22 juni 2016.
Durdle door.
Onze vierde dag hier en we hebben het Unesco werelderfgoed van Dorset nog niet gezien: de Jurasic Coast! Dat moeten we snel goedmaken. Om 8uur30 staan we er: op de parking van “Durdle door”, een iconische rots met een natuurlijke, door de oceaan uitgesleten boog. Die kun je vanop de parking echter niet zien. Een steil pad brengt je een flink stuk naar beneden van waar je Durdle door ziet en kan fotograferen. Het pad loopt zelfs helemaal tot op het strand. De omgeving is adembenemend: loodrechte, witte kliffen, groene hellingen, diepblauwe oceaan en uiteraard: de boogrots! De 15 minuten afdaling meer dan waard; al helemaal bij stralend weer met een verkoelende zeebries.




Helaas, het voorbije weekend hebben mensen hier en daar rommel achtergelaten. Twee tieners, een jongen en een meisje, vergaren het afval in witte zakken. Vrijwilligers? Nee? Betaald? Nee? Ze kunnen het gewoon niet aanzien … de jeugd van tegenwoordig. 👍 Een eind verder komt ook de officiële opruiming op gang: twee personen in uniform met fluo jasjes.
Cofe Castle.
Een half uur later staan we op de National Trust parking bij Cofe Castle (spreek uit “Kof”). Vanaf die parking – gratis dankzij onze National Trust Explorer Pass – voert een leuk wandelpad op de rand van bos en weiland naar de ingang van het kasteel. Daar hebben we onze eerste koffie van de dag verdiend, op een terras in het groen met zicht op de kasteelruïnes. Onmiddellijk valt ons op dat sommige muren vervaarlijk overhellen. Een deel van het kasteel staat in de steigers.
Cofe Castle is verwoest in 1646 tijdens de Engelse burgeroorlog. Een lyrische tekst aan de ingang verwoordt wat er daarna met het kasteel gebeurde. Vrij vertaald:
1646: De zon gaat onder; de zon komt op. Het kasteel is een ruïne. Muren tot nu toe beschermd door een dak zijn overgeleverd aan weer en wind. Oprukkende vegetatie, extreem weer en de tijd vallen het vroegere symbool van koninklijke macht aan.
18de eew: De zon gaat onder; de zon komt op. Een nieuwe vijand duikt op: klimop! Die overwoekert alles. Wortels boren zich in en door muren en spleten.
19de eeuw: De zon gaat onder; de zon komt op. Romantische 19de-eeuwers verschijnen, bezoeken de ruïne, klimmen op de muren, hakken stenen los, nemen souvenirs mee.
1982: De zon gaat onder; de zon komt op. De privé-eigenaar schenkt Cofe Castle aan de National Trust. De restauratie van de machtige ruïne begint.
… En is blijkbaar nog altijd gaande.
We wandelen de heuvel op die naar het kasteel leidt. De zon straalt, maar hierboven waait een verfrissend windje. Wat een site! Uitgestrekt, fotogeniek, prachtige vergezichten over de omgeving en Cofe Castle village. Hier en daar is de oorspronkelijke verwoesting duidelijk te zien: omgevallen muren, een toegangspoort in tweeën gescheurd, muren met grote gaten, verzakte torens. Ruim een uur spenderen we
hierboven.




Cofe Castle Village.
Ook het dorpje, aan de voet van de kasteel heuvel is fotogeniek. De meeste huizen hebben daken van zware, grijze leisteen. Waar je ook staat, altijd zie je de ruïne uittorenen boven de huizen. Op een pleintje getuigt een oud marktkruis op een getrapt voetstuk dat dit dorpje het recht heeft om een markt te organiseren.




Maar het is lunchtijd. Wat denk je van “Fish & chips met mushy peas” in “The Fox Inn”? Het schaduwrijk terras is achteraan, in het groen, maar wel langs een heel small gangetje. Af en toe horen we luide, stotende en sissende geluiden en … een stoomfluit!? Er is ook een oud station in Cofe Castle Village.
The Swanage Railway.
Op nieuwjaarsdag 1972 deed de laatste trein Corfe Castle aan. De lijn stopte; sporen werden opgebroken; het station verviel. Alleen … een groepje vrijwilligers/fanaten gaf niet op. Het terrein van de vroegere spoorweg werd aangekocht; sporen opnieuw gelegd; stoomlocomotieven gered van de schroothoop. Nu rijden opnieuw dagelijks stoomtreinen op deze route.
Het station is op zich al een sprongetje terug in de tijd, met een authentieke inkomhal met “bemand” loket – het is wel een vrouw! – en een al even authentieke wachtzaal. Als er dan ook nog een keer een stoomtrein aankomt en reizigers in- en uitstappen, is de nostalgie compleet. Leuk! Een museumpje in een oude treinwagon vertelt de geschiedenis van de spoorweg en toont – uiteraard – allerlei oude treingerelateerde voorwerpen. De vriendelijke museum-verantwoordelijke slaat een praatje met ons. Hij raadt ons verschillende andere dorpjes aan die de moeite waard zijn (maar te moeilijk om allemaal te onthouden). Van Antsy, waar ons vakantiehuisje ligt, heeft hij echter nog nooit gehoord.




Terug in Antsy kopen we aardbeien of liever aardbeitjes: voor ons ongewoon kleine exemplaren, maar ze zijn wel lekker. We besluiten de namiddag met een “pint of Guiness” op het schaduwrijke gras-terras van de lokale pub. Die heet … “The Fox Inn” …

Ontdek meer van Blue Crane blog.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.