De dienster kijkt me niet-begrijpend aan en vraagt dan zoiets als “doisj vinsj brancs”? Ja dat zal het wel zijn. Ze komt terug met twee “kuipen” witte wijn, andermaal samen vermoedelijk een halve fles, voor de spectaculaire prijs van … 1,20 Euro, de twee glazen samen! Over de prijs moet je hier in Portugal niet zeuren. Over de vriendelijke bediening trouwens ook niet!