Geen Puente te ver.

Woensdag 16 augustus.

Nee, “Puente” is niet de naam van één van de acht Mudejar-dorpjes. Het is simpelweg “brug” in het Spaans. Vandaag wordt een brugdag.

Salares.

Gisteren reden we Salares zomaar voorbij op weg naar Sedella. Zonde! Vandaag wordt dat onze eerste stop. Salares is een piepklein dorp – amper 200 vooral oude inwoners – op een heel smalle rots. Zo smal dat de straten er noodgedwongen heel smal zijn, op voetgangersmaat. Wat is het hier stil! Vele oude huisjes staan leeg. Hier en daar zit een inwoner op zijn drempel en zegt vriendelijk “Hola”. Geen toeristen, verlaten maar daardoor des te pittoresker. We stappen naar de Puente Árabe, de Arabische brug die dateert uit de middeleeuwen maar in 1863 herbouwd werd. Fotogeniek plekje. De brug ligt aan de rand van het dorp, over de al lang uitgedroogde rio Salares = geen moeilijke tocht. Met unanimiteit van stemmen roepen we dit dorp uit tot meest authentieke van alle Mudejar-dorpjes. Enige nadeel: geen bar!🤣

Sedella.

Dan maar verder naar Sedella voor café solo con hielo of café con leche y hielo (koffie zonder of met melk en een soliede ijsblok) in El Chiringuito. Een kleine 900 meter buiten het dorp ligt een oude Romeinse brug: de Puente Romana, goed bewegwijzerd. Even fotogeniek als de Puente Árabe van Salares.

Ook Sedella is heel rustig met zo goed als geen toeristen. Gekende witte huizen; veel bloemen en planten; iets bredere straten. We verbazen ons over hoe auto’s toch door de kronkelende en stijgende of dalende stegen laveren, met name in de bochtig dalende Calle Puente die we vanop het terras van de bar aan de Iglesia Santa Ana goed in het oog kunnen houden. Een oud vrouwtje zit op een bank naast ons, zegt vriendelijk “Hola” tegen Lou en “Qué bonita!” en dut af en toe in. Het leven kabbelt hier rustig voort.

Costa del Sol.

Door de grote hoogteverschillen op korte afstand en de temperatuur is joggen hier zo goed als onmogelijk. Toch besluiten David en Evelien om 6 uur ‘s avonds naar de kust te lopen: 550 meter naar beneden, 8 km. Wij – Lou, Betty en ik – vertrekken gelijktijdig met de auto en pikken ze op in bar Axarquía aan Playa El Morche. Maar wij moeten wel de smalle bergweg naar Sayalonga nemen (2 keer tegenliggers- vervaarlijk dicht tegen de rotsen gereden, op 5 cm) en de bergweg naar Algarobbo en dan de kustweg naar El Morche. Maar wat een afknapper: bar Axarquía is gesloten zonder verdere uitleg, geen bar in de directe omgeving, plakkerig vuilgrijs zand, flatgebouwen langsheen het strand, honderden zonnekloppers, smerige strandboulevard. Zoeken mensen hier echt alleen maar zon, zee en strand?

Costa del Sol: niet voor ons. Aperitief op het terras van Casa Soleada van waar de kust er fantastisch uit ziet, zeker met een rozerode zonsondergang! Avond afsluiten met BBQ.

Oh, what a night!

‘t Is een heldere nacht, geen wolken, geen maan. We spotten de grote beer, de heldere sterren Vega en Arcturus en zelfs Saturnus … de Melkweg. David ziet een vallende ster. Kleine Lou verbetert: vallende sterren bestaan niet, ‘t zijn meteorieten! Heel in de verte over de Middellandse zee zien we de lichtjes van Afrika: Al Hoceima in Marokko en Melilla, Spaanse enclave in Marokko. Magisch!

De echte Axarquía.

Dinsdag 15 augustus.

Een schichtige rosse kater loopt geluidloos over ons terras. Wat kan het hier stil zijn. Maar ook lawaaierig, vooral ‘s avonds: de cicaden en krekels, weet je.

Het plan voor vandaag: bezoek aan Sedella, een dorpje aan de voet van de Siërra de Tejeda, met nog geen 600 inwoners. Zoals al een paar keer nemen we de weg van Sayalonga naar Cómpeta maar nu slaan we voor Archez de bergweg naar Sedella in.

Dit is de echte Axarquía: hoge bergen, wild begroeid met oude olijfbomen, steeneiken, pijnbomen; weinig huizen en nog minder verkeer; rotsachtige Siërra op de achtergrond. We rijden Sedella voorbij voor een wandeling naar de nieuwe (2020) hangbrug (El Saltillo) over de kloof tussen Sedella en Canillas de Aceituno. De hangbrug is een van de langste (54 meter) en hoogste (70 meter) van Spanje. Maar de wandeling heeft in het begin meer weg van een klimpartij: steil omhoog, gelukkig in de schaduw van bomen, maar ‘t wordt op handen en voeten naar boven klimmen. Halfweg de klim geven Betty en ik het op en keren terug naar de auto. Niet zo David, Evelien en kleine Lou! We zullen ze later “ergens” oppikken – locatie delen met iPhone.

Betty en ik proberen op een andere, hopelijk gemakkelijkere manier El Saltillo te bereiken. We rijden naar Canillas de Aceituno en … rijden ons hopeloos vast in kleine straatjes waar bovendien alles in gereedheid wordt gebracht voor een fiësta vanavond. Een bereidwillige barman verplaatst zelfs een tafeltje en stoelen om onze doortocht mogelijk te maken. Aan de rand van Canillas vinden we parking. Maar waar begint de Sendero El Saltillo? Aan een oude Spanjaard vragen. Naar de Ayuntamiento (gemeentehuis). Gelukkig schiet nog iemand anders te hulp: een Argentijn die vlot Duits spreekt want gehuwd met een Duitse. Hij gidst ons door Canillas tot het begin van het wandelpad. Muchas, muchas gracias, señor!

Aanvankelijk stijgt de weg in het dorp zeer sterk. Maar dan wordt het pad smal en lichtjes stijgend, langs een “levada”, een open bevloeiingskanaal. Spectaculair zicht op Canillas. Maar ‘t is nog 3,4 km tot de hangbrug en de rest van ons gezelschap is de brug al lang voorbij en daalt af naar de grote weg, richting Sedella. We keren terug en rijden deze keer via een rondweg om Canillas heen. Perfect getimed pikken we drie lifters – David, Evelien en kreeftrode Lou – op. Een pluim voor die drie stappers / klimmers: slechts 4 km maar 320 hoogtemeters.

Dan verder naar Sedella. Maar niet te ver: parkeren bij de toegang tot het dorp en onze dorst laven op het terras van El Chiringuito. Gelijk, want het is toch al ruim na 12 uur, een “plato de queso” en een “plato de jamón ibérico” bestellen. Overheerlijk. Alleen … de zin om nog veel te stappen is weg! Betty en ik gaan op zoek naar brood in het stille, ogenschijnlijk verlaten Sedella. Lijkt zeer pittoresk: een auto kan alleen passeren in een smalle straat als we onszelf tegen de muur “plakken”. Hier moeten we terugkomen want we hebben Sedella (nog) niet goed gezien.

Om 14 uur thuis; om 14u30 lunchen: Spaanser kan niet meer! We horen het gekwinkeleer van de Europese bijeneters. Snel verrekijker nemen … helaas, ik kan de kleurrijke vogeltjes niet vinden.

Vanavond aperitieven we in bar Jocavi in Sayalonga. Sayalonga zou overigens “lange rok” kunnen betekenen: het dorp ligt inderdaad lang gerekt op een rots. Maar rok? Misschien werd de lange kledij van de Arabieren die hier vroeger woonden als een rok beschouwd door de katholieken? Sayalonga is ook het dorp van de “nisperos” ofte loquat of Japanse mispel, maar publiciteit wordt daar niet voor gemaakt.

Morgen toch nog eens Sedella proberen?

Hotspot Frigiliana.

Maandag 14 augustus 2023.

Deze morgen is de hele wijde omgeving in natte mist gehuld. De zon heeft wat moeite om door die grijze laag te breken maar om 8 uur is het al zover: de grijzigheid wordt opgerold, behalve over de kust waar wolken wat langer blijven hangen.

Frigiliana: verschillende keren uitgeroepen tot mooiste dorpje van Andalusië / Spanje. Laten we eens gaan kijken.

Het eerste wat opvalt als we Frigiliana naderen is het imposante Casa solariega de los Condes, vrij vertaald: het landhuis van de graven, gebouwd in de 16de eeuw met de overblijfselen van de vernietigde Alcazaba. Nu wordt het echter gebruikt als fabriek van suikerriethoning, onder de naam Ingenio de la Nuestra Señora del Carmen. Suikerriethoning? Geen echte honing maar een product geproduceerd uit suikerriet, ook wel “zwarte honing” genoemd. Naar ‘t schijnt met veel vitaminen en mineralen, goed voor … alles.

Tweede opvallende vaststelling: hier zijn veel, heel veel toeristen in tegenstelling tot de dorpjes uit de vorige dagen. In vogelvlucht ligt Frigiliana maar een paar kilometer van de zee en dat merken we, tot een enkele toerist in badpak toe.

De oude binnenstad van Frigiliana is opnieuw een wirwar van kleine stegen en straten, verkeersvrij, behalve dan voor bevoorrading van winkels – en er zijn er veel – en bars / restaurants. Witte huizen, veel bloemen en planten, bergop (weinig toeristen), bergaf (veel volk). Hier en daar kan je voor 50 eurocent een mini-marionetten-rariteiten-kabinet bekijken. Een groentewinkeltje verkoopt pitaya’s – een soort grote cactusvijgen – en pitaya-sap.

Op een smalle richel scheidt de Plaza de las tres Culturas de nieuwe stad van de oude. In die nieuwe stad ook weer witte huizen maar veel bredere en vooral rechte straten en dus: auto’s. Maar toch ook weer kapelletjes en typische plekjes. Op een speelpleintje gaat Lou schommelen. Wij verkiezen een bankje … in de schaduw want een oude señor nodig ons uit om naast hem te komen zitten. Hij kent nog Belgen: Eddy en Martina die een huis met zwembad hebben in Frigiliana, maar Eddy is dood. En ‘t is spijtig dat het hier al twee jaar bijna niet meer regent … maar als we agua willen: een beetje verder is een drink-fonteintje … Lou drinkt, voor de fun … Adiós, oude señor.

Ons oorspronkelijke plan om kuststadje Nerja te bezoeken blazen we af: te veel toeristen gezien vandaag; te veel drukte . Nu nog inkopen doen voor BBQ vanavond en we kunnen terug naar Casa Soleada.

Terwijl sommigen “siësta-en” of plonsen in het zwembad besluiten David en ik naar een uitstekende richel een eindje verderop te wandelen. Uiteindelijk 3 km, 150 hoogtemeters, heen en terug. Mooi zicht op de kustlijn en de baai van Málaga maar we kunnen de verschillende kuststeden met hun gelijkaardige buildings niet identificeren. Idem mooi zicht op de Siërra de Tejeda. De bergen zijn “bespikkeld” met witte vakantiehuizen, het “onze” incluis. Badend in het zweet arriveren David en ik terug aan Casa Soleada waar een Victoria-biertje er vlot in gaat.

Napraten over vandaag bij BBQ; unaniem verdict: we hebben liever minder drukte en toeristen. Morgen moeten we afgelegen oorden opzoeken.

P.S. de havikarenden hebben we sinds vorige vrijdag niet meer zien rondcirkelen? Alleen nog zwaluwen te zien. 😒

Cómpeta.

Zondag 13 augustus 2023.

Cómpeta.

Op 600+ meter hoogte plakken de witte huizen van Cómpeta tegen de berghelling. Meer dan dit dorpje (stadje?) doen we niet op een uitgerekte zondagvoormiddag: het is groter dan Archez of Canillas de Abeida van gisteren. Er is zelfs een “kathedraal”; zo noemen de Cómpetanen zelf hun Iglesia de Nuestra Señora de la Asunción.

In de toeristische dienst, bij de ingang van de stad, vertelt een uiterst vriendelijke juffrouw over Cómpeta, alleen maar in ‘t Spaans, en geeft ons een stadsplan, een boekje over de witte dorpjes van Axarquía, een kaartje van de Ruta de los Mosaicos – op een vijftiental plaatsen beelden mozaïeken de geschiedenis van Cómpeta uit, maar wel pas vanaf na het tijdperk van de Moren. De eerste mozaïek hangt in de toeristische dienst zelf: begin van de katholieke Spaanse geschiedenis hier: 1569.

Mozaïek van Arabische sjeiks en krijgers in de toeristische dienst​ van Competa.
Mozaïek toeristische dienst

We volgen de aangewezen route, klimmend door de inmiddels vertrouwde smalle straatjes, af en toe opgeschrikt door slippende kale banden op gladde stenen wanneer een auto in een bocht omhoog klimt. Zo belanden we op de Plaza de la Almijara aan de “kathedraal”. Naast de kerk ligt de pittoreske Paseo de las Tradiciones, een “promenade” met mozaïeken, die zoals de naam al laat vermoeden, oude tradities uitbeelden. Tijd voor koffie en churros op een van de terrasjes. Aan de overkant van het plein een bank met oude mannetjes die met een onpeilbare blik de terras-bedrijvigheid gadeslaan.

We wandelen verder door stille steegjes. Hier kabbelt het leven rustig voort. Een mevrouw roept vanaf haar balkon een buurvrouw vijf huizen verderop en begint een discussie. Een hond blaft ons vanaf een dakrand toe … Vanaf de Plaza Vendimia zien we de Casas Colgantes – hangende huizen – die lang geleden, toen de aarde nog niet opwarmde, over het water van de nu al lang opgedroogde rivier leken te zweven. Mozaïeken over de druivenoogst. Cómpeta is bekend voor zijn Muscatel-wijn en … overmorgen is de Noche del Vino – nacht van de wijn – gratis wijn voor het hele dorp en Flamenco dansen! De charmante juffrouw van de toeristische dienst heeft er ons warm voor gemaakt.

Maar onder leiding van “freewheeling” David “moeten” we verder – willen we nu echt het hele dorp zien? Aan de Ermita de San Antón zitten dan weer oude vrouwtjes en één man ons aan te staren. In het kerkje staat een reusachtig Jesus-beeld klaar om in processie door de stad te worden gedragen. Even verderop: panorama vanaf de Balcón de Cómpeta.

Dan hebben we het wel gehad: bijna 5 km gestapt (proficiat Lou!). Nog een flesje lokale wijn inslaan en we kunnen terug voor almuerzo, siësta en piscina.

Sayalonga.

Vanavond dalen we de 170 meter af van ons “arendsnest” in de bergen naar het centrum van Sayalonga, wel met auto! Hier ook weer de vertrouwde smalle straten en één voetganger brede steegjes. Het kerkhof is speciaal: rond! Alle bovengrondse graven verblindend wit. Een tweede toeristische bezienswaardigheid van dit dorpje is de “Fuente del Cid”, een bron genoemd naar een in Spanje beroemde ridder die tegen de Moren vocht (zie de film “El Cid” met Charlton Heston en Sophia Loren). Helaas, de “Fuente” is verworden tot een druppelend bronnetje.

Nog later op de avond – ons ritme is flink aan ‘t “verspaansen”- proeven we de witte wijn van Cómpeta: een droge Muskatel-wijn die … niemand bevalt! Gelukkig maar één fles gekocht! De zoete “pousse-café” dessertwijn daarentegen loopt vlotjes binnen: een aanrader!

Hasta luego!

Ruta Mudéjar de la Axarquía.

Vrijdag 11 augustus 2023.

Dolce far niente. Dat is wat we vandaag doen: niets. Want we wachten op David, die vanaf vandaag een weekje komt logeren. Om 11u30 staat hij er al. Van dan af is het zwembad, aperitief (Victoria-biertje) , eten, zweten, zwembad … en zo verder. Niet vergeten van de panorama’s te genieten. Ook omhoogkijken: daar zweven roofvogels; vale gieren of havikarenden, we zijn er nog niet uit: beide soorten gelijken wat op elkaar.

Oh ja, nog inkopen doen in de goed voorziene Mercadona Algarrobo. Vrijdag = visdag, ‘t Wordt espada met mosselen en pasta … met Rioja Blanco. Morgen opnieuw op stap want van al dat niets doen worden we moe!

Zaterdag 12 augustus.

De mudéjar route van Axarquía (Moren-route?) is een auto rondrit langs dorpjes die grotendeels hun karakter van 500 jaar geleden – hun “Moors” karakter – behielden. Het eerste van zo’n dorpje dat we aandoen is Archez. Dat geeft onmiddellijk een goed beeld: witte huizen in Arabische stijl, smalle straten, amper groot genoeg voor één auto en soms ook niet, flink bergop en bergaf, bloemen en planten aan de huizen. Op een straathoek is in een oude muur een eigenaardig gezicht gekerfd.

Mensen springen hier zuinig om met water: de afloop van een airco wordt opgevangen in een plastic bidon; op publieke kraantjes staat een slot: geen sleutel geen water; iemand giet water over een balkon op een tweede verdieping, het water plenst naar beneden op de planten van de eerste verdieping en van daar onverwachts op straat! Als je er juist onderloopt …

De klokkentoren van de Nuestra Señora de la Encarnación kerk is de verbouwde minaret van de vroegere moskee. De Arabische tekens zijn nog duidelijk zichtbaar.

Bakstenen klokkentoren met Arabische tekens.

Van hieruit kan je langs een berghelling naar Canillas de Albaida wandelen, bergop natuurlijk. David, Evelien en Lou zijn al weg! Wij verkiezen nog wat in de straatjes te verdwalen en met de auto to Canillas te rijden. We vinden elkaar opnieuw in restaurant / bar Cerezo voor koffie (of cola) met churros en een tropicana waterijsje (raad voor wie!).

Cerezo is enorm druk op deze zaterdagochtend, zeker een vijftigtal klanten, allemaal bediend door de baas zelf, die ook nog zelf afrekent en de bar bedient. Er zit een groep van luidruchtige Spanjaarden wielertoeristen die we daarnet op de berghelling voorbij reden. Ze toosten luidruchtig op hun geslaagde beklimming. Aan de bar: alleen maar “locals”, senioren (mannen). Hier geen toeristen, behalve wij dan.

Canillas lijkt op Archez (waarschijnlijk lijken alle “Moorse” dorpjes hier op elkaar) met soortgelijke smalle straten en steegjes en witte huizen. Speciaal: de Ermita de Santa Ana – een 16de eeuws kerkje bovenaan het dorp; een pittoreske maar niet langer gebruikte Lavadero Publico (centrale wasplaats), compleet met betonnen wasborden; een publiek kraantje met slot.

Ons initieel plan was om nog een dorpje te doen, maar dat zal voor een andere keer zijn: ‘t Is al Spaans etensuur en de zon brandt … terug naar “huis” om te lunchen en af te koelen.

Veel voeren we daarna niet meer uit: de zon, de warmte, de wijn weet je wel. Nog even een kleine wandeling in de directe omgeving van Casa Soleada; foto nemen van de overdekte avocado- en mango plantages, de “zee van plastic”; beslissen dat door de warmte en de grote hoogteverschillen op korte afstand hier niet te joggen valt.

‘s Avonds nog even mijmeren met zicht op de pieken van de Sierras de Tejeda, Almijara y Alhama en dan bedje in.