Segesta.

Reizen met een zestien maanden oude peuter heeft het nadeel – of voordeel – dat je vroeg opstaat. Bij het krieken van de dag kraait hier niet de haan maar wordt je wakker gekraaid door Lou! Om zeven uur ten laatste is iedereen uit bed. Voordeel is dan weer dat we reeds bij openingsuur (9 uur) in Segesta zijn … als één van de allereerste toeristen van de dag. 

Tempio di Segesta.

Een grote parking ligt op ongeveer anderhalve kilometer van de archeologische site van Segesta. Vanaf die parking – kost 5 €, maar je staat er een hele dag als je wil – brengt de “gratis” shuttle bus je naar de eigenlijke ingang. Vanaf hier wandel je – na 6 € per persoon te hebben betaald – te voet naar de bezienswaardigheid van deze streek: de tempel van Segesta, drie sterren en “de reis waard”.

In een prachtig bergachtig landschap, maar verder in het “midden van niets”, ligt deze “tempio di Segesta”, een dorische tempel (geen krul bovenaan de zuil) op een bergtop.

Zo maar eventjes 2.500 jaar oud maar toch heel goed en volledig bewaard gebleven. En je kan er helemaal rond het bouwwerk met zijn imposante 36 zuilen wandelen. Ik voel me wat nietig tegenover zo’n statig monument. Bovendien … zo goed als geen toeristen op dit vroege uur. We krijgen de tempel op de foto zonder enige toerist!

Dorische tempel van Segesta.

Zuilengalerij van de tempel van Segesta.

Maar ook het landschap op zich verdient minstens een paar sterren. We wandelen – of beter gezegd “klimmen” – naar het amfitheater, 1.200 meter verder op een andere berg. De tocht voert doorheen weelderige, kleurrijke en voor ons exotische begroeiing. Stralende zon, maar de wind brengt verkoeling. 
Je zou ook een bus naar het amfitheater kunnen nemen; apart te betalen: 1,5 € per persoon. Niets voor ons … We genieten van de panorama’s over de bergen, de tempel in de verte tegenover ons, de gele, groene en bruine kleurvlakken in het landschap, witte wolken op blauwe achtergrond, de vlinders … Beneden komen de eerste busladingen toeristen nu volop toe.

Ruïnes met exotische begroeiing.

Openluchttheater van Segesta.

Vanaf het amfitheater hebben we zicht op zee. Er zijn nog ruïnes van een middeleeuwse kerk en een kasteel, zelfs van een moskee, getuigen van het turbulente verleden van Sicilië. En ook hier weer heel weinig mensen. Maar na ruim twee uur sightseeing wordt het stilaan tijd om terug af te dalen naar de ingang. Daar hebben we onze “caffè” ruim verdiend! Zelfs met iets typisch siciliaans erbij: een genovese al pistacchio voor Evelien, een cannolo siciliano voor mij – beide best genietbaar en tegen alle verwachting in niet mierezoet! – en een simpele fruitbeker voor Betty.

Lido Pakeka.

‘s Avonds wandelen we nog even naar het strand. Dichtstbijzijnd, op ongeveer 300 meter: de “Lido Pakeka”. ‘t Is weekend en dus zijn de stranden en strandbars open en zijn de strookjes zand aan de bars een beetje opgekuist: zeewier en algen weg, zand opgerakeld. Maar veel volk is er nog altijd niet. En als er dan iemand zit, dan is het met kinderen op niet-betalende delen van het strand. Het geheel blijft voorlopig een wat troosteloze en vuile aanblik bieden. 

We aperitieven dus vanavond liever in “onze” villa Rita!

Mozia.

De Feniciërs stonden hier bijna drie millenia voor ons. Daarna kwam Carthago, dan de Grieken, dan de Romeinen … Maar vandaag, 15 juni 2018, zetten we zelf voet aan wal op het eiland Mozia. Of Mothia, of Motya of San Pantaleo zoals het eilandje nog genoemd wordt… kies maar. Mozia is 1.600 meter lang en ligt op 7 km voor de kust ten noorden van Marsala. Verschillende  “shuttle-bootjes”, groot en klein, varen voortdurend heen en weer tussen de “Imbarcadero Storico Mothia” van Marsala en Mozia. De Feniciërs hadden weliswaar een weg naar het vasteland aangelegd maar die ligt nu onder de zeespiegel …

Saline.

Die imbarcadero ligt middenin de zoutpannen – saline – die de kust tussen Marsala en Trapani kenmerken. Grote ommuurde rechthoekige vlakken, bergen vuilgrijs zout, pittoreske windmolens waarmee vroeger water in de saline werd gepompt. Maar alle zoutpannen staan hier nu nog onder water: vanaf augustus begint de “oogst” van het nieuwe zout, wanneer het zeewater grotendeels is verdampt. Aan een prullaria-kraampje kan je zout kopen: 50 eurocent voor een halve kilo, een euro voor een kilo. Maar als de middellandse zee vervuild is – en het stinkt hier inderdaad opnieuw behoorlijk aan de kade – is dan het zout wel OK? Wij passen in elk geval …

Windmolens en zoutpannen.

Een pracht van een eilandje net voor de westkust van Sicilië! Onbewoond; doorspekt met opgravingen en ruïnes van millenia geleden; speciale mediterrane begroeiing; rustig en stil (ondanks de drukte aan de ontschepingsplaats met cafeetje – de “caffè” is er trouwens excellent); prachtige vergezichten op de blauwe zee met verschillende Egadische eilanden op de achtergrond. In anderhalf uur wandelen we op een gezapig tempo het hele eiland rond.

Wandelweg naast de zee op Mozia.

Ruïnes op Mozia.

Wit marmeren standbeeld van jongeling.

Dan nog een bezoek aan het museumpje waarvan het pronkstuk een wit marmeren beeld van een jongeling in een lange plooien-tunica is.

Inmiddels houdt Lou niet op met de Italianen – op zich al gek op “bambini” – te charmeren: de “bellissimo”-kreten zijn niet van de lucht!

Maar kom, tijd nu om de imbarcadero terug te nemen.

Mozia is een leuke uitstap voor een lange halve dag (of een hele). Maar goedkoop is het niet: 5 € per persoon voor de overtocht per boot en 9 € om op het eilandje rond te struinen. 

Wij spenderen de rest van de dag aan het zwembad! En ‘s avonds nog een visje (pesce spada) halen in de pescheria! Met een grillo-wijntje d’er bij, typisch voor Sicilië. 

Marsala.

Even ongerustheid gisteren. Bij aankomst op de luchthaven van Palermo schuift een tiental mensen aan bij de “bagagli smarriti” (verloren bagage). Dat belooft! Maar geen probleem: valies van Betty, Evelien en mezelf plus buggy van kleine Lou (14 maanden) rollen netjes van de band.

Wat eerst opvalt wanneer we met onze Fiat Tipo naar het zuiden rijden, is het landschap: totaal anders dan het vlakke zuid-oosten waar alleen de Etna het landschap domineert. Hier liggen vele hoge rotsklompen verspreid over de vlakte, elk honderden meters hoog. Op één ervan, de ruïne van een kompleet verlaten dorpje.

Veel tijd voor sightseeing rest er ons echter vandaag niet: aankomst in Villagio Montalto, tegen Marsala, huis (Villa Rita – Marsala) “in bezit nemen”, inkopen doen en … tijd voor het avondeten, buiten op het terras! En om alvast in de sfeer komen: met een Siciliaans rood wijntje, een Nerello Mascalese !

Marsala.

Vroeg op vandaag! Amper 10 uur en we slurpen reeds een cappucino en espresso in het oude centrum van Marsala. Daarbij een cornetto al pistacchio, een soort croissant gevuld met een pistache-crème. Blijkbaar een lokale specialiteit – zelfs typisch ontbijt op Sicilië – maar echt enthousiast … hmm, dat nu ook weer niet. Als je langs de ene kant bijt, loopt de pistache er langs de andere kant uit. Maar het kleine centrum van Marsala is best een bezoek waard: kleurrijke lokale vismarkt, charmante piazza della Republica met grote maar binnenin saaie duomo, pittoreske straatjes. Veel Afrikaanse invloeden, zoals de reisgidsen beweren, zien we er toch niet.

Uitgestalde vissen in overdekte markt van Marsala.

Piazza della Republica in Marsala.

We wandelen verder een langwerpig parkje in – Lou profiteert van de kleine speeltuin (schuifaf!) – en we keren dan terug naar het Museo Archeologico di Baglio Anselmo en de romeinse opgravingen. Het museum zelf is top met als hoogtepunt de restanten van een Carthaags schip gezonken tijdens de eerste oorlog tussen Rome en Carthago (241 v. Chr.) en nu tentoon gesteld in een prachtige zaal van een oud wijnhuis. De opgravingen zelf zijn een stuk minder: veel rest er niet meer van de romeinse baden, versterkte torens en dies meer. Het geheel ligt zeer  verspreid over een grote vlakte. Maar de zon schijnt, de wind waait aan 40 km per uur vanover de zee (koel!) en de wandeling is leuk.
Ruïne van Romeins schip in Marsala.

Zwaardvis en tonijn in viswinkel.

We keren terug naar “huis” langs de strandweg en stoppen bij pescheria Euroittica voor dorade, pesto en … een flesje Marsala-wijn. Een secco, aan 8 € … kan je niet voor sukkelen. Overigens is de “strandweg” niet veel zaaks: strand is er niet tussen Marsala en Villagio Montalto. Bovendien stinkt het er uren in het rond naar ??? Rottend zeewier en algen? Of is dat nu de geur van de middellandse zee?

Na de lunch joggen Evelien en ik opnieuw naar het “strand” en lopen dan naar het oosten, de richting van Mazara del Vallo uit. Hier lijkt er wel een soort strand te zijn: een tiental meter breed, bruin ruw zand doorspekt met wier. Geen toeristen. Wel strandbars met stoeltjes en parasols maar … die zijn nu allemaal nog dicht en verlaten. Te vroeg op het seizoen zeker.

‘s Avonds nog even terug naar Marsala voor bezoekje aan het recent (2016) opgerichte monument ter ere van Garribaldi en zijn “I Mille”. Op 11 maart 1860 stapte Garibaldi hier aan wal met 1.000 manschappen (zijn “roodhemden”) met de bedoeling de Fransen uit Sicilië te verdrijven. Dat lukte zo snel en zo goed dat het uiteindelijk leidde tot de eenmaking van Italië. De 1.000 namen met hun geboortedatum zijn hier in muren van cortenstaal vereeuwigd.

Wit monument voor Garribaldi.

Maar genoeg geschiedenis voor vandaag. Tijd voor een aperitiefje in een vinoteca in het oude centrum van Marsala. Salute!

Sicilië – het westen.

“Sigh no more, ladies, sigh no more,
Men were deceivers ever,
One foot in sea and one on shore,
To one thing constant never.”

William Shakespeare, Much Ado About Nothing

Sicilië … land van Shakespeare.

Shakespeare??? Is die niet geboren in Stratford-on-Avon in Engeland? Nee, toch niet volgens ene professor Martino Iuvara en vele anderen. Shakespeare was de Siciliaanse dichter/schrijver Michelangelo Florio Crollalanza, geboren in de tweede helft van de 16de eeuw in Messina, Sicilië. Crollalanza, zoon van een dokter en een edelvrouw was bereisd, in contact gekomen met het Calvinisme in Duitsland en noord Italië en dus persona non grata geworden in Sicilië dat toen bezet was door de Spaanse inquisitiekoning Filips II. Hij is dus naar Engeland gevlucht en schreef of herschreef daar zijn engelstalige oeuvre bij elkaar.

“Bewijzen”?

  • Crollalanza: Crolla betekent “schudden” in het Siciliaanse dialect van toen. Shudden = “to shake”. En lanza is een lans, a “spear”. Dus Shakespeare …
  • Maar de voornaam William dan? De moeder van Crollalanza heette Guglielma. Mannelijke vorm is Guglielmo, Italiaans voor William …
  • Crollalanza schreef “Tanto Traffico per niente”, in het Engels te vertalen als “Much ado about nothing”, een bekend toneelstuk van … juist, Shakespeare.
  • Zowat een derde van de 37 toneelstukken van Shakespeare spelen zich geheel of gedeeltelijk af in Italië en/of Sicilië. Hoe kan dat als Shakespeare volgens de officiële biografen nooit in Italië is geweest?
  • Het ouderlijke huis van Crollalanza heette “Casa Otello” en was gekocht van een koopman uit Venetië die uit jaloezie zijn vrouw vermoorde … de plot van Shakespeare’s Othello!
  • In Verona werd Crollalanza kortstondig verliefd op ene Giulietta Cappulletti die later zelfmoord zou plegen … aanleiding tot de plot van Romeo en Julia?

En zo verder … Kortom, google een keer “Sicily Shakespeare” … Of lees de leuke en spannende historische roman “Beatrice and Benedick” van Marina Fiorata en … geloof wat je wil geloven.

Het westen van Sicilië.

Hoe dan ook, na het oosten van Sicilië in 2016, zoeken we deze keer het westen op. Onze uitvalsbasis is Marsala, meer bepaald Villa Rita in Villaggio Montalto, even ten zuiden van de stad. Vandaar hebben we een pleiade aan mogelijke uitstappen op korte afstand:

  • San Pantaleo (op 15 km), piepklein eilandje voor de kust maar met belangrijke geschiedenis;
  • langs de Via del Sale (zoutweg) naar Trapani (40 km), historisch stadje en vandaar met de funivia (kabelbaan) naar Erice, middeleeuwse ommuurde stad 750 meter boven de zee;
  • natuurparken: de riserva naturale orientata di Monte Cofano (65 km) en de riserva naturale dello Zingaro (75 km) beide in het noordwestelijke tipje van Sicilië;
  • het antieke Segesta (60 km);
  • Monreale (125 km) met de mooiste kathedraal van Sicilië (of zelfs van Italië?) en dicht bij Palermo (135 km); komt prominent voor in “Tanto traffico per niente” en “Much ado about nothing”;
  • Mazara del Vallo (17 km): arabische aandoende stad met kasbah; grootste vissershaven van Sicilië en Italië;
  • Selinunte (50 km): Grieks-archeologische site met zicht op zee;
  • en ten slotte de Valle dei Templi (130 km maar wel 2 uur rijden), vallei der tempels dicht bij Agrigento.

Andiamo in Sicilia!

Circumetnea.

Laatste dag in Sicilië. Om 10 uur precies rijden we Tenuta Madonnina uit, richting Randazzo in het noorden langsheen een spoorweg: de Circumetnea. Hebben uiteindelijk beslist om niet de stad Catania te bezoeken: onze voorkeur gaat uit naar het platteland. En dat platteland verandert even voorbij Randazzo. Minder begroeiing, minder wild, veel meer velden en weiden, geen wijngaarden meer; het gebergte glooit zachtjes. Hier begint het uitgestrekte Nebrodi-park, waarvoor we tijdens deze twee weken ook al geen tijd genoeg hebben gehad.

’t Is warm nu, tot 32 graden. Sinds een week is het elke dag wat warmer geworden. De Etna laat zich inmiddels niet meer horen. Ook geen rookpluim meer te zien.

Maniace.

Iets meer naar het westen – we zijn eigenlijk bezig aan een rit rond de Etna, die Circumetnea – ligt Maniace. De vroegere abdij (Abbazia di Maniace) werd na de grote aardbeving van 1693 verlaten en later geschonken aan admiraal Nelson. Ja, die van de slag bij Trafalgar en Trafalgar square in Londen. De admiraal is er zelf nooit geweest maar zijn nazaten bouwden de abdij om tot een prachtig buitenverblijf, de “Castello Nelson”. Nu in handen van de gemeente EN te bezoeken! Echt een fotogenieke plek met arcades, binnenplaatsen, oude archeologische opgravingen, een kerkje. Het landschap doet met zijn cipressen en velden rond de Castello enigszins denken aan Toscane. En opmerkelijk voor Sicilië: alles lijkt goed onderhouden en verzorgd. Of … toch niet? In de overigens mooie tuin is/was er een tentoonstelling van moderne beeldhouwkunst … bijna volledig overwoekerd!

Adrano.

We rijden verder langs de westkant van de Etna. Bronte, centrum van cultuur van pistache-noten. Adrano, zeer oud stadje met centrale vierkante toren aan de Piazza Umberto. Hier hebben we honger maar vinden alleen maar bars met “Tavola Calda“, warme snacks. Dus eten we “arancine”, gepaneerde en gefrituurde rijstballetjes die er uitzien als een sinaasappel, vandaar de naam. Voor B. een “arancina al ragù”, voor mij één “al Pistacchio”. Alles zonder gereedschap! Uit het vuistje te eten. Haute cuisine is het niet, maar het vult.

Verder langs Santa Maria di Licodia, langs Paternò. Door smalle bochtige straatjes. Regelmatig kruisen we de één-spoor spoorweg rond de Etna. Heet ook Circumetnea.

Naarmate we verder zuidwaarts rijden, worden de stadjes weer wat slordiger en vuiler. Hier en daar hopen vuilnis langs de weg. Alle stadjes en dorpjes beginnen ook op elkaar te lijken. We hebben er al te veel gezien. Op dus naar de luchthaven van Catania. Die verdient dit jaar de prijs van meest wanordelijke, zelfs chaotische luchthaven. Typisch voor Sicilië? Twee uur tussen aankomst in de vertrekhal en veiligheidscontrole gepasseerd! Wachten, aanschuiven in ongestructureerde files die van alle kanten komen. Druk! En we hadden zelf al on-line ingechekt. Maar enig verschil lijkt dat niet te maken.

Vertrekken met drie kwartier vertraging … zoals gewoonlijk door “laat binnenkomend vliegtuig”!

Belangrijkste conclusies van deze reis:

  • Het oosten van Sicilië is absoluut veilig: NOOIT enig onveiligheidsgevoel gehad.
  • Het weer in mei kan best nog verraderlijk zijn met dikwijls veel wind.
  • Sicilianen zijn vriendelijk, maar je bent rap een paar Euro te veel kwijt.
  • Excellent gegeten en gedronken, met dank aan Masseria della Volpe en B.
  • We hebben maar een heel klein deel van Sicilië (goed) gezien=>we moeten dus terugkeren om het zuiden/westen te zien?

Vandaar: arrivederci Sicilia!

Sfeerbeelden van twee weken Sicilië … zonder (verdere) woorden.