10 augustus 2026.
Onderweg.
Uitnodigend is het niet, aankomend in Johannesburg bij 8 °C, grijze wolken en sterke zuidoostelijke wind, gevoelstemperatuur 0 °C. Een rit door de voorsteden naar de Bushlore – 4×4 verhuurkantoor- beurt al evenmin op: alles is bruin en dor. Zover het oog strekt, zien we kleine vierkante huisjes, dicht opeengepakt. De krotten van karton en golfplaat van twintig jaar geleden zijn grotendeels verdwenen.
De Toyota 4×4 dient nog opgetuigd te worden: reserveband moet van het “roof rack” (er hangt er nog een onder de auto); alle bagage in twee zakken terug op dat rack; rugzakken en “toolbox” met onder andere compressor, in de koffer. Vijf passagiers en chauffeur kunnen instappen en weg.


Tussen Jo’burg en Harrismith ligt de eentonige en kaarsrechte N3. ‘t Is een landschap van eindeloze weidevlakten, kurkdroog en bruin met hier en daar een onopvallende kudde zwarte of bruine koeien, gecontroleerd afgebrande percelen, “koppies”, tafelbergjes en donga erosie-putten en -ravijntjes. De af en toe striemende regen en wind maken het er niet vrolijker op.
Bij een tussenstop in de Mugg & Bean raken we aan de praat met twee mensen die uit de Drakensbergen komen. Ze tonen een filmpje van deze morgen: overal een dikke laag sneeuw!
Net voor Harrismith duiken dorpjes met golfplaten “huisjes” op. Nog 3 °C is het, gevoelstemperatuur -7 °C, ijskoud! Op de parking van de Checkers supermarkt in Harrismith rennen vier vrijwilligers van ons groepje naar de ingang: inkopen voor self-catering. Betty en ik blijven wijselijk en warmelijk in de auto zitten. Alhoewel… voor de “bottle store” achteraf trotseer ik ook de ijswind.
De laatste loodjes.
Nog een uurtje van Harrismith tot ons afgelegen verblijf, 1.540 meter hoog in de Drakensbergen. Even voorbij het Sterkfontein stuwmeer komen we in mist terecht, dichte mist, amper 30 meter zicht. Voor ons duikt een auto op met vier knipperlichten aan. Probleem? Ook een tegenligger passeert met knipperlichten aan. Blijkbaar is dit de manier om in Zuid-Afrika mist aan te kondigen. Hebben ze hier wel mistlichten? Gelukkig rijden we hoog genoeg boven de mist. Net op tijd om de deels weggespoelde asfaltweg op te merken. Langs een stuk modderig-bruine, rode geïmproviseerde weg moeten we er langs.
Onze beloning: op een klein plateau graast een troep Afrikaanse eland. Mooi zicht.


Het laatste stukje weg – nog 2 km – 4×4: klimmend met toch twee smalle betonstroken waar veelvuldig naast is gereden. De toppen van de Drakensbergen hangen in de mist. Geen sneeuw te zien. Het regent dat het giet bij aankomst in Sungubala Eco Camp. Iemand met rubberlaarzen en zware regenjas toont ons lachend ons huisje. Lachend verkoopt hij ons aanmaakhout voor de enige verwarming in ons verblijf: een houtkachel. Daarmee krijgen we niet het hele huis opgewarmd, niet de badkamer, niet de slaapkamers waar het ijskoud blijft. Slapen met thermisch ondergoed is de boodschap.
Ondanks de regen is het landschap speciaal: berghellingen met droog, bruinrood gras met afgebrande delen waar het eerste groen al opnieuw schiet, diepe groene dalen, bergtoppen in grijze wolken.
Geen wifi, amper telefoonbereik. Gelukkig hebben we biltong, Windhoek Lager en Pinotage om ons te troosten vanavond … en zijn we toch te moe voor wat anders dan eten en slapen.
Ontdek meer van Blue Crane home.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.