Dolphin Coast.

17 augustus 2026.

Dolfijn kust.

Niet voor niets heet dit hier de “Dolphin Coast”. Deze morgen, bijna precies om 8 uur passeert een school dolfijnen in de oceaan voor ons huis.

We zijn augustus … de “humpback whales” (bultruggen) migreren massaal langs de Dolfijn kust van de warme Indische Oceaan terug naar Antarctica. Vaak hebben ze een kalfje bij. Soms passeren er zelfs “Southern Right Whales” (zuidkapers). Ikzelf heb er vandaag geen gezien, maar sommigen van ons reisgezelschap spotten de spuitpluim van walvissen of zelfs hele bultruggen die uit het water springen. Om ze te zien heb je een verrekijker en vooral heel veel geduld nodig.

Standwandeling.

Profiteren van zon, zee en strand (met hier en daar rotsen): we wandelen een tweetal kilometer in noordelijke richting. Tot aan “Grumpy’s Bar”, een leuke eet- en drinktent, maar helaas alleen open tijdens het weekend en schoolvakanties.

Het strand is verlaten, met uitzondering van een krachtpatser die een zware autoband achter zich aan sleurt. Geen betonnen muur van buildings langs de kust, alleen groen, natuurlijke begroeiing. Het is eb, de ideale gelegenheid om krabben te zien – die graven zich snel in het zand in – of kleine visjes in de poelen tussen de rotsen, of trossen mosselen aan diezelfde rotsen. Je moet een vergunning hebben om ze te mogen “plukken” of om speciale schelpjes te zoeken.

De Indische Oceaan heeft grote kliffen geslagen in het zand. Ideaal voor Lou en David om op de rand te staan tot die het begeeft en ze naar beneden glijden.

KwaDukuza.

Na de lunch splitsen we op: David, Betty en ik willen de stad, KwaDukuza, ontdekken. De rest verkiest te genieten van de zon, het zwembad en het luxe-huis.

Dukuza Museum.

“Dukuza” betekent: verborgen, moeilijk te vinden. Hier had Shaka, de stichter van het Zulu-rijk zijn tweede verblijf in de 19de eeuw; dicht bij de kust om handel te kunnen drijven met de Portugezen, maar tegelijk moeilijk te vinden in dichte bossen. KwaDukuza is de moeilijk vindbare plek. De dichte bossen zijn er niet meer. KwaDukuza is druk: veel auto’s en mensen, zwarte mensen. We worden bekeken, alsof we hier niet thuishoren.

Op de parking van de Shoprite is er een markt van levende kippen en geiten. Daarachter ligt het drukke busstation. Ernaast een straat met tientallen kraampjes. Maar we komen voor het museum. Een vriendelijke mevrouw laat ons gratis binnen, want … een reorganisatie van het museum is in volle gang. Daar is niets van te merken: in een grote, zo goed als lege zaal staan wat panelen over de apartheid, over Mandela en over het Zulu-koninkrijk. Na vijf minuten staan we buiten. Aan de overkant van de straat ligt nog een museum.

King Shaka Visitor centre.

Twee dames ontvangen ons vriendelijk; de ene is de receptioniste-kassierster (200 ZAR p.p.), de andere wordt onze gids: Andiswali. Die loodst ons een zaaltje binnen met displays over het leven van Shaka. We krijgen geen tijd om die te bekijken; lichten uit en film bekijken. De film toont hoe veroveraar Shaka de vechtkunst van de Zulu’s revolutioneerde door steeksperen in plaats van werpsperen te gebruiken en korte schilden in plaats van manshoge. Hij voerde de “buffel-aanval-taktiek”: de hoofdmacht valt aan, maar twee regimenten maken ook een zijwaartse, omsingelende beweging, zoals de hoorns van een buffel.

Na de film: ondervraging door strenge gids Andiswali. Wie vermoordde Shaka? Waarom? Hoe ging het Zulu-rijk ten onder? …

Tijd om een typische Zulu kraal te bezoeken, naast het museumgebouw. Voor we de ronde hoofd-hut binnengaan, moeten schoenen uit en petten af; mannen kruipen rechts naar binnen; vrouwen links. Andiswali wijst met haar vuist de plek van de voorouders aan; uit respect mag je goden en voorouders niet met de vinger aanwijzen.

Op het museumterrein staan twee bomen van meer dan tweehonderd jaar oud. Onder de ene zou Shaka gestorven zijn. De andere is geplant bij zijn begrafenis. De steen waarop Shaka zat ten tijde van de moord ligt er ook. Persoonlijk neem ik al die verhalen met een korrel – nee, een zak – zout, maar leuk is het wel.

Moskee.

We keren met de auto terug doorheen de achterbuurten van KwaDukuza. Op de top van een heuvel merken we vier grote minaretten … een moskee. Even een kijkje nemen. Het blijkt de Masjid Manawwar moskee te zijn, gebouwd van 2005 tot 2015 met giften van de gelovigen. Althans, dat vertellen twee Indisch-uitziende mannen aan de ingang. Ze nodigen ons uit om binnen even een kijkje te nemen. Grote gebedshal met tapijt overal, rituele reinigingsruimte, eetzaal … Een verdieping lager een aparte gebedshal voor vrouwen.

Het blijkt dat er nog twee andere moskeeën zijn in KwaDukuza. Eind negentiende eeuw haalden de Engelsen massa’s moslim-Indiërs naar hier om op de suikerriet plantages te werken. Vandaar …

Terug naar onze “compound”. Wat een land van contrasten is Zuid-Afrika.


Ontdek meer van Blue Crane home.

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit verhaal