Het Mudia in Redu.

22 mei 2026.

Reisblogs rapporteren zelden of nooit over “eigen land”. Geen sant in eigen land? We breken met die gewoonte: hier komt België, om te beginnen: “Le pays de Bouillon”. Te beginnen met het dorpje Redu … hoewel … Redu ligt net niet in de “Pays de Bouillon” maar in de Famenne. Als je van het noorden of centrum van België komt, passeer je er wel. Vandaar …

Redu.

Redu is bekend, als boekendorp, als één van de mooiste dorpjes van Wallonië of door het nabij gelegen Euro Space Center. Maar wij gaan voor een nog veelal onbekende parel: het Mudia, Musée Didactique d’Arts.

Vrijdag 22 mei 2026 is een uitzonderlijk(?) vroege zomerdag: blauwe lucht, stralende zon, 22° C. De Ardennen zijn op hun mooist: diepgroene loofbossen, donkere naaldwouden, weiden van wiegende boterbloemen, vlammend gele brem … kerstbomen aanplant.

Het zonovergoten kleine centrum van Redu telt een aantal leuke terrasjes, kunstgalerijen en restaurants, naast huizen in typisch grijze leisteen – zoals de kerk – of gebouwen in vakwerk. Maar we zijn hier voor kunst!

Mudia.

Eens de balie van Mudia voorbij stappen we ruim 600 jaar kunst binnen, verspreid over vier verdiepingen. Te beginnen met een gedeeltelijke reproductie van de Brancacci kapel: muur-grootte reproducties van fresco’s met detail-uitleg via computerscherm. We wandelen verder door de eeuwen en de kunststromingen: 300 originele meesterwerken van Brueghel, Rodin, Ensor, Munch, Magritte, Warhol … 60 boeiende, interactieve animaties. Hier kun je uren spenderen en leuke weetjes oppikken.

Waarom worden de Vlaamse schilders van de 15de en 16de eeuw “primitieven” genoemd? Omdat zij als eersten met olieverf zouden geschilderd hebben of die kunst althans zouden vervolmaakt hebben. Van het Latijnse “primitivus”: eerst, oorspronkelijk.

Het woord “rococo” zou afgeleid zijn van de Franse woorden “baroque” en “rocaille”, een schelpvormig motief, veel gebruikt in deze kunststroming.

Dat karmijnrood van de schildluis is gemaakt wisten we. Maar niet dat het nog altijd als kleurstof E120 in snoep en yoghurt wordt verwerkt.

Over animaties gesproken: op groot computer-aanraakscherm wordt het drieluik “De temptatie van Sint-Antonius” van Jeroen Bosch geprojecteerd. Zodra je op één of ander monster tikt, komt dat gedrocht tot leven. Beesten kruipen uit eieren; demonen vliegen door de lucht; tweeslachtige wezens veranderen voortdurend van gedaante. Angstaanjagend voor klein? Boeiend en leuk voor groot!

Maar we “moeten” naar de Pays de Bouillon.

Le tombeau du Géant.

In vogelvlucht op nog geen 3 km van Bouillon – 15 minuten, 10 km met de auto – ligt één van de meest emblematische – en meest gefotografeerde – landschappen van België: de “Tombeau du Géant”. In een bijna perfecte lus van de Semois ligt een heuvel die op een grote grafzerk lijkt: dat is het graf van de reus. Legendes in overvloed. Maar bij stralende zomerzon (22 mei!) en nu 25 ° C hebben we meer oog voor het landschap.

Vijftig tinten groen: alsof elke boom met zijn eigen kleur zijn persoonlijkheid wil onderstrepen. Geen enkel spoor van menselijke activiteit te zien vanaf dit weidse uitzichtpunt in Botassart, behalve dan, beneden aan de Semois, het dak van het molenhuis. We wandelen naar beneden door een laag bos met afwisselend koele schaduw en strookjes zon, heen en terug naar de Semois slechts 2,5 km. Zover stappen we niet: naweeën van een hernia en voorzichtigheid manen ons aan om halfweg de afdaling terug te keren en … nogmaals van het landschap te genieten.

Gouden tor.

In Bouillon parkeren we op langs de boulevard Heynen. Gratis? Even vragen aan een motard: niet van hier. Aan een mevrouw met jengelende kinderen in een auto: krijgt net telefoon. Aan een verveelde meneer die in een bestelwagen zit te wachten: jawel, alle parking in Bouillon is gratis. Alleen moeten we de auto voor zaterdagavond verplaatsen omwille van de zondagse markt.

We logeren pal in het centrum, langs de Semois, in het iconische Hotel de la Poste. Voor het avondeten hebben we de keuze uit drie restaurants. We opteren voor het meest trendy met de eigenaardige naam: “Bom Food and Drinks” met terras langs de Semois-oever.

Nippend van een koele Sauvignon wachten we op onze hoofdschotel: Buddha Bowls. Plots vliegt een centimeter grote kever tegen mijn glas en valt onder onze tafel. ‘t Is een goud-groen exemplaar. Snel op handen en voeten om dat beest te identificeren.

Iemand van de naburige tafel schiet te hulp, een bioloog dan nog! Verdict: een gouden tor; niet zeldzaam maar wij hebben die nog nooit gezien. Het speciale aan de gouden tor: de dekschilden blijven gesloten tijdens het vliegen en de vleugels worden onder de dekschilden door geschoven.

Overigens … als we speciale insecten willen zien, beveelt de bioloog ons een natuurgebied bij Torgny aan. Voor een volgende trip?


Ontdek meer van Blue Crane blog.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal