Torgny.

“I n’èst m’ au tchû d’sès rôyes.”

Vrij vertaald: “Hij is nog lang niet aan het einde van zijn karwei / latijn.”

11 september 2026.

Een viertal maanden geleden, in Bouillon, sprak een bioloog ons over een natuurgebied in Torgny, een dorpje in “La Gaume”, een streek in het uiterste zuiden van België. Een gebied met een eigen, Romaanse streektaal: het “Gaumais”, sterk verwant aan het Loharings. Zoals het bovenstaande spreekwoord in het Gaumais zegt, zijn we nog niet aan het einde van ons (reis)latijn: we bezoeken La Gaume! Om te beginnen: Torgny, het zuidelijkste dorpje van België, tegen de Franse grens geplakt.

Natuur.

Net voor we de E25 snelweg naar het zuiden verlaten in Habay, breekt de zon door de wolken. Ik zal het moeten geloven: La Gaume kent een warm microklimaat. De zon zal de hele dag van de partij zijn. Enerzijds ligt La Gaume beschut tegen koude noorden- en oostenwinden, anderzijds houdt de mergel- en kalksteen-ondergrond de warmte gemakkelijk vast. De natuur is er navenant speciaal, vooral in het natuurreservaat Raymond Mayné: zie foto’s! Alleen spijtig dat de voetweg doorheen dit kalk-grasland maar een paar honderd meter lang is. Daarna loopt onze wandeling (5 km) door een loofbos met grote hoogteverschillen.

Af en toe krijgen we panorama’s van zonovergoten, glooiende valleien en cuesta’s – les aardrijskunde: een cuesta is een vallei met een zeer steile kant, bijna loodrecht, en een zacht hellende kant daar tegenover. Alleen spijtig dat het landschap af en toe ontsierd wordt door de gigantische site van de papierfabriek Burgo Ardennes.

Wat is het hier stil … en verlaten. We lunchen aan een oud, vervallen kapelletje: de “Notre Dame du Luxembourg” kapel. Het blijkt een geklasseerde, historische site te zijn. Wel verwaarloosd: een stuk van net plafond dreigt naar beneden te komen terwijl dikke spinnenwebben de deur en hoeken decoreren.

Meer dan een half uur lang passeert hier geen auto, geen voetganger of fietser, geen vliegtuig in de lucht … niets … stilte! In dit natuurgebied zouden bidsprinkhanen leven en cycaden en er zouden orchideeën groeien. Helaas, niets van dat alles gezien op onze wandeling; wel veel bloemen in het gras … beemdkroon, agrimonie, grasklokjes.

Torgny.

Onze monden vallen open van verbazing: wat een prachtig en speciaal dorp is Torgny! Niet voor niets één van de “plus beaux villages de Wallonie” en de “Belgische Provence” genoemd.

Zo goed als alle huizen zijn in de klassieke okergele zandsteen uit de streek opgetrokken. Rode Provençaalse pannen op het dak zijn een must. Dikwijls staat het bouwjaar in de steen boven de voordeur gegrift, meestal 19de eeuwse data. Alle huizen lijken perfect onderhouden EN bewoond. Geen leegstand, geen verwaarlozing.

Er is zelfs een openbare wasplaats. Regenwater sijpelt doorheen de poreuze kalksteenlagen, botst dan op een ondoordringbare granietlaag. In deze “lavoir” – de “Grande Fontaine” komt helder water opnieuw aan de oppervlakte. De overdekte wasplaats werd in Torgny ook wel het “parlement van Torgny” of het “wespennest” genoemd: alle nieuwtjes, verhalen en roddels van het dorp kwam je hier te weten.

In de rue des Pêchières , recht tegenover de roze hoeve – ook al een geklasseerd monument – zijn een aantal wijnstokken aangeplant, refererend naar de gemeentelijke wijngaard, hoger op de helling. De blauwe druiven zien er groot en verleidelijk uit. Één keer per maand – eerste zaterdag – is de gemeentelijke wijnkelder open …

Helaas, dit is niet die eerste zaterdag EN we moeten naar onze slaapplaats, 30 km verder in Sainte-Cécile: Donatsano. Vanavond dineren in het nabijgelegen Florenville – ‘t is er net kermis – en dan … vroeg onder de wol. Vermoeiende dag! Hopelijk houden kwakende kikkers uit een dichtbije vijver ons niet wakker.


Ontdek meer van Blue Crane home.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal