Spioenkop.

12 augustus 2026.

Op naar Spioenkop.

Dreigende wolken, maar het regent niet. We rijden naar het Spioenkop slagveld. Deze keer hebben we van bij het wegrijden een zicht op talrijke, besneeuwde bergtoppen. Drie prachtige elanden staren ons aan, een eindje van de smalle bergweg af. Even verder, bij een brug over de Tugela rivier verkoopt iemand beschilderde beeldjes uit klei. Net zoals 14 jaar geleden, toen we hier ook in de buurt waren.

De verspreide dorpjes langs de hoofdweg naar Spioenkop bieden een armoedige en troosteloze aanblik. Grijze, rechthoekige huisjes, golfplaten bijgebouwtjes, nog een paar rondavels, veel rommel ertussen, bruine of zwart afgebrande velden en dat alles onder een loodgrijze hemel.

Niet getreurd, heel af en toe breekt de zon door de wolken. De weg is goed, nou ja, op een aantal “slaggate” (putten) na.

Het slagveld.

Aan de toegangspoort van Spioenkop blijkt dat we de eerste bezoekers zijn sinds twee dagen. Veel toeristen zijn we hier inderdaad nog niet tegen het lijf gelopen.

Via een steile betonweg rijden we de Spioenkop op, waar op 24 januari 1900 slag is geleverd tussen de Engelsen en een boerenleger. Een bloedige slag met bijna 1200 dode, gewonde of vermiste Engelsen en een 200-tal dode of gewonde boeren. Met een verrassingsaanval hadden de Engelsen snel de top ingenomen. Daar was geen beschutting voor de lager opgestelde kanonnen van het boerenleger. In de rotsige bodem kon je loopgraven van amper 30 cm diep graven. Slachting!

De top ligt bezaaid met graven, gedenktekens, monumenten, zerken, kruisen. Plus uitleg over de veldslag in drie talen: Engels, Afrikaans en Zulu(?); uitleg door de overwinnaars – de Afrikaners – zoals steeds in de geschiedenis. Lange dubbele rijen witgeverfde rotsen herinneren aan de ondiepe “loopgraven” van toen.

Na de slachtpartij komt een troep Indiase brancardiers de doden en gewonden afvoeren. Onder hen een zekere Mohandas Karamchand Gandhi, inderdaad de latere Mahatma Gandhi van India. Zijn naam staat samen met die van zijn kameraden op een van de monumenten. Een jonge Engelse journalist brengt verslag uit van het Engelse debacle: Winston Churchill. En een 100 km verder van Spioenkop leidt een andere oude bekende de Britse verkenners op: Lord Baden Powell. In de geschiedenis houdt alles verband met alles.

Het 360° panorama vanaf Spioenkop is “vijf sterren “: het stuwmeer achter de Spioenkop Dam, de Tugela-rivier, koppies en de besneeuwde Drakensbergen op de achtergrond.

Spioenkop Nature Reserve.

Lunchtijd, maar … hier is “niets” in de onmiddellijke omgeving … wel een “natuurparkje”: Spioenkop Nature Reserve, aan het stuwmeer. Laten we dat “snel” even meepikken.

Verwarring aan de ingang: voor 5 volwassenen en een kind krijgen we 4 tickets!!? Een 4×4 is hier een noodzaak: putten, plassen, rode modder … de echte Afrika-safari-beleving is plots terug. We spotten impala, blesbok, hartebeest, kudu, zebra … de klassiekers. Twee giraffen bespieden ons vanuit het kreupelhout. Doodstil blijven staan is de boodschap. De eerste giraf steekt behoedzaam de weg over, een tien meter voor onze auto. Leuk. De tweede giraf is onstuimiger, rent de weg over en … glijdt bijna uit!

Terug aan de ingang komt de bewaker aangerend. “How many are you? Five adults and one child. How many tickets do you have? Four.” Prompt geeft hij ons nog één (1) kind-ticket. Begrijpe wie kan.

Langs een pittoreske 9 km lange modderweg rijden we naar Bergville, voor inkopen en op zoek naar een erg late lunch. Dat valt tegen: Bergville biedt een armoedige, verwaarloosde, groezelige aanblik. Veel volk op straat. We doen inkopen in de Shoprite.

Debonair Pizza.

Drie jaar geleden in Nquthu aten we de vreselijkste pizza’s ooit bij Debonair. Onbegrijpelijk, maar vandaag belanden we opnieuw in een Debonair, in Bergville. Honger is de beste saus, denken mijn reisgenoten, en ze bestellen twee pizza’s. Toch even proeven van de “pizza salame” … nee, niets voor mij. Ik ga drankjes halen: twee cola, twee water: 87 ZAR. Ik betaal met een briefje van 100 ZAR, laat het wisselgeld maar zitten. De kassierster kijkt me ongelovig aan: “You do not want change? Really? Tip?” Eh ja, 13 ZAR is amper 70 eurocent. De kassierster springt een gat in de lucht, letterlijk: ze doet een dansje en roept naar haar meedansende collega’s dat ze de “best tip ever” gekregen heeft. Raar. Minuten later realiseer ik me dat ik een bankbiljet van 200 rand gaf, niet 100. De fooi was dus 113 rand, dus 6 €! Ach, wat maakt het uit … ze zijn er heel blij mee en kunnen het waarschijnlijk goed gebruiken. Voor die fooi brengt ze onze drankjes wel persoonlijk.

Terug naar huis dan, na een zo goed als regenloze dag. Morgen zon?


Ontdek meer van Blue Crane home.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal