11 augustus 2026.
Ouma.
Regen, regen, regen … maar laten we de dag goed beginnen met een typisch Zuid-Afrikaans ochtend-safari-ontbijt: Ouma rusks! Om het in het Afrikaans te zeggen: “Ouma gesnyde muesli beskuit”, vrij vertaald: oma’s gesneden muesli beschuit, steenharde ontbijtkoeken. En om het helemaal compleet te maken: aangevuld met, of gesopt in rooibosthee. Heel eerlijk: we eten ook nog havermout en pannenkoeken, met dank aan Pieter! Buiten klinkt de schrille roep van Ibissen.
Silent Woman.
Een zekere Willie Chalmers, pacifist en kunstenaar, weigerde voor de Engelsen te vechten in WO II. Hij wandelde van Kaapstad helemaal tot in Natal met de bedoeling de Khoi en San rotstekeningen te bestuderen. Zover kwam het niet: hij begon zelf in de rotsen te beitelen … beelden, her en der verspreid en niet gedocumenteerd. Één zo een beeld is “Silent Woman” in de Drakensbergen. Dat gaan we nu zoeken.
Vanaf Sungubula wandelen we – weliswaar in de regen – naar Silent Woman. We passeren het zwembad waar de enige gast een dikke, dode pad is. Water te koud? Of te veel chloor? Het landschap blijft speciaal met de bergen in alle tinten van rood en bruin. Afdalen: eerst zachtjes over grasveld en paadjes – modderig – daarna steiler de rotsen af. Tussen lage bomen en struiken botsen we op een bergriviertje, niet zo diep maar wel met gladde rotsen. Niet iets waar iemand met hernia-naweeën zomaar over huppelt. Betty en ik blijven aan deze oever … met vieren trekken de rest van ons gezelschap verder op zoek naar Silent Woman. Wij schuilen onder een overhangende rots. Inmiddels zien onze vier dappere trekkers wegwijzertjes die … hun zowaar doen terugkeren? Het viertal splitst verder op: David en Pieter dolen verder zoekend rond. Evelien en Lou keren terug.






Wij vangen de terugweg aan en … botsen op enthousiaste David en Pieter! Ze vonden Silent Woman net boven een overhangende rots … dezelfde als die waaronder Betty en ik schuilden. Ook de rest van ons gezelschap vervoegt ons zonder Silent Woman te hebben gezien. Wat een mysterieuze dame …
Biltong.
De “trekboers” bewaarden hun vlees door het te “cureren” in een mengsel van azijn, zout en kruiden: biltong. In 1848 stelde Franciscus van Reenen zijn eigen geheime kruidenmengsel samen. Dat is overigens dezelfde Van Reenen waarover sprake is in de Golden Gate Highlands National Park blogpost en van de gelijknamige bergpas. Vijf generaties later wordt dezelfde biltong nog altijd gemaakt volgens hetzelfde recept door dezelfde familie en wel niet zover van Sungubala (+/- 30 minuten met de auto). Die plek zoeken we deze namiddag op.
Zodra we Sungubala verlaten merken we twee elanden op, dicht bij de weg. Ze kijken ons rustig aan. Wij staren terug … ze keren hun achterste naar ons en trekken verder.


Van Reenen Biltong is een klein winkeltje, langs de weg, een paar honderd meter voor de eigenlijke “productiehal”. In glazen droogkasten hangen diep donkerbruine strips rundvlees. Eigenlijk zijn er maar twee soorten: de “klassiek” en de “spicey”. We kiezen een klassieke lap uit. Die gaat door een soort shredder die het beenharde vlees tot kauwbare, eetbare stukjes verscheurt; ongeveer 450 gram. Daarmee kunnen we een paar dagen voort.
Naast de Van Reenen biltong shop ligt “The Coffee Patch”, ideaal voor een espresso, cappuccino of blueberry muffin.
Halfvijf is het als we terug zijn in Sungubala. Ideale tijd vinden David, Pieter en Evelien om te gaan trail lopen op en rond de Sungubala pas. Tien kilometer en 500 hoogtemeters en drie enthousiaste lopers is het resultaat als ze om zes uur ons huisje weer binnenvallen. Het is inmiddels pikdonker. Wij ontdekten inmiddels een salonnetje, naast de boma (plek waar je rond een open vuur kan zitten) van Sungubala **met** brandend houtvuur en **met** aanvaardbare wifi!
Maar het is tijd om onze “kos” klaar te maken: spaghetti met Pinotage, Windhoek Lager of Savanna Dry.
Ontdek meer van Blue Crane home.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.